Mijn heer en lieste hartge

Categorie: Oorlogsverhalen Pagina 2 van 12

Tin en veren

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 25 juni 1667 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief

In haar vorige brief reageerde Margaretha kort op de brief van 14 juni, die ze op het moment van schrijven nét binnenkreeg. In deze brief beantwoord ze Godard Adriaans bericht van de 14de uitgebreider.

Tinnen servies

Margaretha heeft Godard Adriaan een tinnen servies gestuurd, maar dat heeft hij blijkbaar (nog steeds) niet ontvangen. Ze vreest dat het gestolen is. De ton rookvlees die Margaretha richting haar man gezonden heeft, is dan zeker ook niet aangekomen… Blijft Godard Adriaan nog lang weg? Zo ja, dan zal ze hem nog wel een ander tinnen servies sturen.

Brieffragment tinnen servies

[wachten kost,]  het doet mij leet uhEd 
het tin niet krijcht sou nu wel vreese het 
genoome is, dien selfve tijt isser de ton 
met roockt fleijs meede gesonde vreese die 
ock niet over gekoome sal sijn so uhEd 
staet maeckt daer noch Eenigen tijt te 
blijfve sal ick ander tin sende[, den brief]

Stilleven met een vergulde bokaal. Op een tafel bekleed met een groen tafelkleed en twee linnendamasten servetten zijn uitgestald: tinnen borden met brood en een tinnen schaal met oesters, een glas met rode wijn, een olie- of azijnkannetje van glas, een zilveren zoutvat, een roemer met witte wijn, een verguld zilveren bokaal met deksel, een tinnen wijnkan en een neergelegde berkenmeier.
Stilleven met vergulde bokaal, Willem Claesz. Heda, 1635. Collectie Rijksmuseum.

Woelen en warren

Margaretha blijft de Utrechtse politiek volgen, ook al zit ze nog steeds in Middachten. Hoewel ze zegt dat ze niets meekrijgt, weet ze wel verrassend goed te vertellen wat er op de laatste vergadering van de Staten van Utrecht is besloten rondom het aanstellen van secretarissen en klerken. Iedereen loopt alleen maar te woelen en te warren.

Eerste brieffragment Utrechtse politiek
Tweede brieffragment Utrechtse politiek

[aende heer van rhijnswoude is wel bestelt,] van
wttrechtse werck hoore ick hier sijnde niet
meer als dat op de laeste vergaderin van
state is voor geslage om twee sekretarisse aen
te stelle deen om naert over lijde van van hilte en
dander inde finansie te diene En Een
Eerste klerck om naert overlijde van haeste
dewelcke vande twee sekretarisse soude dependeere
of dit beusekom1Nicolaas van Beusichem mee sal gaen weete niet se
haeste hier seer meede, geloofve om door deese
benifijse2Benefice: voordeel noch al deen en dander aen haer
koort te haelle3De één en de ander aan haar koord te halen: kan een verbastering zijn van “zij trekken aan één koord”: zij spannen samen, die mense woelle seer4Woelen: onrustig zijn, doch geloo

sij haer selfve so sulle warre5Warren: in de war maken datse opt Ent niet
sulle weete hoeser wt sulle koome , laetse al
vrij talme6van talmen tent sal de last dragen7’t Eind zal de last wel dragen: In het begin kan het makkelijk lijken, aan het eind komen de moeilijkheden [van de]

Nog geen vrede van Breda

En dan is er nog iets met een vrede in Breda. Margaretha heeft vernomen dat er in de stad van de Nassaus een vredesakkoord gesloten zou worden tussen de Republiek en Engeland, maar ze heeft er verder niets meer over gehoord, dus ze vreest dat het ook niet meer gaat gebeuren.

Brieffragment over de Vrede van Breda

[vrij talme tent sal de last dragen] van de
vreede die te breeda gemaeckt sou worde hoort me
hier niet vrees daer niet van valle sal [onder]

Bange boeren

Ondertussen is de vorst-bisschop van Münster weer flink aan het werven. Hij laat met geweld de wegen vrij maken, zodat er vier ruiters overheen kunnen marcheren. De boeren in Herreveld zijn hartstikke bang. Ze durven geen geld bij zich te hebben, en hebben uit vrees dat het gestolen wordt ook de pacht maar alvast betaald.

Brieffragment over Herreveldse boeren en de bisschop van Münster

[hier niet vrees daer niet van valle sal] onder
tusche werft den bischop van Munster weer
met gewelt en laet allomtom sijn weechge
maecke datte vier ruijters int gelit door kon
marscheere, de harveltse boere sijn so ban der
fve geen gelt bij haer holde hebbe haer pachte
die noch niet verscheene sijn betaelt wt vreese
het haer mocht genoome werde[, de heer van]

Een boeren man wordt gebonden weggevoerd door een groep soldaten. Links in de achtergrond een brandend dorp.
Boer en soldaten, Rudolph Meyer, 1615 – 1638. Collectie: Rijksmuseum.

Op veldtocht?

Ook zoon Van Ginkel maakt zich alvast klaar om op veldtocht te gaan. Hij heeft zelfs al een kok aangenomen (een Duitser). Maar iemand heeft de matras en de donzen deken van Van Ginkels legerledikant meegenomen, waardoor hij weer nieuwe moet laten maken. Met Gods hulp hoopt Margaretha morgen in ieder geval met haar schoondochter naar Amerongen te vertrekken. Dan zal ze ook wel even kijken naar de muur en de gracht. O ja, hopelijk is het schilderij van Cromwell inmiddels aangekomen.

Brieffragment over het ledikant van Van Ginkel

[het haer mocht genoome werde,] de heer van
ginckel maeckt hem ock vast gereet om te velt
te gaen heeft Een duijtse kock aengenoome
nicklaij moet sijn matras en sijn ponse8Schrijffout: donzen deecke die
tot sijn leeger ledikantge hoort mee genoome hebe
die kame9kan men niet vinde en isser heel om verleechge
moet weer nieu laette maecke hij had het wel
moogen laeten, wij meene met dgodes hulpe
overmerge met de vrou van ginckel naer
Ameronge te gaen derf niet langer wachte
de vrou van Middachte10Margaretha van Leefdael, de moeder van Ursula Philippota die vandaech weer na
Aernhem is sal daer bij ons koome, als ick
daer koom salde muer aenden hof en de graft
aenden doelle volgens uhEd ordere laete maecke

Ganzenveren

Het laatste kantje schrijft Margaretha overdwars op de pagina. Na de bekende afsluiting ‘uhoogEdele [uw] getrouwe wijf en dienares’, volgt nog een PS. Margaretha heeft aan dienstmeid Jenneke gevraagd of ze ganzenveren kan kopen om de bedden op te vullen. Jenneke is bij Godard Adriaan, en het schijnt dat ganzenveren daar goedkoop zijn. De ganzenveren zouden dan met de bagage mee kunnen reizen, en ondertussen kunnen de dienstlui erop slapen. Margaretha hoopt maar dat Jenneke iets goeds koopt. De witte veren zijn de beste!

Naschrift

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff en
dieners MTurnor

ik heb aen jeneken laete schrijfve datsij daer eens naer
leevendige ganseveere sou verneeme tis nu in tijt wij
hadde hier wel 3 a 400 pont van doen so voor onse dochter
als voor ons om in de bedde te vulle, als uhEd met godt te
huijs koomt soudense met bogaesije11Bagage mee over konne koome
ondertusche kost het volck daer op slaepen ick bidt laet
sij der naere verneeme datse wat goets koopt de witte
veere sijnde beste se sijn daer heel goij koopt en wij heb
-bense hier nodich vandoen.

Een hond bij een stilleven van gevogelte (dode gans en een pauw) en fruit (druiven, meloen, perziken en appels). Op een balustrade zit een papegaai, in de lucht een zwaluw en een appelvink. Op de achtergrond een laan in een park of tuin.
Een hond bij een dode gans en een pauw, Jan Weenix, ca. 1700. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Nicolaas van Beusichem
  • 2
    Benefice: voordeel
  • 3
    De één en de ander aan haar koord te halen: kan een verbastering zijn van “zij trekken aan één koord”: zij spannen samen,
  • 4
    Woelen: onrustig zijn,
  • 5
    Warren: in de war maken
  • 6
    van talmen
  • 7
    ’t Eind zal de last wel dragen: In het begin kan het makkelijk lijken, aan het eind komen de moeilijkheden
  • 8
    Schrijffout: donzen
  • 9
    kan men
  • 10
    Margaretha van Leefdael, de moeder van Ursula Philippota
  • 11
    Bagage

Getuigenis van de brand

Lees hier de originele verklaring in het Regionaal Archief Zuid Utrecht

Op 18 mei 1675 leggen Johan Quint en Godard van den Doorslagh op verzoek van Godard Adriaan een verklaring af als getuigen van de brand, wat daar aan vooraf ging, en de geleden schade. Ze zijn plaatsvervangend drost en schout (Quint) en secretaris (Van den Doorslagh) van het gerechtsbestuur van de hoge heerlijkheid Amerongen.

1672: geen vuiltje aan de lucht

Ze beginnen helemaal aan het begin, zomer 1672. Kort na de Franse inval lijkt het allemaal nogal mee te gaan vallen. Koning Lodewijk bezoekt Amerongen, en zijn broer, de Hertog van Orleans, blijft zelfs enige dagen overnachten op het kasteel. Gedurende zijn verblijf gedraagt zijn gevolg zich keurig, ‘geen de minste schade’, niets aan het handje.

Verklaring over de Hertog van Orleans

[den]

hartogh van Orleans sijn logement op’t huijs t’ Amerongen heeft genomen, en gedurende sijn verblijff aldaer, sulcken strickten ordre onder ’t volck was, dat doen ter tijt aen ’tselve huijs, hoven ende tuynen, mitsgaders des heeren van Amerongens goederen en plantagien geen de minste schade was gedaen, [Daer na als wij neffens]

Portret van Filips I, hertog van Orléans in een ovale randomlijsting van lelies en laurierbladeren. In de hoeken Franse lelies.
Portret van Filips I, hertog van Orléans, Pieter van Schuppen, naar Charles Le Brun, 1670. Collectie Rijksmuseum.

Ophitsing

Waarom vonden ze het nodig om in de verklaring te vermelden dat de soldaten zich in 1672 netjes gedroegen? Zeer waarschijnlijk om extra te benadrukken dat de actie in maart 1673 geen standaard handelswijze was, maar een doelbewuste actie met een bepaalde reden: namelijk als sanctie voor het feit dat Godard Adriaan namens de Staten-Generaal op diplomatieke missie naar Berlijn was om bondgenoten te werven. Die beschuldiging wordt duidelijk bij een bezoek door Van den Doorslagh aan de secretaris van de Hertog van Luxemburg :

Verklaring over het ophitsen van de Duitsers

[…], vraegden mij denselven
secretaris naer den heer van Amerongen, en horende dat ick
mij daer van ignorant hielde1dat ik deed of ik het niet wist, wenckte mij met sijn vinger
en seijde wij weten wel dat hij in Duijtslant is, ende de Duitse
vorsten tegens onsen koningh ophitst en diergelijcke
woorden […]

Studie van een voor de borst gehouden arm, met wijzende vinger.
De beschuldigende vinger. Detail van Studie van een arm, Giuseppe Cesari, 1578 – 1640. Collectie Rijksmuseum.

Eerdere ontkenningen hadden niet geholpen. Van den Doorslagh krijgt bij dat bezoek nog wel een beschermingsbrief (sauvegarde) mee voor het dorp, maar uitdrukkelijk niet voor het kasteel. Dat heeft hij zelf in eerste instantie niet door, maar Margaretha wel zodra ze de brief leest.

Offer voor het landsbelang

Mede met deze getuigenverklaring kan Godard Adriaan aantonen dat de vernietiging van zijn bezit direct verband houdt met zijn diplomatieke werkzaamheden voor de Staten-Generaal. En dat is nodig om bij diezelfde Staten-Generaal een (gedeeltelijke) vergoeding los te krijgen. Het landsbelang kostte hem zijn kasteel, dus de opbouw van het kasteel mag het land ook wat kosten. De link met de diplomatieke missie komt in de verklaring veelvuldig terug. Bijvoorbeeld bij de beschrijving van de komst van zeer ongewenste logees.

Verklaring over de twee kapiteins
Verklaring confiscatie van goederen

[…] Ende na dat bij de
France publicq geworden was dat den heere van
Amerongen wegens haer ho:2hoog mo:3mogende de heeren Staten-
Generael sich in Duijtslant onthield4in opdracht van de Staten Generaal in Duitsland was, sijn twee
capitainen met hare compagnien van ’t regiment La Reijne

op’t huijs te Amerongen komen logeren, en hebben
tselve in possessie genomen, verjagende de onderdanen
daer van daen, seggende dat alle de goederen
van den heer van Amerongen waren geconfisqueert
om dat niet op sijn huys was gekomen […]

Een heer zit achter een tafel met een glas wijn aan zijn mond. Op de achtergrond een wandtapijt en een bediende met een gevuld bord. Op de voorgrond eet een hondje een hapje mee.
Fragment uit: Smaak, Abraham Bosse, ca. 1635 – ca. 1636. Collectie Rijksmuseum.

Arme Amerongers

Die logees zijn een slimme zet van de Fransen want zo wordt de kip met de gouden eieren niet meteen geslacht, maar eerste kaalgeplukt en leeggezogen. De Amerongers moeten hen van eten en drinken voorzien: brood, vlees, wijn en wat niet al. Net zo lang tot er voor de inwoners en hun kinderen zelf ook niets meer te eten is en ze hongerig moeten wegtrekken. Tijd voor de kapiteins om maar weer eens elders kijken.

Verklaring over het eten door de ingekwartierde soldaten

[… ] lieten door hare sergeanten
en soldaten alle dagen broot, vlees, boter en
andere spijse de inwoonders affhalen, so lange
dat de inwoonders ten deele begonden met hun
kinderen honger te lijden, om datse geen spijse konden
bekomen. Waer over sij moesten op anderen plaetsen trecken, En die capitainen niets meer vindende sijn
doen ook vertrocken. […]

Ruïneren en verbranden

Pas dan moet ook het kasteel er aan geloven. Twaalf ruiters van de lijfwacht van de Hertog van Luxemburg komen eind februari 1673 met de opdracht het kasteel te vernietigen. Bossen hout en stro worden door het hele huis en in de torens verspreid en bovenin aangestoken. Het huis brandt tot de grond toe af.

Verklaring over het ruïneren en verbranden van het kasteel

[…] Daarna is in
Februarij 1673 een Edelman ofte Officier
genaemt La Fosse van de Lijffgarde van den Hartogh
van Luxenburg met 10 a 12 Ruijters op den
Huijse en Slote van Amerongen gekomen, seggende
tegens die opgesetenen die daer weder opgevlucht
waren, dat zij ordre hadde om t selve huijs te
ruineren en te verbranden, ende dat ider daer van
soude trecken, en hebben deselfde Franssen al voort
bossen hout en strooij gedragen, boven in de Toorens
en door het geheele Huijs, en het bovenste eerst aen
brandt gesteecken en van boven tot beneden geheel
afgebrandt […]

Alle gebouwen op de voorburcht vallen ook ten prooi aan de vlammen, ondanks pogingen van de Amerongers om dat tegen te houden door een som geld te bieden. De getuigen laten niet na de reactie van de Franse officier te citeren waarin de link met Godard Adriaans opdracht duidelijk is:

Verklaring over het vruchteloos aanbieden van geld
Verklaring dat Godard Adriaan tegen de koning van Frankrijk werkt

[al mede affgebrant,] niet tegenstaande dat de
inwoonders te vooren een groote somme gelts
presenteerde, dat het niet gebrandt soude worden
maar dien officier sijde dat hij geen verschoninge
vermochte te doen, onder andere, om dat den heer

van Amerongen tegens de interesse van den koninck
van Vranckrijck ageerde.  […]

Kaalgevroten en omgekapt

Met de omringende landerijen wisten de uitvoerders van de wraak van de koning ook wel raad. Ze werden gebruikt als nieuwe weidegronden voor een groot deel van het vee dat elders in de provincie gestolen was: honderden karrepaarden, tientallen ossen en duizenden schapen kwamen de boel kaalvreten, en alle bomen en struiken werden omgehakt.

Verklaring over het vee in Amerongen

[van Vranckrijck ageerde] Na welcke tijt
op de goederen ende weijlanden van welgemelte Heere
van Amerongen sijn gekomen, eerst eenige honderden
karpeerden5karrepaarden, daer na ontrent 50: a 60: ossen en
ettelijcke duijsenden schapen, die men doen seijde dat den
Intendant Robert toe behoorden6waarvan men zei dat ze van de Franse intendant Louis Robert waren, ende wierden doen ook
de bosschen ende plantagien van meergemelte heere van
Amerongen affgekapt. [Hier ons gevraegdt]

Cirkelvormig gezicht op een landschap met een kudde schapen. Op de voorgrond rent een vrouw achter een hond aan die twee zwijnen wegjaagd.
Landschap met kudde schapen, Albert Flamen, 1648 – 1683. Collectie Rijksmuseum

Schade: Meer dan 100.000 gulden

Quint en Van den Doorslagh zeggen in hun getuigenis desgevraagd geen precieze inschatting van de schade te kunnen geven. Maar op hun ‘vromigheid’ verklaren ze dat ze na raadpleging van deskundigen zoals timmerlieden en metselaars op een bedrag van meer dan honderdduizend gulden komen. Van die timmerlieden en metselaars is ook een eigen verklaring bekend, waar meer details over de soort schade in zijn opgenomen. Die gaan we nog zien.

Verklaring over het geschatte schadebedrag

[daer aenbehorende, wel zouden estimeren.] Soo hebben
wij stelve soo pertinent niet konnen doen. Maer
verklaren bij onse vroomigheijt na dat wij ‘tselve
met verscheijde timmerluijden en metselaers hadden
overleijd, dat onses oordeels diergelijcken, soo als
het voors. huijs en voorburgh, voor het affbranden
is geweest, wel over de hondert duijsent gulden
soude kosten, […]

Landschap met een ruïne en een ploegende boer in de regen. Over een weg komt een koets aangereden en er loopt een man met een hond die zijn hoed vast houdt. De kale bomen buigen in de wind.
Landschap met een ruïne en een ploegende boer in de regen, Izaak Jansz. de Wit, naar Jacob Cats, 1807. Collectie Rijksmuseum

  • 1
    dat ik deed of ik het niet wist,
  • 2
    hoog
  • 3
    mogende
  • 4
    in opdracht van de Staten Generaal in Duitsland was,
  • 5
    karrepaarden,
  • 6
    waarvan men zei dat ze van de Franse intendant Louis Robert waren,

De gewonde luitenant-admiraal-generaal

Michiel de Ruyter was dé grote man van de Derde Engelse Zeeoorlog. Op 19 februari 1674 was er met de Vrede van Westminster een einde gekomen aan de oorlog tegen de Engelsen. De vrede met de Fransen zou hij niet meer meemaken…

Portret van Michiel Adriaensz de Ruyter. Kniestuk staand voor een open gordijn en balustrade, waarachter rechts een zeegezicht met De Ruyter's vlaggeschip de Zeven Provinciën. De geportretteerde leunt met zijn rechterarm op een globe, met in de rechterhand een commandostaf. Hij draagt de Franse orde van St. Michiel. Op de tafel voor de globe een kaart van de kust van Zeeland en Vlaanderen met in het midden het eiland Walcheren, waar De Ruyter geboren is. Het portret heeft een vergulde en gesneden lijst met krijgsattributen en het wapen van De Ruyter.
Michiel de Ruyter als luitenant-admiraal, Ferdinand Bol, 1667. Collectie Rijksmuseum.

Spanjaarden en Sicilianen

Het vredesverdrag met Engeland betekende niet dat De Ruyter op zijn lauweren kon gaan rusten. In de zomer van 1675 werd de beroemde admiraal de Middellandse Zee op gestuurd om de Spaanse koning te assisteren in zijn strijd tegen de door Frankrijk gesteunde Siciliaanse opstandelingen. Om dit conflict te begrijpen, is enige achtergrondkennis nodig. Bij de verdeling van de Habsburgse bezittingen in 1556 was Sicilië aan Filips II van Spanje toegevallen. De Spaanse belastingen drukten zwaar op de Sicilianen. De eilandbewoners waren al eerder in opstand gekomen tegen het Spaanse gezag, maar in 1675 was het anders. Ze werden nu namelijk gesteund door Frankrijk. Spanje, bondgenoot van de Republiek, had om steun gevraagd.

De laatste zeeslag

Op 22 april 1676 sneuvelde Michiel de Ruyter tijdens de Slag bij Agosta of de Slag bij de Etna. De luitenant-admiraal-generaal had het commando over 17 Staatse en 10 Spaanse linieschepen en fregatten met daarop 1450 stukken geschut. Zijn vloot was daarmee zwakker dan de Franse vloot, die 29 oorlogsbodems telde en beter bewapend was. Er gingen geen schepen verloren. Wel vielen er veel doden en gewonden, vooral aan de zijde van de Republiek. Eén van de gewonden was De Ruyter. Uit respect voor de beroemde admiraal trok de Franse admiraal Abraham Duquesne zijn vloot terug.

Brandewijn en rust

De Ruyter werd die 22e van april 1676 getroffen door een kanonskogel. Hij had een open wond fractuur aan zijn rechteronderbeen en zijn linkervoet was weggeslagen. Dat de wond hem uiteindelijk zeven dagen later fataal zou worden, wist hij toen nog niet. De vlootarts en de scheepschirurgijns probeerden de wond schoon te spoelen met brandewijn en schreven rust voor. Het mocht allemaal niet baten. Hoewel het er aanvankelijk naar omstandigheden best goed uit zag, begon de wond op een gegeven moment te infecteren. Op 29 april 1676 overleed de admiraal aan zijn verwondingen. Het lijk werd gebalsemd en naar de Republiek getransporteerd. Op 18 maart 1677 werd het lijk van De Ruyter bijgezet in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.

De begrafenisstoet van Michiel Adriaansz. de Ruyter op 18 maart 1677. De begrafenisstoet gaande over de Dam langs het stadhuis naar de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Linksonder een kleinere afbeelding van het afvuren van eresalvo's.
Begrafenisstoet van Michiel Adriaenszoon de Ruyter, 1677, Johannes Jacobsz van den Aveele, naar Romeyn de Hooghe, 1677. Collectie Rijksmuseum.

Margaretha over Michiel

Margaretha noemt Michiel de Ruyter in verschillende brieven. Een duidelijke mening over de admiraal uit Vlissingen klinkt er niet in door. Hoewel zijn dood Margaretha waarschijnlijk niet persoonlijk heeft geraakt, moet het haar wel iets gedaan hebben. De Ruyter heeft immers een belangrijke rol gespeeld in verscheidene zeeslagen. Het sneuvelen van ‘De Held van Chatham’ was voor velen in de Republiek een hard gelag, waarschijnlijk ook voor Margaretha. Het was immers nog steeds oorlog; mensen zoals De Ruyter waren hard nodig. Of, zoals Petrus Francius in zijn Lykgezang ter uitvaart des grooten Zeeheldts Michiel Adriaansz. de Ruiter dichtte, ‘Dit ongeval ontbrak nog aan de ellende van Holland’.

Eén vijand minder

Op 19 februari 1674 werd de Tweede Vrede van Westminster gesloten. Eindelijk was de vrede waar Margaretha zo naar had verlangt daar. Althans…

Grof geschut

De in augustus 1673 gevormde Quadruple Alliantie maakte van de Hollandse Oorlog een Europese oorlog. De Republiek bracht nu grof geschut mee naar de onderhandelingstafel. Wilde de Zonnekoning praten over vrede? Prima, maar dan kregen de nieuwe bondgenoten van de Republiek óók een stoel aangeboden. De Franse onderhandelaars konden hier niet mee akkoord gaan, en in de herfst van 1673 leek het er zelfs even op dat de Keulse Vredeshandel in zijn geheel zou worden afgebroken.

Met het Franse voorstel om een deel van de generaliteitslanden1De gebieden die wel bij de Republiek hoorden, maar geen stem hadden in de Staten Generaal en bestuurd werden door de Raad van State. Dit waren voornamelijk katholieke gebieden, vooral (rondom) het huidige Noord-Brabant en Limburg. af te staan óf Spanje te overtuigen een aantal plaatsen aan Frankrijk af te staan, gingen de geallieerden niet akkoord. Vervolgens lieten de Fransen niets meer van zich horen. Toch gingen de onderhandelingen door. Niet met Frankrijk en niet in Keulen, maar met Engeland in Londen.

In de verte ligt een stad en op een weg links is een hele colonne van koetsen en lopende mensen op weg naar de stad. Op de voorgrond drie heren te paard en lopende mannen.
Meij 16 1673 arriveeren de Sweedse Mediateuren tot Aaken de bestemde Handelplaats alwaar den 18 dito haar Ho Moge Gevolmachtigde Solemneel worden ingehaalt. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
Links en rechts staan twee groepen mannen tegenover elkaar omstandig naar elkaar te buigen. Ze staan voor hun respectievelijke koetsen. Op de achtergrond een stad/
Junij 6, 1673 deden de Franse ministors tot keulen haar publijke intreden en vervolgens de sweedse Engelse en Nederlandse Gesanten om in het Comvent der Carmeliten de Tractaten aan te vangen. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
Een man met een mantel en een brede hoed staat op een verhoging. Hij spreekt tot een man met een zwarte mantel die wat lager staat met een papier in zijn hand. Er omheen staan diverse andere mannen.
De Kuelse Handelinge zijnde sonder gevolg depecheren haar Ho Mog. d ordres aan den Marq. del Fresno Spaans afgesant tot Londen om van een seperate Vrede te handelen. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum

De weg naar vrede

De overwinningen op zee in de zomer van 1673 en de veroveringen van Naarden en Bonn, had de Republiek bepaald geen windeieren gelegd. Een invasie op de Hollandse kust was er in het tweede oorlogsjaar wederom niet gekomen, en de Fransen moesten de Republiek noodgedwongen ontruimen. Het wapengekletter had de weg naar vrede vrijgemaakt.

Geen geld meer voor Karel

Karel II werkte met Lodewijk XIV samen om het katholicisme en absolutisme in Engeland te herstellen. Deze opvatting had zich in de hoofden van veel Engelsen genesteld. Dat de broer van de koning, de hertog van York, in september met een katholieke vrouw was getrouwd en de bruidsschat door de Zonnekoning was betaald, hielp bepaald niet mee. Daarnaast zagen de Engelsen een oorlog tegen Spanje — die er ongetwijfeld zou komen nu bondgenoot Frankrijk de oorlog aan Spanje had verklaard — niet zitten. Het Engelse parlement weigerde nog langer geld beschikbaar te stellen voor de oorlog tegen de Republiek. De Spaanse ambassadeur in Engeland, markies Del Fresno, bemiddelde tussen de partijen en op 19 februari 1674 werd de vrede beklonken.

Een groep mannen met pruiken met lange krullen en hoge hoeden staat om een tafel met elkaar te praten.
De Marques del Fresno als Gevolgmagtigde van desen staat sluijt met de Engelse Heeren Commissarisen den 19 Febr 1674 den Vrede tusschen Engelandt en de Vereenigde Provincien. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
Om een lange tafel staan mannen te praten. Er liggen allemaal papieren voor ze op tafel. Om de tafel heen staan nog veel meer mannen.
De Vreede wort aan de Hr Staten en Sijn Hooght gebootschapt beswoorden geratificeert en gepubliceert. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
In een ruimte zitten veel mensen met hoeden, Rechts een troon, daarvoor staat Karel II met kroon op en scepter aan. Hij krijgt niet veel aandacht van de mannen in de zaal.
De koning verklaart in sijn Parlament dat volgens der selver advijs den Vrede met de Heeren Staten Generael geslooten heeft. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum.

Niet veel later, respectievelijk op 22 mei en 11 april, verlieten ook Münster en Keulen de Franse partij. En Frankrijk? De oorlog verplaatste zich na de ontruiming van de Republiek naar de Zuidelijke Nederlanden. Het duurde nog vier jaar voordat de Vrede van Nijmegen een einde maakte aan de Hollandse Oorlog.

In het midden een gracht met daarop een ponton met een draak die vuur spuwt. Op de gracht een paar bootjes. Op de kade staan stellages met pektonnen te branden. Daarboven in een lauwerkrans de Vrede, de Hollandse Leeuw en twee provinciemaagden. Links en rechts de Overwinning en de Faam met medaillons met portretten van de belangrijkste personen.
Fragment uit Vreugdevuren te Den Haag bij de Vrede van Westminster, 1674, Isaac Sorious, 1674. Collectie Rijksmuseum
  • 1
    De gebieden die wel bij de Republiek hoorden, maar geen stem hadden in de Staten Generaal en bestuurd werden door de Raad van State. Dit waren voornamelijk katholieke gebieden, vooral (rondom) het huidige Noord-Brabant en Limburg.

Nog meer verwoesting

Na de brand in februari 1673 stonden er nog muren overeind. Op 9 juni 1673 schrijft Margaretha al over verdere verwoestingen. Daarmee is het leed nog niet geleden. In september 1673 wordt Amerongen weer geplunderd.

Margaretha op stap met Blanche

Op 23 november 1673 schrijft Godard Adriaan aan EllerWolfgang Ernst zu Lauerbach dat hij met zijn schoondochter en de vijf kleinkinderen in Den Haag is, Margaretha is met Godard Adriaans secretaris Izaäk de Blanche op weg naar Amerongen om de verbrande en geruïneerde goederen weer in bezit te nemen. De Fransen zijn vertrokken, dus de familie kan weer aan de herbouw gaan denken.

Links een onderdeel van een muur. Rechts een vervallen muur. De muur loopt naar rechts naar beneden af, links een verticale balk Op stukken van de muur zitten nog delen stucwerk, achter de muur groeit een struik, voor de muur een graspol.
Vervallen muur, Adrianus Eversen, ca. 1828 – 1897. Collectie Rijksmuseum

Het is niet helemaal zeker of ze ook in Amerongen geweest zijn. Helaas gaat ook het vertrek van de Fransen uit Utrecht niet zonder slag of stoot: begin december trekken de troepen door Amerongen. Zij geven de nog staande muren een zetje en stoten ze om. Godard Adriaan heeft het in een brief aan Le Maire1Jacob le Maire, staats resident in Denemarken in Kopenhagen over 150.000 gulden schade. In december is Margaretha weer met Blanche op weg naar Amerongen. Naast het bezoek aan de ruïne staat een bezoek aan de “predicatie” in de Andrieskerk op het programma.

De Andrieskerk

De Andrieskerk is ook niet ongeschonden door het Rampjaar heen gekomen. De kerk staat weliswaar nog fier overeind, maar de Fransen hebben wel alle kerkbanken verwijderd en onder andere gebruikt als aanmaakhout voor het in brand steken van het kasteel. Een maand na deze actie van de Fransen werden er alweer diensten gehouden in de kerk.

Links boven een kale beukentak met nog wat bruine bladeren. In de tuin allemaal kale bomen. Recht voor de kale fruitbomen, links de muur met daartegenaan het leifruit. In de verte in de zon tegen de donkere wolkenlucht de toren van de Andrieskerk.
De Andrieskerk vanuit de tuin van Kasteel Amerongen, december 2020. Foto: Annemiek Barnouw

Nog steeds niet veilig

In het voorjaar van 1674 komt er nog een bericht van dorpsgenoot Jan Quint. Hoewel het gebied niet meer door de Fransen bezet is, is het nog steeds niet veilig. Er wordt nog steeds geplunderd en gebrand en Ingen (dorp aan de overkant van de Nederrijn) is wederom gebrandschat.

Er moet nog heel wat water door de Nederrijn stromen voor de herbouw daadwerkelijk van start kan gaan.

De prent bestaat uit drie aparte voorstellingen. Op de achtergrond staat een stad in brand en aanschouwt een heerser zijn legertroepen. Op het middenplan wordt een boerderij geplunderd, het vee gedood en de waterputten geledigd. Op de voorgrond bewaken een hond en een haan een kar met roversbuit in plaats de boerderij. Links op de voorgrond doen soldaten het werk van boeren: een soldaat strooit graan voor de kippen, een jonge schildknaap slacht een van de kippen en twee soldaten dorsen het koren. De prent heeft een Duits opschrift dat het volk waarschuwt voor slechte leiders. In de marge een onderschrift met drie Duitse teksten over de verschillende voorstellingen van deze omgekeerde wereld.
Allegorie op oorlog, Johann Sadeler (I), naar Jost Amman, 1579 – 1595. Collectie Rijksmuseum
  • 1
    Jacob le Maire, staats resident in Denemarken in Kopenhagen

Bonn en bye-bye Bommen Berend

Het was een enorme oppepper voor de Republiek: de herovering van Naarden op 11 september 1673. De militairen hadden laten zien wat ze konden. De overwinning toonde aan dat er van de Franse vechtlust weinig meer over was. Zoon Godard van Ginkel schreef in een brief aan zijn vader dat de reputatie van de Fransen tanende was.

Brieffragment over de tanende invloed van de Fransen

de Fransen verliezen hier doors
een groot gedeelte van haere reputatie,
hebben dese plaetse soo slecht gedefen
deert, als geen van de onse voorleden jaer
sijn gedaen

Godard van ginkel, 16 september 1673

Opmars naar Bonn

Het eerste gedeelte van het ambitieuze tegenoffensief van Willem III was geslaagd. Nu volgde de opmars naar de volgende belegering. Willem III had zijn oog laten vallen op Bonn. Deze vestingstad was niet alleen de hoofdstad van het keurvorstendom Keulen, maar was ook het bevoorradingspunt tussen de Franse hoofdmagazijnen en het bezettingsleger in de Republiek…

Gezicht op Bonn vanaf de heuvels aan de westzijde. Op de voorgrond bevinden zich enkele militairen aan de kant van de weg.
Gezicht op Bonn, Constantijn Huygens (II), 1673. Collectie Rijksmuseum.

De laatste stuiptrekkingen van Bommen Berend

Kaartje van het gebied rond Wolvega en het riviertje de Linde
Rivier de Linde aangeven op een gemeentekaart van West-Stellingwerf

De troepen van vorst-bisschop Bernhard von Galen leek het in de zomer van 1673 aanvankelijk voor de wind te gaan. In augustus 1673, een jaar na de mislukte belegering van Groningen, was de vorst-bisschop van Münster er met zijn troepen vanuit Steenwijk in geslaagd achter de zogeheten Lindelinie te komen. De Lindelinie liep langs de rivier de Linde, tussen de Zwartendijksterschans ten westen van Een naar Slijkenburg. Langs de rivier waren dammen en schansen opgeworpen. De troepen van Bommen Berend hielden behoorlijk huis in het gebied. Zo meldde de Oprechte Haerlemse Courant van 5 september 1673 dat de militairen ‘alles nu uytgeplondert ende wegh gerooft hebben, soo wel dat over de Linde is, als aen dese kant over de Kuynder’.

alles nu uytgeplondert ende wegh gerooft hebben, soo wel dat over de Linde is, als aen dese kant over de Kuynder
Fragment uit de Oprechte Haerlemse Courant van 5 september 1673. Via Delpher.nl

Twee keer noodweer

Maar net als de troepen van Lodewijk XIV, moesten de bisschoppelijke troepen in het najaar van 1673 de wonden likken. Door een hevige noordwester storm steeg eind augustus het water in de Linde en kwam de weg naar Steenwijk onder water te staan. Bommen Berend vreesde voor een tegenoffensief en besloot zijn troepen terug te trekken. Begin oktober ondernam de vorst-bisschop nogmaals een poging om Coevorden te veroveren. Hij wilde daartoe de Overijsselse Vecht af dammen. Opnieuw zorgde het weer ervoor dat Bernhard von Galen zijn plan niet kon verwezenlijken; een hevige overstroming deed de dam breken. Ruim 1400 Münsterse militairen en honderden boeren stierven de verdrinkingsdood.

Krantenfragment: Voorleden Saaterdagh is dijn Excellentie Rabenhaupt met de Cavallerye weder hierbinnen gekomen, als mede de 8 Compagnien Soldaten Sondagh Avont, zijnde den Dijck voor Coeverden op drie PLaetsen van selfs, als voor desen gemelt, door 't harde We'er doorgebroocken, en veel Bisschopse Soldaten en Boeren verdroncken, daer onder de Oversten Luytenant Kley en veel Officieren getelt worden; het Water sackt dagh by dagh, soo dat de Wagens in en uyt Coeverden ryden als vooren, dat een groote vreugde hier en bysonder daer veroorsaeckt. Men is alhier noch besigh met de hooghte buyten de Stadt, daer den Bisschop gelegen heeft, weght te brengen, dat nu op een seer knstige manier geschiet, gelijckt tot Danzich is gepractiseert, te weten met wel 200 Korfjes aen een Touw, die als een Moolen rontom van buyten over de Gracht gewonden werden, dat met seer seynigh Volck en 2 Paerde, die de Moolen omdraeyen, geschiet, en veel Aerde overbrengt.
Fragment uit de Oprechte Haerlemse Courant van 14 oktober 1673

De vrede leek na het gunstig verlopen Beleg van Naarden en het aftaaien van Bernhard von Galen dichterbij dan ooit. Toch zou het nog tot april 1674 duren voordat Bommen Berend de strijd eindelijk opgaf en de Republiek verliet. En hoe zit het met de Fransen? We maken ons nu in ieder geval op voor de Belegering van Bonn…

Dijkdoorbraak bij Coevorden, 1 oktober 1673. Vijandelijke ruiters en geschut worden door het water weggespoeld, in de verte de stad Coevorden.
Dijkdoorbraak bij Coevorden, 1673, anoniem, naar Romeyn de Hooghe, 1673 – 1675. Collectie Rijksmuseum

Komt deze brief nog aan?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 25 september 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 1 oktober 1673
Lees hier de originele brief

De post uit Hamburg was vertraagd en daardoor weet Margaretha pas net dat haar man besloten heeft naar huis te komen! Ze schrijft deze brief nog op hasaert (hazard) dat Godard Adriaan inmiddels vertrokken is uit Hamburg. Margaretha denkt dat de kans klein is dat de brieven die de raadspensionaris, de griffier en de stadhouder beloofd hebben nog verstuurd zijn. Ze waarschuwt haar man maar vast: sinds zijn laatste bezoek aan de Republiek is er veel veranderd! Hij zal ervan opkijken.

Zijn Hoogheid’s plannen

Het zou fijn geweest zijn als Godard Adriaan de stadhouder, die Margaretha structureel Zijn Hoogheid noemt, had kunnen zien. De kans dat dat gebeurt is klein, want het leger is in opperste paraatheid gebracht. Alle troepen zijn zich aan het verzamelen en er wordt opgeroepen om geen tijd te verliezen en zo snel mogelijk naar Bergen op Zoom te gaan. Wat het uiteindelijke doel is, is niet duidelijk. Sommigen zeggen dat ze naar Brabant gaan om Frankrijks grootste veldheer de Prins van Condé en zijn leger bij Lille een afranseling te geven. Anderen zeggen dat de Staatse legers naar Duitsland gaan en daar samen zullen gaan met de legers van Keizer Leopold. Margaretha leeft mee met de vermoeide soldaten en paarden op de modderige wegen.

Brieffragment over dat Godard Adriaan Willem III net mist

[=wonderine sien,] ick wenste deselfve voort vertreck
van sijn hoocheijt hier had konne weese, dan ver
=midts men seijt hij int midde van deese weeck
van hier gaet salt niet konne sijn, louvenijeij1Antoine Charles IV de Gramont, graaf van Louvigny
is Eergister hier van bruijsel gekoome, menseijt ock
om te versoecke dat onse ruijterij met de spae
spaense hr die hier geweest sijn haer so veel
soude spoeije en int marscheere haer nergens
op houde alst moogelijck soude sijn, sij hebbe alle

Brieffragment over de mogelijke bestemmingen van het leger

haer randevoes2Rendezvous: ontmoeting tot berge op soom, somige segge dat
sij naer brabant gaen om de prins van kondee3Louis II van Bourbon, prins van Condé
die te rijsel4Lille of daer ontrent veel volck bij Een
vergadert op te kloppe5Opkloppen: Slaan, afranselen , en andere weer datsij
naer duijtslant sulle om haer met de keijserse6Keizer zijn (troepen): de troepen van Keizer Leopold I van het Heilige Roomse Rijk
te konsgongeere7Conjugeren: samenvoegen , dat sijn hoocheijt mee gaet hout
men voor seecker maer waerse noch heen sulle
niet, altijt is seecker dat ons volck met deese
marsch so mense als paerde seer gefatigeert
sijn hebbe verscheijde paerde die inde weege blee
=fve steecke daer moete wt trecke, de heere
wilse geleijde en bijstaen [sij gaen dan waer]

Gezicht op een landschap met gezadeld paard, twee soldaten en een derde figuur met hoed op de achtergrond. Links plast een soldaat tegen een boom terwijl de tweede soldaat het paard bij de teugels vasthoudt.
Gezadeld paard met soldaten, Pieter Bodding van Laer, 1609 – 1642. Collectie Rijksmuseum.

200ste penning

Een probleem met het leger blijft de betaling. Het geld is er gewoon niet. Margaretha is blij dat ze uiteindelijk naar Amsterdam geweest is, anders had ze nooit geld gehad. Er is wel toegezegd dat het regiment van Van Ginkel geld zal krijgen, maar daar mag ze niets over zeggen, want het is een persoonlijke gunst. Ook komt er weer een 200ste penning (vermogensbelasting) aan, dat gaat haar toch weer 200 gulden kosten. Tijdens het schrijven van de brief komt Gaspar van Kinschot langs die vertelt dat hij een halve maand soldij voor het regiment van Van Ginkel heeft en een volle maand voor zijn compagnie. Margaretha is hem en ene Sonk dankbaar. Kinschot presenteert zijn dienst aan Godard Adriaan (doet hem de groeten). Hij ging er eigenlijk vanuit dat Godard Adriaan al onderweg zou zijn, anders had hij zelf wel geschreven.

Brieffragment over Van Kinschot

[gul weesen te betaelle,] dus int schrijfve komt
den heere kinschot8Gaspar van Kinschot mij segge dat sij het reesge=
=ment vande heer van ginckel Een halfve maen
sols sulle betaelle en sijn kompangi de volle
maent, voorwaer wij hebbe hem en den heer
sonck9Onbekend oblijgasi sij doen al heel wel bij de heer
van ginckel, kinschot preesenteert sijn
dienst aen uhEd seijt niet beeter geweete
te hebbe of uhEd waert al op wech soude
anders geschreefve hebbe, [so gaet ock den]

Een rijtje koeien die vel over been zijn en daarachter twee boeren die met elkaar praten.
Spotprent over de lege schatkist van de regering, 1884, Johan Michaël Schmidt Crans, 1884. “Onze schatkist… (die millioenen) welcke in haeren buyck inkwamen, maer men en merckte niet dat zy in haeren buyck ingekomen waren, want haer aensien was leelyck gelyck in het begin. Toen ontwaeckte ick.” Collectie Rijksmuseum.

Thuiskomst

Margaretha heeft nauwelijks tijd om een brief te schrijven, want ook collega-diplomaat Coenraad van Beuningen komt langs. Hij weet te vertellen dat de heren van de Staten Generaal akkoord zijn met de thuiskomst van Godard Adriaan. Ze schijnen alleen het gevraagde jacht om hem op te halen niet te kunnen zenden. Margaretha schampert er een beetje over. Godard Adriaan kan dat best zelf regelen, hij weet als geen ander dat hij geen schip te verwachten heeft.

Brieffragment over het beloofde jacht
Brieffragment dat Godard Adriaan zelf vervoer moet regelen.

[anders geschreefve hebbe,] so gaet ock den
heer van beuninge10Coenraad van Beuningen van mijn, die seijt uhE
aende staet geschreefve heeft gereesolveert11Resolveren: besluiten
te sijn om t op haer demissie12Demissie: ontslag uit dienst, verlof om (uit dienst) te vertrekken thuijs te koome
het welck hij seijt heel wel bij haer hooch Mo13Haar Hoogmogenden: ‘gedeputeerde ter Staten-Generaal‘ en hadden de titel ‘Hunne Hoogmogende Heren’. De afgevaardigden kwamen met duidelijke instructies van hun provincie naar Den Haag en voerden desgewenst opnieuw overleg over hun standpuntbepaling 
op genoome wort maer dat sij tot haer
leetweese uhEd het versochte jacht om hem over
te brenge niet konne sende vermidts der niet
Een is, meene uhEd daer wel Eenich vaertuijch
sult konne krijge of anders noch wel sekuer

over lant konne koome, het welcke uhEd best
sult weete altijt van hier heeft hij geen schip
te verwachte, [wij sijn geluckich dat uhEd sijn]

Ondersteboven:
dewijlle ick geloofve uhEd voort aenkoome vande
naeste post vertrocke sal sijn sal ick met
deselfve niet schrijfve

Windstilte. Een Statenjacht met een grote vaandel en andere kleinere en grotere schepen in kalm water vlak bij land. Een volle sloep komt bij het jacht langszij. Op de voorgrond enkele mannen in een vissersbootje.
Windstilte, Willem van de Velde (II), 1650 – 1707. Collectie Rijksmuseum.

Tot slot

Margaretha gaat nog even terug naar het oorlogsnieuws. Het schijnt dat Willem III aanvoerder van zowel het Staatse als het Spaanse leger wordt. Er zijn mensen die zich zorgen maken omdat hij het land uit gaat en er zijn mensen die denken dat het niets uit maakt. Margaretha maakt zich sowieso zorgen. Ze bidt dat de Heer de legers wil bijstaan en hun zoon in gezondheid weer thuis brengt. En ook dat Godard Adriaan een goede reis heeft.

Uit de PS blijkt dat ze er niet helemaal op vertrouwt dat haar man nu echt thuiskomt: ze hoopt dat Willem III tevreden is en de komst goedkeurt.

Brieffragment over Willem III en het leger in het buitenland

[is,] sijn hoocheijt seijt me sal generaellisme
vande speaense so wel als vande onse sijn veel
hier sijn seer swaerhoofdich indeese tocht
en insonderheijt dat sijn hoocheijt wt het
lant gaet, somige meene noch dat den staet
niet lijde sal dat hij mee sou gaen, tis hoet
is ick ben int Een Ent ander seer bekomert
de heer almachtich wilse geleijde en onse soon
in gesontheijt weederom bij ons ent sijne
brenge, die uhEd ock Een geluckige en
spoedige reijs wil geefve, dit bidt

Mijn heer en liest hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
ick hoop uhEd
komste sijn hoocheijt
ock aengenaem sal sijn
en dat hijt selfve aprobeert14Approberen: Als overheid, gezagdrager of hoogere instantie goedkeuren

  • 1
    Antoine Charles IV de Gramont, graaf van Louvigny
  • 2
    Rendezvous: ontmoeting
  • 3
    Louis II van Bourbon, prins van Condé
  • 4
    Lille
  • 5
    Opkloppen: Slaan, afranselen
  • 6
    Keizer zijn (troepen): de troepen van Keizer Leopold I van het Heilige Roomse Rijk
  • 7
    Conjugeren: samenvoegen
  • 8
    Gaspar van Kinschot
  • 9
    Onbekend
  • 10
    Coenraad van Beuningen
  • 11
    Resolveren: besluiten
  • 12
    Demissie: ontslag uit dienst, verlof om (uit dienst) te vertrekken
  • 13
    Haar Hoogmogenden: ‘gedeputeerde ter Staten-Generaal‘ en hadden de titel ‘Hunne Hoogmogende Heren’. De afgevaardigden kwamen met duidelijke instructies van hun provincie naar Den Haag en voerden desgewenst opnieuw overleg over hun standpuntbepaling
  • 14
    Approberen: Als overheid, gezagdrager of hoogere instantie goedkeuren

Klaar voor de thuisreis

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 22 september 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 27 september 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

Godard Adriaan heeft geschreven dat hij klaar staat om te vertrekken! Hij wacht alleen nog op antwoord op zijn brief aan de griffier en de raadpensionaris over zijn demissie. Margaretha heeft Coenraad van Beuningen, de voorzitter van de commissie die de brief in behandeling heeft, er maar eens op aangesproken en die zei dat de commissie niet wist dat de opdracht van Willem III alleen de werving betrof. Ze spreken af dat ze allebei bij de raadspensionaris zullen informeren, wat Margaretha onmiddellijk gedaan heeft.

Eerste brieffragment over onduidelijkheid thuiskomst

[=fier wacht,] ick heb vernoome hoet daermeede is,
wort bericht dat die in hande van gekoomiteerdees1Gecommiteerden: afgevaardigden in het bestuur van Holland
sijn gestelt daer den heere van beuninge2Coenraad van Beuningen de Eerste
in die komissie is, ik heb hem daer overweese
spreecke die seijt de heere niet te hebbe geweete uhEd
die last van sijn hoocheijt alleen hadt tot de
werfvine en dat hij met de raet pensionaeris
daer van soude spreecke vont goet ick ock het
selfve soude doen het welcke gedaen hebbe [die]

Gravure van een man met een grote bos (pruik) met krullen en een breed, maar dun snorretje. Hij draagt een kanten kraag en het lijkt of er een gordijn om hem heen geslagen is. Onder het portret staat: Corrado do Buvningen Ambasciatore Stra ordinario de Gli Signori Stati Generali Delle Sette Probincie Vnite Del Paese Basso, Appresso il Re Christianissimo di Francia
Coenraad van Beuningen (1622-1693), door Jacob van Loo/ Cornelis Meyssens ca. 1662. Collectie Stadsarchief Amsterdam

Slome raadpensionaris

De raadpensionaris3Gaspar Fagel beloofde Willem III er over te spreken, wat hij echter nog niet heeft gedaan. Omdat hij gewoonlijk nogal traag is, verwacht Margaretha niet snel resultaat. Ze hoopt dus maar dat de prins inmiddels zelf wel de brief die Godard Adriaan rechtstreeks aan hem had gericht, heeft beantwoord.

Tweede brieffragment onduidelijkheid over thuiskomst
Derde brieffragment onduidelijkheid over thuiskomst

[selfve soude doen het welcke gedaen hebbe] die
mij belooft heeft sijn hoocheijt die Eergister
hier gekoome is daer van te sulle spreecke dat
hij noch niet gedaen heeft, en gelijcke hij vrij
wat lansaem4langzaam in al sijn affaerees5in al zijn affaires: in alles wat hij doet is vrees
ick dat hijt hier ock wel in sal sijn, daerom
ick te meer verlange of uhEd van sijn hooch
heijt selfs op dat susijet6subject, onderwerp geen antwoort
heeft bekoome en wat, van beuninge is te

Op het embleem een naar boven gebogen tak op twee in de grond staande takken als een soort brug. Daarop een slak, op de achtergrond een heuvellandschap. Boven het embleem staat Langsaam Maar Sekerlijk bovenin het embleem staat Lente sed attente. Rechts onder het embleem staat A: de Winter fecit.
Embleem met slak, fragment van een blad met meer emblemata van Anthonie de Winter, 1697 – 1718. “Langzaam, maar zeker”, maar zo zeker is Margaretha niet van de raadpensionaris! Collectie Rijksmuseum.

Prins leidt leger naar Brabant

Ondertussen is het Staatse leger van voor Naarden opgebroken. De Spaanse ruiterij die overal waar ze kwam grote overlast veroorzaakte, is ingescheept om naar Brabant te gaan. Daar gaat ook de Nederlandse ruiterij heen, waar Willem III over hen allemaal het bevel zal voeren. Slechts vier ruiterregimenten blijven met de infanterie achter in Holland onder commando van de graaf van Waldeck.

Brieffragment over het verzamelen van het leger

[demissie wil niet langer wt blijfve,] ons leeger
is van voor naerde7Naarden opgebroocke, de spaense ruijterij
om de groote overlast die overal daerse koome
doen, sijn geambergueert8Embarqueren: Inschepen, ook troepen terugtrekken , so men seijt gaense naer
brabant met al onse ruijterij behalfve 4 rees
gemente9regimenten die hier te lande neffens de infante
=rij die ondert komande vande graef van nassou
waldeck blijfve, sijn hoocheijt seijt me dat mee

naer brabant gaet en overt heelle leeger
aldaer so wel over de spaense als donsede onzen sal
komandeere, [onse ruijterij marscheere te lande]

Kriebelige tekening met op de voorgrond twee groepen cavaleristen die op elkaar in beuken. Iedereeen zit nog te paard, behalve op de plek waar ze tegen elkaar opbotsten, daar ligt één man met zijn paard op de grond. Boven de cavalisten de infanterie. Zij schieten en hebben speren. Links een klein groepje, rechts een grotere groep, waarachter een paard met ruiter en daarachter een nieuw peloton. De legers ontmoeten elkaar op ongeveer een kwart van het papier aan de linkerkant.
Charges van voetvolk en ruiterij, Jacques Callot, 1602 – 1635. Collectie Rijksmuseum.

Door de regen naar Bergen op Zoom

Het is maar de vraag of de tocht van onze ruiterij naar het zuiden met alle paarden zal lukken, want door de eindeloze regen van de laatste tijd zijn de wegen bijna onbegaanbaar. Eindbestemming is Bergen op Zoom waar ze verdere bevelen af zullen wachten.

Brieffragment over de ruiterij

[komandeere,] onse ruijterij marscheere te lande
vinde sulcke onwtspreeckelijcke weege dat
men vreest sij daer niet door sulle koome
door alde kontiniweelle10voortdurende reegen die wij
meest alledage hebbe, al dit volck heeft haer
randevoes11rendez-vous: samenkomst tot berge op soom12Bergen op Zoom sulle daer op
naerder13nader ordere wachte, [de heer van Ginckel]

Gezicht op Bergen op Zoom van één van de dijken van de ‘stadspolder’ on ten westen van Bergen op Zoom. Rechts van het midden een toren van het Markiezenhof, een vijftiende eeuws stadspaleis; verder naar rechts een deel van de Sint-Gertrudiskerk. Het ‘Boere-verdriet’, een van de stads bolwerken ligt aan de linker kant van de dijk, herkenbaar aan een groep bomen binnen een ommuuring.
Gezicht op Bergen op Zoom, Valentijn Klotz, 1671. Collectie Rijksmuseum

Van Ginkel in de voorhoede

Ook van Ginkel gaat mee en heeft het geluk dat hij de voorhoede mag aanvoeren. Hij is in Nieuwersluis geweest en vond zijn compagnie in betere toestand dan verwacht. Maar bij de monstering kwam een vaandrig met acht of negen man niet opdagen, en drie of vier mannen die wel in de buurt waren verschenen niet op het appèl.

Brieffragment over de monstering van Van Ginkels compagnie

[niet en verstaen] sijn kompangi is onlans ge=
monstert daer 3 a 4 man die present waere
hebbe vergeeten aente laete trecke, en meer
andere abuijse, sijn vaendrager komt ock
met die 8 a 9 man die hij mee brenge sou
niet daer hij heel om verleegen is, [de 25]

In een cirkel een soldaat met een grote oranje vaandel met een blauwe hond (leeuw?) erop. De man draagt een blauwe hoge hoed, een molensteenkraag, een oranje kuras met een gele en een groene sjerp (kruislings) en een wijde blauwe broek met strakke gele kousen.
Tegel, veelkleurig beschilderd met een vaandeldrager, 1625 – 1700. Collectie Rijksmuseum. Een vaandrig is een vaandeldrager.

Daarnaast is de luitenant dodelijk ziek. Van Ginkel schijnt al een vervanger op het oog te hebben. Geen Duitser, want die snappen toch niet zo goed hoe het hier in ons land werkt.

Drie heren met grote hoeden waarvan er één veren heeft. Ze hebben baarden. Ze dragen een versierde jas met grote manchetten. Twee dragen een sjerp, de derde heeft een sjerp om zijn middel. Eronder een pofbroek die vastgemaakt is met grote strikken. Ook op hun schoenen zitten strikken. Op de achtergrond huizen aan een brede straat waarop sledes rijden en kinderen spelen.
Drie Duitsers, sledes in de achtergrond, Johann Wilhelm Baur, 1636. Collectie Rijksmuseum.

Regiment een rommeltje

De berichten over het verworven regiment van Godard Adriaan zijn niet al te best. Er zijn nog steeds veel zieken. Van Ginkel is best te spreken over de officieren, maar uit andere hoek verneemt Margaretha dat ze de soldaten niet betalen, terwijl ze zelf wel op tijd het geld krijgen. Het plan is nu om er een pagadoorPagador: van het Spaanse pagador = betaler. Hier geldschieter heen te sturen die de soldaten rechtstreeks uitbetaalt.

Veld van 8 tegels (4 x 2) elk met een blauw geschilderde musketier of piekenier binnen een akkolade omlijsting. In de hoeken, een vleugelblad.
Veld van acht tegels, anoniem, 1620 – 1640. Collectie Rijksmuseum.

Van Ginkel heeft zelf geen tijd om zijn vader te schrijven, zo druk is hij met de organisatie van de troepenverplaatsingen. Met de volgende post misschien. In Rotterdam (waar Margaretha en andere familieleden blijkbaar heen zijn geweest) hebben ze elkaar even een paar uur kunnen ontmoeten. Uiteraard laat Margaretha niet onvermeld dat Mompeljan veel aan zoonlief over laat.

Brieffragment over Van Ginkel en Mompeljan

in soma14in somma: opgeteld, samengevat, kortom daer is geen order in dat reesge=
=ment, met deese mers15mars heeft de heer van
ginckel so veel te doen dat hem onmoge=
lijck is geweest te schrijfve salt met de
naeste post doen, wij hebbe hem vandaech
te rotterdam gesproocke daer hij Een Eur
of twee bij ons is geweest, mompelijan16Armand de Caumont, marquis de Montpouillan
neemt het vrij wat gemacklijck op, laet het
meest op de heer van ginckel aenkoome

Een heuvelachtig landschap met snel getekende tenten en soldaten met paarden tussen bosjes. Boven de tekening staat: In het leger van Sijn Hoogheijdt bij Nivello de 8/8 1674.
Gezicht op een legerkampement bij Nijvel, Wallonië, Barend Klotz (mogelijk), 1674. Collectie Rijksmuseum
  • 1
    Gecommiteerden: afgevaardigden in het bestuur van Holland
  • 2
    Coenraad van Beuningen
  • 3
    Gaspar Fagel
  • 4
    langzaam
  • 5
    in al zijn affaires: in alles wat hij doet
  • 6
    subject, onderwerp
  • 7
    Naarden
  • 8
    Embarqueren: Inschepen, ook troepen terugtrekken
  • 9
    regimenten
  • 10
    voortdurende
  • 11
    rendez-vous: samenkomst
  • 12
    Bergen op Zoom
  • 13
    nader
  • 14
    in somma: opgeteld, samengevat, kortom
  • 15
    mars
  • 16
    Armand de Caumont, marquis de Montpouillan

Naarden is heroverd!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 15 september 1673 Amsterdam
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 20 september 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

Naarden is heroverd! Typisch dit, Margaretha verstuurt net haar vorige brief waarin ze nog negatief is over het beleg van Naarden. Daarna komt er bericht. Jawel, Naarden is heroverd! Na een beleg van acht dagen en voortdurende beschietingen voor vier dagen is de vesting eindelijk weer in Staatse handen.

Verslagen

Dinsdagavond 12 september wordt het akkoord gesloten: de Fransen geven zich over en de 2600 Franse militairen moeten de stad de dag erna voor “de klocke tien Eure” verlaten. Veel van hen trekken naar Arnhem, dat nog in Franse handen is. Hun wapens mogen ze meenemen mits ze minstens zes weken niet tegen de Republiek of Willem III ten strijde trekken. De Hertog van Luxemburg moet zich maar eens tweemaal bedenken of hij zijn aanvallen in de Republiek wil doorzetten. Toch schijnt hij nog een flink leger in Utrecht te hebben

Brieffragment over het Franse leger
rijn alle bruggen hebben afgebroken

[heeft begine te beschiete ov gemaeckt], nu hoope
mij dat den hartooch van lutsenburch1François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg hem ock
wel sal bedencke Eer hij op ons sal afkoome
en so hijt doet hebbe wij nu de arme weer lijber2Mogelijk een variatie op de handen weer vrij hebben.
tis seecker dat hij Een aensienlijcke macht van
volck bij Een streckt het welcke meest leijt te
vechte te oijeck3Odijk te werckhoofve4Werkhoven en daer ontrent
te wttrecht is ock gepropt vol volck men seijt
sij int geheel ontrent de 20000 man konne wt
maecke, en dat sij al de bruchge op den krome

rijn hebbe afgebroocke, [sijn hoocheijt treckt noch meest]

Belegering en verovering van Naarden door de prins van Oranje, 12 september 1673. Op de voorgrond scènes uit het soldatenleven in het legerkamp. In het midden knielt de burgemeester van Naarden voor de prins die wordt omringd door zijn staf van officieren. In de verte het beleg en de bestorming van de stad. Bovenaan op een opgehangen doek een kaartje van de stad en de posities van de belegeraars, hiernaast een vers 'Op de Belegering van Naerden' in zes regels. Met meerdere opschriften in de voorstelling.
Belegering en verovering van Naarden door de prins van Oranje, 1673, Romeyn de Hooghe, 1673. Collectie Rijksmuseum.

Overwinning

De Staatsen hebben eindelijk een grote overwinning behaald na meer dan een jaar oorlog: het leger heeft heldhaftig gevochten en zelfs minder mannen verloren dan in eerste plaats gezegd werd. Overal heerst vreugde en stadhouder Willem III en het Staatse leger genieten immense populariteit. Margaretha is met name te spreken over hoe Willem III geen kwaad met kwaad vergeldde en de Franse soldaten genade toonde. Al dit smaakt naar meer: wat voor plannen heeft Willem III liggen voor de toekomst?

Brieffragment over de plannen van Willem III

[rhijn hebbe afgebroocke,] sijn hoocheijt treckt noch meest
alt volck van de poste bij hem en leijt de burgers
wt de steede daer weer in plaets, wat sijne ver
dere deseijne5Desein: plan, doel sijn staet te verwachte en godt
wel vierichlijck6Vuriglijk: Met veel inzet, toewijding, geestdrift, volharding; ijverig, toegewijd, enthousiast. te bidde dat hij wil kontini=
weere het selfve te seegene en al het onse bij te
staen, ick kan niet segge wat Een vruechde hier
onder alle mense overt veroveren van deese
stat is, de onse hebbe seer furijeus gevochte en
met Een wtneemende koraesge7Courage: Kloekmoedigheid, dapperheid, stonde gereet
om te storme, maer sijn niet wel te vreede dat
me de vijande niet inde kerck heeft gesloote gelijck
sij de onse het voorleedene ijaer hebbe gedaen,
dan sijn hoocheijt doet in mijne sin wel dat hij
geen quaet met quaet en loont8Mogelijk variant op kwaad met kwaad vergelden hoope de heere
hem te meerder in sijn verdere deseijns9Desein: plan, doel sal
seegene, wij hebbe ock nergens nae so veel volck

Linksvoor staan een man met een fluit en een man met een viool. Rechtsvoor dansen een man en een vrouw hand in hand, de man heeft zijn hand in de lucht. Daarachter een tafel met borden en een kan. Achter de tafel zit een stelletje innig omarmd. Daarachter staat een stel dichter op elkaar te dansen dan bij mijn schoolfeesten toegestaan was.
Muzikanten en dansende soldaten in een herberg, Hans Ulrich Frank, 1656. Collectie Rijksmuseum

Nieuwe opdrachten voor Godard Adriaan?

Toch is Margaretha niet enkel positief over Willem III: het lijkt er namelijk op dat hij Godard Adriaan een nieuwe bevelen wil geven terwijl Godard Adriaan al wel zijn demissie – zijn ontslag van de huidige opdracht – heeft gekregen. De demissie schijnt zonder het weten van Willem III afgegeven te zijn dus wat er nu gaat gebeuren is een beetje een raadsel. Uiteraard hoopt Margaretha dat Godard Adriaan snel weer naar Den Haag komt om samen met de familie te zijn. Nu maar hopen dat daar niet een stokje voor gestoken wordt.

Brieffragment over de bevelen van Willem III

wij hoope met godts hulpe merge weer nae
den haech te gaen, sulle uhEd met verlange int
gemoete sien, dus veer geschreefve hebbende ontfan
ick uhEd aengenaeme vanden 8 deeser waer in
sien het geene wel gevreest heb dat is dat uhEd
van sijn hoocheijt weer Eenige beveelle ontrent de
werfvine soude aende hant gedaen worde, dat
men uhEd sijn demissie heeft gesonde geloof wel
dat buijte kenisse van sijn hoocheijt is geschiet, [men]

Uyttenboogaard

Gelukkig heeft Margaretha ook nog goed nieuws te melden aan Godard Adriaan wat betreft de afhandeling van zijn zaken. Eindelijk krijgt ze namelijk een som van 2500 guldens van Johannes Uyttenboogaard voor Godard Adriaans diensten. Uyttenboogaard doet wel alsof hij Margaretha en Godard Adriaan hier een enorme gunst mee doet. Dat terwijl Godard Adriaan hard gewerkt heeft voor dit bedrag. Ach, Margaretha kan niet te boos zijn op Uyttenboogaard: hij had bij Naarden een fraai buitenhuis met op het terrein een mooi bos staan wat door de oorlog flink geruïneerd is.

Een chicque geklede man zit achter een tafel met een groot boek voor zich en rechts naast zich een weegschaal. Links naast hem knielt een jongen op de grond aan wie hij een zak met geld geeft.
Johannes Uyttenboogaard, ‘De goudweger’, Rembrandt van Rijn, 1639. Collectie Boymans van Beuningen. Rembrandt was regelmatig te gast op Uyttenboogaards buiten Kommerrust.

Utrecht en Gelderland

De oorlog is nog lang niet gewonnen of Margaretha hoort al geruchten over de toekomst van de Republiek. Men hoopt dat Willem III ook stadhouder van Utrecht en Gelderland wordt. Dit gerucht is al spannend genoeg omdat het de macht van Willem III immens veel zou vergroten, maar het is schijnbaar niet verwonderlijkste wat Margaretha heeft gehoord. De plannen die ze hoort zijn zo vreemd, dat ze deze niet aan een brief durft toe te vertrouwen. Godard Adriaan moet maar snel naar de Republiek terug komen ,want het politieke landschap gaat veel veranderen in de komende tijd.

Postscriptum

p s so hort wort mij in konfidensi geseijt dat men
hoop heeft tot de provinsie van wttrecht en gelderlant 
en alsme daer toe soude geraecke sijnder van
opijnie dat sijn hoocheijt daer in ijder wel Een stat=
=houder mochte stelle, hier sijn al wondere konsepte
op die men de pen niet kan vertrouwe, daer om
mijns oordeels het wel goet sou sijn dat uhEd hier
waert sal al vreemt toe hoore watter al om gaet
mij verlanckt wat Antwoort uhEd op sijn briefve
van sijn hoocheijt den raetpensionaris10Raadspensionaris Gaspard Fagel ende griffier fagel11Griffier Hendrik Fagel
sal bekoome

Aan een bureau zit een vrouw te schrijven. De wijsvinger van haar linkerhand ligt op haar vingers lippen, in haar rechterhand de veer waarmee ze schrijft. Ze draagt een hoofdtooi met veren.
Portret van een schrijvende vrouw, Carel de Moor (II), 1666 – 1738. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg
  • 2
    Mogelijk een variatie op de handen weer vrij hebben.
  • 3
    Odijk
  • 4
    Werkhoven
  • 5
    Desein: plan, doel
  • 6
    Vuriglijk: Met veel inzet, toewijding, geestdrift, volharding; ijverig, toegewijd, enthousiast.
  • 7
    Courage: Kloekmoedigheid, dapperheid,
  • 8
    Mogelijk variant op kwaad met kwaad vergelden
  • 9
    Desein: plan, doel
  • 10
    Raadspensionaris Gaspard Fagel
  • 11
    Griffier Hendrik Fagel

Nog meer narigheid in Naarden

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 12 september 1673 Amsterdam
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 20 september 1673 Hamburg
Lees hier de originele brief

Margaretha hoort dagelijks van schermutselingen tussen de twee troepen rondom Naarden. Omdat ze zich grote zorgen maakt om haar zoon, heeft besloten nog twee dagen in Amsterdam te blijven. Samen met haar schoondochter logeert ze daar, zodat ze het nieuws over Naarden beter kunnen volgen. De drost is kort bij het leger geweest en heeft verteld dat haar zoon elk kwartier druk is en geen rust heeft, overdag niet en ’s nachts ook niet.

Nieuws uit Naarden

Het lijkt erop dat de Fransen wachten op versterking van buitenaf en er kunnen inderdaad troepen uit Overijssel of Zeist komen. In Naarden wordt er van binnenuit met musketten geschoten: een wanhopige poging tot verdediging. Maar het is zeker dat de vijand bijna al zijn troepen heeft samengebracht en het leger over de IJssel heeft gestuurd. Men zegt dat ze nu ongeveer 14.000 man sterk zijn.

Brieffragment over de schoten vanuit Naarden

die van binne schiete weijnich met kanon maer
heel seer met muskette hebbe haer vaendels op de
stats walle geset, het schijnt zij op ontset hoope,
tis seecker dat de vijant ontrent seijst al sijn
macht bij Een treckt sij hebbe haer voclk wt over=
ijssel en daer ontrent ontboode so veel se daer
konne misse, men seijt sij te seijst wel over de 14000
man sterck sijn, [donse hebbe Eergistere weer Een]

Gewonden, gevangen en doden

Twee dagen geleden was er een schermutseling. De troepen van Willem III bestonden uit ongeveer 200 man en hadden de overhand. Maar het noodlot sloeg toe, toen de vijand met ongeveer 2000 man een hinderlaag opzette. De Staatse troepen werden omsingeld, maar er werd dapper gevochten en velen konden ontsnappen. De majoor van het regiment is zwaar gewond geraakt, en er vielen ook doden. Aan beide kanten zijn mannen gevangen genomen.

Eerste brieffragment gewonden, gevangenen en doden
Tweede brieffragment gewonden, gevangenen en doden

[man sterck sijn,] donse hebbe Eergistere weer Een
reijnkontre1Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. gehad wij waere maer over de twee
hondert die Een troep vande vijant ontmoete en

haer sloechge, doch sij hebbende noch ontrent 2000 man
in ambuskade2Embuscade: hinderlaag legge daerdonse niet op verdacht
waeren quame en omsingeldeese, daer donse haer
door sloechge en dapper vochte ent meest ontkoome
sijn troxses3Onbekend de Maijoor vant reesgement vande heer
van langeraeck4Frederik Hendrik van den Boetzelaar die donsevolck komandeerde is
swaerlijck gequetst de ritmeester heemskercke5Onbekend
doot en so gevangene als doode ontrent de sestich
gebleefve men seijt vande vijant niet min gebleef
sijn donse hebbe ongemeen wel gevochte maer
men geeft vrij wat schult aen ons offisiers dat
sij niet voorsichtiger geweest sijn van konschape6Kondschap: Kennis, inlichtingen
te neeme, [nu so komt schravemoor die hier bij bur]

Belegering en verovering van Naarden door de prins van Oranje, 12 september 1673. Op de voorgrond het transport van kanonnen. In het midden knielt de burgemeester van Naarden voor de prins die wordt omringd door zijn staf van officieren. In de verte het beleg en de bestorming van de stad.
Belegering en verovering van Naarden in 1673, Jan Luyken, 1680. Collectie Rijksmuseum.

Vijandelijke troepen opkomst

Maar dat was twee dagen geleden. Deze nacht hebben de troepen een deel van Naarden ingenomen, waar hevig gevochten is en opnieuw zijn veel mannen aan beide zijden gesneuveld. Er is bericht dat er nog veel meer vijandelijke troepen vanuit Utrecht richting Naarden gaan. Margaretha vreest voor het leger; een ontsnappingsroute lijkt bijna onmogelijk, dus zal er tot de dood gevochten moeten worden als Naarden zich niet overgeeft. Het zal veel inspanning vergen, en ze kan amper haar pen vasthouden van zorgen.

Zoetelende vrouw

Het goede nieuws is dat haar man heeft geschreven dat hij snel thuis zal zijn. Ze bidt tot God dat de reis spoedig en zonder problemen zal verlopen. Het zou goed zijn als hij eindelijk thuis is, want als zijn regiment zonder kolonel blijft, vreest ze dat het ten onder zal gaan. De ene officier heeft geen flauw idee waar hij mee bezig is en gebruikt geweld, de andere laat sjoemelt met geld en zijn vrouw zoetelt bij Nieuwersluis. Zoetelen is een mooi woord voor het drijven van een handeltje in proviand.

Brieffragment over de zoetelende vrouw

[=we en hoope,] wt uhEd vande 5 deeser sien ick deselfve
staet maeckt om nu in korte thuijs te sijn godt de
heere wil uhEd Een geluckige en spoediege reijse geefe
het sal wel goet sijn dat deselfve hier waert want
so sijn reesgement langer sonder kornel blijft
vreese ick dat het selfve heel te niete sal gaen want
weddel7Georg Ernst von Wedel so ick hoor slaet en smijt onder de offisiers
met onverstant en staet hier ock maer tamelijck
wel te hoof, kapteijn Miltenaer8Onbekend die teminck so
wel voor sijn gelt alst geene uhEd hem heeft gedaen
heeft doen maene en aenspreecke heeft hem niet
gegeegve seijt noch paesijensi te moete hebbe tot dat
hij weer gelt ontfanckt, sijn vrou soetelt9Zoetelen: Proviand, vaak ook toebereide eetwaar slijten inz. aan militairen te velde aende
nieuwer sluijs verkoopt bier en alderhande Eet
waere aende soldate, [lorijn de luijtenant vande heer]

Vrouw zit achter tafeltjes met kannetjes en ze spreekt drie mannen met hoeden, en zwaarden aan die voor haar tafeltje staan.
Fragment uit Drankverkopers, anoniem, naar Cornelis de Wael, 1613 – 1667. Collectie Rijksmuseum.

Het arme beest

En dan, het verdrietige nieuws dat nog eens bovenop alle ellende komt: het hondje Citroen is overleden. Het arme beest wilde vier dagen niet eten en was erg ziek. Ze had een zweer aan haar buik. Ook de kleinkinderen Frits en Tietje zijn erg bedroefd. Maar het is duidelijk dat het voor Margaretha zelf ook enorm zwaar valt. Ze heeft veel vriendschap voor het hondje gevoeld.

Naschrift over Citroentje

onse Arme sijtroen, naer datse
4 dage niet heeft wille Eeten
en heel sieck was issij aen Een
sweer in diessij onder aenden
buijck had gistere merge hier ge=
storfve, is van frits en tiege
beweent, mij jamert het
arme beest noch daer ick
so veel vrienschape van ge=
=hadt heb

Een jonge vrouw zit op een stoel en laat haar hand besnuffelen door een klein hondje dat tegen haar linkerknie opspringt. In de rechterhand houdt zij een stokje.
Jonge vrouw met een hondje, Eberhard Cornelis Rahms, naar Eglon van der Neer, 1861. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen.
  • 2
    Embuscade: hinderlaag
  • 3
    Onbekend
  • 4
    Frederik Hendrik van den Boetzelaar
  • 5
    Onbekend
  • 6
    Kondschap: Kennis, inlichtingen
  • 7
    Georg Ernst von Wedel
  • 8
    Onbekend
  • 9
    Zoetelen: Proviand, vaak ook toebereide eetwaar slijten inz. aan militairen te velde

Pagina 2 van 12

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén