De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Fruitbomen

Veel geld

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 2 maart 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 10 maart 1680
Lees hier de originele brief

Geen tijd voor beleefdheden vandaag. Margaretha valt gelijk met de deur in huis. In Utrecht was Carel Valckenaar nog bij haar geweest, vanwege het rekenmeestersambt. Hij wil graag dokter Van Straaten voorstellen, maar hij zou het fijn vinden als Godard Adriaan hem zou laten weten wat hij voorstelt.

Brieffragment Rekenmeestersambt

[rec. 10e. Martij]
Ameronge den 2
maert 1680

Mijn heer en lieste hartge
naert afgaen van mijne laeste, tot wttrecht noch sijn is den heer
van duijckenburch1Carel Valckenaar bij mij geweest die ick uhEd schrijfvens
weegens het reeckenmeester amt heb gekomuniseert, dewelcke
noch bij sijn hEd voorgaende segge perseesteerde, dat is dat hij
seijt te vreede te sijn int geen uhEd hier in belieft te doen

Schotel van porselein, beschilderd in onderglazuur blauw en op het glazuur blauw, rood, roze, groen, geel en zwart. Op de schotel een perzikboom met bloesem en vruchten. De boom start op de buitenwand net boven de voetring en loopt door over de binnenwand en het plat. Op de voorzijde twee vleermuizen, op de achterzijde drie.
Schotel met een perzikboom met bloesem en vruchten en vijf vleermuizen, Chinees, eind 19de eeuw. Collectie Rijksmuseum.

Familie en geld: Alexander van Berck

Er is financiële hommeles binnen de familie. Er lopen twee zaken en die lopen allebei hoog op. Om te beginnen is er het geval Carel Alexander van Berck. Hij is de tweede man van Godard Adriaans zus Catharina. Wat er precies met hem speelt wordt niet helemaal duidelijk. Catharina is al in 1651 overleden in het kraambed van hun eerste kind. Uit een eerder huwelijk had Catherina een dochter, Anna Margaretha, en in het archief zijn ook afrekeningen te vinden tussen Anna Margaretha en haar tante (onze Margaretha). Hierin bemiddelde Alexander van Berck, dus vermoedelijk heeft het iets met deze afrekeningen te maken.

Pop, voorstellende de kraamvrouw, gekleed in een crèmekleurig satijnen jak, dat tot halverwege het bovenbeen reikt. Het jak is nauwsluitend en loopt vanaf het middel naar onderen toe uit. Onder het jak een enkellaags linnen hemd, daarboven een schoudermantel van kant.
Pop, voorstellende de kraamvrouw. Poppenhuis van Petronella Dunois, ca. 1676. Collectie Rijksmuseum.

Familie en geld: Welland

Welland2Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken is de zoon van wijlen Godard Adriaans zus Anna Walburg. Toen hij wees werd hebben Godard Adriaan en Margaretha hem opgenomen en werd Godard Adriaan zijn voogd. Een belangrijke taak van de voogd was om de financiën voor het kind te regelen. Dat betekende ook dat er een afrekening gemaakt werd voor de kosten die voor de opvoeding gemaakt zijn. Welland is Godard Adriaan en Margaretha nog geld schuldig en hij maakt niet heel veel aanstalten om iets te gaan betalen. Hij heeft nog acht maanden, maar hij betaalt zelfs de rente niet. Ook andere schuldeisers hebben het nakijken.

Beide zaken komen veel terug in de brieven maar vergen dieper onderzoek in de financiële afrekeningen om precies te begrijpen waar het om gaat.

Brieffragment schuld van Welland

[wille doen,] wat belanckt het werck van berck3Carel Alexander van Berck en
wellant4Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken het Eerste meent becker dat haest sal konne
afgedaen sijn waer toe hij belooft den prockereur aente
sulle maenen, tot het ander heeft wellant noch acht
maende tijt, Eer hij de kapitaelle hoeft op te brenge, hoe
wel hij belooft heeft van tijt tot tijt die te sulle aflegge
geschiet daer niet van, ijae selfs voldoet hij de rente niet

Woest gevecht tussen de geldzakken en de geldkisten. Op de grond liggen munten, rechtsvooraan een hond aan een ketting.
Strijd tussen de geldzakken en geldkisten (titel op prent: Ryckdom maeckt dieven), Pieter van der Heyden naar Pieter Brueghel (I). Collectie Rijksmuseum.

Geld voor land: Moersbergen

Margaretha wil ook weer land kopen. Ze heeft wat moeite met de potentiële verkoper, de heer Van Moersbergen. Hij bedenkt allemaal uitvluchten om zijn land niet te verkopen, terwijl hij het wel ter veiling aangeboden heeft, maar niemand heeft geboden. Het schijnt dat zijn land bezwaard is met een fideï-commis. In dit geval betekent dit dat het onvervreemdbaar land is van de familie. Het is een constructie waarbij zijn vader of al een eerdere generatie heeft vastgelegd dat de erfgenaam beschikking krijg over het land, tot het kan overgaan op de generatie. Dat betekent concreet dat hij het land waarschijnlijk niet mag verkopen, misschien zelfs niet mag verpanden.

Brieffragment Moersbergen

met de heer van moersberge5Johan Gerard van Oostrum kan ick ock niet te recht koomen
die maeckt almeede wtvluchte opt verkoope van sijn lant
daer weijnich apreehensi toe is, want hij heeft verscheijde
partije lant laete veijlle daer niet voor geboode wort
ock wort geseijt dat hij niet veel verkoope kan vermidts
sijn goet viedekomis is, wat hier van waer is weet ick niet

Gezicht vanaf de voormalige voorburcht op het omgrachte kasteel Moersbergen bij Doorn, met op de rechterhoek van het ommuurde voorplein de 17de-eeuwse duiventoren, uit het noorden.
Tekening van Kasteel Moersbergen, anoniem ca 1665, Collectie Het Utrechts Archief.

Geld voor land: de Heimenberg

De erfpacht rondom de Heimenberg in Rhenen blijft ook onduidelijk. Is dat nou 80 gulden en daar bovenop nog eens 50 gulden? Dat zou jaarlijxs (ik houd van de x die Margaretha hier gebruikt) 130 gulden zijn, dat lijkt Margaretha toch wel te veel. Het vervelende is dat ze ook het ‘huurceel’, het huurcontract, dat Godard Adriaan met Van der Dussen gesloten heeft niet kan vinden. Het wordt niet helemaal duidelijk wat ze hierin van Godard Adriaan verwacht. Wil ze zijn mening, wil ze weten waar hij dat huurcontract gelaten heeft of vraagt ze voor de veiligheid maar niets zodat ze de vrije hand heeft? Ze gaat in ieder geval gelijk door met het geld dat haar man tot zijn beschikking heeft. Dat is natuurlijk allemaal geregeld.

Brieffragment Heimenberg

weegens het ackoort dat uhEd met vande dusse weege
den heijmen berch heeft aengegaen, heb ick met de rent
=meester vande domeijne gesproocke, die nu ock meent abuijs
int op stelle van sijn reecknin gehadt te hebbe, hij reeckende
80f ijaerlijxs bovende Erfpacht van 50f sijaers, so dat
volgens sijn reecknin wij hem 80f voorde heijmenberch en 50f
aende Erfpacht dat waer saem 130f ijaerlijxs, het welcke
mijns oordeels te veel soude sijn, ick kan geen heur seel weegens
den heijmenberch vinde ock het ackoort niet dat uhEd met
vande dusse heeft aengegaen, weegens de Erfpacht b

Een potloodtekening vanaf een hoog punt over een wijds, relatief vlak landschap. Op de voorgrond een rivier met helemaal links een boot. Het landschap is een weidelandschap met her en der bomen en kleinere bossages. Rechts tegen de horizon een verhoging in het landschap (de Wageningse berg?)
Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen naar het Oosten, Daniël Schellinks, 1670-1680. Collectie: Het Utrechts Archief.

Een vruchtbare tuin

Normaal gesproken is het werk aan het huis en de tuin de bodemloze put, maar in deze brief geen woord over de kosten. Het volk is wel hard aan het graven aan de wal tussen de vijver en het kleine boomgaardje aan de steeg of bij de hamei, de poort.

Dukenburg heeft zes perzikboompjes kado gedaan (zou dit iets te maken hebben met het gedoe rondom het rekenmeestersambt?) en die staan nu tegen de muur van de middelste tuin. De hovenier is bovendien bezig om de grond te prepareren voor een wijngaard. Die moet komen achter de muur bij de loodsen van de brouwerij en het washuis. Ze is nog op zoek naar wat goede wijnstokken.

Stel je hier niet een wijngaard voor om echt wijn te gaan maken. Het gaat waarschijnlijk om een een aantal stokken voor de druiven en mogelijk ook voor de schaduw!

Brieffragment tuin

[post deselfve van alles bericht te sulle doen,] van
daech heeft het volck begonne aent karre ent wt
graefve vaonde wal die tuschen de vijfver ent kleijne
boogaertge aende steech of homeij leijt, inde voor winter
heeft de heer van duijckenburch ons ses perscke boom
=tges gesonde die aen muer vande middelste hoff ge=
set sijn, den hoofvenier is ock beesich om de Aerde
te preepereere tot het sette van wijngaerde, achter de
muer teegens de lootse vand stallinge brouhuijs
en washuijs, ben beesich om goijen aert van druijfve te krijgen

Schilderij van een kleine, formele, besloten tuin met een prieel met enkele beelden aan het einde. Een man op een ladder plukt druiven en legt deze op een schaal opgehouden door een meisje. Links op de voorgrond maakt een keukenmeid groente schoon, naast haar zit een papegaai, op de grond staat een vogelkooi.
Een Amsterdamse stadstuin, Cornelis Troost, 1740-1745. Collectie Rijksmuseum.

Geld voor Fritsjes onderwijs

Fritsje zal dit jaar twaalf worden, dus heeft Van Ginkel een beslissing genomen over het onderwijs van Margaretha’s lievelingskleinkind. Hij zal onderwijs krijgen in Leiden bij de theoloog professor Spanheim. Waarschijnlijk komt hij daar in huis en hij krijgt teven een huisonderwijzer, een praeceptor. Dit gaat alles bij elkaar 1200 gulden per jaar kosten! Kennelijk vond Godard Adriaan dat ook veel, want Margaretha geeft hem daar gelijk in. Maar ja, ze willen het kind niet overal hebben, dus wat doe je eraan?

Brieffragment onderwijs Fritsje

de heer van ginckel heeft sijn soon fritsge te leijde bij de proo
fesser spanheijm6Friedrich Spanheim met Een presepter besteet, die niet min
als 1200f sijaers voor haer beijde wil hebbe, uhEd heeft
gelijck tis te veel voor Een kint, maer sij willen hem
niet overal hebbe wat salme dan doen, de preesepter
is hier al bij hem is van leijde van geboorte doch sijn
ouders woone tot delft handelen in laeckenen, het
schijnt Een goet Eerlijck man te sijn die mee gaende is
sij soude binne 14 dage of wtterlijck 3 weecke naer
leijde gaen, [onse neef lant is met de kompangi]

De praeceptor

Die praeceptor is al in Amerongen en hij lijkt een goed en eerlijk mens te zijn. Hij komt uit Delft en zijn ouders zijn daar lakenhandelaar. Over twee à drie weken zullen ze dan echt naar Leiden vertrekken. Daar houdt Margaretha het bij. Ze schrijft nog kort iets over de carrière van Neef Lant die maar niet wil vlotten. Hij is nu met het regiment van hun zoon (en Van Ginkel zelf) naar Breda. Dan in de PS komt nog wat extra informatie: de praeceptor heet Harinkhuizen en hij heeft verstand van en kennis in de “poolesije” en theologie. En als iemand weet wat Margaretha bedoelt met poolesije… Het zou kunnen komen van “policeren” (besturen, ordenen) of van “polijt” (netjes, keurig). Het zijn beide vaardigheden waar een jonge man wat aan zou kunnen hebben.

PS onderwijs Fritsje

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

ps de preesepter
van fritsge is
genaemt haerinckhuijse
schijnt verstant te hebbe
en kenisse inde poolesije
als inde teeoligie, wenste uhEd
hem hadt gesien

In een vertrek zit een jongen met een pruik op het puntje van zijn stoel met een boek in zijn handen. Op de tafel voor hem liggen meer boeken en staat een globe. Achter de tafel staat een volle man met pruik, met zijn rechterhand wijst hij naar de boekenkast achter hem, met zijn linker hand wijst hij naar de jongen. Op de voorgrond liggen boeken half onder tafel, evenals een speelgoed paard en een wagen. Helemaal op de voorgrond liggen een tol en een zweep.
Leerling en leraar in een studeervertrek, Daniel Berger (naar Daniel Nikolaus Chodowiecki), in of na 1773. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Carel Valckenaar
  • 2
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
  • 3
    Carel Alexander van Berck
  • 4
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
  • 5
    Johan Gerard van Oostrum
  • 6
    Friedrich Spanheim

Drukte allom

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 2 december 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 december 1676
Lees hier de originele brief

Margaretha is dolblij: ze heeft maar liefst twee brieven van Godard Adriaan ontvangen! Ze is blij om te horen dat steenhouwer Jan Prang aangekomen is in Bremen. Maar wat vindt Godard Adriaan nu van de tekeningen? Margaretha zit te wachten op antwoord.

Brieffragment Jan Prang

Ameronge den
2 deesem 1676
[rec. 7. dito 1676]
Mijn heer en liest hartge

gister heb ick uhEd aengenaeme vande 25 en
vandaech die vande 28 pasato ontfange, tis
mij lief ijan prang wel is overgekoomen, nu
verlanckt mij hoe uhEd al het overgesondene
so teeckenine als ander aenstaet, en wat daer
op sal reesolveere, [aengaende het verhoochge]

Druk, druk, druk

Bovendien ze wil aan de slag met de groentetuin. Ze wil de koolhof ophogen met aarde en zand en Van Ginkel wil daar ook nog fruitboompjes poten. Het werk aan het kasteel vordert. De metselaars zijn klaar met de bogen in de kelder maar de timmerlieden hebben nog wel een paar dagen werk. Het lood is aangekomen en de leidekker is bezig om het in de goten te leggen. Het werd hoog tijd.

Eerste brieffragment drukdrukdruk
Tweede brieffragment drukdrukdruk

[op sal reesolveere,] aengaende het verhoochge
vande kool hof achter den bloem hof, soot
sulcken vriesent weer blijft sulle wij met
den Eerste daer aengaen en sant en
Aerdt daer in laete brenge, de heer van
ginckel heeft geseijt te wille sien dat hij
Eenige vande kleijne fruijt boomtges die
hem toegeseijt sijn, te krijge om daer in
te pooten, de metselaers sijn gisteren alle
wt ons werck gegaen hebbende al de scheijt
boogen inde kelders gemaeckt dat Een groot
werck wt de weech is, de timmerli hebbe
noch wel acht dage werck, ijanhenderixs

den leijdecker is aent legge vant loot inde goote
dat hooch tijt is gedaen te sijn, [gistere is]

Op een groene kool zitten drie rode naaktslakken.
Drie naaktslakken op een kool, Julie de Graag, 1887 – 1924. Collectie: Rijksmuseum.

De molen

Maar er zit Margaretha iets dwars, een heel ander onderwerp: de molen. De molenaar heeft schulden en hij moet de molen verkopen. De schuldeiser wil de molen laten veilen, maar Margaretha wil liever zelf bepalen wie de volgende molenaar wordt. De molenaar vraagt er vierduizend gulden voor. Een beetje veel, vindt Margaretha, hij heeft er zelf indertijd 700 gulden voor betaald. Goed, sinds die tijd is er wat aan vertimmert en hij heeft er een huis en een rosmolen bij gebouwd, maar zoveel bijzonders is dat nu ook weer niet. Margaretha heeft er drieduizend gulden voor geboden, dat is het wel waard, maar waar haalt ze het geld vandaan? Moeten ze een obligatie verkopen? Zou Godard Adriaan per omgaande zijn ‘sentimente’ op dit punt kunnen laten weten?

Brieffragment molen

[dat hooch tijt is gedaen te sijn,] gistere is
onse moolenaer hier bij mij geweest die seijt de
moolen niet te konne houden ock heef kor=
=neelis verweij die in verwin en wilse te
koop veijlle tensijse uhEd niet wt de hant be=
liefde te koope, nu de moolenaer preesen=
=teertse ons te verkoope maer Eijster vier
duijsent gul voor ick seij als hijder drij
duijsent gul voor hadt dat hij heel wel toe
sou koomen, die heeft hij der voor gelooft,
en daer maer seeven hondert gul op betaelt ,
nu heeft hij der aen getimert Ent huijs dat
niet veel bijsonders is geset ock de rosmoole
so dat mijns oordeels alsmense voorde drije
duijsent gul kost krijge het niet te dier
sou sijn, maer waer koome wij aentgelt
of most oblijgasie verhandelen, uhEd be=
=lieft sijn gedachte hier Eens op te laete
gaen en sijn sentimente met den Eerste
te laeten weeten, [ick ben teegenwoordich]

Gravure van een landschap, rechts is het vlak, links iets hoger met bomen. Achter het heuveltje een dak. In de verte op de vlakte van links naar rechts een kerk, een molen twee torens en nog een dak. Op de voorgrond iemand op een wagen die wijst, een wandelaar met een kind. Diverse figuren verspreid in het landschap.
Gezicht op het dorp Amerongen uit het noorden. A. Rademaker, ca 1725, gemaakt naar een voorbeeld uit 1620. Collectie Het Utrechts Archief.

Worst

Margaretha springt werkelijk van de hak op de tak in haar brief. Ze heeft varkens geslacht. Vier varkens die ze zelf heeft gemest en twee ‘eijckel verckens’, varkens die in het bos hun voedsel (zoals eikels) hebben gezocht. Ze is heel tevreden over zichzelf: het is haar beter afgegaan dan hopman Blanche. De kleindochters Pootge (Salomé Jacoba van drie) en Niera (Reiniera van vier) zijn al druk bezig met het maken van worst voor ‘groote papa’. Hij moet nu maar eens snel thuiskomen!

Eerste brieffragment slacht
Tweede brieffragment slacht

[te laeten weeten,] ick ben teegenwoordich
ock int slachte van verkens heb vier van

ons Eijge gemeste en twee Eijckel verckens gesla
die alle ses heel suijver en klaer gevalle sijn
so dat mij slachte beeter als die vande heer
hoop man1Hopman: Bevelhebber van zekere afdeeling (een vendel of compagnie) krijgsvolk of schutters: kapitein. Ze geeft Blanche regelmatig verschillende titels: Kapitein, Monsieur en nu Hopman… Zou ze Blanche gekscherend de bevelhebber van Godard Adriaan noemen? blansche2Isaäc de Blanche, in dienst van Godard Adriaan geluckt sijn, pootge en
niera maecken al worst voor groote papa
maer segge dat hij haest thuijs moet
koomen, [Antge kijft op de groote bach]

In een schuurachtig interieur staat een vrouw achter een tafel een darm te vullen. Achter haar hangt een karkas van een geslacht varken aan een stok. Op schalen op een ton naast haar liggen worsten. Op de grond poten en in een schaal op de grond de kop van een varken. Links voor staan vier kinderen een blaas op te blazen, achter in het donker zitten mannen te drinken.
Interieur met een vrouw die worst maakt, Jacques-Philippe Le Bas, 1747. Collectie: Rijksmuseum

Drukke kleintjes

Antge (Anna van zeven) is boos omdat ze kousen voor ‘groote papa’ wil breien maar ze heeft geen voorbeeld voor de juiste maat. Nu ze geen kousen kan breien, is ze van plan om een brief te schrijven aan ‘groote papa’. Hopelijk is hij daar ook tevreden mee. Het is duidelijk: Margaretha geeft haar kleindochters een opvoeding waarmee ze van alle markten thuis zijn. En misschien moeten ze ook wel helpen omdat Margaretha anders geen tijd heeft om brieven te schrijven. Fritsje is nog op Middachten dus Margaretha heeft geen nieuws over hem. De kleine Godertje is gezond en groeit goed, maar hij draagt een ‘bant’ om te genezen van zijn breuk en Margaretha is de enige die de ‘bant’ mag verschonen. Baby Agnes brengt ook de winter bij haar grootmoeder door en ze groeit als kool.

Eerste brieffragment kleinkinderen
Tweede brieffragment kleinkinderen

[koomen,] Antge kijft op de groote bachSophia Visbach, trouwe huishoudster van Margaretha
dat sij haer geen hoosHoos: Min of meer nauw sluitende, langere of kortere bedekking van het been. van groote papa
heeft gegeefve om naer te breije, hoopt
teegens nieuwe ijaer Een brief aen groote
papa te schrijfve daer sijt weer mee goet
meent te maecken, hoet met fritsge
gaen sal weet ick niet die is noch op
Middachten, godertge is heel gesont en
fris groeijt seer maer is wat vast inde
bant die hem noijt af of aen gedaen wort
om te verschoone als in mijn preesensie
hoope hij met godts hulpe haest sal geneese,
het jonste kint dat Angnis genaemt is
naer de oude vrou van MeuweAgnes van Westerholt, grootmoeder van moeders zijde van Ursula Phlippota de groot
moeder van vrou van ginckel gelijck
uhEd int eerst van haer geboorte heb

geschreefve, groeijt ock heel wel, de heere wilse
alle in sijne vreese laeten opwasse, [sijn]

Een meisje zit met een breiwerk op een stoel, een kleiner meisje staat naast haar en kijkt mee naar wat ze doet.
Een meisje leert haar zusje breien
Petrus Johannes Arendzen (vermeld op object), 1856 – 1900. Collectie Rijksmuseum.

Winter

Het gaat een koude winter worden. Margaretha laat alle dagen bijten in het ijs in de gracht hakken zodat de vissen het overleven. Maar ‘al wat God belieft moete wij verwachte’. En op die berustende noot besluit Margaretha haar brief.

Brieffragment vorst en afsluiting

[naer Middachte,] het vriest hier sterck
ick laet alledaechge inde grafte bijten
om de vis te behoude, soot schijnt mochten
Wij wel Een harde winter hebbe, al wat god
belieft moete wij verwachte, inwiens heijlige
bescherminge uhEd beveelle en blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor vrou van

Een weids landschap met links bomen en een restant van een poort. Rechts de vaart met aan de oever twee mannen die een wak maken (een bijt hakken). In de verte schaatst iemand.
Landschap met figuren die een wak maken op een bevroren vaart, Andreas Schelfhout, ca. 1825 – ca. 1829. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Hopman: Bevelhebber van zekere afdeeling (een vendel of compagnie) krijgsvolk of schutters: kapitein. Ze geeft Blanche regelmatig verschillende titels: Kapitein, Monsieur en nu Hopman… Zou ze Blanche gekscherend de bevelhebber van Godard Adriaan noemen?
  • 2
    Isaäc de Blanche, in dienst van Godard Adriaan

Recente reacties

  1. Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep

  2. Politiek gezien is er weinig veranderd. Baantjes die worden vergeven.

  3. Ik zal eens bij de slager vragen of er nu nog paterstukken te koop zijn.

  4. van Beusinchem komt niet voor in de staten van oorlogh. Dus kan je aannemen dat van Ginckel de zoon niet…

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén