De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Onstuimig weer

Het water stijgt!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 april 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 5 mei 1680
Lees hier de originele brief

Het is meteen duidelijk wat Margaretha het meest bezig houdt: het stijgende water! Bovenaan haar brief, nog boven de aanhef, schrijft ze het laatste nieuws: het water is vandaag nog zes duimen (16 cm) gestegen. En dan voegt ze er ook maar de ‘oetmoedige dienst’ van Fritsje aan toe. Fritsje zal morgen naar Leiden vertrekken, weer naar Leiden, schrijft ze zelfs.

Brieffragment wassend water en frits

het water is deese dach noch 6 duijm gewasse
fritsge die merge weer
na leijde gaet preesenteer sijn oet
moedige dienst

Ameronge den
14/24 April 1680
[reca. 5 mei]

Mijn heer en lieste hartge

De ‘anderendaegse’ koorts

Margaretha leeft mee met haar Godard Adriaan vanwege de ziekte van ‘Jan de kamerlin’, maar ze is zelf ook ziek geweest. Ze heeft de ‘anderendaegse’ koorts gehad met een zeer zware verkoudheid. In principe is ‘anderdaagse koorts’ een aanduiding voor malaria, maar Margaretha heeft het niet alleen over verkoudheid, ze klaagt ook over aanhoudende hoest. Misschien toch een flinke griep?

Brieffragment ziekte

wt uhEd aengenaeme vande 17 deeser sien ick met leet
weese dat ijan de kamerlin so sieck blijft legge sonde
datter beeterschap voor hande is, twijfele niet of het
moet uhEd seer inkomoodeere dat mij bekomert
wenste deselfve daer Een bequaem man kost krijge
op dat hij niet ongedient mocht weesen, ick heb
den anderendaechse koorts met Een seer swaere
verkoutheijt en hoest gehadt de koortse heeft mij
al Eenige tijt verlaete en de hoest is het swaer
=ste ock over daer de heere voor gedanckt moet sijn

Een dokter bezoekt een zieke vrouw op haar ziekbed. Naast het bed staat een po. Een hondje blaft naar de dokter. Achter hem staan vier personen, waarvan er een in een glas kijkt.
Ziekbed, Abraham de Blois naar Jan Havicksz. Steen, 1679-1726. Collectie Rijksmuseum.

Een nieuw kleinkind

Kennelijk heeft Godard Adriaan geklaagd dat de provisie nog niet aangekomen was. Maar ja, Ursula Philippota lag weer eens in de kraam! Toen het verzoek van Blanche om extra voorraad binnen kwam, stond Margaretha op het punt in de koets te stappen. Margaretha was tien dagen op bezoek bij de kraamvrouw en door haar uitstapje was ze helemaal vergeten om Godard Adriaan zijn proviand te sturen. Maar ze heeft het inmiddels alweer twee weken geleden naar Amsterdam gestuurd en vandaar is het met een ‘hamburchsvaerder’ naar Hamburg gestuurd. Het moet daar inmiddels zijn aangekomen.

Eerste brieffragment provisie naar Hamburg
Tweede brieffragment provisie naar Hamburg

het kraeme vande vrou van ginckel is oorsaeck ick
uhEd proovijsie1Provisie: voorraad niet Eer heb gesonde kreech den
brief van Monseu blansche so ick stont om op
de koets te gaen sitte nm naer Middachte te
gaen, daer ick 10 dage geweest ben, en so haest
ick weer hier quam heb ick al gesonde dat ontbo
=de was het welcke int begin vande voorgaen weeck
naer Amsterdam is gegaen en voorleeden
sondach van daer met Een hamburchs
vaerder is afgevaere so dat geloof het nu

het nu al tot hamburch moet sijn en uhEd
haest sult ontfange, [het doet mij leet Mon]

In een rieten wiegje ligt een baby te slapen, de handjes boven de dekens. Op de kap ligt een doek.
Slapende baby in een wieg, Hermanus Numan, 1754-1825. Collectie Rijksmuseum.

Het weer zit flink tegen

Bijna schuldbewust schrijft Margaretha dat ze op Amerongen weer aan het metselen zijn, maar dat het allemaal niet zo snel en zo goed gaat. Godard Adriaan schreef dat het bij hem zulk mooi weer, nou, ze wilde wel dat het in Amerongen ook zo was. De laatste week hebben de metselaars maar anderhalve dag kunnen werken door de aanhoudende regen. De wegen zijn zo slecht dat er ook al geen stenen op de bouwplaats gebracht kunnen worden.

Niettemin, Margaretha geeft de moed niet op: morgen is het nieuwe maan, hopelijk wordt het weer dan beter.

Brieffragment metselaars en weer

[verwachte te weeten ] wij sijn hier aent
metselen maer vorderen seer weijnich door dit
quaet en onstuijmich weer dat deese ganse
maent lang geduert heeft, kan mij niet ge-
noech verwondere dat Uedele schrijft daer sulck
schoonen weer gehadt te hebbe, ick wenste de
selfve hier eens waert geweest soudt selfs sien
de onmoogelijckheijt, deese week hebbe de metse-
laers weer naulijcks anderhalfve dach konne
wercke sijn telckens uut gereegenst

Een reiger staat op één poot in het water. Het water heeft een lichte rimpeling. Achter de reiger riet en daarboven in de vale lucht en maansikkeltje.
Reiger bij nieuwe maan, Ohara Koson, 1900-1910. Collectie Rijksmuseum.

Een dreigende overstroming

Er is weer een schip met hout aangekomen uit Amsterdam. Margaretha noemt onder andere kruisramen en delen voor het leidak. Het wordt op dit moment gelost en daar is haast mee, want het water op de rivier stijgt snel. De uiterwaarden staan al blank. In de afgelopen nacht is het water acht duim gestegen. Het water nadert de kade die het dorp Amerongen moet beschermen. Voor de dorpsbewoners is het heftig. Veel boeren hebben al vee in het land lopen en dat moeten ze nu weer binnen halen. Maar ze hebben geen voer meer voor hun dieren.

Brieffragment hoogwater

[of weet geen raet met den steenove,] wij hebe
weer Een schip met hout so kruijs raemte als
deelle tot het leij dack en ane hout ick van
Amsterdam gekreechge daer men mee doende is
te losse en men sich mee moet haeste want het
water op de reevier wast so viement dat
meest al de wtter waerde onder staen en is
noch deese nacht over de acht duijm gewasse
het loopt al naer de kaeij wat int dorp is
datse noch hoopen te houden, de mense
klage en kerme dat droefvich is te hoore hebbe
geen voer meer voor haer beeste en moete diese
inde weij hebbe gedaen weer op haelle, [krijn]

In de uiterwaarden doet een kudde koeien zich tegoed aan gras en water. Een boer met in zijn hand een emmer, loopt juist van de kudde vandaan. Op de rivier zeilschepen en roeiboten. Aan de overzijde van het water een dorp met een kerk en rechts een molen.
Grazende koeien in de uiterwaarden, Jan de Visscher naar Jan van Goyen, 1682-1709. Collectie Rijksmuseum.

Geldzorgen

Het eeuwige probleem van Margaretha: geld. Krijn van Kampen is op pad om turf te kopen om de steenoven te kunnen stoken. Maar als hij terugkomt, met turf, dan moet ze die turf betalen en als er weer voldoende stenen, ook de metselaars. Margaretha hoopt dat hij nog een maand weg blijft.

De Haagse kermis

Ursula Philippota is dan wel net uit de kraam, maar Van Ginkel en zij zijn van plan om aan het eind van deze week naar Den Haag te gaan. Het is de Haagse kermis! Ook Willem III was daar een groot liefhebber van. Behalve attracties waren er handelaren die echt van heinde en ver kwamen. Ze hebben gevraagd of Margaretha mee wilde gaan, maar ze vindt dat ze niet weg kan van Amerongen. Ze moet toch echt opletten wat de werklui hier uitspoken! En als het maar even kan van het weer, dan gaat ze toch minstens één maal per dag naar de steenoven. Maar ze begint de jaren inmiddels wel te voelen…

Brieffragment kermis en werk

[valt,] de heer en vrou van ginckel maecke staet int lest
vande toekoomende weeck naer den haech te gaen alwaert
dan kermis sal sijn hadde gaerne dat ick mee ginck
maer salt niet doen kan geen sins van hier uhEd
sou niet geloofve als ick se niet geduerich op de hacke
sit hoet ter toe gaet, tis mij seer gemacklijck dat ick
nu so naer bijt werck ben, want beken dat ick so
wel niet meer voort kan als voor dees, [Evewel alst]

Een prent met een vogelvluchtoverzicht van de kermis in Den Haag met op de achtergrond het binnenhof. Op het plein staan allemaal tentjes opgesteld met een paar brede ruimtes ertussen. Daar paradeert de schutterij. Rechts staat de cavalerie en overal zijn mensen wat aan het doen, onderweg. HEt is echt een kijkplaat.
Haagse Kermis met de prins en prinses van Oranje, Daniel Marot, 1686. Collectie Rijksmuseum.

Een nieuwe brouwer

Zoals gebruikelijk springt Margaretha in haar brieven van de hak op de tak. Ze heeft een nieuwe brouwer bier laten brouwen voor dagelijks gebruik en iedereen is heel tevreden. Het heeft haar 38 gulden gekost en kennelijk vindt ze dat een koopje. Ze zal hem nu ook vragen om bruin bier te brouwen.

Brieffragment bier

[twee mael daechs naer de steen oven,] ick heb ock voor
ons vande nieuwe loenense brouwer wit bier voor onse tafel
laete brouwe dat so Elck seijt heel wel gevalle is, het
heelle gebrout kost mijn 38f daer voor heb ick twee
tonn schoon 8f en 12 tonne 4f bier so dat mij
het 4f bier naulijcks 2f de ton kost, nu sal ick noch
Eens bruijn bier voort volck van ijanpeeterse die hier int
dorp woont laete brouwe [om die swaere reeckenine vande]

Op de voorgrond giet een man bier in een rijtje van zes voor hem liggende vaten. Op de achtergrond bewerkt iemand de vaten in een kuip en worden er spullen in een bootje gehesen.
De bierbrouwer, Christoph Weigel, 1698. Collectie Deutsche Fotothek.

En tot slot ….

In de laatste regels van haar brief schrijft Margaretha dat ze de mest uit het schaapskot uit heeft laten rijden in de boomgaard. En daar moet ‘mijn heer en lieste hartje’ het dan maar mee doen!

dat werck sulle koen, ick heb ock de messe wt het schaeps schot om de boome inde groote en hoochlange boogaert laete rijden 
blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijf 
M Turnor

Brieffragment schapenmest
Donkere ets met rechts nog net zichtbaar een kudde schapen met in het midden een staande figuur, links in de verte een boederijtje met wat bomen en in de lucht een kleine maansikkel.
Schapen op de hei bij nacht, Jacoba de Graaf, 1867-1911. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Provisie: voorraad

Geld en vervoer

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 20 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 25 maart 1677
Lees hier de originele brief

De postbode heeft het er maar druk mee! Margaretha heeft de brief van 13 maart ontvangen en ze begrijpt daaruit dat er al minstens drie schepen, misschien zelfs vier, met ‘hartsteene en vloersteene’ naar Amerongen onderweg zijn.

Brieffragment schepen met bouwmateriaal

[rec. 25. dito]
Amerongen den
20 maert 1677

Mijn heer en lieste hartge
heeden ontfange ick uhEd schrijfveens vande 13 deeser
waer wt sien dat het 3 en mischien het 4de schip met
hartsteene en vloersteene op wech sijn om herwaerts
te koome de heere wilse alle Een behoude reijs
geefve ense sonder ongeluck laette over koome

Van stenen en ossen

Als die schepen met stenen nu maar veilig aankomen! Het heeft gestormd en naar Margaretha’s idee hadden de eerste twee er toch al deten zijn. Margaretha hoopt zo snel mogelijk alle stenen in huis te krijgen zodat er aan de vloeren kan worden begonnen.

Brieffragment vloerstenen

ick hoor noch vant Eerste of tweede schip niet
die al dees quade storme hebbe wtgestaen dat
mij bekomert en naer mijn gissine moste die alle
beijde al hier te lande sijn, ick had wel gewenst
wij al de vloersteene meede hadde konne krijge
dan hoope die der nu noch ontbreecke te sulle
volgen, [uhEd beliefve ock Eens te schrijfve of wij]

Een woelige zee met diverse soorten die schuin liggen door de wind. De regen waait diagonaal door het beeld.
Boten tijdens storm op de Zuiderzee, Wenceslaus Hollar, 1635. Collectie: Rijksmuseum.

Van de vloerstenen naar de ossen, het is wel even iets anders. Godard Adriaan heeft kennelijk toegezegd dat hij vanuit Bremen magere ossen naar Amerongen zou sturen als vetweiders. Als dat niet lukt, moet Margaretha meer schapen kopen om vet te weiden. Die weilanden moeten tenslotte wel wat opbrengen! 

Brieffragment ossen

[volgen,] uhEd beliefve ock Eens te schrijfve of wij
staet sulle konne maecke op magere osse
die uhEd daer soude koopen, anders soudt ick
hier meer schape moete in koopen om vet te
weijden, [het is hier noch heel onstuijmich weer]

Een herder drijft zijn kudde door een ondiepe plaats in de rivier. De onstuimige dieren laten het water opspatten, tot ongenoegen van een boerin die ook door het water waadt. Een andere vrouw rijdt op de rug van een met koopwaar bepakte os. Het zuidelijke karakter van het landschap heeft Berchem gecombineerd met naaldbomen, die je eerder in het noorden zou verwachten.
De ossendrift, Nicolaes Pietersz. Berchem, 1656. Collectie Rijksmuseum.

Veeleisende metselaars

Ondertussen is het nog ‘heel onstuijmich weer’ en het enige positieve dat over het weer te melden is, is dat het niet meer vriest. Aan metselaars inhuren begint ze op deze manier nog niet, ze vragen veel geld, ze doen niets anders dan in hun handen blazen vanwege de kou en ze maken korte dagen. Naar Margaretha’s idee begint de werkdag voor een metselaar voor zes uur ’s morgens en eindigt die na zes uur ’s avonds. Ze had het geluk dat er nog geen vakbonden bestonden in de zeventiende eeuw.

Voordat Margaretha mensen inhuurt, moet ze, zo schrijft ze aan Godard Adriaan, ‘met mijn beurs te rade gaan’. Uiteindelijk bepaalt de portemonnee hoeveel werk er verricht kan worden want de bouwvakkers moeten ‘geduerig gelt hebbe zij willen niet eenen dach wachte’. Bij de steenoven wordt al gewerkt, er is nogal wat schade door het hoge water.

Eerste brieffragment kosten metselaars
Tweede brieffragment kosten metselaars

[weijden,] het is hier noch heel onstuijmich weer
alle daege schoon dat het niet meer vriest,
de metselaers wille groote dachhuere hebbe en
alst so kout is doense niet als in haer hande
blaesen, sij konne ock s mergens niet voor ses
Euren aent werck koome en scheijde daer
savants ten sesten weer wtt, ick heb rietvelt
ontboode als hij komt sal alles met hem over
leggen

ick moet ock met mijn beurs te rade gaen want als
dat volck int werck is moetense geduerich gelt
hebbe sij wille niet Eenen dach wachte, [men is]

Vrouw zit op een stoel met in haar rok losse munten. Een man staat voor haar en houdt haar hand vast. Naast de vrouw staat op de grond een kistje met daarin waarschijnlijk geldbuideltjes. Onder de prent staat: Furwar dis alte reiffel eisen / Thut mir vil roter gulden weisen / Ich tra sie mir, han jch ihr gelt / Iung frawlewt krief wie mirs gefelt.
Geld tellend paar, Gillis van Breen (gravure) naar Pieter de Jode, 1588-1622. Collectie: Herzog August Bibltiohek, Herzog Anton Ulrich Museum.

Onderweg

En wanneer komt Godard Adriaan nu eens thuis? Ze heeft het aan de prins gevraagd en die beloofde haar dat hij naar Kleef zou gaan om daar met de keurvorst te spreken maar inmiddels heeft Margaretha gehoord dat hij bij Arnhem is omgekeerd omdat de keurvorst niet in Kleef was. Hij is waarschijnlijk naar het ‘randevoes’ van het leger gegaan en Van Ginkel is vandaag vanaf Middachten ook naar het leger vertrokken. Van Ginkel had graag zijn vader gesproken voordat hij vertrok. Margaretha wenst hem alle goeds toe inclusief de bescherming van engelen. 

Eerste brieffragment Godard Adriaan, Willem III en Van Ginkel
Tweede brieffragment Godard Adriaan, Willem III en Van Ginkel

nu ick hoope uhEd daer teegen weer thuijs sal sijn
met de laeste post heb ick uhEd geschreefve het
antwoort dat sijn hoocheijt mij gaf op de vraech
die ick hem weegen uhEd verblijf of t huijskoome
heb gedaen, hij meende van hier naer kleef te gaen om
met den heere keurvorst te spreecke, maer hoore
hij van Aernhem weerom gekeert is moet daer
of daer ontrent gehoort hebbe dat de keurvorst
noch daer niet en was, nu sal hij al naert ran
=devoes van ons leeger sijn, de heer van ginckel
die geloofve ick dat vandaech van Middachte
naert leeger vertreckt, hij had ock wel gewenst uhE
voor sijn vertreck te spreecken, de heere wil hem

bewaere en door sijn heijlige Engelen geleijde, [tis voorwaer]

Ten strijde

Terwijl de mannen zich opmaken voor hetzij een fysiek hetzij een diplomatiek strijdperk, voert Margaretha haar eigen gevechten, met geld en met water. Er is geld nodig voor turf om de steenoven te stoken en hoe eerder ze die turf kan kopen, hoe minder ze hoeft te betalen. Bij alle zorgen om de financiën komen ook nog de zorgen over het water. Er is veel sneeuw gevallen aan de bovenloop van de Rijn en dat gaat allemaal langs komen. Maar Margaretha houdt goede hoop: ‘de heer – hoope ick – salt in alles ten beste schicke’.

Brieffragment over de te verwachte kosten

[het daer nu niet lange meer sal dueren,] ick verlange naer deselfs
komste te meer om te overslaen waer het gelt dat wij deese soomer
weer tot het werck van noode hebbe vandaen sal koome dat mij
bekomert dit ijaer salt ons noch seer swaer valle, daer naer
kan ment met gemack doen maer nu moet het noch sijn voort
ganck hebbe, tot de steenoven hebbe wij het voorleedene ijaer ontrent
de 1800f aen turf gehadt ent ijaer te vooren doen wij maar
9 monde1maanden hebbe gebacke hadde wij 2100f aen turf en nu hebbe
wij 14 monde gestoockt, is nu den turf noch beeter koop dat
sal ons heel wel koome en hoe wij die vroechger laete koome
hoe wij minder onkoste hebbe te verwachte, so vant laege water
als ander maer dan moeter ock ten eerst so veel gelt sijn,
en ick aprehendeer2Apprehenderen: vrezen seer weer Een hooch water vermidts der boove
int lant so veel sneuw is gevallen, de heer hoope ick salt in alles
ten beste schicke, inwiens heijlige bescherminge uhEd beveelle
en blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Het steken, stapelen en drogen en vervoeren van turf. Links wordt een turfschip geladen. Met onderschrift van 2 regels in het Latijn.
Turfsteken, ca. 1610, anoniem, 1611 – 1613. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    maanden
  • 2
    Apprehenderen: vrezen

Nat weer en boze vrouwen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 20 september 1672
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief

Net als met de brief van de 17e is de aanhef van deze brief summier: verder dan “Mijn heer en” komt Margaretha niet. Ze begint met een dienstmededeling: de post doet er lang over. De brief die Margaretha gisteren van haar man heeft gekregen is meer dan tien dagen oud. Gelukkig kan ze met goed nieuws beginnen.

Modderige wegen

Eindelijk! Via de gezanten van de keurvorst in Den Haag is er nieuws over de Brandenburgse troepen. Margaretha schrijft dat ze gehoord heeft dat de gezanten tegen Willem III hebben gezegd, dat er een samenvoeging heeft plaatsgevonden van de keizerlijke1Keizer Leopold van het Heilige Roomse Rijk bemoeit zich inmiddels ook met de strijd. Hij vreest voor teveel macht van Lodewijk XIV in Europa. en de Brandenburgse troepen en dat ze eindelijk zo ver zijn om te gaan marcheren. Hoewel ze verheugt is door dit nieuws, steken de zorgen ook weer snel de kop op. De langdurige regen zal het de legers niet gemakkelijk maken zich snel te verplaatsen over de modderige wegen die zijn ontstaan. Margaretha weet het weer helder te omschrijven:

Brieffragment over het natte weer

[ons dan helpen,] och wij verlange en snacke
naer de droochte als een visge naert water, en dat
om van ons swaere en onverdrachlijcke ijock2juk der
franse ontlast te worden, hoewel geseijt wort
dat dit natte en onstuijmich weer de franse ock
so inkomoodeert3hindert dat het meerendeel van haer
volck versmelt4de moed verliest en meest al aende roode loop
ter doot toe kranck legge , ijae so datse genoot
saeckt sijn het gasthuijs aende kraen5het gasthuis bij de hijskraan binne
wttrecht met siecke te vulle als meede het
sint servaes klooster daerse alle de liede wt
haer wooninge hebbe gedreefve [, so dat haer macht]

Een pentekening met ongeveer 3/4 lucht. Onderaan is met pen aan de linker kant een paar kleine gebouwtjes en een hooiberg getekend en aan de rechterkant een kloostergebouw met trapgevel en spitse toren. Eronder staat geschreven St Servaas klooster Binnen Uijtregt
Het St.-Servaasklooster te Utrecht. Tekening van J. Stellingwerf uit ca.1725. Bron: Het Utrechts Archief

Suchten en kermen

Het Franse leger verzwakt ook door de ‘roode loop’, ofwel de dysenterie, die rond gaat. Margaretha stelt dat de greep op Utrecht hiermee ook verzwakt, omdat de helft van de Fransen ziek in gasthuizen of in het Servaasklooster ligt. Maar burgers klagen (‘suchten en kermen’) vooral over de zware inkwartiering die hen is opgelegd. Burgers zijn verplicht vier tot vijf mannen in huis op te nemen. Dat brengt nu al veel last mee, maar in de wintermaanden zal dat alleen maar erger zal worden.

Tweehonderd vrouwen

Het was een aantal vrouwen opgevallen dat er in het huis van Burgermeester Hamel6Nicolaas Hamel echter geen enkele Fransman was ingekwartierd. Ze denken dat hij dit te heeft afgekocht. Hierop riepen de vrouwen, dat ze hem hetzelfde willen aandoen als wat er in Den Haag met de gebroeders de Witt is gebeurd! Dit opstootje veranderde razend snel in een flinke opstand van zo’n tweehonderd vrouwen die voor de deur van de burgemeester stonden. Het had zomaar mis kunnen gaan, maar Franse soldaten wisten ze weer uit elkaar te drijven.

Brieffragment over de boze vrouwen

Elck moet daer 3 a 4 en 5 man in huijs hebbe
het welcke se segge niet langer te konne op bren
=gen, daer over Een deel wijfverwijven: vrouwen aent huijs vande
burgemeester hamel sijn geweest vragende naer
haman7ha man=haar man? die sij wilde spreecken als hij quam seijdese
hem wat hij met haer int sin had ha dat hij se ver
kocht had en nu so swaer belast wierde en
sijn huijs vrij van volck was, maer datse hem
soude doen gelijck de witte inde haech geschiet waert
want dat sij hem die verkoopine soude doen betaele
de in Een ochgenblick tijts waerender meer als
twee hondert vrouwe daer quam terstont
krijsvolck in wapene voor de deur daer meede het
gestilt wiert, [hier ist ock noch niet soot wel hoort]

Een aantal vrouwen met hoofddoeken en wijde rokken staan met de handen in de zij te praten of ruzie te maken. De achtergrond is een rij huizen met een gevelsteen 1644. Waarschijnlijk Amsterdam.
Vrouwen op straat, Jan Brandes, 1778. Collectie Rijksmuseum.

Een seer ongeluckige stant

Margaretha wijdt verder uit over haar zorgen. Als de hulptroepen niet snel de kant van de Republiek op komen, kan het maar zo dat de Fransen ook nog in de winter in Utrecht huishouden. Ze vreest dat Den Haag dan niet lang meer stand kan houden. Aan de andere kant vermeldt zijne hoogheid wel dat hij een leger van zo’n 30 duizend man bijeen heeft gebracht. Maar ook hier noemt Margaretha het natte weer, dat een snelle overwinning in de weg zal zitten.
Ze eindigt haar brief met dat er huizen en landerijen in brand zijn gestoken (mogelijk in Maarn) en dat ze vreest voor haar arme dorp Amerongen. Het is de eerste keer dat ze expliciet schrijft over branden die door de Fransen in Utrecht gesticht zijn. Geen wonder dat ze weer kortaf is in haar afsluiting: meer dan “UhEd getrouwe” krijgt ze niet uit haar pen.

Nachtelijke brand in een dorp. De dorpelingen halen een huis dat in brand staat leeg.
Nachtelijke brand in een dorp, Adam Colonia, 1650 – 1685. Collectie Rijksmuseum
  • 1
    Keizer Leopold van het Heilige Roomse Rijk
  • 2
    juk
  • 3
    hindert
  • 4
    de moed verliest
  • 5
    het gasthuis bij de hijskraan
  • 6
    Nicolaas Hamel
  • 7
    ha man=haar man?

Recente reacties

  1. Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep

  2. Politiek gezien is er weinig veranderd. Baantjes die worden vergeven.

  3. Ik zal eens bij de slager vragen of er nu nog paterstukken te koop zijn.

  4. van Beusinchem komt niet voor in de staten van oorlogh. Dus kan je aannemen dat van Ginckel de zoon niet…

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén