De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Diplomatie

Herbouw en heibel

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft de brief van 17 januari ontvangen. Ze gaat uitgebreid op Godard Adriaans brief in. Daarnaast is er nog nieuws over de herbouw van het huis en is er heibel in het dorp. En zijn de Fransen weer op oorlogspad?

Elk meent meester van het zijne te zijn

Waarschijnlijk is Godard Adriaan in de brief van 17 januari nogal uit z’n slof geschoten, want Margaretha voelt de behoefte zich te verontschuldigen. Het gaat om de rekening van het hardsteen uit Bremen: die is hoger uitgevallen dan verwacht.

Brieffragment opgelopen kosten

Ameronge den 26/16 ijanwa 1680 
Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande 7/17 dees heb ick ontfange
waer op tot Antwoort dient dat wel wenste
de reeckenin vande hartsteen van breeme wt de
4000 f die wij van domburch1In de brief van 6 januari was hij renteheffer hebbe opgenoome
had konne betaelt worde, maer die peninge
hebbe nergens nae bereijckt de schulde die
hij weegens onse timeraesge doen maels
hadde, ock hadde wij doen die reecknin
niet, noch wiste niet wat wij daer schuldich
waeren, het doet mij leet dat de reecknine
so hooch loope, [uhEd weet datter op mijn]

(Ondersteboven:
ons godertge de heer sij
gedanck weer wel doch siet
noch als een doeij so bleeck
en geswolle int aensicht2waarschijnlijk had hij de bof

Rechthoekige monochrome glas-in-lood ruit met allegorische voorstelling van Aritmetica, een van de vrije kunsten. Zij wordt hier voorgesteld als een jonge vrouw op een stoel zit en op een schrijftafel rekent, terwijl drie oudere mannen bezig zijn met tellen van munten en controleren van rekeningen.
Aritmetica, Jacques de Gheyn (I) (mogelijk), na 1565 – in of voor 1582. Collectie Rijksmuseum.

Goede huisvrouw

Godard Adriaan moet begrijpen dat Margaretha bij de herbouw van het huis steeds zijn akkoord heeft afgewacht, en nooit iets heeft laten uitvoeren zonder zijn expliciete toestemming. Juist daarom is zij terughoudend om werklieden aan het werk te zetten, want geld loskrijgen van schuldeisers blijkt buitengewoon moeilijk, het zijn echte woekeraars. Een alternatief om aan geld te komen is er op korte termijn niet. Misschien brengt het komende jaar verbetering — al meent elk meester van het zijne te zijn, en wil dus beschikken over wat hij denkt dat hem toebehoort.

Eerste brieffragment zuinigheid en leningen
Tweede brieffragment zuinigheid en leningen


[so hooch loope,] uhEd weet datter op mijn
begeerte of sindelijckheijt indeese timeraes
ge niet is gemaeckt al datter gedaen is,
is op uhEd begeerte en ordere geschiet,
ick heb van heetere weegens het gelt van blan
sche niet Een woort geschreefve, sal mij dat
uhEd Esprese last niet bemoeijen, ben ock
seer beschroomt Eenich volck int werck te stele

sonde al voorens te weeten wat gelt daer toe is
want is ongelooflijck hoe de mense die wij
schuldich sijn moeijlijck valle om gelt,
tis waer uhEd heeft groot gelijck domburch en
diergelijcke sijn rechte woeckenaers maer wat
soude wij gedaen hebbe moste gelt hebbe en
kostent nergens krijgen, ick wenste so
seer als Eimant dat wij dat kapitael koste
af losse en ons pant weer in ons macht
hebbe, maer sien daer geen raet toe voor
dat het ijaer om is, vermaerte geloof ick
dat t eijde sijn goet raeckt maer Elck
meent meester vant sijn te sijn[, ick sal]

Achter een tafel zit een man, leunend op een volle zak. Voor hem liggen munten en papieren. Een man en een vrouw zijn net door de deur binnen gekomen. De man heeft een brief in zijn hand en hij spreek luid wapperend met zijn andere hand tegen de man achter de tafel. De vrouw achter hem draagt een emmer en houd een doek tegen haar neergeslagen hoofd. Op de muur op de achtergrond hangen twee schilderijen met schepen. Boven de prent staat: behoefte en nood, geeft woek'raars brood.
Twee radeloze mensen bij een woekeraar, Cornelis Huyberts, 1725. Collectie Rijksmuseum.

Water, zand, wind

In haar vorige brief schreef Margaretha al over het ongure weer. Het water dat eerst gestegen, toen gedaald, en toen weer gestegen was, is nu weer gedaald. De duivegaten staan wel nog onder water. Het zand kan ook nog steeds niet uitgereden worden. Zand voor de metselaars aan laten voeren is wel mogelijk, dus dat zal Margaretha zo snel mogelijk regelen. Dan kan er in ieder geval gewerkt worden. De molen is ook verhuurd, voor ƒ340 per jaar. De molenaar draagt dan wel de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de zeilen en touwen.

Eerste brieffragment water zand en wind
Tweede brieffragment water zand en wind

het water is weer aent valle doch valt
seer slapges en sijn onse duijfve gaete
noch onder water, het water is dit
mael op wveel naer niet op sijn hoochste ge
weest, dewijl men geen sant aerde kan
rijde laet ick sant voor metselaers rijde

so datter niet versuijmt wort noch de paerde
leech blijfve staen, ick heb ock onse moolle
aende moolenaer van mouricks broer ver
huert voor 34 340f int ijaer midts
dat hij die van seijlle en touwe die bij
naer weer moste vernieut worde
moet onder houde[, men hoort hier]

Gravure van een molen in een landschap, Het lijkt of de molen in een flinke wind staat en het tuigage er los bij hangt.
Molen, Jacob Maris, 1847-1899. Collectie Rijksmuseum.

Een diplomaat op oorlogspad?

De Franse ambassadeur Jean-Antoine de Mesmes, beter bekend als d’Avaux, stuurt voortdurend memories aan de Staten-Generaal. Wat er in de memories staat en wat d’Avaux er mee wil bereiken, wordt niet duidelijk uit de brief van Margaretha. Dreigt er weer een oorlog? Het lijkt er wel op, als we Margaretha’s brieven moeten geloven…

Intermezzo: wat er daadwerkelijk gebeurde

De 21e-eeuwers achter dit blog zijn bij Kerrewin van Blanken te rade gegaan, die de correspondentie van d’Avaux heeft bestudeerd. Kerrewin wist te vertellen dat d’Avaux in deze periode probeert de Republiek te bewegen tot een defensief verdrag met Frankrijk. Daarmee hoopt hij niet alleen de Franse positie te versterken, maar ook de spanningen tussen de Staten van Holland — vooral Amsterdam — en stadhouder Willem III te verdiepen. De Staten weigeren echter en beroepen zich op hun neutraliteit: zij zouden geen enkel bindend verdrag met een buitenlandse macht willen sluiten.

D’Avaux doorziet dit argument en noemt het misleidend. Nog maar twee jaar eerder hebben de Staten immers een verdrag met Engeland gesloten, naast vergelijkbare verdragen met de keizer en Spanje. Dat zij juist met Frankrijk geen verdrag willen aangaan, presenteren zij volgens d’Avaux onterecht als principiële neutraliteit. Tegelijk doen er geruchten de ronde dat de Franse koning de Republiek tot een alliantie zou willen dwingen.

Fragment uit een boek.
Fragment van één van de Memoires van d’Avaux, 22 januari 1680. Via Google Books.

Om dit beeld te corrigeren, laat d’Avaux, zonder zichzelf als bron te tonen, het Engels-Nederlandse verdrag van maart 1678 drukken, voorzien van toelichtingen in het Vlaams. Hij verspreidt dit samen met eigen memoires en beschouwingen, die in Amsterdam worden vertaald en naar verschillende Hollandse steden gestuurd. Waarschijnlijk zijn dit de memoires waar Margaretha Turnor op doelt.

Terug naar Margaretha

Margaretha hoopt in ieder geval dat god almachtig alles ten beste wil schikken. En dat ze niet weer, zoals acht jaar geleden tijdens het Rampjaar, in afwezigheid van haar man have en goed moet achterlaten op de vlucht voor de vijand…

Brieffragment Franse diplomaat

[moet onder houde,] men hoort hier
godt beeter niet als van swaericheit veroor
saeckt door de scherpe meemoorie die doorde
franse Ambassadeur geduerich worde in
gegeefven, het welcke bij veelle seer ge=
Apreehendeert3Apprehendeeren: in beslag nemen wort en swaer hoofdich
maeckt, godt almachtich wil alles ten
beste schicken, ons voor weer in uhEd ap
sensie te moete vluchte, bewaeren[, de heer]

Een half lengte portret in een ovaal een gezette man met een pruik met weelderige grijze krullen. Hij heeft een minzaam lachje om de lippen en flinke blossen op de wangen. Hij draagt een kanten jabot op een blauw pak met gouden borduursel. Op zijn borst heeft hij een zilveren kruis van L'ordre du Saint-Esprit en hij draagt de bijbehorende blauwe sjerp.
Jean Antoine II de Mesmes, comte d’Avaux, Hyacinth Rigaud, 1702. Privécollectie, bron: wikimedia commons.

Eer en aanzien

Gelukkig is er ook goed nieuws, want Van Ginkel – en dat zal Godard Adriaan zonder twijfel ook al wel van zijn zoon zelf hebben vernomen – is door Willem III beloond met het gouverneurschap van Utrecht. Vroeger had Frederik van Nassau-Zuylestein de positie. Dat levert veel eer en aanzien op!

Brieffragment Gouvernement van Utrecht

[sensie te moeten vluchte, bewaeren,] de heer
van ginckel sal buijte twijfel uhEd hebbe
geschreefve hoe dat sijn hoocheijt hem op Een
seer oblijgante manier het goevernement
van wttrecht in voechge het den heer van
Suijlisteijn heeft gehadt, heeft gegeefven
daer wel niet veel aen vast is maer is
noch al Een Eer en aensien,

Een schilderij met een zwarte lijst waarbinnen een goudkleurige lijst. Een man van ongeveer 30-jarige leeftijd in een zwart harnas is driekwart geportretteerd. Hij staat schuin op de toeschouwer en kijkt die aan. Zijn rechterschouder is naar voren gekeerd. Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij heeft donker krullend haar (of een pruik) tot net op zijn schouders In zijn rechterhand heeft hij een officiersstaf. Om zijn hals heeft hij een witte doek geknoopt. Bij zijn rechterarm komt een wit stukje textiel onder het harnas uit.
Godard van Reede van Ginkel, Gottfried Kneller, 1692. Collectie Kasteel Amerongen. Foto: Peter Cox.

Het kerstschandaal

Dan volgt er een heel relaas van maar liefst twee kantjes over een kwestie tussen de predikant en ene Evert de Wael. Hier vind je alle brieffragmenten over dit schandaal, een korte versie is beschikbaar op Een huis vol verhalen.

Kort voor Kerstmis zou Evert de Wael, die dronken was, op het stadhuis hebben gezegd dat de predikant een leugenaar was, die leugens in het kerkenboek had geschreven.

Eerste brieffragment over het kerstschandaal

hier is weer Een spul vande ander werck met de
preedikant4Bernhard Keppel en Evert de wael, den laeste
voor korsmis opt raethuijs neffens het ge=
=recht sijnde daert gerecht Een maeltijt had
en Evert dewael beschoncke of droncke
was, soude door klaes van velpe seer aen
gedronge sijn geweest om te segge waerom
hij niemant wt de kercken raet tot schee
pen wilde nomeneeren, sou Eijntlijck Evert
de wael geseijt hebbe dat de preedikant Een
leugenaer was die leugens int kerckenboe
geschreefven hadt en Een man was die
geen konschensie5Consciëntie: Geweten; Het besef, de kennis van goed en kwaad hadt, [waer op hem]

Tekening van een dorpsplein met rechts veel bomen en daartussen een put waar twee vrouwen water halen. Links een rijtje huizen, waarvan het laatste trapgeveltjes heeft een een torentje, dit is het raadhuis.
Gezicht in het dorp Amerongen, met links het raadhuis en rechts een waterput, P. van Liender, 1777. Reproductie van Het Utrechts Archief van de tekening in het Koninklijk Huisarchief te Den Haag.

Spijt

De volgende dag wordt Evert de Wael hieraan herinnerd, maar hij weet niet meer wat hij gezegd heeft. Wel heeft hij enorme spijt. Hij vraagt de secretaris te laten achterhalen wat hij gezegd heeft en hij vraagt hem excuses over te brengen. De secretaris gaat hier niet in mee. Van Velpen heeft het voorval aan de kerkenraad en de predikant gemeld en de kerkenraad neemt verdere stappen.

Tweede brieffragment over het kerstschandaal

[geen konschensie hadt,] waer op hem
dit sanderendaech indachtich gemaeckt
sijn, hij bij de seeckreetariis6Godert van den Doorslagh quam hem ver
socht bij velpe te gaen en te versoecke de
wijlle hij niet wist wat geseijt had en dat
hem sule leet was geseijt te hebbe, dat hijt
aende preedikant of kerckenraet niet wil
de segge of bekent maecken, het welcke
de seeckreetaris seijt niet aengenoome te hebbe
om te doen, en velpe geraporteert heeft
donderdaechs daer aen inde kerckenraet of
wel Eerst aende preedikant, waer op dit
neffensgaende is gevolcht, [daer de preedikans]

Een man zit aan een tafel met een doek om zjn hoofd, hij heeft zijn ogen dicht en houdt zijn handen voor zijn oren. Om hem zijn allemaal duiveltjes actief. Één staat op tafel en slaat met een hamer een speld in zijn hoofd, twee luiden een grote bel boven zijn hoofd, twee anderen slaan met hamers po een aambeeld dat op zijn hoofd staat en vier duiveltjes, één op de stoelleuning en drie op de grond, trekken met alle macht aan touwen die vastgemaakt zijn aan een spijker in zijn hoofd.
Karikatuur van een man met hoofdpijn, Honoré Daumier, 1833. Collectie Rijksmuseum.

Ruïneren

Margaretha nuanceert de zaak: wat Evert de Wael dronken gezegd heeft, zeggen anderen nuchter en daar heeft de kerkenraad niets tegen gedaan. Volgens Margaretha wordt De Wael hier onrecht aangedaan, omdat men wist dat hij dronken was en hem nu beschuldigt van opzettelijk handelen. Sterker nog: de kerkenraad heeft gezegd dat ze Evert de Wael willen ruïneren. Margaretha verwoordt het als volgt: “Waar de tuin het laagst is, komt men het eerst”, ofwel de zwakkeren hebben het het zwaarst.

Derde brieffragment over het kerstschandaal


[doort dorp hebbe geloopen,] het geene deese
man bij den dronck heeft geseijt seggender
wel meer nuchtere en daer doet niet teegens
maer daer den tuijnt laechst is wil men
t Eerst over sij hebbe volmondich geseijt
dat se Evert dewael wille ruijneere, de
seeckreetaris heeft mij sels geseijt dat Evert
de wael droncke opt raethuijs was doen hij
dit seijde dat hij daerom geen attestaesie
dien avont wilde schrijfve om datse meest
al droncke waeren, en nu seggense in dit
neefvensgaende dat hijt met voorbedachten
raet heeft geseijt, hoe ackordeert dit,

De goddeloze kerkenraad

De dominee en de kerkenraad doen alsof het een algemene regel is: alle lidmaten moeten nou eenmaal in de kerk komen en anders zijn ze verantwoording verschuldigd aan de kerkenraad. Margaretha stuurt de beschuldiging van de kerkenraad mee als bijlage. Ze is het duidelijk niet eens met de dominee en de kerkenraad.

Vierde brieffragment over het kerstschandaal


nu wort ock geseijt dat den preedikant met
sijn kerckenraet voorneemens sijn vande
stoel af te leesen dat alle litmaeten
sulle gehoude sijn in sijn kerck te koomen
of voor sijn kerckenraet te kompareere7Compareren: verschijnen om
reedene te geegeren8verschrijving? waerom sij daer
wt blijfven, ick had liefver wie weet
wat te doen als bij sulcken godloosen
kerckenraet te kompareeren die haer
niet ontsien de armemensche met sulcke
valsheede als in dit neefensgaende staet
te beschuldigen, [dat ick so wel bij de
gelde was als niet ben sou naer den haech]

In een hoog kerkinterieur zit een preekstoel aan een pilaar. Er is een kerkdienst bezig, op de kansel staat een predikant. In de banken rondom de kansel zitten mensen, achter de banken staan mensen. Op de voorgrond een vrouw met een kleuter aan de hand, een man met een rode cape, twee honden en bij de pilaar zit een vrouw haar baby de borst te geven.
Het interieur van de Nieuwe Kerk, Amsterdam, waar een dienst bezig is, Emanuel de Witte, 1665. Collectie Harvard Museums.

Een beetje dom

Evert de Wael wil tegen het bijgesloten stuk in beroep gaan bij de classis. Zo’n beroep kost tijd, is niet makkelijk en… kost geld. Margaretha vindt het duidelijk niet eerlijk. Margaretha heeft het Evert zelf ook gezegd: hij had dit niet moeten zeggen. Kortom, hij was een beetje dom. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan het haar niet kwalijk neemt dat ze zo lang over deze zaak door blijft gaan, maar ze vindt dat hij moet weten wat er hier in het dorp speelt…

Vijfde brieffragment over het kerstschandaal

[ick paeseijnsie hebbe,] dit neefvensgaende hebbe
sij Evert dewael thuijs gesonde die daer van
aent klasses wil Apelleere , sij doen dien
man groote koste en moeijt aen, tis waer
ick hebt hem ock geseijt hij had wel mooge swijge
ent niet behoore so te spreecke, dan de
man is ock so getreen dat wt de overvloet
vant hart de mont droncke sijnde dickmael
spreeck hoewel de waerheijt niet altijt
geseijt wil sijn, ick heb goet gedocht hoewel
weete het uhEd niet als faesgerije die hij
niet keeren kan sal geefve, te schrijfve
op dat hij mochte weeten wat hier om gaet
hoope deselfve niet qualijck sal neeme
ick hem hiermeede so lange op houde,

Een vrouw met een weegschaal in haar hand staat naast een palmboom. Op de achtergrond de suggestie van een stad.
Justitia, Gesina ter Borch, ca. 1660-1669. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    In de brief van 6 januari was hij renteheffer
  • 2
    waarschijnlijk had hij de bof
  • 3
    Apprehendeeren: in beslag nemen
  • 4
    Bernhard Keppel
  • 5
    Consciëntie: Geweten; Het besef, de kennis van goed en kwaad
  • 6
    Godert van den Doorslagh
  • 7
    Compareren: verschijnen
  • 8
    verschrijving?

Bezorgde moeder

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 3 januari 1661 Amerongen
Ontvangen Constantijn Huygens 13 januari 1661
Lees hier de originele brief

De brief die Margaretha Turnor op 3 januari 1661 schrijft, is haar vroegst bekende brief. Ze schrijft hem niet aan haar man, maar aan Constantijn Huygens, heer van Zuilichem.

De Spaanse missie

Waarom schrijft Margaretha aan Constantijn Huygens? Daarvoor moeten we terug naar oktober 1660. Op dat moment vertrok namelijk de eerste officiële Staatse missie sinds de Vrede van Münster in 1648 naar Spanje. Het doel van de missie is om koning Filips IV geluk te wensen met het huwelijk van zijn dochter Maria Theresia met de Franse koning Lodewijk XIV. Het huwelijk is een bezegeling van de in 1659 tussen Spanje en Frankrijk gesloten Vrede van de Pyreneeën. Met het overbrengen van die gelukswensen wil de Republiek uiteraard een hoger doel bereiken, namelijk het hernieuwen van een aantal eerder gemaakte afspraken op het gebied van staatszaken.

Een elegant gezelschap staat in een kerk voor het altaar. In het midden een bisschop die de infante Maria Theresia van Oostenrijk, gekleed in een hermelijnen mantel met fleur de lis en Lodewijk XIV, gekleed in een mantel met het Maltezer kruis, trouwt. Voor hun een tafel met twee stoelen die ook bekleed zijn met fleur de lis.
Edmé Jeaurat (naar Charles le Brun), Het huwelijk van Maria Theresia, dochter van Filips IV van Spanje in 1660, 1731. Collectie Scottish National Gallery Of Modern Art (Modern Two) (Print Room)

In het gevolg van Godard Adriaan

Eén van de drie ambassadeurs die op 3 december 1660 in Madrid gearriveerd is, is Godard Adriaan van Reede. Hij wordt niet alleen vergezeld door zijn 16-jarige zoon, Godard van Ginkel, maar ook door Lodewijk Huygens, de zoon van Constantijn. Voor beide zonen geldt de missie als onderdeel van hun opvoeding. De inmiddels 29-jarige Lodewijk spreekt Spaans en kan dus af en toe optreden als vertaler, maar heeft verder geen officiële taak en wordt ook niet betaald. Maar ach, vader Huygens was allang blij dat zijn derde zoon mee kon op deze gezantschapsreis. Misschien hoefde hij dan niet langer in de schaduwen van zijn succesvolle oudere broers, Constantijn jr. en Christiaan, te staan.

Een zogenaamd ten voeten uit schilderij met een goudkleurige lijst. Geleund tegen een tafel met een roodzijden kleed, staat een jongeman, levensgroot afgebeeld. Op de tafel ligt een helm met roze rode veren. De jonge man staat met zijn rechterbeen iets naar voren zodat en kijkt de toeschouwer aan. Hij heeft een jong vriendelijk gezicht en lang haar tot iets over zijn schouders. Hij draagt zijn haar met een middenscheiding. Bovenop zijn hoofd is zijn haar glad, aan de zijkant krullend. Hij is gekleed in een zwart harnas met om zijn middel een dunne ceintuur waaraan aan zijn linkerkant een sabel hangt. Onder het harnas komt een klein stukje van zijn wambuis. Hij draagt bruine laarzen. Bij zijn hals over zijn over zijn harnas draagt hij een een kunstig geplooide, witte halsdoek. Achter de jongeman is linksboven een stukje landschap en lucht afgebeeld.
Godard van Reede van Ginkel (1644-1703), Jurriaen Ovens, 1661. Collectie: Kasteel Amerongen. Foto: Peter Cox.

Afscheid nemen bestaat niet

Lodewijk Huygens had veel vrije tijd en hield al sinds het begin van de reis een dagboek bij. Het dagboek is bewaard gebleven. Daardoor weten we onder meer dat Margaretha haar gezin in oktober 1660 tot aan het vertrek van het gezantschap vanuit Hellevloetsluis heeft vergezeld. Onderweg van Den Haag naar Hellevoetsluis speelde het gezelschap, onder wie Lodewijk, een kaartspelletje. Het afscheid viel zowel de vertrekkenden als de achterblijvers zwaar, aldus Lodewijk: er vloeiden veel tranen. Maar Lodewijk beschrijft een saillant detail. Probeerde Godard van Ginkel zich groot te houden tegenover zijn reisgenoten? Volgens Lodewijk huilde Godard namelijk tranen met tuiten wanneer hij in de richting van zijn moeder keek, maar lachte hij smalijk wanneer hij zich omdraaide naar zijn reisgezelschap.

Alvorens verder te gaan kan ik me niet bedwingen om hier hier nog een nogal zeldzaam en vermakelijk voorval in herinnering te brengen dat plaatsvond bij het vertrek van mevrouw Van Amerongen. Het was namelijk zodat als mijnheer Van Ginckel haar zoon, een edelman met een nogal vrolijk karakter, naar de ene kant keek om afscheid van zijn moeder te nemen, dan zag hij haar samen met haar nichtje staan huilen. Ik had zo even al verteld dat ze dat deden Keek hij naar de andere kant, dan zag hij zijn metgezellen van wie dat soort afscheid misschien niet zo hoefde. Op hetzelfde moment dat hij van de ene naar de ander kant keek, deed hij dan hen en dan ons na. Draaide hij zich nar de zijde van zijn moeder, dan huilde hij namelijk tranen met tuiten en op hetzelfde ogenblik dat hij zich naar ons keerde, begon hij minstens zo smakelijk lachen. Hij deed dat iedere keer als hij zich van de een naar de ander wendde zonder dat hij zichzelf daarbij in de hand had.

Maurits Ebben (red.), Lodewijk Huygens’ Spaans journaal. Reis naar het hof van de koning van Spanje, 1660-1661 (Zutphen, 2005).
Families zwaaien naar de vertrekkende schepen, op de voorgrond het verwelkomen van de teruggekeerde familieleden en geliefden. Bedrukt op achterzijde met tekst in het Nederlands.
Afscheid en terugkeer op de kust, Willem Basse, 1632 – 1634. Collectie Rijksmuseum

De thuisblijvers

Margaretha Turnor en Constantijn Huygens delen hetzelfde lot: ze zijn thuisblijvers en moeten hun zonen missen. Uit haar brief van 3 januari 1661 blijkt dat Margaretha reageert op een eerdere brief van Huygens. Blijkbaar heeft de heer van Zuilichem haar al eerder een brief geschreven, misschien onderhielden ze al langer een briefwisseling en is alleen deze brief bewaard gebleven. Hoe het ook zij, de thuisblijvers hebben elkaar opgezocht en vertrouwen hun zorgen aan het papier en aan elkaar toe.

Omdat Margaretha herhaalt wat ze in een ontvangen brief van Constantijn gelezen heeft, weten we ongeveer wat er in die brief gestaan moet hebben. Er stond waarschijnlijk iets in over het verloop van de reis, want Margaretha is er zeer content mee te horen dat de reis niet over ‘de bergen en kwade wegen’ was gegaan. Constantijn had zijn lotgenoot met zijn woorden gerustgesteld.

Brieffragment over Margaretha's zorgen.

uEd schrijfvens is mij seer wel behandich
waer voor uEd hoochlijck bedancke te
meer doordien die mij heel wel te pas
quam, als de kontreije in spange diede
heere Ambassadeurs moeste passeere
niet kenende was ick seer bekomert
en aprehendeerde de reijs overde berge
en quade weege van die seer, waer
van uEd mij het kontrarije door deselfs
schrijfve beliefde te segge, heeft mij een
=nige gerustheijt gegeefve, [sedert heb]

Bekwaam en modest

Margaretha deelt ook een aantal complimenten uit. Ze schrijft haar lotgenoot dat Godard Adriaan in een brief heeft laten weten ‘zeer gelukkig’ te zijn met het gezelschap van Lodewijk Huygens; de zoon van Constantijn is zeer ‘bekwaam en modest’.

Zou Margaretha hopen dat haar lotgenoot in een volgende brief complimenten aan Godard Adriaan uitdeelt? We zullen het helaas misschien wel nooit weten, want er zijn – zover bekend – geen andere brieven van Margaretha aan Constantijn Huygens bewaard gebleven.

Brieffragment over de compliment van Godard Adriaan over Lodewijk Huygens

[schrijfve heeft besocht,] vint sich
doort geselschap van men heer uEd
soon geluckich want kan mij niet genoech
scrhrijfve van sijn Ed bequ
=aem en modest leefven[, seijt ock]

Een schilderij met zes cartouches. In het midden een oudere man, Constantijn Huygens. Hij heeft een spits gezicht met een snor en een klein baardje. Hij heeft donker halflang haar met veel volume. Hij is in het zwart gekleed met een kantenkraag. Zijn linker hand houdt hij voor de borst, waardoor je het kanten manchet ziet. Om zijn middelvinger draagt hij een ring. Midden boven een portret van een jong meisje, Constantijns dochter Suzanna, in een wit jurkje en een wit kapje op. Op het jurkje zitten roze strikjes en op het kapje een roos. De andere vier cartouches zijn voor de vier zoons. Links boven Constantijn jr., rechts boven Christiaan, links onder Lodewijk, rechts onder Philips. Afgezien van Philips dragen de jongens donkerbruin met een witte kraag. Philips draagt een groen fluwelen cape en een baret met een witte veer. Tussen de cartouches zijn in bruin putti en vruchten geschilderd. Op een schild onderaan het schilderij staat ECCE / HÆREDITAS / DOMINI. / Anno. 1640
Portret van Constantijn Huygens (1596-1687) en zijn vijf kinderen, 1640, Adriaen Hanneman. Collectie Mauritshuis.

De stand van zaken

In juli komt Godard Adriaan thuis. Nou ja, thuis. Hij komt bij zijn vrouw, in Amsterdam en Den Haag. Uiteraard is hij hier voor werk, maar omdat ze elkaar zien zijn er geen brieven. Jammer voor ons, want Margaretha liep tegen nogal wat dilemma’s op in haar laatste brieven. We zullen deze stille maand gebruiken voor een aantal blogjes met wat achtergrond bij de brieven. Vandaag kijken we wat de stand van zaken is in de Republiek als Godard Adriaan terug komt en wat gebeurt er als hij hier is.

De Oorlog

In de eerste helft van 1672 is de Republiek aangevallen door de Engelsen op zee en op land door de Franse koning Lodewijk XIV en de Duitse bisschop van Münstersamen met de bisschop van Keulen, maar die speelt een minder belangrijke rol. Margaretha zag het aan het eind van haar laatste brief goed: voor de zomer hadden de aanvallers een verdeling gemaakt. Niet helemaal zoals Margaretha schreef, maar Engeland zou Zeeland krijgen, Overijssel en het Noorden en Frankrijk ook de rest. Dus Holland zou voor Frankrijk zijn, want Lodewijks was die hele oorlog begonnen om de Republiek een lesje te leren.

Begin juli zitten de Engelsen nog niet in Zeeland, de bisschop heeft Overijssel en Drenthe, maar stuit in het Noorden op flinke tegenstand. Lodewijk ligt achter de waterlinie, in Utrecht. In de brieven was al duidelijk dat men aan de andere kant van het water zeer benauwd was voor de Franse troepen. Toch gebeurt er niets…

Kaart van de Nederlanden en delen van de omringende landen met het Noorden rechts boven. Op de kaart is een lijn ingetekend die aangeeft welke gebieden de Republiek in 1672-73 aan Frankrijk en haar bondgenoten verloor en welke gebieden behouden bleven. Boven de kaart zijn in zee de zeeslagen uit de jaren 1672-1673 voorgesteld. Linksonder de titelcartouche, daaronder een schaalstok: Dit is 20 Uren Gaens, of 15 Duytsche Mylen.
Kaart van de Nederlanden met de oorlogssituatie van 1672-73, anonymous, 1690 – 1700, Collectie Rijksmuseum

Diplomatie

Lodewijk denkt dat hij al gewonnen heeft. De Hollanders kunnen geen kant op. Ze hebben weliswaar de waterlinie, maar Lodewijk heeft steun van de Engelsen. Samen kunnen ze de Republiek van de rest van de wereld afsnijden en dan moeten ze zich wel overgeven. Hij stelt zich kennelijk een soort gigantische belegering van Holland en Zeeland tegelijkertijd voor.

Met dit idee begint hij in de zomer te onderhandelen. Onderhandelen is misschien te vriendelijk verwoord: hij legt zijn eisen voor Hollandse overgave op tafel. De Republiek gaat hiermee niet akkoord. Ondertussen zoekt ook Karel II toenadering tot de Republiek. Zijn neef Willem III wordt op 4 juli 1672 Kapitein-Generaal en Stadhouder van Holland en Zeeland. Karel denkt dat hij hem kan helpen om zijn positie te verstevigen, Stadhouder Willem III hapt echter niet toe. Hierop sluit Karel een nieuw verbond met Lodewijk. Ondertussen begint Bommen Berend, de bisschop van Münster, met zijn aanval op Groningen.

Staatsen en orangisten

Margaretha schreef al over de onrust in de steden en de spanningen, in de zomer nemen de spanningen tussen Staatsen en orangisten alleen maar toe. Daar zal een volgend berichtje in deze briefloze maand over gaan. Hebt een vraag of wilt u ergens achtergrondinformatie over? Laat een reactie achter en dan kijken wij wat we kunnen doen.

Diplomatenvrouw

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 20 maart 1672 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 23 maart 1672
Lees hier de originele brief

Het leven van een diplomatenvrouw is niet altijd makkelijk. Margaretha heeft het er moeilijk mee dat haar man altijd weg is. Aan de andere kant lijkt ze ook wel te genieten van de ruimte die ze heeft om het landgoed te beheren en zich met de politiek te bemoeien. In de brief van vandaag is ze enigszins teleurgesteld dat haar man weer een andere missie aangenomen heeft.

Brieffragment over de nieuwe missie van haar man

tis mij seer lief wt uhEd schrijfvens vanden
13 deeser en wt de voorgaende te sien de kon
=tiniwaesie1continuatie: voortduring (hardop uitspreken!) van uhEd gesontheijt, maer ben
van harte bedroeft te sien uhEd de komissie
weer naer saxse heeft aengenoome hoewel
men seijt het maer voor Een korten tij sal
sijn, daer kan ick mij niet meer mee laete
abuseere2abuseren: misleiden want dat heeft men vant begin
van deese komisie geduerich aengeseijt3aanzeggen: bekend maken, ent
heeft nu overt ijaer geduert, wie weet waneer
het noch Endicht se moogen uhEd vandaer
voort naer weenen bij de keijser versoecke
te gaen ick maeck nu geen staet uhEd van
alde soomer weer thuijs te sien dat al vrij
verdrietich sal vallen, [wt mijne laeste]

Ze gelooft de belofte dat hij snel thuis zal komen ook niet meer, dat hebben ze al zo vaak gezegd. Bovendien kan het maar zo zijn dat ze hem hierna naar Wenen sturen, naar de keizer. Ze gaat er maar vanuit dat hij met de zomer niet thuis zal zijn en dat “valt haar verdrietig”.

Rechts een groot statig buiten huis. Op het voorplein is het een drukte van belang. Groepjes mannen staan te praten en tegen de achtermuur staan diverse koetsen geparkeerd. Het voorplein heeft twee poorten en door elke poort komt een koets met zes paarden.
Twee koetsen met ieder zes paarden komen aan bij Huis ter Nieuwburg in Rijswijk. Fragment uit: Gezicht op de zijkant en de voorkant van Huis ter Nieuburch te Rijswijk vanuit het westen, Pieter Schenk (I), 1697. Collectie Rijksmuseum

Na de reguliere zakelijke mededelingen gaat het over een andere diplomaat, die zijn missies op een heel andere manier regelt dan Godard Adriaan. Daniël Oem van Wijngaarden, heer van Werkendam wordt naar Denemarken gestuurd. Ze heeft al een paar keer over hem geschreven, maar dan vooral over het feit dat hij als ambassadeur extraordinair naar Denemarken gaat. Die titel had Johan de Witt eigenlijk ook aan Godard Adriaan beloofd, maar hij is nog steeds ambassadeur ordinaris. In deze brief stookt ze het vuur verder op. Werkendam neemt niet alleen zijn vrouw mee, maar een complete hofhouding! Twee koetsen, elk met zes paarden! En dan ook nog pages en lakeien! Het is waarschijnlijk niet (alleen) jaloezie, maar ook haar calvinistische inborst die maakt dat ze moeite heeft met zo veel luxe.

Brieffragment over de luxe diplomatieke missie van de Heer van Werkendam

[pareeren,] den heer van werckendam
vertreckt deese weeck noch so men seijt met
sijn vrou die hij meede neemt, met twee
koetse ijder met ses paerde, drije paes –
=ges en neegen lackeijen, dat is schoon voor
madame, hij heeft tot sijn Equipaesge
en verdere te doene koste bij provijsie
18000f vant lant ontfange, ick hoop
uhEd deese noch te berlijn sal behan
=dicht worde, ick weet niet of met de
naeste post sal schrijfve wt vreese of
uhEd voort aenkoome van die mocht
vertrocken sijn, sal nu hiermeede
blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

de vrou van
ginckel en haer
kindere sijn de heere sij gedanckt heel wel

Het is ook een nadeel als je man van post wisselt, dat je niet precies weet wanneer je man waar zal zijn. Een brief schrijven heeft dan dus niet veel zin. Gelukkig gaat het goed met haar vers bevallen schoondochter en de kinderen.

Pop, voorstellende de kraamvrouw, gekleed in een crèmekleurig satijnen jak, dat tot halverwege het bovenbeen reikt. Het jak is nauwsluitend en loopt vanaf het middel naar onderen toe uit. Onder het jak een enkellaags linnen hemd, daarboven een schoudermantel van kant.
Pop, voorstellende de kraamvrouw, anoniem, ca. 1676, onderdeel van het poppenhuis van Petronella Dunois. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    continuatie: voortduring (hardop uitspreken!)
  • 2
    abuseren: misleiden
  • 3
    aanzeggen: bekend maken

Een machtich leeger

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 18 februari 1672 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 26 februari 1672
Lees hier de originele brief

Een week geleden kon Margaretha eindelijk goed nieuws doorgeven aan Godard Adriaan. Gelukkig voor haar kan dat deze week ook weer. De Republiek heeft er namelijk een bondgenoot bij in de strijd tegen Frankrijk! De vroegere aartsvijand Spanje maakt zich zorgen dat Frankrijk door de Spaanse Nederlanden wil trekken en sluit zich daarom aan bij de Republiek. Dat geeft Margaretha weer hoop!

Brieffragment over de werving van troepen

nu de raetifikasie1ratificatie wt spange2Spanje is gekoome
en men voor seecker hout dat den keijser3Keizer Leopold I van het Heilige Roomse Rijk
met ons is, schept men hier weer wat moet
Evenwel seijt me datter booven de werfvine 
daerse de offisiers van hebbe gemaeckt
noch twintich duijsent man sulle werfen
dat sal Een machtich leeger maecken,
ent lant veel koste daer sulle weer nieuw
schattine moeten sijn, doch tis beeter te
geefve als vande vijanden verijaecht4verjaagd te
worde daer de heer ons voor wil behoede

Naast het verbond met Spanje schrijft Margaretha ook weer over de troepenwerving. Op 15 februari schrijft ze nog dat er nog dertigduizend troepen geworven moeten worden maar nu, slechts drie dagen later, zijn het er ineens tienduizend minder. Of Margaretha hier een foutje maakt in de aantallen of dat er echt in drie dagen tienduizend mannen in het leger zijn bijgekomen is een raadsel. Ongeacht de precieze hoeveelheden wordt het wel een “machtich leeger.” Margaretha is nu een stuk positiever dan eerder. Een nadeel hiervan is wel dat de enorme kosten die hiermee gepaard gaan doorwerken op de inwoners. Beter om iets meer te betalen aan de staat dan om veroverd te worden, aldus de pragmatische Margaretha. Margaretha houdt Godard Adriaan ook op de hoogte van de dagelijkse zaken: zo is ze begonnen met het verkopen van hun vee.

Een soldaat leunt op een tafel waarachter een man zit die geld uittelt. Links meer soldaten. Op de achtergrond troepen onderweg. Onder de voorstelling een lege marge. Deze prent is onderdeel van een serie van 16 prenten (plus 2 onvoltooide prenten) van het leven van Ferdinando I de' Medici, bedoeld geweest als aanvulling op een reeds bestaande reeks illustraties van de geschiedenis van de Medicis.
Werven van troepen voor Ferdinando I de’ Medici, Jacques Callot, naar Matteo Rosselli, 1614 – 1620. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    ratificatie
  • 2
    Spanje
  • 3
    Keizer Leopold I van het Heilige Roomse Rijk
  • 4
    verjaagd

Recente reacties

  1. Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep

  2. Politiek gezien is er weinig veranderd. Baantjes die worden vergeven.

  3. Ik zal eens bij de slager vragen of er nu nog paterstukken te koop zijn.

  4. van Beusinchem komt niet voor in de staten van oorlogh. Dus kan je aannemen dat van Ginckel de zoon niet…

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén