In juli komt Godard Adriaan thuis. Nou ja, thuis. Hij komt bij zijn vrouw, in Amsterdam en Den Haag. Uiteraard is hij hier voor werk, maar omdat ze elkaar zien zijn er geen brieven. Jammer voor ons, want Margaretha liep tegen nogal wat dilemma’s op in haar laatste brieven. We zullen deze stille maand gebruiken voor een aantal blogjes met wat achtergrond bij de brieven. Vandaag kijken we wat de stand van zaken is in de Republiek als Godard Adriaan terug komt en wat gebeurt er als hij hier is.
De Oorlog
In de eerste helft van 1672 is de Republiek aangevallen door de Engelsen op zee en op land door de Franse koning Lodewijk XIV en de Duitse bisschop van Münstersamen met de bisschop van Keulen, maar die speelt een minder belangrijke rol. Margaretha zag het aan het eind van haar laatste brief goed: voor de zomer hadden de aanvallers een verdeling gemaakt. Niet helemaal zoals Margaretha schreef, maar Engeland zou Zeeland krijgen, Overijssel en het Noorden en Frankrijk ook de rest. Dus Holland zou voor Frankrijk zijn, want Lodewijks was die hele oorlog begonnen om de Republiek een lesje te leren.
Begin juli zitten de Engelsen nog niet in Zeeland, de bisschop heeft Overijssel en Drenthe, maar stuit in het Noorden op flinke tegenstand. Lodewijk ligt achter de waterlinie, in Utrecht. In de brieven was al duidelijk dat men aan de andere kant van het water zeer benauwd was voor de Franse troepen. Toch gebeurt er niets…
Kaart van de Nederlanden met de oorlogssituatie van 1672-73, anonymous, 1690 – 1700, Collectie Rijksmuseum
Diplomatie
Lodewijk denkt dat hij al gewonnen heeft. De Hollanders kunnen geen kant op. Ze hebben weliswaar de waterlinie, maar Lodewijk heeft steun van de Engelsen. Samen kunnen ze de Republiek van de rest van de wereld afsnijden en dan moeten ze zich wel overgeven. Hij stelt zich kennelijk een soort gigantische belegering van Holland en Zeeland tegelijkertijd voor.
Met dit idee begint hij in de zomer te onderhandelen. Onderhandelen is misschien te vriendelijk verwoord: hij legt zijn eisen voor Hollandse overgave op tafel. De Republiek gaat hiermee niet akkoord. Ondertussen zoekt ook Karel II toenadering tot de Republiek. Zijn neef Willem III wordt op 4 juli 1672 Kapitein-Generaal en Stadhouder van Holland en Zeeland. Karel denkt dat hij hem kan helpen om zijn positie te verstevigen, Stadhouder Willem III hapt echter niet toe. Hierop sluit Karel een nieuw verbond met Lodewijk. Ondertussen begint Bommen Berend, de bisschop van Münster, met zijn aanval op Groningen.
Staatsen en orangisten
Margaretha schreef al over de onrust in de steden en de spanningen, in de zomer nemen de spanningen tussen Staatsen en orangisten alleen maar toe. Daar zal een volgend berichtje in deze briefloze maand over gaan. Hebt een vraag of wilt u ergens achtergrondinformatie over? Laat een reactie achter en dan kijken wij wat we kunnen doen.
Let op: de volgorde van de brief is een beetje gehusseld
Margaretha lijkt wat meer grip op de wereld te krijgen, in zoverre dat ze begrijpt dat alles wat ze kent, op zijn kop staat. Haar eerste vraag is naar de troepen van de Keurvorst. Haar man schreef er niets over, dus ze gaat er vanuit dat ze zullen komen als het te laat is. Iedereen verwacht een belegering.
Consequentie van de Franse bezetting
Utrecht is inmiddels van Holland afgesloten, zelfs haar financiën krijgt Margaretha niet geregeld. Ze gaat ervan uit dat ze al haar goed in Utrecht kwijt is. Ook is het lastig om zo de financiën te regelen met Van Beusichem die nog in Utrecht is.
[benoutheijt daer men in is,] wttrecht is van hollant ge= noechsaem af gesneede, daer mooge geende schuijten van daer hier op vaeren ock niet van hier daer op van= daech is hier noch Een schuijt die van wttrecht quam aengehoude, ick heb al Een mael of drij aen beuse= =kom geschreefve dat hij mij het gelt dat hij noch van ons in hande heeft soude sende het welcke hij schrijft niet seecker te konne doen, sal sien of ickt door wissel kan krijgen want vrees als de koninck met sijn armee te wttrecht komt dat daer noch wonderlijck sal af loopen, die 1200f vande staten weegens uhEd equipaesge vreese ick ock dat wij quijt sulle weesse, alsmeede de kompangi paerde insoma wij sijn arm en verlaeten,
In de Hollandse steden is men er zeker van dat dat hun niet zal gebeuren: zij zullen wel vechten. Liever dood dan Frans. De gevluchte Utrechtse regenten: Utrecht heeft zich over gegeven, er is geen strijd geleverd. De geruchtenmachine in de steden draait overuren. Overigens krijgen ook de Hollandse regenten er alvast van langs, voor het geval ze van plan waren zich over te geven.
Een ander probleem voor de Utrechters in Holland is de vraag wat ze moeten doen. Terug naar Utrecht en de Franse bezetting ondergaan of in Holland blijven en alle bezittingen in Utrecht kwijt raken? Margaretha gaat ervan uit dat ze alles kwijt zullen zijn en ze hoopt dat ze alles wat ze in Holland heeft zal kunnen houden, want iedereen vreest een belegering.
Ook de aanstelling van haar zoon speelt nog steeds en ze zou haar man hier graag over spreken voor advies, maar die is er niet. Margaretha gaat op zoek naar steun. Ze is bij Johan van Reede van Renswoude langs geweest, een oudoom van haar man. Daarnaast is hij ook de politieke steun en toeverlaat van Godard Adriaan in Utrecht. Hij is gepokt en gemazeld en je zou zeggen dat hij in zijn leven (hij is 89) wel gezien heeft. Maar nee. In Amsterdam wordt over hem gezegd dat hij arm is en probeert financieel beter te worden van de Fransen. De spanning loopt daar zo hoog op, dat hij de wijk genomen heeft naar Hoorn.
[niemant heeft, nu weer tot mijn voorijge,] ik ben te hoorn bij de heer van rhijnswou geweest die daer bij de schout van hoorn is geloosgeert, om sijn hEd advijs weegens het quitere van mijn soon te hoore die ick in de grootste perplextiteijt1Perplexiteit: verbijstering vande werkt vont en kreet2Verleden tijd van krijten: huilen dat het mij deerde te sien, seggende dat hij met sijn kinderen nu soude moeten gaen bidde in sijn oude daegen, dat onbequam was Eimant te raeden want dat hij sijn selfve niet rade kon dat hij wel sach dat het aen beijde kante sijn swae richeijt had in dienst te blijve en ock te quiteere, dat de mense so vileijn int spreecke sijn dat hij niet kost segge wat best voor ons gedaen sou sijn, so dat ick Even wijs ben en niet weet wat hij doen sal, ick sien wel dat hij gedegoteert3Degouteren: irriteren, ergeren is
Kortom, Margaretha heeft niets aan hem. Ze besluit dat het het verstandigst is om af te wachten en te kijken wat de anderen doen. Philippota weet het wel, als het aan haar lag zou haar man uit dienst gaan. Haar redenering is dat ze dan Middachten kan behouden en hij veilig thuis is.
Kop van een oude man, Moses ter Borch, naar Rembrandt van Rijn, ca. 1659 – 1660. Collectie Rijksmuseum.
De staat van de oorlog
Aan het eind van de brief somt Margaretha nog alle ontwikkelingen van de oorlog op. In de oorlog met Engeland heeft Michiel de Ruyter na de Slag van Solebay gezegd, dat hij nooit meer uit zal varen met een gedeputeerde aan boord4Cornelis de Witt heeft de hele slag bij hem aan boord gezeten. Ook boeken de troepen van de Bisschop van Münster vooruitgang. En het meest saillante detail bewaard ze voor de laatste zin voor de benauwdste afsluiting tot nu toe: de Fransen, de bisschoppen en de Engelsen hebben de Republiek al onderling verdeeld.
[blijfve so qualijck spreecke,] men seijt dat de provinsie van hollant en seelant voor de konin van Enlant sal sijn en overijsel stat en lande5Stad en Lande is de oude naam voor de provincie Groningen en vrieslant voor den bischop , de rest voor vranck =rijck dit wort geseijt, den konin van Enlant seijt me dat haest met sijn vloot weer in see sal weesen, wij houdender 60 sp scheepe op inde see de rest is op ontboode omt volck te lande te gebruijcke,, nu weet ick niet meer sal met groote droefheijt blijfve
uhEd bedroefde
1
Perplexiteit: verbijstering
2
Verleden tijd van krijten: huilen
3
Degouteren: irriteren, ergeren
4
Cornelis de Witt heeft de hele slag bij hem aan boord gezeten
5
Stad en Lande is de oude naam voor de provincie Groningen
Margaretha heeft zich met Ursula Philippota en de kinderen gesetteld in Amsterdam. Gelukkig kunnen ze achter de waterlinie nog reizen, want ze hebben Van Ginkel samen nog gezien. Hij is inmiddels in Gouda gelegerd, maar ontmoette zijn moeder en vrouw bij Uithoorn en is met hen mee gereisd naar Amsterdam. Uiteraard moest hij ’s avonds wel weer weg om op tijd terug in Gouda te zijn.
Utrecht en koning Lodewijk XIV
Het grote nieuws komt uit Utrecht: de stad heeft zichzelf en de provincie overgegeven aan de Franse koning. Margaretha heeft geen goed woord over voor de heren van de Staten van Utrecht. De sleutels van de stad zijn overgedragen en de Heeren ontmoeten de koning: met de hoed in de hand! Hoewel de politieke onrust van afgelopen winter niets is vergeleken bij wat er nu gebeurt, houdt Margaretha het goed bij. Ze weet precies wie wel en wie niet hun hoed afgenomen hebben. Pleegzoon Welland (Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken) was er niet bij, want hij was naar Lodewijk XIV gezonden, net als buurman Van der Does van Bergestein. En zoon Frederik van familielid en politiek vriend Johan van Reede van Renswoude was in het leger, dus die heeft zijn hoed ook niet hoeven afnemen.
De praktische gevolgen van deze overgave worden ook gelijk duidelijk en hebben grote gevolgen voor de familie. De Staten van Utrecht betalen het regiment van Van Ginkel. Als Utrecht Frans is, zijn de Staten dat dan ook en in wiens dienst vecht hij dan?
[=ter gelaeten,] nu sit den heer van ginckel sonder betaelts heere weet niet wat hij doen sal, of te kiteere1quiteren: verlaten, weg gaan of niet , och mijn lieste hartge wat komt ons over wij sijn tenden2te enden: ten einde raet en weet niet Een mens te vragen alsmen wijse liede vraecht treckense de schouders op en swijgen, quiteert hij indeese hooch dringende noode van tijde wie weet hoet noch gaen kan en of de heer almachtich hem noch over ons mocht ontferme en Eenige genaedige wtkomste verleene hoewel daer geen hoope toe sien, son men het vieleijn en quaelijck spreecke niet konne ontgaen blijft hij in dienst moogen sij al sijn goederen voor altijt konfiskeeren so is hij met sijn vrou en kin= deren geruijwineert hoe sal ment nu doen sijn vrou sach seer gaeren dat hij quiteerde, men is hier in duijsent pijne, [voor ons ick hou –]
Het is een catch-22 situatie: blijft hij in het Staatse leger dan vervallen zijn goederen aan de Fransen en is hij alles kwijt, gaat hij uit het leger dan is hij zijn inkomsten kwijt, gaat hij terug naar zijn goed (Middachten), dan moet hij trouw zweren aan de Franse koning en is hij een verrader.
En wat doen de Fransen verder?
Margaretha maakt zich zorgen over de volgende stappen van de Fransen. De Heer almachtig zal haar bijstaan, maar toch…
de heer Almachtich sal mij bij staen daer is alleen mijn betrouwe op, het water komt niet alleen op de lippe maert begint der al over te gaen, de konin seijt men dat merge in Persoon binne wttrecht sal koome en int duijtsen huijs loosgeere , en dat hij komt met sestich duijsent man om deese
stat3Amsterdam te beleegeren of te benauwe, dewelcke haer teenemael in defen sie stelt en vande buijten tot verders van veelle ront om onder water staet, het verse water sal ons t Eerst ontbreecke inder groote droochte, ick kan niet segge in hoe lange het niet gereegen heeft dat Eenich water bij kan brenge, de heemelen sijn als geslooten de heer is op ons merckelijck vertoornt, menseijt al de steeden in hollant gereesolveert sijn haer tot den wtterste toe te defendeere, altijt hier inde stat is Elck Even animeus4boos, vijandig maer wat salt al sijn, wij sijn verloore so de heer almachtich ons niet merckelijck en helpt, alle onse steede en foortresse gaen over sonder datter Een schoet op gedaen wort, daer is geen ordere, ick wenste mijn silver en linne tot gelt waer en dat ickt in Een ander lant kost over maecke maer siedaer geen raet toe wien ick daer van spreeck, in Een woort geseijt ick sit Elendich en verlaeten, op de watte5de wadden ist so onveijl en vol kapers dat die so geseijtwort onbruijckbaer sijn, [het reijnkonter dat de raetpensionaeris]
Wanhoop
Margaretha’s wanhoop wordt bijna tastbaar in de brief. En dan zijn ook De Wadden nog onveilig, terwijl haar man via die weg vanuit Hamburg naar huis zal komen… Daarna wijdt ze een paar woorden aan de moordaanslag op Johan de Witt van 21 juni, die ze een “reijkonter”, een rencontre, een ongeregeld gevecht, noemt. Ze maakt er zelf geen woorden aan vuil, maar stuurt waarschijnlijk een pamflet (neefensgaende) mee. Ook de ondertekening is luid en duidelijk.
[spreeck,] in Een woort geseijt ick sit Elendich en verlaeten,op de watte ist so onveijl en vol kapers dat die so geseijtwort onbruijckhaer sijn, het reijnkonter dat de raetpensionaeris heeft gehad sal uhEd wt dit neefensgaende sien, daer is de jonste soon vande raetsheer vande graef bij geweest diese hebbe ge kreechgen , nu de heer wil ons voort bewaere, ick blijf
Mijn heer en lieste hartge uhEd wel benoude en bedroefde wijff MTurnor
Na een week komen de eerste berichten door over hoe de Fransen te werk gaan. Het rumoer onder de bevolking blijft, maar gelukkig treedt Amsterdam hard op. Uit Amerongen heeft Margaretha gehoord dat de Prins van Condé op het kasteel geslapen heeft. Het enige dat ze er echt belangrijk aan lijkt te vinden is dat het kasteel niet beschadigd is.
Sauvegarde
De sauvegarde doet zijn intrede. Letterlijk is sauvegarde een bescherming van goederen of personen. Tegen betaling kan je een sauvegarde aanvragen. Haar zoon wil dit wel doen, maar is dat verstandig?
[van kan ick niet weeten,] de heer van ginckel schrij van verstaen te hebbe dat men wel safveguarde mach versoecke het welcke hij dan voort huijs ent dorp te Ameronge als ock voor Middachte wilde doen dat sal al veel koste maer wat raet tis noch beeter wat koste als dat seet huijs soude afbrande
Utrecht
Ook uit de stad Utrecht is er nieuws. De Staten van Utrecht hebben twee heren naar Lodewijk XIV gestuurd om de stad over te geven. De Staten van Utrecht bestonden enkel uit deze heren en een paar burgemeesters, de rest van de bestuurders is naar het westen gevlucht. Lodewijk accepteert hun voorwaarden niet, want hij vertrouwt het niet en stuurt ze terug.
te wttrecht heeft den heer van soomere1Johan van Someren en sanden= burch2Diederik Borre van Amerongen met de burgemeesters, daer in doen maels door dapsensie3de absentie vande andere heere, de staetse vergaderi bestont, aende koninck besonde en die stat doen preesenteere, het welcke hij niet heeft wille aen neeme, so geseijt wort, wt vreese van daer in niet verseeckert te sulle sijn, men sijn hoocheijt had bij de gemeente aldaer so veel te weege gebracht dat sij te vreede waeren datter 3 a 4 reesgemente krijs =volckeren inde stat soude koomen en dat sij die stat soude gedefendeert hebbe, dan daer quam terstont ordere op, vande state generael dat me wttrecht sou abandoneere en ons ganse leeger op de frontiere4frontier: grens van hollant trecke [het welcke]
Stadhouder Willem III inspecteert de waterlinie (Oude schoolplaat)
De Oude Hollandse Waterlinie
De troepen zijn inderdaad richting Holland getrokken, Van Ginkel is naar Schoonhoven en anderen zijn naar Weesp. Margaretha noemt de waterlinie niet letterlijk de waterlinie, maar beschrijft het proces wel. Veel vertrouwen lijkt ze niet te hebben in die waterlinie: ze verwacht de vijand nu elke dag voor de poort.
in hollant wort alles onder water geset ge lijcke se hier om deese stat ock doen de saech moollens afgebroocke, de liede lijde seer groote schade het gekarm vande mense en beeste is so groot dat Een steene hart moet Eerberme, och wat tijt beleef ick, men verwacht hier alle daech den vijant voor de poorte doch stelle haer in defensi om beleegert te worde, dan sulle wij in Een beleegerde stat sijnde geen kleijne benautheijt hebbe, de heer wil ons behoede mij bekomert niet meer als die vier kleijne bloetges en met deese kontiniweelle droochte vreese verswater gebreck te sulle hebbe,owee wee wee die geene die oorsaeck sijn van alle ons ongelucke, [so aenstonts ontfan]
Gezicht op de Utrechtsepoort te Amsterdam, Jan Veenhuysen (toegeschreven aan), 1664. Collectie: Rijksmuseum.
Wees voorzichtig!
Uiteraard is Margaretha ook weer achter de betaling van haar mans vergoeding aan gegaan, maar ook dat is moeilijk. Margaretha is zo in de bonen dat ze zelfs goed nieuws niet meer positief kan zien. Er zijn schepen naar Hamburg gezonden om haar man op te halen. Alleen zit de Waddenzee vol kapers, dus ze maant hem om vooral voorzichtig te reizen.
Tot slot ook nu weer de vraag die op ieders lippen brandt: Waar zijn de Brandenburgse troepen?
Weest verzekerd dat ik ben
Zelfs de ondertekeningen van Margaretha’s brieven worden wanhopiger. Groeten van de kleinkinderen kunnen er nog net vanaf.
gesonde, hiermeede bevele uhEd inde bewaerin des alderhoochste die ons alle in daesen hoochge noot wil bij staen, tsij int leefve of sterfae weest verseeckert dat ick ben Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
int schrijfve dees beginne de liede hier so bij Een te troepen dat ick vreese offer al meede wat te doen mochte koomen, och hoe sit men in gedurige benoutheijt de vrou van ginckel en haer kinderkens presenteere haere dienst
… geen redelijke ziel zal bij leven of sterven ons komen culperen omdat wij goedt en bloet voor de dier gevochte vrijheid hebben opgeofferd…
Godard Adriaan, 5 juli 1672
Vandaag opent de expositie Goet en Bloet op Kasteel Amerongen, het kasteel dat Margaretha na het Rampjaar heeft gebouwd. Aan de hand van de verhalen van Margaretha, Godard Adriaan en hun zoon Godard van Reede van Ginkel worden de bezoekers meegenomen langs de gebeurtenissen in het Rampjaar.
Rampjaar
De drie hoofdpersonen van Goet en Bloet: Godard Adriaan, Margaretha en Godard
Dit jaar is het 350 jaar geleden dat de Fransen, de Engelsen en twee Duitse bisschopen de Republiek de oorlog verklaarden en dit wordt uiteraard in Nederland ruim herdacht. Met Margaretha, Godard Adriaan en Van Ginkel heeft Kasteel Amerongen hoofdrolspelers die elk op hun eigen plek het Rampjaar mee maken. Hun verhaal moet natuurlijk op Amerongen verteld worden.
Goet
Het belangrijkste goed van Godard Adriaan en Margaretha is hun Kasteel in Amerongen. Het staat er nog steeds, maar niet meer zoals voor het Rampjaar. Door de dramatische gebeurtenissen is het huis zelf ook een hoofdpersoon geworden.
Bloet
De familieband, het bloed, is sterk, maar Margaretha, Godard Adriaan en Godard weten niet of en wanneer ze elkaar weer zullen zien. Margaretha zit achter de waterlinie, in het waarschijnlijk veilige Holland. Godard Adriaan zit als diplomaat aan het hof van de Keurvorst van Brandenburg. Hun zoon Godard is aanvoerder in het Staatse leger. De brieven die zij elkaar schrijven, zijn hun levenslijn. De expositie is een duik in hun levens én in de vaderlandse geschiedenis.
Dit blog en de expositie
Dit blog en de expositie staan los van elkaar, maar gaan over hetzelfde. Vanuit het blog is de expositie een manier om de plek, de tijd en de tijdsgeest te beleven. Vanuit de expositie is het blog een persoonlijker kennismaking met Margaretha. Bovendien is in de expositie het Rampjaar al begonnen en voorbij, terwijl het hier voor Margaretha nog moet beginnen. En ook al weet je hoe het afloopt: het blijft spannend.
Margaretha klaagt wel steen en been over de trage en gebrekkige voorbereiding van de Republiek op de oorlog, maar zelf kan ze er ook wat van. In haar brief van 25 januari 1672 vraagt ze de secretaris al om een huis te zoeken in Amsterdam, en nu, het is nog net geen juni, is de kogel door de kerk. Margaretha huurt voor een half jaar een pand genaamd de Gulden Troffel aan de Nieuwe Herengracht in Amsterdam.
De Nieuwe Herengracht, het huis met het puntdak is nummer 21, waar in het Rampjaar de Gulden Troffel stond. Links de Walter Süsskindbrug en de Amstel. Foto en copyright: Shinji Otani, bron: Stadsarchief Amsterdam
De Nieuwe Herengracht
De Nieuwe Herengracht is de allernieuwste uitbreiding van Amsterdam. De uitbreiding is zelfs zo nieuw, dat het gebied aan de overkant van de gracht nog “gewoon” weiland was. In dit weiland ligt nu de plantagebuurt met Artis en de Hermitage. De Amstelhof, het bejaardentehuis waarin de Hermitage zit, werd in 1681 gebouwd.
Het goed vervoeren
Wat Margaretha nu te doen staat is er nu voor zorgen dat al haar waardevolle goed in Amsterdam komt. En dat pakt ze voortvarend aan. Ze heeft een schip gehuurd dat inmiddels van Elst (een dorp naast Amerongen) naar Amsterdam vaart. Wat er in de eerste vracht zit, vertelt ze niet, maar waarschijnlijk moet ze nog een volgende vracht moet zenden. Er zou een tweede schip komen, maar dat is kennelijk niet gekomen, omdat het water zo laag staat.
[behandicht] het huijs te Amsterdam is gehuert voor Een half ijaer so ons het ongeluck dient dat ment langer sal sal moeten hebbe konne wijt langer in hueren, deesen dach vaert Een schip vol van ons en vande vrou van ginckels goet hier van Elst af naer Amsterdam wij sulle het selfeschip of Een ander noch wel eens vol hebbe het welcke almeede met den Eerste meen te sende vermidts het water op de reevier so seer valt en solaech wort vrees ick het in korte niet te sulle kome sende en over lant sou vrij wat kosten, ben nu meest bekomert met onse wijn weet niet hoe ick daer mee sal maecken, brenge ickse te Amsterdam salmen ter stont die swaere inposte1Imposten: accijnzen daer van moete betaelle en al die wijn drincke wij in geen ijaer, [ick]
Wijn en belasting
Interessant is haar zorg om de wijn. Elke stad rekende zelf de accijnzen voor wijn voor eigen consumptie. Aangezien de wijn al in de kelder ligt, heeft ze dergelijke accijnzen waarschijnlijk al eerder betaald. Als ze de wijn nu naar Amsterdam vervoert, zou ze dat weer moeten betalen, terwijl ze niet weet of ze het op gaat drinken. Stel dat het niet op gaat en ze wil de wijn daarna naar Den Haag vervoeren, dan zal ze daar dus ook weer accijnzen moeten betalen. Dat wordt dan wel een beetje prijzig. Wat is wijsheid? De wijn in Amerongen laten voor de Fransen of die accijnzen toch maar betalen?
Het Centrum van Amsterdam, na 1688 (de Amstelhof/Hermitage is gebouwd). Onder het woord Binnen Amstel is de linkerkant van de driehoek de Nieuwe Herengracht. Fragment uit kaart van Frederik de Wit, Atlas van der Hagen. Collectie Koninklijke Bibliotheek
Reizen en vluchten
De familie moet in beweging komen: Philippota is nog steeds in Middachten en Margaretha zou haar toch wel erg graag in Amerongen hebben. Dat geeft haar de ruimte om eens zelf in Amsterdam te gaan kijken. Van een definitief vertrek naar Amsterdam is nog geen sprake: ze blijft zo lang mogelijk in Amerongen. Ze denkt Philippota en de kinderen die kant op te kunnen sturen als dat nodig is. Waar Margaretha zich het meest zorgen om maakt is hoe haar man thuis komt: alle doorgangen naar de Republiek zijn in handen van de Bisschop van Münster. Twee dagen na Margaretha’s brief zal hij de Republiek binnen vallen in het oosten.
Gouden koppen
De oprukkende Fransen krijgen in deze brief geen aandacht. Ze gaat nog wel in op de financiële situatie en de vraag wat ze met haar gouden koppen moet doen.
[veel meer, noch in kasse leijt,] ick heb mijn ge= dachte al laeten gaen of ick niet wel sou doen de goude koppe op deen plaets of dander te begraefve of Ergens in Een muer te laeten metselen, maer dewijlle ick dat bij mijn selfve niet kan doen derf ickt niet wagen salt met de rest so naeu2Nauw bewaren: met alle zorg bewaren bewaeren alst mogelij sal sijn [den redder van Meroode is alweer so]
Heel herkenbaar dat je met zo’n stressvolle verhuizing opeens allemaal rare details bedenkt. Gelukkig zal ze alles zo zorgvuldig mogelijk bewaren. Als Godard Adriaan er nu geen vertrouwen in heeft, weet ik het ook niet meer.
De post heeft in mei 1672 zijn werk niet goed gedaan. Tussen 6 mei en 20 mei zijn er geen brieven van Margaretha brieven aan gekomen. Het kan ook zijn dat Godard Adriaan ze niet bewaard heeft. Merkwaardig genoeg schrijft ze daar helemaal niets over in haar brieven van eind mei. Het kleine aantal brieven in mei geeft ons de tijd om eens andere onderwerpen aan te snijden. Begin april kwam er een reactie op een blog over het lezen van het handschrift van Margaretha. Wij van de “app- en mailgeneratie” zijn steeds minder gewend om handschriften te lezen. Dus hier een uitgebreid(er) verhaal over het lezen en transcriberen van oude handschriften.
Handschriften en spelling
Het lezen van een oud handschrift is voor veel mensen een heel nieuwe ervaring. Sowieso verschillen handschriften natuurlijk zowel van persoon tot persoon, maar ook van tijdsperiode tot tijdsperiode. Als je wat specifieke kenmerken van 17de eeuwse handschriften weet, helpt dat al met lezen.
Zo zetten ze toen een soort krul boven een u, als onderscheid met een v en een n. Een s was een veel langere letter die boven en onder de andere letters uit kon komen, sterker nog er bestonden een lange en een korte s! Een heel handig gebruik was om een streep boven een woord te zetten als daar nog -de of -den achter moet. Bijvoorbeeld van met een streep erboven is vande.
Wat ook lastig is in 17de eeuwse brieven, is dat er in de 17de eeuw nog geen standaardspelling bestond. Margaretha schrijft haar brieven heel erg fonetisch, maar ze heeft een gigantische woordenschat. Ze gebruikt heel veel woorden die we in het Nederlands eigenlijk niet meer gebruiken, maar als je ze uitspreekt herken je ze nog wel uit het Engels en het Frans. De meeste van deze woorden zijn overigens wel terug gevonden in de historische woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal en waren dus gewoon Nederlandse woorden.
Hieronder staan een paar fragmenten uit brieven van Margaretha’s familieleden en een tijdgenoot. Ze komen allemaal uit het familiearchief van Kasteel Amerongen. Het gaat niet om de inhoud, maar vooral om het handschrift.
Godard Adriaan
Margaretha heeft Godard Adriaans brieven niet bewaard, dit fragment komt uit een brief waar hij zelf een minuut (=kopie) van bewaard heeft. Het is de brief die Godard Adriaan aan Margaretha stuurt na het afbranden van het kasteel. Kennelijk was deze brief (van 10 maart 1673) zo belangrijk en koos hij zijn woorden hier zo zorgvuldig, dat hij daar een minuut van maakte.
Het soude mij bedroeven, bij aldien ick op godt niet en vertrouwde, die ick weete dat alles ten besten ende tot onse salicheijdt dirigeert, uijt U Hooch Edele schrijvens vande 3e martij te zien, het ruineren en afbranden van onse goederen ende huijsen tot Amerongen, [ende waer over u]
Godard Adriaan heeft een handschrift dat er erg mooi uit ziet met zijn sierlijke krullen en halen. Het leest alleen niet heel makkelijk. Mooi is de lange s in het eerste soude, de krul boven de u van uijt in de derde regel en aan het begin van de vierde regel: vande 3e.
Zoon Godard schreef zijn vader regelmatig brieven en deze liggen ook in het Utrechts Archief. Deze brief (13 april 1672) schrijft hij nog voor het rampjaar, vlak na zijn sollicitatie (waar Margaretha het uiteraard ook over heeft gehad).
T’sedert mijnen laetsten van voorleden woensdach hebbe ick de eere gehad t’ontfangen UHEd missive van 10 deses, ick trooste mij gaern dat in mijne sollicitatie niet veel heb opgedaen en dencke mede, die weijnich op sich hebben sal, te weijniger hoeft te verantwoorden ongetwijfelt sal alles soo effen niet toe gaen of daer sal wel een abuijs begaen werden, en
In deze brief ook weer de verschillende ss-en: missive en deses in de derde regel en het krulletje boven de hoofdletter U in UHEd aan het eind van de tweede regel en boven de u in abuijs in de laatste regel.
In het archief van Kasteel Amerongen zitten een aantal brieven die Ursula Philippota aan haar schoonvader Godard Adriaan schreef. Deze brief is van 13 juni 1672 als ze net met Margaretha van Amerongen naar Amsterdam gevlucht is.
den drouegedroevige tou stant van ons vaderlant sal uHEgU hoogedelgeleerde nou ock weten en met verwonderinge gehort hebbe, wan het is nit te begripe hast in soo corte tit soo een lant te vorligen sonder dat de geuosten1waarschijnlijk vorsten: uitstellen wort, als een ranconter2rencontre: ongeordend treffen tussen twee strijdmachten dat de is voor gevallen, in het passeren ouer den rin en doun3toen heeft ons helle leger har geritert4Retireren: terugtrekken
Als het puur om de letters zou gaan, is haar handschrift best goed te lezen, maar de spelling is lastig, vooral omdat u en v hetzelfde zijn, maar ook de ou als oe gebruikt wordt. Als je meer van haar brieven leest, valt op dat ze veel Oost-Nederlandser zijn met een duidelijke Duitse invloed.
Het handschrift van Stadhouder Willem III is heel goed te lezen, vooral omdat zijn spelling al een stuk dichter bij onze spellingsregels komt, dan bijvoorbeeld de spelling van Margaretha. Deze brief (16 augustus 1691) schrijft hij aan Margaretha om haar te bedanken voor de felicitatie die zij hem gestuurd heeft voor zijn overwinning in Ierland.
UhE missive van den 4 deser is mij wel ter hand gekomen en hebbe niet willen onder laten deselve ganschr vrundelijkck te bedancken voor de felicitatie daer in vervat over de victorie daer mede het God gelieft heeft mijne wapenen te zegenen in’t passere,
In de eerste zin zie je het verschil van de lange ss-en in missive en de korte s in deser. Ook het haakje boven de u in vrundelijck is goed herkenbaar. Het UhE aan het begin is een soort sierlijke krul geworden. Lees hier de hele brief
Transcriberen met kunstmatige intelligentie
Voor het lezen van individuele handschriften zijn gelukkig moderne snufjes ontwikkeld, die heel erg kunnen helpen om een handschrift te gaan lezen. De brieven van Margaretha liggen, net als het hele archief van Kasteel Amerongen, in Het Utrechts Archief. Het Utrechts Archief heeft een Europees initiatief, Transkribus, gebruikt om de brieven van Margaretha beter toegankelijk te maken. Transkribus is een computerprogramma dat kan leren om oude handschriften te lezen. Van een handschrift moeten dan scans en de transcripties van 100 van die scans ingevoerd worden. Het programma interpreteert de vorm van de letters en de meest logische volgorde van de letters en kan zo de handgeschreven brieven omzetten in platte computertekst.
Dit is een gigantische klus geweest, die waar namens Het Utrechts Archief Kathleen Verdult (inhoud), Joyce Pennings (projectleiding), Rick Companje (dataprogrammering) en Petra Dreiskämper van Grobbel & Dreis (dataprogammering) aan gewerkt hebben.
Bij de scans van de brieven van Margaretha op de site van Het Utrechts Archief kan je de transcriptie van die brief weergeven. Links naast de scan staan de icoontjes die je hier ook links ziet. De bovenste drie (informatie, link en download) kom je bij bijna alle stukken in het archief tegen, maar de T die onderaan staat niet. Als die T er staat is er een transcriptie beschikbaar. Door op de T te klikken kan je de transcriptie naast de scan van het document op het scherm zien.
Een groep vrijwilligers van Kasteel Amerongen is onder leiding van Roel ten Kleij (die ook de transcriptie van de brief hierboven van Godard Adriaan maakte) momenteel hard aan het werk om transcripties te maken van de brieven van Van Ginkel. Transkribus gaat er vervolgens mee aan de slag en kan dan ook al die brieven omzetten naar platte tekst.
Zelf doen!
Als je wilt oefenen met het lezen van oude handschriften of het maken van transcripties, dan kan je daarvoor de site Wat staet daer? gebruiken. Hier staan voorbeelden van handschriften uit verschillende tijden, kan je oefeningen doen en veel meer lezen over het maken van transcripties. Er is ook een pagina waar je kunt oefenen met een fragment uit een brief van Margaretha.
Video over het transcriberen van de brieven van Van Ginkel
1
waarschijnlijk vorsten: uitstellen
2
rencontre: ongeordend treffen tussen twee strijdmachten
Pas twee weken na de brief van de 11e ontvangt Godard Adriaan de volgende brief van zijn vrouw. Wij als moderne mens, verwachten natuurlijk een beetje dat dat vroeger waarschijnlijk sowieso veel onregelmatiger ging, de post. Niets is minder waar, maar het al dan niet aankomen van post was wel een onderwerp, Margaretha begint er elke brief mee.
De geschiedenis van de postbode in postzegels
Regelmaat
De brieven die we van Margaretha hebben, zijn de brieven die Godard Adriaan bewaard heeft. Het kan zijn dat hij brieven weg gegooid heeft, maar waarom zou hij dat doen? Je merkt aan veel brieven dat Margaretha voorzichtig is in wat ze schrijft en over wie ze schrijft. Dus waarschijnlijk zijn de brieven die hij bewaard heeft, de brieven die hij gekregen heeft.
In oktober 1671 vertrekt hij op missie. Hij is dan november en december waarschijnlijk in Nederland, dus dan schrijven ze niet. Vanaf 21 januari schrijft Margaretha weer trouw. Je ziet de regelmaat in oktober en februari: er zitten steeds drie of vier dagen tussen twee brieven. In maart verwacht je eigenlijk nog een brief op de 14e en één op de 27e of de 28e. In april en mei gaat het echt mis: tussen 11 en 25 april zitten maar liefst veertien dagen! En in juli is er helemaal geen post: Godard Adriaan is even in Nederland.
okt-71
jan-72
feb-72
mrt-72
apr-72
mei-72
jun-72
aug-72
2
21
1
3
1
6
3
9
6
25
4
7
8
20
6
13
9
29
6
10
11
23
9
16
13
11
18
25
30
12
16
15
20
29
13
20
18
24
17
24
22
20
26
25
29
28
De data van de door Margaretha geschreven brieven in het archief
Geen post
Het duurt even voordat Margaretha door heeft dat haar man geen post van haar krijgt. Op 25 april schrijft ze alleen dat ze zijn brief van de 17e heeft ontvangen. De volgende brief, van 29 april, begint ze haar brief met de mededeling dat ze zijn brief van de 27e heeft ontvangen. Maar het venijn zit in de staart:
[voor silver gelt op te wisselen,] ick ben verwondert uhEd met die post weer geen briefve van ons heeft ick heb noch noijt Eene post overgeslage sonder te schrijfve, onse kinderen sijn de heere sij ge danckt heel wel frits wort so groot en sterck dat uhEd merckelijck aen hem sal gewonne hebe hij en sijn sustert leert ock naer sijnen doen sijn vrage en gebee =de heel wel, de heer wil hen en aldandere voort seegene en insijne vreese laete op wasse, inwiens bescherminge uhEd beveelle en blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff MTurnor
Ze zegt dus dat ze nog nooit een post heeft overgeslagen: dat betekent dat de brieven van 13, 17 en 21 april waarschijnlijk missen.
Waar Margaretha’s brieven gebleven zijn, is niet te achterhalen. Dat het vaker gebeurde is duidelijk door de postkist van de Haagse postmeester Simon de Brienne. Alle brieven die hij niet kon bezorgen deed hij in een kist. Die kist is nu in bezit van Beeld en Geluid Den Haag. Onderzoekers verdiepen zich in de inhoud en Beeld en Geluid maakte een (engelstalige) online expositie over de kist.
En hier?
Hier vullen we de tijd met het verder uitbouwen van de site en het geven van achtergrond informatie. Heb je ideeën of wensen? Laat ze achter in de reacties!
Als huisvrouw en moeder heb je je permanente zorgen. Let je man wel op zijn gezondheid? Gaat het bij je zoon thuis wel goed? En wie is verantwoordelijk voor het mislopen van zijn sollicitatie? Op wie van je vrienden kan je eigenlijk echt vertrouwen?
Man naar Saksen
[wij noch hebbe,] seedert heb ick uhEd aengenae me vande maert ontfange, daer wt verstaen uhEd sijn reijs naer saxsen inde toekoomende weeck meent voort te sette, de heer almachtich wil uhEd geleijde en voor alle ongeleijcke bewaer men drinckt aen dat hoff sterck ick hoope uhEd sorchge voor sijn gesontheijt sal dragen,
Alle andere onderwerpen komen ook aan bod. De carrière van haar zoon gaat weer gepaard met allemaal namen die de promotie krijgen die haar zoon verdient. Ook de diverse Utrechtse politici passeren weer de revue, echt te vertrouwen zijn er weinig.
Naderende oorlog
De echte zorgen liggen toch bij de naderende oorlog.
[meeste swaericheijt sitten,] de heere wil ons bij staen voor mij ick weete niet waer heene te vluchte de heer en vrou van ginckel sijn vandaech met tietge1de koosnaam voor Margaretha junior, de oudste dochter van Godard van Ginkel en Philippota naer middachte gegaen, de drij andere kindere2dit zijn, in volgorde van leeftijd, Frederik Christiaan (“Fritsge”), Anna Ursula (“Antge”) en de pasgeboren Reiniera hier gebleefve, sij meene in Een weeck of drije weer hier te sijn, de vrou van ginckel voor al de soomer bij mijn te blijfve de wijlle de leeger aende ijsel sulle geleijt worde en naer alle aprehen =sie volck opt huijs te Middachte, de tijdine die men hier krijcht sij hoe langer hoe Erger, daer van ick niet meer sal segge, vermidts uhEd die van andere genoech geadviseert worde,
Margaretha is alleen in Amerongen met drie van haar kleinkinderen, waaronder de pasgeboren Reiniera (en waarschijnlijk haar min). Haar gedachten gaan over een mogelijke vlucht als het oorlog wordt, maar ze ziet ook wel dat de toekomst voor het huis van haar zoon en schoondochter, Middachten, minder rooskleurig is. Zo vlak aan de IJssellinie zullen er wel militairen ingekwartierd worden. Ze gaat er maar vanuit dat haar man de berichten over de situatie en de verwachtingen van anderen krijgt, als dat niet zo is zal ze hem zelf wel informeren.
Interieur met een min met baby, een moeder en dienstmeid rond een haard, Abraham Bosse, 1633. Collectie Rijksmuseum
1
de koosnaam voor Margaretha junior, de oudste dochter van Godard van Ginkel en Philippota
2
dit zijn, in volgorde van leeftijd, Frederik Christiaan (“Fritsge”), Anna Ursula (“Antge”) en de pasgeboren Reiniera
Margaretha begint haar brief vandaag met het danken van de heer voor de gezondheid van haar schoondochter en de kleinkinderen. Reiniera is nog geen maand oud en schoondochter Ursula Philippota is de kraamtijd alweer te boven.
Lente, Jean Couvay, naar Grégoire Huret, 1632 – 1657. Collectie Rijksmuseum. Een lente zoals Margaretha hem liever gezien had.
Daarna gaat ze in op het weer en de tuin: het is droog, het water in de gracht staat laag en alles is verdord. Ze noemt dat Engeland een paar dagen eerder, op 27 maart, Nederland de oorlog verklaard heeft, gaat in één moeite door naar de zware zomer die komt en dankt Godard Adriaan voor zijn brief van de 23ste.
[te stelle,] ick heb hier voort alles wel gevonde maert water so laech inde grafte dat het haest wonder is hoe de vis haer daer in kan houde, het Aertrijck is ock so drooch datter niet wt kan koome, de sneu die te winter gevalle is doen die aent smelte quam trock al de vochtichheijt in daerde, en sint heeft het niet gereegent, so dat alles ver= doret, het schijnt de hant des heere ons aen alle kante besoeckt, de quade tijdine die Wij wt Enlant hebbe sal uhEd hebbe ver= staen [volgens de opijnie van Een ijder]
Godard Adriaan van Reede en Margaretha Turnor. Samenvoeging van twee portretten van Jurgen Ovens. Collectie Kasteel Amerongen.
Dan, helemaal aan het eind, schrijft ze nog dit:
[uhEd al op zijn verdere reijs waert,] nu is deselfve merge weer ijaerich en vijftich ijaere out sal nu den berch die dus lang geklome heeft gaen daelle de heer alma =chtich wil geefve uhEd de overijge tijt sijns leefvens in gesontheijt en voors poet mach door brenge dat het selfve mach strecke tot sijns naems Eer en uhEd sielen salicheijt dit wenst van harten
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff en dieners M Turnor
ick laete vast Elst en sperre boome lans de nieu gemaeckte wal poote en Eijcke heijsters weer in daerse doot gegaen sijn
Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep