De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Missende brieven

Van alles wat!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 januari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft de brief ontvangen die Godard Adriaan op 31 december 1679 heeft geschreven, maar kennelijk was haar vorige brief nog niet aangekomen. En ze zat zo op antwoorden te wachten!

Aanhef en Margarethe had graag antwoord gehad

[reca. 22.e Januarij]
Ameronge den
13/3 ijanwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd schrijfve van 31 pasato heb ick ter
rechter tijt ontfange, had gehoopt daer bij
antwoort op mijne voorgaende gehadt te hebbe

Margaretha wacht op antwoord

Ze wilde nou juist zo graag weten of Godard Adriaan akkoord was met haar plan om weer stenen te gaan bakken. Er zijn nog steeds stenen nodig en ja, geld is natuurlijk een probleem, maar er moet wel een besluit genomen worden. Iedereen is nu op zoek naar werk voor de zomer en voor je het weet, is er niemand meer in te huren!

En nog wat anders, dat land van Kornelis Verweij. Hij wil 300 gulden per morgen, dat komt totaal op 1650 gulden totaal. Is Godard Adriaan nou akkoord of niet?

Brieffragment huur personeel steenoven

om te weeten of uhEd beliefte is dat wij de
aenstaende soomer weer steen sulle backe
het welcke mijns oordeels nootsaecklijck
waer, als wij maer raet tot het gelt
konne vinde, het wort nu hooch tijt omt
volck aen te neeme want Elck begint
al naer werck voor teegens de soomer
wt te sien, [hoe veer ick wete het lant]

Tekening van een meisje op blote voeten dat voor zich een steenvorm voor een baksteen draagt.
Werkster op een steenfabriek, Anthon Gerhard Alexander van Rappard, 1880-1890. Collectie Rijksmuseum.

Diplomatie

Niettemin, Margaretha leeft wel mee met haar man. Ze hoopt dat het met zijn ‘affaerees’ daar goed zal gaan en dat de ministers van de keurvorst Godard Adriaan wel gezind zullen zijn zodat hij snel zaken zal kunnen doen.

Ondertussen heeft Margaretha vanuit Den Haag gehoord dat de koning van Frankrijk alle moeite doet om een bondgenootschap te sluiten. Ze wenst de Staten wijsheid toe en hoopt dat ze voorzichtig zullen zijn. Margaretha houdt niet van oorlog.

[ten beste geschickt heeft,] hoope dat met
de affaerees1Affaires: Zaken, bekommernissen daer uhEd omdaer is, ock
noch al ten beste sal gaen, en dat de dis
posiesi2Dispositie: Vrij gebruik, beschikking vande menisters sal toe laete uhEd
haest inde besoeijngees3Besognes: Zaken, bezigheden mach treeden, [dat]

Ovaal portret van keurvorst Friedrich Wilhelm van Brandenburg, een buste voor een ongedefinieerde achtergrond. Over een harnas draagt een blauwe sjerp en een modieuze witte sjaal. Hij draagt een volumineuze bruine krullenpruik en heeft een brede, smalle snor, donkere priemende ogen en een stevige onderkin.
Keurvorst Friedrich Wilhelm, Jacques Vaillant, 1680-1685. Collectie: Stiftung Preußische Schlösser und Gärten Berlin-Brandenburg.

Het lokale nieuws

Tijd voor het lokale nieuws! Waarschijnlijk heeft Godard Adriaan wel gehoord dat heer Jacob van Leefdael in een duel gesneuveld is. Hij is de oudste zoon van Rogier van Leefdael, de heer van Deurne, en Hester van Leefdael, een oom en tante van Ursula Philippota. Margaretha heeft medelijden met de ouders, ze hebben weinig plezier van hun kinderen, vindt ze. En dan die arme weduwe, ze heeft een kind van hem en ze zal het niet gemakkelijk hebben.

Brieffragment Duel van de heer van Leefdaal

dat de heer van liefvine4Jacob van Leefdaal outste soon vande heer
van deure5Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal in duwel6Duel is doot gebleefven sal
uhEd hebbe verstaen, mij jamert den heer en
vrou van deure die niet veel vreuchde van haer
kinderen beleefve, sijn weeduwe7Jacomina van Utenhove die de
suster vande heer van Ameeliswaert8Hendrik van Utenhove, heer van Amelisweerd is
blijft met Een kint sitte salt ock quaet
genoech hebbe, [wij hebbe hier Een seer]

Twee mannen duelleren met een floret, hun handen zijn dicht bij elkaar, de punt van elk wapen vlak voor het gezicht van de ander. Op de achtergrond een stadsgezicht met een gracht met een brug erover, wat bomen en een kerk. Links een paar treden met daarop een soort altaar met een boek en een kelk. Daarnaast staat een engel met zijn neus in een grote doek.
Duellist ziet tijdens een gevecht een engel naast zijn tegenstander, Jan Luyken, 1710. Collectie: Rijksmuseum.

Een weerbericht, de beste wensen en een PS

Het is een zachte winter, schrijft Margaretha. Ze zijn grond aan het rijden en de kalk is uit het ‘kalkhok’ naar de voorburcht gereden. Minder fijn, het water van de Rijn is in 24 uur zo gestegen, dat het over de kade loopt en de ‘binne weijde’ blank staat.

Bij haar brief voegt Margaretha de nieuwjaarsbrieven van de kleinkinderen. Ook de Godard Adriaan, die in oktober vijf jaar geworden is, heeft een briefje aan ‘grote papa’ geschreven. Oma is trots! Margaretha en de kleinkinderen wensen Godard Adriaan alle geluk en voorspoed toe in het nieuwe jaar.

Brieffragment hoogwater en nieuwjaarsbrieven
Brieffragment nieuwjaarswens

[gereeden,] het water op den rijn is in 24 Eure so
gewasse dat de kae9Kade gladt overloopt
en de binne weijde blanck van water
staen, hierneffens gaen de nieuw
ijaerst briefve van onse liefve kindere
goodertge10Godard Adriaan jr. die geen anders gesontheijt als
die van groote papa wil drincken
most ock Een nieu ijaers brief senden

ick neffens al de kindere wensche uhEd alle
geluck en voorspoet in dit nieuwe ijaer, so
doen wij met deselfs prermissie aende heer
blansche11Isaäc de Blanche, secretaris van Godard Adriaan , blijfve

Op een trapje zit een jongen op een lei te schrijven. Naast hem wijst een staande jongen in zijn papieren. Op een baal zit een jongetje in een boekje te lezen, naast hem zit een eekhoorn. Bovenop het trapje zit een vos en op de voorgrond liggen boeken, een inktpot en meetinstrumenten. Op de achtergrond drie commedia dell'arte figuren.
Kinderen lezen en schrijven, Jan Brughel (II), 1645. Fragment uit De kinderen van de planeet Mercurius. Collectie Rijksmuseum.

PS

En dan nog een PS: de heer van Renswoude ligt in Den Haag met koorts op bed en heeft een aderlating gehad. Margaretha maakt zich zorgen: het is een oude man voor wie de koorts wel eens teveel zou kunnen zijn.

Brieffragment Johan van Reede van Renswoude

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor

van heeteren
schrijft wt den
haech dat de heer
van rhijnswoude
inde haech bedt leegerich
is aen Een koorts en
dat hem door dockter
straete Een Ader is
gelaete daer sijn hE sich
niet Erger bij bevindt
tis Een out man die niet
veel koortse sou konne wtstaen

In een vertrek houdt een apotheker of arts een flesje in de hand en neemt kruiden van een jongen aan. Rechts een man in bed, van wie een ader wordt gelaten. Links een ruimte met distillatietoestellen.
Bereiding van medicijnen en een aderlating, Julius Milheuser, 1662. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Affaires: Zaken, bekommernissen
  • 2
    Dispositie: Vrij gebruik, beschikking
  • 3
    Besognes: Zaken, bezigheden
  • 4
    Jacob van Leefdaal
  • 5
    Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal
  • 6
    Duel
  • 7
    Jacomina van Utenhove
  • 8
    Hendrik van Utenhove, heer van Amelisweerd
  • 9
    Kade
  • 10
    Godard Adriaan jr.
  • 11
    Isaäc de Blanche, secretaris van Godard Adriaan

Werken aan de weg

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 1 december 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 13 december 1679 Bielefeld
Lees hier de originele brief
Margaretha dateert de brief met 31 november, maar die datum bestaat niet.

Godard Adriaan is ondertussen in Bielefeld aangekomen. De reis vanaf Münster is moeizaam geweest, leest Margaretha in zijn brief van 22 november. En de weg naar Berlijn is nog lang! Ze maakt zich zorgen dat hij nog geen van haar brieven heeft ontvangen, maar wij weten nu dat haar vorige van 11 november op 24 november Bielefeld heeft bereikt, twee dagen nadat Godard Adriaan zijn brief aan haar schreef. We weten ook dat alle brieven die ze tussen 11 november en 31 november schrijft waarschijnlijk niet aangekomen zijn, anders had Godard Adriaan ze wel bewaard.

Brieffragment met aanhef

[rec.a. 13. xber in Berlin]
Ameronge den
31 Novem 1679

Mijn heer en lieste hartge
uhEd seer aengenaeme vande 22 deeser wt bijlle
veltBielefeld is mij wel geworde het doet mij leet
uhEd so moijlijcke reijs van Munster tot daer
toe heeft gevonden, maer van harte lief deself
tot daer toe wel is gearijveert, hoope sijn verde
=re reijs geluckich en spoediger sal sijn, kan
mij niet genoech verwondere dat uhEd noch
geen briefve van ons heeft ontfange heb niet
gemanckeert preesies alle weeck te schrijfve

Een man rijdt op een paard door een landschap. Achter het zadel ligt een grote, gevulde zak waaraan een posthoorn hangt. Op de achtergrond een boom, een boerderijtje en twee pratende mannen. In de verte een stad.
Postbode te paard, Jan Luyken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Paard niet op weg

Godard Adriaan heeft om zijn grijze paard gevraagd, dat mank was en nog niet mee op reis kon. Het staat nog in Utrecht, maar Margaretha verzekert haar man dat zodra de smid zegt dat het paard genezen is, het naar Amerongen op weg zal gaan en van daar naar Middachten. Zoonlief heeft toegezegd dat één van zijn ruiters, op een ander paard zittend, het aan de leidsels naar Berlijn kan begeleiden.

Eerste brieffragment over het grauwe paard
Tweede brieffragment over het grauwe paard

[mijn briefve aen bisdomer adreeseeren,] het is
mij leet ick het grauwe paert tot noch toe niet
heb konne sende tis niet volkoome geneese en
noch so dat sijt van wttrecht niet hebbe derfve
senden, ick deesen dach daer over weer aen

beusekom geschreefve en begeert so haest de
smit diet daer over gaet, oordeelt dat het
dien tocht kan doen, hijt hier sal senden, salt
dan voort op Middachte sende den heer van
ginckel heeft aengenoome het selfve met
Een van sijn ruijters aende hant te doen leijde
en tot berlijn te brengen, [wat nu ons]

Een stalknecht loopt naast een paard met een korte staart door een vervallen deur een stal in.
Stalknecht een paard de stal binnenleidend, Jan Anthonie Langendijk Dzn, 1790-1818. Collectie Rijksmuseum.

Puin, zand en aarde

Margaretha is bezig met het aanleggen van wegen op het terrein. Er komt er een op de iepenlaan van de buitenpoort tot aan de eerste brug. De basis wordt gevormd door het puin dat van de steenoven over is, en daarover komt zand. Alles aangevoerd met karren. De andere weg loopt over de kleine voorburcht van de eerste naar de de tweede brug. Omdat het puin op is, wordt daarvoor de aarde gebruikt die is weggegraven om ruimte te maken voor de fundering van de nieuwe kasteelmuur. Ze verzekert haar man dat ze echt zo veel mogelijk alles wat nodig is zal regelen, maar dat er in Utrecht geen hout is te krijgen voor schoorsteenmantels.

Brieffragment over de werkzaamheden aan de oprijlaan

[werck belanckt] ick heb al de puijn vande steen
oven op de steech laete brenge en die wech
tuschen de ijpen boomen recht t vande hoe
=meij1Hamei: Buitenpoort, voorpoort tot op de Eerste bruch laete maecke
,daer nu sant op sulle brenge, en so veelt
moogelijck is de wech opt kleijn voorburch
tuschen beijde de bruchge laete maecke
daer de karre de Aerdt die wt het fon=
dement vande nieuwe muer gegraefve is
en op de kant vande graft leijt be inbrenge
maer puijn isser niet meer so dat men
om die wel te maecken sal moete wachte
tot dat de steen oven voort wt gereede wort

Twee mannen lopen voorover gebukt een kar achter zich aan slepend.
Twee mannen slepend met een kar, Harmen ter Borch, ca. 1651. Collectie Rijksmuseum.

De weg naar succes

Bij de Staten van Utrecht is de dans om het verdelen van de lucratiefste baantjes weer begonnen. De weg naar succes betekent een hoop koehandel en handjeklap achter de schermen. En dat verloopt niet altijd naar Margaretha’s wens, omdat niet elke dienst een wederdienst oplevert. Ze moppert op iemand die geen steun wil geven voor een positie voor ‘neef lant’ (onbekend wie dat is), zodat nu alles van zijne Hoogheid prins Willem afhangt.

Brieffragment over steun voor een positie

[geangaesijeert is,] somma daer is bij die
niets te verwachte, al liede die dienst wille
geniete en niet weer doen ,paesijensie2geduld nu moete
wij ons houde aen sijn hoocheijts3Prins Willem III goede toeseggine
ent daer voort soecke hoope godt sal geefve hij
geholpe sal worde en wij van dat pack ontlast
sulle worden, [den heer smitser is dees naer]

Omgekeerd wordt ze zelf bestookt door mensen die lobbyen voor de functie van rekenmeester. Joan Carel Smissaert kwam vanmiddag langs om een schriftelijke sollicitatie bij Godard Adriaan mondeling kracht bij te zetten. Maar ook neef Frederik Adriaan van Reede van Renswoude heeft belangstelling voor deze baan, schrijft diens moeder. Ruilen tegen een plekje in de Admiraliteit in Zeeland? Margaretha heeft haar afgewimpeld op dezelfde manier als ze zelf zijn afgewimpeld : Godard Adriaan is ‘bezet’ (‘geëngageerd’). Waarschijnlijk bedoelt ze daar niet mee dat hij het te druk heeft, maar dat hij al gebonden is aan beloftes aan anderen.

Links een plaatje van een man op een stoel achter een tafel die op zijn vingers zit te tellen. Op tafel een boek, een inktpot met veer en een paar zakken met inhoud. Naast hem op de vloer staat een kist die open staat, in de kist zitten munten. Rechts een gedichtje in het Frans en in het Nederlands. De Nederlandse vertaling is: Rekenmeester / k'wil datme Rekeschap, en goede blyc my geeft / wie t'adelvrolyckst is en best gedroncke heeft.
De rekenmeester, Experiens Sillemans, 1645-1701. Fragment uit: Driekoningenspel. Collectie Rijksmuseum.

Brieffragment over de de zoon van de vrouw van Bornewal

antwoorden, de vrou van bornewal4Mechteld van Zuylen van Nyevelt, schoondochter van Johan van Reede van Renswoude, vrouw van Gerard van Reede van Renswoude. De zoon is Frederik Adriaan van Reede van Renswoude schrij
ft mij ock aen uhEd geschreefve te hebbe,
haer soon heeft vant Eerste lidt het Admi=
raEliteijts plaets van seelant gekreechge
dat sij gaerne teegens deese reeckenmeesters
plaets wou verruijlle waer over sij mij
schrijft en ick haer inde beleeftste manier
heb geantwoort dat ick kost en geschreef
te vreese dat uhEd geangaesgeert5Geëngageerd zijn: niet meer vrij zijn, niet beschikbaar zijn, bezet, verplichtingen hebben mocht
weesen, hiermeede blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Kussenovertrek van tapisserieweefsel. Tegen een donkerblauwe achtergrond is het gekroonde wapen van Zeeland aangebracht, de leeuw in rood, het water in blauw. In de beide bovenhoeken een anker, voorts touwen. Boven de letters A.V.Z. en onder AMSTERDAM 1670.
Kussenovertrek met het wapen van de Admiraliteit van Zeeland, anoniem, 1670. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Hamei: Buitenpoort, voorpoort
  • 2
    geduld
  • 3
    Prins Willem III
  • 4
    Mechteld van Zuylen van Nyevelt, schoondochter van Johan van Reede van Renswoude, vrouw van Gerard van Reede van Renswoude. De zoon is Frederik Adriaan van Reede van Renswoude
  • 5
    Geëngageerd zijn: niet meer vrij zijn, niet beschikbaar zijn, bezet, verplichtingen hebben

Verdwenen

Tussen 24 juli en 28 augustus 1673 hebben we geen brieven van Margaretha. We kunnen er zeker van zijn dat ze brieven is blijven versturen, want dat doet ze zorgvuldig: met elke post een brief.

Sleeswijk

Het kan zijn dat haar brieven Godard Adriaan niet bereikt hebben. De brief van 24 juli ontvangt hij in Gottorf, het kasteel in de stad Sleeswijk in het Noorden van Duitsland. Daar was hij aan het hof van Christiaan Albrecht, hertog van het Gottorfse deel van Sleeswijk Holstein. Godard Adriaan was hier in opdracht van de Staten Generaal en Stadhouder Willem III om daar ook troepen te werven. Als dat de reden is dat er brieven missen, is de grote vraag waarom de brief van 24 juli dan wel aangekomen is en de brieven daarna niet.

Christiaan Albrecht von Holstein-Gottorf, Jurriaan Ovens, ca 1665. Collectie Kunsthalle Kiel

Onvoorzichtig

Het is ook goed mogelijk dat Margaretha dit keer echt te ver gegaan is en dat Godard Adriaan zelf de brieven “heeft laten verdwijnen”. Ze is al vaker terug gefloten door Godard Adriaan. Bijvoorbeeld toen hij vond dat ze hem nodeloos ongerust maakte.

Het begin van haar brief van 28 augustus 1673 suggereert dat het om zoiets gaat.

Aanhef brief

uhEd schrijfvens vande 22 deeser heb ick ontfange, het
doet mij leet daer wt te sien uhEd so qualijck neemt
het geene ick tot Enckele waerschouwine heb ge=
schreefve , waer toe ick oordeelle niet alleen verplicht
maer ock gerechticht te weese doch sal hier niet
meer van segge, [ick verstaen haer hooch Mo]

Wat voor waarschuwingen zou Godard Adriaan zo erg vinden dat hij haar brieven vernietigt? Zou het over diplomatieke zaken gaan? De vredesonderhandelingen in Keulen hebben de boel wel op scherp gezet. Zeker als er mee gelezen wordt, zou ze best zout in sommige wonden kunnen strooien. Of zou het over familie gaan? In hetzelfde fragment trok Margaretha aardig van leer tegen neef Frederik van Reede, die de bezette provincies min of meer opgaf. En familie-eer is voor adel misschien nog belangrijker dan ’s lands eer…

Latijn

Waarschijnlijk zullen we nooit weten wat er in de missende brieven van Margaretha stond. Wat je wel merkt is dat ze in haar laatste brieven een beetje aan het eind van haar Latijn is. Zo nu en dan zijn er kleine lichtpuntjes als het leger een succesje behaalt, maar over het algemeen zit het niet mee. Ze verzucht ook steeds vaker dat het tijd wordt dat haar man terug komt. Dan hoeft ze hem niet op de hoogte te houden van alles in de Republiek, maar kunnen ze gewoon overleggen. En dan kan hij zijn eigen geld regelen, in de 17e eeuw krijgt een man toch nog meer voor elkaar dan een vrouw.

En Amerongen

De opmerking van Frederik van Reede dat voor een vrede de bezette gebieden dan maar afgestaan moeten worden, zal er ook ingehakt hebben bij Margaretha. We weten niet of hij het echt gezegd heeft, en of het alleen zijn mening was of dat ook anderen er zo over dachten. Het kan best zijn dat Margaretha haar ergste nachtmerrie hoort in woorden die iets heel anders moesten betekenen. Want als Holland en Zeeland kiezen voor vrede ten koste van de bezette provincies, wat gebeurt er dan met Amerongen? Ze zei het in haar brief niet, maar ik kan me voorstellen dat dat in je hoofd ook een eigen leven gaat leiden. Eens te meer een reden dat haar Heer en liefste hartge thuis moet komen. Zodat ze samen de spoken kunnen temmen en plannen kunnen maken voor de toekomst…

Een man en vrouw zitten naast een schouw. Zij heeft een rode jurk aan met een witte omslagdoek, een witschort en een wit mutsje. De heer is in het zwart met een witte kraag. Hij vertelt geanimeerd iets waarbij hij zijn hand op heft. Zij houdt een glas wijn in haar hand. Op het bijzettafeltje naast de man staat een bord met iets en een stok leunt tegen het tafeltje. Daarvoor op de grond een tinnen kan.
Interieur met man en vrouw (samen spoken temmen), Quirijn Brekelenkam, 1660-1668. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Recente reacties

  1. Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep

  2. Politiek gezien is er weinig veranderd. Baantjes die worden vergeven.

  3. Ik zal eens bij de slager vragen of er nu nog paterstukken te koop zijn.

  4. van Beusinchem komt niet voor in de staten van oorlogh. Dus kan je aannemen dat van Ginckel de zoon niet…

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén