Merle studeerde in 2021 af op de Hollandse Oorlog door de ogen van tijdgenoten. Voor haar Masterscriptie (Militaire Geschiedenis) maakte Merle onder meer gebruik van de brieven van Margaretha Turnor. Geïnteresseerd in de scriptie? Hij is hier te lezen: https://scripties.uba.uva.nl/search?id=c4993054
Merle is werkzaam als historisch onderzoeker bij Stichting Monumentenbezit.
Michiel de Ruyter was dé grote man van de Derde Engelse Zeeoorlog. Op 19 februari 1674 was er met de Vrede van Westminster een einde gekomen aan de oorlog tegen de Engelsen. De vrede met de Fransen zou hij niet meer meemaken…
Michiel de Ruyter als luitenant-admiraal, Ferdinand Bol, 1667. Collectie Rijksmuseum.
Spanjaarden en Sicilianen
Het vredesverdrag met Engeland betekende niet dat De Ruyter op zijn lauweren kon gaan rusten. In de zomer van 1675 werd de beroemde admiraal de Middellandse Zee op gestuurd om de Spaanse koning te assisteren in zijn strijd tegen de door Frankrijk gesteunde Siciliaanse opstandelingen. Om dit conflict te begrijpen, is enige achtergrondkennis nodig. Bij de verdeling van de Habsburgse bezittingen in 1556 was Sicilië aan Filips II van Spanje toegevallen. De Spaanse belastingen drukten zwaar op de Sicilianen. De eilandbewoners waren al eerder in opstand gekomen tegen het Spaanse gezag, maar in 1675 was het anders. Ze werden nu namelijk gesteund door Frankrijk. Spanje, bondgenoot van de Republiek, had om steun gevraagd.
De laatste zeeslag
Op 22 april 1676 sneuvelde Michiel de Ruyter tijdens de Slag bij Agosta of de Slag bij de Etna. De luitenant-admiraal-generaal had het commando over 17 Staatse en 10 Spaanse linieschepen en fregatten met daarop 1450 stukken geschut. Zijn vloot was daarmee zwakker dan de Franse vloot, die 29 oorlogsbodems telde en beter bewapend was. Er gingen geen schepen verloren. Wel vielen er veel doden en gewonden, vooral aan de zijde van de Republiek. Eén van de gewonden was De Ruyter. Uit respect voor de beroemde admiraal trok de Franse admiraal Abraham Duquesne zijn vloot terug.
Brandewijn en rust
De Ruyter werd die 22e van april 1676 getroffen door een kanonskogel. Hij had een open wond fractuur aan zijn rechteronderbeen en zijn linkervoet was weggeslagen. Dat de wond hem uiteindelijk zeven dagen later fataal zou worden, wist hij toen nog niet. De vlootarts en de scheepschirurgijns probeerden de wond schoon te spoelen met brandewijn en schreven rust voor. Het mocht allemaal niet baten. Hoewel het er aanvankelijk naar omstandigheden best goed uit zag, begon de wond op een gegeven moment te infecteren. Op 29 april 1676 overleed de admiraal aan zijn verwondingen. Het lijk werd gebalsemd en naar de Republiek getransporteerd. Op 18 maart 1677 werd het lijk van De Ruyter bijgezet in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.
Begrafenisstoet van Michiel Adriaenszoon de Ruyter, 1677, Johannes Jacobsz van den Aveele, naar Romeyn de Hooghe, 1677. Collectie Rijksmuseum.
Margaretha over Michiel
Margaretha noemt Michiel de Ruyter in verschillende brieven. Een duidelijke mening over de admiraal uit Vlissingen klinkt er niet in door. Hoewel zijn dood Margaretha waarschijnlijk niet persoonlijk heeft geraakt, moet het haar wel iets gedaan hebben. De Ruyter heeft immers een belangrijke rol gespeeld in verscheidene zeeslagen. Het sneuvelen van ‘De Held van Chatham’ was voor velen in de Republiek een hard gelag, waarschijnlijk ook voor Margaretha. Het was immers nog steeds oorlog; mensen zoals De Ruyter waren hard nodig. Of, zoals Petrus Francius in zijn Lykgezang ter uitvaart des grooten Zeeheldts Michiel Adriaansz. de Ruiter dichtte, ‘Dit ongeval ontbrak nog aan de ellende van Holland’.
De in augustus 1673 gevormde Quadruple Alliantie maakte van de Hollandse Oorlog een Europese oorlog. De Republiek bracht nu grof geschut mee naar de onderhandelingstafel. Wilde de Zonnekoning praten over vrede? Prima, maar dan kregen de nieuwe bondgenoten van de Republiek óók een stoel aangeboden. De Franse onderhandelaars konden hier niet mee akkoord gaan, en in de herfst van 1673 leek het er zelfs even op dat de Keulse Vredeshandel in zijn geheel zou worden afgebroken.
Met het Franse voorstel om een deel van de generaliteitslanden1De gebieden die wel bij de Republiek hoorden, maar geen stem hadden in de Staten Generaal en bestuurd werden door de Raad van State. Dit waren voornamelijk katholieke gebieden, vooral (rondom) het huidige Noord-Brabant en Limburg. af te staan óf Spanje te overtuigen een aantal plaatsen aan Frankrijk af te staan, gingen de geallieerden niet akkoord. Vervolgens lieten de Fransen niets meer van zich horen. Toch gingen de onderhandelingen door. Niet met Frankrijk en niet in Keulen, maar met Engeland in Londen.
Meij 16 1673 arriveeren de Sweedse Mediateuren tot Aaken de bestemde Handelplaats alwaar den 18 dito haar Ho Moge Gevolmachtigde Solemneel worden ingehaalt. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
Junij 6, 1673 deden de Franse ministors tot keulen haar publijke intreden en vervolgens de sweedse Engelse en Nederlandse Gesanten om in het Comvent der Carmeliten de Tractaten aan te vangen. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
De Kuelse Handelinge zijnde sonder gevolg depecheren haar Ho Mog. d ordres aan den Marq. del Fresno Spaans afgesant tot Londen om van een seperate Vrede te handelen. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
De weg naar vrede
De overwinningen op zee in de zomer van 1673 en de veroveringen van Naarden en Bonn, had de Republiek bepaald geen windeieren gelegd. Een invasie op de Hollandse kust was er in het tweede oorlogsjaar wederom niet gekomen, en de Fransen moesten de Republiek noodgedwongen ontruimen. Het wapengekletter had de weg naar vrede vrijgemaakt.
Geen geld meer voor Karel
Karel II werkte met Lodewijk XIV samen om het katholicisme en absolutisme in Engeland te herstellen. Deze opvatting had zich in de hoofden van veel Engelsen genesteld. Dat de broer van de koning, de hertog van York, in september met een katholieke vrouw was getrouwd en de bruidsschat door de Zonnekoning was betaald, hielp bepaald niet mee. Daarnaast zagen de Engelsen een oorlog tegen Spanje — die er ongetwijfeld zou komen nu bondgenoot Frankrijk de oorlog aan Spanje had verklaard — niet zitten. Het Engelse parlement weigerde nog langer geld beschikbaar te stellen voor de oorlog tegen de Republiek. De Spaanse ambassadeur in Engeland, markies Del Fresno, bemiddelde tussen de partijen en op 19 februari 1674 werd de vrede beklonken.
De Marques del Fresno als Gevolgmagtigde van desen staat sluijt met de Engelse Heeren Commissarisen den 19 Febr 1674 den Vrede tusschen Engelandt en de Vereenigde Provincien. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
De Vreede wort aan de Hr Staten en Sijn Hooght gebootschapt beswoorden geratificeert en gepubliceert. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
De koning verklaart in sijn Parlament dat volgens der selver advijs den Vrede met de Heeren Staten Generael geslooten heeft. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum.
Niet veel later, respectievelijk op 22 mei en 11 april, verlieten ook Münster en Keulen de Franse partij. En Frankrijk? De oorlog verplaatste zich na de ontruiming van de Republiek naar de Zuidelijke Nederlanden. Het duurde nog vier jaar voordat de Vrede van Nijmegen een einde maakte aan de Hollandse Oorlog.
Fragment uit Vreugdevuren te Den Haag bij de Vrede van Westminster, 1674, Isaac Sorious, 1674. Collectie Rijksmuseum
1
De gebieden die wel bij de Republiek hoorden, maar geen stem hadden in de Staten Generaal en bestuurd werden door de Raad van State. Dit waren voornamelijk katholieke gebieden, vooral (rondom) het huidige Noord-Brabant en Limburg.
De brief die Margaretha Turnor op 3 januari 1661 schrijft, is haar vroegst bekende brief. Ze schrijft hem niet aan haar man, maar aan Constantijn Huygens, heer van Zuilichem.
De Spaanse missie
Waarom schrijft Margaretha aan Constantijn Huygens? Daarvoor moeten we terug naar oktober 1660. Op dat moment vertrok namelijk de eerste officiële Staatse missie sinds de Vrede van Münster in 1648 naar Spanje. Het doel van de missie is om koning Filips IV geluk te wensen met het huwelijk van zijn dochter Maria Theresia met de Franse koning Lodewijk XIV. Het huwelijk is een bezegeling van de in 1659 tussen Spanje en Frankrijk gesloten Vrede van de Pyreneeën. Met het overbrengen van die gelukswensen wil de Republiek uiteraard een hoger doel bereiken, namelijk het hernieuwen van een aantal eerder gemaakte afspraken op het gebied van staatszaken.
Eén van de drie ambassadeurs die op 3 december 1660 in Madrid gearriveerd is, is Godard Adriaan van Reede. Hij wordt niet alleen vergezeld door zijn 16-jarige zoon, Godard van Ginkel, maar ook door Lodewijk Huygens, de zoon van Constantijn. Voor beide zonen geldt de missie als onderdeel van hun opvoeding. De inmiddels 29-jarige Lodewijk spreekt Spaans en kan dus af en toe optreden als vertaler, maar heeft verder geen officiële taak en wordt ook niet betaald. Maar ach, vader Huygens was allang blij dat zijn derde zoon mee kon op deze gezantschapsreis. Misschien hoefde hij dan niet langer in de schaduwen van zijn succesvolle oudere broers, Constantijn jr. en Christiaan, te staan.
Godard van Reede van Ginkel (1644-1703), Jurriaen Ovens, 1661. Collectie: Kasteel Amerongen. Foto: Peter Cox.
Afscheid nemen bestaat niet
Lodewijk Huygens had veel vrije tijd en hield al sinds het begin van de reis een dagboek bij. Het dagboek is bewaard gebleven. Daardoor weten we onder meer dat Margaretha haar gezin in oktober 1660 tot aan het vertrek van het gezantschap vanuit Hellevloetsluis heeft vergezeld. Onderweg van Den Haag naar Hellevoetsluis speelde het gezelschap, onder wie Lodewijk, een kaartspelletje. Het afscheid viel zowel de vertrekkenden als de achterblijvers zwaar, aldus Lodewijk: er vloeiden veel tranen. Maar Lodewijk beschrijft een saillant detail. Probeerde Godard van Ginkel zich groot te houden tegenover zijn reisgenoten? Volgens Lodewijk huilde Godard namelijk tranen met tuiten wanneer hij in de richting van zijn moeder keek, maar lachte hij smalijk wanneer hij zich omdraaide naar zijn reisgezelschap.
Alvorens verder te gaan kan ik me niet bedwingen om hier hier nog een nogal zeldzaam en vermakelijk voorval in herinnering te brengen dat plaatsvond bij het vertrek van mevrouw Van Amerongen. Het was namelijk zodat als mijnheer Van Ginckel haar zoon, een edelman met een nogal vrolijk karakter, naar de ene kant keek om afscheid van zijn moeder te nemen, dan zag hij haar samen met haar nichtje staan huilen. Ik had zo even al verteld dat ze dat deden Keek hij naar de andere kant, dan zag hij zijn metgezellen van wie dat soort afscheid misschien niet zo hoefde. Op hetzelfde moment dat hij van de ene naar de ander kant keek, deed hij dan hen en dan ons na. Draaide hij zich nar de zijde van zijn moeder, dan huilde hij namelijk tranen met tuiten en op hetzelfde ogenblik dat hij zich naar ons keerde, begon hij minstens zo smakelijk lachen. Hij deed dat iedere keer als hij zich van de een naar de ander wendde zonder dat hij zichzelf daarbij in de hand had.
Maurits Ebben (red.), Lodewijk Huygens’ Spaans journaal. Reis naar het hof van de koning van Spanje, 1660-1661 (Zutphen, 2005).
Margaretha Turnor en Constantijn Huygens delen hetzelfde lot: ze zijn thuisblijvers en moeten hun zonen missen. Uit haar brief van 3 januari 1661 blijkt dat Margaretha reageert op een eerdere brief van Huygens. Blijkbaar heeft de heer van Zuilichem haar al eerder een brief geschreven, misschien onderhielden ze al langer een briefwisseling en is alleen deze brief bewaard gebleven. Hoe het ook zij, de thuisblijvers hebben elkaar opgezocht en vertrouwen hun zorgen aan het papier en aan elkaar toe.
Omdat Margaretha herhaalt wat ze in een ontvangen brief van Constantijn gelezen heeft, weten we ongeveer wat er in die brief gestaan moet hebben. Er stond waarschijnlijk iets in over het verloop van de reis, want Margaretha is er zeer content mee te horen dat de reis niet over ‘de bergen en kwade wegen’ was gegaan. Constantijn had zijn lotgenoot met zijn woorden gerustgesteld.
uEd schrijfvens is mij seer wel behandich waer voor uEd hoochlijck bedancke te meer doordien die mij heel wel te pas quam, als de kontreije in spange diede heere Ambassadeurs moeste passeere niet kenende was ick seer bekomert en aprehendeerde de reijs overde berge en quade weege van die seer, waer van uEd mij het kontrarije door deselfs schrijfve beliefde te segge, heeft mij een =nige gerustheijt gegeefve, [sedert heb]
Bekwaam en modest
Margaretha deelt ook een aantal complimenten uit. Ze schrijft haar lotgenoot dat Godard Adriaan in een brief heeft laten weten ‘zeer gelukkig’ te zijn met het gezelschap van Lodewijk Huygens; de zoon van Constantijn is zeer ‘bekwaam en modest’.
Zou Margaretha hopen dat haar lotgenoot in een volgende brief complimenten aan Godard Adriaan uitdeelt? We zullen het helaas misschien wel nooit weten, want er zijn – zover bekend – geen andere brieven van Margaretha aan Constantijn Huygens bewaard gebleven.
[schrijfve heeft besocht,] vint sich doort geselschap van men heer uEd soon geluckich want kan mij niet genoech scrhrijfve van sijn Ed bequ =aem en modest leefven[, seijt ock]
Portret van Constantijn Huygens (1596-1687) en zijn vijf kinderen, 1640, Adriaen Hanneman. Collectie Mauritshuis.
De troepen van de Prins van Oranje en de troepen van de Spaanse markies De Louvignies hadden zich midden oktober verenigd. Het doel van de veldtocht werd pas begin november duidelijk: Bonn. Dit vestingstadje was niet alleen een belangrijk bevoorradingspunt voor de Franse bezettingsmacht in de Republiek, maar ook de hoofdstad van het keurvorstendom Keulen…
De Nederlandse Tirannie
De troepenmacht hield tussen half oktober en begin november behoorlijk huis in het land van de vijand. Op 29 oktober 1673 schreef Godard van Ginkel aan zijn vader hoe de troepen alles wat los en vast zat plunderden. De Keulse bevolking moest het ontgelden.
Dewijl wij hier int keulsche Landt sijn heeft het plunderen gruwelijk aengegaen en wordt dit Landt niet minder geruineert als onse arme provincien sijn
De troepen van Willem III deden niet onder voor de Fransen. Constantijn Huygens jr., de secretaris van de prins van Oranje, reisde mee met het leger en hij beschrijft de gebeurtenissen in Rheinbach. De burgemeester van Rheinbach, die openlijk partij had gekozen voor de Keulse prins-bisschop, weigerde in eerste instantie zich over te geven toen de stad begin november werd opgeëist. Toen de hij vroeg of hij twee uur de tijd kon krijgen om te overleggen over de capitulatievoorwaarden, werd hem dat geweigerd. ‘Das geben wir euch nicht’, aldus Rijngraaf Karel Florentijn van Salm, de commandant die de aanval op Rheinbach leidde. In zijn journaal beschreef Huygens de wandaden van het Staatse leger in het stadje. Iedereen die een wapen droeg, werd gedood. De burgemeester van Rheinbach werd opgehangen. Om zijn nek bungelden de sleutels van de stad.
Op 5 november werd eindelijk duidelijk dat het doel van de veldtocht Bonn was. De hertog van Luxembourg en Turenne hadden de opdracht gekregen om te verhinderen dat de troepen van de Prins het belangrijke Franse bevoorradingspunt zouden bereiken. Maar naast de Spanjaarden hadden ook de Keizerlijke troepen onder leiding van Raimondo Montecuccoli zich bij het leger van Willem III gevoegd, waardoor de geallieerde krijgsmacht nu ruim 60.000 man telde.
De Franse en Keulse belegerden toonden weinig vechtlust. Op 12 november 1673 capituleerde Bonn na een belegering van een week. Het verlies van Bonn was een grote klap voor de Fransen. Ze konden nu immers hun troepen in de Republiek niet meer via de Rijn bevoorraden, en waren genoodzaakt de bezette gebieden te ontruimen. Bovendien was veel van het Franse oorlogsmateriaal door de geallieerden buitgemaakt.
Het was een geweldige overwinning. Maar de geallieerden moesten nu alle kansen met beide handen aangrijpen om optimaal te kunnen profiteren van de verslagenheid van de vijand. Was het einde eindelijk in zicht? Of was het allemaal maar bombast en liet de vrede nog heel lang op zich wachten? ‘Den hemel zegenen hunne desseynen, en gunne ons verder te triomferen over onze hoogmoedige vyanden’, aldus onderstaande prent.
Verovering van Bonn en andere Duitse steden door de prins van Oranje, 1673, Romeyn de Hooghe (toegeschreven aan), 1673. Collectie Rijksmuseum.
Het was een enorme oppepper voor de Republiek: de herovering van Naarden op 11 september 1673. De militairen hadden laten zien wat ze konden. De overwinning toonde aan dat er van de Franse vechtlust weinig meer over was. Zoon Godard van Ginkel schreef in een brief aan zijn vader dat de reputatie van de Fransen tanende was.
de Fransen verliezen hier doors een groot gedeelte van haere reputatie, hebben dese plaetse soo slecht gedefen deert, als geen van de onse voorleden jaer sijn gedaen
Godard van ginkel, 16 september 1673
Opmars naar Bonn
Het eerste gedeelte van het ambitieuze tegenoffensief van Willem III was geslaagd. Nu volgde de opmars naar de volgende belegering. Willem III had zijn oog laten vallen op Bonn. Deze vestingstad was niet alleen de hoofdstad van het keurvorstendom Keulen, maar was ook het bevoorradingspunt tussen de Franse hoofdmagazijnen en het bezettingsleger in de Republiek…
Rivier de Linde aangeven op een gemeentekaart van West-Stellingwerf
De troepen van vorst-bisschop Bernhard von Galen leek het in de zomer van 1673 aanvankelijk voor de wind te gaan. In augustus 1673, een jaar na de mislukte belegering van Groningen, was de vorst-bisschop van Münster er met zijn troepen vanuit Steenwijk in geslaagd achter de zogeheten Lindelinie te komen. De Lindelinie liep langs de rivier de Linde, tussen de Zwartendijksterschans ten westen van Een naar Slijkenburg. Langs de rivier waren dammen en schansen opgeworpen. De troepen van Bommen Berend hielden behoorlijk huis in het gebied. Zo meldde de Oprechte Haerlemse Courant van 5 september 1673 dat de militairen ‘alles nu uytgeplondert ende wegh gerooft hebben, soo wel dat over de Linde is, als aen dese kant over de Kuynder’.
Fragment uit de Oprechte Haerlemse Courant van 5 september 1673. Via Delpher.nl
Twee keer noodweer
Maar net als de troepen van Lodewijk XIV, moesten de bisschoppelijke troepen in het najaar van 1673 de wonden likken. Door een hevige noordwester storm steeg eind augustus het water in de Linde en kwam de weg naar Steenwijk onder water te staan. Bommen Berend vreesde voor een tegenoffensief en besloot zijn troepen terug te trekken. Begin oktober ondernam de vorst-bisschop nogmaals een poging om Coevorden te veroveren. Hij wilde daartoe de Overijsselse Vecht af dammen. Opnieuw zorgde het weer ervoor dat Bernhard von Galen zijn plan niet kon verwezenlijken; een hevige overstroming deed de dam breken. Ruim 1400 Münsterse militairen en honderden boeren stierven de verdrinkingsdood.
Fragment uit de Oprechte Haerlemse Courant van 14 oktober 1673
De vrede leek na het gunstig verlopen Beleg van Naarden en het aftaaien van Bernhard von Galen dichterbij dan ooit. Toch zou het nog tot april 1674 duren voordat Bommen Berend de strijd eindelijk opgaf en de Republiek verliet. En hoe zit het met de Fransen? We maken ons nu in ieder geval op voor de Belegering van Bonn…
Dijkdoorbraak bij Coevorden, 1673, anoniem, naar Romeyn de Hooghe, 1673 – 1675. Collectie Rijksmuseum
Margaretha is in Utrecht geweest, waar ze de perikelen rondom de burgemeestersverkiezingen heeft kunnen aanschouwen. Alle ‘bekende lieden’ wantrouwen elkaar. Margaretha houdt alles nauwlettend in de gaten, en deelt de verworven informatie met haar heer en liefste hartje. Wat zijn ieders belangen? Wie doet met wie zaken? Godard Adraan moet het gevoel hebben dat hij eigenlijk helemaal niet weg is uit de Republiek.
[van den andere hebbe is niet wt te spreecke] ende sijalosije1Jaloezie van dat uhEd int huijs vande heer van sandenburch2Diederik Borre van Amerongen met Eenige heeft gesproocke buijten kenisse vand andere vriende, en dat dien Eene inden haech sou koome konense niet op Eenen, en sijn tegens de sollisitaesi vande luijte -nant kolonel als vijanden ingenoomen, hoet daer noch me gaen sal weet ick niet geloofve uhEd konfrater daer onder roeijt, de partij meende en segge sij hadde het kleijne maneken daer nu heel onder en so dat hij der noeijt weer op sou gekoome hebbe en waerent werck heel te boofven komt hijder nu weer op dat hij sijn oude nucken niet sal konne laeten en Erger sal sijn als voor dees in soma de sijalosij en murmeraesij3Murmeren: morren, mopperen is so groot dat te be droefve is wil hoopen alles noch Een goeden wtslach sal neeme
Margaretha heeft, zoals ze in haar vorige brief al aankondigde, in Utrecht met oud-burgemeester Johan van Nellesteyn gesproken. Ook sprak ze met domheer Everard Both van der Eem. Both van der Eem was de broer van vroedschapslid Pieter Both van der Eem. Maar goed, de hele situatie is ingewikkeld en Margaretha schrijft dat ze er niet verder over wil uitweiden omdat het zo’n lang verhaal is. Typisch Margaretha, volgt vervolgens tóch een lang verhaal. Jacob van Dinter, blijkt bereid te zijn alles aan Everard en Pieter Both over te laten. Mits zij er vrede mee hebben dat Jacob van der Dussen, de huidige burgemeester, er voor zorgt dat de broer van Jacob van Dinter, Johan van Dinter, afziet van zijn sollicitatie.
[Euren voor mijn vertreck noch seer disperaet] hoewel ick daechs te vooren de burgemeester Nellisteijn4Johan van Nellesteyn gesprocke hebende en daer Even te voorn den domheer bodt5Everard Both van der Eem niet ande dochte of alles sou wel sijn, alle die sirkomstansie6Circumstantie: omstandigheid sijn hier te lange te verhaelle, sal alleen segge dat bodt mij seijde dat van linteren7Jacob van Dinter alles aen hem bodt en sijn broeder differeerde als sij kontentement naeme dat hij te vreede was dat ock vander dusse8Jacob van der Dussen de burgemeester hem lintere en bodt gepreesenteert hadde van sijn broert de schouts9Johan van der Dussen, schout van Rhenen sollistaesie te disesteere10Desisteren: afzien van en haer wilde en koste versee ckeren vande nominaesije voor bodt [so sij sijn partij wil de]
Het klinkt allemaal ingewikkeld en dat is het ook. In ieder geval weten we dat zowel Jacob van Dinter als Jacob van der Dussen niet willen dat Johan van Nellesteyn weer burgemeester wordt. Godard Adriaan, en daarmee dus ook Margaretha, is wél voor de benoeming van Van Nellesteyn.
Verkiezingen in de 17e eeuw deden niet veel onder voor een hedendaagse verkiezingsstrijd…
Nadat Margaretha nog een heel essay heeft geschreven over de burgemeestersverkiezingen, stapt ze over op een nieuw onderwerp: de berg bij Rhenen, oftewel de Grebbeberg. Utrecht heeft het voornemen om de Grebbeberg te ‘bekramen’. Dit houdt in dat de berg door rieten matten tegen de golfslag van het water beschermd zal worden.
hier koomende verstaen ick dat men te wttrecht van sin is het bekramen11Bekramen: Het met strooien matten beschermen van bijvoorbeeld een dijk tegen golfslag van het water vanden berch bij rienen of de greb int b publijck aen te besteede en dat de schout van rhiene gesint is dat aen te neemen , nu verlanckt mij te weeten wat de heer van dijckevelt dies aengaende b op de uhEd schrijfvens heeft geantwoort, en of uhE hier Eits verders in wilt gedaen hebbe , [ de schade die]
Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen over de Rijn op de Betuwe met in het midden het dorp Lienden.Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen over de Rijn op de Betuwe met in het midden het dorp Lienden, anoniem, ca. 1690-1720. Collectie Het Utrechts Archief. Heimenberg is een ringwalburg op de Grebbeberg.
Schade en schande
Dan is er ook nog klein nieuws. Het heeft flink gewaaid maar Godzijdank is er heel weinig schade. Aaltje van Bemmel uit Amerongen is overleden. Aaltje had hoge schulden. Secretaris Kemp en predikant Keppel kibbelen over een aanzienlijk geldbedrag dat de kerk van haar tegoed zou hebben.
[hier Eits verders in wilt gedaen hebbe,] de schade die hier door de stercke wint is geschiet is heel weijnich de heere sij gedanckt, die ons so genadelijcke heeft bewaert de doot van Aeltge van bemel heb ick uhEd geschreefve waerdoor groote desensie tuschen onse gesupstituweerde seeckreetaris12Secretaris Kemp en de preedikant13Predikant Keppel is ontstaen, en dat over de twee hondert gul die de kerck van haer heeft te pree tendeere daer velpe borch voor staet die wel sufi tant genoech voor die peninge is maer ock lange ge
tracht heeft van die borchtocht ontslage te sijn [en nu]
Margaretha vindt het maar niets dat er zo gekrakeeld wordt. Komende zondag wordt het Heilig Avondmaal gevierd in de kerk, daar hoor je niet ruziemakend heen te gaan. En het gaat hier nog wel om de predikant en de schoolmeester!
[ontboode sijn waer niet wel gedaen,] men sal hier toe koomende sondach het nachtmael14Heilig Avondmaal in de protestantse kerk dat maar een paar keer per jaar plaats vond wt deelle tis niet wel dat men teegens die tijt so krackeelt15ruzie maakt insonderheijt voor preedikant en schoolmeester dan sij sijn beijde vrij wat kreegel16halsstarrig , en de schoolmeester meent hij nu heel den baes is [ ick sal verneeme wat vande jongen van Aeltgen van]
Een prinsje voor Fritsje
Kleine Frits en zijn zusje Antje zijn bij oma Margaretha op bezoek. Fristje drinkt elke dag op opa’s gezondheid en hoopt dat opa hem een prinsje zal brengen. Vermoedelijk bedoelt hij een pop.
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff en dieners MTurnor
onse joncker van Ameronge met sijn suster Antge sijn weer hier bij mijn sij preesenteere beijde haeren kleijne ootmoedige dienst aen groote papa en frits drinckt alledaech grootpapaes gesontheijt en hoopt grootpapa hem haest een prinsge sal brenge
De brief van 9 september is verstuurd vanaf Amsterdam. Ontvanger Uyttenboogaard heeft namelijk tegen de drost gezegd dat hij de ordinantie niet kan betalen, en ook geen termijn kan geven, waarop Margaretha naar Amsterdam vertrokken. Ze wilde er wat druk achter te zetten. Ook is er zeer belangrijk nieuws uit Naarden… En Van Ginkel is erbij betrokken!
Geld en mannen
Het is heel fijn dat de troepen van Godard Adriaan inmiddels gearriveerd zijn, maar het maakt het dagelijks leven wel ingewikkeld. Margaretha had al moeite om de financiën van haar man en haar zoon bij te houden, nu komt dit regiment er ook nog bij. Het is de vraag wie al geld gehad heeft en waarvoor. Daarbij kunnen deze mannen ook weer uit verschillende potjes betaald worden. Gelukkig is er de oude vertrouwde Temminck waar Margaretha op kan rekenen, of dat bij alle officiers van de troepen ook zo is, vraagt ze zich serieus af.
Daarnaast is het de vraag welke troepen waar zijn en hoeveel man er nu echt zijn. Los van het feit dat er verschillende varianten zijn over de aantallen van de geleverde mannen, zijn goede manschappen ook bij andere regimenten zeer gewenst. Margaretha is er inmiddels achter dat meerdere mensen de mannen van Godard Adriaan claimen.
Margaretha schrijft alles minutieus op, hopelijk kan Godard Adriaan het nog volgen.
[wat dichter bij] ock hebbenderseer veel siecke onder die kompange geweest die meest al beetere, ick heb bij provijsie tot betaeline van de 25 man 50f aen gelt gesonde door den drost diet selfve aende sergant jochem nicklaij1Onbekende sergeant heeft gegeefve en belast alleen die 25 man daer meede te betaelle, uhEd sal nu sijn demissie2Demissie: Verlof om uit de dienst te vertrekken om thuijs te koome hebe ontfange, ick heb volgens uhEd schrijfve van Eerste deeser noch 50 bandeliere3Bandelier: Een door musketiers dwars over den schouder gedragen riem, waaraan een zeker aantal houten of metalen kruidmaatjes waren vastgehecht; later werd aan den bandelier de patroontasch gedragen bestelt te maecke en salt korlonels vaendel hier aent huijs vande drost bestelle, [nu leijt sijn hoocheijt met het]
In haar vorige brief vroeg Margaretha zich nog af of ze de troepen uit eigen zak moest betalen. Nu heeft ze de knoop doorgehakt. Ze heeft 50 gulden gereserveerd voor betaling van 25 man. De drost moet het geld aan een sergeant te gegeven, die ALLEEN deze 25 mannen daarmee mag betalen, en niets of niemand anders.
Maar dat is niet het enige dat Margaretha voor het leger doet. Ze laat op bestelling vijftig bandeliers maken en is nog van plan een kolonelsvaandel te laten maken.
Bandelier of schelkoord (fragment) van groen zijden ripslint, met florale motieven geborduurd van zilverdraad en vloszijde, aan uiteinde ornament met afhangende slingers, rondom afgezet met lusjesfranje van metaaldraad, anoniem, ca. 1700 – ca. 1750. Collectie Rijksmuseum
Willem III met het leger voor Naarden
Willem III ligt met het leger voor Naarden. De stad, die vorig jaar juni door de Fransen is ingenomen, is op dinsdag 5 september omsingeld. In de eerste dagen van september zijn troepen met uitleggers naar Naarden gebracht. Margaretha schrijft niets over uitleggers, maar ze wist op 1 september al wel te melden dat er iets groots op handen leek te zijn. Willem III heeft de stad opgeëist, maar de Fransen geven zich nog niet zo gemakkelijk over. Tot nu toe zijn de Staatse troepen nog bezig geweest met het op orde stellen van het geschut, maar Margaretha gelooft dat de beschietingen van de vesting vandaag van start zullen gaan.
[drost bestelle,] nu leijt sijn hoocheijt met het leeger voor naerde dat de heer van ginckel voorleeden dijnsdach heeft berentBerennen: Het insluiten van een plaats, zodat die plaats belegerd kan worden sij begrae fven haer daer voor sijn hoocheijt heeft de stat doen op Eijschen dan hebbe geantwoort hetsel =fve te wille defendeere, tot noch toe sijnse beesich geweest met de baterijeBatterij: Een verzameling geschut te stelle so datter noch niet op is gekanoneert maer gelooft me dat vandaech begine sal, [de heer van ginckel]
Belegering en verovering van Naarden (detail van de beschietingen), 1673, Jacobus Harrewijn, 1684. Collectie Rijksmuseum.
Van Ginkel op de linkerflank
Margaretha heeft begrepen dat haar zoon het commando voert op de linkerflank. Hij heeft het zo druk; hij heeft nog geen dag rust gehad! Hij heeft laatst 40 uur achter mekaar op zijn paard gezeten en is oververmoeid. Ze hoop dat de Heer hem sterkt en gezondheid geeft en hem zal bijstaan.
[vandaech begine sal,] de heer van ginckel komandeert so mij geseijt wort de lincker vleu =gelt vant leeger en heeft so veel te doen dat hij nacht noch dach rust heeft heeft 40 Eure te paert geseete, hoope de heer almachtich hem sterckte en gesontheijt sal geefve om deese swaere fatijgees4Fatigeren: Vermoeien te konne wtstaen voor waer het komter op aen, [den vijant seijt me dat noch]
Belegering en verovering van Naarden door de prins van Oranje (detail, met door de auteur groen omcirkeld Van Ginkel met zijn troepen), 1673, Romeyn de Hooghe, 1673. Collectie Rijksmuseum
Fransen, Spanjaarden en broodbakkers
Hoewel het erop lijkt dat het Staatse leger bij Naarden een klinkende overwinning zal behalen, is er nog geen eindoverwinning in zicht. Het Franse leger is nog zeer goed vertegenwoordigd in de bezette provincies en lijkt met geweld een troepenmacht te verzamelen. Men vreest voor een aanval op het Staatse leger. En dan zijn er nog de Spanjaarden, notabene de bondgenoten van de Republiek, die de schaarse levensmiddelen innemen zodra de schepen aanmeren! Ze willen niet eens betalen. Naast gebrek aan overige levensmiddelen, is er gebrek aan brood. Daarom zijn alle bakkers nu gelast dag en nacht voor het leger te bakken.
[het komter op aen,] den vijant seijt me dat noch wel inde 40000 man inde ge veroverde provinsie sterck is en dat se haer volck met gewelt bij Een trecke so dat men vreest sij noch Een
Efort op ons leeger sulle doen, de spaense maecke groote dees ordere, alser scheepe met vijfvrees5Vivres: Levensmiddelen en andere behoefticheede in ons leeger koome so haellen sijtter wt en koopent sonder te wille betaelle, waerom de toevoer so groot niet is alser wel noodich waer, en se somtijt broot gebreck hebbe nu is hier aen al de backers gelast nacht en dach voort leeger te backe en worter gesonde, [ick Maestri]
*Onderste boven aan de bovenkant van de pagina: tis hier dach en nacht sulck quade natten reegenige weer dat ick vrees ons leeger grootelijcks moet inko modeere
Maastricht is in elf dagen door de Fransen op de Republiek veroverd, hoe lang zal het nu duren voordat het Staatse leger Naarden op de Fransen verovert? Hopelijk staat de Heer ons bij. Margaretha zegt het niet met zoveel woorden, maar ze hoopt dat het allemaal snel voorbij is. In Amerongen zijn namelijk ook troepen gesignaleerd, en het schijnt dat er beesten gevorderd worden. En er was al niet veel meer over in het dorp…
[leeger te backe en worter gesonde,] ick Maestri hebbe de franse van ons in Elf dage gekreechge hoet ons hier voor naerde gaen sal moete wij sien de heer wel ons bij staen en sijne seegen geefve, de partije loope tot Ameronge toe daer al beeste vandaen hebbe gehaelt, so dat nu weer op nieu alles bedurfve wort watter noch over is gebleefve, [het doet mij leet dat het ter plaet]
Op het moment dat ze haar handtekening onder de brief van 9 september zet, heeft Margaretha maar liefst zes kantjes volgeschreven. Maar ze heeft nog meer te melden, want ze voegt nog een los briefje toe. Bij Wijk bij Duurstede schijnt de vijand een brug te hebben geslagen. Zouden ze zich in de Betuwe zich willen terugtrekken? Ze hebben in ieder geval flink in de omgeving geplunderd. In Amerongen wonen nog maar drie inwoners: Teunis Huijbertse, de secretaris en ene Jan Evertse. Wat een ellendige oorlog is dit toch…
te wijck te duerstede heeft den vijant Een bruch geslage somige meene dat is om alstder op aen sou koome om haer reetreete inde beetuwe te neeme, voor hebbense alle bruchge afgebroocke, en de meeste dorpe weer wt geplundert, te Ameronge sijn maer drije mans int heelle dorp dat is tunis huijbertse en de seekreetaris en Eenen ijan Evertse, och wat Elendiger oorlooch is dit, de heer almachtich wil ons alle bij staen, men seijt deese nacht met het ineeme vande konterscherp6Conterscherp: De buitenboord van eene vestinggracht daer 700 man in was en al omgekoome sijn van donse wel bij de 1200 soude gebleefve sijn
Bandelier: Een door musketiers dwars over den schouder gedragen riem, waaraan een zeker aantal houten of metalen kruidmaatjes waren vastgehecht; later werd aan den bandelier de patroontasch gedragen
4
Fatigeren: Vermoeien
5
Vivres: Levensmiddelen
6
Conterscherp: De buitenboord van eene vestinggracht
Margaretha heeft veel te vertellen. Er is gedoe over secrete én zware besognes, en natuurlijk ook weer over geld. Gelukkig is er wel goed nieuws vanaf het front. Het lijkt er op dat er iets groots op handen is. Gaat Utrecht ontzet worden? Het is nog onduidelijk wat er precies gaat gebeuren, maar het zal groots zijn. Aan het eind van de brief nog meer goed nieuws: op zee is de victorie behaald!
Secrete besognes
In haar vorige brief waarschuwde Margaretha Godard Adriaan dat één van de door Godard Adriaan geworven officiers een brief op hoge poten aan de Staten heeft geschreven. Volgens de officier zou hij nog geen geld ontvangen hebben van Godard Adriaan. De informatie was afkomstig van Caspar van Kinschot.
In de brief van vandaag komt Margaretha hier op terug. Ze vindt het goed dat Godard Adriaan zelf een brief aan Van Kinschot heeft geschreven, maar een reactie heeft hij blijkbaar niet ontvangen. Wellicht dat hij hierover tegen Margaretha geklaagd heeft.
Van Kinschot heeft in ieder geval zijn excuses aangeboden. Hij kon niet reageren omdat hij het enerzijds ontzettend druk heeft met allerlei zaken en anderzijds durfde hij niet. Omdat hij de Eed van de Secrete Besognes had afgelegd, mocht hij geen belangrijke zaken mededelen. Hij was bang dat Godard Adriaan hem dat niet in dank af zou nemen. Dus schreef hij maar niets.
tis heel goet uhEd den heere kinschot2Caspar van Kinschot selfs gean twoort heeft, sij vreese ock aen dien kapteijn koc kop Een banckroet te hebbe, kinschot heeft voor deese al Exskuse gemaeckt dat hij aen uhE niet en schrijft Eensdeels om sijn meenichvuldi =ge affaere3Zaken en ten andere om dat hij inde Eet vande seekreete besoeijngees4Geheime zaken is vreesende uhEd niet wel sou neeme dat hij d niet van inpor tansie schreef en den Eet leijt so strickt dat hij niet derft[, hij komt teegenwoordich heel]
Staande officier met wandelstok, van opzij gezien, Salomon Savery, naar Pieter Jansz. Quast, 1630 – 1665. Collectie Rijksmuseum
Luitenant-kolonel, Jacques de Gheyn (II), naar Hendrick Goltzius, 1700 – 1725. Collectie Rijksmuseum
Zware besognes
Tegelijkertijd wordt er bij Prins Willem III vergaderd over de militie. Dat zijn zware besognes, met andere woorden: moeilijke aangelegenheden. Velen die deelnemen of hebben genomen aan de vergadering zijn ziek geworden. Er zijn er zelfs al twee gestorven! Zo zwaar vallen de aangelegenheden dus… Margaretha vindt het trouwens wel gek dat er over betaling van de militie wordt vergaderd. Volgens haar is dat helemaal niet nodig en wordt er prima betaald. Vooral de milities die afkomstig zijn uit het buitenland worden goed betaald, schrijft Margaretha met een verbitterde ondertoon. Alleen de hoge ambten worden niet betaald.
[heere hop is noch te Amsterdam seer qualijck,] al de heere die in die komisie koome worde sieck daer sijnder al twee van gestorfve, men seijt die besoeijngees5Besognes: Zware aangelegenheden te swaer valle, ick weet niet waer de offisiers nu over de quade betaeli konne klage daer hebbense geen reedene toe insonderheijt de vreemde naesie se worde alle pront betaelt dan ick sien dat die mense haer selfve niet wel konne behelpe of redde, de hoochge schersgees6Ambten worde niet betaelt insonderheijt aende ingeseete =ne vant lant de andere krijge nu en dan noch al wat[, met de laeste post is uhEd]
Geld
De demissie voor Godard Adriaan is verstuurd. Ontvanger Uyttenboogaard heeft Margaretha hoop gegeven dat de demissie ook daadwerkelijk betaald gaat worden, en wel komende week. Zodra het geld binnen is, zal het naar de ‘jonge Temminck’ in Amsterdam gaan. De bankiers familie Temminck regelt de financiële zaken van de familie. De lijnen zijn kort en ze kennen elkaar goed. In de brieven komen naast Temminck ook de oude en de jonge Temminck voor. Hij zal er dan voor zorgen dat Godard Adriaan dat dan via een wissel op kan nemen.
[noch al wat,] met de laeste post is uhEd demissie7Ontslag uit dienst vande generaEliteijt afgegaen die uhEd buijte twijfel vandaech of merge sult ontfange, den ontfanger wt den boogaert heeft mij hoop gegeefve van de ordinansi ter som van 2500f inde toekoomende weeck te betaelle, so haest het gelt ontfange is salt selfve onder den jonge teminck tot Amsterdam geleij worde, om bij uhEd te trecke[, sijn hoocheijt is]
Optrekkende troepen, Jacques Courtois Le Bourguignon, 1631 – 1675. Collectie Rijksmuseum
Troepenbewegingen
Prins Willem III beweegt zich met zijn troepen ergens tussen de Baronie van Breda en de Meierij van Den Bosch. Verder zijn er geruchten dat een gedeelte van de ruiterij zich ergens rond het huis van Cornelis Tromp in ‘s-Graveland ophoudt. Er zou een brug over de rivier de Eem geslagen zijn. Wat wel zeker is, is dat er troepen in Amsterdam gearriveerd zijn. Men vermoedt dat Utrecht eerdaags een aanval te verduren krijgt. Er zou iets groots op handen zijn… De graaf van Waldeck zou met de troepen uit ‘s-Graveland komen, en Willem III zou zich via Gorinchem bij de troepen van de graaf van Waldeck voegen. Margaretha hoopt dat het geluk nu eens aan de kant van de Republiek staat.
[worde, om bij uhEd te trecke,] sijn hoocheijt is
met het leeger wt de langestraet8De Langstraat ligt ten noorden van / tussen de Baronie van Breda en de Meierij van Den Bosch, tot Napoleon viel het onder Holland, nu onder Noord-Brabant voorleedene maendach smergens vroech op gebroocke en savonts tot oosterwijck9Er ligt een Oosterwijk ten westen van Leerdam in Utrecht en je hebt Oisterwijk ten oosten van Tilburg. Beiden zijn onlogisch op weg van De Langstraat naar Werkendam. Mogelijk bedoelt Margaretha Oosterhout gekoome alwaer tot Eergistere hebbe geleege en so men seijt is doen tot werckendam gekoome, de geruchte gaen hier als of Een ander gedeelte van onse ruijterij en ock Eenich voet volckere gistere in’t schravelant ontrent het huijs van de heere tromp soude sijn gekoome en datter Een bruch over de Eem soude geslage sijn, daer is doch hier is geen seeckerheijt van maer wel datter Eenichge ruijterij tot Amsterdam geamberkeert is,10Embarqueren: Aan boord gaan of brengen het vermoede is oft wel op wttrecht mochte gemunt sijn en dat den graef van waldijck vande Eene kant met dat volck dat men seijt int schraefve lant te sijn, en sijn hoocheijt aende ander sijde bij gorckom heen sou koome, datter Eits groots op hande is, is seecker [de heer al]
Van Ginkel is vereerd door Willem III. Hij was namelijk uitgenodigd om een stuk vlees te komen eten, een zogeheten paterstuk. Nu maar hopen dat de prins hem niet alleen op een dinertje trakteert, maar ook op een mooie functie. Het liefst die van commissaris-generaal.
tis vandaech achdaechge dat sijn hoocheijt hem de Eer heeft gedaen van hem door den heer van ouwerkercke11Hendrik van Nassau Ouwerkerk te laete segge dat hij smiddaechs Een paterstuck12Paterstuk: Vierkant stuk vlees van een koe bij hem wilde koomen Eette gelijcke hij met Een deel spaense offisiers gedaen heeft, en was sijn hoocheijt heel wel te vreede en insijn schick, de heer van ginckel heeft deese soomer weer het komisaer =rischap scheeneraelsch in plaets van mompel= =ijan die in vrieslant en hier inde haech is geweest , bedient wil hoope het Eens in konsideraesie sal genoome worde[, waeren wij nu maer deese]
‘De Gouden Leeuw’ in gevecht met ‘The Royal Prince’ tijdens de Slag bij Kijkduin van 21 augustus 1673, Abraham Storck, eind 17e eeuw. Collectie Royal Museums Greenwich. The Royal Prince draagt de blauwe vlag van admiraal Spragg. De Gouden Leeuw is het schip van Luitenant-admiraal Tromp.
Soldaten en zeelieden
Goed nieuws van het front neemt Margaretha nog snel op in het ps op een los briefje. De Münsterse troepen zijn uit Friesland verdreven en op zee is de strijd in het voordeel van de Republiek beslist. Admiraal Edward Spragg is gesneuveld. De dood van vice-admiraals Isaac Sweers en Johan de Liefde noemt Margaretha niet. Wel schrijft ze dat veel zeelieden hun benen of armen kwijt zijn. Of allebei. Ach, die ellendige en miserabele mensen…
die munsterse die in vrieslant ingebroocke waere sijn so ge seijt wort daer met schande een verlies van volck weer wt gedreefve, den Admirael sprach13De Engelse admiraal Edward Spragg vande blauwe vlach Engelse schepen (m.u.v. het koningshuis en enkele officieren) voeren niet de Union Jack, maar een blauwe vlag vande Engelse is seeckerlijck doot gebleefve, het jacht vande koninck van Engela =nt dat met Eenige sereeschijn om de gequetste int konins vloot te verbinde was af gesonde is in onse vloot ge= =valle, en bij de onse op ge= brocht, tis seecker dat de vicktoorij die wij nu weer ter see hebbe gehadt seer groot is, maer wij hebbe ock seer veel Elendige en misera =bele mense deen sonder beene en dander sonde arme en ock die beene en arme beijde quijt sijn thuijs ge= kreechge tis Een miseerij te hoore, de heer vergeeft het haer die hier oorsaeck van sijn
Fragment van een Engelse scheepsvlag, ‘Blue Ensign’, anoniem, ca. 1630 – ca. 1707. Collectie Rijksmuseum. Deze vlag is veroverd door de Hollanders op ‘the blue squadron’ onder commando van Edward Spragge tijdens de Slag bij Kijkduin, 21 augustus 1673. Het witte vlak met het rode kruis is het St. Georges kruis.
1
7 van sept
2
Caspar van Kinschot
3
Zaken
4
Geheime zaken
5
Besognes: Zware aangelegenheden
6
Ambten
7
Ontslag uit dienst
8
De Langstraat ligt ten noorden van / tussen de Baronie van Breda en de Meierij van Den Bosch, tot Napoleon viel het onder Holland, nu onder Noord-Brabant
9
Er ligt een Oosterwijk ten westen van Leerdam in Utrecht en je hebt Oisterwijk ten oosten van Tilburg. Beiden zijn onlogisch op weg van De Langstraat naar Werkendam. Mogelijk bedoelt Margaretha Oosterhout
10
Embarqueren: Aan boord gaan of brengen
11
Hendrik van Nassau Ouwerkerk
12
Paterstuk: Vierkant stuk vlees van een koe
13
De Engelse admiraal Edward Spragg vande blauwe vlach Engelse schepen (m.u.v. het koningshuis en enkele officieren) voeren niet de Union Jack, maar een blauwe vlag
Op 21 augustus 1673 vond op een hooggelegen plaats bij Den Helder de Slag bij Kijkduin plaats. Over de twee eerdere zeeslagen bij Schooneveld (7 en 14 juni 1673) heeft Margaretha uitgebreid geschreven. Maar de Slag bij Kijkduin krijgt pas in haar brief van 1 september aandacht. In de vorige blog werd duidelijk dat er geen brieven van Margaretha bewaard zijn gebleven van 24 juli t/m 28 augustus 1673. Het is zeer onwaarschijnlijk dat ze in deze periode geen brieven geschreven heeft, dus we kunnen ervan uitgaan dat de brieven om de een of andere reden verloren zijn gegaan. Het is echter nog maar de vraag of in één van de ontbrekende brieven iets heeft gestaan over de Slag bij Kijkduin van 21 augustus 1673. In de brief van 28 augustus schrijft Margaretha namelijk dat er geen nieuws is van de vloot.
Gevecht tijdens de zeeslag bij Kijkduin, Willem van de Velde (II), ca. 1675. Gevecht tussen Cornelis Tromp op de ‘Gouden Leeuw’ en Sir Edward Spragg op de ‘Royal Prince’ tijdens de zeeslag bij Kijkduin, 21 augustus 1673. Collectie Rijksmuseum
Strijdende partijen
De Slag bij Kijkduin duurde een hele dag: van acht uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds. De gecombineerde Engels-Franse vloot bestond uit drie eskaders. De Engelse admiraals Prins Rupert en Edward Spragg waren verantwoordelijk voor de voor- en achterhoede, terwijl de Franse admiraal graaf Jean d’Estrées de middentocht voor zijn rekening nam. De Staatse Luitenant-admiraal-generaal Michiel de Ruyter, met luitenant-admiraal Cornelis Tromp als onderbevelhebber.
Drie zeeslagen uit de Derde Engelse Oorlog (detail), 1673, Romeyn de Hooghe (toegeschreven aan), 1673. Bovenaan medaillons met portretten van Willem III, Michiel de Ruyter en Cornelis Tromp. Linksboven portretten van de twee Engelse bevelhebbers en hun belangrijkste schepen, rechts de Fransen met hun schepen. Collectie Rijksmuseum
Een strategische overwinning
Ondanks het numerieke overwicht van de gecombineerde Engels-Franse vloot, was de Frans-Engelse vloot aan het eind van de dag genoodzaakt de aftocht te blazen. Het eskader van d’Estrées was door De Ruyter van de Engelse eskaders afgesneden en had zich al eerder teruggetrokken. Dat werd de Franse admiraal door de Engelsen niet in dank afgenomen.
Spotprent op de nederlaag van de Engelsen in de slag bij Kijkduin, 1673, anoniem, 1673. De Engelse koorddanser (Konterman) krijgt een schop van de Hollandse Matroos. Links verscheurt de Hollandse leeuw Engelse doggen. Collectie Rijksmuseum
Belangrijke schepen waren niet verloren gegaan. Wel hadden beide partijen vooraanstaande zeelieden verloren. Admiraal Spragg sneuvelde toen hij tijdens het overgaan op een ander schip werd getroffen door een kanonskogel. Aan Staatse zijde lieten vice-admiraals Isaac Sweers en Johan de Liefde het leven. Toch was de uitkomst van de zeeslag in het voordeel van de Republiek. Een vijandelijke landing op de kust leek definitief afgewend te zijn. De samenwerking tussen de Fransen en Engelsen was belabberd geweest.
Van Kijkduin naar Nijmegen
Het grote voordeel van de strategische overwinning was dat de keizer van Oostenrijk al snel na de Slag bij Kijkduin openlijk partij koos voor de Republiek. Dit leidde op 30 augustus 1673 tot de oprichting van de Quadruple Alliantie, een anti-Frans bondgenootschap tussen de Republiek, de keizer van Oostenrijk, Spanje en de hertog van Lotharingen. Daarnaast wenste het Engelse parlement niet langer geld over de balk te smijten. De Engelse koning Karel II was genoodzaakt het zinkende (oorlogs)schip te verlaten. Op 19 februari 1674 werd het vredesverdrag tussen De Republiek en Engeland getekend: de Vrede van Westminster. De Fransen gaven de strijd voorlopig nog niet op, maar de oorlog verplaatste zich naar andere strijdtonelen. De Fransen begroeven de strijdbijl pas op 10 augustus 1678, toen in Nijmegen het vredesverdrag getekend werd.
In haar laatste brief, die van 3 juli jl., schreef Margaretha over de verovering van Maastricht op 30 juni 1673. Het nieuws was toen vers van de pers. Zo vers, dat ze het na het schrijven van haar brief nog snel opnam in een PS. In haar brief van 7 juli volgen de details. Maar eerst reageert ze op Godard Adriaans brief.
Toch nog niet naar huis
Margaretha heeft in de brief van Godard Adriaan van 30 juni gelezen dat hij zijn reis naar Holstein heeft uitgesteld en voorlopig nog niet thuiskomt. Ze geeft er niet direct een reactie op, maar het moet voor haar een klap zijn geweest. Nóg langer wachten op haar heer en liefste hartje… Gelukkig is er ook goed nieuws. De compagnie voor Van Ginkel is in Alkmaar aangekomen. Van Ginkel is wezen kijken en is razend enthousiast. Hij hoopt dat Willem III de troepen ook ziet.
Onderste boven: tis hier alledaech heel werck weer en doet niet als reegenen dat quat voor hoeij en turf is
haech den 7 ijuli 1673
Mijn heer en lieste hartge rec. 12 Julij in Hamburgh
uhEd aengenaeme vande 30 ijuni heb ick ontfangen waer wt sien deselfve sijn reijs naer holsteijn heeft voor Eenige dagen wtrestelt, de heer van ginckel heeft sijn kompangi die uhEd heeft gesonde en te Alck= moer1Alkmaar is gemonstert, weesen sien seijt het seer en wtneement schoon volck is en wel gemonteert, heeft daer groot kontentement van is uhEd ten hoochste ver oblijgeert2(Iem., resp. zich) in een verhouding brengen (door het bewijzen resp. aanvaarden van een dienst, van weldaden of gunsten) waarbij hij resp. men tot dankbaarheid of wederdienst gehouden is; (iem.) aan zich, resp. (zich) aan iem. verplichten. wenste sijn hoocheijt die sach, [de wijn]
Doden en gekwetsten
Het garnizoen te Maastricht was na een zware belegering van tien à elf dagen gedwongen zich over te geven. Afgelopen zondag hebben ze volgens krijgsgebruik Maastricht verlaten, waarna ze zich hebben teruggetrokken op Den Bosch. Dat Maastricht gevallen is, is niet te wijten aan het garnizoen. De militairen hebben gevochten als leeuwen. Margaretha en Van Ginkel sturen een lijst van doden en gewonden mee. Dan kan Godard Adriaan met eigen ogen zien hoe fel er is gevochten, en hoeveel man er in de strijd gebleven is. In totaal zijn er wel 3400 à 3500 doden te betreuren!
[waer voor uhEd hoochlijck bedancke,] het doet mij leet ick met deese moet konfermeere de twijfelachtige tijdine die wij bijt afgaen van laeste post weegens het overgaen van Maestricht doen hadde het welcke volgens de vrees dien ick had maer alte waer is, naer dat den koninck die 10 a 11 daege heeft beleegert isser op de swaere atackees die dat op gedaen is, heeden achdage gekapiteleert en ons garnisoen voorleeden vrijdach sondach tot 4 a 5 en dartich hondert man volgens krijchs ge= bruijck wt getrocke en voorleede dijnsdach inden bos gekoomen, daer den goeuverneur farijo3Jacques de Fariaux ock is
en so geseijt wort daer weer komandeere sal, sij hebbe so men seijt in Maestricht haer heel wel gedefendeert, daer is so vuerijEus4Furieus gevochten als men noijt gehoort heeft, gelijck uhEd wt de lijst die de heer van ginckel hier neffens vande ge quetste en doode die van onse sijdt gebleefve sijn sendt kan sien[, vant vijants volck seijt me]
Lyste van de doode en gequetste officieren van ’t uytgetrocken guarnisoen van Maestricht (z.p., z.j.). Knuttel nr. 10733. Via Early European Books. Ook de vaandrig van de compagnie Van Amerongen is gesneuveld
Met een rapier in de hand
De vijand heeft volgens Margaretha ruim twee keer zo veel man verloren, namelijk 10.000. Dat is ook niet zo gek, want Lodewijk XIV zou constant verse rekruten hebben aangevoerd om de vermoeide militairen af te lossen. Lodewijk was er trouwens zelf ook bij; hij zou met een rapier in de hand de troepen hebben aangemoedigd. De stad is met veel geweld ingenomen.
[sendt kan sien,] vant vijants volck seijt me dat wel tien duijsent man soude gebleefve sijn, en datter noijt van sulcken furijeusen gevecht gehoort is alst daer is geweest alle paer Euren setten de konin ses duijsent ver =se volckeren aen die de vermoijde afloste, en hij den koninck selfs heeft met het rapier inde hant het volck geankoraesgeert5Encourageren: Aanmoedigen en geseijt dat al sijn konkeste niet met al was dat sij doen om sijn kroon Emn en sijn Eer moste vechte, in soma hij heeft het geamporteert6Emporteren: Met geweld innemen [men wil segge]
Niemand weet nog wat de capitulatievoorwaarden inhouden, maar zoals altijd zijn er natuurlijk wel geruchten. Het schijnt dat het niet gunstig zal uitpakken voor de stad, en in het bijzonder voor de kerk. Het schijnt namelijk dat het drie katholieken zijn geweest die de capitulatie hebben opgetekend…
[wtstaen,] hoe de kapijtelaesi leijt hoort me noch niet als dat geseijt wort voor die vande stat vrij wat slecht in sonderheijt voor onse kerck doch dit is onseecker, hoewel te geloofve om dat
het drij papiste7Katholieken sijn die de kapitelaesie hebbe gemaeckt, [wat heeft deese beleegerin al weer]
Processie gehouden door de Franse katholieken op Sacramentsdag van het jaar 1672, Johannes Jacobsz van den Aveele, 1674. Collectie Rijksmuseum
Weduwen, wezen en wonden
Er zijn een hoop nieuwe weduwen en wezen bijgekomen, want er zijn veel militairen gesneuveld. De eerdergenoemde Adriaan van Gent is trouwens niet gestorven. Hij heeft toch slechts één been verloren. Hij is wel gewond geraakt in zijn andere been. Margaretha kan het zich niet voorstellen hoe het moet zijn voor zo’n jonge man. Zelfs als hij er volledig bovenop komt, gaat hij een miserabel leven tegemoet. Hij heeft dezelfde leeftijd als haar zoon… (Van Ginkel is van juni 1644, Van Gent van februari 1645).
Er zijn nog meer gewonden. Wilhelm Albrecht, graaf van Dohna, is in zijn lies geraakt. Hij zal er waarschijnlijk niet meer bovenop komen. Ook ene Joris van Wee, vermoedelijk Georg Johann van Weede, is gewond geraakt; hij is in zijn buik geraakt. De gewonden zijn in Maastricht achtergebleven om verzorgd te worden. Margaretha vraagt zich af wat ons nog te wachten staat, als Lodewijk met zo veel geweld onze steden aantast…
[gemaeckt,] wat heeft deese beleegerin al weer in so korten tijt meenich bedroeft de weedu en weese gemaeckt, heer ijan van gent8Johan van Gent die is of hij half mijmert en al Eenige tijt her waerts so geweest is9Zou ze bedoelen dat hij dementeert?, sijn outste soon den heer van oosterwee10Adriaan van Gent is sijn Een been onder de knie v af geschoote en boove de knie afgeset ent ander been gequetst denckt voor Een jonck mens die vande heer van ginckels ijaeren is hoe miserabel hij sijn sal so hij der vande op komt, den graef van doona11Wilhelm Albrecht graaf van Dohna die met de weeduwe vande heer van stavenes getrout is , is in sijn lies seer swaer gequetst ija so dat men niet gelooft hij der vand sal opkoomen, jooris van wee12Vermoedelijk George Johan van Weede die in Maestricht koman =deerde is seer swaer inde buijck gequetst, dees drije sijn te Maestricht blijfve legge om haer daer voort te laeten kureeren13Cureren: verzorgen en dat sij te swack sijn om te vervoeren, als de koninck op so Een manier onse verdere steede wil aen =taste wat sal konne reesesteere14Resiteren: weerstand bieden [men seijt hij]
Met al het nieuws over het Beleg van Maastricht, vergeet men bijna dat ook de strijd op zee nog lang niet definitief is beslecht. Het schijnt dat de Engelsen nog steeds de intentie hebben om op de Hollandse kust te landen. Gelukkig is de Staatse vloot nog steeds goed uitgerust. Margaretha doet nog maar eens een beroep op de Heer. Kunnen we tenminste een overwinning boeken op zee? Op het land wil het allemaal nog niet zo lukken. Het volk is zeer teneergeslagen en loopt weer flink te morren. Van de vreugde die de overwinningen op zee te weeg hebben gebracht, is weinig meer over. Hopelijk wil de Heer ons en ons lieve vaderland bijstaan.
[wort,] nu seijt men dat d Engelse noch seer sterck ter see Equipeere met intensie om te lande, het welcke godt verhoede wil, onse vloot seijt me dat in heelle goede postuer is, de heere wilse bij staen en alstder op aenkomt vicktoorije verleene, te lande schijnt het met ons toch niet te wille lucke en dat de toorn des heere noch op ons leijt, uhEd sou niet geloofve wat en roep en verslagentheijt dit onder de gemeente weer heeft gemaeckt en hoese morre, [ick verlang]
men is hier naer wat vreuchde die men over de vicktoorije ter see heeft gehadt weer vrij bekom= =mert de heere wil ons en ons liefve vaderlant bijstaen inwiens bescherminge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff MTurnor frits en al onse liefve kinderkens naest preesen tasi van haere kleijn dienst bedancke groote papa seer voorde pruijme brijnijoole15gedroogde pruimen daer groote vreugde me is, soete de heer van vieleersen soon die men doot geseijt had is gesont en wel
Het IJ voor Amsterdam, van de Mosselsteiger gezien, Ludolf Bakhuysen, 1673. Collectie Rijksmuseum
1
Alkmaar
2
(Iem., resp. zich) in een verhouding brengen (door het bewijzen resp. aanvaarden van een dienst, van weldaden of gunsten) waarbij hij resp. men tot dankbaarheid of wederdienst gehouden is; (iem.) aan zich, resp. (zich) aan iem. verplichten.