De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Onkostenvergoeding

Wie heeft geld?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 15 juli 1680 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief
Deze brief is flink gehusseld tijdens het scannen. Het zijn twee vellen met elk vier kantjes en een memorie en ook nog en ps op een apart blaadje. Hier de bijbehoren scannummers: 1e vel kant 1 – 73; 1e vel kant 2 – 74, 77; 1e vel kant 3 – 80; 1e vel kant 4 – 81; 2e vel kant 1 – 78; 2e vel kant 2 – 79; 2e vel kant 3 - 79; 2e vel kant 4 - 80; Memorie voor – 74 gedeeltelijk, 77; Memorie achter - 78; Ps voor – 74 overdwars, 75; Ps achter - 76

Margaretha doet weer eens haar stinkende best om geld te krijgen, maar veel succes heeft ze niet. Maar voor het over die echt belangrijke zaken gaat, moet ze eerst wat rechtzetten. Eerst het allerbelangrijkste: het gaat goed met Godard Adriaan. Kennelijk heeft Beusichem Godard Adriaan geschreven dat Margaretha 350 gulden per morgen betaald zou hebben voor het land van het Domkapittel. Dat klopt natuurlijk niet, dat zou wel heel erg duur zijn. Zo doet Margaretha geen zaken. Het stuk land is ongeveer 3,5 morgen, dus daar wil ze in totaal 350 gulden voor geven, dus 100 gulden de morgen. Dat is een goede koop, Smissaert en Van Beek zijn er mee bezig, het wachten is op goedkeuring door het Domkapittel.

Brieffragment kosten land

haech den 15 ijuli
1680

Mijn heer en lieste hartge

wt uhEd vande 3 deeser sien ick deselfve met
al het sijne noch wel waert daer de heer voor
gedanckt moet sijn, beusekom moet abuijs
hebbe dat hij uhEd heeft geschreefve ickt lant
vant kapittel vande dom voor 350f de merge
sou gekocht hebbe dat waer veel te dier ick
most so niet te mart gaen, tis ontrent 3½
merge groot daer soude wij 350f saeme
voor geefven dat sou honde gul de merge weese
het is tuschen ons geseijt heel goet koop dans
staet noch raport door den heere van beeck
en smitser aent kapittel daer van te doen
en haer Aproobasie te verwachte het welcke
geloof vandaech gedaen sal worden, [so lan]

Archiefkast van eikenhout. Twee doorgaande hoekstijlen en een middenstijl dragen aan ijzeren kruishengsels vier opgeklampte deuren. De meest linker deur staat op een kier, de twee rechterdeuren staan wijd open, waardoor je de lades ziet. De door de kruising der klampen verkregen vierkanten zijn binnen ingekerfde cirkels Gotisch gebiljoend. Ieder paar deuren heeft twee ijzeren sloten met grendels. Een tap met een gat is aan de ene hoekstijl bevestigd en een draaibare beugel aan de andere. Binnenin veertig van de oorspronkelijke laden met Gotische majuskels.
Archiefkast van het Domkapittel, 1500-1550. Collectie Rijksmuseum.

Er is geen geld in Utrecht

Margaretha is in Den Haag om de betalingen voor Godard Adriaan te regelen. Ze was eerst in Utrecht en heeft daar iedereen die er toe doet gesproken, iedereen was erg beleefd en bij haar langs gekomen. Alleen burgemeester Gruijter had zij bij hem thuis bezocht. Die was wel duidelijk: er is geen geld. Er is zelfs zo weinig geld dat Utrecht al een half jaar achter is met het betalen van de predikanten. En die hebben allemaal kinderen thuis zitten en die hebben geen brood om te eten. Ook de soldaten die bij Maastricht liggen lopen weg omdat ze geen soldij krijgen.

Brieffragment geld Utrecht

[kost niet helpe] sij seijde altemael datter

geen gelt inde provinsie was ija dat sij niet
wiste hoe sij haer preedikante die nu ander half
ijaer ten achteren waeren daer onder sijn
die met huijsen vol kindere sitte en geen
broot hebbe om te Eeten, soude betaellen,
de seeckreetaris luchtenburch seijde die selfe
merge Een brief van Maestricht van Een
kapteijn die hij noemde gekreechge te hebbe
die klaechde dat meer als de helft van
sijn kompangi was verloope en so hij geen
gelt vande provinsi van wttrecht kreech niet
Een man langer kost houde, [de heere seijde]

Een prekende dominee op kansel. De contouren van de koffievlek heeft Brandes licht aangestipt. Opschrift, rechtsonder, handgeschreven in potlood: ‘Een koffij vlak bij het storten over dit papier’
Koffievlek uitgewerkt tot prekende dominee op kansel, Jan Brandes, 1770 – 1790. Collectie Rijksmuseum.

Geld uit Overijssel?

Van Ginkel heeft Willem III gesproken en die wist inderdaad dat Utrecht geen geld heeft. Maar hij dacht dat Overijssel nog moest betalen, dus daar gaat hij zeggen dat zij moeten betalen. Margaretha heeft er een hard hoofd in. Ambassadeurs worden of door de provincie ingehuurd, of door de Staten Generaal. Voor een missie in opdracht van de Staten Generaal moeten alle provincies bijdragen. Dus zo moet Margaretha maar zien dat ze Godard Adriaans kostje bij elkaar scharrelt.

Brieffragment geld Overijssel

[verwachten is,] de heer van ginckel heeft
sijn hoocheijt hier ock over gesproocke als ock
de heer van schraefve moer , die ock teegens
haer alle beijde seijde wel te weeten dat
wttrecht geen gelt kost geefve, maer dat
over ijsel noch schuldich was dat hij wilde
schrijfve dat die ons soude betaelle,

Tekening van een door huizen omsloten plein. Links eerst een hoog huis met een versierde trapgevel, dan een breed gebouw met een bordes en een balkon. Op de achtergrond een relatief lage poort, rechts staan bomen. Op het plein lopen mensen en staan mensen te praten. Voor het hoge huis links (het landshuis) staat iemand op wacht. Midden op het plein loopt een meisje met een juk met twee emmers eraan.
Gezicht op het Grote Kerkhof in Deventer, Jan de Beijer, 1744. Collectie Rijksmuseum. Gezicht vanuit het noordoosten op het Grote Kerkhof te Deventer met links het Landshuis (zetel van de Gedeputeerde Staten van Overijssel) en het stadhuis en op de achtergrond de Duinpoort.

Holland heeft wel geld. Echt waar!

Ze is in Den Haag en de raadspensionaris Gaspard Fagel heeft beloofd bij haar langs te komen. Ook daar heeft ze een hard hoofd in: ze verwacht dat hij het zal vergeten. Willem III had bovendien gezegd dat Holland al meer betaald heeft dan nodig is. Dat kan wel zijn, maar Margaretha zou hem heel goed kunnen uitleggen van welk geld Holland Godard Adriaan kan betalen. Holland heeft namelijk geld apart gezet voor een ambassadeur in Frankrijk, maar ze hebben helemaal geen ambassadeur in Frankrijk. Dus dat geld kan prima naar Godard Adriaan. Nou is het maar de vraag of er iemand naar haar uitleg wil luisteren, en als ze al luisteren, dan voeren ze haar idee waarschijnlijk toch niet uit. Ze zal het de raadspensionaris toch even voorstellen.

sijn hoocheijt seijt ock dat hollant overbetaelt heeft
oversulcks niet betaelle kan, maer alst haer
beliefde sou ick haer wel aenwijse waer wt
sij mij soude konne betaelle tis waer sij hebbe
opt ijaer 8i, tachtentich duijsent gul betaelt ,
maer se hebbe 20000£ ses ijaeren aen Een
getroefe ijaerlijcks getrocken tot betaellin
van haere ordinaerisse Ambassadeur
in vranckrijck die sij daer niet hebbe gehad
so datse daer van 40000f over hebbe daer
uhEd noch wel wt kost betaelt worden
maer vrees sijt niet doen en sulle, so ick den
heere r p kom te spreecke salt hem segge, [so]

Links geeft een dame in een wit met zwarte jurk een heer in het bruin een hand. Rechts staat een heer in het zwart met zijn rug naar hun toe. Tussen de pratende dame en heer en de heer alleen hangt een elegant getekende krul.
Stel in gesprek terwijl een tweede heer zich afwendt, Gesina ter Borch, ca. 1654 – ca. 1658. Collectie Rijksmuseum.

Een memorie

Als er geen geld komt, weet Margaretha echt niet hoe ze alle eindjes aan elkaar moet knopen. Godard Adriaan moet natuurlijk geld hebben, maar ze moet ook het werkvolk en de materialen betalen. Ze pruttelt ook nog wat na over hoeveel tijd (en dus geld!) het de metselaars om de dubbele bogen van de stal te metselen.

Het leuke van deze brief is dat Godard Adriaan hier het bijgesloten memorie bewaard heeft. Deze heeft hij niet opgeslagen in zijn archief, maar hier krijgen we toch een kijkje in Margaretha’s financiële administratie.

Memorie

Memoorije vant geene hier
voor Eerst nootsaecklijck
moet betaelt worden
aen loot ontrent de ________________ 700f
den panne ontrent de ______________ 400f
aen spijckers ontrent de ____________ 300f
noch aen turf voorde steen
oven ontrent de __________________600f

___________________
2000 f

nu moeten het arbeijts
volck die alle seer om gelt
roepe ock wat hebbe,
ent gekochte lant ter
som van 350 f betaelt
worden

Hoera voor de kerk!

Na de reformatie vielen alle goederen van de (katholieke) kerk toe aan de Staten van Utrecht. De Utrechtse kapittels die we zo nu en dan tegen komen in de brieven bleven dus bestaan. Alleen waren ze geen religieuze instelling meer, maar meer een beheersorganisatie. Binnen de kapittelorganisaties waren baantjes te verdelen voor adel en regenten en je kon rechten kopen op bijvoorbeeld prebendes voor ongehuwde dochters of een deel van de inkomsten van het onroerend goed van zo’n kapittel.

Het is is Johan Pesters gelukt om op deze manier een prove voor de Van Reedes te krijgen ter waarde van 7500 gulden. Het moet nog wel geheim blijven, maar Margaretha heeft al de helft naar Temminck gestuurd zodat Godard Adriaan het kan gebruiken. Margaretha dankt de grote God dat hij juist nu toch weer wat geld toe weet te zenden.

Als er nou alsnog geld van het land komt, dan wil Margaretha dat graag gebruiken om een aantal leningen af te betalen. Maar eerst maar eens zorgen dat ze daadwerkelijk wat krijgen.

Brieffragment Grote God

[voorseijde som van 7500f ons voldaen,] so
goet is dien grooten godt nu wij weer
bij dees wan betaeline vant lant, int
de grootste ongeleegentheijt om gelt
waeren sent hij ons weer dit so onver=
wacht toe, als wij hoop hadde om
gelt vant lant te krijgen soude ick
onder korexsi met dit gelt kapijtaele
aflegge maer so lange dit so staet
weet niet dat wijt konne misse, [Eve=]

Beschrijving Afbeelding van rolwerkcartouches met de wapenschilden van de vijf kapittels van Utrecht, opgehangen aan linten: linksboven de Dom, rechtsboven Oudmunster, in het midden St. Pieter, linksonder St. Jan en rechtsonder St. Marie.
Wapenschilden van de vijf Kapittels van Utrecht, ca. 1660. Collectie Het Utrechts Archief.

Caleche en hout

Inmiddels komt de post met een brief van Godard Adriaan. Hij lijkt zich minder zorgen te maken om hun financiële situatie en ook Margaretha lijkt die volledig vergeten te zijn. Ze is blij dat Godard Adriaan een caleche voor haar zal verzorgen. Margaretha heeft nog niet gehoord dat het Pruisische hout in Amsterdam aangekomen is.

Brieffragment caleche en pruisisch hout

[wort] so aenstonts ontfange ick uhEd aengenaeme
vande 10 deeser bedancke deselfve dat hij mij van
Een kales sal versorchge, ick hoor noch vande
pruijse deelle niet geloof niet dat die tot Amster
dam sijn aen gekoomen, [so aenstonts schrijft]

Voor een gebouw (stallen met koetshuis?) komt een hele stoet koetsen, wagens, ruiters en mensen met jachthonden aan. In een aantal van de karren liggen reeën in een andere een wild zwijn. In een open koets zitten twee voorname heren.
Jachtstoet op Het Loo – 2e helft 17e eeuw. Willem III en een hoge gast zitten in een calèche met opgezette kap, Romeijn de Hooghe, ca. 1700. Collectie Gelders Archief.

Nog meer of minder geld

Kennelijk zit er ook een brief van Johan Pesters bij de post. Godard Adriaan kan pas vrijdag beschikken over de 3750 gulden waar Margaretha eerder over schreef. Ze verzucht dat je pas op geld kan rekenen als je het daadwerkelijk in je handen hebt: “ick sech in waerheijt men kan op
geen gelt ter werlt staet maecke als dat men in handen heeft”.

Deze opmerking over geld maakt weer een hele overweging los waar het binnengekomen geld wel en niet aan uitgegeven moet of kan worden. Kennelijk is er ook geld van Van Heteren geleend om secretaris Isaäc de Blanche te kunnen betalen. Die moet natuurlijk zijn geld als eerste terug hebben. Dan is het tijd om een eind aan de brief voor haar liefste breien. Weer een atypische afsluiting. Wat brengt Margaretha’s hoofd op hol?

Eerste brieffragment meer of minder geld
Tweede brieffragment meer of minder geld

[heeft daer is niet aen te koomen,] uhEd sal
mij van dit gelt voor Eerst wat beliefve tot
de timeraesge te laete gebruijcke of weet
geen wtkomst so wij vant lant betaelt
worden sou van opijnie sijn dat ick van
heetere de twee duijsent gul die wij wee
=gens den heer blansche den 4 ijuni laest
leeden hebbe ge ontfange weerom sou geefve

om niet te diep indien goede man sijn schult
te vervalle, ick verseeckere uhEd mocht ick
Eens bij deselfve sijn sou ock wel wat te segge
hebbe dat de pen niet derf vertrouwe,
nu mijn lieste ick blijf

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Of toch niet

Kennelijk hoeft de post in de stad niet op haar te wachten, want ze heeft nog tijd voor een naschrift en een ps op een apart briefje. Het bedrag dat Overijssel nog moet betalen aan de Staten Generaal voor onkosten is hoger dan de onkosten van Godard Adriaan, dat zou dus moeten lukken. Godard Adriaan krijgt de groeten van Margriet uit Den Haag (?) en het blijft maar regenen.

De volgende dag volgt de ps op het aparte briefje. Er is een brief van Temminck binnengekomen en het Pruisische hout is in Amsterdam. Hij meldt ook dat hij lang geen brief van Godard Adriaan gehad heeft. Dat vind Margaretha vreemd, want in zijn laatste brief schrijft Godard Adriaan nog dat hij geld via een wissel heeft “getrokken”.

Naschrift

ps
so aenstonts sijnde den 16ijuli ontfange
Een brief van teminck die schrijft de
40 pruijse deelle tot Amsterdam wel
sijn aengekoome, en dat hij in lange
van uhEd geen briefve heeft gehadt
dat mij verwondert om dat uhEd in
sijn voorgaende mij schrijft Een wissel
getrocke te hebbe

Landschap met links een rivier met daarop wat bootjes en twee vlotten met hout. Op de rechteroever een stadje (zonder muur) met één hele hoge kerktoren (Cunerakerk) en een molen. Op de voorgrond weilanden en rechts een weg in het bos.
Gezicht op Rhenen uit het oosten, P.W. van de Weijer naar J. Goossen, 1867. Collectie Het Utrechts Archief. Op de rivier een voorbeeld van vlotterij: het vervoeren van houten stammen door er vlotten van te maken.

Traagheid en haast

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 29 juni 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 juli 1680
Lees hier de originele brief

Sommige zaken gaan zo langzaam dat Margaretha er gek van wordt en anderen hebben zoveel haast, dat ze het niet bij kan benen. De eerste traagheid is in ieder geval opgelost: de missende brief van 12 juni is terecht en die van 19 juni is inmiddels ook binnen.

Brieffragment verdwaalde brief

[rec. a 7. Julij]
Ameronge den 29/19
ijuni 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd vermiste brief vande 12 deeser die al tot keulen
is geweest heb ick neffens die vande 19 deeser, deese
weeck ontfange, [tis heel goet uhEd over sijn betaeline]

Gravure van een varken met daarop met een man met een fles aan zijn mand. Er druipt vocht uit zijn mond. Hij heeft een zak achter hem en daar zit een posthoorn aan. Op zijn muts een soort vogel. Achter hem twee jongens, waarvan de ene de staart van het varken vasthoudt. Ze hebben stokken met iets eraan waar ze mee willen slaan. Het varken heeft brieven in zijn bek.
Een postiljon (postvervoerder) op een varken. Fragment uit een spotprent, anoniem, 1720. Collectie: Rijksmuseum.

Werkgever

Godard Adriaan heeft raadspensionaris Fagel geschreven over de betaling van zijn werk. Margaretha is er blij om, want het is weer eens een zootje. Godard Adriaan is op pad voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar in de praktijk zijn dat zeven provincies die allemaal hun eigen ding doen. De missie is opgezet door de Staten Generaal, maar die heeft zelf geen geld, ze zijn afhankelijk van de bijdragen van de provincies. Een deel is formeel geregeld, maar er blijft altijd gedonder over de onkostenvergoedingen.

Brieffragment raadspensionaris over betaling

[weeck ontfange,] tis heel goet uhEd over sijn betaeline
aende heere raet pensionaeris heeft geschreefve want
kan noch met de resteerende 2310f niet te rechte
koomen, [van heetere schrijft dat hollant weijgert]

Een schilderij van een man gezeten voor een halfopen roodachtig gordijn met aan de rechterkant een doorkijkje op een interieur waarin een zuil en balustrades van een balkon te zien en suggesties van personen die achter de balustrade staan. De man heeft aan de zijkant dun haar tot op zijn schouders. Bovenop zijn hoofd is hij kaal met alleen middenvoor een plukje dun haar.Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij kijkt ons met een glimlach met gesloten mond aan. Hij is gekleed in een donker kostuum met een wit befje rond zijn nek. Zijn linkerhand houdt hij met de vingers gespreid tegen zijn borst. Zijn rechterhand ligt op een tafeltje en houdt iets vast dat op een klein, lichtgekleurd doekje lijkt. Verder liggen erop tafel twee stukjes papier waarvan een met geschreven tekst en twee platte zilveren gedecoreerde doosjes.De man kijkt
Caspar Fagel (1634-88). Raadpensionaris van Holland sedert 1672, met op de achtergrond de vergaderzaal van de Staten van Holland op het Binnenhof te Den Haag, Johannes Vollevens (I) (kopie naar), 1672 – 1700. Collectie Rijksmuseum.

Onkostenvergoedingen

Nu is het zo dat er volgens de raadspensionaris de resterende 2310 gulden niet betaald kan worden, want dat zijn onkosten en die moeten door de provincies betaald worden. Holland wil niet betalen, want die hebben hun bijdragen al gedaan en dat klopt. In Utrecht hadden ze een omweg gekozen om te betalen. Uit Den Haag komt het bericht dat Groningen en Overijssel hun bijdrage voor de onkosten nog niet betaald hebben. En laat Margaretha daar nou net geen connecties hebben die radertjes in beweging kunnen zetten!

Brieffragment onkostenvergoeding

[koomen,] van heetere schrijft dat hollant weijgert
te betaelle seggen dat sij ock inde post van de=
froijemente1Defroijementen: onkostenvergoedingen hebbe voldaen het welcke hem bij
de komijs2Commies: (rekenplichtig) ambtenaar vande finansi komans3Onbekend wort gekonfir
=meert so dat dit niet alleen hapert maer
sien niet hoet in toekoomende voort sal gaen
laest inde haech sijnde heb ick verstaen dat de proo
vinsie van overijsel en greunine op dit loopende
ijaer niet niet op haer post van defroijemente
hebbe betaelt of ock noch niet hebbe te laste,
maer sulle wijt daer moete gaen soecke daer
wij mijns weetens niet Een mens hebbe hebbe die
ons daer in te rechte sulle helpe, [dat sal ons seer]

Vervolgens bedenkt Margaretha samen met Van Heteren allemaal manieren om toch een betaling te forceren. Heel creatief, maar onnavolgbaar.

Links titelcartouche met daaromheen een aantal figuren en producten die symbool staan voor de welvaart van de Republiek. Rechts legenda en schaalstok: Mille pas geometriques, Lieües communes de France, en nog drie andere. Gradenverdeling langs de randen.
Kaart van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Gerard Valck, 1690. Collectie Rijksmuseum.

Dubbele bogen

Schut is langs geweest en de bouw aan de stallen en bijbehorende paviljoens gaat gestaag door. Gestaag, maar wel langzaam. Heel… erg… langzaam. Iemand, uit de brief wordt niet duidelijk wie, heeft bedacht dat de ramen en deuren van de stallen en het koetshuis met dubbele bogen gemetseld moeten worden en dat kost gewoon heel erg veel tijd. Margaretha denkt dat het nog zeker tien of twaalf dagen duurt voor ze zo hoog zijn dat ze de balken voor de zolder kunnen gaan leggen.

Brieffragment dubbele bogen

[met den Eerste sal verwachte,] Meester Schut die
deese weeck hier is geweest is gistere weer naer
Amsterdam vertrocken, het metsel werck gaet
seer lamsaem voort ijae so dat schrick het tesien
het welcke komt door die dubbelde boochge die
sij booven de vensters en deure vande stal en
koetshuijs moete maecke daer sij deese heelle
weecke over drij vande dubbelde boochge die en twee
boven de vensters dat maer ordinarise booge sijn
boven de vensters int voorste pavelijoen
gewerckt hebbe, so datse naer mijn gissine
noch wel 10 a 12 dage werck hebbe Eersij
door gaens de hoochte sulle hebbe om de balcke
op te legge, daer toe hebbe wij al deese weeck seer
quaet weer gehadt dat al wat verhindert
heeft, [sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot]

Een bakstenen gebouw met een historische kandelaar en eerst een deur met daarboven een boograam en daarachter nog een paar boogramen. Tegen de gevel groeit en paarsbloeiende blauwe regen.
Stal met blauwe regen, Annemiek Barnouw, 2016. Je kunt je voorstellen dat het metselen van boog boven boog boven boog een klusje was waar de metselaars hun tanden op stuk konden bijten.

Wegvliegend geld

Doordat Schut er was hebben ze nog eens goed kunnen overleggen hoeveel lood er nou eigenlijk precies nodig is. De secretaris had 200 gulden gebudgetteerd, maar er zal zeker 700 gulden aan lood nodig zijn. En daar vliegt weer 400 gulden weg (kennelijk had Margaretha als ervaren bouwvrouwe al 100 gulden hoger ingezet dan de optimistische schatting van de secretaris). En het is niet alleen het lood. Zo zijn er zoveel dingen. Maarja, ze zijn nu eenmaal bezig, dus moeten ze door. Maar uit het diepst van haar hart hoopt Margaretha dat het nu bijna klaar zal zijn.

Tweede brieffragment duur lood

[heeft,] sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot
der moet weesse, den seeckreetaris hadt gemeen
datter ontrent de 200f aen loot sou moete sijn
maer nu bevint sich datter wel bij de 700f
aen loot sal moeten sijn want der noch over
de 7000 pont sal moete sijn, en dat moet
kontant gelt weesen, so dat ons dit al weer
400f buijten onse gissine gaet so gaet het al
in meer dingen, tis niet moogelijck dat men
so Effen op alles sijn staet in dit werck kan
maecken, wij sijn hier nu in en moetender
doer, hoope het nu haest ten Eijnde

sal koomen, [voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs]

Een volwassen vrouw. Ze zit aan een tafel en telt geld uit een beurs.
Vrouw die geld telt, Jan Chalon, 1793. Collectie Rijksmuseum

Voorbij vliegend bezoek

Margaretha heeft ook bezoek gehad. ‘Meneer de Kolenbel’ was zo haastig dat hij geeneens een glas wijn wilde. Justus David de Coulombel was domheer in Utrecht en Raad voor de Keurvorst van Brandenburg. De dag erna kwamen Eberhard Danckelman en zijn vrouw. Danckelman had in Utrecht gestudeerd en was de leraar geweest van de oudste zoon van de keurvorst. Hij zal in de komende jaren de Universiteit van Halle (1694) en de Berlijnse Academie voor Kunsten (1696) oprichten. Maar daar is Margaretha natuurlijk helemaal niet mee bezig. Zij wil de relaties van Godard Adriaan gewoon zo goed mogelijk fêteren.

Brieffragment bezoek

[sal koomen,] voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs
geweest Monseu de kolenbel maer was so haestich dat geen tijt
gaf hem Een glas wijn te geefve, den anderen dach sijnde
woonsdach quam den heer en vrou danckel man recht op den
Middach so de spijs op tafel wiert gedrage, sij liete vrage
of sij mij geen ongeleegentheijt soude doen naer den Eeten het huijs
te koomensien, daer op ickversocht sij bij mij wilde koomen
Eeten gelijck sijdeeden, ick gaf haer het best dat ick
kost dat tot mijn leetweesen niet veel was, sij scheene heel wel
te vreede te sijn, saegen het huijs maer wilde niet blijfven
hoeseer ickse badt wilde dien avont noch met de nacht
schuijt naer Amsterdam, so dat ick niet kost doen
het geene wel wenste, [ick heb ock inde korante gesien de]

Voor een huis met hoge ramen en luiken stopt een koets. Een man laat een vrouw uit de koets. Voor de koets staat een chique vrouw met een zwarte huik, een rode rok en witte kraag met een waaier in haar hand te wachten. Achter haar speelt een meisje met een hond. Op de trap naar de deur staat een oude man in het zwart. Hij heeft zijn hoed in de hand. Achter de koets buigen twee mannen naar elkaar. Op de voorgrond een paar kalkoenen en een haan.
Aankomst bij een landhuis, Gesina ter Borch, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Hertogdom Maagdenburg

De Keurvorst van Brandenburg heeft Maagdenburg tot hertogdom verheven. Bij de vrede van Osnabrück in 1648 was besloten dat het aartsbisdom Maagdenburg na het overlijden van de laatste administrator (gekozen bisschop), August von Sachsen-Weißenfels, zou toevallen aan Brandenburg en een hertogdom zou worden. Maagdenburg werd dus geseculariseerd. Margaretha is hier zeer tevreden mee en hoopt dat Godard Adriaan dat doorgeeft aan de Keurvorst.

Brieffragment Hertogdom Maagdenburg

[het geene wel wenste,] ick heb ock inde korante gesien de
sucksesie die den heere keurvorst aent hartoochdom
Maechdenberch heeft gedaen, ick ben inmijn pertikulier
daer in verheucht , tis Een seer groot Erfnis, wij sijn ock
veroblijgeert voorde gunst die sijn keurvorstlijcke doorluchtichheij
aen uhEd belieft te toonnen, [ick had gemeent het gras of]

Op een sokkel staat een dakvormige rijkelijk versierde kist. Op de bovenkant van het deksel bevindt zich een kruisbeeld, met daaronder een korte Duitse biografie van de hertog. De kist staat op meerdere plastisch vormgegeven leeuwen, die ringen (handgrepen) in hun bek dragen. Aan het hoofdeinde van de kist liggen de hertogskroon en de bisschopsmuts. De kist staat onder een zwart baldakijn.
Opbaring van het lijk van Hertog August von Sachsen-Weißenfels, 1680. Collectie Museum Weißenfels – Schloss Neu-Augustusburg.

Hooi

Margaretha sluit haar brief af met een praktisch puntje. Ze had het hooi op de bovenste “bolle” (uiterwaarde) graag verkocht, maar dat is niet gelukt. Nu moet ze dus zelf gaan hooien, maar ze moet nog zien hoe ze dat voor elkaar krijgt met dit weer.

Brieffragment hooien

aen uhEd belieft te toonnen, ick had gemeent het gras of
hoeij van boovenste bol te verkoope maer heb niet gekost moet het
selfver hoeijen en heb sulcken quade weer daer op dat ick nie
weet hoet tot hoeij sal krijgen sullen ons best doen ent voort
godt almachtich beveelle, die uhEd in sijn heijlige bescherminge
wilneemen, blijfvende
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff
M Turnor

In een heuvellandschap staat een man met een zeis, een vrouw tilt het hooi op. Achter de man met de zeis zit een man met zijn zeis onder de arm uit een kan te drinken. Op de achtergrond staan hooibergen en mensen hooi te verzamelen.
Wandtapijt dat juli voorstelt, Mortlake Tapijtfabriek, 1660-1669. Collectie Victoria & Albert Museum.

Calèche

Margaretha heeft haar papier helemaal volgeschreven, maar er komt toch nog een prangende nabrander. Die schrijft ze maar op een los papiertje. Het koetsje (calèche) uit Berlijn slijt zo dat ze er eigenlijk niet meer mee de weg op kan. En dat terwijl ze hem maar één keer sinds Godard Adriaans vertrek gebruikt heeft! Kennelijk is de slijtage al voor zijn vertrek ontstaan, want Margaretha wil eigenlijk wel een nieuwe. En als het kan, dan met een iets grotere deur. Nu moet ze er zijwaarts in en dan is het nog ingewikkeld om er in of uit te komen. Margaretha heeft geluk dat ze niet in de voertuigen van de moderne rijken hoeft te stappen: met al die rokken in een Porsche of Ferrari stappen is helemaal een ellende. De moderne drempels zijn daarentegen een fluitje van een cent vergeleken bij de slechte wegen waarover Margaretha moest in haar calèche.

Briefje Berlijnse caleche

ons berlijns kalesge hoewel ickt selfve maer Eens
sint uhEd vertreck heb gebruijckt, gaet seer af en
so dat ment selfve niet sonder vrees van op de wech
te breecke kan gebruijcken, so uhEd weer so Een belieft
te hebbe sou daer sijnde Een weer konne versorchgen
in welcken geval ick wenste de portiere om wt
en in te gaen Een weijnich wijder mochte sijn
ick moet hier vanter sijden wt en in gaen en
dan heb ickt noch quaet genoech om in of
wt te koomen

Vanaf het water zien we een hoge brug waarop een koetsje rijdt. Een vrouw hangt haar was over de reling. Links op het water ligt een praam, we zien nog net de bovenkant van de gevels van de huizen aan de linker kant. Onder de brug door zien we de gracht met de werfkelders , daarachter een volgende brug en een poort.
De Weerdpoort van binnen, Cornelis Pronk, 1748. Collectie British Museum. De koets op de brug lijkt op een calèche.
  • 1
    Defroijementen: onkostenvergoedingen
  • 2
    Commies: (rekenplichtig) ambtenaar
  • 3
    Onbekend

Geaffectioneerd

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 juni 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 23 juni 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha is twee dagen naar Den Haag geweest om zaken te regelen. Er ligt nog een rekening van 4000 gulden, maar ze krijgt het geld maar niet los. Ze heeft nu met de financiële topman van de Republiek, ontvanger Cornelis de Jonge-van Ellemeet geregeld dat die rekening gesplitst wordt. Hij heeft er één rekening voor Utrecht van gemaakt en de rest moeten ze maar bij Holland zien te krijgen. Ze had pech, want het was pinksteren, dus alle heren die ze ook nog had willen spreken waren juist níet in Den Haag. Gelukkig gaat Van Heteren woensdag naar Den Haag, dan zal ze hem een duidelijke opdracht geven. Net als vier jaar geleden is er gedoe over de defroyementen, de onkostenvergoedingen.

Brieffragment financiën in Den Haag

[rec.a 23.en Junij. ]
Ameronge den 16/6
ijuni 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande 5 deeser heb ick inde haech
sijnde ontfange, waer ick twee dage ben geweest
om te sien hoe ick het bewuste aquiet1Acquit: vereffening van een schuld of rekening daer
tot wttrecht geen hoop toe was om ten volle
betaelt te krijge, bij den ontfanger Ele=
=meeteOntvanger-generaal2Cornelis de Jonge van Ellemeet gesplitst te bekoome, het welcke
hij gedaen heeft en mij Een aquiet in
plaets van 4000f ter som vande 1690f op
wttrecht gegeefve de resteerende 2310f
sulle wij op hollant moeten ont sien te ont
=fange, vermidts de pinstere waeren de
meeste heere wt den haech so dat ick daer
niemant van heb konne spreecke [als]

Brede straat met wat hoge bomen. Het eerste huis links is twee verdiepingen hoog en meer dan tien ramen breed. Daarachter een huis met een fronton, daarvoor staat een koets. Verderop staat op de straat een pomp. Op straat lopen mensen en er staat een koets. De bomen staan vol in blad.
De Kneuterdijk met links het huis van de Van Reedes. Het huis met de koets ervoor is de woning van Johan de Witt, onbekende maker, ca 1690. Collectie Gemeentearchief Den Haag.

En weg is het weer

Gelukkig heeft ze het geld van Utrecht (1690 gulden) gekregen. Normaal schrijft ze dan een memorie die ze bijsluit, maar nu is het gewoon onderdeel van de brief. Het zijn ook niet heel veel posten, alleen de turf voor de steenoven was al 1311 gulden. En voor de 2310 gulden die ze al dan niet van Holland krijgt, is het nog even puzzelen: Godard Adriaan heeft geld nodig en Temminck heeft geld voorgeschoten. Dan is ook dat geld alweer op.

Gelukkig ligt er ook nog een kans. Goede vriend Joan Carel Smissaert is komen zeggen dat het Domkapittel waarschijnlijk wat land afstoot in het dorp en dat ziet Margaretha wel zitten. Nou heeft hij aangeboden het voor hun te willen kopen. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan het er nog steeds mee eens is. Het gaat om een stuk land op het Encker. Op een kaart uit 1696 wordt dit stuk land genoemd. In de legenda staat het land onder “Landereijen het Huijs te Amerongen gehoorende”, dus kennelijk is de koop gelukt.

Brieffragment land van het Domkapittel

[selfs behoef legge 550f,] gistere tot
wttrecht sijnde quamden heere smitser
mij segge dat als merge bijt kapittel
vande dom soude gereesolveert worde
Eenige kleijne perseeltges landerije te ver
koope ep dewijlle ick hem volgens uhEd
last voordees had versocht de 3 1/2 of 4
merge lant opt Encker dat de maijoor
ijannquint van gerit de kruijf in pacht
heeft overgenoome, welcke pacht ijaere
nu wt sijn, voor ons te koope sou hij sien
het daer heen te deerijeere3Vermoedelijk een variant van dirigeren in de betekenis van richten het selfve lant
mee verkocht soch worde en hijt voor ons
koope dat ick hem versocht heb te wille
doen hoope uhEd noch van die intensie
is en daer wel ingedaen te hebbe, [ick]

Plattegrond met links duidelijk het kasteelterrein. Rechts daarvan drie stukken land. In het middelste en grootste stuk staat B. Encker.
Fragment uit Kaarten van de landerijen te Amerongen binnen de Kaa, met registers van de landerijen van het huis Amerongen en die van particulieren, 1696. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. Rechts naast het Kasteelterrein B Encker.

De jacht

Margaretha weet zeker dat ze haar man al geschreven heeft dat Willem III drie keer is wezen eten en zelfs een keer een nacht op Amerongen geslapen heeft. En alles was (natuurlijk) naar wens. Nu is hij met Mevrouw de Prinses in het jachtslot in Dieren. Hij is natuurlijk aan het jagen en dat gaat er zo heftig aan toe, dat zoon Van Ginkel al een paard kwijt geraakt is…

Margaretha schrijft meestal op een dubbelgevouwen blad en als ze de laatste pagina gaat beschrijven, draait ze soms opeens het vel om en gaat overdwars verder.

Brieffragment jacht. In de afbeelding twee fragment van briefpapier met verschillende breedte.

[is en daer wel ingedaen te hebbe,] ick
weet niet beeter of heb uhEd geschreefe

dat sijn hoocheijt hier drije mael heeft gegeete en een nacht gesla
pen was heel wel te vreede, is nu met Mevrou de prinses
tot dieren, daer hij seer sterck ijaecht en de heer van
ginckel al Een ofa paert door heeft verlooren, en tis
noch maer Een begin, [de seeckreetaris seijt uhEd alle]

Een hert wordt ingesloten door honden en ruiters te paard die van links en van rechts komen. Boven de hoofden van de ruiters zie je nog net delen van de plattegrond.
Fragment van Platte grond van de heerlijkheijt van Roosendaal buyten Arnhem : na de voetmaet afgetekent, 1718. Tekening Barend Elshof. Collectie Gelders Archief.

Meer pinksterleed

Margaretha heeft weinig over de bouw geschreven, want de secretaris heeft aangegeven dat hij Godard Adriaan elke twee weken geschreven heeft. Kennelijk is ook dat niet aangekomen, dus ze brengt even het laatste nieuws. Door de pinksteren en Margaretha’s afwezigheid zijn de werklieden weer eens niet opgeschoten. Ze verwacht dat de metselaars over twee weken zo ver zijn dat de balken op de eerste verdieping gelegd kunnen worden.
Door het wisselvallige weer is het nog niet gelukt om de steenoven te stoken. Margaretha is bang dat ze dit jaar de steenoven maar één keer zullen kunnen stoken. Nu maar hopen dat dat genoeg stenen oplevert. In bovenstaande kaart ligt de steenoven in veld C.

Brieffragment vordering bouw

[noch maer Een begin,] de seeckreetaris seijt uhEd alle
veertien dage geschreefve te hebbe waerom ick te min vande
timeraesge geschreefve hebt en moet tot mijn leet weese segge
datter met de pinster weeck en in mijn apsensi int werck
niet veel gevordert is so ickt aen sien hebbende metselas
noch ontrent de veertiendage werck Eerse de balcke vansde
Eerste verdiepine leggen, die varijabelle weer doet den
steenoven ock niet veel vordere vrees wij maer Eens
sulle konne afstoocken doch hoope mij daermee tot ons
behoef genoech steen sulle hebbe, [dit is alt geen ick]

De rokende metselaar. In een herberg heeft een groepje boeren zich verzameld rond een zittende metselaar die een pijp rookt. Een hond snuffelt aan zijn gereedschap dat op de grond ligt, op de achtergrond enkele figuren rond een haard.
Een rokende metselaar met zijn makkers in een herberg,
David Teniers (II), ca. 1675. Collectie Rijksmuseum.

Romantiek

Normaal zou dit blog hier eindigen, want meer heeft Margaretha niet geschreven. De standaardafsluiting van Margaretha’s brieven kennen we inmiddels wel, dus dat is niet echt blogwaardig. Maar deze keer springt Margaretha volledig uit de band. Normaal sluit ze de laatste zin af met “blijfve” en dan volgt nog “Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff”

Deze brief “blijft” ze niet alleen, maar deze keer kan Godard Adriaan er verzekerd van zijn dat ze “blijft zolang ze leeft”. En in plaats van alleen “uw getrouwe wijff” vindt ze zichzelf nu “uw getrouwe en geaffectioneerde wijff”. In de brief is geen spoor te vinden van waar die plotselinge affectie vandaan komt.

Afsluiting brief

[behoef genoech steen sulle hebbe,] dit is alt geen ick
weet te schrijfve, als uhEd verseeckere te sijn en sal
blijfve so lange ick leef

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe en geafexsioneerde wijff
M Turnor

Vrouw stopt een brief in de holte van een boom. Ze kijkt over haar schouder of er niemand mee kijkt.
Brievenbus van de geliefden, George Baxter naar Jessie McLeod, 1856. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Acquit: vereffening van een schuld of rekening
  • 2
    Cornelis de Jonge van Ellemeet
  • 3
    Vermoedelijk een variant van dirigeren

Friese hoofden

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 28 augustus 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 2 september 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

De brief begint met Margaretha’s reactie op commentaar dat ze van Godard Adriaan gehad heeft. Waarop hij commentaar had weten we niet, maar waar Margaretha eerder nog wel eens haar excuses aanbood, doet ze dat nu niet. Het was haar goed recht te schrijven wat ze schreef en ze zegt er geen woord meer over! Zo.

Aanhef brief

uhEd schrijfvens vande 22 deeser heb ick ontfange, het
doet mij leet daer wt te sien uhEd so qualijck neemt
het geene ick tot Enckele waerschouwine heb ge=
schreefve , waer toe ick oordeelle niet alleen verplicht
maer ock gerechticht te weese doch sal hier niet
meer van segge, [ick verstaen haer hooch Mo]

Regelement voor ambassadeurs

De Hoogmogende Heren1De afgevaardigden van de provincies in de Staten Generaal hebben een nieuw regelement gemaakt voor de uitlandse ministers en dat lijkt nogal wat gedoe te geven. De informatie die Margaretha geeft over het reglement is niet heel helder. Dat kan drie oorzaken hebben: ze formuleert rommelig, ze begrijpt het zelf niet of het is voor iedereen onduidelijk. Om te beginnen schijnen de Hoogmogenden Godard Adriaan alle informatie toegestuurd te hebben met de vraag of hij terug wil komen. Maar Margaretha waarschuwt: ze bedoelen niet dat hij thuis mag komen, maar ze willen de nieuwe regels niet zomaar toezenden. En ze waarschuwt ook dat hij een beetje rekening moet houden met die nieuwe regels en zich daar vast naar moet voegen.

Brieffragment over het nieuwe reglement

[meer van segge,] ick verstaen haer hooch Mo
met de laeste post uhEd haer reesolusie2Resolutie: besluit hebbe toe
gesonde waer bij versocht wort opt spoedichste
Een keer herwaerts te doen waer op mij wat
naerder heb geinformeert maer so ick bericht
werde ist selfve niet met intensie om uhEd
weerderwaerts te sende, maer om dat se niet
wel wiste met wat fatsoen sij uhEd de nieu
=we reesolusie opt nieuwe gemaeckte reegle=
ment voorde wt lantse3voorde wt lantse: voor de uitlandse, ofwel voor de ministers in het buitenland menistrees4Ministers: In toepassing op den vertegenwoordiger van een staat bij eene vreemde mogendheid of op eene internationale conferentie; ook publiek minister geheeten. Thans (1906) alleen nog in den titel van ministerresident, en in den hoogeren van buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister, in rang volgende op dien van gezant. soude
toesende geschiet, waer op uhEd belieft ver=
=dacht te sijn en sijn affaereesA5ffaires: zaken aldaer
wat naer te deerijgeere6Dirigeren: inrichten , [deese merge is den]

In de PS blijkt dat ze dacht de resolutie met de vorige brief gezonden had, dat was niet zo, dus sluit ze hem nu bij. Het nieuwe reglement wordt naar alle ambassadeurs gestuurd, maar dus niet naar Godard Adriaan.

Een stoet met mensen te paard komt een heuvel op, rechts boven en vooraan een hollander met een grote zwarte hoed naast een man met een tulband op.
De Nederlandse ambassadeur op weg naar Isfahan, Jan Baptist Weenix, 1653 – 1659. Collectie Rijksmuseum

Geld

Er zal ook eens geen gedoe om geld zijn. Eén van de officiers van de troepen die Godard Adriaan geworven heeft, heeft aan de Staten een brief geschreven dat hij nog geen geld ontvangen heeft van Godard Adriaan. Caspar van Kinschot waarschuwt Margaretha voor deze brief en geeft aan dat ze haar man moet waarschuwen. Hij gaat ervan uit dat Godard Adriaan nog geen actie hoeft te ondernemen, dat kan ook nog als hij thuiskomt.

Een houtgesneden pion met een lachende kop die iets naar links is gewend. Hij draagt helm en harnas; een sjaal is losjes over de schouders gedrapeerd. Een palmblad bedekt horizontaal rug en snijrand. Een haakje vooraan op het harnas.
Borstbeeldje van een soldaat (schaakpion), Adriaen van der Werff, ca. 1678 – ca. 1722. Collectie Rijksmuseum

Friezen hebben wondere hoofden

Van de vloot heeft Margaretha nog niets gehoord, want de gedeputeerden zijn nog niet terug. Over de voortgang van de oorlog in Friesland weet ze des te meer te vertellen. Het schijnt in Friesland te haperen. En ze weet ook hoe het komt: de Friezen hebben wondere hoofden. Er ligt een flinke troepenmacht van Bommen Berend (de bisschop van Münster) en de Fransen, maar de Friezen wilden niets weten van een waterlinie. Dat was het advies geweest van de gecommitteerden die daar geweest waren. Als er iets gebeurt, is het dus hun eigen schuld.

Twee vrouwen in Friese klederdracht, de rechter vrouw verkoopt boter uit een doosje. Onderdeel van een gebonden uitgave van de reeks van vierentwintig platen van Nederlandse klederdrachten in het Koninkrijk der Nederlanden aan het begin van de negentiende eeuw door Maaskamp, 1829.
Friese boterverkoopster, Ludwig Gottlieb Portman, naar Carel Jacob van Baar van Slangenburg, naar Jan Willem Pieneman, 1829. Collectie Rijksmuseum

De Friezen hadden zeker wel aan hun waterlinie gewerkt, alleen was er daar net zoveel gedoe over als in Utrecht en Holland. Een groot probleem was dat het water dat voor de Friese waterlinie gebruikt werd, uit de Zuiderzee kwam en dus zout was. Geen wonder dat de Friese boeren daar niet blij mee waren.

Brieffragment over de Friese hoofden

[gekoome,] in vrieslant vreest me dat het hapert
men seijt dat de Munsterse die net 5 a
6000 franse so men seijt versterckt sijn
in vrieslant somige segge in oostvrieslant
andere int ander vrieslant ingevalle sou
=de sijn, daer gaen weer Eenige ruijterij na
toe alste maer niet te laet koome, de
vriese hebbe wondere hoofde , wij hebbender onse
gekomiteerdees gehad daer kinschot Een
w van is geweest om haer te perswadeere7Persuaderen: Overtuigen
dat sijt daer de meeste prijckel8Perikel: Dreigend gevaar was onder
water soude sette maer sij hebbe niet gewilt
so dat soder nu Eits overkomt het haer Eijge
schult sou sijn, [tis wel bedroeft men hoort]

Kaas

Tijd om af te ronden. Het is niets dan ellende, gelukkig geeft de vloot nog wat hoop. Mag de Heer haar lieve man maar een goede reis geven en zorgen dat ze elkaar gezond weerzien.

PS: De Parmezaanse kaas!!! Dit feuilleton loopt dus al sinds april! De laatste keer dat ze erover schreef was in mei en toen had ze nog niks van de kaas gehoord. En nu is dan eindelijk de tweede kaas aangekomen en hij is groot…

Kennelijk heeft Godard Adriaan een Christoffel in dienst, want zijn vader heeft Margaretha geschreven…

Brieffragment met afsluiting en Parmezaanse kaas

[schult sou sijn,] tis wel bedroeft men hoort
alwat te lande raeckt niet als swaericheij
ter see konne wij godt niet genoech dancke
voor sijne genade, die uhEd Een geluckige
en spoedige reijs wil geefve dat wij deselfve
in gesontheijt hier mooge sien ondertusche
blijfve
Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor
gistere heb ick
weer van breeda Een schoone groote permesaense kaes gekreechge
veel grooter als de Eerste, stoffels vader
schrijft in lange geen briefve van sijn soon
gehadt te hebbe

Een vrij onduidelijk schilderij. Rechts staat trots een stuk parmezaanse kaast op een tinnen bord en daarnaast liggen een abrikoos en een mandarijn. Op de voorgrond een dode fazant en wat kleine vogels. Links hangen twee grijze vogels (duiven?).
Stilleven met wild en een stuk parmezaanse kaas, Bartolomeo Arbotori. Collectie Museo del Parmigiano Reggiano
  • 1
    De afgevaardigden van de provincies in de Staten Generaal
  • 2
    Resolutie: besluit
  • 3
    voorde wt lantse: voor de uitlandse, ofwel voor de ministers in het buitenland
  • 4
    Ministers: In toepassing op den vertegenwoordiger van een staat bij eene vreemde mogendheid of op eene internationale conferentie; ook publiek minister geheeten. Thans (1906) alleen nog in den titel van ministerresident, en in den hoogeren van buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister, in rang volgende op dien van gezant.
  • 5
    ffaires: zaken
  • 6
    Dirigeren: inrichten
  • 7
    Persuaderen: Overtuigen
  • 8
    Perikel: Dreigend gevaar

Zeeslagen en geldnood

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 juni 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 20 juni 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

In haar vorige brief meldde Margaretha dat er schoten gehoord waren. Helaas moet ze deze brief meedelen dat het net zo plotseling als het begon weer opgehouden is. Men dacht dat de vloten weer een zeeslag leverden, maar het laatste nieuws is dat het bij een slag gebleven is, die we gewonnen hebben. En daar heeft ze God voor gedankt.

Brieffragment over het schieten

rec.1Recepteren van het Latijn receptare: ontvangen 20 Junij in Hamburgh2Handschrift van Godard Adriaan

haech den 16
ijuin 1673

Mijn heer en lieste hartge
het viement3Ook wel vehement: hevig schiete dat men bij mijne laeste seijde
weederom gehoort te sijn en men meende
de scheeps vlooten voor de tweede mael aen malka
=nderen waeren is op Een onseecker segge
teenemael verwdweene en ist tot noch toe
bijt eerste slaen gebleefve, daer bij wij volgens
mijne voorgaende de avontaesge4Avantage: voordeel hebbe gehadt
daer godt voor gedanckt moet sijn, [ick had volge]

De beruchte 10.000 guldens

Na het spannende nieuws over de zeeslag gaat de brief weer over op de orde van de dag. Een groot deel van deze brief wijdt Margaretha namelijk aan haar pogingen om de vergoeding van 10.000 gulden voor Godard Adriaans werk te krijgen. Er zit nog steeds weinig schot in. Na al haar eerdere pogingen om de raadpensionaris en de griffier te spreken heeft ze nu besloten om haar doel op een andere manier te bereiken. Ze is de individuele gecommiteerden van Holland gaan benaderen.

Ze krijgt behalve medeleven weinig los. De heer van Asperen brengt het onderwerp nog op in een vergadering maar komt terug bij Margaretha met het harde antwoord dat er gewoon geen contant geld te vinden is in het land om haar te betalen. Al het geld wat de Staten-Generaal binnen krijgt stroomt meteen weg naar het leger en alle andere zaken die betaald moeten worden.

Eerste brieffragment over de 10000

[daer godt voor gedanckt moet sijn ,] ick had volge
toe seggine en belofte vande ontfanger wtdenboo
gaert gemeent gelt te krijge maer in plaets van
dat laet hij mij schrijfve wel tienduijsent gul ind 
post van defroijemente5Defroyement: onkostenvergoeding over betaelt te hebbe over
sulcks mij niet Een stuijver kost geefve tenwaere
de heere gekomiteerde rade Een Exstroordinarise
subsidie hem liete toekoome hetwelcke ick bij
moste versoecke, daer ick nu deese heelle weeck
van smergens te ses Eure tot savonts toe
om op de been ben geweest, en verscheijde heere
over heb gesproocke den r p6Gaspar Fagel, raadspensionaris is hoe vroech of
laet ick koom niet thuijs te vinde of als hij
al thuijs is doet hem Exskuseere en niet aen

Tweede brieffragment over de 10000
Derde brieffragment over de 10000

te treffe voor al die ick heb konne spreecke
sijnde geweest den heer van Asperen7Philip Jacob van den Boetzelaer den heere
tulp van Amsterdam8Tulp is Nicolaas Tulp, die we nu vooral kennen van Rembrandts Anatomische les. Hij was ook burgemeester van Amsterdam en zat in de Gecommiteerden Raad in Den Haag den heere van nael
twijck van dort9Adriaan van Blijenburg, heer van Naaldwijk, uit Dordrecht den heere van gorckom10Kennelijk weet Margaretha niet hoe de gecommitteerde van Gorinchem heet.
gaefve mij alle seer beleefde woorde en seijde
haer best te wille doon, maer seijde alle en
voornaemlijck Asperen en tulp vrij wat ronder
wt11Vrij wat ronder uit: ronduit dat niet moogelijck is voor hollant ver
midts dandere provinsie niet betaelde het
te konne op brenge12Margaretha benadert nu de verschillende gecommiteerden van de Staten van Holland apart dat sij haer beste soude doen
en alst niet weesen kost dat hij tup13Er staat “tup” maar dit hoort Tulp te zijn hoopte
en versocht ick alsnoch paesijensie soude
hebbe, waer op ick alles reeplijseerde14Repliceren: antwoorden wat
tot ons Erlange15Erlangen: verwerven, verkrijgen diende, nu ben ick gistere
avont weer bij den heer van Asperen gewee
weest om te hoore wat daer dien merge in
was gedaen also hij aengenoomen had
het inde vergaderin voorte brenge, het
welcke hij seijde gedaen te hebbe, maer
ock hoewel alde heere ons geneegen waer
het niet moogelijck was alsnoch Eenich
gelt te geefve, datter so veel koste aent lant
gedaen wierde dat al kontant gelt most sijn
dat niet moogelijck was langer op te

brenge, [seijde ock met de r p daer over gesproocke]

7 mannen met ontblote hoofden en witte kragen staan over een naakte dode man met een lendedoek gebogen. Rechts staat een man (dr. Tulp) met een hoed op en een bescheidener kraagje. Hij heeft in zijn rechterhand een schaar waarmee hij een pees of spier in de opengelegde linkerarm van de dode man wil doorknippen.
De anatomische les, Rembrandt van Rijn, 1632. Collectie Mauritshuis Den Haag

De terugkeer van Godard Adriaan?

Het zijn niet enkel de financiën die stroef lopen, ook de terugkeer van Godard Adriaan blijft maar spaak lopen. Dit keer met een wel heel erg unieke reden: Godard Adriaan heeft helemaal niet verzocht om naar huis te komen!

Tenminste, dat is wat de heer Van Asperen Margaretha probeert te vertellen. Wat een klinkklare onzin! Het is inmiddels al vier maanden geleden sinds Godard Adriaan een bericht aan Willem III stuurde met de vraag of hij terug mocht komen. Dat dat nog steeds niet gebeurd is, is wel heel raar aangezien van Asperen ook vertelt dat Godard Adriaans verblijf in het buitenland nogal duur aan het worden is en het niet zeker is of de Republiek het wel kan betalen. Het is toch ook van de zotte! Deze redenering gebruikten Margaretha en Godard Adriaan maanden eerder om de Staten-Generaal en Willem III ervan te overtuigen om Godard Adriaan terug te laten komen en toen moest hij nog op zijn post blijven.

Duidelijk is hier iets fout aan het gaan in de bureaucratie, maar waar? En hoe is het op te lossen?

Brieffragment over de thuiskomst van Godard Adriaan

[brenge,] seijde ock met de r p16Gaspar Fagel, raadspensionaris daer over gesproocke
te hebbe die van gelijcke seijde dat ick noch Een
nige tijt paesijensie moste hebbe, of hij heer
van Asperen verder met de heer r p onsent
weege had gesproocke of niet is mij onbekent
maer seijde mij ick moet v17Hier spreekt Margaretha haar man aan met u in plaats van uhEd… inkonfidensie
segge dat ick vrees de heer van Ameronge
langer wt sal blijfve als wij hem sulle
konne betaelle, wij sijn verwondert dat
hij niet versoeckt thuijs te koome waer op
ick antwoorde uhEd het selfve al over
4 maende versocht hadt en so aen sijn hooch
als aenden staet, dat ickt selfve wt uhEd
naem noch booven de briefve die uhEd daer
over had geschreefve aen sijn hoocheijt hadt
versocht en tot antwoort bekoome dat het
doen noch niet kost weesen, hem teegemoet
voerenderen dat uhEd sonder gelt niet buij
=tens lants koste sijn, dat ick dewijlt weese
most noch wel Een korte tijt paesijensie soude
hebbe maer badt hij toch sorch wilde drage
mij die ordinansi mocht worde voldaen het
welcke mij belooft heeft, ick sal met laete
aen te houde en sien daer van voldaen te
worde maer hoet in toekoomende sal gaen
weet ick voorwaer niet, vrees sij difukulteij

Een rechthoekig schema van veren en bewegende metalen staafjes. Die worden aangestuurd door een sleutelgat in het midden en zorgen er voor dat er metalen staven aan de zijkant uitzetten in de zijkanten van de kist.
Ontwerp voor het sluitsysteem aan de binnenkant van het deksel van een geldkist, anoniem, ca. 1680 – ca. 1740. Collectie Rijksmuseum.
(Het kan ook de route kaart zijn die Margaretha moet volgen om geld uit betaald te krijgen voor het werk van haar man)

Krappe kas

Die krappe kas waardoor Godard Adriaan niet betaald kan worden, leidt ook bij de milities tot problemen. De pagadoors krijgen geen geld meer en dus worden de soldaten niet meer betaalt. Het lijkt wel of de Republiek failliet dreigt te gaan.

Om dit tegen te gaan hebben de Staten van Holland besloten om de 100e penning en 200e penning weer te gaan innen. Meer vermogensbelastingen dus. Dit was in januari ook al gebeurd en het bleek toen redelijk goed te werken. Hoe hoog de inkomsten deze keer zullen uitvallen is een beetje een raadsel want de waarde van goederen in Holland is ingestort sinds de oorlog begonnen is. Uit andere gewesten zal weinig tot niets gaan komen, deze zijn nog steeds bezet door de Fransen.

Brieffragment belastingen

sulle maecke ordinansi te passeere, ick kan segge dat
van ijder hoor der groote schaersheijt van gelt is, hoe
het noch met de betaeline vande meliesi salsgaen vreest 
men seer, de meeste pagadoors18Pagador: betaler wildender weer wt
scheijde, men heere van hollant sijn vergadert en
beesich om weer den 100 ste penin in gift en den
200 pen19200ste penning: Vermogensbelasting bij forme van kapijtaelle leeninge in te
willge hoe dat gaen sal weet ick niet de liede
trecke hier in hollant de meeste niet en dandere
heel weijnich van haer goet20Los van het feit dat de andere provincies niet meer betalen, omdat ze bezet zijn, zijn ook de inkomsten van de Hollandse goederen ingestort, waardoor belastingen instorten…, Een vreede diende ons
best tis uhEd niet te schrijfve hoet hier is, [uhEd]

Interieurscène met schrijvende man aan een lessenaar; links een openstaande geldkist en een wachtende man; rechts een deur met in de omlijsting een familiewapen. Boven op een bal een maatverdeling in voeten(?).
Interieurscène met schrijvende man aan een lessenaar naast een openstaande geldkist, Abraham van Strij (I), 1763 – 1826. Collectie Rijksmuseum

De grote mond van Welland

Margaretha’s brief eindigt met een klein nieuwtje over neef Welland: hij is de oorzaak van zijn eigen ongeluk. Zouden zijn avances bij Juffrouw van der Wijlle mislukt zijn misschien? Wat hij precies gedaan of gezegd heeft schrijft Margaretha niet maar haar conclusie is niet mals. Als hij nu maar had geluisterd naar wat zij van de winter zei…

Brieffragment over neef Welland

[het selfve toch wel te overdencke ,] wat de heer
van wellant aengaet die is selfs vrij wat oorsaeck
van sijn ongeluck met sijn mont niet te konne snoere
dat ick hem deese winter genoech vermaent en ge
seijt heb uhEd sou niet geloofve hoemen sien moet
wat en waermen Eits seijt, ick wenste uhEd alles
wist maer kant so niet schrijfve, hiermeede
blijfve
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

P.S. Victorie!

Begint Margaretha haar brief nog met een aarzelende mededeling, de ps begin ze met een opgelaten kreet van blijdschap! De genade Gods waar ze eerder om smeekte is gekomen en de Republiek heeft de Tweede Slag bij Schooneveld gewonnen! De precieze details zijn nog wat vaag omdat het nieuws zo vers is maar één ding is voor Margaretha zeker: deze grootste overwinning zal bijdragen aan de vrede waar iedereen al zo lang naar smacht.

Brieffragment over de tweede slag bij schooneveld

p s so aenstonts kome briefve van luijte Admi
tromp21Luitenant-Admiraal Cornelis Tromp wt onse vloot hoe dat de selfve
weer slaechs sijn geweest gelijcke uhE
wt de kopije daer van hier neffens geaende
kan sien wij konne godt niet genoech
dancke voor sijne genade, maer is be
=droeft donse door gebreck vande kruijt het
welcke men voor de gemeente22Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt. versust
weer naer schoonevelt moste keere
so schijnt hebbe donse noch moet omse
noch Eens aen te legge, tis voorwaer
Een groote vicktvorije voort lant
nu heeft men hoop om t in korte
tot Een goeije en gewenste vreede
te geraecke het welcke ons dien
groote godt wil geefven inwiens
heijlige bescherminge uhEd beveelle

Gravure met een scheepsslag. Verschillende schepen liggen in groepjes bij elkaar, zo nu en dan zie je scheve masten, rookwolken en vooraan ligt een zinkend schip.
Tweede Victorieuse Zee-slag, door de Nederlanders tegen de Franse en Engelse Zee-machten bevochten, den 14 Iuny Ao. 1673, Anoniem, 1673. Collectie: British Museum
  • 1
    Recepteren van het Latijn receptare: ontvangen
  • 2
    Handschrift van Godard Adriaan
  • 3
    Ook wel vehement: hevig
  • 4
    Avantage: voordeel
  • 5
    Defroyement: onkostenvergoeding
  • 6
    Gaspar Fagel, raadspensionaris
  • 7
    Philip Jacob van den Boetzelaer
  • 8
    Tulp is Nicolaas Tulp, die we nu vooral kennen van Rembrandts Anatomische les. Hij was ook burgemeester van Amsterdam en zat in de Gecommiteerden Raad in Den Haag
  • 9
    Adriaan van Blijenburg, heer van Naaldwijk,
  • 10
    Kennelijk weet Margaretha niet hoe de gecommitteerde van Gorinchem heet.
  • 11
    Vrij wat ronder uit: ronduit
  • 12
    Margaretha benadert nu de verschillende gecommiteerden van de Staten van Holland apart
  • 13
    Er staat “tup” maar dit hoort Tulp te zijn
  • 14
    Repliceren: antwoorden
  • 15
    Erlangen: verwerven, verkrijgen
  • 16
    Gaspar Fagel, raadspensionaris
  • 17
    Hier spreekt Margaretha haar man aan met u in plaats van uhEd…
  • 18
    Pagador: betaler
  • 19
    200ste penning: Vermogensbelasting
  • 20
    Los van het feit dat de andere provincies niet meer betalen, omdat ze bezet zijn, zijn ook de inkomsten van de Hollandse goederen ingestort, waardoor belastingen instorten…,
  • 21
    Luitenant-Admiraal Cornelis Tromp
  • 22
    Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén