De brieven van Margaretha Turnor

Persoon: Smissaert (Joan Carel)

Hout uit Pruisen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 18 mei 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 6 juni 1680
Lees hier de originele brief

Een weekje later is het water op de Rijn al zo ver gezakt dat de koeien weer op de uiterwaarden kunnen weiden. Houden zo! Ergens is Margaretha wel bang dat er in de zomer weer veel hoog water zal komen. Dat meet ze af aan de vele donkere luchten die er in de winter zijn geweest. Maar Gods wil geschiede.

Brieffragment hoog water

Amerongen, 18/8 mei 1680
[reca. 6. Junij s.n.]
Ameronge den
18/8 meij 1680

Mijn heer en lieste hartge
tot Antwoort van uhEd aengenaeme vande 8 deeser
sal segge dat het water op den rhijn weer teene=
=mael is gevalle so dat de liede haer beeste weer
op de waerde hebbe gedaen, moogent wij maer so
houde maer wvrees wij wel vande soomer weer hoo
ch water sulle krijge om dat de winter so veel
donckere dage sijn geweest, al wat godt belieft
moet geschieden, [mij verwondert seer uhEd de]

Vlak rivierlandschap, aan de oever van het water staan enige koeien, het meest linkse dier drinkt.
Rivierlandschap met koeien, Albert Cuyp, 1645-1650. Collectie Rijksmuseum.

Boter, kaas en Pruisische balken

De door Margaretha verstuurde boter en kaas zijn blijkbaar nog steeds niet aangekomen, maakt ze uit de net binnengekomen brief van haar man op. In omgekeerde richting zijn echter wel prachtige houten planken uit de Pruisische bossen onderweg. Een geschenk van de keurvorst? Het lijkt er op, want Margaretha schrijft dat ze hem en zijn vrouw veel dank voor hun gunst verschuldigd zijn. Dat hout kunnen ze goed gebruiken, want voor de grote zaal zijn volgens de secretaris wel dertig van die balken nodig.

Brieffragment vloerbalken

moet geschieden, mij verwondert seer uhEd de
gesondene proovijsie1proviand van booter en kaes niet heeft
ontfange kan niet bedencke die so lange op wech
is, hoop se noch te rechte sal koomen,
wij hebbe wel oblijgasie2verplichting (wij zijn wel iets verplicht aan de keurvorst) aen men heer de keurvorst
en Mevrou de keurvorstin voorde gunst die sij
uhEd bewijsse, ick sal de pruijse deelle verwachte
so de seeckreetaris seijt sulle wijder int groot
salet3groot salet: grote ontvangskamer, nu grote zaal wel bij de dartich van noode hebbe,

Foto van een helemaal lege grote zaal. Er staan geen meubels, maar er hangen wel kroonluchters. De luiken zijn open en de zon schijnt op de houten vloer.
Grote zaal van Kasteel Amerongen na de restauratie, Eyedea, 2011. Zou dit Margaretha’s visie geweest zijn?

Hollandse geldzorgen

Wat een tegenvaller! Margaretha had gisteren alles in gereedheid om stadhouder Willem III te ontvangen en hem te onthalen op een lekker diner. Maar in plaats daarvan moest hij in Den Haag langer bij een vergadering van de Staten van Holland blijven, en kwam hij pas ’s avonds laat tegen elven voorbij gesneld op weg naar Dieren. Maandag moet hij al weer terug, omdat de vergadering dinsdag weer wordt voortgezet. Er moet geld komen voor het leger, en de Hollandse statenleden zijn het onderling niet eens op welke manier ze dat via de belastingen bij elkaar gaan proberen te krijgen. Zullen ze een accijns gaan heffen of zullen ze een personele omslag doen?

Brieffragment belastingen voor het leger

sijn hoocheijt is gister avont tusche tien en Elf Eure
hier door naer diere4Dieren gepaseert had gemeent smid
daechs hier bij mij te Eeten waer op ick toegeleijt
had, dan wiert van men heere van hollant
versocht gistere merge haer vergaderin noch
bij te woonne het welcke hij gedaen heeft, en
gaet en maendach weer naer den haech om
dijnsdaechs weer inde selfve vergaderin te sijn
het schijnt de leeden in hollant den ander int stuck
vande finans niet wel konne verstaen daer moet
gelt tot betaeline vande meeliesie5militie: leger weese, deen
wil de op te stelle schattineschatting: belasting personeel6personele belasting: persoonsgebonden belasting en dander
reeijeel7reëel; reële belasting is een belasting op zaken hebbe, [uhEd sal hebbe verstaen, dat]

De hofvijver met daarin de gebouwen van het Binnenhof met de weerspiegeling van de gebouwen op het water. Op de achtergrond bomen en de grote of St Jacobskerk.
Gezicht op de gebouwen van het Binnenhof te ‘s-Gravenhage, Joris van der Haagen en Pieter Latombe, 1650-1669. Collectie Rijksmuseum.

Buitenlands nieuws

Margaretha heeft nieuwtjes over diplomatieke benoemingen. Heeft ze die van het langsrijdend prinselijk gezelschap of gewoon uit de krant? Pieter van Wassenaer, heer van Starrenburg, wordt vaste ambassadeur in Frankrijk, hoewel hij maar voor drie jaar heeft toegezegd. Jacob van Wassenaer van Obdam wordt naar Denemarken gezonden. De stadhouder zelf gaat deze zomer jagen bij de hertog van Celle. En er gaan geruchten dat de zoon van de (Lutherse) bisschop van Osnabrück gaat trouwen met een zus van prinses Mary. Van Joan Smissaert die een maand geleden naar Antwerpen is vertrokken, heeft Margaretha niks meer gehoord.

Eerste brieffragment buitenlands nieuws
Tweede brieffragment buitenlands nieuws

[reeijeel hebbe,] uhEd sal hebbe verstaen, dat
den heer van sterrenburch8Pieter van Wassenaer van Starrenburg voor ordinaris Amba9Ambassadeur
naer vranckrijck op 30000f sijaers gaet dat
hij maer voor 3 ijaeren heeft wille aenneemen
en de so geseijt wort den heer van obdam10Jacob van Wassenaar van Obdam
naer deenmercke11Denemarken, men hout voor seecker dat
sijn hoocheijt deese soomer bij den hartooch van
sel12De hertog van Celle, Georg Wilhem van Brunswijk Lünenburg gaet om te jaechgen, men spreeckt ock
van Een houlijck tuschen de soon vande bischop

van oosenebruch13Ernst August van Brunswijk-Lünenburg, Luthers bisschop van Osnabrück; in Osnabrück heeft de bisschop ook wereldlijke macht, daarom wisselen Katholiek en Luthers af en de suster14Mary Stuart’s zus Anne is op dit moment 15; ze zal pas in 1683 trouwen met George van Denemarken, zoon van koning Frederik III van Mevrou de prin
=ses van oransge15Willem III is op 4 november 1677 met Mary Stuart getrouwd, dus daarom is zij nu de Prinses van Oranje , so dat aengaet, sou daer wel Eits
in konne steecke , den heer smitser16Joan Carel Smissaert is wel over Een
maent naer Antwerpen gegaen heb noch van sijn
weerkomste niet gehoort, [ick heb noch van van]

Plattegrond van Parijs met de omliggende velden.
Plattegrond van Parijs, naar Johannes de Ram, ca. 1668-1685. Collectie Rijksmuseum.

Fritsje heeft heimwee

Kleine Godard (door Margaretha ‘onze dragonder’ genoemd) drinkt elke dag op grootvaders gezondheid en presenteert samen met zijn zusjes zijn ootmoedige dienst aan hem. Maar Fritsje, die ver weg in Leiden zit, heeft het ondertussen een beetje moeilijk. Het eten is lekker en zijn gastgezin is aardig, maar hij kan niet wennen, want er is geen mens die hij kent. Margaretha hoopt dat het nog bijtrekt.

Brieffragment droevige Frits

[taelle,] onsen dragonder17De kleine Godertge wordt dragonder genoemd; dragonder: lichte / lichtbewapende cavallerist en vergeet groote papa
niet drinckt alledaech sijn hEd gesontheijt,
preesenteert neffens sijn twee susters sijn ootoedige
dienst aen uhEd, fritsge is tot leijden so hij
seijt heel wel heeft Een seer goede tafel en alt
volck daer in huijs sijn hem seer vriendlijck en
beleeft toe, doch kan daer niet wenne om de
Eenicheijt dat daer niet Een mens is die hij
kent, hoope het wel beetere sal, hiermeede
blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Op een terras met een balustrade zitten onder een klimplant een oudere man, een jongere vrouw en een kind aan tafel. Rechts van de tafel staat een jongen met iets in zijn hand. Op de voorgrond een vaatje met twee kannen erin. Op de achtergrond een heuvel met daarop een kasteel.
Gezin aan tafel met kasteel in de achtergrond, Daniël Sudermann naar Matthäus Merian (I), 1624. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    proviand
  • 2
    verplichting (wij zijn wel iets verplicht aan de keurvorst)
  • 3
    groot salet: grote ontvangskamer, nu grote zaal
  • 4
    Dieren
  • 5
    militie: leger
  • 6
    personele belasting: persoonsgebonden belasting
  • 7
    reëel; reële belasting is een belasting op zaken
  • 8
    Pieter van Wassenaer van Starrenburg
  • 9
    Ambassadeur
  • 10
    Jacob van Wassenaar van Obdam
  • 11
    Denemarken
  • 12
    De hertog van Celle, Georg Wilhem van Brunswijk Lünenburg
  • 13
    Ernst August van Brunswijk-Lünenburg, Luthers bisschop van Osnabrück; in Osnabrück heeft de bisschop ook wereldlijke macht, daarom wisselen Katholiek en Luthers af
  • 14
    Mary Stuart’s zus Anne is op dit moment 15; ze zal pas in 1683 trouwen met George van Denemarken, zoon van koning Frederik III
  • 15
    Willem III is op 4 november 1677 met Mary Stuart getrouwd, dus daarom is zij nu de Prinses van Oranje
  • 16
    Joan Carel Smissaert
  • 17
    De kleine Godertge wordt dragonder genoemd; dragonder: lichte / lichtbewapende cavallerist

Gelukzalig Nieuwjaar

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 15 januari 1680
Lees hier de originele brief

Een echte nieuwjaarsbrief, en zo noemt Margaretha hem ook letterlijk, al lezen we dat pas helemaal aan het eind. Want de eerste twee pagina’s besteedt ze vooral aan het glibberige zaakje van de nominatie van een rekenmeester voor de Staten. De heer van Dukenburg (Karel Valkenaer) en Godard Adriaan mogen allebei iemand voordragen aan stadhouder Willem III, maar eigenlijk wil geen van beide openlijk iemand noemen als niet bij voorbaat zeker is of die Zijn Hoogheids goedkeuring heeft. Dat moet er dan weer niet al te dik boven op liggen, dus wringt iedereen zich voorlopig in allerlei bochten….

Aanhef brief en de rekenmeester

[reca 15en Januarij]
Ameronge den
6 ijanwa 1680

Mijn heer en lieste hartge

wt uhEd meesiefve vande 24 pasato1verleden sien ick met
verwonderin t geene docktoor strate2Willem van der Straaten aen uhEd
heeft geschreefve, geloofve dat sijn hoocheijt Een goet
woort aen hem sal gesproocken hebbe op dat
preesipoost3veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen), dat uhEd met hooch gemelde hoocheijt
hiersijnde van hem sprack en seijde dat den heer
r p4raadspensionaris Gaspar Fagel hem so Ernstich had gereeckomandeert5aanbevolen ,
ick heb ock verstaen dat den heer van duijcke
=burch6Karel Valckenaar seijt bij de lootine te hebbe konne mer=
=cken dat sijn hoocheijt gaerne sach dat sijnh7Zijne Hoogheid
sijn part vant bekende reeckenmeesters
plaets aende straete8Willem van der Straaten liet sonder nochtans het selfe
te wtten, [en aende seekreetaris luchtenburch]

Gravure van die alen die in een weiland liggen te kronkelen
Drie alen in het gras, Albert Flamen, 1664. Collectie Rijksmuseum.

De keurvorst draait bij

Margaretha is blij te horen dat Godard Adriaan in Berlijn zo goed door de keurvorst en zijn vrouw is ontvangen. Ze hoopt maar dat met de nodige tact van Godard Adriaan en vooral (!) de hulp van God, de wrok die de keurvorst van Brandenburg nog tegen de Staten koestert wat zal afnemen. Volgens een brief van Van Heteren van 26 december lijkt het de goede kant op te gaan.

Eerste brieffragment ontvangst bij de keurvorst
Tweede brieffragment ontvangst bij de keurvorst

dat uhEd so wel bij den heere keurvorst en
keurvorstine9Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg is onthaelt, is mij van harte
lief, hoope dat door uhEd beleijt en voor al
de hulpe godts de kooleere10Kolere: woede, gramschap, toorn die de keurvorst

teegens den staet heeft sal gestilt worden, en
uhEd noch wat goets te beste van ons liefve
vaderlant sult wt wercken, gelijck ick heede
wt het schrijfve van van heeteren11Van Heteren sien, dat
uhEd meesiefve vande 26 deesem12december, wat beeter hoop
toe geefve, [tis beeter int Eerst wat hart]

Zicht op een water ,et op de voorgrond een kade met daarop mensen. Voor liggen twee bootjes. Aan de overkant van het water een groot slot met veel torens. Eromheen diverse andere gebouwen. Eronder staat een legenda geschreven. Boven: Prospect de Chur:Fürstlichen Brandenburgischen Residens In Cöllen an der Spree.
Zicht op de Keurvorstelijke Brandenburgse residentie in Cöllen aan de Spree, Johann Stridbeck, 1690. Pagina 4 (schan 13) in: Die Stadt Berlin in 1690, Johann Stridbeck. Collectie: Staatsbibliothek zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz.

Eind goed, al goed

Met het oog op deze voorzichtige gunstige ontwikkeling heeft Margaretha nog een toepasselijk spreekwoord: Het is beter in het begin hard te worden aangepakt, dan aan het eind, als men maar tot zijn buit komt: Tegenslag in het begin is beter dan aan het eind, zolang je het doel maar bereikt. Of te wel: Eind goed, al goed. De keurvorst en zijn vrouw hebben zelfs naar Margaretha gevraagd! Dat is een grote eer, en ook een goed teken.

Brieffragment onderhandelingen en dank aan keurvorst en keurvorstin

[toe geefve] tis beeter int Eerst13in het begin wat hart
aengetast te worden, als int lest14op het laatst, alsmen
maer tot sijn buijt komt en uhEd maer de
intensie15doel, bedoeling van sijn hoocheijt en menheere de
staten16Staten-Generaal kont bereijcke hoope dat alles wel
sal sijn, wij sijn voorwaer den heere keurvorst
en keurvorstin wel veroblijgeert17verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn datse mij
deer18de eer doen van noch te gedencken, en naer
mij te vraegen, [hoe den heer smitser aen]

In een kamer met een zwartwit geblokte tegelvloer zitten een man en een vrouw aan een ronde tafel met een blauw kleed te kaarten. Achter de vrouw staat de dienstmeid die haar een glas wijn inschenkt. Een jonge man leunt op de stoel van de man en kijkt mee in zijn kaarten. Achter de tafel hangt aan het plafond een groen paviljoen. Een soort loshangende hemel boven een bed. Aan de muur op de achtergrond hangen drie geweren, een schilderij met schepen, een plattegrond en een spiegel. Ook hangt er een bak met een kraantje boven een soort wasbekken op een poot. Tegen de muur staan twee stoelen, een deur staat open. Op de voorgrond snuffelt een hondje met een rode strik op de grond.
Kaartspelers in een interieur, Gesina ter Borch, ca. 1660. Collectie Rijksmuseum.

De rekening loopt weer op

Jammer alleen dat de rekeningen zo oplopen. Margaretha zit weer in de bekende vicieuze cirkel van de ordinanties en assinaties. Ze moet schulden af lossen, maar kan dat alleen als er een ordinantie van de Raad van State is die Van Heeteren dan bij ontvanger De Leeuw in Utrecht kan laten uitkeren, als er een assinatie is. Of ze zou het geld van monsieur Blanche moeten gebruiken. Ze hoort graag wat Godard Adriaans wensen zijn.

In een medaillon staat een vrouw met een sierlijke jurk aan met haar linkerhand omhoog met daarin een geldbuidel. Ze kijkt naar de buidel. Haar rechter arm heeft ze voor haar middel en in haar rechter hand heeft ze een witte veer. Het medaillon staat op een pedestal en daarop staat La drolesse contante (de contante vrolijkheid)
Vrouw met geldbuidel, Jacob Gole (prentmaker) naar Cornelis Dusart, 1670-1724. Collectie Rijksmuseum.

Veel gezondheid en voorspoed

Margaretha sluit haar brief af met een echte nieuwjaarswens: Een gelukzalig nieuwjaar met veel gezondheid en voorspoed. Maar…ze is nog niet klaar, want er komt nog een aparte p.s. met een brisant nieuwtje over Philippota en Zijn Hoogheid…

[sal verwachte,] waermeede naer19na uhEd
Een gelucksalich nieuijaer met veel gesont
heit en voorspoet te wensche blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Figuren op het ijs bij een dorp met links een landweg met houtspokkelaars, voorstellende de maand januari. Links- en rechtsboven de bij deze maand behorende symbolen van het sterrenbeeld: waterman.
Januari, Jan van de Velde II, 1616. Collectie Rijksmuseum.

Vrede

Ze kan deze nieuwjaarsbrief niet afronden zonder te vertellen over de toorn van schoondochter Philippota die op prins Willem III is neergedaald. Philippota is om de een of andere reden erg boos op hem. Op bezoek in het jachtslot te Dieren heeft ze zelfs tegen zijn gemalin gezegd dat ze hem niet meer wil zien of spreken, en dat Mary20Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd hem dat gerust mag laten weten! Dat heeft blijkbaar indruk gemaakt, want Willem III heeft op zijn beurt Godard verzocht haar mee te brengen naar Den Haag, zodat hij weer vrede met haar kan sluiten.

Naschrift over de woede van Philippota

ps dees nieuijaers brief heb ick niet konne af sijn
uhEd te sende van onse dochter poo21Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo… , die so
quaet op de prins van oransge, is dat sij hem
niet meer wil sien veel min22veel min: veel minder, laat staan spreecke hetwelck
sij aende prinses te diere23Dieren sijnde heeft geseijt en
belast het vrij aende prins te segge, sijn hoocheij
heeft d heer van ginckel belast poo24Ursula Philippota mee inde haech25Den Haag
te brenge want dat hij de peijs26vrede weer met haer
maecke most,

Links een soldaat in een rode jas met een brede zwarte hoed met een rode veer erop. Hij draagt een donkere band over zijn schouder met daaraan zijn zwaard, in zijn rechterhand heeft hij een wandelstok. Zijn broek is beige, hij draagt witte kousen en zwarte schoenen. Rechts een dame van achteren met een kapje waar losse haren onderuit steken. Ze draagt een zwart jak met een witte kraag die haar schouders bloot laat. Het jak loopt aan de achterkant in een punt uit die tot op haar kuiten komt. Daaronder draagt ze een gele rok. In haar rechterhand heeft ze een blauwe veer. Tussen de twee staat de volgende tekst geschreven: K hoop dat noch mijn groot Mende U int Ende Sal veranderen doen van sin Dat ick noch u gunst sal erven En verwerven T geene dat ick soo bemin Fijnis
Soldaat en dame van achteren, Gesina ter Borch, ca. 1654. Collectie Rijksmuseum.

Nieuwjaarsmaaltijd

Graag had Margaretha haar man een deel van het vlees van hun eigen slacht gestuurd, maar daarvoor is Berlijn toch echt te ver. Ze hoopt nu maar dat Godard Adriaan en zijn mannen in gezondheid van de slacht ter plekke kunnen eten, en ook dat de vertraagde spullen uit Bremen toch snel zullen aankomen. In ieder geval is ze erg blij dat het zo goed met de onderhandelingen gaat.

Naschrift over slacht en onderhandelingen

ick hoop uhEd sijn provijsie27voorraad vant slachte met
sijn volck ingesontheijt sal Eeten, ick had
of deselfve wel wat van hier gewenst
maert was te veer te sende, hoope sijn
goet van berlijn n breeme nu sal hebbe
gekreeche, ben van harte verblijt de
affaerees bij uhEd so wel staen.

Sorgheloos, Weelde en Gemak zitten in de herberg "'t huys van Quistenburch" aan een gedekte tafel te eten en te drinken. Rechts een vrouwelijke bediende met pastei en een jongeman die wijn inschenkt. Op de achtergrond de keuken waar een vrouw het vuur aanblaast. Onder tafel heeft een hond een bot.
De maaltijd, Cornelis Antonisz., 1541. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    verleden
  • 2
    Willem van der Straaten
  • 3
    veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen)
  • 4
    raadspensionaris Gaspar Fagel
  • 5
    aanbevolen
  • 6
    Karel Valckenaar
  • 7
    Zijne Hoogheid
  • 8
    Willem van der Straaten
  • 9
    Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg
  • 10
    Kolere: woede, gramschap, toorn
  • 11
    Van Heteren
  • 12
    december
  • 13
    in het begin
  • 14
    op het laatst
  • 15
    doel, bedoeling
  • 16
    Staten-Generaal
  • 17
    verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn
  • 18
    de eer
  • 19
    na
  • 20
    Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd
  • 21
    Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo…
  • 22
    veel min: veel minder, laat staan
  • 23
    Dieren
  • 24
    Ursula Philippota
  • 25
    Den Haag
  • 26
    vrede
  • 27
    voorraad

De beste paarden staan op stal

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 8 december 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 december 1679
Lees hier de originele brief

Margaretha is al helemaal gewend aan de nieuw gehanteerde kalender; ze noteert nog slechts één datum bovenaan haar brief. Waar ze haar vorige brief nog met de Duitse post heeft gestuurd, kiest ze nu weer voor de diensten van Franco Bisdomer. Veel heeft ze echter niet te vertellen, dus het wordt een relatief korte brief.

Aanhef en brieffragment over post

Ameronge den
8 deesem 1679
Mijn heer en lieste hartge
uhEd meesiefve vande 27 novem wt minde heb
ick voorleedene dijnsdach met de duijtse
post noch beantwoort, nu gaet dees weer
met bisdomer[, het grauwe koetspaert]

Gravure van een man met een postzak onder zijn arm. Hij draagt een hoef met een brede zak en een cape die een sluiting heeft met drie kruisen (als het wapen van Amsterdam?). Achter hem loopt een man met een kruiwagen met daarop een kist en een zak langs een los staande bel. Daarachter zijn de masten van schepen te zien. Links op de achtergrond een klein gebouw waar een man een brief in een kist tegen de muur stopt.
Postiljon, Casper Luyken, 1698. Collectie Rijksmuseum.

Het grauwe koetspaard

Het paard waar Margaretha al een aantal keer over geschreven heeft, is inmiddels van Utrecht naar Amerongen gebracht. Volgens ‘de meester’, vermoedelijk de stalmeester, zou het paard best op reis kunnen. Maar Margaretha is het niet eens met zijn oordeel; het been van het dier is nog hartstikke dik en gezwollen. Ze denkt dat het geen goed idee is. Conform de wens van haar echtgenoot, houdt ze het dier voorlopig in Amerongen en laat ze het zo goed mogelijk verzorgen.

Brieffragment grauwe koetspaard

[met bisdomer,] het grauwe koetspaert
is van wttrecht hier gebrocht en hoewel beuse
kom schrijft dat de meester die daer over
gegaen heeft seijt dat men het sou konne
versende so weet niet oft bequaem is
want het been noch seer dick en geswolle
met doecke bewonden is, ick salt vol
gens uhEd ordere hier houde en so veel
laete koestere als doenlijck sal sijn

Een paard, ingespannen voor een koets, drinkt uit een emmer op de grond. Van de koets zien we net de voorste willen.
Drinkend paard met koets, Ferdinand Laufberger, 1864. Collectie Museum angewandte Kunst, Wenen.

Bestemming bereikt?

Margaretha hoopt dat Godard Adriaan bijna op zijn bestemming is aangekomen; ze hoopt snel te horen of hij inderdaad in Berlijn is gearriveerd.

Brieffragment reis naar Berlijn

[en verswackt seer,] ick hoope uhEd
nu sijn swaerste reijs sal voltrocken hebbe
ende nu haest te berlijn sijn het welcke ver
lange te hoore[, hier konne wij met dit vochte]

Heuvellandschap met gezicht op een rivier of meer in een vallei. Op het water zeilen boten. Op de heuvels staan kerken en kastelen. Op de voorgrond gaan mensen te paard en te voet over een weg.
Landschap, Joost de Momper (II), 1585-1635. Collectie Rijksmuseum.

Huis en goed

Door het natte weer is de grond te drassig om aarde uit de boomgaard te vervoeren. Gelukkig konden de metselaars wel aan de slag; ze zijn nu begonnen aan de vloeren in de kelder onder de voorburcht. Waarschijnlijk is dit werk aanstaande dinsdag klaar. Vervolgens zullen ze beginnen aan het aanleggen van de riolering in het brouwhuis, de stal en het washuis. Het in één zin noemen van het brouwhuis, de stal en het washuis, is niet zo vreemd. Op landgoederen werden de ruimtes voor het brouwen van bier en het wassen van kleding en overig textiel vaak onder hetzelfde dak gebouwd. Ze hadden immers vergelijkbare voorzieningen nodig: veel water, grote kuipen, kookketels en een stookplaats.

Eerste brieffragment werkzaamheden
Tweede brieffragment werkzaamheden

[lange te hoore,] hier konne wij met dit vochte
weer niet noch geen Aerdt wt den boogaert
rijden, de metselaers sijn aent legge

vande vloere inde kelders ondert voorburch
daer geloofve dats en dijnsdach toekoome
nde sulle gedaen hebbe, en dan aent
maecke van reeijoolle1riolen int brouhuijs
de stal ent washuijs gaen[, daermee]

Op de voorgrond giet een man bier in een rijtje van zes voor hem liggende vaten. Op de achtergrond bewerkt iemand de vaten in een kuip en worden er spullen in een bootje gehesen.
De bierbrouwer, Christoph Weigel, 1698. Collectie Deutsche Fotothek.

De sollicitant

Joan Carel Smissaert heeft wederom een brief gestuurd. De sollicitant wil graag weten of hij nog kans maakt op de felbegeerde positie van rekenmeester. Margaretha zal zijn brief doorsturen aan Godard Adriaan, zodat hij kan bepalen of hij Smissaert de positie gunt of niet. Laat het maar weten, schrijft Margaretha, dan regel ik de rest wel.

Brieffragment over de brief van Smissaert

hier meede neffens gaen Een meesiefve
vande heere smitser die seer verlanckt
te weeten of hij noch hoop tot het
bewuste Amt heeft, versoecke
mij maer door Een letterken te schrij
hoet daer meede bij uhEd leijt salt
naer deselfs gevalle wel meenaes
geer, en blijf

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor

Zittend portret van een slanke jonge man met een wit hemd en daarover een zwart jak. Hij draagt een zwarte, brede muts. Hij leunt met zijn linker arm op een lessenaar waarop een stapeltje papieren met handschrift ligt. Voor de papieren een opengevouwen blaadje. Op de tafel naast de lessenaar een inktpot en een brief die opengemaakt is. In zijn rechter hand heeft hij een pen van een veer.
Afbeelding van een jonge man, mogelijk Matteo Sofferoni, Fraciabigio, 1522. Collectie Gemäldegalerie, Berlijn.
  • 1
    riolen

4 december en 25 november

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 4 december 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 14 december 1679 Berlijn
Lees hier de originele brief

Vanaf deze brief gaat Margaretha over op de Gregoriaanse kalender. Even een beetje uitleg: in de zestiende eeuw bleek dat de oude tijdrekening, de Juliaanse kalender, niet meer overeenkwam met de seizoen. In opdracht van paus Gregorius werd een nieuwe tijdrekening gemaakt. Veel landen en regio’s voerden dus rond 1580 de Gregoriaanse kalender in, maar niet iedereen was gediend van de tijdrekening van die paus in Rome. De provincie Utrecht voerde de nieuwe kalender pas in 1700 in. Op 4 december 1679 was het voor Utrecht dus pas 25 november. Margaretha noteerde die datum wel, maar ze gaat vanaf nu mee met haar tijd. Wel zo gemakkelijk, want in Berlijn doen ze dat ook en Margaretha antwoordt nu op de brief die Godard Adriaan haar op 27 november heeft geschreven op weg naar Berlijn.

Datering brief en aanhef

[rec.a 14e xber 1679, Berlin]

Ameronge den 4
decem en 25 Novem
1679

Mijn heer en lieste hartge

uhEd mesiefve vande 27 Novem is mij gistere behandicht

Verkoudheid

Godard Adriaan heeft in zijn brief duidelijk geklaagd. Over de toestand van de wegen naar Berlijn maar ook over zijn gezondheid. Ach ja, de ‘r’ zit in de maand! Godard Adriaan is verkouden en Margaretha spreekt de hoop uit dat hij niet zo’n zware verkoudheid heeft als zij eerder heeft gehad.

Brieffragment verkoudheid

het is mij leet uhEd so veel quade en moeijlijcke weegen
heeft ontmoet en so swaere verkoutheijtheeft ge
kreechge hoope die uhEd so seer niet sal treffe
als die mij gedaen heeft dan is nu de heere sij
gedanckt vrij beeter, [hoope de weechge voort tot]

Interieur van een slaapkamer. Een man ligt ziek op zijn bed en wordt bezocht door een andere man.
Embleem: ziekte, Jan Luyken, 1695 – 1705. Collectie Rijksmuseum.

Hofmeester Otto Schwerin

Margaretha wijdt er maar twee regeltjes aan, de dood van hofmeester Otto van Schwerin. Ze vraagt zich af of de Keurvorst daar een groot verlies aan heeft.

Otto van Schwerin (1616-1679) was vanaf 1647 hofmeester en raadsheer van de keurvorst van Brandenburg. Deze keurvorst was getrouwd met Louise Henriette van Nassau, één van de dochters van stadhouder Frederik Hendrik. Otto van Schwerin was jarenlang de rechterhand van de keurvorst en zijn dood was zonder meer een groot verlies. Heeft Margaretha werkelijk nog nooit van hem gehoord? Of had Godard Adriaan slechte ervaringen met de hofmeester en speculeert Margaretha daarop?

Brieffragment Schwerin

[arijveert weesen] de doot vande heer sweerijn
weet niet of de heere keurvorst groot verlies
aen heeft, […. id ovk voor sijn selfve, wij hebbe]

n het midden van het schilderij zien we het keurvorstelijk paar, gekleed in alle tekenen van hun waardigheid. Luise Henriette als Dido. Achter de keurvorst, met de speer in de hand, staat kolonel La Cave, terwijl de gravin van Blumenthal, een mooie, statige dame, de sleep van de keurvorstin draagt. Verder naar achteren, eerst gravin Blumenthal, zien we de jachtmeester van Hertefeld en een van Rochow. Er ontbreekt informatie over wie dat precies is. Alle genoemde personen vullen de linkerkant van het schilderij, terwijl rechts van de keurvorst de geheimraad Otto von Schwerin staat, op weinig vleiende wijze met opgestroopte mouwen en in het gunstigste geval in de rol van een statige leerlooier. Hij houdt een koeienhuid met het opschrift “plus outre”, “steeds verder”, in zijn linkerhand, terwijl hij met zijn rechterhand bezig is de huid in repen te snijden. Deze stroken worden door drie of vier drukke bedienden gebruikt om een groot, op de achtergrond gelegen veld af te bakenen, waaruit in het midden een grijswit kasteel oprijst, slechts geschetst, maar toch duidelijk genoeg herkenbaar om een begrijpelijk, levendig beeld te geven.
Allegorie op de stichting van Oranienburg, Willem van Honthorst, ca. 1660. Collectie: Regionalmuseum Oberhavel im Schloss Oranienburg. In het midden de keurvorst Friederich Wilhelm en zijn eerste vrouw Luise Henriette van Oranje. Rechts Geheimrat Otto van Schwerin als leerlooier.

De Heer van Elderen

Wat de heer Van Elderen nou precies voor Godard Adriaan heeft gedaan, is niet duidelijk, maar Margaretha voelt zich wel zeer verplicht. Georges Frederik van Renesse van Elderen, heer van Elderen (1611-1681) kwam in 1668 als commissaris van de keurvorst van Keulen en de prins van Luik naar ’s-Gravenhage. Margaretha schrijft over hem en zijn vrouw, Anna Margaretha van Bocholtz.

Brieffragment Van Elderen

[aen heeft, … is ock voor sijn selfce] wij hebbe
wel oblijgasi aen goede heer en vrou Eldere voor
haer hEd groote siefiliteijt en alt goet track
tement dat die uhEd van tijt tot tijt bewijse
wenste wij ockasie hadde deselfve weer
dienst te doen, [wat belanckt het paert]

Het paard

Al eerder schreef Margaretha over het grauwe paard, maar kennelijk schreef ze daar ook over in de zoekgeraakte brief van 24 november. Het is nog steeds niet genezen, het moet echt nog in Utrecht blijven. Godard Adriaan heeft nu kennelijk geschreven dat het paard niet naar Berlijn gestuurd moet worden en Margaretha schrijft dat ze het naar Amerongen zal laten brengen zodra het paard beter is. Een mooi paard was ook in deze tijd veel geld waard en Margaretha is zich daar ongetwijfeld van bewust.

Eerste brieffragment paard
Tweede brieffragment paard

[dienst te doen,] wat belanckt het paert
dat vhEd tot wttrecht heeft gelaetten

weet niet beeter of heb bij mijn schrijfve vande 24
Novem posetijvelijck geantwoort en klaer wt
geseijt dat het selfve noch niet geneesen was
maer noch Eenige dagen tot wttrecht bij de
meester moste blijfve, daert noch is en on=
bequam om die tocht als ist maer aende hant
te gaen te doen, sij schrijfve mij dat het noch
eenige daegen daer moet blijfven, nu sal
ick het volgens uhEd laeste schrijfve voort
hier houde, en so haest het Eenisints wel
is hier ontbieden Ent op ons stal setten,

In een donkere stal staat een wit-grijs paard. Het heeft zijn hoofd in een trog, achter het paard staat een man die met zijn rechter arm op de rug van het paard. Rechts kijkt een vrouw om de hoek van de deur. Op een balk hangt een paardendeken.
Paardenstal, Gerard ter Borch, ca. 1654. Collectie: J. Paul Getty Museum.

Verloting van de ambten in de ridderschap

In de bewuste brief van 24 november schreef Margaretha ook over de verloting van de ambten in de Utrechtse ridderschap. Godard Adriaan is met Carel Valckenaer, de heer van Dukenburg (1637-1684) ingeloot om iemand voor te dragen voor de plaats van rekenmeester die eerder door Willem van der Straaten is vervuld. Niettemin, er is nog veel onduidelijk, Carel Valckenaer antwoordt kennelijk niet op berichten van Margaretha, Joan Carel Smissaert aast kennelijk ook op die positie en komt elke dag bij Margaretha langs want kennelijk heeft Godard Adriaan hem eerder toezeggingen gedaan. Kortom, Margaretha wil graag van haar man hierover horen.

Rekenschool waarin het boekhouden wordt onderwezen. Aan een tafel zit links, in een stoel met baldakijn, de rekenmeester. Drie leerlingen zitten met rekenboeken voor zich te schrijven. Een vierde staat ter rechterzijde bij de tafel toe te kijken. Tegen de achterwand van het vertrek een boekenplank en twee schrijftabletten. Daar boven de zinspreuk "Oordeelt niet voor den tyt".
Boekhouders aan het werk, Pieter Serwouters, 1601-1651. Collectie Rijksmuseum.

Duitse post en kusjes van de kleinkinderen

Margaretha heeft besloten dat ze voortaan gebruik zal maken van de Duitse post om haar brieven naar Godard Adriaan te versturen, daar heeft ze goede ervaringen mee. Nog even een weerbericht uit Amerongen: het is zacht weer met veel motregen en nevel maar geen vorst van betekenis. Margaretha maakt er ook meteen gebruik van: ze gaat de aarde uit de boomgaard weg laten rijden.
De kleinkinderen kussen ‘groote papa’ de handen. Verder nog wat groeten en roddels en daarmee sluit Margaretha haar brief af.

Brieffragment weer en afsluiting

[en haer adres geefve,] wij hebbe hier noch
sacht weer met veel modt en neefven
geen vorst van beduijden, salt weer waer
=neemen om de Aerdt wt den boogaert
te laeten afrijden, en blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

al ons l
kindere
kusse groote
papa ootmoedich de hande met preesen=
=taasie van haer alles onderdaenichste dienst
so doet ons Neef lant

Kasteel Amerongen in de mist
Kasteel in nevel, Annemiek Barnouw, 2016.

Werken aan de weg

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 1 december 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 13 december 1679 Bielefeld
Lees hier de originele brief
Margaretha dateert de brief met 31 november, maar die datum bestaat niet.

Godard Adriaan is ondertussen in Bielefeld aangekomen. De reis vanaf Münster is moeizaam geweest, leest Margaretha in zijn brief van 22 november. En de weg naar Berlijn is nog lang! Ze maakt zich zorgen dat hij nog geen van haar brieven heeft ontvangen, maar wij weten nu dat haar vorige van 11 november op 24 november Bielefeld heeft bereikt, twee dagen nadat Godard Adriaan zijn brief aan haar schreef. We weten ook dat alle brieven die ze tussen 11 november en 31 november schrijft waarschijnlijk niet aangekomen zijn, anders had Godard Adriaan ze wel bewaard.

Brieffragment met aanhef

[rec.a. 13. xber in Berlin]
Ameronge den
31 Novem 1679

Mijn heer en lieste hartge
uhEd seer aengenaeme vande 22 deeser wt bijlle
veltBielefeld is mij wel geworde het doet mij leet
uhEd so moijlijcke reijs van Munster tot daer
toe heeft gevonden, maer van harte lief deself
tot daer toe wel is gearijveert, hoope sijn verde
=re reijs geluckich en spoediger sal sijn, kan
mij niet genoech verwondere dat uhEd noch
geen briefve van ons heeft ontfange heb niet
gemanckeert preesies alle weeck te schrijfve

Een man rijdt op een paard door een landschap. Achter het zadel ligt een grote, gevulde zak waaraan een posthoorn hangt. Op de achtergrond een boom, een boerderijtje en twee pratende mannen. In de verte een stad.
Postbode te paard, Jan Luyken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Paard niet op weg

Godard Adriaan heeft om zijn grijze paard gevraagd, dat mank was en nog niet mee op reis kon. Het staat nog in Utrecht, maar Margaretha verzekert haar man dat zodra de smid zegt dat het paard genezen is, het naar Amerongen op weg zal gaan en van daar naar Middachten. Zoonlief heeft toegezegd dat één van zijn ruiters, op een ander paard zittend, het aan de leidsels naar Berlijn kan begeleiden.

Eerste brieffragment over het grauwe paard
Tweede brieffragment over het grauwe paard

[mijn briefve aen bisdomer adreeseeren,] het is
mij leet ick het grauwe paert tot noch toe niet
heb konne sende tis niet volkoome geneese en
noch so dat sijt van wttrecht niet hebbe derfve
senden, ick deesen dach daer over weer aen

beusekom geschreefve en begeert so haest de
smit diet daer over gaet, oordeelt dat het
dien tocht kan doen, hijt hier sal senden, salt
dan voort op Middachte sende den heer van
ginckel heeft aengenoome het selfve met
Een van sijn ruijters aende hant te doen leijde
en tot berlijn te brengen, [wat nu ons]

Een stalknecht loopt naast een paard met een korte staart door een vervallen deur een stal in.
Stalknecht een paard de stal binnenleidend, Jan Anthonie Langendijk Dzn, 1790-1818. Collectie Rijksmuseum.

Puin, zand en aarde

Margaretha is bezig met het aanleggen van wegen op het terrein. Er komt er een op de iepenlaan van de buitenpoort tot aan de eerste brug. De basis wordt gevormd door het puin dat van de steenoven over is, en daarover komt zand. Alles aangevoerd met karren. De andere weg loopt over de kleine voorburcht van de eerste naar de de tweede brug. Omdat het puin op is, wordt daarvoor de aarde gebruikt die is weggegraven om ruimte te maken voor de fundering van de nieuwe kasteelmuur. Ze verzekert haar man dat ze echt zo veel mogelijk alles wat nodig is zal regelen, maar dat er in Utrecht geen hout is te krijgen voor schoorsteenmantels.

Brieffragment over de werkzaamheden aan de oprijlaan

[werck belanckt] ick heb al de puijn vande steen
oven op de steech laete brenge en die wech
tuschen de ijpen boomen recht t vande hoe
=meij1Hamei: Buitenpoort, voorpoort tot op de Eerste bruch laete maecke
,daer nu sant op sulle brenge, en so veelt
moogelijck is de wech opt kleijn voorburch
tuschen beijde de bruchge laete maecke
daer de karre de Aerdt die wt het fon=
dement vande nieuwe muer gegraefve is
en op de kant vande graft leijt be inbrenge
maer puijn isser niet meer so dat men
om die wel te maecken sal moete wachte
tot dat de steen oven voort wt gereede wort

Twee mannen lopen voorover gebukt een kar achter zich aan slepend.
Twee mannen slepend met een kar, Harmen ter Borch, ca. 1651. Collectie Rijksmuseum.

De weg naar succes

Bij de Staten van Utrecht is de dans om het verdelen van de lucratiefste baantjes weer begonnen. De weg naar succes betekent een hoop koehandel en handjeklap achter de schermen. En dat verloopt niet altijd naar Margaretha’s wens, omdat niet elke dienst een wederdienst oplevert. Ze moppert op iemand die geen steun wil geven voor een positie voor ‘neef lant’ (onbekend wie dat is), zodat nu alles van zijne Hoogheid prins Willem afhangt.

Brieffragment over steun voor een positie

[geangaesijeert is,] somma daer is bij die
niets te verwachte, al liede die dienst wille
geniete en niet weer doen ,paesijensie2geduld nu moete
wij ons houde aen sijn hoocheijts3Prins Willem III goede toeseggine
ent daer voort soecke hoope godt sal geefve hij
geholpe sal worde en wij van dat pack ontlast
sulle worden, [den heer smitser is dees naer]

Omgekeerd wordt ze zelf bestookt door mensen die lobbyen voor de functie van rekenmeester. Joan Carel Smissaert kwam vanmiddag langs om een schriftelijke sollicitatie bij Godard Adriaan mondeling kracht bij te zetten. Maar ook neef Frederik Adriaan van Reede van Renswoude heeft belangstelling voor deze baan, schrijft diens moeder. Ruilen tegen een plekje in de Admiraliteit in Zeeland? Margaretha heeft haar afgewimpeld op dezelfde manier als ze zelf zijn afgewimpeld : Godard Adriaan is ‘bezet’ (‘geëngageerd’). Waarschijnlijk bedoelt ze daar niet mee dat hij het te druk heeft, maar dat hij al gebonden is aan beloftes aan anderen.

Links een plaatje van een man op een stoel achter een tafel die op zijn vingers zit te tellen. Op tafel een boek, een inktpot met veer en een paar zakken met inhoud. Naast hem op de vloer staat een kist die open staat, in de kist zitten munten. Rechts een gedichtje in het Frans en in het Nederlands. De Nederlandse vertaling is: Rekenmeester / k'wil datme Rekeschap, en goede blyc my geeft / wie t'adelvrolyckst is en best gedroncke heeft.
De rekenmeester, Experiens Sillemans, 1645-1701. Fragment uit: Driekoningenspel. Collectie Rijksmuseum.

Brieffragment over de de zoon van de vrouw van Bornewal

antwoorden, de vrou van bornewal4Mechteld van Zuylen van Nyevelt, schoondochter van Johan van Reede van Renswoude, vrouw van Gerard van Reede van Renswoude. De zoon is Frederik Adriaan van Reede van Renswoude schrij
ft mij ock aen uhEd geschreefve te hebbe,
haer soon heeft vant Eerste lidt het Admi=
raEliteijts plaets van seelant gekreechge
dat sij gaerne teegens deese reeckenmeesters
plaets wou verruijlle waer over sij mij
schrijft en ick haer inde beleeftste manier
heb geantwoort dat ick kost en geschreef
te vreese dat uhEd geangaesgeert5Geëngageerd zijn: niet meer vrij zijn, niet beschikbaar zijn, bezet, verplichtingen hebben mocht
weesen, hiermeede blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Kussenovertrek van tapisserieweefsel. Tegen een donkerblauwe achtergrond is het gekroonde wapen van Zeeland aangebracht, de leeuw in rood, het water in blauw. In de beide bovenhoeken een anker, voorts touwen. Boven de letters A.V.Z. en onder AMSTERDAM 1670.
Kussenovertrek met het wapen van de Admiraliteit van Zeeland, anoniem, 1670. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Hamei: Buitenpoort, voorpoort
  • 2
    geduld
  • 3
    Prins Willem III
  • 4
    Mechteld van Zuylen van Nyevelt, schoondochter van Johan van Reede van Renswoude, vrouw van Gerard van Reede van Renswoude. De zoon is Frederik Adriaan van Reede van Renswoude
  • 5
    Geëngageerd zijn: niet meer vrij zijn, niet beschikbaar zijn, bezet, verplichtingen hebben

De akte arriveert!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 23 september 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 28 september 1676
Lees hier de originele brief

Margaretha schrijft dat ze een brief van Godard Adriaan heeft ontvangen op 19 september. Godard Adriaan schrijft in die brief dat hij weer naar de bisschop van Munster1Bernhard van Galen gaat, maar dat het een flitsbezoekje zal zijn.

Memorie over hardsteen

De brief vervolgt met een memorie die is opgesteld door de secretaris van Amerongen Van den Doorslagh. De memorie beschrijft welke vloerstenen voor in de kelders en de achtergang van het onderhuis nodig zijn. Ook is er hardsteen nodig voor de trap naar de kelder.

Brieffragment over het pertinente memorie

[het welcke geloofve niet voor lange sal sijn,] hier
neffens gaet Een pertinente2Pertinent: In alle bijzonderheden nauwkeurig, duidelijk, juist. memoorije3Memorie: Een stuk waarin van bepaalde zaken gewag wordt gemaakt, in dit geval een opsomming van inkomsten en uitgaven. vande sekree=
taris opgestelt, wat vloer steene tot de kelders
gaelderije4Galerij of gaanderij: Verwulfde, gewoonlijk door zuilen of pilaren gevormde gang binnen een gebouw, dienende tot verbinding der vertrekken of vleugels en ter bevordering van het verkeer. het voor huijs en Elders, men in ons
huijs van noode sal hebbe, ock wat stucke
hartsteen tot de bordes keldertrape van
noode sulle sijn, [wa ock hoet met de timeraesge]

De timmerage

Margaretha vervolgt haar brief met een update over de bouw (timmerage). Het gaat goed met vooruitgang. De verwachting is dat de kap van het huis binnen tien of twaalf dagen voltooid is.

Van uit kikvorsperspectief zien een we een groepje mannen voor de de bouwwerkzaamheden zitten. Links een man met een meetlat, daarachter een man met een luit, Dan een man die tekent en daarnaast een man met een passer. Op de achtergrond wordt net een groot stuk steen omhoog gehesen.
Architecten en kunstenaars werken aan de bouw van een paleis, Michel Dorigny, naar Simon Vouet, 1640. Collectie Rijksmuseum.

Mooi weer om te bakken

Het is een mooie nazomer in september 1676, want Margaretha beschrijft dat zij tijdens het stoken van de steenoven mooi weer hebben gehad. Dat was ook wel nodig, want een steenoven doet er zeker twee weken over voordat de stenen mooi gebakken zijn. Daarom hoopt ze dat het goede weer nog een weekje aanhoudt, dan loopt ze niet meer het risico dat de stenen mislukken.

Een vrouw in werkkleding, van opzij gezien, een met stenen gevulde kruiwagen voortduwend. Op de achtergrond staat een soldaat naast een kanon op de walmuur.
Vrouw in werkkleding, met kruiwagen, Dirk Eversen Lons, 1622. Collectie Rijksmuseum

Nogmaals, over die stenen

Margaretha schrijft dat ze verwacht dat Godard Adriaan een trap naar de kelder van hardsteen zal willen. Volgens haar is dat duurzaam omdat dat niet snel slijt. Het is een goede investering volgens haar. Margaretha stelt daarom voor om ook de bordestrap die naar de brug zal leiden ook hetzelfde soort hardsteen aan te schaffen. Dat het hardsteen een goede koop zal zijn, blijkt nu nog te zien. In de tentoonstelling ‘Portretten op de trap’ heeft de slijtvaste hardstenen trap de hoofdrol.  

Brieffragment over de timmerage

[setten,] wij hebbe geduerende het stoocke vande
steen ove heel schoonen goet weer geladt,
mooge wij dat noch deese weeck houde sal
den oven buijte prijckel5Buiten gevaar sijn, mijns oordeels
sal uhEd heel wel doen de bordes keldertrap
van hartsteen te neemen dat sal duerabel6Durabel: duurzaam
sijn, en weet niet alsmense7als men ze so goet koop
kost krijgen of men niet behoorde de trap
voorde bruch opt voorburch daer ock van te
neemen

Op het bordes voor Kasteel Amerongen staan allemaal verregende vrijwilligers, sommigen hebben een paraplu, iedereen heeft regenjassen aan. Ook op het balkon en achter de ramen staan vrijwilligers. Door de dakgoot lopen twee mannen van de monumentenwacht.
Vrijwilligers op de bordestrap van Kasteel Amerongen, Taco Anema, 2024. Kasteel Amerongen. De trap is nog steeds van het harsteen dat Godard Adriaan in Bremen goedkoop op de kop kon tikken.

Verschillende nieuwtjes en groot nieuws

De Amsterdamse bankier van de familie, Teminck, heeft laten weten aan Margaretha dat er zeven schepen met hout vanuit Harburg onder leiding van Cornelis van Weede veilig in Amsterdam zijn aangekomen. Er wordt nog één schip verwacht, maar Teminck denkt dat dat in goede orde zal aankomen.
Stadhouder Willem III van Oranje is volgens de laatste kennis van Margaretha op Soestdijk. De laatste geruchten zijn dat het leger binnenkort zal worden opgebroken en in garnizoenen zal worden geplaatst.

De akte

In de brief van 18 september verwacht Margaretha dat secretaris Luchtenburg alleen langs zal komen. Het wordt uiteindelijk toch een hoog in aanzien gezelschap die de akte komen brengen. De Secretaris der Staten van Utrecht Jonathan Luchtenburg, rentmeester Willem Booth, en Nicolaas van Beusichem komen op zondag 20 september op bezoek bij Margaretha in Amerongen. Op die dag krijgt Margaretha van secretaris Luchtenburg in naam van haar man, Adriaan Godard, een zilveren vierkanten doos met daarin de akte. De akte van 18 augustus 1676 is een zeer belangrijke!

Brieffragment over aanbieden acte

voorleedene sondach is de sekreetaris luchten
=burch8Jonathan van Luchtenburg met de rentmeester vande domeijne9Willem Booth en
sijn broer de scheepen bot10Everard Both die gaern burgemeester
waer, en beusekom11Nicolaas van Beusichem hier geweest den Eerste
heeft mij wt den naem van men heere de
staten met Een groot komplement de bekende
Ackte in Een silvere vergulde vierkantige
doos behaddicht, [ick heb hem opt men heer]

Een nogal gebutste doos met een deksel met een verhoging. Midden op het deksels staat het wapen van de Provincie Utrecht (vieren gedeeld twee keer een kruis en twee keer een leeuw) met een kroon erboven en aan weeszijde een tak met blaadjes en besjes.
Zilveren vergulde doos waarin de Acte van de Staten van Utrecht de Heerlijkheid Amerongen in allodiaal bezit geven is aangeboden, onbekend, 1674. Collectie Kasteel Amerongen.

Zonneleen

In de akte wordt namelijk het huis en de bijbehorende heerlijkheid door de Staten van Utrecht in allodiaal bezit gegeven aan Godard Adriaan van Reede. Door de akte kwamen alle goederen binnen de heerlijkheid Amerongen in bezit van Godard Adriaan, en kon hij zijn heerlijkheid zelf besturen, en weer doorgeven aan zijn nazaten. Wanneer het een heerlijkheid zou blijven, zouden de opbrengsten van de oogst, lokale militairen en belasting aan een hogere heer of vorst moeten afdragen. Dit is beter bekend als het feodalisme of het leenstelsel. Een allodium wordt ook wel een ‘zonneleen’ genoemd, waarmee werd gedoeld op dat alleen God en de zon nog boven de eigenaar stond en verder niemand. Door deze akte werd Amerongen veilig gesteld voor de familie. Door het allodium hoefden de erven van Godard Adriaan geen belasting te betalen wanneer zij het huis en de heerlijkheid in bezit zouden krijgen.

Een oude acte waar in grote, elegante letters met krullen boven staat De Staten vanden Lande van Utrecht. De rest van de tekst is op de foto niet te lezen. Onder aan de acte hangt een rood zegel.
Akte waarbij de Staten van Utrecht het huis en de heerlijkheid van Amerongen aan Godard Adriaan van Reede in allodiaal bezit geven, die tot dan toe de heerlijkheid van hen in pand hield, 1676. Huisarchief Kasteel Amerongen. Collectie: Het Utrechts Archief

Feestmaal

Margaretha is zeer blij met de akte en heeft haar best gedaan om de heren passend te bedanken. De jager van Van Ginkel is ingeschakeld om hazen en patrijzen naar Amerongen te brengen waarmee een feestmaal is bereid. Joan Carel Smissaert schuift ook aan bij het feestmaal. Hij is één van de mensen die profiteert van de politieke omwenteling in Utrecht. Hij heeft zich in het rampjaar zo onderscheidden dat hij voor het leven tot schout van Rhenen benoemd is.

Zoals ook voorspeld in de vorige brieven, probeert Luchtenburg zijn neef, Philips Ram, naar voren te schuiven voor de positie van kameraar van de Lekdijk. Luchtenburg geeft aan dat er andere edele heren hier positief tegenover staan, maar dat ook Godard Adriaan het eens moet zijn.

Eerste brieffragment over verloop van de avond
Tweede brieffragment over verloop van de avond

[doos behaddicht,] ick heb hem opt men heer
de staete en hem opt best geantwoort en
bedanckt dat ick kost, en haer op mijn
fatsoen so ick meijne heel wel getrackteer
had de ijager vande heer van ginckel laete
wtgaen die mij haesen en patrijse heeft

gebrocht, ick had den heere smitsaert daer
bij die ick hopis maeckte, luchtenburch
had heel gaern het kamelaerschap vande
leckendijck voor sijn neef ram , seijt
dat meest al de heere Edelen hem ge=
neegen sijn maer dat de meeste seijde
met uhEd te korespondeese sonderde
welcke sij niet haer koste angaesgeere

Stilleven met een haas en patrijs aan een wildkroon, Paul Emile Nicolié, 1876. Collectie Rijksmuseum.

Terug naar de ziekenboeg

Bij zoon Van Ginkel is er helaas nog steeds de benauwdheid aanwezig boven de maag. Van Ginkel kan daardoor niet goed slapen, wat het uitzieken lastig maakt. Margaretha maakt zich zorgen en vreest dat Van Ginkel blijft ‘vomeren’, een oude term voor braken. Margaretha schrijft dat de situatie in God’s handen is, net zoals de bescherming van haar lieve man.

Van Ginkel en Afsluiting

[berch heeft,] naer, de heer van ginckel
blijft de benautheijt boven de maech noch
bij en kan noch niet wel tot slaep of
rust koome dat mij seer bekomert
vrees hij sal moete voomeere dat wat
viement is, hoope de heere het ten beste
sal schicke, inwiens bescherminge uhEd
beveelle blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijf
M Turnor

Zieke man ligt in bed en wordt verzorgd. Een vrouw gooit zijn braaksel met een hostie in het vuur. Onder de voorstelling staan twee versen: in Latijn en de vertaling in het Nederlands. Maer de kracke swack e tede Braec't de spijs naer tnutte wede 't voetsel ;twelck men schtso dier De vrouw die't braeksel had en sag Dat waerdigh pant met dat daer lagh Stort het reuckeloos in 't vier.
Braaksel met hostie van zieke man wordt in het vuur gegooid, Boëtius Adamsz. Bolswert, naar Jacob Cornelisz. van Oostsanen, 1639. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Bernhard van Galen
  • 2
    Pertinent: In alle bijzonderheden nauwkeurig, duidelijk, juist.
  • 3
    Memorie: Een stuk waarin van bepaalde zaken gewag wordt gemaakt, in dit geval een opsomming van inkomsten en uitgaven.
  • 4
    Galerij of gaanderij: Verwulfde, gewoonlijk door zuilen of pilaren gevormde gang binnen een gebouw, dienende tot verbinding der vertrekken of vleugels en ter bevordering van het verkeer.
  • 5
    Buiten gevaar
  • 6
    Durabel: duurzaam
  • 7
    als men ze
  • 8
    Jonathan van Luchtenburg
  • 9
    Willem Booth
  • 10
    Everard Both
  • 11
    Nicolaas van Beusichem

Recente reacties

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén