De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Kleinkind

Het water stijgt!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 april 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 5 mei 1680
Lees hier de originele brief

Het is meteen duidelijk wat Margaretha het meest bezig houdt: het stijgende water! Bovenaan haar brief, nog boven de aanhef, schrijft ze het laatste nieuws: het water is vandaag nog zes duimen (16 cm) gestegen. En dan voegt ze er ook maar de ‘oetmoedige dienst’ van Fritsje aan toe. Fritsje zal morgen naar Leiden vertrekken, weer naar Leiden, schrijft ze zelfs.

Brieffragment wassend water en frits

het water is deese dach noch 6 duijm gewasse
fritsge die merge weer
na leijde gaet preesenteer sijn oet
moedige dienst

Ameronge den
14/24 April 1680
[reca. 5 mei]

Mijn heer en lieste hartge

De ‘anderendaegse’ koorts

Margaretha leeft mee met haar Godard Adriaan vanwege de ziekte van ‘Jan de kamerlin’, maar ze is zelf ook ziek geweest. Ze heeft de ‘anderendaegse’ koorts gehad met een zeer zware verkoudheid. In principe is ‘anderdaagse koorts’ een aanduiding voor malaria, maar Margaretha heeft het niet alleen over verkoudheid, ze klaagt ook over aanhoudende hoest. Misschien toch een flinke griep?

Brieffragment ziekte

wt uhEd aengenaeme vande 17 deeser sien ick met leet
weese dat ijan de kamerlin so sieck blijft legge sonde
datter beeterschap voor hande is, twijfele niet of het
moet uhEd seer inkomoodeere dat mij bekomert
wenste deselfve daer Een bequaem man kost krijge
op dat hij niet ongedient mocht weesen, ick heb
den anderendaechse koorts met Een seer swaere
verkoutheijt en hoest gehadt de koortse heeft mij
al Eenige tijt verlaete en de hoest is het swaer
=ste ock over daer de heere voor gedanckt moet sijn

Een dokter bezoekt een zieke vrouw op haar ziekbed. Naast het bed staat een po. Een hondje blaft naar de dokter. Achter hem staan vier personen, waarvan er een in een glas kijkt.
Ziekbed, Abraham de Blois naar Jan Havicksz. Steen, 1679-1726. Collectie Rijksmuseum.

Een nieuw kleinkind

Kennelijk heeft Godard Adriaan geklaagd dat de provisie nog niet aangekomen was. Maar ja, Ursula Philippota lag weer eens in de kraam! Toen het verzoek van Blanche om extra voorraad binnen kwam, stond Margaretha op het punt in de koets te stappen. Margaretha was tien dagen op bezoek bij de kraamvrouw en door haar uitstapje was ze helemaal vergeten om Godard Adriaan zijn proviand te sturen. Maar ze heeft het inmiddels alweer twee weken geleden naar Amsterdam gestuurd en vandaar is het met een ‘hamburchsvaerder’ naar Hamburg gestuurd. Het moet daar inmiddels zijn aangekomen.

Eerste brieffragment provisie naar Hamburg
Tweede brieffragment provisie naar Hamburg

het kraeme vande vrou van ginckel is oorsaeck ick
uhEd proovijsie1Provisie: voorraad niet Eer heb gesonde kreech den
brief van Monseu blansche so ick stont om op
de koets te gaen sitte nm naer Middachte te
gaen, daer ick 10 dage geweest ben, en so haest
ick weer hier quam heb ick al gesonde dat ontbo
=de was het welcke int begin vande voorgaen weeck
naer Amsterdam is gegaen en voorleeden
sondach van daer met Een hamburchs
vaerder is afgevaere so dat geloof het nu

het nu al tot hamburch moet sijn en uhEd
haest sult ontfange, [het doet mij leet Mon]

In een rieten wiegje ligt een baby te slapen, de handjes boven de dekens. Op de kap ligt een doek.
Slapende baby in een wieg, Hermanus Numan, 1754-1825. Collectie Rijksmuseum.

Het weer zit flink tegen

Bijna schuldbewust schrijft Margaretha dat ze op Amerongen weer aan het metselen zijn, maar dat het allemaal niet zo snel en zo goed gaat. Godard Adriaan schreef dat het bij hem zulk mooi weer, nou, ze wilde wel dat het in Amerongen ook zo was. De laatste week hebben de metselaars maar anderhalve dag kunnen werken door de aanhoudende regen. De wegen zijn zo slecht dat er ook al geen stenen op de bouwplaats gebracht kunnen worden.

Niettemin, Margaretha geeft de moed niet op: morgen is het nieuwe maan, hopelijk wordt het weer dan beter.

Brieffragment metselaars en weer

[verwachte te weeten ] wij sijn hier aent
metselen maer vorderen seer weijnich door dit
quaet en onstuijmich weer dat deese ganse
maent lang geduert heeft, kan mij niet ge-
noech verwondere dat Uedele schrijft daer sulck
schoonen weer gehadt te hebbe, ick wenste de
selfve hier eens waert geweest soudt selfs sien
de onmoogelijckheijt, deese week hebbe de metse-
laers weer naulijcks anderhalfve dach konne
wercke sijn telckens uut gereegenst

Een reiger staat op één poot in het water. Het water heeft een lichte rimpeling. Achter de reiger riet en daarboven in de vale lucht en maansikkeltje.
Reiger bij nieuwe maan, Ohara Koson, 1900-1910. Collectie Rijksmuseum.

Een dreigende overstroming

Er is weer een schip met hout aangekomen uit Amsterdam. Margaretha noemt onder andere kruisramen en delen voor het leidak. Het wordt op dit moment gelost en daar is haast mee, want het water op de rivier stijgt snel. De uiterwaarden staan al blank. In de afgelopen nacht is het water acht duim gestegen. Het water nadert de kade die het dorp Amerongen moet beschermen. Voor de dorpsbewoners is het heftig. Veel boeren hebben al vee in het land lopen en dat moeten ze nu weer binnen halen. Maar ze hebben geen voer meer voor hun dieren.

Brieffragment hoogwater

[of weet geen raet met den steenove,] wij hebe
weer Een schip met hout so kruijs raemte als
deelle tot het leij dack en ane hout ick van
Amsterdam gekreechge daer men mee doende is
te losse en men sich mee moet haeste want het
water op de reevier wast so viement dat
meest al de wtter waerde onder staen en is
noch deese nacht over de acht duijm gewasse
het loopt al naer de kaeij wat int dorp is
datse noch hoopen te houden, de mense
klage en kerme dat droefvich is te hoore hebbe
geen voer meer voor haer beeste en moete diese
inde weij hebbe gedaen weer op haelle, [krijn]

In de uiterwaarden doet een kudde koeien zich tegoed aan gras en water. Een boer met in zijn hand een emmer, loopt juist van de kudde vandaan. Op de rivier zeilschepen en roeiboten. Aan de overzijde van het water een dorp met een kerk en rechts een molen.
Grazende koeien in de uiterwaarden, Jan de Visscher naar Jan van Goyen, 1682-1709. Collectie Rijksmuseum.

Geldzorgen

Het eeuwige probleem van Margaretha: geld. Krijn van Kampen is op pad om turf te kopen om de steenoven te kunnen stoken. Maar als hij terugkomt, met turf, dan moet ze die turf betalen en als er weer voldoende stenen, ook de metselaars. Margaretha hoopt dat hij nog een maand weg blijft.

De Haagse kermis

Ursula Philippota is dan wel net uit de kraam, maar Van Ginkel en zij zijn van plan om aan het eind van deze week naar Den Haag te gaan. Het is de Haagse kermis! Ook Willem III was daar een groot liefhebber van. Behalve attracties waren er handelaren die echt van heinde en ver kwamen. Ze hebben gevraagd of Margaretha mee wilde gaan, maar ze vindt dat ze niet weg kan van Amerongen. Ze moet toch echt opletten wat de werklui hier uitspoken! En als het maar even kan van het weer, dan gaat ze toch minstens één maal per dag naar de steenoven. Maar ze begint de jaren inmiddels wel te voelen…

Brieffragment kermis en werk

[valt,] de heer en vrou van ginckel maecke staet int lest
vande toekoomende weeck naer den haech te gaen alwaert
dan kermis sal sijn hadde gaerne dat ick mee ginck
maer salt niet doen kan geen sins van hier uhEd
sou niet geloofve als ick se niet geduerich op de hacke
sit hoet ter toe gaet, tis mij seer gemacklijck dat ick
nu so naer bijt werck ben, want beken dat ick so
wel niet meer voort kan als voor dees, [Evewel alst]

Een prent met een vogelvluchtoverzicht van de kermis in Den Haag met op de achtergrond het binnenhof. Op het plein staan allemaal tentjes opgesteld met een paar brede ruimtes ertussen. Daar paradeert de schutterij. Rechts staat de cavalerie en overal zijn mensen wat aan het doen, onderweg. HEt is echt een kijkplaat.
Haagse Kermis met de prins en prinses van Oranje, Daniel Marot, 1686. Collectie Rijksmuseum.

Een nieuwe brouwer

Zoals gebruikelijk springt Margaretha in haar brieven van de hak op de tak. Ze heeft een nieuwe brouwer bier laten brouwen voor dagelijks gebruik en iedereen is heel tevreden. Het heeft haar 38 gulden gekost en kennelijk vindt ze dat een koopje. Ze zal hem nu ook vragen om bruin bier te brouwen.

Brieffragment bier

[twee mael daechs naer de steen oven,] ick heb ock voor
ons vande nieuwe loenense brouwer wit bier voor onse tafel
laete brouwe dat so Elck seijt heel wel gevalle is, het
heelle gebrout kost mijn 38f daer voor heb ick twee
tonn schoon 8f en 12 tonne 4f bier so dat mij
het 4f bier naulijcks 2f de ton kost, nu sal ick noch
Eens bruijn bier voort volck van ijanpeeterse die hier int
dorp woont laete brouwe [om die swaere reeckenine vande]

Op de voorgrond giet een man bier in een rijtje van zes voor hem liggende vaten. Op de achtergrond bewerkt iemand de vaten in een kuip en worden er spullen in een bootje gehesen.
De bierbrouwer, Christoph Weigel, 1698. Collectie Deutsche Fotothek.

En tot slot ….

In de laatste regels van haar brief schrijft Margaretha dat ze de mest uit het schaapskot uit heeft laten rijden in de boomgaard. En daar moet ‘mijn heer en lieste hartje’ het dan maar mee doen!

dat werck sulle koen, ick heb ock de messe wt het schaeps schot om de boome inde groote en hoochlange boogaert laete rijden 
blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijf 
M Turnor

Brieffragment schapenmest
Donkere ets met rechts nog net zichtbaar een kudde schapen met in het midden een staande figuur, links in de verte een boederijtje met wat bomen en in de lucht een kleine maansikkel.
Schapen op de hei bij nacht, Jacoba de Graaf, 1867-1911. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Provisie: voorraad

Een kleindochter erbij

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 25 augustus 1676 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 28 augustus 1676
Lees hier de originele brief

Augustus 1676, Margaretha zit met Philippota in Den Haag en Godard Adriaan is op weg naar Bremen. Een aantal personeelsleden is hem met bagage nagereisd. Verwijzend naar een vorige brief, die verloren is gegaan, meldt Margaretha dat ze sinds woensdag per zeilschip uit Amsterdam via de Waddenzee onderweg zijn. Dankzij de goede wind zullen ze wel al bijna zijn aangekomen. Maar er is ook groot familienieuws!

Brieffragment over personeel en bagage

rec: 28 Augusti 1676

haech den 25
Augusti 1676

Mijn heer en lieste hartge

wt mijne laeste van voorleedene saterdach sal
uhEd gesien hebbe hoe sij begaesge met jeneken1Jenneke
en verdere domistijcke2Domestieken: Huisbedienden, knechts en woonsdach van Amster3Amsterdam
op breeme4Bremen overde watte5Wadden sijn t seijl gegaen met
Een heelle goede wint daerom niet twijfele of sij
moeten al te breeme sijn, uhEd laeste is wt
wttrecht geweest, [nu is de vou van ginckel de]

Een groot plein met links (Schutting oder Kauffmans Hauss) en recht (Rahthauss) en aan de andere kant meerder versierde gevels. Links en rechts achter de torens van kerken. Het midden deel plein is afgezet met een laag muurtje. Links voor zit een soort prieeltje, rechts een heel groot standbeeld van een ridder. Overal op straat zijn mensen. Geen paarden en geen wagens....
Gezicht op de markt te Bremen, Matthäus Merian (I), 1653 – 1670. Collectie Rijksmuseum

Agnes geboren

Gisteren ochtend om half acht is Philipotta, de Heer zij geloofd, bevallen van een gezonde dochter! Ondertussen het zevende kleinkind. Margaretha wenst grootvader veel geluk en hoopt dat het kind in christelijke deugden zal opgroeien en een vreugde zal zijn voor hen allemaal en dat haar ziel zalig zal zijn. Het gaat goed met moeder en kind, zo kort na de bevalling.

Brieffragment over de geboorte van Agnes

[wttrecht geweest,] nu is de vrou van ginckel de
heere sij gelooft gistere merge ontrent de klocke
ter half achte van Een recht en wel geschape dochter
geleege6bevallen waermeede uhEd veel gelucks wensche
en hoope het self in kristelijcke deuchde tot
onser aller vreuchde en haerder siellen salich
=heijt sal op wassen, de kraem vrou ent kint sijn
reedelijck naer den tijt, [wij hoopen het overmerge]

Overmorgen is de doop in de Hoogduitse kerk aan het Noordeinde en het meisje zal Agnes worden genoemd, naar haar overgrootmoeder van moeders kant. Daarna wil Margaretha zo snel als de gezondheid van Philippota dat toelaat weer naar Amerongen.

Eerste brieffragment over de doop van Agnes
Tweede brieffragment over de doop van Agnes

wij hoopen het overmerge
inde hoochduijtse kerck haer kristelijcken doope
met de naem van Angnis naer de oude vrou
van meuwen grootmoeder vande vrou van gincke7Agnes van Westerholt, grootmoeder van moeders zijde van Ursula Philippota

te laeten geefve, en so haest dat over is en de
gesontheijt vande vrou van ginckel Eenichsins toe
laet met godts hulpe mijn naer Ameronge
te begeefven, [ick verlange uhEd geluckige over]

Twee mannen staan voor een eenvoudige kerk met een klein torentje midden op het dak
De Engelse of Hoogduitse Kerk aan het Noordeinde, anoniem, 1768. Collectie Haags gemeentearchief.

Zorgen over Godard

Margaretha hoort graag of Godard Adriaan goed is overgekomen. Kapitein Isaäc de Blanche, die sinds gisteren op bezoek is, weet nog niet of hij toestemming heeft van de stadhouder om ook naar Bremen te gaan. Maar terwijl ze zit te schrijven komt er een brief binnen, die haar en De Blanche doen besluiten dat hij morgen onmiddellijk met de postwagen naar Bremen moet vertrekken. Margaretha sluit de brief bij. Wat er in staat schrijft ze niet, maar wel dat ze zich daardoor grote zorgen maakt over de gezondheid van zoon Godard.

Brieffragment over Monsieur Blanche

[te begeefven,] ick verlange uhEd geluckige over
komste te hooren, kapteijn blansche8Isaäc de Blanche is gistere
hier gekoome weet niet of hij verlof van sijn hooch:
heeft om uhEd te volgen of niet, en oversulcks
niet wat hij doen sal, dus int schrijfve ontfan
dees neefvens gaende waerop wij gereesolveert9resolveren: besluiten
sijzijn Mons10monsieur blansche opt spoedichste te laete
volge en meent hij best te sulle doen hem op de
post wage op breeme b te besteede en also
hem merge voort van hier te begeefve, ick
kan niet segge hoeseer mij dees neffensgaende
bekomert de heer almachtich wil wil alles
ten beste schicke en de heer van ginckel in
gesontheijt behouden, [ick bekoome ock so]

Hout van Harburg naar Amsterdam

Er is ook een brief van Cornelis van Weede uit Hamburg gekomen die vraagt of ze het hout dat ze in Harburg hebben liggen niet beter naar Amsterdam kunnen over laten brengen en daar verkopen. Margaretha zal hem met deze post antwoorden dat hij dat moet doen, want waar het hout nu ligt brengt het zó veel minder op dan in Amsterdam, dat de kosten van het vervoer tegen dat verschil wegvallen. Ze hoopt dat dat ook naar de zin van haar man is, want ze zullen veel hout voor de voorburcht van het kasteel nodig hebben.

Eerste brieffragment over de brief van Monsieur van Weede
Tweede brieffragment over de brief van Monsieur van Weede

[gesontheijt behouden,] ick bekoome ock so
een brief van Monser weede11monsieur Weede: Cornelis van Weede wt hambur12Hamburg
die versoeckt te weete of hij ons resteerende
hout dat te haerburch13Harburg ligt ten zuiden van Hamburg aan de andere oever van de Elbe. Harburg heeft een belangrijke binnenhaven leijt op Amsterdam
sal sende dewijlle het daer te verkoope

seer weijnich soude gelde ende vrachte om
Een kleijne prijs te bekoome sijn,
waer om ick goet gevonde heb hem met
deese post te antwoorde en versoecke dat
hij alt voorseijde hout met de beste ge=
=leegentheijt op de minste koste wil over
sende, hoope uhEd dit gevallich sal sijn
want wij sulle tot het voorburch noch al
veel hout van noode hebbe, [de vrou van]

In een water midden in een stad liggen op de helling een paar boten half af, bij het ene kijk je naar binnen, bij het andere zijn ze met vuur bezig. Rechts op de voorgrond een soort baggerschip: vier mannen treden op hoge raden en voor lijkt er zand te komen dat opgevangen wordt in een praam. Links voor zijn mannen bezig met een huis. Twee staan op een steiger, een derde klimt op een ladder met een mand op zijn nek en een vierde staat een houten balk af te schaven.
Scheepsbouw en huizenbouw, ca. 1600, Claes Jansz. Visscher (II), 1608. Collectie Rijksmuseum

Geen broertje voor Frits

Godard Adriaan krijgt de groeten van schoondochter en alle kleintjes, in het bijzonder Frits. Hij was verdrietig en heeft gehuild, omdat hij geen broertje maar een zusje heeft gekregen!
De brief van Godard Adriaan van de 22e komt net binnen, en Margaretha is blij te lezen dat hij goed in Bremen is aangekomen. Voor zover ze antwoorden heeft op zijn vragen heeft ze die hierboven al gegeven. Bovendien verder geen tijd, want de post moet weg!

Afsluiting

[veel hout van noode hebbe,] de vrou van
ginckel preesenteert haeren dienst aen
uhEd so doet ock alde kleijne en insonder
frits die heel bedroeft was en kreet dat
hij geen broertge maer Een susge kreech
hier meede blijf

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

p s
so aenstonts ontfange
uhEd mesiefve14missive: brief vande 22 dees ben blijde te sien deselfe
wel tot breeme is gearijveert, twijfele niet of uhE
volck sal al te breeme sijn, weet niet of heb hier voor
al geseijt wat daer op te antwoorde is, ock moet de
post wech heb geen tijt meer te schrijfve

Een kind, gekleed in een omslagdoek, zit geknield met zijn linker voet naar voren. Hij zit voorover gebogen en gebruikt zijn omslag doet om zijn tranen te drogen.
Huilend kind, Gerard de Lairesse, 1670 – 1680. Collectie Rijksmuseum
  • 1
    Jenneke
  • 2
    Domestieken: Huisbedienden, knechts
  • 3
    Amsterdam
  • 4
    Bremen
  • 5
    Wadden
  • 6
    bevallen
  • 7
    Agnes van Westerholt, grootmoeder van moeders zijde van Ursula Philippota
  • 8
    Isaäc de Blanche
  • 9
    resolveren: besluiten
  • 10
    monsieur blansche
  • 11
    monsieur Weede: Cornelis van Weede
  • 12
    Hamburg
  • 13
    Harburg ligt ten zuiden van Hamburg aan de andere oever van de Elbe. Harburg heeft een belangrijke binnenhaven
  • 14
    missive: brief

Het eerste kleinkind

Op 19 juli 1667 wordt Margaretha van Reede gedoopt in de Andrieskerk in Amerongen. Schoondochter Ursula Philippota was vier dagen eerder, op 15 juli, bevallen van haar eerste kind. Hernoemen was bij dit eerste kind makkelijk: zowel de moeder van vader (onze Margaretha) als de moeder van moeder (Margaretha van Leefdaal) heette Margaretha. Helaas is de eerst volgende brief van Margaretha aan haar man pas na tien dagen, op 25 juli. Gelukkig was Philippota gezegend met het talent om snel te bevallen en snel te genezen. Wij weten dat al van de geboorten in 1672 bij Reiniera en in 1674 bij Godard Adriaan. De kans is groot dat ook deze eerste bevalling voorspoedig verliep.

Een vrouw ligt naakt op een bed met haar armen boven haar hoofd. Om haar heen drie vrouwen. de middelste vrouw heeft tussen de benen van de bevallende vrouw de placenta in haar handen. Links een vrouw met een baby'tje op een kussen. De vrouw rechts heeft een laken vast.
Marmeren plaquette met de baringsscène, Romeins, uit Ostia, Italië. Collectie Science Museum Londen.© The Board of Trustees of the Science Museum.

Afwezige vader

Margaretha was opgelucht dat het gelukt was om Ursula Philippota op tijd in Amerongen te hebben. Ze wist gelukkig nog niet hoeveel moeite ze daar later mee zou hebben. Een minpuntje was dat de verse vader de bevalling niet kon mee maken. In verband met de aanval van Lodewijk XIV op de Spaanse Nederlanden moest hij kort na hun aankomst in Amerongen alweer vertrekken naar zijn regiment. Waarschijnlijk heeft hij de doop van de kleine Margaretha vier dagen later in de Andrieskerk ook niet meegemaakt.

Ets van soldaten die bezig zijn een tent op te zetten. Links staan soldaten aan scheerlijnen te trekken, in het midden proberen soldaten de palen waar het tentdoek aan hangt omhoog te trekken. Rechts een vermoedelijk een officier die op de bagage zit en aanwijzingen geeft. Achter hem een wagen. Op de voorgrond ligt nog een baal met wat losse spullen (een paar haringen, een spade). Er zit een man bij en een hond snuffelt aan de spullen.
Opzetten van een tent, Robert van den Hoecke, 1632 – 1668. Collectie Rijksmuseum.

Geloof

Philippota zal haar oudste dochter altijd dicht bij zich houden en zij is dan ook één van de dochters die katholiek opgevoed wordt. Het verschil in geloof zal altijd een strijdpunt tussen Margaretha en haar schoondochter blijven. Formeel is afgesproken dat de kinderen protestant opgevoed worden, maar Philippota volhard in haar katholieke geloof.

In 1693 zal dochter Margaretha trouwen met de katholieke Johan Hendrik van Isendoorn à Blois. Bijzonder is dat er op 14 mei 1693 een attestatie in de Doop-, Trouw- en Begraafboeken van de protestantse Andrieskerk in Amerongen staat voor een voorgenomen huwelijk in Ellecom. In Ellecom wordt echter geen huwelijk voor het paar vermeld. Het paar trouwt wel katholiek in Doesburg op 15 mei 1693. Gelukkig weet onze Margaretha in 1667 nog niets van dit alles. Ik denk dat ze dik tevreden was dat ze vernoemd was, dat het goed ging met moeder en kind én dat het meisje in de eigen vertrouwde kerk gedoopt werd.

Een ovaal schilderij zonder lijst van een jonge vrouw die frontaal gepositioneerd is. Haar onderbenen zijn niet zichtbaar. Op de achtergrond is vaag een paar bomen tegen een donkerblauwe lucht met witte wolken te zien. Ze is gekleed in een rood glanzende japon. Op haar rechterschouder is de japon door middel van een sierspeld bij elkaar gehouden. Bij haar linkerschouder is dat niet het geval. De jurk glijdt dan ook van haar blote schouder af en een deel van het zilverkleurige, kanten onderlijfje, is te zien. De pofmouwen zijn van een lichte glanzende stof en vallen tot net over haar elleboog. Over deze stof is een groene glanzende band met sierklemmen bevestigd. Haar rechterarm ligt schuin naar links over haar schoot. In haar hand heeft ze een klein, plat schaaltje waarin een vloeistof zit dat uit een pijpje komt dat recht onder de bruin leren leuning van een fauteuil of bank aan de linkerkant te zien is. Haar linkerarm heeft ze naar achter over die leuning. Ze heeft een ovalen gezicht met amandelvormige, donkere ogen en donkere wenkbrauwen. Haar mond is klein met rode lippen. Haar donkere, krullende haar lijkt opgestoken, Alleen haar rechteroor is te zien. Daarin heeft ze een kleine, donkere, ronde oorbel.
Margaretha van Reede (1667-1726). Collectie Kasteel Amerongen.

Recente reacties

  1. Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep

  2. Politiek gezien is er weinig veranderd. Baantjes die worden vergeven.

  3. Ik zal eens bij de slager vragen of er nu nog paterstukken te koop zijn.

  4. van Beusinchem komt niet voor in de staten van oorlogh. Dus kan je aannemen dat van Ginckel de zoon niet…

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén