De brieven van Margaretha Turnor

Bewoners en familieleden: Reede van Ginkel (Godard van) Pagina 1 van 11

Nog meer vis en nog lager water

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 19 oktober 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 oktober 1680
Lees hier de originele brief

Er is weer eens een brief te laat aangekomen. En nog wel de brief van 28 september waarin Margaretha het over een eerdere verloren brief heeft. Inderdaad zien we in de aantekening van Godard Adriaan op die brief dat deze op 7 oktober is ontvangen. Hij is blijkbaar op een ander manier bezorgd dan normaal, of gewoon bij de vaste contactpersoon Franco Bisdommer blijven liggen en pas later opgestuurd.

Brieffragment missende brief

[rec. 22. Octobr]

Amerongen den
19/9 ockto 1680

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 9 deeser sien ick met
verwonderin dat de mijne vande 28 septem
met Een ander als den ordinaerisse post en
so veel laeter is bestelt geweest kan niet
dencken waer dat bij komt of die moet bij
bisdomer1Franco Bisdommer, voert één van de belangrijkste postdiensten vergeete sijn geweest en dat hijse
doen nae heeft gesonden, [volgens het schrijfe]

Aan een tafel zit een vrouw voorover gebogen een brief te schrijven met een veer. De bode die achter de vrouw staat, wacht tot ze klaar is, waarna hij de brief kan gaan bezorgen. Op tafel ligt een bruinig tafelkleed en een luit. Op een groen kussen voor de tafel ligt een bruinwit hondje te slapen.
De briefschrijfster, Frans Mieris (I), 1680. Collectie Rijksmuseum.

Bezoek in Berlijn

Zoals al werd gefluisterd, is prins Willem III inderdaad op bezoek gegaan bij de keurvorst in Berlijn en Potsdam, heeft Margeretha van zoon Godard gehoord. Die was mee in het gevolg. Ze is wel erg benieuwd wat voor antwoord de prins heeft gegeven op het verzoek van haar man om zo langzamerhand weer naar huis te mogen.

Brieffragment Willem III in Berlijn

[doen nae heeft gesonden,] volgens het schrijfe
vande heer van ginckel in dato den 11/1 deeser
aen mij geschreefve sal sijn hoochijt nu tot berlijn
of potsdam al sijn geweest of noch sijn, mij
verlanckt wat antwoort hij uhEd op sijn
versoeck van thuijs te mooge koomen sal ge=
geefve hebben, [hoewel de peetisie ter som]

In een open ruimte ligt een groot gebouw. Op dfe voorgrond een vlakte met verschillende koetsen, wandelaars en ruiters. Dan een gracht en een breed gebouw met in het midden een toegangspoort. Het eind van het gebouw heeft twee paviljoens. Verder naar achteren een hoger gebouw met drie elegante torentjes. Links en rechts zijn nutstuinenen ingericht en op de achtergrond loopt een kanaal met schepen.
Gezicht op het Potsdamer Stadtschloss, Peter Schenk (I), 1675-1711. Collectie Rijksmuseum.

De reis van zijne Hoogheid naar Berlijn geeft nog steeds aanleiding tot allerlei geruchten (grote “mompeling”) aan het thuisfront. Maar welke? Margaretha laat zich er niet over uit. Het zal vast niet alleen een kraamvisite zijn. De keurvorst is weer grootvader geworden. Helaas heeft hij zelf weer erg veel last van jicht. Hij zou het vast fijn hebben gevonden als hij een kleinzoon in plaats van een kleindochter had gekregen. Maar wat niet is, kan nog komen.

Brieffragment jicht en geruchten

[met gout gewerckt derest heel van sijde,] dat den
heere keurvorst weer aent poodegra2Podagra: jicht set doet mij leet en jam
mert mij seer, had de keur prinse Een prins mooge
voor Een prinses3De keurprins van Brandenburg, Friedrich, heeft op 29 september zijn eerste kind gekregen. Dit was een dochter. Haar 19-jarige moeder zal twee jaar later aan de pokken overlijden. Dus op een zoon moet Friedrich nog even wachten. hebbe gehadt geloof dat also aengenaem soude
geweest sijn , dan die kan noch koomen, deese reijs van sijn
hoocheijt is niet sonde groote monpelin4Mompeling kan praatjes of geruchten betekenen. Dat is mogelijk hier de betekenis, maar wat dan die praatjes zijn… onder veelle, [dat den heer]

Twee kanten van een zilveren munt. Links de kop van de Keurvorst van Brandenburg met naast hem twee mannen die een lauwerkrans boven zijn hoofd houden. Eronder staat in een cartouche "Keurvorst van Brandenburg". Rechts een ruiter op een paard dat naar rechts stapt.
Herdenkingsmunt traktaat tussen Brandenburg en de Staten Generaal, Wouter Muller, 1672. Collectie Rijksmuseum

Slepende kwesties

Er volgt een opsomming van de bekende zaken waar Margaretha telkens maar weer achteraan moet rennen zonder dat er veel schot in zit. Van de provincie Utrecht lijkt nog steeds geen geld te komen, neef Wellant heeft al twee weken niets van zich laten horen, en ze zou ook graag af zijn van een zaak tegen zwager Carel-Alexander van Berck. Gelukkig zijn er ook de concrete bezigheden in en om het kasteel waar wél resultaten worden geboekt. Daar gaat de rest van de brief over.

Betere vloerdelen en ijzerwerk

Godard Adriaan gaat proberen om betere Pruissische vloerdelen te sturen. De lijntjes naar de Pruissische bossen vanuit Berlijn zijn immers kort. Wat Margaretha nu ter beschikking heeft is niet best. Net zulk slecht hout als de pruissische delen in het klein salet in hun huis in Den Haag. Die zitten vol blaasjes (bobbels of noesten?): onhandig en het staat ook niet mooi. Margaretha zal ook blij zijn als het ijzerwerk voor ‘de balie’ binnen zal komen. Wat voor balie ze precies bedoeld is onduidelijk, het kan een leuning, een hek of een reling zijn.

Brieffragment hout en ijzer

dat uhEd andere en beetere pruijse deelle sal
sien te sende waer seecker goet want die hier
sijn sijn seer slecht en is van dien aert van
hout als de pruijse deelle die inde haech in ons
kleijn salet legge en haer met blaesges ge
duerich so ruijch op werpen, dat als uhE
weet seer moilijck is, en niet wel staet
sal blijde sijn als wijt ijserwerck tot de baelie5balie: leuning, hek, ballustrade, reling
hier hebbe sulle, [hier neffens gaet de]

Foto vanaf de onderbrug van Kasteel Amerongen richting de kade. In de balustrades van de onderbrug hangen spinnenwebben.
Balustrade op de onderbrug, 2020. Balustrades op de onderbrug en op de kade zijn goed te zien en dateren uit de bouwperiode van het huis.

Bremer vloerstenen

Als bijlage stuurt Margaretha een overzichtje van de Bremer vloerstenen waarmee haar man de huizen op de voorburcht wil laten plaveien. Het moeten er enkele tientallen meer zijn, voor het geval er een paar breken. Ook graag vast geslepen en recht afgekant. Jan Prang heeft de vorige lading niet goed afgekant: veel te scherp en te dun, waardoor ze snel afbraken.

Brieffragment Bremer vloersteen

[hier hebbe sulle,] hierneffens gaet de
meemoorije vande breemer vloersteen so
uhEd die huijse op t voorburch daer meede belieft geleijt
te hebbe, salder noch wel 30 a 40 booven
dit getal meer diene te sijn om voort breeck
, en toch alle gesleepe, het kant rechte ge=
=loof dat hier best sal gedaen worde ijan
prang heeft d onse niet wel gekantrecht
heeft de kante al te scherp en te dun af
gehouwe die breecke te licht af ,

Steenhouwer die bezig is het met houwen van steen voor het bouwen van een huis. Boven de afbeelding staat: De Steenhouwer Hoewel verspreid, Nochtans bereid. Onder de afbeelding staat: De Stenen worden vast behouwen, Om't machtig Huis meed' op te bouwen; Gelijk des Heeren Jesu werck, De Steenen, hier en daar geleegen Bereid, en vleid en schickt ter deegen, Tot Opstal van zijn eeuw'ge kerck.
Steenhouwer, Jan Luyken, 1694. Collectie Rijksmuseum.

Fraai tafelkleed

Godard Adriaan wil nog meer weten over de Oost-Indische kist. Margaretha vindt echter dat ze alles al wel gezegd heeft. Nou goed dan, toch een nadere specificatie van het tafelkleed. Dat is fraai, en de kroon en de griffioenen van het familiewapen zijn van gouddraad en de rest van het wapen van zijde.

[sijn,] nu weet ick niet of heb uhEd meesiefve in alles beant
woort, dat ick de oostindische preesente in alles wel heb
bevonde heb ick met de laeste post geschreefve het taefel
kleet is fraeij de kroon en grifelijoene van ons wapen sijn
met gout gewerckt derest heel van sijde, [dat den]

Een suikerpot van Chinees porselein, onderdeel van een incompleet koffie- en theeservies. De buikige suikerpot staat op een ronde, ingesnoerde voet en heeft twee oortjes. Aan twee zijden het Van Reede familiewapen in een gouden lijst, gedragen door twee witte griffioenen, staande op een verguld omrand wolkendek met groen, blauw en roze. Boven het wapen een gekroonde helm met zwart dekkleed en zwarte vleugels als helmteken. Bij beide handvatten, organisch gevormd, een `vergulde bladertak met rode besje. De suikerpot heeft aan de bovenkant een smalle gouden bies.
Suikerpot van Chinees porselein met Van Reede wapen, ca. 1790. Collectie Kasteel Amerongen.

Viskuil uitmodderen

Het bericht over de vis in de vorige brief heeft kennelijk Godard Adriaans grote interesse. Hij heeft opdracht gegeven om de gracht nog wat verder uit te modderen met een kuil om daar de gevangen vis beter in te kunnen bewaren. Margaretha heeft vorig week nog een keer een mooi zooitje laten vangen. In de Rijn staat nu minder dan een meter water (3 voet), en hij blijft zakken.

Eerste brieffragment vis
Tweede brieffragment vis

de kuijlle tot konservaesie vande vis sal ick lae
=ten inde grafte volgens uhEd begeerte wt modde
=ren, ick heb inde vooleedene weeck op den rhijn
die teegenwoordich geen 3 voet water heeft

en noch al wech valt laeten visse hebbe Een schoone soij vis
gevange die meest inde grafte heb geset so dat die nu wel
van vis is versien konne wijse maer behouden daer toe mij
beste sal doen, [den heer van Eck laet sijn kribbe weer ver]

Aan een rivier zijn mannen bezig met vissen. Links haalt een man een lijn met haken met daarin vissen binnen, daarnaast stoppen mannen de gevangen vissen in een ton. in de rivier zet een man een fuik en plaatst een man een een net. Rechts op de voorgrond een bootje met met daarin een fuik en twee mannen die zich daarom kommeren. Op de achtergrond koeien in een weide, een landhuis en een kerk.
Visvangst met fuiken en vislijnen, Philips Galle, 1582-1633. Collectie Rijksmuseum.

Slag om de rivier

Niet alleen de Van Reedens, maar ook hun buren beschouwen de rivier als hun achtertuin, waar je niet alleen vis in vangt, maar waarvan je ook de loop zoveel mogelijk naar je hand probeert te zetten. Of het nu is om afkalving van jouw oever te voorkomen, of om je aanvaarroute te verbeteren. De stroomopwaarts gesitueerde buurman Johan Willem van Eck, heer van Lievendaal, heeft de kribben aan zijn kant verlengd, dus nu doet Margaretha iets vergelijkbaars aan haar kant en lijkt het evenwicht weer hersteld. Overgebleven stenen en misbaksels uit de reeds ontmantelde steenoven komen hier goed van pas.

Brieffragment kribben in de rijn

, den heer van Eck6Johan Willem van Eck van Pathaleon, heer van Lievendaal. Bij het aanleggen van kribben ontstaat er benedenstrooms een tegenstroom. We denken dat Margaretha daar op doelt. Lievendaal ligt ongeveer 350m stroomopwaarts van Kasteel Amerongen. laet sijn kribbe weer ver
lenge, dat ons geen vordeel geeft, waerom ick deese weeck bij
de 80 voijer7een bepaalde maat, b.v. roeden? of “rooien”: rijen, riggels? vande saeme geloopene boncke of steen en stucke
van steen vande steenoven, achterons ridtse8Misschien van verwant aan riet/rijt: buitendijkse geul aende bollekrib of zandplaat inde
rhijn heb laeten brengen dat Elck seijt Een goet werck te
sijn,

tekening van de rijn met aan weerszijden kribben. Ingetekend zijn de zandplaten en op verschillende plekken de diepte in de rijn. Onderaan ligt Amerongen. Ook het eigendom van de oevers is genoteerd. Aan de zuidkant, in de Betuwe, staat "Graeff van culenborch Landt", aan de noordkant, bij Amerongen staat "De Nobelweert, toecomende den Heer Graeff van Cuilenborch. Rechts is de Lekdijk ingetekend met een klein stukje land van "De Erffgenamen van Jan Verweij" en dan weer van "G.v. Cuijlenborch"
De Rijn bij Amerongen, N. Wiborch en I. van Geelkerk[en], 1662. Onderdeel van Kaarten van de ondiepten in den Rijn tussen Schenkenschans en Vreeswijk, 1662. Collectie Gelders Archief.

Werk aan de winkel

Ze sluit af met een indirecte aanmoediging om naar huis te komen: In Utrecht wordt door de mensen erg naar zijn terugkeer uitgekeken zodat hij dan allerlei zaken met van Weede van Dijkvelt in orde zal brengen, wat volgens Margaretha nog een heel werk zal zijn. Er is weer iemand overleden, en het lijkt er op dat Ursula Philipota weer zwanger is. Het gaat nu goed met haar, ze staat op het punt om te vertrekken. De groeten aan de heer Blanche!

Brieffragment laatste mededelingen

, dat den heer
van dijckvelt9Everard van Weede uhEd so beleeft heeft geschreefve is goet tot
wttrecht wilme dat uhEd met hem alles weer te recht sal
brenge daer werck aen sal sijn, den goede ouden heer
van kanenburch10Elbert van Isendoorn à Blois is overleede diens, doot beklaecht wort
de vrou van ginckel is weer wel geloof sij swanger is, is noch
hier maer vertreckt , ick blijf
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
met uhEd permisse11Met uw permissie: met uw goedvinden
mij gebiedenis12Gebiedenis: Eerbiedige groet aende heer majoor Blansche

Links een rijtje huizen met sierlijke gevels, aan het eind een tuinmuur. Loodrecht op de tuinmuur staat een witgebouw van twee verdiepingen met een rijk versierde voordeur met een trap ervoor. Rechts staat een boom en half achter de boom staat een koets. Twee mannen lopen de trap op naar de deur, links van de trap staat een soldaat (?) op wacht. Op het plein zitten twee honden.
Statenkamer van Utrecht op het Janskerkhof, Jan de Beijer, 1736. Collectie Het Utrechts Archief.
  • 1
    Franco Bisdommer, voert één van de belangrijkste postdiensten ↩︎
  • 2
    Podagra: jicht ↩︎
  • 3
    De keurprins van Brandenburg, Friedrich, heeft op 29 september zijn eerste kind gekregen. Dit was een dochter. Haar 19-jarige moeder zal twee jaar later aan de pokken overlijden. Dus op een zoon moet Friedrich nog even wachten. ↩︎
  • 4
    Mompeling kan praatjes of geruchten betekenen. Dat is mogelijk hier de betekenis, maar wat dan die praatjes zijn… ↩︎
  • 5
    balie: leuning, hek, ballustrade, reling ↩︎
  • 6
    Johan Willem van Eck van Pathaleon, heer van Lievendaal. Bij het aanleggen van kribben ontstaat er benedenstrooms een tegenstroom. We denken dat Margaretha daar op doelt. Lievendaal ligt ongeveer 350m stroomopwaarts van Kasteel Amerongen. ↩︎
  • 7
    een bepaalde maat, b.v. roeden? of “rooien”: rijen, riggels? ↩︎
  • 8
    Misschien van verwant aan riet/rijt: buitendijkse geul ↩︎
  • 9
    Everard van Weede ↩︎
  • 10
    Elbert van Isendoorn à Blois ↩︎
  • 11
    Met uw permissie: met uw goedvinden ↩︎
  • 12
    Gebiedenis: Eerbiedige groet ↩︎

Druk, druk, druk

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 september 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha snapt er niets van, de brief die ze de achttiende schreef lijkt verdwaald te zijn. Gelukkig heeft ze die van de vierde van haar man wel ontvangen. Hij schrijft kennelijk weinig interessants, want ze gaat er verder niet op in. Wel belangrijk is natuurlijk de Oostindische kist. Die is inmiddels in Utrecht; daar gaat ze morgen heen, dus in haar volgende brief schrijft ze wat erin zit.

Brieffragment verdwaalde brief en oostindische kist

[rec. 22e 7ber.]

Ameronge den 5/15
septem 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 4 deeser heb ick ontfange, dat
de mijne vande 18 Augusti niet is te rechte gekoome doe
mij leet kan niet dencke waer die is verdwaelt,
het oostindis preesent is ten huijse van beusekom1Nicolaas van Beusinchem tot
wttrecht aengekoomen derwaerts ick merge met
godts hulp meen te gaen en overmerge weer hier
te sijn sal met de naeste post schrijfve waer in
het selfve bestaet en wat het is, [aengaen uhEd]

Een kamer vol honden, in het midden een verhoging waar een witte hond een brief in zijn bek aanbiedt aan een andere hond.
Honden bieden een brief aan, Johannes de Mare (prent) naar Bernard te Gempt, 1860-1879. Collectie Rijksmuseum.

Verlengde missie

Margaretha heeft begrepen dat Godard Adriaan nog wel even weg zal blijven. Willem III heeft zowel tegen Margaretha als tegen hun zoon gezegd dat hij in Berlijn moet blijven. Hoe lang is Margaretha niet helemaal duidelijk geworden. Maar Willem gaat naar Celle en zoon Van Ginkel gaat mee, zij gaan er beiden vanuit dat ze Godard Adriaan daar treffen. Dan moeten ze daar maar even overleggen.

Brieffragment verlengde missie

[het selfve bestaet en wat het is,] aengaen uhEd
thuijs koome heb ick voordees geschreefve, hoe dat
sijn hoocheijt aen mij en daer nae den heer van
ginckel heeft geseijt uhEd alsnoch niet van berlij
sal konne maer noch Eenigen tijt daer moete blij
=fven, of daer meede nu de heelle winter verstaen
wort kan ick niet weeten, als sijn hoocheijt nu te
sel komt en uhEd de heer van ginckel siet daer
hij staet op maeckt, hoope deselfve het best sal
hoore, [ondertuschen sal ick in maent van]

Interieur met een vrouw met zwarte jurk, wit jakje en witte kap die voorovergebogen bij een haardvuur zit Achter haar een wiegje en een stoel met daarover kleren. De stoel staat voor een bedstee met gordijnen. De ruimte is hoog met op de achtergrond een hoog dubbel raam met glas in lood.
Interieur met een vrouw bij een haard, Jacobus Vrel, ca. 1654. Carmen Thyssen Collection

Provisie

Margaretha zal in de maand van oktober zorgen voor de gevraagde provisie. Nu is het even de vraag wat Margaretha bedoelt want het kan zowel inhoud voor de provisiekast zijn als keiharde munten. Hoewel ze niet verwacht geld van het land te krijgen, springt ze daarna gelijk over op het geld dat voor hem klaar ligt en dat ze dat direct regelt. Dus wellicht is de provisie van oktober dan toch meer om op te peuzelen.

Brieffragment provisie

[hoore,] ondertuschen sal ick in maent van
ockto uhEd van sijn begeerde proovijsie versorchge
en hoewel geen Apreehensie tot Eenige betaeline
vant lant voor Eerst sien, kan uhEd he vaste
staet maecke op vier duijsent gul die ick
in weijnich dage sal versorchge dat booven
de laeste wissel die deselfve ter som van 1000 gul
nu onlans heeft getrocke [en de 500f die]

Er volgt een onnavolgbare berekening van geld dat Godard Adriaan opgenomen heeft, dat aan Temminck in Amsterdam betaald is. Ze belooft één ding: als Godard Adriaan met de keurvorst naar Maagdenburg gaat, dan zorgt ze ervoor dat hij nergens om verlegen hoeft te zitten.

Brieffragment gerust naar Maagdenburg

[maer sal sien hoe ickt met hem maeck,] so uhE
met den heere keurvorst naer maechdenberch
gaet kan ick wel dencke uhEd gelt sult
moeten hebbe, ick sal so veel doen alst moo
gelijck is onvEd in gerustheijt te stelle
en niet verleege laeten, [ick doen al wat]

In dit stilleven liggen kazen, krakelingen en vijgen op tafel uitgestald, samen met kostbare voorwerpen als een verguld Venetiaans glas en een Chinese schotel.
Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen, Clara Peeters, 1615. Collectie Mauritshuis.

Werkvolk

Één van de manieren om geld over te houden, is om minder werkvolk op de bouwplaats in dienst te hebben. De eerste zijn inmiddels vertrokken. Het hele stalgebouw met de paviljoens is nu onder dak, dus ze kunnen de timmerlieden en metselaars best missen. Nu het dak erop zit moet de leidekker wel aan de slag.

Brieffragment werklieden

[en niet verleege laeten,] ick doen al wat
ick kan om Een goeij deel vant werck volck
vanden hals af te krijge laet deesen dach
4 metselaers 4 operlie en 6 timerlie bij
provijsie wt het werck gaen, dewijlle het
geheelle werck nu onder dack is en de

leijdeckers nu begine de leije opt Eerste pau
velijoen te legge, konne wij de voornoemde
wercklie mise, [de vrou van ginckel is]

Een zwartwit foto gemaakt op het dak van Kasteel Amerongen. In het midden een dakgoot tussen twee hoge daken met lijstenen. Aan het eind een volgend dak met lijstenen. In het midden is er tussen de daken een soort doorgang met een luik erin waardoor je in de dakgoot kunt komen. Achter deze doorgang heeft het linker dak een koekoek en ook het dak waar we tegenaan kijken heeft er één. Waar het linker en het achterste dak samenkomen staat een schoorsteen en aan het eind van het rechter (hogere) dak staat een vlaggenmast.
Foto van de noordelijke dakgoot van het dak, Ton van der Wal, 1989. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Leien op het dak van het kasteel.

Even op en neer

Schoondochter Philippota is ziek. Ze heeft koorts en zinkingen aan haar been. Zinkingen kunnen eigenlijk van alles zijn, maar aan je been is het waarschijnlijk heel lastig. Margaretha is dus maar even een dag naar Middachten geweest. Ze is nu weer terug in Amerongen, want het is kermis en daar moet ze zich wel even laten zien.

Brieffragment zieke Philippota en kermis

[wercklie mise,] de vrou van ginckel is
heel niet wel geweest heeft Een kontiniwe
=le koorts gehadt met Een sinck in aent been
dat seer geinflameert2Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling en verzwering was doch nu in
alles beeter de koorts haer verlaeten
ick ben Een dach tot Middachte geweest
deese Middach weer hier gekoomen, tis hier
kermis daerom niet versuijmt heb, [sijn]

Gravure met links een groep nette mensen. Achteraan een jongen in het donker. Voor hem twee jonge dames met lange jurken met kanten kraag met daarop een medaillon en hun handen in een mof. Voor hun een oudere vrouw in het zwart. Naast haar een jonge man met krullen en een hoed. Ze praten met twee vrouwen, waarvan de ene haar handen gevouwen heeft en ze kijkt ze verdrietig dramatisch aan. Aan haar rok hangt een klein meisje met een stok in de hand. Achter haar een wat jongere vrouw die kijkt naar de bezoeken de groep, maar haar hand uitsteekt naar een wat ouder meisje die ook haar handen in een mof heeft. Rechts achter hun staat een bed met daarin een zieke man, hij heeft zijn arm op, maar niemand ziet hem. Aan de muur naast hem hangt een plank met daarop een kan, een bord en een glas. Daarnaast een met riet beklede rechte stoel en op de grond staat een brede schaal. Een po?
Bezoeken van de zieken. Eén van de zeven daden van barmhartigheid. Prent van Abraham Brosse, uitgegeven door Jean Leblond (I), 1640-1642. Collectie Rijksmuseum

Zijn Hoogheid

Uiteraard moeten ook de bewegingen van Zijn Hoogheid gemeld worden. Hij zou eigenlijk via Twickel naar Celle, maar hij heeft het veranderd. Hij gaat nu via Schoonheten, waar Hendrik Bentinck, de broer van zijn kamerheer Hans Willem woont.

Van Ginkel gaat via huis Dorth (bij Bathmen) en reist dan met Gustaaf Adriaan graaf van Flodroff naar Celle.

Brieffragment onderweg naar Celle

[kermis daerom niet versuijmt heb,] sijn
hoocheijt so men seijt gaet vandaech wt den
haech op soesdijck van daer naer schoonheij
bij de broer vande kamer heer bentin
en so voort na sel, was
Eerst van meenin op twickel gegaen te
hebbe maer is verandert, den heer van
ginckel gaet toekoomende maegtech na
t huijs te dort om sanderendaechs met
de graef van floodorp en andere heere haer
reijs voort naer sel te sette, de heer almach
=tich wilse alle geleijde en voor ongelucke
bewaere, [op Middachte legge wel 4 a 5]

Pleisterplaats. Voor een herberg houden enkele wagens en ruiters halt om te rusten. Op de voorgrond drinken koeien uit een sloot, daarnaast een herder en enkele kippen.
Landschap met reizigers bij een herberg nabij een pleisterplaats, Salomon van Ruysdael, 1660. Collectie Rijksmuseum.

En trouwens

Aan het eind van de brief komt Margaretha nog even terug op eerdere onderwerpen. Philippota was niet de enige die ziek was op Middachten, ook vier of vijf personeelsleden waren ziek. Het was maar goed dat Margaretha er was. Ze kon helaas niet langer blijven, want druk, druk, druk.

En dat gedoe met dat geld blijft gedoe. Het lijkt erop dat Van Heteren het ook niet voor elkaar krijgt om geld los te krijgen. Waarschijnlijk is ze op haar tripje naar Middachten nog even langs Rosendael gereden, want Jan van Arnhem zal kijken of er bij de Ridderschap van de Veluwe nog geld is.

Het geluk zit in de ps: de steenoven stookt én brandt.

Naschrift

[ent mij te laeten weeten,] hier meede
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijf
M Turnor
de steen oven
is aent stoocke
en brande
ick heb uhEd meesiefve
aende seeckreetaris gegeefve
als mij docht die wel te sijn

ingekleurde gravure met allerhande werkende mannen en op de achtergrond puntvormige bouwwerken. Links voor zit een koning die naar een tekening kijkt. In het midden staat een ronde steenoven waar de vlammen uitslaan.
Fantasievoorstelling van de bouw van de piramides, met een grote steenoven waar de vlammen uitslaan, Gottfrid Pfaunz (prent) naar Johann Claude Sarro, 1709-1762. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Nicolaas van Beusinchem ↩︎
  • 2
    Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling ↩︎

Mooi weer

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 11 mei 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 mei 1680
Lees hier de originele brief

Het is twee en een halve week geleden dat Margaretha aan Godard Adriaan schreef en ze realiseert zich dat in haar laatste brieven ‘swaericheijt’ de boventoon voerde. Maar ja, wat moet je als het water maar niet wil zakken met stagnerende bouwwerkzaamheden tot gevolg. En dan zullen we het maar niet over de geldzorgen hebben. Gelukkig kan Margaretha nu positiever nieuws brengen: het is de hele week al prachtig weer! Dat betekent dat het werk bij de steenoven, het metselwerk én het graafwerk flink gevorderd zijn.

Brieffragment beter nieuws

rec.a 19e Maij
Amerongen den
11/1 meij 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande Eerste deeser heb ick ter rechter
tijt ontfange, het is mij leet ick in mijne voorgaende ija
tot mijne laeste in kluijs niet ande heb konne schrij
als van swaericheijt en dat men hier met geen
werck voort en kost, nu sal ick segge dat wij dees
heelle weeck seer schoon weer hebbe gehadt inde
welcke ons werck so wel op de steen oven alst
metsel werck ende graefvers heel wel hebbe ge=
vordert, [moogen wij sulcken weer wat houden]

Op een veld zijn mannen aan het bouwen. Voor proberen ligt een boomstam op twee bokken en zijn mannen met bijlen bezig. Rechts roert een man onder een afdak in een grote bak (mortel?) daarachter wordt een muur gebouwd met drie mannen op een steiger en helemaal achter timmert een ban het gebint van een dak in elkaar.
Over bouwen in het algemeen. Uit: Georgica curiosa : das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität Düsseldorf

Het water zakt

Vanwege het mooie weer, is het water gelukkig ook aan het zakken. Zoveel zelfs dat ze de sluis vandaag open heeft laten zetten. Hierdoor zijn de binnen weiden al weer bijna droog. De uiterwaarden drogen ook op, maar daar heeft men nog niet zo veel aan. Het gras is zwart van het slib en stinkt zo erg dat mensen hun vee er niet op kunnen laten grazen. Dat brengt nieuwe zorgen met zich mee, want het droogvoer is op.

Brieffragment zakkend water

[kort maecke,] het water dat hier op al de wtter
waerde heeft gestaen, is heel aent valle en so dat
van daech de sluijse heb doen open sette waer
door de binne weije die voort meerendeel vant
wel waeter onder stonde, bij naest weer drooch
sijn, de buijte waerde sijnt water wel quijt
maert gras is so swart en vol slib en stinckt
so seer datter geen mense haer beeste op derfve
brenge, daerse seer over lamenteere want sijn
wt gevoert en weete geen wech met de beeste,

Aan de rand van een dorp staan enkele wagens stil bij een herberg, even verderop staat een groep mensen langs de kant van de weg. Op de voorgrond een kudde koeien bij een plas onder bomen.
Dorpsgezicht, Salomon van Ruysdael, 1663. Collectie Rijksmuseum.

Van water naar geld

Natuurlijk moeten Margaretha en Godard Adriaan het ook in deze brief even over geld hebben. Margaretha verwacht dat ontvanger De Leeuw uit Utrecht binnenkort 4000 gulden zal betalen. Als zij dat geld heeft ontvangen, kan ze weer een flinke som geld, nog eens 1000 gulden, betalen aan hun bankier, de heer Temminck in Amsterdam.

Brieffragment geld

ick heb den ontfange, de leuw tot wttrecht adver=
=tensie doen geefve vane ordinansi van 4000f die
op sijn kantoor sal koome te betaelle, die penin
=ge ontfange hebbende sal ick weer Een goede
some gelt aende heer teminck tot Amsterdam
sende die ons bij de duijsent gulde heeft ver
schooten,en t ick sal maecke hij weer duijsent gul
tot betaeline van uhEd te treckene wissels in
hande hout, bedancke deselfve seer voorde goede
sorchge die hij belieft te drage, [dat de twee]

Zilveren penning. Voorzijde: pas opgerichte beursgebouw met daarboven vliegende Mercurius. Keerzijde: gekroond wapen van Amsterdam met twee leeuwen.
De makelaars te Amsterdam, anoniem, 1612. Collectie Rijksmuseum.

Van geld naar stenen

Margaretha hopt van onderwerp naar onderwerp. Ze heeft een hoop te bespreken. Na het geld zijn uiteraard de stenen aan de beurt. Eerder schreef ze dat de twee bestelde beelden en een lading hardsteen onderweg zijn vanuit Amsterdam naar Amerongen. Nu heeft ze gehoord dat er ook een lading van 600 stenen voor de heer van Renswoude bij zit. Wat moet ze hier in vredesnaam mee? Ze zal zelf aan hem schrijven waar ze de 600 stenen naartoe moet sturen en hoe. Gelukkig voor haar blijkt dat niet nodig. Aan het eind van de brief vermeldt ze dat de vloerstenen naar Den Haag moeten.

Brieffragment stenen in Amsterdam

[sorchge die hij belieft te drage,] dat de twee
beelde en verdere hartsteen tot Amsterdam is
aengekoome en voort op wech is om hier te
brenge heb ick uhEd met de laeste post geschree
ock 600 vroersteene die ick hoore voorde heer van
rhijnswou1Johan van Reede van Renswoude te sijn, hoe ick die voort sal krijge of
waerse moete sijn weete niet sal daer over aende
heer van rhijnswoude schrijfve, [hoope ock dat]

Gezicht op een dorp aan een rivier, waarop een boot wordt ingeladen met manden en zakken; een dorp tussen Woerden en Alphen aan de Rijn, voorstellende de maand september. Bovenaan het bij deze maand behorende sterrenbeeld: weegschaal.
September, Jan van de Velde II, 1618. Collectie Rijksmuseum.

De kerkenraad

De brief is natuurlijk niet compleet zonder een update over de soap met de kerkenraad. Margaretha besteedt er maar liefst anderhalve pagina aan. Zoon Godard is nu nog in Den Haag, maar had haar beloofd bij terugkomst naar de zaak te kijken. Ook zou hij er met een theoloog uit Leiden over praten. Maar er is sprake van een kink in de kabel. Zijne Hoogheid Willem III vertrekt komende week naar Soestdijk en de Veluwe. Daar moet Godard van Ginkel bij zijn. Daarnaast staat de kerkenraad op punt van veranderen en het geschil moet natuurlijk afgewikkeld worden met de huidige kerkenraad. Margaretha wil het geschil graag opgelost hebben, maar is nog steeds heel zeker van haar gelijk. Zoals ze afgelopen winter al een aantal keer tegen hun zoon heeft gezegd, is ze bereid de predikant vanuit de grond van haar hart te vergeven.

Brieffragment Kerkenraad en Van Ginkel

den heer van ginckel is noch inde haech, heeft
mij belooft op sijnhEd weer komste al hier het
werck van preedikant bij de en kerckenraet
bij de hant te neeme en sien wat daer in
te doen staet, ock dat hij met teoligante2Theologant: Godgeleerde, theoloog
so tot leijden als Elders daer over sou
spreecke om te sien hoe wa daer met de beste
forme en manier af sulle koome, maer
vermidts ick hoor sijn hoocheijt inde aenstaende
weeck naer soesdijck en voort naerde veelu
gaet en gelijck uhEd weet de heer van ginckel
dan moet present sijn en op passe, [weet]

Brieffragment Margaretha en de dominee

[sien hoement maeckt,] ondertusche bid ick
en mij te geloofve en te vertrouwe dat so
veel mij aengaet ick geensins soeck de kleijni
=heijt vande preedickant of gedenck aent geen hij
mij heeft gedaen dat sal ick seer gaerne aen
Een sijde stelle en hem wt gront van mijn
hart vergeefve, en niet liefver sien als dat
al dit werck in minne mocht bij geleijt worde
welcke aende heer van ginckel deese winter

verscheijde maelle heb geseijt, de advijse die ick
vande advokaete en rechtgeleerde heb genoome
is niet wt Een partiekuliere pasie die ick
teegens den preedikant of kerckenraet heb
maer op uhEd begeerte en ock het segge van
deen en dande die meende sulcke prosiduere
bij den heer niet hoorde geleede te worden

Links een rij knotwilgen tegen de dijk, daarnaast weilanden die voor een deel onder water staan. Links aan de horizon de kerktoren, in het midden, tussen de bomen, kasteel Amerongen.
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.

Laatste mededelingen

Na de afsluiting van haar brief, volgen er toch nog een paar mededelingen die dicht op elkaar zijn neergepend. Eerst wat lieve berichten van de kleinkinderen. Godertje wil graag dat Margaretha zijn nederige dienst aan opa overbrengt en hij wil weten hoe het met Godard Adriaans gezondheid is. Ook Annetje en Reiniertje komen hun nederigheid tonen. Tot slot komt Margaretha terug op de 4000 gulden die ze eerder in de brief noemde. De Leeuw laat weten dat hij ze niet eerder kan betalen dan over een maand. Daar zijn ze mooi klaar mee.

Afsluiting brief

de heer van rheijnsou daer so een brief van
ontfange begeert sijn vloersteen inde haech
salse sijnhEd daer sien te bestelle, en
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

godertge komt en
begeert ick sijn
oot moedige dienst
sal preesenteere aen groote papa en vrage
hoet met groote papa gesontheijt is, en versoecke
dat den heer blansche en jeneken niemant
toch goede sorchge voor groote papa sulle
drage dat hij wel gedient mach worde
Antge en reijniertge preesenteer van gelijcke
haere oot moedigen dienst, den ontfange
de leuw laet mij weete niet Eer de bekende 4000f
te konne betaelle als inde tijt van Een
maent

Tekening van een jongen met een lange jas, knielange broek en laarzen aan. Hij heeft zijn hoef in zijn rechterhand en onder zijn linkerhand een houten schooltas. Links onder nog twee schetsen van beide handen.
Jongen met schooltas, Adriaen van Ostade, 1666. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Johan van Reede van Renswoude ↩︎
  • 2
    Theologant: Godgeleerde, theoloog ↩︎

Het water stijgt!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 april 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 5 mei 1680
Lees hier de originele brief

Het is meteen duidelijk wat Margaretha het meest bezig houdt: het stijgende water! Bovenaan haar brief, nog boven de aanhef, schrijft ze het laatste nieuws: het water is vandaag nog zes duimen (16 cm) gestegen. En dan voegt ze er ook maar de ‘oetmoedige dienst’ van Fritsje aan toe. Fritsje zal morgen naar Leiden vertrekken, weer naar Leiden, schrijft ze zelfs.

Brieffragment wassend water en frits

het water is deese dach noch 6 duijm gewasse
fritsge die merge weer
na leijde gaet preesenteer sijn oet
moedige dienst

Ameronge den
14/24 April 1680
[reca. 5 mei]

Mijn heer en lieste hartge

De ‘anderendaegse’ koorts

Margaretha leeft mee met haar Godard Adriaan vanwege de ziekte van ‘Jan de kamerlin’, maar ze is zelf ook ziek geweest. Ze heeft de ‘anderendaegse’ koorts gehad met een zeer zware verkoudheid. In principe is ‘anderdaagse koorts’ een aanduiding voor malaria, maar Margaretha heeft het niet alleen over verkoudheid, ze klaagt ook over aanhoudende hoest. Misschien toch een flinke griep?

Brieffragment ziekte

wt uhEd aengenaeme vande 17 deeser sien ick met leet
weese dat ijan de kamerlin so sieck blijft legge sonde
datter beeterschap voor hande is, twijfele niet of het
moet uhEd seer inkomoodeere dat mij bekomert
wenste deselfve daer Een bequaem man kost krijge
op dat hij niet ongedient mocht weesen, ick heb
den anderendaechse koorts met Een seer swaere
verkoutheijt en hoest gehadt de koortse heeft mij
al Eenige tijt verlaete en de hoest is het swaer
=ste ock over daer de heere voor gedanckt moet sijn

Een dokter bezoekt een zieke vrouw op haar ziekbed. Naast het bed staat een po. Een hondje blaft naar de dokter. Achter hem staan vier personen, waarvan er een in een glas kijkt.
Ziekbed, Abraham de Blois naar Jan Havicksz. Steen, 1679-1726. Collectie Rijksmuseum.

Een nieuw kleinkind

Kennelijk heeft Godard Adriaan geklaagd dat de provisie nog niet aangekomen was. Maar ja, Ursula Philippota lag weer eens in de kraam! Toen het verzoek van Blanche om extra voorraad binnen kwam, stond Margaretha op het punt in de koets te stappen. Margaretha was tien dagen op bezoek bij de kraamvrouw en door haar uitstapje was ze helemaal vergeten om Godard Adriaan zijn proviand te sturen. Maar ze heeft het inmiddels alweer twee weken geleden naar Amsterdam gestuurd en vandaar is het met een ‘hamburchsvaerder’ naar Hamburg gestuurd. Het moet daar inmiddels zijn aangekomen.

Eerste brieffragment provisie naar Hamburg
Tweede brieffragment provisie naar Hamburg

het kraeme vande vrou van ginckel is oorsaeck ick
uhEd proovijsie1Provisie: voorraad niet Eer heb gesonde kreech den
brief van Monseu blansche so ick stont om op
de koets te gaen sitte nm naer Middachte te
gaen, daer ick 10 dage geweest ben, en so haest
ick weer hier quam heb ick al gesonde dat ontbo
=de was het welcke int begin vande voorgaen weeck
naer Amsterdam is gegaen en voorleeden
sondach van daer met Een hamburchs
vaerder is afgevaere so dat geloof het nu

het nu al tot hamburch moet sijn en uhEd
haest sult ontfange, [het doet mij leet Mon]

In een rieten wiegje ligt een baby te slapen, de handjes boven de dekens. Op de kap ligt een doek.
Slapende baby in een wieg, Hermanus Numan, 1754-1825. Collectie Rijksmuseum.

Het weer zit flink tegen

Bijna schuldbewust schrijft Margaretha dat ze op Amerongen weer aan het metselen zijn, maar dat het allemaal niet zo snel en zo goed gaat. Godard Adriaan schreef dat het bij hem zulk mooi weer, nou, ze wilde wel dat het in Amerongen ook zo was. De laatste week hebben de metselaars maar anderhalve dag kunnen werken door de aanhoudende regen. De wegen zijn zo slecht dat er ook al geen stenen op de bouwplaats gebracht kunnen worden.

Niettemin, Margaretha geeft de moed niet op: morgen is het nieuwe maan, hopelijk wordt het weer dan beter.

Brieffragment metselaars en weer

[verwachte te weeten ] wij sijn hier aent
metselen maer vorderen seer weijnich door dit
quaet en onstuijmich weer dat deese ganse
maent lang geduert heeft, kan mij niet ge-
noech verwondere dat Uedele schrijft daer sulck
schoonen weer gehadt te hebbe, ick wenste de
selfve hier eens waert geweest soudt selfs sien
de onmoogelijckheijt, deese week hebbe de metse-
laers weer naulijcks anderhalfve dach konne
wercke sijn telckens uut gereegenst

Een reiger staat op één poot in het water. Het water heeft een lichte rimpeling. Achter de reiger riet en daarboven in de vale lucht en maansikkeltje.
Reiger bij nieuwe maan, Ohara Koson, 1900-1910. Collectie Rijksmuseum.

Een dreigende overstroming

Er is weer een schip met hout aangekomen uit Amsterdam. Margaretha noemt onder andere kruisramen en delen voor het leidak. Het wordt op dit moment gelost en daar is haast mee, want het water op de rivier stijgt snel. De uiterwaarden staan al blank. In de afgelopen nacht is het water acht duim gestegen. Het water nadert de kade die het dorp Amerongen moet beschermen. Voor de dorpsbewoners is het heftig. Veel boeren hebben al vee in het land lopen en dat moeten ze nu weer binnen halen. Maar ze hebben geen voer meer voor hun dieren.

Brieffragment hoogwater

[of weet geen raet met den steenove,] wij hebe
weer Een schip met hout so kruijs raemte als
deelle tot het leij dack en ane hout ick van
Amsterdam gekreechge daer men mee doende is
te losse en men sich mee moet haeste want het
water op de reevier wast so viement dat
meest al de wtter waerde onder staen en is
noch deese nacht over de acht duijm gewasse
het loopt al naer de kaeij wat int dorp is
datse noch hoopen te houden, de mense
klage en kerme dat droefvich is te hoore hebbe
geen voer meer voor haer beeste en moete diese
inde weij hebbe gedaen weer op haelle, [krijn]

In de uiterwaarden doet een kudde koeien zich tegoed aan gras en water. Een boer met in zijn hand een emmer, loopt juist van de kudde vandaan. Op de rivier zeilschepen en roeiboten. Aan de overzijde van het water een dorp met een kerk en rechts een molen.
Grazende koeien in de uiterwaarden, Jan de Visscher naar Jan van Goyen, 1682-1709. Collectie Rijksmuseum.

Geldzorgen

Het eeuwige probleem van Margaretha: geld. Krijn van Kampen is op pad om turf te kopen om de steenoven te kunnen stoken. Maar als hij terugkomt, met turf, dan moet ze die turf betalen en als er weer voldoende stenen, ook de metselaars. Margaretha hoopt dat hij nog een maand weg blijft.

De Haagse kermis

Ursula Philippota is dan wel net uit de kraam, maar Van Ginkel en zij zijn van plan om aan het eind van deze week naar Den Haag te gaan. Het is de Haagse kermis! Ook Willem III was daar een groot liefhebber van. Behalve attracties waren er handelaren die echt van heinde en ver kwamen. Ze hebben gevraagd of Margaretha mee wilde gaan, maar ze vindt dat ze niet weg kan van Amerongen. Ze moet toch echt opletten wat de werklui hier uitspoken! En als het maar even kan van het weer, dan gaat ze toch minstens één maal per dag naar de steenoven. Maar ze begint de jaren inmiddels wel te voelen…

Brieffragment kermis en werk

[valt,] de heer en vrou van ginckel maecke staet int lest
vande toekoomende weeck naer den haech te gaen alwaert
dan kermis sal sijn hadde gaerne dat ick mee ginck
maer salt niet doen kan geen sins van hier uhEd
sou niet geloofve als ick se niet geduerich op de hacke
sit hoet ter toe gaet, tis mij seer gemacklijck dat ick
nu so naer bijt werck ben, want beken dat ick so
wel niet meer voort kan als voor dees, [Evewel alst]

Een prent met een vogelvluchtoverzicht van de kermis in Den Haag met op de achtergrond het binnenhof. Op het plein staan allemaal tentjes opgesteld met een paar brede ruimtes ertussen. Daar paradeert de schutterij. Rechts staat de cavalerie en overal zijn mensen wat aan het doen, onderweg. HEt is echt een kijkplaat.
Haagse Kermis met de prins en prinses van Oranje, Daniel Marot, 1686. Collectie Rijksmuseum.

Een nieuwe brouwer

Zoals gebruikelijk springt Margaretha in haar brieven van de hak op de tak. Ze heeft een nieuwe brouwer bier laten brouwen voor dagelijks gebruik en iedereen is heel tevreden. Het heeft haar 38 gulden gekost en kennelijk vindt ze dat een koopje. Ze zal hem nu ook vragen om bruin bier te brouwen.

Brieffragment bier

[twee mael daechs naer de steen oven,] ick heb ock voor
ons vande nieuwe loenense brouwer wit bier voor onse tafel
laete brouwe dat so Elck seijt heel wel gevalle is, het
heelle gebrout kost mijn 38f daer voor heb ick twee
tonn schoon 8f en 12 tonne 4f bier so dat mij
het 4f bier naulijcks 2f de ton kost, nu sal ick noch
Eens bruijn bier voort volck van ijanpeeterse die hier int
dorp woont laete brouwe [om die swaere reeckenine vande]

Op de voorgrond giet een man bier in een rijtje van zes voor hem liggende vaten. Op de achtergrond bewerkt iemand de vaten in een kuip en worden er spullen in een bootje gehesen.
De bierbrouwer, Christoph Weigel, 1698. Collectie Deutsche Fotothek.

En tot slot ….

In de laatste regels van haar brief schrijft Margaretha dat ze de mest uit het schaapskot uit heeft laten rijden in de boomgaard. En daar moet ‘mijn heer en lieste hartje’ het dan maar mee doen!

dat werck sulle koen, ick heb ock de messe wt het schaeps schot om de boome inde groote en hoochlange boogaert laete rijden 
blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijf 
M Turnor

Brieffragment schapenmest
Donkere ets met rechts nog net zichtbaar een kudde schapen met in het midden een staande figuur, links in de verte een boederijtje met wat bomen en in de lucht een kleine maansikkel.
Schapen op de hei bij nacht, Jacoba de Graaf, 1867-1911. Collectie Rijksmuseum.

Heel veel gedoe

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 20 april 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 28 april 1680
Lees hier de originele brief

Godard Adriaans brief van de tiende april is keurig bezorgd. De brieven die wij hebben van haar aan Godard Adriaan komen nog maar net wekelijks binnen. Wat er aan de hand is weten we niet, Margaretha schrijft ook nauwelijks over brieven die niet aankomen.

Gedoe met de bouwheer

Kennelijk heeft Godard Adriaan in een brief aan de secretaris nog een wijziging voorgesteld. Margaretha geeft aan dat het nu nog kan, maar de metselaars moeten al aanpassingen doen. Ze hoopt wel dat dit de laatste beslissing zal zijn, want vanaf nu moeten ze bij veranderingen “schade maken”. En dat is wat Margaretha niet wil. Om haar man gerust te stellen helpt ze hem even herinneren dat de stal zo lang is dat er 24 à 25 paarden in passen.

Brieffragment stallen

[reca. 28e. April]

Ameronge den 20/10
April 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd meesiefve1Missive: brief vande en 10 deeser sijn
mij ter rechter tijt behandicht, het werck wort
volgens uhEd schrijfvens aende seeckreetaris
gemaeckt waerom de metselaers Een stuck
van Een middel muer hebbe moeten opneeme
hoop het nu bij die laeste reesolusie2Resolutie: beslissing, besluit sal blijf
=ven, ock soudense sonde merckelijcke schade
geen veranderin konne maecken, de stal
sal voor 24 a 25 paerde lanck sijn en tot
aent koets huijs door schieten, [wij hebbe hier]

n een paardenstal maken enkele jagers zich klaar voor de jacht, links een hond.
Paardenstal, Joseph Moerenhout, ca. 1830-1840. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met het vaarwater

Het weer is slecht, dus kunnen ze bij de steenoven maar niet beginnen met het vormen van de stenen. Krijn van Kampen is op weg naar Zwartsluis om turf te halen. Alleen zit Margaretha zo omhoog qua stenen, dat ze zodra er turf is, moet gaan bakken, ook al hebben ze nog maar drie of vier monden steen. Bovendien moeten ze snel zijn, want als het water op de rivier stopt met wassen en weer zakt, dan gaat de vaart (Vaartsche Rijn) bij Utrecht dicht om de sluis te repareren. Dan kunnen er dus geen schepen door. Dus ze heeft meer schippers om turf op pad gestuurd en die verwachten in drie weken weer terug te zijn. Maar ja, maar ja. Het ene gedoe leidt tot het volgende gedoe, want vier schepen turf kost veel geld.

Eerste brieffragment vaarwater
Tweede brieffragment vaarwater

[is dat wij beeter weer sulle krijge,] krijn van
kampe is met t samooreuse3Samoreus: Type lang vrachtschip wt naer swarte

sluijs om turf te koopen tot de steen oven die
wij door gebreck van steen genootsaeckt sulle
sijn so haest wij drij a vier monde vol steen
sulle hebbe af te stoocken, ock sullense so
haest het waeter dat op de reevier weer aent
wasse is, laech wort aende vaert bij wttrech
de sluijs vermaecke en so lang dat duert
sullender geen scheepe door konne vaeren
daer om ick ock noch te Eer om den turf
heb moeten sende die staet maecke binne den
tijt van 3weecken met den turf hier te
sulle sijn, die 4 samoreuse sulle al bij de
1300f aen gelt bedraechge, [oft gebeurde]

Turfschip met daarop drie mannen waarvan er één aan het roer staat. Rechts op de achtergrond een boerenhoeve en de contouren van een kerk.
Turfschip op binnenwater, Gerrit Groenewegen, 1791. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met geld

Margaretha’s grootste zorg is dat als die schepen komen, ze al dat geld niet heeft en ook niet weet waar het geld vandaan zou kunnen komen. Gelukkig heeft ze een plan B en ze hoopt dat Godard Adriaan het ermee eens is.

Binnen de provincie heeft de familie een aantal functies waar ze geld voor krijgen en dat is onder andere geld vanuit de Ridderschap en ook voor het kamelaarschap (functie waarin de geldzaken geregeld worden) voor de Lekdijk. Dit geld gaat kennelijk rechtstreeks naar Van Beusinchem, maar Margaretha weet dat het er is. Haar belangrijkste zorg nu is dat de steenvormers doorwerken, die krijgen elke veertien dagen 200 tot 250 gulden. De smeden willen ook geld, maar die moeten maar even wachten.

Eerste brieffragment geld
Tweede brieffragment geld

[1300f aen gelt bedraechge,] oft gebeurde
dat ick opt aenkoome van selfve so veel
gelt niet in kreech gelijck ock voor de hant
niet sien waert van daen sou koome hoop
uhEd niet qualijck sal neemen ick het
gelt dat onder beusekom leijt en hij onsen
weege vande ridderschap en de kamelaer
vande leckendijck heeft ontfange, licht,
so het volck aent vorme vande steenblijft
moeter alle 14 dage ontrent de 200f en 250f
tot de steen ove
weese behalfve het ande volck, de smits

loopen ock ock om gelt dan die moeten noch wat
wachten

Magistratenkussen van tapijtweefsel met het gekroonde wapen van Utrecht en de inscriptie "L.D. Bovendams" Lekdijk Bovendams en het jaartal 1706.
Kussen met het wapen van het waterschap Lekdijk Bovendams, anoniem, 1706. Collectie Rijksmuseum.

Gedoe met de kerkenraad

De fittie met de kerkenraad begint behoorlijk uit de hand te lopen. Zowel Margaretha als de kerkenraad winnen juridisch advies in. Margaretha’s adviseurs, je verwacht het niet, zijn het natuurlijk helemaal met haar eens: de kerkenraad had absoluut het recht niet om die arme Evert de Wael aan te klagen. Alleen lijkt Evert de Wael helemaal verdwenen te zijn uit het verhaal. Juridisch adviseurs zijn er daarentegen des te meer: burgemeester Jacob van der Dussen van Utrecht en de kersverse procureur-generaal van het Utrechtse hof: Everard Becker. Ook syndicus (juridisch ambtenaar) Gerbrand Schagen uit Wijk bij Duurstede bemoeit zich ermee.

Margaretha vindt het in ieder geval allemaal maar lastig. Zonder Godard Adriaans toestemming doen ze niets, dus hij krijgt alle gegevens toegestuurd.

Eerste brieffragment kerkenraad

[is dit int werck stelle,] versoecke niet

qualijck te neemen ick uhEd hiermeede weer moeijlijck valle
dewijlle het Een werck is dat ick over mij niet derfve neeme
te meer om dat de heer van ginckel hier wat swaerhoofdi
in is meent het wat luijt roepe sal, de Advokaten segge
alle drij dat het vrij te ver vande kerckenraet gegaen is
en geensins hoort geleeden te werde, ick heb met de
laeste post uhEd kopije wt den brief van becker ge
sonde waer wt deselfve kan sien op wat manier mer hij
en vande dusse meent men behoorde te proosedeere,van
die opijnie is ock schage , wij sulle sonde hier iets verder
in te doen uhEd beliefve verwachte, [ons fritsge is met]

Een hoog gebouw met vier grote deuren en twee kleinere deuren en twee luiken naar de kelder. Op de eerste en tweede verdieping zitten ramen. Boven de rechter deur hangt een duiventil. Het gebouw heeft een zadeldak en op de schoorsteen zit een ooievaar. Op het ommuurde plein voor het gebouw zijn verschillende mensen in gesprek.
Gezicht op het Provinciaal Gerechtshof in de hoofdgebouwen van de voormalige St.-Paulusabdij te Utrecht, vanaf het voorplein uit het zuiden, C.C.A. Last, ca. 1550-1650. Collectie Het Utrechts Archief.

Gedoetjes

Margaretha eindigt haar brief met een paar ongerelateerde “gedoetjes”. Het eerste is eigenlijk helemaal geen gedoe: maar Frits heeft paasvakantie! Hij is met de praeceptor naar Middachten. Hij schijnt redelijk te wennen aan Leiden en ook de relatie met professor Spanheim lijkt goed. Die schrijft wel dat Frits nog maar aan het begin van zijn leerloopbaan staat.

Als het geen hoog water meer wordt, dan kan het zijn dat het goed komt met het koren in het Spijk. De provisie die Godard Adriaans trouwe metgezel Isaäc de Blanche heeft besteld, is scheep (aan boord) en vertrekt morgen van Amsterdam naar Hamburg.

Brieffragment afsluiting

[in te doen uhEd beliefve verwachte,] ons fritsge is met
de vakansi van paesche met sijn presepter nae Mid=
dachte, seijt tot leijden al te wennen en tot den
heer spanheijm weel te mooge weese, maer tis noch
vroech hij sal noch Eerst beginne sijn ordere vande leer
=re volgens t schrijfve vande heer spanheijm, het
koorn inde spijck hoopt me dat noch voort meerendeel behoude
sal sijn, so der maer geen waeter meer komt, daer men
weer voor vreest, de proovijsie die Monsu blansche heeft
ontboode is scheep en sal merge van Amsterdam op hambur
afvaere hoop het wel sal overkoome, blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Prent van een haven waar heel veel zeilschepen liggen. Op de voorgrond een aanlegsteiger met daarop twee kraanconstructies die net boven de masten uitkomen. Rechts ligt een schip bij de kraan.
Gezicht op de twee haven- of scheepskranen in het IJ te Amsterdam, Anoniem, 1693-1694. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Missive: brief ↩︎
  • 2
    Resolutie: beslissing, besluit ↩︎
  • 3
    Samoreus: Type lang vrachtschip ↩︎

Nog een kleindochter erbij

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 april 1680 Middachten
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 14 april 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha schrijft deze brief uit Middachten, en dat is niet voor niets: maandag is Philippota bevallen van een gezonde en welgeschapen dochter! Cornelia Willemijn is gisteren gedoopt in de kerk in het nabijgelegen Ellecom. Nu het vastentijd is wordt daar sowieso elke vrijdag gepreekt. Cornelia Willemijn is vernoemd naar een zuster van Godard Adriaan, en een jong overleden broertje van Philippota.

Brieffragment nieuwe kleindochter

[reca. 14 april]

Middachte den
6 April 1680
Mijn heer en lieste hartge

met de laeste post heb ick geen briefve van uhEd
gehadt so dat de laeste is geweest vande 20 maert
, ick ben voorleeden maendach hier gekoome al
waer de vrou van ginckel dien nacht van
Een gesont en wel geschape dochter was ge
leechge, dewelcke gistere merge inde kercke
tot Elckom1Ellecom, 2 km ten noordoosten van kasteel Middachten daer me nu inde vaste sijnde, alle vrij
dage preeckt sij haer kristlijcke doop heeft
ontfange met de naem van korneelia
wilmijna2Cornelia Willemijn, naer uhEd suster de vrou van
wulfve3Cornelia Elisabeth van Reede (overleden in 1666) en de broer vande vrou van ginckel
sali4Willem van Raesfelt (ca. 1649-1652), sali met de krabbel staat voor zaliger [de heere almachtich wilse in alle]

Tegen een heuvel ligt een kerk met een paar huizen en wat boerderijen. Op de heuvel begint het bos, op de voorgrond wat bomen en een weiland. Rechts voor staan twee mannen te praten die allebei een hond bij zich hebben.
Dorpsgezicht in Ellecom – 1743, Hendrik Spilman, 1745. Collectie Rijksmuseum.

Eindelijk mooi weer

Het gaat prima met moeder en kind, God zij dank. Als het zo blijft, hoopt Margaretha volgende week wel weer naar Amerongen te kunnen, om te zorgen dat het werk daar door blijft gaan. Het is de hele week mooi weer geweest, dus hopelijk zijn de wegen nu een beetje opgedroogd.

Brieffragment moeder en kind
Brieffragment droge wegen

[kristelijcke deuchde laet opwassen,] het
kint en de kraemvrou sijn heel wel naer
den tijt daer wij godt niet genoech voor
konne dancken, soot so blijft hoope ick inde
toekoomende weeck weer naer Ameronge te
gaen, en ons wercke so veel vorderen alst

moogelijck is, wij hebbe aldeese weeck seer schoon
en warm weer gehadt hoope dat de weechge
wat sal doen op droochge [den heere steen]

Gravure van een vrouw met een gebakerde baby op de arm. Een oudere vrouw heeft haar linkerhand op de borst van de baby en heeft de wijsvinger van haar rechterhand omhoog. Achter de jonge vrouw staat een wieg. Links op de achtergrond staat een deur open en zien we een dorpsgezicht
Moeder toont een pasgeboren baby aan een bejaarde vrouw, Jan Luyken, 1712. Collectie Rijksmuseum.

Promotie in zicht?

Van het leven naar de dood: Ludolf van Steenhuizen is overleden, en Johan de Bye, heer van Allebrantsweerd, ligt op sterven. Godard van Ginkel kan nu solliciteren naar de functie van Ludolf van Steenhuizen, die luitenant-generaal van de cavalerie was. Hij twijfelt nog of hij in persoon naar Den Haag zal gaan, of gewoon prins Willem III zal schrijven. Margaretha vind het spannend, want ze vreest concurrentie van kolonel Johan Thibault Webbenom, die een streepje voor lijkt te hebben.

Brieffragment promotie

[wat sal doen op droochge ]den heere steen
=huijse5Ludolf van Steenhuizen luijtenant generael va de kavaelijerijcavalerie is
overleeden, de heer van Albrantswaert6Johan de Bye
seijtmen dat leijt en sterft, door dEerst
sijn doot sal de heer van ginckel weer Een
solisitant moete sijn omt luijtenantgenee
raelschap hij staet in beraet of selfs daer
=om naer den haech wil gaen of daerover
aen sijn hoocheijt schrijfve, mij sal verlange
hoet hier mee sal gaen vreese webbenom7kolonel Johan Thibault Webbenom
inde voorbaet sal sijn, [dus verde int]

Op de voorgrond allemaal ruiters die bezig zijn om in formatie te komen met behulp van een trompetter. Op de achtergrond verschillende legereenheden, een tentenkamp en op de achtergrond een ommuurde stad waar op verschillende plekken rookpluimen hangen.
Cavalerie maakt zich klaar voor de belegering van een stad, Sebastien Leclerc (II), 1673-1693. Collectie Rijksmuseum.

Koorts

Terwijl ze zit te schrijven komt er net een brief van Godard Adriaan binnen, van 27 maart. Daar zat ze al op te wachten, want de laatste was van 20 maart. Helaas leest ze dat Godard Adriaan ziek is. Ja, ja, de zachte (‘weeke’) winter en het onstuimige weer in maart, daar werd je snel ziek van. Zelf heeft ze het ook te pakken gehad, en daar wijdt ze nu eens flink over uit. Ze was drie weken lang niet lekker en heeft de ‘anderdaagse’ koorts gehad. De koorts duurde telkens een heel etmaal en liep dan hoog op, zodat ze tussen twee aanvallen in nauwelijks tijd had om bij te komen. Nu gaat het wel wat beter.

Brieffragment koorts

[te sien deselfve niet wel is], deese weecke
winter en onstuijmige maert veroorsaeckt
veel sieckte, ick ben ock bij de 3 weecke heel
niet wel geweest heb den anderendaech
=se koorts gehad die mij meer als 24
Euren aen Een kontiniweerde en so ver
=roochde8verrooken: verdampen, verhitten dat ick weijnich reespijt tuschen

beijde had, nu heeft mij de koorts verlaete en
begin weer bij te koome, [ben met uhEd bekomert]

Tekening van een vrouw die met haar hoofd tegen een hoog opgeklopt kussen ligt.
Saskia ziek te bed, Rembrandt van Rijn, 1693-1700. Collectie Rijksmuseum.

Emoties

Het lijkt er op dat het zojuist binnengekomen bericht van haar man iets bij de net van de koorts herstelde oma getriggerd heeft. Ze laat zich aan het einde van haar brief wat meer van haar kwetsbare kant zien. Niet vreemd, zo bovenop de emoties rond de bevalling en de spanning om haar zoons carrièrekansen. Ze maakt zich zorgen over haar man en verlangt al naar de volgende post. Het maakt haar verdrietig dat ze zo ver van elkaar zitten, vooral als Godard Adriaan iets ernstigs zou overkomen. Moge God hem ‘goede beterschap’ geven!

Brieffragment emotionele Margaretha

[begin weer bij te koome,] ben met uhEd bekomert
sal seer naer de naeste post verlange tis
bedroeft als uhEd wat overkomt dat men so
ver van Een is de heer almachtich wil de
selfve goede beeterschap geefe, inwiens be=
scherminge uhEd beveelle blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor
de raetsheer ripperda9George Ripperda
de heer en vrou van ginckel
preesenteere haeren dienst aen uhEd

Alcyone bidt voor de veilige terugkeer van haar geliefde Ceyx, geknield voor een altaar van Juno. Op de achtergrond Iris die als een boog aan de hemel naar het paleis van de Slaap gaat. Hij moet er voor zorgen dat Alcyone droomt van de pas gestorven Ceyx en zo verneemt wat er gebeurd is. In de marge een vierregelig onderschrift, in twee kolommen, in het Latijn.
Alcoyne bidt voor de veilige terugkeer van Ceyx, Crispijn van der Passe, 1602-1607. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Ellecom, 2 km ten noordoosten van kasteel Middachten ↩︎
  • 2
    Cornelia Willemijn ↩︎
  • 3
    Cornelia Elisabeth van Reede (overleden in 1666) ↩︎
  • 4
    Willem van Raesfelt (ca. 1649-1652), sali met de krabbel staat voor zaliger ↩︎
  • 5
    Ludolf van Steenhuizen ↩︎
  • 6
    Johan de Bye ↩︎
  • 7
    kolonel Johan Thibault Webbenom ↩︎
  • 8
    verrooken: verdampen, verhitten ↩︎
  • 9
    George Ripperda ↩︎

Voorjaarsdipje

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 9 maart 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 17 maart 1680
Lees hier de originele brief

Een ultra korte brief dit keer. Dat is een trendbreuk in de rij van lange brieven waar ze 1680 mee begonnen is. Voorjaarsdipje? Of stond alles al in de lange brieven van 26 februari en 2 maart? Heel veel is er nu ook niet te melden van uit Amerongen. Des te meer uit Berlijn, want tot Margaretha’s opluchting heeft haar man in zijn brief van 28 februari laten weten dat het nu helemaal goed met hem gaat. De ziekenboeg aan het keurvorstelijke hof loopt leeg, want ook Keurvorst Friedrich Wilhelm van Brandenburg is gelukkig weer verlost van zijn jicht.

Brieffragment keurvorst en zijn jicht

[reca. 17en Martij]
Ameronge den
9 maert 168

Mijnheer en lieste hartge
tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 28 febrijwa
te sien deselfve weer wel is, hoope het lange sal konti
niweeren tot salicheijt, dat men heer de keurvorst
aende beeter hant is, is mij van harte lief hoope
hij nu volckoomene gesontheijt sal hebbe ,

Op een stoel op wieltjes zit een man met ingezwachtelde benen. Er komt een jonge man aan met een dienblad, de heer in de stoel lijkt niet blij. Het vuur in de haard is hoog opgestookt.
Man met jicht krijgt eten geserveerd voor de openhaard, Jan Luijken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Leidse lasten

Een beetje zorgen maken beide grootouders zich om het Leidse avontuur van kleinzoon Fritsje. Over de hoogleraar theologie Frederik Spanheim, bij wie Fritsje samen met zijn huisonderwijzer in de kost zal gaan, heeft Godard Adriaan helemaal geen goede verhalen gehoord. In ieder geval zullen ze er bepaald niet gratis zitten: 1200 gulden per jaar! Maar het is zoon Godards keuze. Die is nog steeds van plan ze over 8 of 10 dagen daarheen te sturen. Nou ja, ze zullen vanzelf ondervinden hoe het bevalt.

Brieffragment onderwijs fritsje

tgeene uhEd vande heere spanheijm belieft te schrij
doet mij leet men heeft ons hier heel ander van
hem doen geloofve, en is de heer van ginckel
gereesolveertbesloten frits met sijn presepter1praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur bine
8 a 10 dage derwaerts2daarheen te sende, sij moetent
besoecken3onderzoeken, beproeven tis waer tis veel en alteveel voor
voor Een kint met sijn preesepter 1200f sijaers

Portret van theoloog Frederick Spanheim Jr. zittend met een boek in zijn hand en een zakhorloge naast hem op tafel.
Portret van theoloog Frederick Spanheim Jr., Abraham de Blois (naar Willem van Mieris), 1683. Collectie Rijksmuseum.

Storm, wind en regen

Na vier dagen mooi droog weer, zitten ze in Amerongen nu al weer een poosje in de storm- en regenvlagen. De wegen zijn onbruikbaar en voorlopig kan er even niks gedaan worden. Maar zodra het weer het toelaat….

Brieffragment over het weer

, wij hebbe hier Een dach of vier schoon drooch
weer gehadt maer nu weer niet als storm win
en reegen so dat de weege noch onbruijckbaer
sijn en wij met geen werck voort konne so haest
het weer toelaet salder niet versuijmt worden,

Landschap met op de voorgrond boeren die land bewerken en hout sprokkelen en ruiters op een weg. In het verschiet een stad en bergen. Er valt regen uit donkere wolken. Verbeelding van de maand Maart. Prent uit een serie van de twaalf maanden.
Maart, landschap met een regenbui, Andries Jacobsz. Stock (naar Jan Wildens), 1614. Collectie Rijksmuseum.

Geen kalk te koop

Er is in Amsterdam nauwelijks kalk te krijgen, want het is gewoon nog niet binnengekomen. Temminck heeft opdracht om in te slaan als er tegen normale prijs iets beschikbaar komt. Nu is het nog te duur, dus Margaretha wacht liever nog twee of drie weken af. Ze kunnen zolang nog wel even zonder. Trouwens, als Van Heeteren de nieuwe ordonnantie binnen heeft, zal Margaretha die bij ontvanger De Leeuw gaan innen en een flinke som aan Temminck geven. Daar kunnen de wissels van Godard Adriaan dan weer uit voldaan worden.

Eerste brieffragment over kalk
Tweede brieffragment over kalk

de kalck tot Amsterdam is ock al voor lang
aen teminck last gegeefve om in te koopen
maer is noch weijnich tot Amsterdam aengeko

en ock noch te dier4duur van prijs, het sal in 14 dage
a 3 weecke wel beeteren, so lange konnen wij
die noch missen. Als van Heeteren de ordinansi
ter som van 4000f sal bekoomen hebbe sal ick de
peninge bij den ontfanger de leuw5De Leeuw ontfange en
Een goede som daerwt aen teminck tot be
taeline van uhEd te treckene wissels en ander behoefticheede
senden, [de heer en vrou van ginckel sijn weer]

Gezicht in perspectief op de Oudeschans vanaf het IJ. Op de voorgrond de Kikkerbilssluis. Links het 's-Gravenhekje, rechts de Kalkmarkt. In het midden de Montelbaanstoren , links daarachter de toren van de Zuiderkerk.
Gezicht op de Oude Schans, J. Smit, 1702-1720. Collectie Stadsarchief Amsterdam. Rechts de kalkmarkt.

Bijna kraamtijd

Godard en Phillipota zijn weer naar Middachten. Phillipota gaat bijna bevallen! Margaretha hoopt dat God hen maar weer een gezond en welschapen kind mag geven.

Brieffragment over zwangere Philippota

, de heer en vrou van ginckel sijn weer
naer Middachte, haerhEd tijt om te kraeme
sal nu haest aenschieten godt wil ons Een
gesont en wel geschaepe kint verleenen,

Links een man in een bruine kamerjas met daaronder een wit hemd, die een ronde fles omhoog houdt en er naar kijkt. Daarnaast een blanke jonge dame met opgestoken haar een ruimvallende lichte jurk en daarover een rode mantel. Ze is duidelijk zwanger, haar arm rust op haar buik. Achter haar een oudere vrouw in het donker gekleed met een tas aan haar arm. Ze houdt alles in de gaten.
Een arts controleert de urine van een zwangere vrouw, 18e eeuws, Nederlands. Bron: Wellcome Collection.

Niets meer te zeggen…

Dan is de inspiratie al weer op. Na de mededeling dat de Ridderschap van Utrecht inderdaad Everard Becker heeft voorgedragen voor de post van procureur-generaal, sluit ze maar af “voort weet niet meer te zeggen”. Ho, wacht, dan komt na de handtekening toch nog een nieuwtje: De lijfarts van Willem III, Petrus Augustus Rumpf is overleden. Maar dat zal Godard Adriaan wel al gehoord hebben.

Brieffragment over de lijfarts van Willem III

[hebbe] voort weete niet meer te segge als
dat ick ben

Men heer en lieste hartge
uhEd gebo getrouwe wijff
M Turnor
de doot van
docktoor romph6Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden
sal uhEd hebbe verstaen

  • 1
    praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur ↩︎
  • 2
    daarheen ↩︎
  • 3
    onderzoeken, beproeven ↩︎
  • 4
    duur ↩︎
  • 5
    De Leeuw ↩︎
  • 6
    Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden ↩︎

Zieke mensen, kreupele paarden en ongeschikt hout

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 februari 1680 Utrecht
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 3 maart 1680
Lees hier de originele brief

Godard Adriaan was ziek en Margaretha heeft zich zoveel zorgen gemaakt. Zoveel dat andere mensen dat zullen bevestigen. Gelukkig gaat het nu weer goed met Godard Adriaan. Margaretha hoopt Godard Adriaan gezond blijft en ook weer bij haar thuis komt. Het moet wel heel lastig voor Godard Adriaan geweest zijn, dat ook zijn trouwe Jenneke ziek was. Hopelijk gaat met haar ook weer beter.

[reca. 3e. Martij]
wttrecht den 26/16
febrijwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd briefve vande 7 en 14 deeser heb ick deese
verleede
weeck ontfange, het doet mij leet wt de laeste te sien
uhEd niet wel sijt geweest, maar verblijt mij weer dat het
beeter is en hoope het weer wel sal sijn, tis of mijn geest ge
tuijcht heeft, de heer en vrou van bransenburch1Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye als ock onse soon sal
konne segge hoe ongerust ick recht om die tijt dat uhE
niet wel waert, was, de heere hoope ick sal deselfve voort
in gesontheijt behoude en bij ons weer laete koomen, mij
ijamert ock jenken niemans en geloof uhEd om haer sieckte
al seer verleege sijt geweest hoope sij ock weer wel sal
sijn, [ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou]

Brieffragment ziekte Godard Adriaan en Jenneke
Een bleke pop van een vrouw met een strak lijfje, smalle taille en een wijde geruite rok met een geruit schort. Op haar hoofd draagt ze een kap.
Pop, voorstellende een eenvoudige vrouw (meid?), anoniem, ca. 1750. Collectie Rijksmuseum.

Paardenmarkt

Margaretha is in Utrecht en daar is de paardenmarkt. Zoon van Ginkel had al aangegeven dat hij paarden wilde kopen, en ook Margaretha zelf zal kijken of ze een paar paarden kan verkopen of anders kan ruilen tegen koetspaarden. Ze wil vooral af van de schimmel van Godard Adriaan met het dikke been.

Brieffragment plannen paardenmarkt

[sijn,] ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou
van ginckel den Eerste komt hier op de paerde mart, sal
sien den witte diet been noch seer dick heeft met noch
twee van onse bou of kar paerde die niet bij sonders sijn
te verkoope of verruijlle en weer twee koetpaerde voor
mijn inde plaets te krijgen, [ick heb gistere avont met]

In een open koets zitten een dame en een heer, de twee schimmels voor de koets steigeren, bij het achterwiel staat een jongen in lompen. Links het koor van een kerk, rechts op de achtergrond de kerktorens van een stad.
Jongetje bedelend bij de koets van een elegant paar, Gesina ter Borch, 1660-ca.1685. Collectie Rijksmuseum.

Geld en hout

Secretaris Van den Doorslagh is meegereden naar Utrecht en is door gegaan naar Amsterdam om van alles met Schut te over leggen. Bovendien brengt hij geld naar Temminck die dan weer wissels voor Godard Adriaan kan regelen. Dat betekent wel dat Margaretha nu zonder geld zit, dus Godard Adriaan moet maar weer een ordinantie regelen.

Schut heeft trouwens gezegd dat hij alleen hout kan kopen met contant geld. En er is veel hout nodig: voor onder de leien daken van de paviljoens, de kruisvensters moeten nog gemaakt worden en er zijn nog deuren nodig. Schut moet maar even kijken of ze nog iets kunnen met die 24 blokken die nog bij de zaagmolen liggen. Misschien kunnen die op het dak van de stal. En daarvoor heeft ze ook 13.000 blauwe dakpannen besteld: 25 gulden per duizend pannen.

Eerste brieffragment hout en pannen
Tweede brieffragment hout en pannen

, meester schut schrijft ock dat het tot serdam2Mogelijk Zaandam? en Amsterdam
teegenwoordich so kluchtich is dat hij daer geen hout kan
koopen als met kontant gelt, en wij moete noch droochge deele

om ondert pannedack leijdack te legge en hout tot kruijs
raemte inde pavelijoens en tot de deure hebbe, dat noch
al wat bedraechge sal, of ick heb aen schut belast
dat hij sal sien of hij de saech blocke die noch tot
24 int getal tot Amsterdam van ons legge en
so hij seijt onbequaem sijn voor ons te verwercke
kan teegens deelle om op de stal te legge verwis
=selen [en de seekreetaris belast te sien of dit]

in het midden een breed gebouw met hoge boogramen en -deuren. Het heeft geen verdieping maar in het pannendak zitten drie koeken. In het midden staat een klokkenstoel. Aan weerszijde van het lange gebouw staat een vierkant gebouw met twee verdiepingen en een pyramidedak met leien. Elk dak heeft een koekoek en boven op de punt staat en schoorsteen. Voor het middelste gebouw ligt een vol terras waarom de mensen genieten van de laagstaande avondzon. Op de achtergrond bomen in herfstkleuren rondom een weidelandschap. Helemaal op de achtergrond de glooiing van de Utrechtse Heuvelrug.
Stallen met aan weerszijde een paviljoen bij Kasteel Amerongen, 2025. Foto: Annemiek Barnouw. Duidelijk te zien zijn de pannen op de stallen en de leien op de paviljoens.

Rekenmeester en Procureur-generaal

Het rekenmeesterschap begint een soort soap te worden: iedereen draait nog steeds om elkaar heen. Godard Adriaan heeft al voor hij weg ging advies gegeven, maar kennelijk heeft Willem III nog steeds niets geregeld. Volgens de tamtam zal het waarschijnlijk Van der Straten3Willem van der Straaten worden. Kan Godard Adriaan de heer van Dukenburg4Carel Valckenaar niet melden dat hij Van der Straten voorgedragen heeft? Dan kan hij dat ook doen.

Oh, en procureur-generaal Van Wesel is ook overleden. Heel zielig allemaal, zijn weduwe met zes kinderen, maargoed ook díe functie komt vrij en daarvoor heeft Van Ginkel Everard Becker aangeraden. Dat zullen ook de heren van Zuylestein en Bergestein doen, maar het blijft toch afwachten wat Willem III daarmee doet.

Brieffragment procureur generaal

den goede prockereur geneerael weesel heeft het aff
geleijt en is inde voorleedene weeck met volle verstant gestorfve laet
Een bedroefde weeduwe met ses kindere naer
die mij haermans b doot door haer brief heeft verwit
=ticht en haer kinderen in uhEd gunst seer reecko
=mandeert ick heb haer den rou weesen beklagen,
vont se wtneement bedroeft, de heer van ginckel
heeft becker aen sijn hoocheijt gereeckomandeert,

Rond een bed staan diverse mensen. Een vrouw heeft haar arm om het hoofd van de man in bed geslagen. Aan het voeteneind staat een man in het zwart. Op een tafel voor het bed staan diverse kannen.
Dood van een man, Moses ter Borch, ca. 1662 – voor 1667. Collectie Rijksmuseum.

Nog een keer de paardenmarkt

Kennelijk schrijft Margaretha in etappes, want inmiddels is Van Ginkel terug van de paardenmarkt. Hij was niet succesvol. Alle goede paarden worden door de Fransen opgekocht en voor de minder goede paarden betaalt men niet genoeg. Daar begint Margaretha niet aan, ze moeten maar zien hoe ze het redden.

 Brieffragment resultaat paardenmarkt

[verwachte wat daer van sal koomen,] de heer
van ginckel heeft noch int koope vande paerde voor
mij niet konne te rechte koome goije paerde sijn heeft
dier en worde door franse seer op gekocht, en die
wat aen gebreecke kan men voor geen gelt quijt
worde, voor uhEd wit of grau paert met het
dick been durfvense 5 rijxsdaelders bieden,
wij moeten sien hoe wijt maecke konne daer
geen dienst van trecke, hier meede blijf
Men heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Een man in een beige pak heeft zijn hoed en zijn zweep in zijn rechthand. Met zijn linker hand houdt hij een schimmel met bruine vlekken die opgetuigd is vast. Het paard stapt vooruit.
Ruiterportret, anoniem, 1700-1799. Collectie: Kasteel Amerongen.
  • 1
    Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye ↩︎
  • 2
    Mogelijk Zaandam? ↩︎
  • 3
    Willem van der Straaten ↩︎
  • 4
    Carel Valckenaar ↩︎

Resthout en kwaliteitshout

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 14 februari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 26 februari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha valt maar weer eens gelijk met de deur in huis: ze is blij met de ingeleide procuratie (machtiging) want nu kan secretaris Van den Doorslag bij de leenkamer in Arnhem het aangekochte land overschrijven. Dit is interessant, want een machtiging zijn we nog niet eerder tegen gekomen. Bovendien gaat deze machtiging naar de secretaris en niet naar Margaretha. Eigenlijk zie je dat Margaretha volledig handelingsbekwaam wordt geacht: ze regelt de financiën van haar man als hij op missie is, ze beheert het budget voor de herbouw van het huis en ze koopt en verpacht land. Maar voor dit laatste stukje, de officiële overschrijving, is er toch een machtiging nodig. Of Margaretha niet zelf kan of wil weten we niet. Ook niet of zij zonder machtiging naar de leenkamer had gekund, maar kennelijk kan zij de secretaris niet machtigen.

Brieffragment over ingeleide procuratie

[reca. 26.februarij]
Ameronge den 14/4
febrij 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd aengenaeme vande 21/31 pasato en 4 febrijwa heb ick deese
weeck met de ingeleijde proockuraesie ontfange,
daer de seeckreetaris meede naer Aernhem sal gaen ,

Op de voorgrond een uitgesleten karrenpad. Het graanveld rechts ligt boven de weg. Helemaal rechts een boom. Links op de achtergrond de kerken en torens van Arnhem.
Gezicht op Arnhem, Aelbert Cuyp, 1630 – voor 1651. Collectie Rijksmuseum.

Pachters

Margaretha gaat vervolgens in op het aangekochte land (van Cornelis Verweij), maar ze vertelt ook hoe het staat met de verpachting van de verschillende stukken land. De verpachtingen verlopen moeizaam: ze kan geen mensen vinden die het voor het bedrag waarvoor ze grond en boerderijen eigenlijk zou willen verpachten. Het zijn zware tijden.

Brieffragment over pacht

[Eijgen is,] de lange waert is alsnoch aen ons soot
blijft sulle wij die moeten hoeijen, konent voor
Een ijaer besoecken, men kant niet geloofve hoet
hier met de landerijen gaet daer sijn so weijnich
schaeren dat ick vrees genootsaeckt te sulle sij
noch beeste ge moete koope omt sant te bescha
=eren, de bouwerij oft huijs van joost van omeren
daer wij gewoont hebbe te kan ick noch niet verhu
=eren ock de bolle niet daer so weijnich voor ge=
boode wort dat ick gereesolveert ben noch al
Een ijaer te talmen en sien wat daer van kan
maecke, [nu ick mijn reecknin op heb gemaeckt]

Tekening van een boerderij, links het woondeel met een pannendak, rechts het schuurdeel met een strodak. Het geheel lijkt nogal vervallen. Voor bij een perkje met plantjes zit een vrouw die een geit of een bok aait.
Boerderij, Jacob Constantijn Martens van Sevenhoven, 1810-1860. Collectie Centraal Museum.

Dagje Amsterdam

Hoewel het nog erg vuil weer is, zal er binnenkort weer hard gewerkt worden, dus Margaretha zou het fijn vinden als Godard Adriaan even naar de voorstellen kan kijken. Uiteindelijke heeft Margaretha de uitnodiging om naar Amsterdam te gaan toch aangenomen, alleen heeft ze er natuurlijk weer een nuttig bezoek van gemaakt. Ze is bij Temminck en bij Schut geweest en met de laatste heeft ze het vooral over hout gehad. Hij had nog geen opdracht gehad om hout te kopen voor onder het leien dak, dat heeft Margaretha hem dus nog maar even gegeven.

Eerste brieffragment over Amsterdam
Tweede brieffragment over Amsterdam

ick heb uhEd met de laeste post geschreefve dat
de heer en vrouwe van bransenburch en ginckel
hier sijnde seer begeerde ick met haer Een keer nae
Amsterdam soude doen het welcke wel gemeent
hadt te Exskuseere maer kost het niet afweese
ben met daer Eenen dach geweest, alwaer
teminck en schut heb gesproocke van al onse
affaerees, den laeste seijde tot dien tijt geen
last te hebbe om Eenich hout te koopen ijae
selfs niet tot de deelle die ondert leijdack
moete sijn, en nootsaecklijck droochge deelle
moeten weesen

heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope

Gezicht van de Amstelbomen op de Blauwbrug. Links de kop van de westelijke stadswal met twee bakens, daarachter huizen aan de Binnen-Amstel. Achter de brug van links naar rechts drie gevels aan de Zwanenburgwal, het Diaconieweeshuis en een rij woonhuizen tussen de Amstel en de Zwanenburgerstraat.
De Amstel bij de Blauwbrug, Jan van Kessel, 1664. Collectie: Stadsarchief Amsterdam. Het vijfde huis van rechts voor het open erf werd gebouwd door Hendrik Schut en door hem bewoond.

Resthout

Daarnaast hebben ze overlegd wat te doen met de 24 blokken hout die nog bij de zaagmolen liggen. Margaretha denkt dat ze er te weinig geld voor krijgt, dus ze kunnen ze altijd nog gebruiken onder het pannendak of anders voor de boeren huizen die ze nog in het dorp moeten timmeren.

Brieffragment over resthout


[heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope]
en overleijt wat men verders met de 24 blocke
hout die daer noch aende saech moolle legge sal
doen, verstaen dat die niet meer als 9 a 10
f, het stuck konne gelde dat mijns oordeels
veel te weijnich is, heb hem geseijt die noch te
houde, en voor Eerst daer wt te saechge de
latte die ondert panne dack van noode sule
sijn, het overijge sal ons so die niet bequaem
sijn tot deelle tot de solderin vande stal, wel
tot boere huijse die wij noch int dorp sulle
metter tijt moete timere wel te pas koome
, sulle, [dat den heere keurvorst uhEd so veel]

Een grote groene molen tegen een stedelijke achtergrond. Voor de molen liggen allemaal planken, balken en stammen.
De paltrokmolen “de Kieviet” aan de Zaagmolensloot (later Gerard Doustraat), F.W. Zürcher, ca. 1875-1883. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Kwaliteitshout

Margaretha is zeer content met de hoeveelheid hout die van de Keurvorst van Brandenburg komt. Ze hoopt alleen wel dat het kwaliteitshout is: gaaf en zonder knoesten. Schut waarschuwt ook dat ze recht gezaagd moeten worden, want als er bij het kantrechten (het recht zagen of hakken van de bolle kanten van de stam) niet opgelet wordt, verlies je veel hout! Ze is al bezig met de vloer van het salet (de grote zaal): er zijn meer planken nodig dan de breedte van de zaal, want de planken zullen nog krimpen.

Brieffragment over kwaliteitshout

[, sulle,] dat den heere keurvorst uhEd so veel
pruijse deelle heeft verEert sal ons heel wel
koomen hoope die gaef en sonder knoeste sulle
sijn, schut seijt ock dat imers en voor al wel
dient gelet te worde dat de pruijse deelle
recht gesaecht worde want dat die anders te
veel int kant rechte vande selfve verliese
daer sulle ock al Eenige meer als tot het
belegge van breete vant salet moete sijn
voort krimpe vande deelle, [ick wilde niet]

Een sloot, met op de voorgrond eendjes. Aan de rechterkant van de sloot staan drie molens op rij. Bij de eerste molen zien we duidelijk ook het woonhuis en de schuurtjes. Na de eerste molen gaat er een hoog bruggetje over de sloot. Achter de molens staan woonhuizen. Op de linker oever van de sloot staat een knotwilg.
Molens “de Oranjeboom”, “de Zwaan”, en “de Jonge Visscher”, Cornelis Pronk, 1741. Collectie Amsterdams Archief. Het hout voor Amerongen werd bij “de Jonge Visscher” gezaagd.

Paardenmarkt

Al met al was het dus een heel erg zinvol bezoek aan Amsterdam. Zoon en schoondochter en de Brantsenburgjes zijn inmiddels weer weg, maar Van Ginkel komt komende week nog weer langs om naar de Utrechtse paardenmarkt te gaan.

Laatste regel brieffragment over Amsterdam en paardenmarkt

[voort krimpe vande deelle,] ick wilde niet
of waer tot Amsterdam geweest dat ick
met schut gesproocke heb is de reijs wel waert
de heer en vrou van bransenburch sijn Eergis
=teren vertrocke, de heer en vrou van ginckel
vandaech, doch d heer van ginckel komt
int laest vande toekoomende weeck weer om

op de wttrechtse paerde mart te gaen, [ick had]

Op een groot plein is een paardenmarkt bezig. Op de voorgrond staat een bruinwit paard dat kijkt naar een kleine jongen. Een man met een donkerbruin paard aan de hand kijkt naar de jongen. Tussen de paarden zijn veel mensen te zien.
Paardenmarkt op het Vredenburg te Utrecht, Klaas van Vliet, ca. 1880. Collectie Centraal Museum.

Godard Adriaan’s naam is genoemd

Margaretha had gehoopt dat Godard Adriaan in de zomer thuis zou komen, maar in de diplomatieke stoelendans is zijn naam weer eens genoemd. Het schijnt dat Everard van Weede van Dijkeveld naar Spanje gaat en Godard Adriaan zou naar Denemarken gaan. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk zou dan naar Frankrijk gaan. Het schijnt dat Van Beuningen zich daar hard voor gemaakt heeft, onder invloed van drie dames die samen lijken te spannnen. Volgens Margaretha wordt daar erg om gelachen. Cornelis van Aerssen schijnt in de Ridderschap van Holland te willen, Margaretha denkt niet dat hem dat zal lukken.

Brieffragment over diplomatieke stoelendans

[op de wttrechtse paerde mart te gaen,] ick had
gehoopt uhEd teegens de soomer weer hier sou
=de geweest sijn, maer hoore dat men inde haech
spreeckt van Een Ambassaede naer spange
en naer deenmercke te sende de Eerste wort
gesproocke vande heer van dijckvelt te sende
en, de ander van uhEd voort naer deenmercke
,den heer van someldijck seijt me dat naer
vranckrijck voor ordinaris Ambassadeur
gaet dat van beuninge soude bestelt hebbe
gedreefve sijnde door sijentge feerens1Onbekend , en
besteecke door de vrou van potshoeck2Onbekend ende vrou
van langeraeck3Anna Juliana Ferens die geduerich bij Een sijn,
hier wort als uhEd kan dencke seer om gelachge

Portret van Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk. Sedert 1683 gouverneur van Suriname. Heupstuk, staande in wapenrusting naar links. Links een gepluimde helm. Commandostaf in de rechterhand, de linkerhand in de zij. Linksboven het familiewapen op een zuil.
Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk, Anoniem, ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.

Jicht

De keurvorst van Brandenburg blijkt aan jicht te lijden en uiteraard leeft Margaretha met hem mee. Oh, en van Michiel Matthias Smidts hoort Margaretha ook niets, die zit waarschijnlijk nog in Breda. Waarom ze deze brief afscheid neemt van de hoogedelgeboren heer en niet van ‘Mijn heer’ zullen we waarschijnlijk nooit weten.

Brieffragment over Keurvorst en Michiel M Smidts

dat de liede seer swaer sal valle, het
doet mij van harte leet men heer de keurvorst
weer aent poodegra leijt de heer almachtich
wil sijn keurforstlijcke pijne verlichte, inwiens
heijlige bescherminge uhEd beveelle, blijfve

hoochEdelgeboore heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

van boumeester
hoor ick niet geloof
hij noch te breeda is

Op een vooruit springend lichtbruin paard met zwarte manen en zwarte staart zit een man in harnas. Hij kijkt ons strak aan en heeft in zijn linkerhand de teugels en in zijn rechterhand een maarschalkstaf. Op de achtergrond vindt een veldslag plaats. Links boven twee engeltjes die een wapen met een staf en een kroon erboven en een (zijn?) helm vasthouden.
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen

Het werk gaat voor!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 10 februari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 februari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha is nog steeds niet zeker van de postbezorging. Voor het geval er een brief van Godard Adriaan nog niet is gearriveerd, meldt ze even voor de zekerheid: de laatste brief die ze van hem heeft is nog steeds die van 24 januari. En ze hoopt dat alles in orde is.

Onverwachte gasten

Bij haar thuiskomst in Amerongen vond ze haar schoondochter met twee gasten, Vincent Adolph van Baer, heer van Brandsenburg, en zijn vrouw, Hendrina Schimmelpenninck van der Oye. Nu was Vincents eerste vrouw, Anna van den Boetzelaar, een nicht van Godard Adriaan. Het drietal was van plan om de volgende dag via Soestdijk een uitstapje naar Amsterdam te maken en ze willen graag dat Margaretha mee gaat. Maar Margaretha heeft haar eigen plannen, ze gaat niet mee. Op de terugreis zijn ze weer welkom.

Brieffragment uitstapje naar Amsterdam

[selfve en alt sijn wel is,] voorleedene dijnsdach
hier met de heer van ginckel koomende vondt
ick hier de heer en vrou van bransenburch met
de vrou van ginckel die noch hier sijn en merge
over soesdijck naer Amsterdam voor Eenen
dach wille gaen hadde gaerne dat ick meede
ginck, dan meene niet nee te gaen salse hier weer
in wachte, [en laete toekomende maendach Een]

Voor een huis met hoge ramen en luiken stopt een koets. Een man laat een vrouw uit de koets. Voor de koets staat een chique vrouw met een zwarte huik, een rode rok en witte kraag met een waaier in haar hand te wachten. Achter haar speelt een meisje met een hond. Op de trap naar de deur staat een oude man in het zwart. Hij heeft zijn hoed in de hand. Achter de koets buigen twee mannen naar elkaar. Op de voorgrond een paar kalkoenen en een haan.
Aankomst bij een landhuis, Gesina ter Borch, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Wagens, zand en modder

Komende maandag wil Margaretha verder met het werk. Ze wil extra wagens laten komen om zand te rijden. Ze wil grond afgraven bij de ‘voorste brug’, zoals Godard Adriaan heeft besloten, en die grond moet afgevoerd worden. De aarde uit de boomgaard is ook nog niet weg vanwege het weer, de wegen waren een modderpoel en daar kom je met paard en wagen niet door. Maar nu worden de dagen weer langer en Margaretha wil haar tijd goed gebruiken!

Brieffragment kwaliteit van de weg door het weer

[vandoen sal hebbe,] de aerde wt het boogaert
=ge hebbe noch niet konne laete afrijde doort
nat en vuijl weer de wech is te diep daer
kan onmoogelijck geen kar door, tis hier
alledaech seer vuijl en nat weer hebbe
weijnich vorst of naulijcks geen gehadt,

In een heuvelachtig landschap is een ingespannen paard tot zijn borst weggezakt in het water. Achter de wagen staan twee mannen te duwen, een derde man probeert het paard van de zijkant omhoog te duwen, een vierde man heeft het paard bij de leidsels en een vijfde man staat klaar om met een stok te slaan. Een tweede paard staat los naast de scene met het ingespannen paard en kijkt de andere kant op.
Landschap met een in het water vastgelopen wagen die door een groep mannen op de kant gehesen wordt, Jean Théodore Joseph Linnig, 1825-1891. Collectie Rijksmuseum.

Baantjesjacht

Ondertussen wordt er met smart gewacht op brieven van Godard Adriaan. Carel Valckenaer, de heer van Dukenburg, heeft hem al twee brieven geschreven over de kwestie van het ambt van rekenmeester, Margaretha heeft dat al eerder aan Godard Adriaan geschreven. Everard Becker was gisteren op bezoek en vertelde dat procureur-generaal Abraham van Wesel op sterven ligt en dat sommige mensen de prins al hebben gevraagd om dat ambt. Becker heeft daar zelf ook al over aan Godard Adriaan geschreven. En o ja, nog een laatste nieuwtje uit Utrecht. Daar was grote paniek door het nieuws over een uitspraak van de Franse koning, er waren zelfs mensen op de vlucht geslagen.

Brieffragment stervende Van Wezel

[doen,] den avokaet becker die gistere
met rentmeester vande domeijne hier was
seijde dat de prockereur generael weesel seer
verswackte en geen hoop van leefven hadt
datter ock waere die sijn hoocheijt om dat
Amt al aenspreecke, hij meent vande nomina
esi verseeckert te sijn, [heeft uhEd met de]

Vanitasvoorstelling: allegorie op de vergankelijkheid van het menselijk leven. Een rijk man zit in een vertrek, omgeven door zijn bezittingen, in gepeins verzonken. Zijn rechtervoet steunt op een doodskist. Schuin achter hem loert de Dood in de gedaante van een skelet, met gevleugelde zandloper in de hand, door een venster naar binnen. Op de grond een doodshoofd. Aan de muur een klok. In twee cartouches bijbelteksten die betrekking hebben op de komst van de dood en de betrekkelijkheid van al het aardse. Onder voorstelling bijbelcitaten die verwijzen naar de dood. Boven de voorstelling een citaat uit Lukas 12:20 dat verwijst naar de parabel van de rijke man, waarin wordt gewaarschuwd tegen het najagen van aardse rijkdom. Prent is gedrukt van twee blokken op twee bladen papier, aan elkaar bevestigd.
De rijke man en de dood, monogramist A.I., 16e eeuw. Collectie Rijksmuseum.

Kindervreugde

In haar vorige brief schreef Margaretha al dat ze de nieuwjaarsgeschenken voor de kleinkinderen had ontvangen, ze zaten ingesloten in de brief van 24 januari. Maar ja, toen was ze in Utrecht, dus ze kon nog niet vertellen hoe de kleinkinderen hadden gereageerd. Dat kan ze nu wel: er is duidelijk een gejuich opgegaan onder de jeugd! Ze belooft dat Fritsje en Anna zelf een bedankbriefje zullen schrijven. Blijft toch even de vraag wat de kleinkinderen met het geld zullen doen. Nieuw speelgoed kopen? Bij de snoepwinkel langs?

Afsluiting en PS kleinkinderen

[schrick wat over,] hoope dat godt ons voor
swaericheijt sal bewaere, in wiens bescher
minge uhEd beveelle blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff

hier is wtermaete
vreuchde met de nieuweijaere
onder onse jonckheijt geweest
met de naeste post sal frits
en Anna groote papa bedancke

Kinderkamer met drie vrouwen, waarschijnlijk moeders en geen kindermeiden. De vrouw links leert een kind lopen. De vrouw in het midden zit op een stoel en geeft haar kind de borst. De rechter vrouw heeft een kind op de arm. Twee van de kinderen dragen een valhoedje, een gevoerd hoofddeksel dat hen moest beschermen als ze vielen. Op de achtergrond staat een wieg, één kind speelt met een wagentje aan een touw, een ander heeft een stokpaard.
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Pagina 1 van 11

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén