De brieven van Margaretha Turnor

Bewoners en familieleden: Reede van Ginkel (Godard van) Pagina 1 van 11

Mooi weer

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 11 mei 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 mei 1680
Lees hier de originele brief

Het is twee en een halve week geleden dat Margaretha aan Godard Adriaan schreef en ze realiseert zich dat in haar laatste brieven ‘swaericheijt’ de boventoon voerde. Maar ja, wat moet je als het water maar niet wil zakken met stagnerende bouwwerkzaamheden tot gevolg. En dan zullen we het maar niet over de geldzorgen hebben. Gelukkig kan Margaretha nu positiever nieuws brengen: het is de hele week al prachtig weer! Dat betekent dat het werk bij de steenoven, het metselwerk én het graafwerk flink gevorderd zijn.

Brieffragment beter nieuws

rec.a 19e Maij
Amerongen den
11/1 meij 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande Eerste deeser heb ick ter rechter
tijt ontfange, het is mij leet ick in mijne voorgaende ija
tot mijne laeste in kluijs niet ande heb konne schrij
als van swaericheijt en dat men hier met geen
werck voort en kost, nu sal ick segge dat wij dees
heelle weeck seer schoon weer hebbe gehadt inde
welcke ons werck so wel op de steen oven alst
metsel werck ende graefvers heel wel hebbe ge=
vordert, [moogen wij sulcken weer wat houden]

Op een veld zijn mannen aan het bouwen. Voor proberen ligt een boomstam op twee bokken en zijn mannen met bijlen bezig. Rechts roert een man onder een afdak in een grote bak (mortel?) daarachter wordt een muur gebouwd met drie mannen op een steiger en helemaal achter timmert een ban het gebint van een dak in elkaar.
Over bouwen in het algemeen. Uit: Georgica curiosa : das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität Düsseldorf

Het water zakt

Vanwege het mooie weer, is het water gelukkig ook aan het zakken. Zoveel zelfs dat ze de sluis vandaag open heeft laten zetten. Hierdoor zijn de binnen weiden al weer bijna droog. De uiterwaarden drogen ook op, maar daar heeft men nog niet zo veel aan. Het gras is zwart van het slib en stinkt zo erg dat mensen hun vee er niet op kunnen laten grazen. Dat brengt nieuwe zorgen met zich mee, want het droogvoer is op.

Brieffragment zakkend water

[kort maecke,] het water dat hier op al de wtter
waerde heeft gestaen, is heel aent valle en so dat
van daech de sluijse heb doen open sette waer
door de binne weije die voort meerendeel vant
wel waeter onder stonde, bij naest weer drooch
sijn, de buijte waerde sijnt water wel quijt
maert gras is so swart en vol slib en stinckt
so seer datter geen mense haer beeste op derfve
brenge, daerse seer over lamenteere want sijn
wt gevoert en weete geen wech met de beeste,

Aan de rand van een dorp staan enkele wagens stil bij een herberg, even verderop staat een groep mensen langs de kant van de weg. Op de voorgrond een kudde koeien bij een plas onder bomen.
Dorpsgezicht, Salomon van Ruysdael, 1663. Collectie Rijksmuseum.

Van water naar geld

Natuurlijk moeten Margaretha en Godard Adriaan het ook in deze brief even over geld hebben. Margaretha verwacht dat ontvanger De Leeuw uit Utrecht binnenkort 4000 gulden zal betalen. Als zij dat geld heeft ontvangen, kan ze weer een flinke som geld, nog eens 1000 gulden, betalen aan hun bankier, de heer Temminck in Amsterdam.

Brieffragment geld

ick heb den ontfange, de leuw tot wttrecht adver=
=tensie doen geefve vane ordinansi van 4000f die
op sijn kantoor sal koome te betaelle, die penin
=ge ontfange hebbende sal ick weer Een goede
some gelt aende heer teminck tot Amsterdam
sende die ons bij de duijsent gulde heeft ver
schooten,en t ick sal maecke hij weer duijsent gul
tot betaeline van uhEd te treckene wissels in
hande hout, bedancke deselfve seer voorde goede
sorchge die hij belieft te drage, [dat de twee]

Zilveren penning. Voorzijde: pas opgerichte beursgebouw met daarboven vliegende Mercurius. Keerzijde: gekroond wapen van Amsterdam met twee leeuwen.
De makelaars te Amsterdam, anoniem, 1612. Collectie Rijksmuseum.

Van geld naar stenen

Margaretha hopt van onderwerp naar onderwerp. Ze heeft een hoop te bespreken. Na het geld zijn uiteraard de stenen aan de beurt. Eerder schreef ze dat de twee bestelde beelden en een lading hardsteen onderweg zijn vanuit Amsterdam naar Amerongen. Nu heeft ze gehoord dat er ook een lading van 600 stenen voor de heer van Renswoude bij zit. Wat moet ze hier in vredesnaam mee? Ze zal zelf aan hem schrijven waar ze de 600 stenen naartoe moet sturen en hoe. Gelukkig voor haar blijkt dat niet nodig. Aan het eind van de brief vermeldt ze dat de vloerstenen naar Den Haag moeten.

Brieffragment stenen in Amsterdam

[sorchge die hij belieft te drage,] dat de twee
beelde en verdere hartsteen tot Amsterdam is
aengekoome en voort op wech is om hier te
brenge heb ick uhEd met de laeste post geschree
ock 600 vroersteene die ick hoore voorde heer van
rhijnswou1Johan van Reede van Renswoude te sijn, hoe ick die voort sal krijge of
waerse moete sijn weete niet sal daer over aende
heer van rhijnswoude schrijfve, [hoope ock dat]

Gezicht op een dorp aan een rivier, waarop een boot wordt ingeladen met manden en zakken; een dorp tussen Woerden en Alphen aan de Rijn, voorstellende de maand september. Bovenaan het bij deze maand behorende sterrenbeeld: weegschaal.
September, Jan van de Velde II, 1618. Collectie Rijksmuseum.

De kerkenraad

De brief is natuurlijk niet compleet zonder een update over de soap met de kerkenraad. Margaretha besteedt er maar liefst anderhalve pagina aan. Zoon Godard is nu nog in Den Haag, maar had haar beloofd bij terugkomst naar de zaak te kijken. Ook zou hij er met een theoloog uit Leiden over praten. Maar er is sprake van een kink in de kabel. Zijne Hoogheid Willem III vertrekt komende week naar Soestdijk en de Veluwe. Daar moet Godard van Ginkel bij zijn. Daarnaast staat de kerkenraad op punt van veranderen en het geschil moet natuurlijk afgewikkeld worden met de huidige kerkenraad. Margaretha wil het geschil graag opgelost hebben, maar is nog steeds heel zeker van haar gelijk. Zoals ze afgelopen winter al een aantal keer tegen hun zoon heeft gezegd, is ze bereid de predikant vanuit de grond van haar hart te vergeven.

Brieffragment Kerkenraad en Van Ginkel

den heer van ginckel is noch inde haech, heeft
mij belooft op sijnhEd weer komste al hier het
werck van preedikant bij de en kerckenraet
bij de hant te neeme en sien wat daer in
te doen staet, ock dat hij met teoligante2Theologant: Godgeleerde, theoloog
so tot leijden als Elders daer over sou
spreecke om te sien hoe wa daer met de beste
forme en manier af sulle koome, maer
vermidts ick hoor sijn hoocheijt inde aenstaende
weeck naer soesdijck en voort naerde veelu
gaet en gelijck uhEd weet de heer van ginckel
dan moet present sijn en op passe, [weet]

Brieffragment Margaretha en de dominee

[sien hoement maeckt,] ondertusche bid ick
en mij te geloofve en te vertrouwe dat so
veel mij aengaet ick geensins soeck de kleijni
=heijt vande preedickant of gedenck aent geen hij
mij heeft gedaen dat sal ick seer gaerne aen
Een sijde stelle en hem wt gront van mijn
hart vergeefve, en niet liefver sien als dat
al dit werck in minne mocht bij geleijt worde
welcke aende heer van ginckel deese winter

verscheijde maelle heb geseijt, de advijse die ick
vande advokaete en rechtgeleerde heb genoome
is niet wt Een partiekuliere pasie die ick
teegens den preedikant of kerckenraet heb
maer op uhEd begeerte en ock het segge van
deen en dande die meende sulcke prosiduere
bij den heer niet hoorde geleede te worden

Links een rij knotwilgen tegen de dijk, daarnaast weilanden die voor een deel onder water staan. Links aan de horizon de kerktoren, in het midden, tussen de bomen, kasteel Amerongen.
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.

Laatste mededelingen

Na de afsluiting van haar brief, volgen er toch nog een paar mededelingen die dicht op elkaar zijn neergepend. Eerst wat lieve berichten van de kleinkinderen. Godertje wil graag dat Margaretha zijn nederige dienst aan opa overbrengt en hij wil weten hoe het met Godard Adriaans gezondheid is. Ook Annetje en Reiniertje komen hun nederigheid tonen. Tot slot komt Margaretha terug op de 4000 gulden die ze eerder in de brief noemde. De Leeuw laat weten dat hij ze niet eerder kan betalen dan over een maand. Daar zijn ze mooi klaar mee.

Afsluiting brief

de heer van rheijnsou daer so een brief van
ontfange begeert sijn vloersteen inde haech
salse sijnhEd daer sien te bestelle, en
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

godertge komt en
begeert ick sijn
oot moedige dienst
sal preesenteere aen groote papa en vrage
hoet met groote papa gesontheijt is, en versoecke
dat den heer blansche en jeneken niemant
toch goede sorchge voor groote papa sulle
drage dat hij wel gedient mach worde
Antge en reijniertge preesenteer van gelijcke
haere oot moedigen dienst, den ontfange
de leuw laet mij weete niet Eer de bekende 4000f
te konne betaelle als inde tijt van Een
maent

Tekening van een jongen met een lange jas, knielange broek en laarzen aan. Hij heeft zijn hoef in zijn rechterhand en onder zijn linkerhand een houten schooltas. Links onder nog twee schetsen van beide handen.
Jongen met schooltas, Adriaen van Ostade, 1666. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Johan van Reede van Renswoude
  • 2
    Theologant: Godgeleerde, theoloog

Het water stijgt!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 april 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 5 mei 1680
Lees hier de originele brief

Het is meteen duidelijk wat Margaretha het meest bezig houdt: het stijgende water! Bovenaan haar brief, nog boven de aanhef, schrijft ze het laatste nieuws: het water is vandaag nog zes duimen (16 cm) gestegen. En dan voegt ze er ook maar de ‘oetmoedige dienst’ van Fritsje aan toe. Fritsje zal morgen naar Leiden vertrekken, weer naar Leiden, schrijft ze zelfs.

Brieffragment wassend water en frits

het water is deese dach noch 6 duijm gewasse
fritsge die merge weer
na leijde gaet preesenteer sijn oet
moedige dienst

Ameronge den
14/24 April 1680
[reca. 5 mei]

Mijn heer en lieste hartge

De ‘anderendaegse’ koorts

Margaretha leeft mee met haar Godard Adriaan vanwege de ziekte van ‘Jan de kamerlin’, maar ze is zelf ook ziek geweest. Ze heeft de ‘anderendaegse’ koorts gehad met een zeer zware verkoudheid. In principe is ‘anderdaagse koorts’ een aanduiding voor malaria, maar Margaretha heeft het niet alleen over verkoudheid, ze klaagt ook over aanhoudende hoest. Misschien toch een flinke griep?

Brieffragment ziekte

wt uhEd aengenaeme vande 17 deeser sien ick met leet
weese dat ijan de kamerlin so sieck blijft legge sonde
datter beeterschap voor hande is, twijfele niet of het
moet uhEd seer inkomoodeere dat mij bekomert
wenste deselfve daer Een bequaem man kost krijge
op dat hij niet ongedient mocht weesen, ick heb
den anderendaechse koorts met Een seer swaere
verkoutheijt en hoest gehadt de koortse heeft mij
al Eenige tijt verlaete en de hoest is het swaer
=ste ock over daer de heere voor gedanckt moet sijn

Een dokter bezoekt een zieke vrouw op haar ziekbed. Naast het bed staat een po. Een hondje blaft naar de dokter. Achter hem staan vier personen, waarvan er een in een glas kijkt.
Ziekbed, Abraham de Blois naar Jan Havicksz. Steen, 1679-1726. Collectie Rijksmuseum.

Een nieuw kleinkind

Kennelijk heeft Godard Adriaan geklaagd dat de provisie nog niet aangekomen was. Maar ja, Ursula Philippota lag weer eens in de kraam! Toen het verzoek van Blanche om extra voorraad binnen kwam, stond Margaretha op het punt in de koets te stappen. Margaretha was tien dagen op bezoek bij de kraamvrouw en door haar uitstapje was ze helemaal vergeten om Godard Adriaan zijn proviand te sturen. Maar ze heeft het inmiddels alweer twee weken geleden naar Amsterdam gestuurd en vandaar is het met een ‘hamburchsvaerder’ naar Hamburg gestuurd. Het moet daar inmiddels zijn aangekomen.

Eerste brieffragment provisie naar Hamburg
Tweede brieffragment provisie naar Hamburg

het kraeme vande vrou van ginckel is oorsaeck ick
uhEd proovijsie1Provisie: voorraad niet Eer heb gesonde kreech den
brief van Monseu blansche so ick stont om op
de koets te gaen sitte nm naer Middachte te
gaen, daer ick 10 dage geweest ben, en so haest
ick weer hier quam heb ick al gesonde dat ontbo
=de was het welcke int begin vande voorgaen weeck
naer Amsterdam is gegaen en voorleeden
sondach van daer met Een hamburchs
vaerder is afgevaere so dat geloof het nu

het nu al tot hamburch moet sijn en uhEd
haest sult ontfange, [het doet mij leet Mon]

In een rieten wiegje ligt een baby te slapen, de handjes boven de dekens. Op de kap ligt een doek.
Slapende baby in een wieg, Hermanus Numan, 1754-1825. Collectie Rijksmuseum.

Het weer zit flink tegen

Bijna schuldbewust schrijft Margaretha dat ze op Amerongen weer aan het metselen zijn, maar dat het allemaal niet zo snel en zo goed gaat. Godard Adriaan schreef dat het bij hem zulk mooi weer, nou, ze wilde wel dat het in Amerongen ook zo was. De laatste week hebben de metselaars maar anderhalve dag kunnen werken door de aanhoudende regen. De wegen zijn zo slecht dat er ook al geen stenen op de bouwplaats gebracht kunnen worden.

Niettemin, Margaretha geeft de moed niet op: morgen is het nieuwe maan, hopelijk wordt het weer dan beter.

Brieffragment metselaars en weer

[verwachte te weeten ] wij sijn hier aent
metselen maer vorderen seer weijnich door dit
quaet en onstuijmich weer dat deese ganse
maent lang geduert heeft, kan mij niet ge-
noech verwondere dat Uedele schrijft daer sulck
schoonen weer gehadt te hebbe, ick wenste de
selfve hier eens waert geweest soudt selfs sien
de onmoogelijckheijt, deese week hebbe de metse-
laers weer naulijcks anderhalfve dach konne
wercke sijn telckens uut gereegenst

Een reiger staat op één poot in het water. Het water heeft een lichte rimpeling. Achter de reiger riet en daarboven in de vale lucht en maansikkeltje.
Reiger bij nieuwe maan, Ohara Koson, 1900-1910. Collectie Rijksmuseum.

Een dreigende overstroming

Er is weer een schip met hout aangekomen uit Amsterdam. Margaretha noemt onder andere kruisramen en delen voor het leidak. Het wordt op dit moment gelost en daar is haast mee, want het water op de rivier stijgt snel. De uiterwaarden staan al blank. In de afgelopen nacht is het water acht duim gestegen. Het water nadert de kade die het dorp Amerongen moet beschermen. Voor de dorpsbewoners is het heftig. Veel boeren hebben al vee in het land lopen en dat moeten ze nu weer binnen halen. Maar ze hebben geen voer meer voor hun dieren.

Brieffragment hoogwater

[of weet geen raet met den steenove,] wij hebe
weer Een schip met hout so kruijs raemte als
deelle tot het leij dack en ane hout ick van
Amsterdam gekreechge daer men mee doende is
te losse en men sich mee moet haeste want het
water op de reevier wast so viement dat
meest al de wtter waerde onder staen en is
noch deese nacht over de acht duijm gewasse
het loopt al naer de kaeij wat int dorp is
datse noch hoopen te houden, de mense
klage en kerme dat droefvich is te hoore hebbe
geen voer meer voor haer beeste en moete diese
inde weij hebbe gedaen weer op haelle, [krijn]

In de uiterwaarden doet een kudde koeien zich tegoed aan gras en water. Een boer met in zijn hand een emmer, loopt juist van de kudde vandaan. Op de rivier zeilschepen en roeiboten. Aan de overzijde van het water een dorp met een kerk en rechts een molen.
Grazende koeien in de uiterwaarden, Jan de Visscher naar Jan van Goyen, 1682-1709. Collectie Rijksmuseum.

Geldzorgen

Het eeuwige probleem van Margaretha: geld. Krijn van Kampen is op pad om turf te kopen om de steenoven te kunnen stoken. Maar als hij terugkomt, met turf, dan moet ze die turf betalen en als er weer voldoende stenen, ook de metselaars. Margaretha hoopt dat hij nog een maand weg blijft.

De Haagse kermis

Ursula Philippota is dan wel net uit de kraam, maar Van Ginkel en zij zijn van plan om aan het eind van deze week naar Den Haag te gaan. Het is de Haagse kermis! Ook Willem III was daar een groot liefhebber van. Behalve attracties waren er handelaren die echt van heinde en ver kwamen. Ze hebben gevraagd of Margaretha mee wilde gaan, maar ze vindt dat ze niet weg kan van Amerongen. Ze moet toch echt opletten wat de werklui hier uitspoken! En als het maar even kan van het weer, dan gaat ze toch minstens één maal per dag naar de steenoven. Maar ze begint de jaren inmiddels wel te voelen…

Brieffragment kermis en werk

[valt,] de heer en vrou van ginckel maecke staet int lest
vande toekoomende weeck naer den haech te gaen alwaert
dan kermis sal sijn hadde gaerne dat ick mee ginck
maer salt niet doen kan geen sins van hier uhEd
sou niet geloofve als ick se niet geduerich op de hacke
sit hoet ter toe gaet, tis mij seer gemacklijck dat ick
nu so naer bijt werck ben, want beken dat ick so
wel niet meer voort kan als voor dees, [Evewel alst]

Een prent met een vogelvluchtoverzicht van de kermis in Den Haag met op de achtergrond het binnenhof. Op het plein staan allemaal tentjes opgesteld met een paar brede ruimtes ertussen. Daar paradeert de schutterij. Rechts staat de cavalerie en overal zijn mensen wat aan het doen, onderweg. HEt is echt een kijkplaat.
Haagse Kermis met de prins en prinses van Oranje, Daniel Marot, 1686. Collectie Rijksmuseum.

Een nieuwe brouwer

Zoals gebruikelijk springt Margaretha in haar brieven van de hak op de tak. Ze heeft een nieuwe brouwer bier laten brouwen voor dagelijks gebruik en iedereen is heel tevreden. Het heeft haar 38 gulden gekost en kennelijk vindt ze dat een koopje. Ze zal hem nu ook vragen om bruin bier te brouwen.

Brieffragment bier

[twee mael daechs naer de steen oven,] ick heb ock voor
ons vande nieuwe loenense brouwer wit bier voor onse tafel
laete brouwe dat so Elck seijt heel wel gevalle is, het
heelle gebrout kost mijn 38f daer voor heb ick twee
tonn schoon 8f en 12 tonne 4f bier so dat mij
het 4f bier naulijcks 2f de ton kost, nu sal ick noch
Eens bruijn bier voort volck van ijanpeeterse die hier int
dorp woont laete brouwe [om die swaere reeckenine vande]

Op de voorgrond giet een man bier in een rijtje van zes voor hem liggende vaten. Op de achtergrond bewerkt iemand de vaten in een kuip en worden er spullen in een bootje gehesen.
De bierbrouwer, Christoph Weigel, 1698. Collectie Deutsche Fotothek.

En tot slot ….

In de laatste regels van haar brief schrijft Margaretha dat ze de mest uit het schaapskot uit heeft laten rijden in de boomgaard. En daar moet ‘mijn heer en lieste hartje’ het dan maar mee doen!

dat werck sulle koen, ick heb ock de messe wt het schaeps schot om de boome inde groote en hoochlange boogaert laete rijden 
blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijf 
M Turnor

Brieffragment schapenmest
Donkere ets met rechts nog net zichtbaar een kudde schapen met in het midden een staande figuur, links in de verte een boederijtje met wat bomen en in de lucht een kleine maansikkel.
Schapen op de hei bij nacht, Jacoba de Graaf, 1867-1911. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Provisie: voorraad

Heel veel gedoe

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 20 april 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 28 april 1680
Lees hier de originele brief

Godard Adriaans brief van de tiende april is keurig bezorgd. De brieven die wij hebben van haar aan Godard Adriaan komen nog maar net wekelijks binnen. Wat er aan de hand is weten we niet, Margaretha schrijft ook nauwelijks over brieven die niet aankomen.

Gedoe met de bouwheer

Kennelijk heeft Godard Adriaan in een brief aan de secretaris nog een wijziging voorgesteld. Margaretha geeft aan dat het nu nog kan, maar de metselaars moeten al aanpassingen doen. Ze hoopt wel dat dit de laatste beslissing zal zijn, want vanaf nu moeten ze bij veranderingen “schade maken”. En dat is wat Margaretha niet wil. Om haar man gerust te stellen helpt ze hem even herinneren dat de stal zo lang is dat er 24 à 25 paarden in passen.

Brieffragment stallen

[reca. 28e. April]

Ameronge den 20/10
April 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd meesiefve1Missive: brief vande en 10 deeser sijn
mij ter rechter tijt behandicht, het werck wort
volgens uhEd schrijfvens aende seeckreetaris
gemaeckt waerom de metselaers Een stuck
van Een middel muer hebbe moeten opneeme
hoop het nu bij die laeste reesolusie2Resolutie: beslissing, besluit sal blijf
=ven, ock soudense sonde merckelijcke schade
geen veranderin konne maecken, de stal
sal voor 24 a 25 paerde lanck sijn en tot
aent koets huijs door schieten, [wij hebbe hier]

n een paardenstal maken enkele jagers zich klaar voor de jacht, links een hond.
Paardenstal, Joseph Moerenhout, ca. 1830-1840. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met het vaarwater

Het weer is slecht, dus kunnen ze bij de steenoven maar niet beginnen met het vormen van de stenen. Krijn van Kampen is op weg naar Zwartsluis om turf te halen. Alleen zit Margaretha zo omhoog qua stenen, dat ze zodra er turf is, moet gaan bakken, ook al hebben ze nog maar drie of vier monden steen. Bovendien moeten ze snel zijn, want als het water op de rivier stopt met wassen en weer zakt, dan gaat de vaart (Vaartsche Rijn) bij Utrecht dicht om de sluis te repareren. Dan kunnen er dus geen schepen door. Dus ze heeft meer schippers om turf op pad gestuurd en die verwachten in drie weken weer terug te zijn. Maar ja, maar ja. Het ene gedoe leidt tot het volgende gedoe, want vier schepen turf kost veel geld.

Eerste brieffragment vaarwater
Tweede brieffragment vaarwater

[is dat wij beeter weer sulle krijge,] krijn van
kampe is met t samooreuse3Samoreus: Type lang vrachtschip wt naer swarte

sluijs om turf te koopen tot de steen oven die
wij door gebreck van steen genootsaeckt sulle
sijn so haest wij drij a vier monde vol steen
sulle hebbe af te stoocken, ock sullense so
haest het waeter dat op de reevier weer aent
wasse is, laech wort aende vaert bij wttrech
de sluijs vermaecke en so lang dat duert
sullender geen scheepe door konne vaeren
daer om ick ock noch te Eer om den turf
heb moeten sende die staet maecke binne den
tijt van 3weecken met den turf hier te
sulle sijn, die 4 samoreuse sulle al bij de
1300f aen gelt bedraechge, [oft gebeurde]

Turfschip met daarop drie mannen waarvan er één aan het roer staat. Rechts op de achtergrond een boerenhoeve en de contouren van een kerk.
Turfschip op binnenwater, Gerrit Groenewegen, 1791. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met geld

Margaretha’s grootste zorg is dat als die schepen komen, ze al dat geld niet heeft en ook niet weet waar het geld vandaan zou kunnen komen. Gelukkig heeft ze een plan B en ze hoopt dat Godard Adriaan het ermee eens is.

Binnen de provincie heeft de familie een aantal functies waar ze geld voor krijgen en dat is onder andere geld vanuit de Ridderschap en ook voor het kamelaarschap (functie waarin de geldzaken geregeld worden) voor de Lekdijk. Dit geld gaat kennelijk rechtstreeks naar Van Beusinchem, maar Margaretha weet dat het er is. Haar belangrijkste zorg nu is dat de steenvormers doorwerken, die krijgen elke veertien dagen 200 tot 250 gulden. De smeden willen ook geld, maar die moeten maar even wachten.

Eerste brieffragment geld
Tweede brieffragment geld

[1300f aen gelt bedraechge,] oft gebeurde
dat ick opt aenkoome van selfve so veel
gelt niet in kreech gelijck ock voor de hant
niet sien waert van daen sou koome hoop
uhEd niet qualijck sal neemen ick het
gelt dat onder beusekom leijt en hij onsen
weege vande ridderschap en de kamelaer
vande leckendijck heeft ontfange, licht,
so het volck aent vorme vande steenblijft
moeter alle 14 dage ontrent de 200f en 250f
tot de steen ove
weese behalfve het ande volck, de smits

loopen ock ock om gelt dan die moeten noch wat
wachten

Magistratenkussen van tapijtweefsel met het gekroonde wapen van Utrecht en de inscriptie "L.D. Bovendams" Lekdijk Bovendams en het jaartal 1706.
Kussen met het wapen van het waterschap Lekdijk Bovendams, anoniem, 1706. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met de kerkenraad

De fittie met de kerkenraad begint behoorlijk uit de hand te lopen. Zowel Margaretha als de kerkenraad winnen juridisch advies in. Margaretha’s adviseurs, je verwacht het niet, zijn het natuurlijk helemaal met haar eens: de kerkenraad had absoluut het recht niet om die arme Evert de Wael aan te klagen. Alleen lijkt Evert de Wael helemaal verdwenen te zijn uit het verhaal. Juridisch adviseurs zijn er daarentegen des te meer: burgemeester Jacob van der Dussen van Utrecht en de kersverse procureur-generaal van het Utrechtse hof: Everard Becker. Ook syndicus (juridisch ambtenaar) Gerbrand Schagen uit Wijk bij Duurstede bemoeit zich ermee.

Margaretha vindt het in ieder geval allemaal maar lastig. Zonder Godard Adriaans toestemming doen ze niets, dus hij krijgt alle gegevens toegestuurd.

Eerste brieffragment kerkenraad

[is dit int werck stelle,] versoecke niet

qualijck te neemen ick uhEd hiermeede weer moeijlijck valle
dewijlle het Een werck is dat ick over mij niet derfve neeme
te meer om dat de heer van ginckel hier wat swaerhoofdi
in is meent het wat luijt roepe sal, de Advokaten segge
alle drij dat het vrij te ver vande kerckenraet gegaen is
en geensins hoort geleeden te werde, ick heb met de
laeste post uhEd kopije wt den brief van becker ge
sonde waer wt deselfve kan sien op wat manier mer hij
en vande dusse meent men behoorde te proosedeere,van
die opijnie is ock schage , wij sulle sonde hier iets verder
in te doen uhEd beliefve verwachte, [ons fritsge is met]

Een hoog gebouw met vier grote deuren en twee kleinere deuren en twee luiken naar de kelder. Op de eerste en tweede verdieping zitten ramen. Boven de rechter deur hangt een duiventil. Het gebouw heeft een zadeldak en op de schoorsteen zit een ooievaar. Op het ommuurde plein voor het gebouw zijn verschillende mensen in gesprek.
Gezicht op het Provinciaal Gerechtshof in de hoofdgebouwen van de voormalige St.-Paulusabdij te Utrecht, vanaf het voorplein uit het zuiden, C.C.A. Last, ca. 1550-1650. Collectie Het Utrechts Archief.

Gedoetjes

Margaretha eindigt haar brief met een paar ongerelateerde “gedoetjes”. Het eerste is eigenlijk helemaal geen gedoe: maar Frits heeft paasvakantie! Hij is met de praeceptor naar Middachten. Hij schijnt redelijk te wennen aan Leiden en ook de relatie met professor Spanheim lijkt goed. Die schrijft wel dat Frits nog maar aan het begin van zijn leerloopbaan staat.

Als het geen hoog water meer wordt, dan kan het zijn dat het goed komt met het koren in het Spijk. De provisie die Godard Adriaans trouwe metgezel Isaäc de Blanche heeft besteld, is scheep (aan boord) en vertrekt morgen van Amsterdam naar Hamburg.

Brieffragment afsluiting

[in te doen uhEd beliefve verwachte,] ons fritsge is met
de vakansi van paesche met sijn presepter nae Mid=
dachte, seijt tot leijden al te wennen en tot den
heer spanheijm weel te mooge weese, maer tis noch
vroech hij sal noch Eerst beginne sijn ordere vande leer
=re volgens t schrijfve vande heer spanheijm, het
koorn inde spijck hoopt me dat noch voort meerendeel behoude
sal sijn, so der maer geen waeter meer komt, daer men
weer voor vreest, de proovijsie die Monsu blansche heeft
ontboode is scheep en sal merge van Amsterdam op hambur
afvaere hoop het wel sal overkoome, blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Prent van een haven waar heel veel zeilschepen liggen. Op de voorgrond een aanlegsteiger met daarop twee kraanconstructies die net boven de masten uitkomen. Rechts ligt een schip bij de kraan.
Gezicht op de twee haven- of scheepskranen in het IJ te Amsterdam, Anoniem, 1693-1694. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Missive: brief
  • 2
    Resolutie: beslissing, besluit
  • 3
    Samoreus: Type lang vrachtschip

Nog een kleindochter erbij

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 april 1680 Middachten
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 14 april 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha schrijft deze brief uit Middachten, en dat is niet voor niets: maandag is Philippota bevallen van een gezonde en welgeschapen dochter! Cornelia Willemijn is gisteren gedoopt in de kerk in het nabijgelegen Ellecom. Nu het vastentijd is wordt daar sowieso elke vrijdag gepreekt. Cornelia Willemijn is vernoemd naar een zuster van Godard Adriaan, en een jong overleden broertje van Philippota.

Brieffragment nieuwe kleindochter

[reca. 14 april]

Middachte den
6 April 1680
Mijn heer en lieste hartge

met de laeste post heb ick geen briefve van uhEd
gehadt so dat de laeste is geweest vande 20 maert
, ick ben voorleeden maendach hier gekoome al
waer de vrou van ginckel dien nacht van
Een gesont en wel geschape dochter was ge
leechge, dewelcke gistere merge inde kercke
tot Elckom1Ellecom, 2 km ten noordoosten van kasteel Middachten daer me nu inde vaste sijnde, alle vrij
dage preeckt sij haer kristlijcke doop heeft
ontfange met de naem van korneelia
wilmijna2Cornelia Willemijn, naer uhEd suster de vrou van
wulfve3Cornelia Elisabeth van Reede (overleden in 1666) en de broer vande vrou van ginckel
sali4Willem van Raesfelt (ca. 1649-1652), sali met de krabbel staat voor zaliger [de heere almachtich wilse in alle]

Tegen een heuvel ligt een kerk met een paar huizen en wat boerderijen. Op de heuvel begint het bos, op de voorgrond wat bomen en een weiland. Rechts voor staan twee mannen te praten die allebei een hond bij zich hebben.
Dorpsgezicht in Ellecom – 1743, Hendrik Spilman, 1745. Collectie Rijksmuseum.

Eindelijk mooi weer

Het gaat prima met moeder en kind, God zij dank. Als het zo blijft, hoopt Margaretha volgende week wel weer naar Amerongen te kunnen, om te zorgen dat het werk daar door blijft gaan. Het is de hele week mooi weer geweest, dus hopelijk zijn de wegen nu een beetje opgedroogd.

Brieffragment moeder en kind
Brieffragment droge wegen

[kristelijcke deuchde laet opwassen,] het
kint en de kraemvrou sijn heel wel naer
den tijt daer wij godt niet genoech voor
konne dancken, soot so blijft hoope ick inde
toekoomende weeck weer naer Ameronge te
gaen, en ons wercke so veel vorderen alst

moogelijck is, wij hebbe aldeese weeck seer schoon
en warm weer gehadt hoope dat de weechge
wat sal doen op droochge [den heere steen]

Gravure van een vrouw met een gebakerde baby op de arm. Een oudere vrouw heeft haar linkerhand op de borst van de baby en heeft de wijsvinger van haar rechterhand omhoog. Achter de jonge vrouw staat een wieg. Links op de achtergrond staat een deur open en zien we een dorpsgezicht
Moeder toont een pasgeboren baby aan een bejaarde vrouw, Jan Luyken, 1712. Collectie Rijksmuseum.

Promotie in zicht?

Van het leven naar de dood: Ludolf van Steenhuizen is overleden, en Johan de Bye, heer van Allebrantsweerd, ligt op sterven. Godard van Ginkel kan nu solliciteren naar de functie van Ludolf van Steenhuizen, die luitenant-generaal van de cavalerie was. Hij twijfelt nog of hij in persoon naar Den Haag zal gaan, of gewoon prins Willem III zal schrijven. Margaretha vind het spannend, want ze vreest concurrentie van kolonel Johan Thibault Webbenom, die een streepje voor lijkt te hebben.

Brieffragment promotie

[wat sal doen op droochge ]den heere steen
=huijse5Ludolf van Steenhuizen luijtenant generael va de kavaelijerijcavalerie is
overleeden, de heer van Albrantswaert6Johan de Bye
seijtmen dat leijt en sterft, door dEerst
sijn doot sal de heer van ginckel weer Een
solisitant moete sijn omt luijtenantgenee
raelschap hij staet in beraet of selfs daer
=om naer den haech wil gaen of daerover
aen sijn hoocheijt schrijfve, mij sal verlange
hoet hier mee sal gaen vreese webbenom7kolonel Johan Thibault Webbenom
inde voorbaet sal sijn, [dus verde int]

Op de voorgrond allemaal ruiters die bezig zijn om in formatie te komen met behulp van een trompetter. Op de achtergrond verschillende legereenheden, een tentenkamp en op de achtergrond een ommuurde stad waar op verschillende plekken rookpluimen hangen.
Cavalerie maakt zich klaar voor de belegering van een stad, Sebastien Leclerc (II), 1673-1693. Collectie Rijksmuseum.

Koorts

Terwijl ze zit te schrijven komt er net een brief van Godard Adriaan binnen, van 27 maart. Daar zat ze al op te wachten, want de laatste was van 20 maart. Helaas leest ze dat Godard Adriaan ziek is. Ja, ja, de zachte (‘weeke’) winter en het onstuimige weer in maart, daar werd je snel ziek van. Zelf heeft ze het ook te pakken gehad, en daar wijdt ze nu eens flink over uit. Ze was drie weken lang niet lekker en heeft de ‘anderdaagse’ koorts gehad. De koorts duurde telkens een heel etmaal en liep dan hoog op, zodat ze tussen twee aanvallen in nauwelijks tijd had om bij te komen. Nu gaat het wel wat beter.

Brieffragment koorts

[te sien deselfve niet wel is], deese weecke
winter en onstuijmige maert veroorsaeckt
veel sieckte, ick ben ock bij de 3 weecke heel
niet wel geweest heb den anderendaech
=se koorts gehad die mij meer als 24
Euren aen Een kontiniweerde en so ver
=roochde8verrooken: verdampen, verhitten dat ick weijnich reespijt tuschen

beijde had, nu heeft mij de koorts verlaete en
begin weer bij te koome, [ben met uhEd bekomert]

Tekening van een vrouw die met haar hoofd tegen een hoog opgeklopt kussen ligt.
Saskia ziek te bed, Rembrandt van Rijn, 1693-1700. Collectie Rijksmuseum.

Emoties

Het lijkt er op dat het zojuist binnengekomen bericht van haar man iets bij de net van de koorts herstelde oma getriggerd heeft. Ze laat zich aan het einde van haar brief wat meer van haar kwetsbare kant zien. Niet vreemd, zo bovenop de emoties rond de bevalling en de spanning om haar zoons carrièrekansen. Ze maakt zich zorgen over haar man en verlangt al naar de volgende post. Het maakt haar verdrietig dat ze zo ver van elkaar zitten, vooral als Godard Adriaan iets ernstigs zou overkomen. Moge God hem ‘goede beterschap’ geven!

Brieffragment emotionele Margaretha

[begin weer bij te koome,] ben met uhEd bekomert
sal seer naer de naeste post verlange tis
bedroeft als uhEd wat overkomt dat men so
ver van Een is de heer almachtich wil de
selfve goede beeterschap geefe, inwiens be=
scherminge uhEd beveelle blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor
de raetsheer ripperda9George Ripperda
de heer en vrou van ginckel
preesenteere haeren dienst aen uhEd

Alcyone bidt voor de veilige terugkeer van haar geliefde Ceyx, geknield voor een altaar van Juno. Op de achtergrond Iris die als een boog aan de hemel naar het paleis van de Slaap gaat. Hij moet er voor zorgen dat Alcyone droomt van de pas gestorven Ceyx en zo verneemt wat er gebeurd is. In de marge een vierregelig onderschrift, in twee kolommen, in het Latijn.
Alcoyne bidt voor de veilige terugkeer van Ceyx, Crispijn van der Passe, 1602-1607. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Ellecom, 2 km ten noordoosten van kasteel Middachten
  • 2
    Cornelia Willemijn
  • 3
    Cornelia Elisabeth van Reede (overleden in 1666)
  • 4
    Willem van Raesfelt (ca. 1649-1652), sali met de krabbel staat voor zaliger
  • 5
    Ludolf van Steenhuizen
  • 6
    Johan de Bye
  • 7
    kolonel Johan Thibault Webbenom
  • 8
    verrooken: verdampen, verhitten
  • 9
    George Ripperda

Voorjaarsdipje

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 9 maart 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 17 maart 1680
Lees hier de originele brief

Een ultra korte brief dit keer. Dat is een trendbreuk in de rij van lange brieven waar ze 1680 mee begonnen is. Voorjaarsdipje? Of stond alles al in de lange brieven van 26 februari en 2 maart? Heel veel is er nu ook niet te melden van uit Amerongen. Des te meer uit Berlijn, want tot Margaretha’s opluchting heeft haar man in zijn brief van 28 februari laten weten dat het nu helemaal goed met hem gaat. De ziekenboeg aan het keurvorstelijke hof loopt leeg, want ook Keurvorst Friedrich Wilhelm van Brandenburg is gelukkig weer verlost van zijn jicht.

Brieffragment keurvorst en zijn jicht

[reca. 17en Martij]
Ameronge den
9 maert 168

Mijnheer en lieste hartge
tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 28 febrijwa
te sien deselfve weer wel is, hoope het lange sal konti
niweeren tot salicheijt, dat men heer de keurvorst
aende beeter hant is, is mij van harte lief hoope
hij nu volckoomene gesontheijt sal hebbe ,

Op een stoel op wieltjes zit een man met ingezwachtelde benen. Er komt een jonge man aan met een dienblad, de heer in de stoel lijkt niet blij. Het vuur in de haard is hoog opgestookt.
Man met jicht krijgt eten geserveerd voor de openhaard, Jan Luijken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Leidse lasten

Een beetje zorgen maken beide grootouders zich om het Leidse avontuur van kleinzoon Fritsje. Over de hoogleraar theologie Frederik Spanheim, bij wie Fritsje samen met zijn huisonderwijzer in de kost zal gaan, heeft Godard Adriaan helemaal geen goede verhalen gehoord. In ieder geval zullen ze er bepaald niet gratis zitten: 1200 gulden per jaar! Maar het is zoon Godards keuze. Die is nog steeds van plan ze over 8 of 10 dagen daarheen te sturen. Nou ja, ze zullen vanzelf ondervinden hoe het bevalt.

Brieffragment onderwijs fritsje

tgeene uhEd vande heere spanheijm belieft te schrij
doet mij leet men heeft ons hier heel ander van
hem doen geloofve, en is de heer van ginckel
gereesolveertbesloten frits met sijn presepter1praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur bine
8 a 10 dage derwaerts2daarheen te sende, sij moetent
besoecken3onderzoeken, beproeven tis waer tis veel en alteveel voor
voor Een kint met sijn preesepter 1200f sijaers

Portret van theoloog Frederick Spanheim Jr. zittend met een boek in zijn hand en een zakhorloge naast hem op tafel.
Portret van theoloog Frederick Spanheim Jr., Abraham de Blois (naar Willem van Mieris), 1683. Collectie Rijksmuseum.

Storm, wind en regen

Na vier dagen mooi droog weer, zitten ze in Amerongen nu al weer een poosje in de storm- en regenvlagen. De wegen zijn onbruikbaar en voorlopig kan er even niks gedaan worden. Maar zodra het weer het toelaat….

Brieffragment over het weer

, wij hebbe hier Een dach of vier schoon drooch
weer gehadt maer nu weer niet als storm win
en reegen so dat de weege noch onbruijckbaer
sijn en wij met geen werck voort konne so haest
het weer toelaet salder niet versuijmt worden,

Landschap met op de voorgrond boeren die land bewerken en hout sprokkelen en ruiters op een weg. In het verschiet een stad en bergen. Er valt regen uit donkere wolken. Verbeelding van de maand Maart. Prent uit een serie van de twaalf maanden.
Maart, landschap met een regenbui, Andries Jacobsz. Stock (naar Jan Wildens), 1614. Collectie Rijksmuseum.

Geen kalk te koop

Er is in Amsterdam nauwelijks kalk te krijgen, want het is gewoon nog niet binnengekomen. Temminck heeft opdracht om in te slaan als er tegen normale prijs iets beschikbaar komt. Nu is het nog te duur, dus Margaretha wacht liever nog twee of drie weken af. Ze kunnen zolang nog wel even zonder. Trouwens, als Van Heeteren de nieuwe ordonnantie binnen heeft, zal Margaretha die bij ontvanger De Leeuw gaan innen en een flinke som aan Temminck geven. Daar kunnen de wissels van Godard Adriaan dan weer uit voldaan worden.

Eerste brieffragment over kalk
Tweede brieffragment over kalk

de kalck tot Amsterdam is ock al voor lang
aen teminck last gegeefve om in te koopen
maer is noch weijnich tot Amsterdam aengeko

en ock noch te dier4duur van prijs, het sal in 14 dage
a 3 weecke wel beeteren, so lange konnen wij
die noch missen. Als van Heeteren de ordinansi
ter som van 4000f sal bekoomen hebbe sal ick de
peninge bij den ontfanger de leuw5De Leeuw ontfange en
Een goede som daerwt aen teminck tot be
taeline van uhEd te treckene wissels en ander behoefticheede
senden, [de heer en vrou van ginckel sijn weer]

Gezicht in perspectief op de Oudeschans vanaf het IJ. Op de voorgrond de Kikkerbilssluis. Links het 's-Gravenhekje, rechts de Kalkmarkt. In het midden de Montelbaanstoren , links daarachter de toren van de Zuiderkerk.
Gezicht op de Oude Schans, J. Smit, 1702-1720. Collectie Stadsarchief Amsterdam. Rechts de kalkmarkt.

Bijna kraamtijd

Godard en Phillipota zijn weer naar Middachten. Phillipota gaat bijna bevallen! Margaretha hoopt dat God hen maar weer een gezond en welschapen kind mag geven.

Brieffragment over zwangere Philippota

, de heer en vrou van ginckel sijn weer
naer Middachte, haerhEd tijt om te kraeme
sal nu haest aenschieten godt wil ons Een
gesont en wel geschaepe kint verleenen,

Links een man in een bruine kamerjas met daaronder een wit hemd, die een ronde fles omhoog houdt en er naar kijkt. Daarnaast een blanke jonge dame met opgestoken haar een ruimvallende lichte jurk en daarover een rode mantel. Ze is duidelijk zwanger, haar arm rust op haar buik. Achter haar een oudere vrouw in het donker gekleed met een tas aan haar arm. Ze houdt alles in de gaten.
Een arts controleert de urine van een zwangere vrouw, 18e eeuws, Nederlands. Bron: Wellcome Collection.

Niets meer te zeggen…

Dan is de inspiratie al weer op. Na de mededeling dat de Ridderschap van Utrecht inderdaad Everard Becker heeft voorgedragen voor de post van procureur-generaal, sluit ze maar af “voort weet niet meer te zeggen”. Ho, wacht, dan komt na de handtekening toch nog een nieuwtje: De lijfarts van Willem III, Petrus Augustus Rumpf is overleden. Maar dat zal Godard Adriaan wel al gehoord hebben.

Brieffragment over de lijfarts van Willem III

[hebbe] voort weete niet meer te segge als
dat ick ben

Men heer en lieste hartge
uhEd gebo getrouwe wijff
M Turnor
de doot van
docktoor romph6Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden
sal uhEd hebbe verstaen

  • 1
    praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur
  • 2
    daarheen
  • 3
    onderzoeken, beproeven
  • 4
    duur
  • 5
    De Leeuw
  • 6
    Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden

Zieke mensen, kreupele paarden en ongeschikt hout

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 februari 1680 Utrecht
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 3 maart 1680
Lees hier de originele brief

Godard Adriaan was ziek en Margaretha heeft zich zoveel zorgen gemaakt. Zoveel dat andere mensen dat zullen bevestigen. Gelukkig gaat het nu weer goed met Godard Adriaan. Margaretha hoopt Godard Adriaan gezond blijft en ook weer bij haar thuis komt. Het moet wel heel lastig voor Godard Adriaan geweest zijn, dat ook zijn trouwe Jenneke ziek was. Hopelijk gaat met haar ook weer beter.

[reca. 3e. Martij]
wttrecht den 26/16
febrijwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd briefve vande 7 en 14 deeser heb ick deese
verleede
weeck ontfange, het doet mij leet wt de laeste te sien
uhEd niet wel sijt geweest, maar verblijt mij weer dat het
beeter is en hoope het weer wel sal sijn, tis of mijn geest ge
tuijcht heeft, de heer en vrou van bransenburch1Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye als ock onse soon sal
konne segge hoe ongerust ick recht om die tijt dat uhE
niet wel waert, was, de heere hoope ick sal deselfve voort
in gesontheijt behoude en bij ons weer laete koomen, mij
ijamert ock jenken niemans en geloof uhEd om haer sieckte
al seer verleege sijt geweest hoope sij ock weer wel sal
sijn, [ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou]

Brieffragment ziekte Godard Adriaan en Jenneke
Een bleke pop van een vrouw met een strak lijfje, smalle taille en een wijde geruite rok met een geruit schort. Op haar hoofd draagt ze een kap.
Pop, voorstellende een eenvoudige vrouw (meid?), anoniem, ca. 1750. Collectie Rijksmuseum.

Paardenmarkt

Margaretha is in Utrecht en daar is de paardenmarkt. Zoon van Ginkel had al aangegeven dat hij paarden wilde kopen, en ook Margaretha zelf zal kijken of ze een paar paarden kan verkopen of anders kan ruilen tegen koetspaarden. Ze wil vooral af van de schimmel van Godard Adriaan met het dikke been.

Brieffragment plannen paardenmarkt

[sijn,] ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou
van ginckel den Eerste komt hier op de paerde mart, sal
sien den witte diet been noch seer dick heeft met noch
twee van onse bou of kar paerde die niet bij sonders sijn
te verkoope of verruijlle en weer twee koetpaerde voor
mijn inde plaets te krijgen, [ick heb gistere avont met]

In een open koets zitten een dame en een heer, de twee schimmels voor de koets steigeren, bij het achterwiel staat een jongen in lompen. Links het koor van een kerk, rechts op de achtergrond de kerktorens van een stad.
Jongetje bedelend bij de koets van een elegant paar, Gesina ter Borch, 1660-ca.1685. Collectie Rijksmuseum.

Geld en hout

Secretaris Van den Doorslagh is meegereden naar Utrecht en is door gegaan naar Amsterdam om van alles met Schut te over leggen. Bovendien brengt hij geld naar Temminck die dan weer wissels voor Godard Adriaan kan regelen. Dat betekent wel dat Margaretha nu zonder geld zit, dus Godard Adriaan moet maar weer een ordinantie regelen.

Schut heeft trouwens gezegd dat hij alleen hout kan kopen met contant geld. En er is veel hout nodig: voor onder de leien daken van de paviljoens, de kruisvensters moeten nog gemaakt worden en er zijn nog deuren nodig. Schut moet maar even kijken of ze nog iets kunnen met die 24 blokken die nog bij de zaagmolen liggen. Misschien kunnen die op het dak van de stal. En daarvoor heeft ze ook 13.000 blauwe dakpannen besteld: 25 gulden per duizend pannen.

Eerste brieffragment hout en pannen
Tweede brieffragment hout en pannen

, meester schut schrijft ock dat het tot serdam2Mogelijk Zaandam? en Amsterdam
teegenwoordich so kluchtich is dat hij daer geen hout kan
koopen als met kontant gelt, en wij moete noch droochge deele

om ondert pannedack leijdack te legge en hout tot kruijs
raemte inde pavelijoens en tot de deure hebbe, dat noch
al wat bedraechge sal, of ick heb aen schut belast
dat hij sal sien of hij de saech blocke die noch tot
24 int getal tot Amsterdam van ons legge en
so hij seijt onbequaem sijn voor ons te verwercke
kan teegens deelle om op de stal te legge verwis
=selen [en de seekreetaris belast te sien of dit]

in het midden een breed gebouw met hoge boogramen en -deuren. Het heeft geen verdieping maar in het pannendak zitten drie koeken. In het midden staat een klokkenstoel. Aan weerszijde van het lange gebouw staat een vierkant gebouw met twee verdiepingen en een pyramidedak met leien. Elk dak heeft een koekoek en boven op de punt staat en schoorsteen. Voor het middelste gebouw ligt een vol terras waarom de mensen genieten van de laagstaande avondzon. Op de achtergrond bomen in herfstkleuren rondom een weidelandschap. Helemaal op de achtergrond de glooiing van de Utrechtse Heuvelrug.
Stallen met aan weerszijde een paviljoen bij Kasteel Amerongen, 2025. Foto: Annemiek Barnouw. Duidelijk te zien zijn de pannen op de stallen en de leien op de paviljoens.

Rekenmeester en Procureur-generaal

Het rekenmeesterschap begint een soort soap te worden: iedereen draait nog steeds om elkaar heen. Godard Adriaan heeft al voor hij weg ging advies gegeven, maar kennelijk heeft Willem III nog steeds niets geregeld. Volgens de tamtam zal het waarschijnlijk Van der Straten3Willem van der Straaten worden. Kan Godard Adriaan de heer van Dukenburg4Carel Valckenaar niet melden dat hij Van der Straten voorgedragen heeft? Dan kan hij dat ook doen.

Oh, en procureur-generaal Van Wesel is ook overleden. Heel zielig allemaal, zijn weduwe met zes kinderen, maargoed ook díe functie komt vrij en daarvoor heeft Van Ginkel Everard Becker aangeraden. Dat zullen ook de heren van Zuylestein en Bergestein doen, maar het blijft toch afwachten wat Willem III daarmee doet.

Brieffragment procureur generaal

den goede prockereur geneerael weesel heeft het aff
geleijt en is inde voorleedene weeck met volle verstant gestorfve laet
Een bedroefde weeduwe met ses kindere naer
die mij haermans b doot door haer brief heeft verwit
=ticht en haer kinderen in uhEd gunst seer reecko
=mandeert ick heb haer den rou weesen beklagen,
vont se wtneement bedroeft, de heer van ginckel
heeft becker aen sijn hoocheijt gereeckomandeert,

Rond een bed staan diverse mensen. Een vrouw heeft haar arm om het hoofd van de man in bed geslagen. Aan het voeteneind staat een man in het zwart. Op een tafel voor het bed staan diverse kannen.
Dood van een man, Moses ter Borch, ca. 1662 – voor 1667. Collectie Rijksmuseum.

Nog een keer de paardenmarkt

Kennelijk schrijft Margaretha in etappes, want inmiddels is Van Ginkel terug van de paardenmarkt. Hij was niet succesvol. Alle goede paarden worden door de Fransen opgekocht en voor de minder goede paarden betaalt men niet genoeg. Daar begint Margaretha niet aan, ze moeten maar zien hoe ze het redden.

 Brieffragment resultaat paardenmarkt

[verwachte wat daer van sal koomen,] de heer
van ginckel heeft noch int koope vande paerde voor
mij niet konne te rechte koome goije paerde sijn heeft
dier en worde door franse seer op gekocht, en die
wat aen gebreecke kan men voor geen gelt quijt
worde, voor uhEd wit of grau paert met het
dick been durfvense 5 rijxsdaelders bieden,
wij moeten sien hoe wijt maecke konne daer
geen dienst van trecke, hier meede blijf
Men heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Een man in een beige pak heeft zijn hoed en zijn zweep in zijn rechthand. Met zijn linker hand houdt hij een schimmel met bruine vlekken die opgetuigd is vast. Het paard stapt vooruit.
Ruiterportret, anoniem, 1700-1799. Collectie: Kasteel Amerongen.
  • 1
    Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye
  • 2
    Mogelijk Zaandam?
  • 3
    Willem van der Straaten
  • 4
    Carel Valckenaar

Resthout en kwaliteitshout

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 14 februari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 26 februari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha valt maar weer eens gelijk met de deur in huis: ze is blij met de ingeleide procuratie (machtiging) want nu kan secretaris Van den Doorslag bij de leenkamer in Arnhem het aangekochte land overschrijven. Dit is interessant, want een machtiging zijn we nog niet eerder tegen gekomen. Bovendien gaat deze machtiging naar de secretaris en niet naar Margaretha. Eigenlijk zie je dat Margaretha volledig handelingsbekwaam wordt geacht: ze regelt de financiën van haar man als hij op missie is, ze beheert het budget voor de herbouw van het huis en ze koopt en verpacht land. Maar voor dit laatste stukje, de officiële overschrijving, is er toch een machtiging nodig. Of Margaretha niet zelf kan of wil weten we niet. Ook niet of zij zonder machtiging naar de leenkamer had gekund, maar kennelijk kan zij de secretaris niet machtigen.

Brieffragment over ingeleide procuratie

[reca. 26.februarij]
Ameronge den 14/4
febrij 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd aengenaeme vande 21/31 pasato en 4 febrijwa heb ick deese
weeck met de ingeleijde proockuraesie ontfange,
daer de seeckreetaris meede naer Aernhem sal gaen ,

Op de voorgrond een uitgesleten karrenpad. Het graanveld rechts ligt boven de weg. Helemaal rechts een boom. Links op de achtergrond de kerken en torens van Arnhem.
Gezicht op Arnhem, Aelbert Cuyp, 1630 – voor 1651. Collectie Rijksmuseum.

Pachters

Margaretha gaat vervolgens in op het aangekochte land (van Cornelis Verweij), maar ze vertelt ook hoe het staat met de verpachting van de verschillende stukken land. De verpachtingen verlopen moeizaam: ze kan geen mensen vinden die het voor het bedrag waarvoor ze grond en boerderijen eigenlijk zou willen verpachten. Het zijn zware tijden.

Brieffragment over pacht

[Eijgen is,] de lange waert is alsnoch aen ons soot
blijft sulle wij die moeten hoeijen, konent voor
Een ijaer besoecken, men kant niet geloofve hoet
hier met de landerijen gaet daer sijn so weijnich
schaeren dat ick vrees genootsaeckt te sulle sij
noch beeste ge moete koope omt sant te bescha
=eren, de bouwerij oft huijs van joost van omeren
daer wij gewoont hebbe te kan ick noch niet verhu
=eren ock de bolle niet daer so weijnich voor ge=
boode wort dat ick gereesolveert ben noch al
Een ijaer te talmen en sien wat daer van kan
maecke, [nu ick mijn reecknin op heb gemaeckt]

Tekening van een boerderij, links het woondeel met een pannendak, rechts het schuurdeel met een strodak. Het geheel lijkt nogal vervallen. Voor bij een perkje met plantjes zit een vrouw die een geit of een bok aait.
Boerderij, Jacob Constantijn Martens van Sevenhoven, 1810-1860. Collectie Centraal Museum.

Dagje Amsterdam

Hoewel het nog erg vuil weer is, zal er binnenkort weer hard gewerkt worden, dus Margaretha zou het fijn vinden als Godard Adriaan even naar de voorstellen kan kijken. Uiteindelijke heeft Margaretha de uitnodiging om naar Amsterdam te gaan toch aangenomen, alleen heeft ze er natuurlijk weer een nuttig bezoek van gemaakt. Ze is bij Temminck en bij Schut geweest en met de laatste heeft ze het vooral over hout gehad. Hij had nog geen opdracht gehad om hout te kopen voor onder het leien dak, dat heeft Margaretha hem dus nog maar even gegeven.

Eerste brieffragment over Amsterdam
Tweede brieffragment over Amsterdam

ick heb uhEd met de laeste post geschreefve dat
de heer en vrouwe van bransenburch en ginckel
hier sijnde seer begeerde ick met haer Een keer nae
Amsterdam soude doen het welcke wel gemeent
hadt te Exskuseere maer kost het niet afweese
ben met daer Eenen dach geweest, alwaer
teminck en schut heb gesproocke van al onse
affaerees, den laeste seijde tot dien tijt geen
last te hebbe om Eenich hout te koopen ijae
selfs niet tot de deelle die ondert leijdack
moete sijn, en nootsaecklijck droochge deelle
moeten weesen

heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope

Gezicht van de Amstelbomen op de Blauwbrug. Links de kop van de westelijke stadswal met twee bakens, daarachter huizen aan de Binnen-Amstel. Achter de brug van links naar rechts drie gevels aan de Zwanenburgwal, het Diaconieweeshuis en een rij woonhuizen tussen de Amstel en de Zwanenburgerstraat.
De Amstel bij de Blauwbrug, Jan van Kessel, 1664. Collectie: Stadsarchief Amsterdam. Het vijfde huis van rechts voor het open erf werd gebouwd door Hendrik Schut en door hem bewoond.

Resthout

Daarnaast hebben ze overlegd wat te doen met de 24 blokken hout die nog bij de zaagmolen liggen. Margaretha denkt dat ze er te weinig geld voor krijgt, dus ze kunnen ze altijd nog gebruiken onder het pannendak of anders voor de boeren huizen die ze nog in het dorp moeten timmeren.

Brieffragment over resthout


[heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope]
en overleijt wat men verders met de 24 blocke
hout die daer noch aende saech moolle legge sal
doen, verstaen dat die niet meer als 9 a 10
f, het stuck konne gelde dat mijns oordeels
veel te weijnich is, heb hem geseijt die noch te
houde, en voor Eerst daer wt te saechge de
latte die ondert panne dack van noode sule
sijn, het overijge sal ons so die niet bequaem
sijn tot deelle tot de solderin vande stal, wel
tot boere huijse die wij noch int dorp sulle
metter tijt moete timere wel te pas koome
, sulle, [dat den heere keurvorst uhEd so veel]

Een grote groene molen tegen een stedelijke achtergrond. Voor de molen liggen allemaal planken, balken en stammen.
De paltrokmolen “de Kieviet” aan de Zaagmolensloot (later Gerard Doustraat), F.W. Zürcher, ca. 1875-1883. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Kwaliteitshout

Margaretha is zeer content met de hoeveelheid hout die van de Keurvorst van Brandenburg komt. Ze hoopt alleen wel dat het kwaliteitshout is: gaaf en zonder knoesten. Schut waarschuwt ook dat ze recht gezaagd moeten worden, want als er bij het kantrechten (het recht zagen of hakken van de bolle kanten van de stam) niet opgelet wordt, verlies je veel hout! Ze is al bezig met de vloer van het salet (de grote zaal): er zijn meer planken nodig dan de breedte van de zaal, want de planken zullen nog krimpen.

Brieffragment over kwaliteitshout

[, sulle,] dat den heere keurvorst uhEd so veel
pruijse deelle heeft verEert sal ons heel wel
koomen hoope die gaef en sonder knoeste sulle
sijn, schut seijt ock dat imers en voor al wel
dient gelet te worde dat de pruijse deelle
recht gesaecht worde want dat die anders te
veel int kant rechte vande selfve verliese
daer sulle ock al Eenige meer als tot het
belegge van breete vant salet moete sijn
voort krimpe vande deelle, [ick wilde niet]

Een sloot, met op de voorgrond eendjes. Aan de rechterkant van de sloot staan drie molens op rij. Bij de eerste molen zien we duidelijk ook het woonhuis en de schuurtjes. Na de eerste molen gaat er een hoog bruggetje over de sloot. Achter de molens staan woonhuizen. Op de linker oever van de sloot staat een knotwilg.
Molens “de Oranjeboom”, “de Zwaan”, en “de Jonge Visscher”, Cornelis Pronk, 1741. Collectie Amsterdams Archief. Het hout voor Amerongen werd bij “de Jonge Visscher” gezaagd.

Paardenmarkt

Al met al was het dus een heel erg zinvol bezoek aan Amsterdam. Zoon en schoondochter en de Brantsenburgjes zijn inmiddels weer weg, maar Van Ginkel komt komende week nog weer langs om naar de Utrechtse paardenmarkt te gaan.

Laatste regel brieffragment over Amsterdam en paardenmarkt

[voort krimpe vande deelle,] ick wilde niet
of waer tot Amsterdam geweest dat ick
met schut gesproocke heb is de reijs wel waert
de heer en vrou van bransenburch sijn Eergis
=teren vertrocke, de heer en vrou van ginckel
vandaech, doch d heer van ginckel komt
int laest vande toekoomende weeck weer om

op de wttrechtse paerde mart te gaen, [ick had]

Op een groot plein is een paardenmarkt bezig. Op de voorgrond staat een bruinwit paard dat kijkt naar een kleine jongen. Een man met een donkerbruin paard aan de hand kijkt naar de jongen. Tussen de paarden zijn veel mensen te zien.
Paardenmarkt op het Vredenburg te Utrecht, Klaas van Vliet, ca. 1880. Collectie Centraal Museum.

Godard Adriaan’s naam is genoemd

Margaretha had gehoopt dat Godard Adriaan in de zomer thuis zou komen, maar in de diplomatieke stoelendans is zijn naam weer eens genoemd. Het schijnt dat Everard van Weede van Dijkeveld naar Spanje gaat en Godard Adriaan zou naar Denemarken gaan. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk zou dan naar Frankrijk gaan. Het schijnt dat Van Beuningen zich daar hard voor gemaakt heeft, onder invloed van drie dames die samen lijken te spannnen. Volgens Margaretha wordt daar erg om gelachen. Cornelis van Aerssen schijnt in de Ridderschap van Holland te willen, Margaretha denkt niet dat hem dat zal lukken.

Brieffragment over diplomatieke stoelendans

[op de wttrechtse paerde mart te gaen,] ick had
gehoopt uhEd teegens de soomer weer hier sou
=de geweest sijn, maer hoore dat men inde haech
spreeckt van Een Ambassaede naer spange
en naer deenmercke te sende de Eerste wort
gesproocke vande heer van dijckvelt te sende
en, de ander van uhEd voort naer deenmercke
,den heer van someldijck seijt me dat naer
vranckrijck voor ordinaris Ambassadeur
gaet dat van beuninge soude bestelt hebbe
gedreefve sijnde door sijentge feerens1Onbekend , en
besteecke door de vrou van potshoeck2Onbekend ende vrou
van langeraeck3Anna Juliana Ferens die geduerich bij Een sijn,
hier wort als uhEd kan dencke seer om gelachge

Portret van Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk. Sedert 1683 gouverneur van Suriname. Heupstuk, staande in wapenrusting naar links. Links een gepluimde helm. Commandostaf in de rechterhand, de linkerhand in de zij. Linksboven het familiewapen op een zuil.
Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk, Anoniem, ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.

Jicht

De keurvorst van Brandenburg blijkt aan jicht te lijden en uiteraard leeft Margaretha met hem mee. Oh, en van Michiel Matthias Smidts hoort Margaretha ook niets, die zit waarschijnlijk nog in Breda. Waarom ze deze brief afscheid neemt van de hoogedelgeboren heer en niet van ‘Mijn heer’ zullen we waarschijnlijk nooit weten.

Brieffragment over Keurvorst en Michiel M Smidts

dat de liede seer swaer sal valle, het
doet mij van harte leet men heer de keurvorst
weer aent poodegra leijt de heer almachtich
wil sijn keurforstlijcke pijne verlichte, inwiens
heijlige bescherminge uhEd beveelle, blijfve

hoochEdelgeboore heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

van boumeester
hoor ick niet geloof
hij noch te breeda is

Op een vooruit springend lichtbruin paard met zwarte manen en zwarte staart zit een man in harnas. Hij kijkt ons strak aan en heeft in zijn linkerhand de teugels en in zijn rechterhand een maarschalkstaf. Op de achtergrond vindt een veldslag plaats. Links boven twee engeltjes die een wapen met een staf en een kroon erboven en een (zijn?) helm vasthouden.
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen
  • 1
    Onbekend
  • 2
    Onbekend
  • 3
    Anna Juliana Ferens

Het werk gaat voor!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 10 februari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 februari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha is nog steeds niet zeker van de postbezorging. Voor het geval er een brief van Godard Adriaan nog niet is gearriveerd, meldt ze even voor de zekerheid: de laatste brief die ze van hem heeft is nog steeds die van 24 januari. En ze hoopt dat alles in orde is.

Onverwachte gasten

Bij haar thuiskomst in Amerongen vond ze haar schoondochter met twee gasten, Vincent Adolph van Baer, heer van Brandsenburg, en zijn vrouw, Hendrina Schimmelpenninck van der Oye. Nu was Vincents eerste vrouw, Anna van den Boetzelaar, een nicht van Godard Adriaan. Het drietal was van plan om de volgende dag via Soestdijk een uitstapje naar Amsterdam te maken en ze willen graag dat Margaretha mee gaat. Maar Margaretha heeft haar eigen plannen, ze gaat niet mee. Op de terugreis zijn ze weer welkom.

Brieffragment uitstapje naar Amsterdam

[selfve en alt sijn wel is,] voorleedene dijnsdach
hier met de heer van ginckel koomende vondt
ick hier de heer en vrou van bransenburch met
de vrou van ginckel die noch hier sijn en merge
over soesdijck naer Amsterdam voor Eenen
dach wille gaen hadde gaerne dat ick meede
ginck, dan meene niet nee te gaen salse hier weer
in wachte, [en laete toekomende maendach Een]

Voor een huis met hoge ramen en luiken stopt een koets. Een man laat een vrouw uit de koets. Voor de koets staat een chique vrouw met een zwarte huik, een rode rok en witte kraag met een waaier in haar hand te wachten. Achter haar speelt een meisje met een hond. Op de trap naar de deur staat een oude man in het zwart. Hij heeft zijn hoed in de hand. Achter de koets buigen twee mannen naar elkaar. Op de voorgrond een paar kalkoenen en een haan.
Aankomst bij een landhuis, Gesina ter Borch, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Wagens, zand en modder

Komende maandag wil Margaretha verder met het werk. Ze wil extra wagens laten komen om zand te rijden. Ze wil grond afgraven bij de ‘voorste brug’, zoals Godard Adriaan heeft besloten, en die grond moet afgevoerd worden. De aarde uit de boomgaard is ook nog niet weg vanwege het weer, de wegen waren een modderpoel en daar kom je met paard en wagen niet door. Maar nu worden de dagen weer langer en Margaretha wil haar tijd goed gebruiken!

Brieffragment kwaliteit van de weg door het weer

[vandoen sal hebbe,] de aerde wt het boogaert
=ge hebbe noch niet konne laete afrijde doort
nat en vuijl weer de wech is te diep daer
kan onmoogelijck geen kar door, tis hier
alledaech seer vuijl en nat weer hebbe
weijnich vorst of naulijcks geen gehadt,

In een heuvelachtig landschap is een ingespannen paard tot zijn borst weggezakt in het water. Achter de wagen staan twee mannen te duwen, een derde man probeert het paard van de zijkant omhoog te duwen, een vierde man heeft het paard bij de leidsels en een vijfde man staat klaar om met een stok te slaan. Een tweede paard staat los naast de scene met het ingespannen paard en kijkt de andere kant op.
Landschap met een in het water vastgelopen wagen die door een groep mannen op de kant gehesen wordt, Jean Théodore Joseph Linnig, 1825-1891. Collectie Rijksmuseum.

Baantjesjacht

Ondertussen wordt er met smart gewacht op brieven van Godard Adriaan. Carel Valckenaer, de heer van Dukenburg, heeft hem al twee brieven geschreven over de kwestie van het ambt van rekenmeester, Margaretha heeft dat al eerder aan Godard Adriaan geschreven. Everard Becker was gisteren op bezoek en vertelde dat procureur-generaal Abraham van Wesel op sterven ligt en dat sommige mensen de prins al hebben gevraagd om dat ambt. Becker heeft daar zelf ook al over aan Godard Adriaan geschreven. En o ja, nog een laatste nieuwtje uit Utrecht. Daar was grote paniek door het nieuws over een uitspraak van de Franse koning, er waren zelfs mensen op de vlucht geslagen.

Brieffragment stervende Van Wezel

[doen,] den avokaet becker die gistere
met rentmeester vande domeijne hier was
seijde dat de prockereur generael weesel seer
verswackte en geen hoop van leefven hadt
datter ock waere die sijn hoocheijt om dat
Amt al aenspreecke, hij meent vande nomina
esi verseeckert te sijn, [heeft uhEd met de]

Vanitasvoorstelling: allegorie op de vergankelijkheid van het menselijk leven. Een rijk man zit in een vertrek, omgeven door zijn bezittingen, in gepeins verzonken. Zijn rechtervoet steunt op een doodskist. Schuin achter hem loert de Dood in de gedaante van een skelet, met gevleugelde zandloper in de hand, door een venster naar binnen. Op de grond een doodshoofd. Aan de muur een klok. In twee cartouches bijbelteksten die betrekking hebben op de komst van de dood en de betrekkelijkheid van al het aardse. Onder voorstelling bijbelcitaten die verwijzen naar de dood. Boven de voorstelling een citaat uit Lukas 12:20 dat verwijst naar de parabel van de rijke man, waarin wordt gewaarschuwd tegen het najagen van aardse rijkdom. Prent is gedrukt van twee blokken op twee bladen papier, aan elkaar bevestigd.
De rijke man en de dood, monogramist A.I., 16e eeuw. Collectie Rijksmuseum.

Kindervreugde

In haar vorige brief schreef Margaretha al dat ze de nieuwjaarsgeschenken voor de kleinkinderen had ontvangen, ze zaten ingesloten in de brief van 24 januari. Maar ja, toen was ze in Utrecht, dus ze kon nog niet vertellen hoe de kleinkinderen hadden gereageerd. Dat kan ze nu wel: er is duidelijk een gejuich opgegaan onder de jeugd! Ze belooft dat Fritsje en Anna zelf een bedankbriefje zullen schrijven. Blijft toch even de vraag wat de kleinkinderen met het geld zullen doen. Nieuw speelgoed kopen? Bij de snoepwinkel langs?

Afsluiting en PS kleinkinderen

[schrick wat over,] hoope dat godt ons voor
swaericheijt sal bewaere, in wiens bescher
minge uhEd beveelle blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff

hier is wtermaete
vreuchde met de nieuweijaere
onder onse jonckheijt geweest
met de naeste post sal frits
en Anna groote papa bedancke

Kinderkamer met drie vrouwen, waarschijnlijk moeders en geen kindermeiden. De vrouw links leert een kind lopen. De vrouw in het midden zit op een stoel en geeft haar kind de borst. De rechter vrouw heeft een kind op de arm. Twee van de kinderen dragen een valhoedje, een gevoerd hoofddeksel dat hen moest beschermen als ze vielen. Op de achtergrond staat een wieg, één kind speelt met een wagentje aan een touw, een ander heeft een stokpaard.
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Herbouw en heibel

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft de brief van 17 januari ontvangen. Ze gaat uitgebreid op Godard Adriaans brief in. Daarnaast is er nog nieuws over de herbouw van het huis en is er heibel in het dorp. En zijn de Fransen weer op oorlogspad?

Elk meent meester van het zijne te zijn

Waarschijnlijk is Godard Adriaan in de brief van 17 januari nogal uit z’n slof geschoten, want Margaretha voelt de behoefte zich te verontschuldigen. Het gaat om de rekening van het hardsteen uit Bremen: die is hoger uitgevallen dan verwacht.

Brieffragment opgelopen kosten

Ameronge den 26/16 ijanwa 1680 
Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande 7/17 dees heb ick ontfange
waer op tot Antwoort dient dat wel wenste
de reeckenin vande hartsteen van breeme wt de
4000 f die wij van domburch1In de brief van 6 januari was hij renteheffer hebbe opgenoome
had konne betaelt worde, maer die peninge
hebbe nergens nae bereijckt de schulde die
hij weegens onse timeraesge doen maels
hadde, ock hadde wij doen die reecknin
niet, noch wiste niet wat wij daer schuldich
waeren, het doet mij leet dat de reecknine
so hooch loope, [uhEd weet datter op mijn]

(Ondersteboven:
ons godertge de heer sij
gedanck weer wel doch siet
noch als een doeij so bleeck
en geswolle int aensicht2waarschijnlijk had hij de bof

Rechthoekige monochrome glas-in-lood ruit met allegorische voorstelling van Aritmetica, een van de vrije kunsten. Zij wordt hier voorgesteld als een jonge vrouw op een stoel zit en op een schrijftafel rekent, terwijl drie oudere mannen bezig zijn met tellen van munten en controleren van rekeningen.
Aritmetica, Jacques de Gheyn (I) (mogelijk), na 1565 – in of voor 1582. Collectie Rijksmuseum.

Goede huisvrouw

Godard Adriaan moet begrijpen dat Margaretha bij de herbouw van het huis steeds zijn akkoord heeft afgewacht, en nooit iets heeft laten uitvoeren zonder zijn expliciete toestemming. Juist daarom is zij terughoudend om werklieden aan het werk te zetten, want geld loskrijgen van schuldeisers blijkt buitengewoon moeilijk, het zijn echte woekeraars. Een alternatief om aan geld te komen is er op korte termijn niet. Misschien brengt het komende jaar verbetering — al meent elk meester van het zijne te zijn, en wil dus beschikken over wat hij denkt dat hem toebehoort.

Eerste brieffragment zuinigheid en leningen
Tweede brieffragment zuinigheid en leningen


[so hooch loope,] uhEd weet datter op mijn
begeerte of sindelijckheijt indeese timeraes
ge niet is gemaeckt al datter gedaen is,
is op uhEd begeerte en ordere geschiet,
ick heb van heetere weegens het gelt van blan
sche niet Een woort geschreefve, sal mij dat
uhEd Esprese last niet bemoeijen, ben ock
seer beschroomt Eenich volck int werck te stele

sonde al voorens te weeten wat gelt daer toe is
want is ongelooflijck hoe de mense die wij
schuldich sijn moeijlijck valle om gelt,
tis waer uhEd heeft groot gelijck domburch en
diergelijcke sijn rechte woeckenaers maer wat
soude wij gedaen hebbe moste gelt hebbe en
kostent nergens krijgen, ick wenste so
seer als Eimant dat wij dat kapitael koste
af losse en ons pant weer in ons macht
hebbe, maer sien daer geen raet toe voor
dat het ijaer om is, vermaerte geloof ick
dat t eijde sijn goet raeckt maer Elck
meent meester vant sijn te sijn[, ick sal]

Achter een tafel zit een man, leunend op een volle zak. Voor hem liggen munten en papieren. Een man en een vrouw zijn net door de deur binnen gekomen. De man heeft een brief in zijn hand en hij spreek luid wapperend met zijn andere hand tegen de man achter de tafel. De vrouw achter hem draagt een emmer en houd een doek tegen haar neergeslagen hoofd. Op de muur op de achtergrond hangen twee schilderijen met schepen. Boven de prent staat: behoefte en nood, geeft woek'raars brood.
Twee radeloze mensen bij een woekeraar, Cornelis Huyberts, 1725. Collectie Rijksmuseum.

Water, zand, wind

In haar vorige brief schreef Margaretha al over het ongure weer. Het water dat eerst gestegen, toen gedaald, en toen weer gestegen was, is nu weer gedaald. De duivegaten staan wel nog onder water. Het zand kan ook nog steeds niet uitgereden worden. Zand voor de metselaars aan laten voeren is wel mogelijk, dus dat zal Margaretha zo snel mogelijk regelen. Dan kan er in ieder geval gewerkt worden. De molen is ook verhuurd, voor ƒ340 per jaar. De molenaar draagt dan wel de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de zeilen en touwen.

Eerste brieffragment water zand en wind
Tweede brieffragment water zand en wind

het water is weer aent valle doch valt
seer slapges en sijn onse duijfve gaete
noch onder water, het water is dit
mael op wveel naer niet op sijn hoochste ge
weest, dewijl men geen sant aerde kan
rijde laet ick sant voor metselaers rijde

so datter niet versuijmt wort noch de paerde
leech blijfve staen, ick heb ock onse moolle
aende moolenaer van mouricks broer ver
huert voor 34 340f int ijaer midts
dat hij die van seijlle en touwe die bij
naer weer moste vernieut worde
moet onder houde[, men hoort hier]

Gravure van een molen in een landschap, Het lijkt of de molen in een flinke wind staat en het tuigage er los bij hangt.
Molen, Jacob Maris, 1847-1899. Collectie Rijksmuseum.

Een diplomaat op oorlogspad?

De Franse ambassadeur Jean-Antoine de Mesmes, beter bekend als d’Avaux, stuurt voortdurend memories aan de Staten-Generaal. Wat er in de memories staat en wat d’Avaux er mee wil bereiken, wordt niet duidelijk uit de brief van Margaretha. Dreigt er weer een oorlog? Het lijkt er wel op, als we Margaretha’s brieven moeten geloven…

Intermezzo: wat er daadwerkelijk gebeurde

De 21e-eeuwers achter dit blog zijn bij Kerrewin van Blanken te rade gegaan, die de correspondentie van d’Avaux heeft bestudeerd. Kerrewin wist te vertellen dat d’Avaux in deze periode probeert de Republiek te bewegen tot een defensief verdrag met Frankrijk. Daarmee hoopt hij niet alleen de Franse positie te versterken, maar ook de spanningen tussen de Staten van Holland — vooral Amsterdam — en stadhouder Willem III te verdiepen. De Staten weigeren echter en beroepen zich op hun neutraliteit: zij zouden geen enkel bindend verdrag met een buitenlandse macht willen sluiten.

D’Avaux doorziet dit argument en noemt het misleidend. Nog maar twee jaar eerder hebben de Staten immers een verdrag met Engeland gesloten, naast vergelijkbare verdragen met de keizer en Spanje. Dat zij juist met Frankrijk geen verdrag willen aangaan, presenteren zij volgens d’Avaux onterecht als principiële neutraliteit. Tegelijk doen er geruchten de ronde dat de Franse koning de Republiek tot een alliantie zou willen dwingen.

Fragment uit een boek.
Fragment van één van de Memoires van d’Avaux, 22 januari 1680. Via Google Books.

Om dit beeld te corrigeren, laat d’Avaux, zonder zichzelf als bron te tonen, het Engels-Nederlandse verdrag van maart 1678 drukken, voorzien van toelichtingen in het Vlaams. Hij verspreidt dit samen met eigen memoires en beschouwingen, die in Amsterdam worden vertaald en naar verschillende Hollandse steden gestuurd. Waarschijnlijk zijn dit de memoires waar Margaretha Turnor op doelt.

Terug naar Margaretha

Margaretha hoopt in ieder geval dat god almachtig alles ten beste wil schikken. En dat ze niet weer, zoals acht jaar geleden tijdens het Rampjaar, in afwezigheid van haar man have en goed moet achterlaten op de vlucht voor de vijand…

Brieffragment Franse diplomaat

[moet onder houde,] men hoort hier
godt beeter niet als van swaericheit veroor
saeckt door de scherpe meemoorie die doorde
franse Ambassadeur geduerich worde in
gegeefven, het welcke bij veelle seer ge=
Apreehendeert3Apprehendeeren: in beslag nemen wort en swaer hoofdich
maeckt, godt almachtich wil alles ten
beste schicken, ons voor weer in uhEd ap
sensie te moete vluchte, bewaeren[, de heer]

Een half lengte portret in een ovaal een gezette man met een pruik met weelderige grijze krullen. Hij heeft een minzaam lachje om de lippen en flinke blossen op de wangen. Hij draagt een kanten jabot op een blauw pak met gouden borduursel. Op zijn borst heeft hij een zilveren kruis van L'ordre du Saint-Esprit en hij draagt de bijbehorende blauwe sjerp.
Jean Antoine II de Mesmes, comte d’Avaux, Hyacinth Rigaud, 1702. Privécollectie, bron: wikimedia commons.

Eer en aanzien

Gelukkig is er ook goed nieuws, want Van Ginkel – en dat zal Godard Adriaan zonder twijfel ook al wel van zijn zoon zelf hebben vernomen – is door Willem III beloond met het gouverneurschap van Utrecht. Vroeger had Frederik van Nassau-Zuylestein de positie. Dat levert veel eer en aanzien op!

Brieffragment Gouvernement van Utrecht

[sensie te moeten vluchte, bewaeren,] de heer
van ginckel sal buijte twijfel uhEd hebbe
geschreefve hoe dat sijn hoocheijt hem op Een
seer oblijgante manier het goevernement
van wttrecht in voechge het den heer van
Suijlisteijn heeft gehadt, heeft gegeefven
daer wel niet veel aen vast is maer is
noch al Een Eer en aensien,

Een schilderij met een zwarte lijst waarbinnen een goudkleurige lijst. Een man van ongeveer 30-jarige leeftijd in een zwart harnas is driekwart geportretteerd. Hij staat schuin op de toeschouwer en kijkt die aan. Zijn rechterschouder is naar voren gekeerd. Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij heeft donker krullend haar (of een pruik) tot net op zijn schouders In zijn rechterhand heeft hij een officiersstaf. Om zijn hals heeft hij een witte doek geknoopt. Bij zijn rechterarm komt een wit stukje textiel onder het harnas uit.
Godard van Reede van Ginkel, Gottfried Kneller, 1692. Collectie Kasteel Amerongen. Foto: Peter Cox.

Het kerstschandaal

Dan volgt er een heel relaas van maar liefst twee kantjes over een kwestie tussen de predikant en ene Evert de Wael. Hier vind je alle brieffragmenten over dit schandaal, een korte versie is beschikbaar op Een huis vol verhalen.

Kort voor Kerstmis zou Evert de Wael, die dronken was, op het stadhuis hebben gezegd dat de predikant een leugenaar was, die leugens in het kerkenboek had geschreven.

Eerste brieffragment over het kerstschandaal

hier is weer Een spul vande ander werck met de
preedikant4Bernhard Keppel en Evert de wael, den laeste
voor korsmis opt raethuijs neffens het ge=
=recht sijnde daert gerecht Een maeltijt had
en Evert dewael beschoncke of droncke
was, soude door klaes van velpe seer aen
gedronge sijn geweest om te segge waerom
hij niemant wt de kercken raet tot schee
pen wilde nomeneeren, sou Eijntlijck Evert
de wael geseijt hebbe dat de preedikant Een
leugenaer was die leugens int kerckenboe
geschreefven hadt en Een man was die
geen konschensie5Consciëntie: Geweten; Het besef, de kennis van goed en kwaad hadt, [waer op hem]

Tekening van een dorpsplein met rechts veel bomen en daartussen een put waar twee vrouwen water halen. Links een rijtje huizen, waarvan het laatste trapgeveltjes heeft een een torentje, dit is het raadhuis.
Gezicht in het dorp Amerongen, met links het raadhuis en rechts een waterput, P. van Liender, 1777. Reproductie van Het Utrechts Archief van de tekening in het Koninklijk Huisarchief te Den Haag.

Spijt

De volgende dag wordt Evert de Wael hieraan herinnerd, maar hij weet niet meer wat hij gezegd heeft. Wel heeft hij enorme spijt. Hij vraagt de secretaris te laten achterhalen wat hij gezegd heeft en hij vraagt hem excuses over te brengen. De secretaris gaat hier niet in mee. Van Velpen heeft het voorval aan de kerkenraad en de predikant gemeld en de kerkenraad neemt verdere stappen.

Tweede brieffragment over het kerstschandaal

[geen konschensie hadt,] waer op hem
dit sanderendaech indachtich gemaeckt
sijn, hij bij de seeckreetariis6Godert van den Doorslagh quam hem ver
socht bij velpe te gaen en te versoecke de
wijlle hij niet wist wat geseijt had en dat
hem sule leet was geseijt te hebbe, dat hijt
aende preedikant of kerckenraet niet wil
de segge of bekent maecken, het welcke
de seeckreetaris seijt niet aengenoome te hebbe
om te doen, en velpe geraporteert heeft
donderdaechs daer aen inde kerckenraet of
wel Eerst aende preedikant, waer op dit
neffensgaende is gevolcht, [daer de preedikans]

Een man zit aan een tafel met een doek om zjn hoofd, hij heeft zijn ogen dicht en houdt zijn handen voor zijn oren. Om hem zijn allemaal duiveltjes actief. Één staat op tafel en slaat met een hamer een speld in zijn hoofd, twee luiden een grote bel boven zijn hoofd, twee anderen slaan met hamers po een aambeeld dat op zijn hoofd staat en vier duiveltjes, één op de stoelleuning en drie op de grond, trekken met alle macht aan touwen die vastgemaakt zijn aan een spijker in zijn hoofd.
Karikatuur van een man met hoofdpijn, Honoré Daumier, 1833. Collectie Rijksmuseum.

Ruïneren

Margaretha nuanceert de zaak: wat Evert de Wael dronken gezegd heeft, zeggen anderen nuchter en daar heeft de kerkenraad niets tegen gedaan. Volgens Margaretha wordt De Wael hier onrecht aangedaan, omdat men wist dat hij dronken was en hem nu beschuldigt van opzettelijk handelen. Sterker nog: de kerkenraad heeft gezegd dat ze Evert de Wael willen ruïneren. Margaretha verwoordt het als volgt: “Waar de tuin het laagst is, komt men het eerst”, ofwel de zwakkeren hebben het het zwaarst.

Derde brieffragment over het kerstschandaal


[doort dorp hebbe geloopen,] het geene deese
man bij den dronck heeft geseijt seggender
wel meer nuchtere en daer doet niet teegens
maer daer den tuijnt laechst is wil men
t Eerst over sij hebbe volmondich geseijt
dat se Evert dewael wille ruijneere, de
seeckreetaris heeft mij sels geseijt dat Evert
de wael droncke opt raethuijs was doen hij
dit seijde dat hij daerom geen attestaesie
dien avont wilde schrijfve om datse meest
al droncke waeren, en nu seggense in dit
neefvensgaende dat hijt met voorbedachten
raet heeft geseijt, hoe ackordeert dit,

De goddeloze kerkenraad

De dominee en de kerkenraad doen alsof het een algemene regel is: alle lidmaten moeten nou eenmaal in de kerk komen en anders zijn ze verantwoording verschuldigd aan de kerkenraad. Margaretha stuurt de beschuldiging van de kerkenraad mee als bijlage. Ze is het duidelijk niet eens met de dominee en de kerkenraad.

Vierde brieffragment over het kerstschandaal


nu wort ock geseijt dat den preedikant met
sijn kerckenraet voorneemens sijn vande
stoel af te leesen dat alle litmaeten
sulle gehoude sijn in sijn kerck te koomen
of voor sijn kerckenraet te kompareere7Compareren: verschijnen om
reedene te geegeren8verschrijving? waerom sij daer
wt blijfven, ick had liefver wie weet
wat te doen als bij sulcken godloosen
kerckenraet te kompareeren die haer
niet ontsien de armemensche met sulcke
valsheede als in dit neefensgaende staet
te beschuldigen, [dat ick so wel bij de
gelde was als niet ben sou naer den haech]

In een hoog kerkinterieur zit een preekstoel aan een pilaar. Er is een kerkdienst bezig, op de kansel staat een predikant. In de banken rondom de kansel zitten mensen, achter de banken staan mensen. Op de voorgrond een vrouw met een kleuter aan de hand, een man met een rode cape, twee honden en bij de pilaar zit een vrouw haar baby de borst te geven.
Het interieur van de Nieuwe Kerk, Amsterdam, waar een dienst bezig is, Emanuel de Witte, 1665. Collectie Harvard Museums.

Een beetje dom

Evert de Wael wil tegen het bijgesloten stuk in beroep gaan bij de classis. Zo’n beroep kost tijd, is niet makkelijk en… kost geld. Margaretha vindt het duidelijk niet eerlijk. Margaretha heeft het Evert zelf ook gezegd: hij had dit niet moeten zeggen. Kortom, hij was een beetje dom. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan het haar niet kwalijk neemt dat ze zo lang over deze zaak door blijft gaan, maar ze vindt dat hij moet weten wat er hier in het dorp speelt…

Vijfde brieffragment over het kerstschandaal

[ick paeseijnsie hebbe,] dit neefvensgaende hebbe
sij Evert dewael thuijs gesonde die daer van
aent klasses wil Apelleere , sij doen dien
man groote koste en moeijt aen, tis waer
ick hebt hem ock geseijt hij had wel mooge swijge
ent niet behoore so te spreecke, dan de
man is ock so getreen dat wt de overvloet
vant hart de mont droncke sijnde dickmael
spreeck hoewel de waerheijt niet altijt
geseijt wil sijn, ick heb goet gedocht hoewel
weete het uhEd niet als faesgerije die hij
niet keeren kan sal geefve, te schrijfve
op dat hij mochte weeten wat hier om gaet
hoope deselfve niet qualijck sal neeme
ick hem hiermeede so lange op houde,

Een vrouw met een weegschaal in haar hand staat naast een palmboom. Op de achtergrond de suggestie van een stad.
Justitia, Gesina ter Borch, ca. 1660-1669. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    In de brief van 6 januari was hij renteheffer
  • 2
    waarschijnlijk had hij de bof
  • 3
    Apprehendeeren: in beslag nemen
  • 4
    Bernhard Keppel
  • 5
    Consciëntie: Geweten; Het besef, de kennis van goed en kwaad
  • 6
    Godert van den Doorslagh
  • 7
    Compareren: verschijnen
  • 8
    verschrijving?

Nieuw jaar, nieuwe kansen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 20 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 29 januari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft twee brieven van Godard Adriaan ontvangen: die van 7 en die van 10 januari. Informatie heeft elkaar dus weer gekruist, vooral de informatie over het land van Johannes Verweij op de Gerbergerwaard. Dat heeft ze maar gekocht. Het is niet helemaal duidelijk of ze daarvoor op deze brief gewacht heeft, maar het lijkt erop dat ze de knoop gewoon maar heeft doorgehakt. Ze heeft er nog wel even 100 gulden afgepingeld.

Brieffragment land van Verweij

[rec. 29. Januarij.]
Ameronge den
20/10 ijanwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd briefve vande 7en 10 deeser heb ick deese
weeck ontfange, den de seeckreetaris uhEd meesie
fve behande de burgemeest en scheepene sulle toekoom
mende maendach geinstaleert werden, het
lant van verweij heb ick gekocht voor vijftien
honder en vijftich gul, so haest ick de assinasi1assignatie
van van heetere wt den haech krijch sal ick
de duijsent duijketons tot wttrecht bij den
ontfanger de leuw ontfange en verweij daer
wt sijn lant betaelle, [wij hebbe hier tot noch toe]

Een landschap vanuit een hoog punt. Op de voorgrond een wandelaar op een pad met een hond, Daarachter zit een groepje mensen in de berm. Rechts bomen, links een boerderij met daarvoor een paard en wagen. Verderop in het heuvellandschap de toren van de Andrieskerk en het dak van Kasteel Amerongen.
Gezicht in de omgeving van Amerongen met in de verte de kerktoren van Amerongen, J. Versteegh, 1765. Collectie: Het Utrechts Archief.

Weersomslag

Voor het beloofde uitrijden van het zand was het weer niet goed: het was tot nu toe een zachte winter, donker, met mist en een beetje sneeuw. Inmiddels is het weer omgeslagen. Het begon met een verschrikkelijke storm, vervolgens begon het water op de rivier te stijgen tot vlak onder het noodpeil. Vervolgens zakte het water weer, waarschijnlijk door een dijkdoorbraak stroomopwaarts. Daarna ging het water weer stijgen en kwam tot aan de duivegaten. Een geluk bij een ongeluk: met de regen en de sterke westenwind is er geen druppel water door de ramen gekomen! En dat uitrijden van het zand, dat zal Margaretha zo snel mogelijk laten doen! De mensen daarvoor zijn al aangenomen, maar ze staan nu het grootste deel van de tijd niets te doen. En dan blijft er weinig tijd over, want de dagen zijn kort. En de daghuren hoog.

Eerste brieffragment weersomslag
Tweede brieffragment weersomslag

heeft konne beginne, wij hebbe deese winter
tot noch toe seer sachtges door gebracht met
mistige en donckere daege weijnich sneuwe
en vorst, dan deese weeck Een ongemeene
storm wt den weste daer gevreest heb van
te sulle hooren, met Een wassent water
dat ontrent Een voet ondert nieuwe
klockenslach2Klokslag: Noodpeil is geweest, en weer aent

valle quam waer door men geloofde dat Eenich
door broeck3Doorbraak van dijcke moeste geweest sijn het
welck men seijt booven doesburch te weesen
onse duijve gaete sijn noch onder water ent
selfve is weer aent wasse is deese nacht
op den rhijn weer twee duim gewasse,
dat veel voor ons is, is dat met dien
stercke wint wt het weste niet Een
dropel water door Eenige van onse ven=
=sters is geslage maer sijn alle seer dicht
bevonde, so haest het Eenichsints werckbaer
weer is bidt verseeckert te sijn dat niet
versuijmt sal worde int graefve of Eenich
ander werck [maer alsnoch ist niet te begin]

Een mistige foto van het kasteel. Rechts het kasteel dat nog vaag zichtbaar is. De dubbele brug is goed te onderscheiden en ook de weerspiegeling daarvan in de gracht. Links een brug en een hek, op de achtergrond zijn nog heel vaag de contouren van bomen te zien.
Kasteel Amerongen in de mist, foto:Annemiek Barnouw.

Horizontale neerslag

Bij horizontale neerslag zijn we in het kasteel nog steeds alert op mogelijke lekkages. Bij regen en sterke wind, kan het gebeuren dat de regen onder de schuiframen door slaat. Dus als we windkracht vijf-plus en regen hebben, dan worden de ramen waar de wind recht op staat altijd even gecontroleerd. Niet vanwege grote lekkages, maar je wilt niet dat de collectie nat druppelt of dat er water tussen een raam en een luik blijft staan. Zelfs met stevige wind en sneeuw zijn we alert. Met de recente sneeuwbuien zijn er nog wat emmertjes van zolder gehaald met sneeuw die door de kieren van luiken gewaaid is. Bij stuifsneeuw en oostenwind kan het gebeuren dat we écht sneeuw moeten ruimten op zolder. Op het oosten zitten drie dakramen die niet helemaal winddicht zijn en waar stuifsneeuw vrij spel heeft.

Op de balken van de zolder ligt een bergje sneeuw. Op de achtergrond de dakspanten en een houten trap
Sneeuw op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers.
Op de zolder ligt sneeu op een houten vloer. Voor het raam zit iemand met een muts op. Her en der staan emmertjes met vegers en sneeuw.
Sneeuwruimten op zolder, februari 2021. Foto: Waronne Elbers

Pachters

Zo aan het begin van het jaar is het ook een soort stoelendans van pachters:

  • het huis en het land van Cornelis Tijse en het land van Huug Verweij is nu voor drie jaar verpacht aan Roelof de Voerman
  • het huis en het land van Gijsbert Albertse gaat naar Jan Teunisse, die op de steenoven heeft gewerkt
  • het land dat de oude Jan Quint gebruikt heeft, is nu aan Hendrik Wijne verhuurd
  • de pacht van de Lange Waard loopt af, maar de huidige pachters willen 100 gulden minder betalen, Margaretha heeft 20 minder aangeboden, maar dat willen ze niet.

Margaretha is bang dat ze de Lange Waard zelf moeten gaan houden, ze heeft al geprobeerd hem af te stoten, maar tot nog toe heeft nog niemand interesse getoond.

Brieffragment Pachters en land

[ock so doet], kon noch geen bouman tot
onse hofste bekoomen, heb bij proovijsie
het huijs van korneelis tijse en het lant
daer achter ent lant vand huijch verweij
aen roellof de voerman verhuert voor 3
ijaere die daer voor ijaerlije 116f sal geefe
en op allegoeij kondijsie gemaeckt, het
huijs van gijsbert Albertse aen ijanteu=
=nisse die op de steenoven heeft gewerckt
met het lant dater aen hoort verhuert voor
36f int ijaer, het lant achter den haes
dat den oude ijanquint gebruijckt heeft
aen henderick wijne verhuert voor 18f
int ijaer, maer weer hier teegens is de
pacht vande lange waert wt en wille de
pachters die niet weer in huer hebbe als
met honder gjul ijaerlijxs min te geefve dat
ick niet doen wil hebt haer al 20f min
als voor dees gelaete, het welcke sij niet
wille aeneemen, so dat vrees wij die
waert aen ons sulle [moete houde hebse]

Twee boeren in een kantoor om belasting of pacht in natura te betalen. De klerk zit aan zijn bureau en draait zich om. Tegen de muur kasten met acten en boeken. De boer rechts heeft een kip bij zich, de ander leunt op zijn stok.
De pachtbetaling, Quirijn Brekelenkam, 1660-1668. Collectie Rijksmuseum.

Een zware overval van ziekte

Margaretha heeft een groot alarm gehad: de kleine Godertje was ziek! En niet zomaar, het was een zware overval, met continuele koorts en twee verheffingen tussen 24 uur. Nou dan weet je het wel. Als je op de hoogte bent van de 17de eeuwse wijze om ziekten te beschrijven.
Het was in ieder geval niet niks! Gelukkig gaat het nu beter, hij heeft vanmorgen al een tijdje bij Margaretha op de kamer rechtop gezeten.

Brieffragment zieke Godertje

[ordinansi staet,] deese weeck heb ick Een groot alarm
met ons liefve godertge wtgestaen die heeden acht
dage Een swaere overval van sieckte bestaende
in Een kontiniweelle koorts met twee verheffine
tusche de 24 Euren kreech, dan is nu de heere
sij gedanckt weer aende beeter hant heeft deese
merge in mijn kamer Een ruijme tijt op gesee
=ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn, [de]

Het zieke kind. Een moeder zit met een kind op haar schoot. Links op een tafeltje staat een pot met een lepel, rechts liggen kleren en een muts op een stoel. Aan de muur hangen een landkaart op rollen en een schilderij met een kruisiging.
Het zieke kind, Gabriël Metsu, ca. 1664 – ca. 1666. Collectie Rijksmuseum.

Den Haag

Zoon Van Ginkel heeft gevraagd of Margaretha met de rest van de familie ook naar Den Haag komt. Het was heel gebruikelijk om de winter in de stad door te brengen: daar was het minder koud en het hele sociale leven verschoof zich in de winter naar de stad. En dat sociale leven hield ook in dat er flink genetwerkt werd en er politieke afspraken werden gemaakt.

Dit jaar heeft Margaretha er niet zoveel zin in: ze heeft besloten rustig in Amerongen te blijven. Ze had het idee dat schoondochter Ursula Philippota ook niet heel veel zin had in de winter in de stad. Maarja, Van Ginkel moest naar de stad, omdat hij de vinger aan de pols wil houden over een belangrijke post: het gouverneurschap van Utrecht. Margaretha is benieuwd wat hij doet. In deze brief zegt ze het niet hardop, maar uit eerdere brieven weten we dat ze haar zoon eigenlijk wat te timide vindt. Margaretha geeft haar zoon ook nog wat te netwerken voor ‘neef lant’ en dan kan deze brief ook weer op de post.

Brieffragment Van Ginkel en Philippota naar Den Haag

[=ten hoope de sieckte overt hoochste sal sijn,] de
heer, en vrou van ginckel hadde gaern gehadt
ick met haer naer den haech had gegaen maer
ben gereesolveert deese winter hier in stillich
heijt te passeere en teegens paesche voor Een
korte tijt Eens derwaerts te gaen, nu dun
ckt mij dat de vrou van ginckel daer ock niet
wil gaen, haer man is inde haech omt gou=
vernement van wttrecht te versoecke mij
verlanckt wat hij op doen sal, [en verwonder]

Huis op de Kneuterdijk, acquarel van een statig huis van twee verdiepingen en een souterrain en een zolder het is zeven ramen breedt en net links van het midden zit de ingang. Het huis heeft twee schoorstenen en om het dak staat een balustrade.
Het huis van Godard Adriaan en Margaretha aan de Kneuterdijk in Den Haag, Anoniem, eind 17e eeuw. Collectie Huisarchief Amerongen, Het Utrechts Archief.

  • 1
    assignatie
  • 2
    Klokslag: Noodpeil
  • 3
    Doorbraak

Pagina 1 van 11

Recente reacties

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén