De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Boomgaard

Het werk gaat voor!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 10 februari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 februari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha is nog steeds niet zeker van de postbezorging. Voor het geval er een brief van Godard Adriaan nog niet is gearriveerd, meldt ze even voor de zekerheid: de laatste brief die ze van hem heeft is nog steeds die van 24 januari. En ze hoopt dat alles in orde is.

Onverwachte gasten

Bij haar thuiskomst in Amerongen vond ze haar schoondochter met twee gasten, Vincent Adolph van Baer, heer van Brandsenburg, en zijn vrouw, Hendrina Schimmelpenninck van der Oye. Nu was Vincents eerste vrouw, Anna van den Boetzelaar, een nicht van Godard Adriaan. Het drietal was van plan om de volgende dag via Soestdijk een uitstapje naar Amsterdam te maken en ze willen graag dat Margaretha mee gaat. Maar Margaretha heeft haar eigen plannen, ze gaat niet mee. Op de terugreis zijn ze weer welkom.

Brieffragment uitstapje naar Amsterdam

[selfve en alt sijn wel is,] voorleedene dijnsdach
hier met de heer van ginckel koomende vondt
ick hier de heer en vrou van bransenburch met
de vrou van ginckel die noch hier sijn en merge
over soesdijck naer Amsterdam voor Eenen
dach wille gaen hadde gaerne dat ick meede
ginck, dan meene niet nee te gaen salse hier weer
in wachte, [en laete toekomende maendach Een]

Voor een huis met hoge ramen en luiken stopt een koets. Een man laat een vrouw uit de koets. Voor de koets staat een chique vrouw met een zwarte huik, een rode rok en witte kraag met een waaier in haar hand te wachten. Achter haar speelt een meisje met een hond. Op de trap naar de deur staat een oude man in het zwart. Hij heeft zijn hoed in de hand. Achter de koets buigen twee mannen naar elkaar. Op de voorgrond een paar kalkoenen en een haan.
Aankomst bij een landhuis, Gesina ter Borch, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Wagens, zand en modder

Komende maandag wil Margaretha verder met het werk. Ze wil extra wagens laten komen om zand te rijden. Ze wil grond afgraven bij de ‘voorste brug’, zoals Godard Adriaan heeft besloten, en die grond moet afgevoerd worden. De aarde uit de boomgaard is ook nog niet weg vanwege het weer, de wegen waren een modderpoel en daar kom je met paard en wagen niet door. Maar nu worden de dagen weer langer en Margaretha wil haar tijd goed gebruiken!

Brieffragment kwaliteit van de weg door het weer

[vandoen sal hebbe,] de aerde wt het boogaert
=ge hebbe noch niet konne laete afrijde doort
nat en vuijl weer de wech is te diep daer
kan onmoogelijck geen kar door, tis hier
alledaech seer vuijl en nat weer hebbe
weijnich vorst of naulijcks geen gehadt,

In een heuvelachtig landschap is een ingespannen paard tot zijn borst weggezakt in het water. Achter de wagen staan twee mannen te duwen, een derde man probeert het paard van de zijkant omhoog te duwen, een vierde man heeft het paard bij de leidsels en een vijfde man staat klaar om met een stok te slaan. Een tweede paard staat los naast de scene met het ingespannen paard en kijkt de andere kant op.
Landschap met een in het water vastgelopen wagen die door een groep mannen op de kant gehesen wordt, Jean Théodore Joseph Linnig, 1825-1891. Collectie Rijksmuseum.

Baantjesjacht

Ondertussen wordt er met smart gewacht op brieven van Godard Adriaan. Carel Valckenaer, de heer van Dukenburg, heeft hem al twee brieven geschreven over de kwestie van het ambt van rekenmeester, Margaretha heeft dat al eerder aan Godard Adriaan geschreven. Everard Becker was gisteren op bezoek en vertelde dat procureur-generaal Abraham van Wesel op sterven ligt en dat sommige mensen de prins al hebben gevraagd om dat ambt. Becker heeft daar zelf ook al over aan Godard Adriaan geschreven. En o ja, nog een laatste nieuwtje uit Utrecht. Daar was grote paniek door het nieuws over een uitspraak van de Franse koning, er waren zelfs mensen op de vlucht geslagen.

Brieffragment stervende Van Wezel

[doen,] den avokaet becker die gistere
met rentmeester vande domeijne hier was
seijde dat de prockereur generael weesel seer
verswackte en geen hoop van leefven hadt
datter ock waere die sijn hoocheijt om dat
Amt al aenspreecke, hij meent vande nomina
esi verseeckert te sijn, [heeft uhEd met de]

Vanitasvoorstelling: allegorie op de vergankelijkheid van het menselijk leven. Een rijk man zit in een vertrek, omgeven door zijn bezittingen, in gepeins verzonken. Zijn rechtervoet steunt op een doodskist. Schuin achter hem loert de Dood in de gedaante van een skelet, met gevleugelde zandloper in de hand, door een venster naar binnen. Op de grond een doodshoofd. Aan de muur een klok. In twee cartouches bijbelteksten die betrekking hebben op de komst van de dood en de betrekkelijkheid van al het aardse. Onder voorstelling bijbelcitaten die verwijzen naar de dood. Boven de voorstelling een citaat uit Lukas 12:20 dat verwijst naar de parabel van de rijke man, waarin wordt gewaarschuwd tegen het najagen van aardse rijkdom. Prent is gedrukt van twee blokken op twee bladen papier, aan elkaar bevestigd.
De rijke man en de dood, monogramist A.I., 16e eeuw. Collectie Rijksmuseum.

Kindervreugde

In haar vorige brief schreef Margaretha al dat ze de nieuwjaarsgeschenken voor de kleinkinderen had ontvangen, ze zaten ingesloten in de brief van 24 januari. Maar ja, toen was ze in Utrecht, dus ze kon nog niet vertellen hoe de kleinkinderen hadden gereageerd. Dat kan ze nu wel: er is duidelijk een gejuich opgegaan onder de jeugd! Ze belooft dat Fritsje en Anna zelf een bedankbriefje zullen schrijven. Blijft toch even de vraag wat de kleinkinderen met het geld zullen doen. Nieuw speelgoed kopen? Bij de snoepwinkel langs?

Afsluiting en PS kleinkinderen

[schrick wat over,] hoope dat godt ons voor
swaericheijt sal bewaere, in wiens bescher
minge uhEd beveelle blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff

hier is wtermaete
vreuchde met de nieuweijaere
onder onse jonckheijt geweest
met de naeste post sal frits
en Anna groote papa bedancke

Kinderkamer met drie vrouwen, waarschijnlijk moeders en geen kindermeiden. De vrouw links leert een kind lopen. De vrouw in het midden zit op een stoel en geeft haar kind de borst. De rechter vrouw heeft een kind op de arm. Twee van de kinderen dragen een valhoedje, een gevoerd hoofddeksel dat hen moest beschermen als ze vielen. Op de achtergrond staat een wieg, één kind speelt met een wagentje aan een touw, een ander heeft een stokpaard.
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Iets noodzakelijks doen?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 december 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 25 december 1679 Berlijn
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft de brief van de 4de december van Godard Adriaan uit Celle ontvangen. Kennelijk doen de brieven er meer dan tien dagen over. Margaretha hoopt dat haar man haar zo snel mogelijk laat weten wanneer hij in Berlijn aangekomen is.

Brieffragment brieven en reizen van Godard Adriaan

[reca. 25e xber. in Berlin]
Ameronge den
16/6 deesem 1679

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 4 deeser is mij ter rechter
tijt behandicht, tis mij seer lief en aengenaem
de selfve tot sel in tamelijcke gesontheijt is gear
=rijveert hoope hij nu tot berlijn sal sijn aengekoome
het welcke verlange te hooren, [met mijn voor]

Ingekleurde gravure van een stad met vestingwerken. Op de voorgrond een bomenrijk gebied met een paar omheinde tuinen en een bleekveld en een bandeau met legenda. Dan een paar bastions, de gracht, de stadswal en daarachter de daken van de stad, met diverse kerken. Helemaal op de achtergrond een groot slot of paleis.
Zicht op Celle, Matthäus Merian (graveur) naar Conrad Buno, 1654. Collectie SLUB Dresden, via Deutsche Digitale Bibliothek.

Het grauwe koetspaard

Margaretha gaat er voor het gemak maar vanuit dat haar vorige brief in Berlijn op Godard Adriaan ligt te wachten, dus ze vertelt nog maar een keer uitgebreid het verhaal van het grauwe paard. Het been is nog wat dik, maar de smid zegt dat alles goed komt, dus daar hoeft Godard Adriaan zich geen zorgen over te maken.

Brieffragment over het grauwe koetspaard

[het welcke verlange te hooren,] met mijn voor
gaende die niet twijfele of uhEd sal se tot
berlijn vinden of ontfange, heb ick geschreefe
hoe dat het bewuste paert hier opt stal staet
is gesont en fris maert been noch met doecke
bewonden en vrij wat dick, doch naert
segge vande smits heeft geen noot en sal in
korte geneesen sijn, so dat uhEd nu wt die
bekomernisse is, [wat belanckt het werck hier]

Gravure van een naar links springend paard met allemaal lijntjes naar de kantlijn. Aan het eind van elk lijntje staat een cirkel met daarin een tekst.
Diagram van een bewegend paard met daarop aangegeven de zestig ziekten, anoniem, achttiende eeuw. Collectie Wellcome Collection.

Noodzakelijk

Gewoontegetrouw somt Margaretha nog even op wat er allemaal aan werk gedaan wordt rond het kasteel:

  • De ramen van de dakvensters worden gemaakt door Jacob
  • Het hout voor de schoorsteenmantels ligt in Utrecht, het schijnt droog en geschikt niet te krijgen te zijn
  • De metselaars hebben de vloer van de kelders onder de voorburcht gelegd
  • De oprijlaan is tot de eerste brug klaar (heeft ze iets meer woorden voor nodig)
  • Als het nou gaat vriezen, zullen ze de wal uit de boomgaard wegruimen

Aan het eind komt Margaretha tot de verbazingwekkende conclusie dat ze voor het eerst niet iets noodzakelijks te doen weet. Na vijf jaar bouw zou je verwachten dat dat reden zou zijn voor een feestje.

Eerste brieffragment over de werkzaamheden
Tweede brieffragment over de werkzaamheden

[bekomernisse is,] wat belanckt het werck hier
de timerlie sijn aent maecke vande dackvensters raemte
die jakop voorde seefven gul 4 stuck heeft aenge=
noomen gelijck schut van Amsterdam heeft geschree
het hout tot de schoorsteen mantels is tot wttrecht
dat drooch en bequaem is niet te bekoomen ,
de metselaers hebbe de vloere inde kelders ondert
voorburch geleijt, en sijn wt het werck gegaen,
de steech vande poort oft voorste hoomeij1Hamei: Buitenpoort, voorpoort tot de
Eerste nieuwe bruch toe is met puijn aengehoocht

en met sant overkleet, so dat die wech nu goet
is, nu sal men met het Eerste vriesent weer
de wal wt den boogaert laete rijden, voor weet
niet datter voor Eerst Eits nootsaecklijcks
te doen is, [met mijne laeste heb ick uhEd]

Tussen de twee deuren van een grote poort staat een kleuter met een wit shirt en een witte korte broek, witte sokken en zwarte schoenen. Hij heeft een witte hoed op. De deuren zijn hoog en door flinke spijkers is de versteviging aan de andere kant goed te zien. Op de deuren staan grote stekels.
Wilhelm von Ilsemann (Margaretha’s vele malen achterkleinzoon) op de oprijlaan bij de tweede poort, Ottoline Morell, 1925. Privécollectie.

Bijtertje

Margaretha heeft geen tijd voor feestjes, want Joan Carel Smissaert is nogal vasthoudend. Hij blijft bij Margaretha vragen naar de functie die inmiddels al lang vergeven is. Margaretha wil weten of Godard Adriaan nog wat voor hem wil doen. Dan weet ze of ze hem kan afwijzen of hoop mag geven.

Brieffragment over Smissaert

[te doen is,] met mijne laeste heb ick uhEd
Een brief vande heer smitser gesonden die seer
instantelijck aenhout en versoeckt met
het bewuste Amt te mooge gebenifiseert2Beneficeren: begunstigen
te worden, wenste uhEd beliefde Eens
door Een letterken te schrijfve of deselfe
daer toe inkleeneert3Inclineren: neigen of dat hij andere spee
=kulaesie4Speculatie: bespiegeling, beschouwing heeft, op dat ickt dan bij hem
smitser mach deklijneere5Declineren: afwijzen of hoop tot sijn
versoeck geefven, [waermeede Eijndige]

Pentekening met strakke lijnen van drie puppy's die elk aan een ledemaat van een lappenpop met een geruite jurk trekken. De vierde pup zit ernaast met de hoed van de pop in zijn bek.
Puppy’s spelend met een lappenpop, C. Goes, ca. 1900-1940. Collectie Rijksmuseum.

Kindergroeten en de ridderschap

Tijd om de brief af te sluiten met de groeten van de kinderen. Eigenlijk krijgt Godard Adriaan de groeten van Frits, Godertje en hun zussen, verschil moet er zijn. Tot slot het laatste nieuwtje dat Godard Adriaan waarschijnlijk al via een andere bron gehoord had: neef Hendrik Adriaan van Reede van Drakestein is lid geworden van de ridderschap. Kasteel Drakestein was na het overlijden van Hendrik Adriaans broer Gerard al verkocht vanwege schulden. Hendrik heeft de Utrechtse ridderhofstad Mijdrecht aangeschaft, waarmee hij beleend wordt. Met een ridderhofstad, een adellijke achtergrond en voldoende geld kon je toetreden tot de ridderschap.

Brieffragment met groeten en Hendrik in de ridderschap

versoeck geefven, waermeede Eijndige
blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

frits godert
en haer susters
preesenteere
haer ootmoedige
dienst aen uhEd
dat ons Neef henderick van reede voorleede
maendach sesie int lidt van ridderschap
tot wttrecht heeft genoome sal uhEd hebbe
verstaen

In een vierkante gracht ligt een vierkant eiland met aan twee kanten bomen. Op het eiland een toren met een zadeldak waaraan een gebouw van één verdieping met twee zadeldaken gebouwd is. Op de achtergrond de kerktoren van Mijdrecht.
Het Huis te Mijdrecht, anoniem, ca. 1660-1670. Collectie Het Utrechts Archief.
  • 1
    Hamei: Buitenpoort, voorpoort
  • 2
    Beneficeren: begunstigen
  • 3
    Inclineren: neigen
  • 4
    Speculatie: bespiegeling, beschouwing
  • 5
    Declineren: afwijzen

Maart roert zijn staart

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 3 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 8 maart 1677
Lees hier de originele brief

Na zijn bezoek aan de Keurvorst van Brandenburg in Minden is Godard Adriaan nu in Bremen. Hij heeft goede verhalen over de ontvangst door de Keurvorst. Margaretha hoopt dat hij nu snel van zijn missie ontheven zal worden en weer naar huis kan komen. Ook voor de Utrechtse politiek zou dat goed zijn, want het is een zootje. Thuis in Amerongen lijkt het hoge water gelukkig weer te gaan zakken.

Opening brief

Ameronge den
3 maert 1677
[recp: 8. dito]

Mijn heer en lieste hartge

tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 24 febrijwa
te sien deselfve weer wel tot breeme is aengekoome
en bij den heere keurvorst so wel onthaelt is,
hoope hij sijn volkoome demisi nu sel hebbe en dat
ick met de laeste post sal hooren van uhEd weeder
komst daer wel naer verlange, [aengaende ons werck]

Hoogwater in de boomgaard

Het is nu de tijd om jonge boompjes te planten. De beukhagen zien er goed uit, dus daar is het volgens de hovenier en Teunis niet nodig. Fruitbomen in de grond zetten moet wel, maar daar is nog niets van gekomen vanwege de enorme wateroverlast. Al het werk dat moet gebeuren is zo overhoop geraakt, dat men niet weet waar men moet beginnen. En dan is er ook nog een zieke! Maar nu het water weer zakt gaan ze hun best doen.

Brieffragment hoog water en boomgaard

[komst daer wel naer verlange,] aengaende ons werck
alhier van in te pooten, inde beucke hechge so den
hoofenier en teunis seijt, sijn daer weijnich of
of geen in doot gegaen of in te poote, tot noch toe
hebbe wij geen fruijt boome die alleen inde booga
in te poote sijn, heeft men tetnocte niet in
konne doen, doort hoochge water, nu salme al
doen so veelt moogelijck is, het water valt nu weer
en sal men niet versuijme te doen so veel men kan
tis waer alt werck komt so overhoop dat men niet
weet wat men Eerst beginne sal, en ott more is
sieck ick sal Een ander in sijn plaets gebruijcken ,

In een tuin wordt een klimplant gesnoeid, bomen geplant en gespit. Op de achtergrond wordt er op het land gewerkt (ploegen, zaaien).
Welke werkzaamheden in Maart rond het huis uitgevoerd moeten worden. Uit: Georgica curiosa: das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität, Düsseldorf

Financieel wanbeheer in Utrecht

In Utrecht wordt volgens Margaretha reikhalzend naar de terugkeer van de heer van Amerongen uitgekeken. Ze maken er een potje van en het gaat er zo grof aan toe, dat je schrikt als je het hoort. De Staten van Utrecht hebben zich bij een dinertje laten overhalen tot een schikking in een geschil over onroerend goed met de Graaf van Waldeck. De Staten zijn daarbij tienduizenden guldens kwijt geraakt. Vervolgen geven ze rustig tweeduizend gulden cadeau aan de dochter van de heer van Zuijlen. De burgers zijn woest, want ondertussen wordt er geen rente uitgekeerd op leningen bij particulieren en de belastingen zijn torenhoog. De compagnieën met soldaten die Utrecht moet betalen, hebben al een jaar geen betalingen gehad. En dat terwijl die arme mannen al heel snel weer op veldtocht moeten.

Brieffragment financiën Utrecht

[pille gaef voor sijn outste dochter gegeefve] overt
Een Ent ande spreeckt de gemeentede burgers so dat niet
te seggen is, en dat om datter geen rente betaelt
en worden als nu onlans Een half ijaer daerse
so veel ten achteren sijn, de kompangie sijn
ock Een vol ijaer ten achteren en de bloeijen1Hier waarschijnlijk in de betekenis van bloed: arme mannen, onbetekende mannen (vgl. “bloedjes van kinderen”)
moeten weer so vroech int velt hoe kan dat gaen
en men moet sulcke swaere schattine geefve
ten is voorde arme gemeente niet op te brenge

Een schets van een tentenkamp met eenvoudige tenten en soldaten daar omheen. Sommiges zitten in de tent, sommigen in het veld, er zijn er een paar te paard. Achter de tenten een huifwagen en in de verte een kerktoren.
Gezicht op een kampement van het leger van Willem III bij Lembeek, Vlaams-Brabant, Josua de Grave, 1675-08-02. Collectie: Rijksmuseum.

Corruptie en onrecht

Bovendien is het duidelijk dat de gebruikelijke baantjesverkoop tot corruptie, afpersing en onrecht leidt. Margaretha vertelt wat “onze Jan Fik” is overkomen. Jan Fik probeerde een ruzie te sussen tussen zijn mannen en een herbergier in Nieuwersluis. Daarbij kreeg hij zelf klappen en vervolgens werd hij opgepakt door de Maarschalk van Abcoude (een soort politiecommissaris) die hem 100 dukaten aftroggelde en hem gevangen liet zetten in Utrecht. Jan Fik ging verhaal halen bij de procureur-generaal van het Hof van Utrecht. Toen die de Maarschalk daar op aan sprak werd hij woest. Dat maarschalksambt had hem zo veel geld gekost, dat hij het er ook weer uit moest zien te halen.

Brieffragment Jan Fik klaagt over de Maarschalk van Abcoude

[hem ijan fick gebonden binne wttrecht,] waer
over ijan fick hem aende prockureur generael
beklaechde, die den Maerschalck daer over
aen sprack en tot Antwoort bequam dat
hij sijn Amt so dier om gelt had gekocht
dat hij ter weer most sien wt te haellen

Een man vecht met twee mannen om een grote zak waar geld uit valt. Achter de man haalt een vierde man geld uit de tas die op zijn rug hangt. Op de grond zit een kind het geld op te rapen dat valt. Erboven staat een tekst: Dein gelt nit also hart verschliess/ Das gutt er will / des niet geniess / So soll es auch niet sein als frey / Das solchs eim yeden offen seyn / Recht muttelmass steht wol dabey.
Over verloren geld, Hans Weiditz, ca. 1520, uit: “OFFICIA M.T.C. EJn Bůch So Marcus Tullius Cicero der Römer zů seynem Sune Marco von den tugentsamen ämptern […]”, Augsburg 1533, um 1520. Collectie Kunsthalle Bremen- Der Kunstverein in Bremen

Als de procureur-generaal zou bepalen dat hij die 100 dukaten bij het Hof zou moeten inleveren, dan zou hij daar wel spijt van krijgen. Hoe durfde hij partij te kiezen tegen de Maarschalk, en vóór een armzalig mannetje! Margaretha weet niet hoe het verder afgelopen is, maar ze vindt het geen wonder dat de mensen klagen dat ze hun recht niet kunnen halen. Als Godard Adriaan thuis komt zal hij wel meer horen dan ze hier kan opschrijven.

Tweede brieffragment Jan Fik klaagt over de Maarschalk van Abcoude
Derde brieffragment Jan Fik klaagt over de Maarschalk van Abcoude

als hij gekondemneert wiert die honde duij
katons2honderd dukatons weer ondert hof te legge dorst tol
die hem weegens de Maerschalck in dit werck
bemoeijde wel segge dat hij wel maecken sou
dat het de prockureur generael sou rou
=we dat hij hem partijdich teegens de maer
schalck toonde watter aen so Een poepge3Poepje, paapje. Denigrerend bedoelde aanduiding van een katholiek, een Duitser of een oost-nederlander
geleege was en diergelijcke meer, in soma
hoet nu daer voort mee gegaen is weet ick
niet altoos Elck klaecht Even seer datse

datse tot goen recht konne koomen, als uhE
hier komt sult al met wonder veel hoore dat me
niet al schrijfve kan , [de heere wil ons alle]

Tekening van de schans van buitenaf. Recht voor ons een ophaalburg en de grote aarden wallen die daar bovenuit steken. Om de wallen heen, inde gracht, staan palen of een lage palisade. Voor de schans zit iemand te vissen en er staan twee mannen. Eén man staat op de ophaalbrug. Boven de wallen uit steken een paar daken.
De schans Nieuwersluis in 1673, Louis Philip Serrurier, ca. 1700, naar een prent in: ’t Ontroerde Nederlandt , deel 2, uitgegeven in 1676. Collectie Het Utrechts Archief.

Buiig Weer

Margaretha verlangt erg naar Godard Adriaans thuiskomst, maar ze schrijft toch in een PS dat ze hoopt dat hij zijn thuisreis niet met dit buiige en onbestendige weer over water zal maken. Dat is vanuit Bremen wel de snelste weg (over de Waddenzee en de Zuiderzee naar Amsterdam).

Afsluiting

[niet al schrijfve kan,] de heer wil ons alle
bewaere, in wiens heijlige bescherminge uhEd be
veelle, blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

ick hoope niet dat
uhE huijs koomende
sijn reijse over water
in dit buijichge en
ongestadige weer sal neemen
dat te sorchlijck sou weesen

Afbeelding van een zee met woeste golven met daarop diverse zeilschepen. Op de voorgrond een stuk land waarop een paar mannen staan toe te kijken.
Storm op zee, Matthieu van Plattenberg, ca. 1640. Uit: “Seestücke und Landschaften”, uitgegeven door Jean Morin. Collectie Kunsthalle Bremen-Der Kunstverein in Bremen.
  • 1
    Hier waarschijnlijk in de betekenis van bloed: arme mannen, onbetekende mannen (vgl. “bloedjes van kinderen”)
  • 2
    honderd dukatons
  • 3
    Poepje, paapje. Denigrerend bedoelde aanduiding van een katholiek, een Duitser of een oost-nederlander

Godard Adriaan snapt het!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 31 oktober 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 2 november 1676
Lees hier de originele brief
De brief is alleen ‘ockto’ gedateerd, gezien de regelmaat moet het haast wel een brief van 31 oktober zijn.

Margaretha is zo blij dat Godard Adriaan eindelijk begrijpt hoe het vloerplan in elkaar zit, dat ze vergeet om deze brief te dateren. Ze schrijft dat Schut en Rietvelt aangenaam verrast zijn over de prijs van de vloerstenen. Volgens hen zou een vloer met klinkers nauwelijks goedkoper zijn.

Brieffragment over de prijs van hardsteen

Ameronge den
ockto 1676
[rec 2 nov 1676]
Mijn heer en liefste hartge

tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 24
deeser te sien uhEd de memoorije weegens
de hart en vloer steene nu verstaet, schut
en rietvelt konne haer niet verwonderen
over de prijs vande deck steene en segge dat
het geen bedencken heeft die in plaets van
de klinckert op sijn kant te neeme ver=
midts de klinckert of graeuwe steene
weijnich of niet min sou koste, [de de]

Een vrouwfiguur, voorstellende Het Perspectief staat met meetinstrumenten in de handen voor een tegelvloer. Linksonder en rechtsonder vliegt een vogel op uit het riet.
Perspectief, Etienne Delaune, 1528 – 1583. Collectie Rijksmuseum

Donkere kelders

De vloer kan nog niet direct gelegd worden omdat de kelders nog geen gewelven hebben. De muren moeten eerst zetten voordat die gewelven gemetseld kunnen worden en dat moet wachten tot maart. Margaretha geeft als extra uitleg dat ‘de dagen so kort’ worden ‘en ist in het donckere weer so doncker in de kelders dewijle de steijgerinne noch omt huijs staen’.

Brieffragment steenhouwer en wulfsels
Brieffragment over de steigers om het huis

[weijnich of niet min sou koste,] de de
steenhouders om de vloere te legge met
de steene soude koomen, waer heel goet
maer de wulfsels vande kelders konne
niet voor inde maent van maert ge
slage worde om dat de muere haer
noch op Een setten, en ock worden
de dagen so kort en ist in het don=
ckere weer so doncker inde kelders

dewijlle de steijgerine noch omt huijs staen
dat se niet veel soude bedrijfven [en de]

Een gewelfde, brede gang, waar links een deur open staat waardoor zonlicht naar binnen valt. Aan weerszijden zitten deuren en staan kasten. Aan het eind zit een raam waardoor beperkt licht naar binnen valt.
Natuurlijk licht in het souterrain eind oktober rond zonsondergang (ca. 17:15 uur). Foto: Annemiek Barnouw

Winterstop

Misschien is het ook wel niet zo erg dat er even gepauzeerd moet worden, want het ‘winter loon is seer hooch’, kortom, de bouwvakkers willen goed betaald worden voor hun bevroren tenen. Meester Schut is weer naar Amsterdam om te informeren naar de prijs van hardsteen voor de schoorstenen. Misschien is het wel handig dat Godard Adriaan daar ook naar informeert, ‘dewijlle de schoorsteene van de winter niet boven het dack sullen opgehaelt worde en dat omt uut vriese’. Geen haast dus, de schoorstenen moeten toch wachten omdat er tijdens de vorst niet gemetseld kan worden. En het vroor in 1676 een stukje harder dan nu!

Brieffragment over de winterstop

[dat se niet veel soude bedrijfven en] de
dachhuere loopen hoewelt winter loon
is seer hooch ijae so dat ick haest niet
weet hoet stelle sal, meester schut
gaet weer naer Amsterdam sal daer
naer de hartsteen die op de schoorstee
sulle koome verneeme ock naer de
prijs, en hoeveel dat ijder schoorstee
aen hartsteen soude koste gelooft
uhEd die ock wel van daer sal be=
stelle, dewijlle de schoorsteene vande
winter niet boven het dack sulle
op gehaelt worde en dat omt wt
vriese, so souder noch tijt genoech
sijn omt daer te bestelle, [nu sijn]

Van onderaf zoen we schoorsteen op de hoek van een leien dak. Onder de schoorsteen een raam en achter de schoorsteen op de nog van het hoogste dak een vlaggenmast.
Gezicht op de zuidoostelijke schoorsteen van het Kasteel Amerongen (Drostestraat) te Amerongen. Foto: Fotodienst GAU. Collectie: Het Utrechts Archief.

Waterafvoer

Maar als er niets aan het huis gedaan kan worden, dan toch wel aan de tuin. Heeft Godard Adriaan nog plannen voor een boomgaard? Van Ginkel denkt van niet, schrijft Margaretha. Maar Amerongen staat in de uiterwaard, de waterafvoer is belangrijk ‘om voor te koom dat de weije niet verdrencken’. Weilanden die onder water staan, daar komt alleen maar ellende van, zoals heermoes. Je wilt niet dat vee dat binnen krijgt! Margaretha laat dus een ‘gruppel’ graven in de dam waarover de stenen naar de bouwplaats worden gereden en daar moet dan weer een brug over worden gemaakt. Het ‘uut haelle van de binnen graft’ om het huis heeft ook haar aandacht en daar komt ‘ongelooflijck veel puijn steen en modder uut’. Het werk heeft haast, want ‘het water begint op den Rhijn heel te wasse’: er is hoog water op komst en voor dat water moet ruimte zijn!

Brieffragment over de waterafvoer

[Amsterdam te senden,] niet weetende of
uhEd noch van meijnine is de door snijdine
int weijtge teijnde het singel ent boogaer
=tge de laeten doen ende heer van ginckel
gelooft van neen, so laet ick maer Een
Een ruijme goot daer door graefve
om de waterloosine te hebbe on daer
door voor te koom dat de weije niet
verdrencken, ick het recht op aen
graefve daert uhEd heeft om in vijfer
te koomen en laet den dam daer de
steen wt den oven over wort gereede
ock Een gruppel in door graefve
het welke weer met maste1Mast: Paal en oude deele
sal toe legge dat me daer Evenwel
sal konne over rijde, dan heeft het
water sijn schoot2Schoot: Vrije loop en door tocht, [de]

Links een rij knotwilgen tegen de dijk, daarnaast weilanden die voor een deel onder water staan. Links aan de horizon de kerktoren, in het midden, tussen de bomen, kasteel Amerongen.
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de St. Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.

Jacht

Ondanks alle drukte is er ook tijd voor vermaak. Voor Van Ginkel dan. De heer Van Zuylen, Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, is een paar dagen op bezoek geweest en Van Ginkel is samen met hem wezen jagen. Of het wat eetbaars heeft opgeleverd? Dat schrijft Margaretha dan weer niet.

Brieffragment over de jacht

[niet genoech voor konne dancke,] de heer van
suijllen is deese weeck hier 3 a 4 dagen bij de heer
van ginckel geweest en met hem gaen jagen, [was]

De terugkomst van de jacht. Een jachtpartij van dames en heren bij de poort van een buitenverblijf. In het midden blaast een jager op een jachthoorn, links een knecht met honden en een geweer over de schouder. Een van de vrouwen heeft een valk op haar hand. Op de achtergrond een man met vogels op een raamwerk.
De terugkomst van de jacht, Johannes Lingelbach, 1650 – 1674. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Mast: Paal
  • 2
    Schoot: Vrije loop

Een groot sieraet aen beijde de hoofven

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 7 maart 1672 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 14 maart 1672
Lees hier de originele brief
Let op! Het toegevoegde deel dat bij de brief van 4 maart hoort, is hier tussendoor gescand.

Met het voorjaar op komst is Margaretha kennelijk het gevoel van oorlogsdreiging helemaal kwijt. Er wordt gewerkt in de hof! Daem Hendrixse uit het dorp heeft werk aangenomen en is hard bezig. Margaretha hoopt dat de dooi doorzet, zodat hij zijn werk af kan maken. Het staat immers zo slordig als alles er half af bij ligt. Daem is begonnen met reparatiewerk, maar zoon Godard heeft ook nog wel wat goede ideeën.

Brieffragment over de werkzaamheden in de tuin

met deesen doeij daer meede wij hoopen het ijs
teenemael wt het water sal gaen, schiet
ons nu alt werck teffens over de hant, dae
daem is beesich met sijn aengenoome werck te
voldoen en geloofve hij merge gedaen sal
krijgen, als dat nu so ten halfve afgegraefe
blijft legge salt seer slordich daer staen
dat muertge daer de doorne hech lans den
Booven hof ende wt geroijden boogaert1boomgaard op staet
diende ock wel gereepareert en overal aen ge –
stopt, de heer van ginckel meent dat Een groot
sieraet aen beijde de hoofven sou geefven dat
men Een gif glintintge2Latwerk dienende om vruchtboomen te ondersteunen of leiboomen te leiden op de selfde fatsoen
en manier gelijck rontom den nieuwe hof
is niet hoocher als nu de doorn die der op staet is
is, en opdie hoochte, op dat voorseijde muer
tge vande boven hof sette, en dat men dan
fruijt boomges teegens dat muertge omlaech
liet sette die soude dan hoochte genoech hebe
om tegens die glintin op te wasse, en alst
niet hoochger komt sout het gesicht vant
Eene hof int ander gans niet beneeme
maer Een reegeliere teijt geefven, uhEd

Brieffragment of haar man ook eens zijn mening wil geven.

belieft eens te schrijfve oft deselfve gevalt so
soude ickt laete maecke op dat wij die hoofve
Eens in Esse mochte krijgen3In esse mogen krijgen: in goede staat mogen krijgen, hiermeede blijfe
Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
en dieners M Turnor

Een muur met leifruit

Het muurtje om de bovenhof moet gerepareerd worden. Kennelijk is daar net een boomgaard gerooid. De tuin van het kasteel heeft een hoogteverschil waardoor verschillende tuinen ontstaan en één daarvan is kennelijk de bovenhof (nu de boventuin). Het idee van haar zoon is om latwerk (glintinge) aan te brengen, waar fruitbomen tegenaan kunnen groeien. Margaretha is verguld met het idee, want zo kan je toch nog van de ene naar de andere hof kijken. Ze eindigt haar brief met de vraag of haar man ook maar eens zijn mening wil schrijven en als het hem bevalt, dan zal ze er werk van maken, zodat de hof eindelijk eens op orde is.

In een boomgaard wordt geoogst. Er lopen mensen met ladders, er wordt aan bomen geschud en vruchten worden van de grond geraapt en in manden gedaan. In het midden loopt een elegant stel te flaneren. Op de achtergrond zien we nog net een huis.
September (fragment), anoniem, 1584 Collectie Rijksmuseum
  • 1
    boomgaard
  • 2
    Latwerk dienende om vruchtboomen te ondersteunen of leiboomen te leiden
  • 3
    In esse mogen krijgen: in goede staat mogen krijgen

Recente reacties

  1. Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep

  2. Politiek gezien is er weinig veranderd. Baantjes die worden vergeven.

  3. Ik zal eens bij de slager vragen of er nu nog paterstukken te koop zijn.

  4. van Beusinchem komt niet voor in de staten van oorlogh. Dus kan je aannemen dat van Ginckel de zoon niet…

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén