Mijn heer en lieste hartge

Tag: Utrechtse politiek

Onrust in de steden

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 17 juni 1672 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 17 juni 1672
Lees hier de originele brief

Eerder schrijft Margaretha al over de onrust in de steden. Nu het Staatse leger op de vlucht is geslagen en de eerste steden zijn gevallen, wordt de onrust alleen maar erger. Rotterdam, Haarlem, Leiden, Utrecht, Delft, overal heerst onzekerheid. Kwade geruchten over verraad vinden vruchtbare grond in de angst van het volk. Wagens worden geplunderd, schepen mogen niet aanmeren: het volk heeft de macht overgenomen van de regenten. Zelfs de vrij geliefde Willem III trekt aan het kortste eind: hij mag Utrecht niet binnen komen met zijn leger.

Onwelkom in Utrecht

Over de situatie in Utrecht schrijft Margaretha het meest. Ze heeft de chaos daar zelf aan den lijve meegemaakt. Ze moest immers Philippota en de kleinkinderen daar nog ophalen.

Eerste brieffragment over oproer

[hij vertreckt merge naer Enlant,] hier is geen plaets
daer men sich kan verseeckeren, te rotterdam haerlem
leijden wttrecht is delft is alde gemeente1het gewone volk in op roer
roepe niet ander als van veraet en dat ons lant
verkocht is dat nu geleevert sal worde, hier plu
=nderense de wagens met goet dewelcke wt gebrocht
worde te delft houdense de scheepe aen willense
niet laeten passeere de heere reegente2regenten: stadsbestuurders hebbe niet te
segge, te wttrecht houdense de poorte toe wille sijn
hoocheijt3Prins Willem III met de meliesie4militie die daer voor lege daer niet in hebbe
dwinge de burgemeesters de sleutels af seggende
dat die geen burgemeesters sijn maer sij selfs
hamel5Nicolaas Hamel, burgemeester van Utrecht seijt me dat geprikuliteert(?) heeft om hals
te koome, dan is ontkoome, ick was voorleede dijns
dach inde stat van wttrecht maer Een Euri6een uur, wist
niet hoe daer weer wt te koome dorst7dorsten: durfen mijn
naem niet bekent maecke trock mijn kap inde
oochgen ginck so stilletges onbekent wt de stat
daer terstont de poorte op, gesloote wierde hade sij

Tweede brieffragment over oproer

geweeten ickt was, soude ongetwijfelt een affront8affront: belediging, krenking van de eer
leeden hebbe, so roepense overde brandenburchse
troepees dat die niet en koome en dat uhEd die pen
=ninge in sijn sack gesteecke heeft, tis niet te bedencke
so de mense spreecke op alle reegente ija op de prins 
selfs, och oogeluckichge komissie voor ons dewelcke
mij altijt so swaer opt hart heeft geleegen, [ick bidt]

Met haar kap voor haar ogen getrokken glipte Margaretha stilletjes uit de stad. Zelfs haar naam wilde ze niet gebruiken. Ze is een bekende in Utrecht maar de stad voelt erg vijandig aan. Haar identiteit wil ze dus geheim houden. Kwaad volk beschuldigt Godard Adriaan van het geld voor de Brandenburgse troepen in eigen zakken steken. Hij is duidelijk geen populair man meer in Utrecht en dat gebrek aan populariteit straalt af op zijn familie.

In een stad gaan mensen elkaar te lijf. Meubilair wordt in de gracht gegooid, een gevel wordt om ver getrokken.
Fragment uit de prent “Klacht over de rampspoed in de Republiek tussen 1672 en 1675” van Romeijn de Hooge (1675). Collectie Rijksmuseum

Rust in Amsterdam?

In meerdere steden heerst wanorde maar Margaretha schrijft ook dat het er in Amsterdam een stuk ordelijker aan toe gaat. De stad zit prop- en propvol met vluchtelingen maar door de voorzichtigheid van de regenten valt de onrust mee. Soldaten in dienst van de stad houden de orde. Margaretha is niet laaiend enthousiast over naar Amsterdam gaan — daar heersen immers dezelfde kwade geruchten als elders — maar het is een relatief veilige plek om heen te vluchten.

Eerste brieffragment situatie in Amsterdam

[broeder te sijn], want om dewaerheijt te segge tis
hier overal in sulcke oproer vande gemeentegemeenschap die
so vieleijn9vilein: gemeen spreecke en te Amsterdam selfs dat me

Tweede brieffragment situatie in Amsterdam

niet weet waer te wende, doch daer is noch geen oproer
maer de gemeente stil alleen spreeckense op de vluchte-
-line dat sij nu als Elck sijn goet inde stat heeft ock
Eens rijck sulle worden dan dat sijn woorde, ock sijn
de heere van Amsterdam seer voorsichtich en stelle
van nu aen daer al ordere op neeme alledaech
volck aen om inde stat te blijfve en hoope noch
Eenige ruijterij in haer stat te krijgen, tis onge
looflijck dat volck en goet daer gevlucht in
komt men sou segge het onmoogelijck was de
stat het sou konne berge, [ick heb meest al ons]

De Dam in Amsterdam vanaf de Kalverstraat gezien, met het stadhuis, de Nieuwe Kerk, de Waag, de Papenbrug en de toren van de Oude Kerk. Op de Dam bevinden zich groepen mensen uit verschillende rangen en standen, gekleed volgens de mode van circa 1670. Onder de afbeelding in de marge de legenda.
Dam in Amsterdam, Johannes Kip, 1685 – 1690. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    het gewone volk
  • 2
    regenten: stadsbestuurders
  • 3
    Prins Willem III
  • 4
    militie
  • 5
    Nicolaas Hamel, burgemeester van Utrecht
  • 6
    een uur,
  • 7
    dorsten: durfen
  • 8
    affront: belediging, krenking van de eer
  • 9
    vilein: gemeen

Een tijd van ellende

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 9 juni 1672 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 17 juni 1672
Lees hier de originele brief

Het is drie dagen sinds de laatste brief naar Godard Adriaan wanneer Margaretha hem weer schrijft. De gebeurtenissen in de Republiek zijn in een stroomversnelling beland en het tempo van Margaretha’s brieven laat dat goed merken. Zoals wel vaker begint Margaretha met familienieuws: ze is namelijk bij haar zoon in Arnhem op bezoek geweest. Met Godard Junior gaat het absoluut niet goed. Eeuwig plichtsgetrouw vraagt hij of Margaretha zijn excuses aan zijn vader kan aanbieden, hij heeft namelijk in geen 2 of 3 postrondes geschreven. Godard van Ginkel slaapt door alle drukte nog maar drie uur per nacht en zit vrijwel constant in het zadel. Margaretha is bezorgd: als haar zoon nu maar gezond blijft.

Brief over de zorgen om haar zoon

Mijn heer en lieste hartge
tis mij lief wt uhEd mesiefve1missive: brief vande Eerste deeser2eerste van deze maand
sien deselfve weer tot berlijn wel is gearijveert, ick ben
gisteren op dien dach wech en weer tot Aernhem3Arnhem ge=
weest om den heer van ginckel noch Eens te sien die
daer bij ons quam, hij bidt uhEd hem belieft te Excku
seere4excuseren: vergeven dat hij in 2 a 3 poste niet heeft geschreefven
heeft het omoogelijcke niet konne bij brenge door sijn
meenichvuldige affaerees5affaires: zaken, hij slaept geen drije
Euren op Een nacht en is meest gedurich te paert
als hij maer gesont blijft, [ist noch goet maer mijn]

De Frans opmars

Ondertussen verloopt de Franse opmars gestaag. In drie dagen tijd hebben Lodewijks troepen evenveel dorpen veroverd: het Rijnfort Wesel, een kernpunt van de verdediging van de Republiek is gevallen, net als Orsoy en Büderick. De Fransen trekken op langs de Rijn richting de stad Kleef en daarna Nijmegen. Margaretha vreest dat het op de IJssellinie aan gaat komen. Erg veel vertrouwen heeft ze niet daarin: haar zoons verwachte dood ziet ze als een nutteloos offer.

Kaart van een rivier die helemaal links splitst. Onder de rivier ligt het Land van Cleef met heuvel. Links boven ook een heuvelgebied met aan de rand sHeerenberch. Andere herkenbare plaatsnamen: Calkar, Santen, Cleve, Rees, Zevenaar, Emmerick
Fragment kaart “De Rijn van Nijmegen tot Rijnberch”, collectie Leiden University Libraries.
Brieffragment opmars Franse troepen

[maer] men gelooft, het almeede over is, en dat de
koninck6koning Lodewijk XIV daerReijnberck inpersoon voor is geweest, die men seijt
deese Middach van meeninge was binne kleefe7de stad Kleef ligt in het gelijknamige hertogdom. Hoewel de stad in modern Duitsland ligt was Kleef in 1672 de facto deels onder controle van de Republiek te
Eeten, en so voort recht op Nimweechge8Nijmegen aen te
Marscheere welcke stat so geseijt wort van alles
wel versien is, en hoopt men die haer sal konne def
– fendeere9defenderen: verdedigen, dan vreest ick het op den ijsel10rivier de IJssel en de IJssellinie aldaar aensal koomen
mijn hart int lijf bloeijt als ick der aen denck och wat
droefheijt is mij aenstaende [ick derf niet al schrijfve]

Soldaten en generaals naar het front

Ook over het Staatse leger heeft Margaretha nog iets te melden. Eindelijk, na lang dralen, is commissaris-generaal Montbas aangekomen bij zijn positie in het leger! Hij heeft het commando gekregen over de troepen in de Betuwe en heeft als hoofdkwartier de Schenkenschans. Volgens de geruchten wordt Montbas te veel verantwoordelijkheid toevertrouwt. De toekomst zal het leren. Ook is luitenant-generaal Van Steenhuizen aangekomen bij zijn troepen alsof hij alle tijd van de wereld heeft. Duidelijk neemt Margaretha de beide generaals nog niet serieus, haar zoon moest immers steeds hun werk doen.

Kaart van Gelderland, omgeving van Nijmegen. 1664, Atlas van Loon. Collectie Scheepvaartmuseum

Er gaan dagelijks nog steeds nieuwe troepen naar het (verwachte) front. Zo kwam er afgelopen nacht een troep Spaanse soldaten langs Amerongen. Deze soldaten dwongen de boeren om hun eten en drinken te geven, nog een teken dat het leger slecht georganiseerd is. Margaretha heeft de brug van het kasteel maar omhoog laten halen om moeilijkheid te voorkomen. Een stuk minder onbehouwen was een Zeeuws regiment dat eerder langs kwam. Het is wel duidelijk welk land de beste soldaten levert. Over de voortgang van de oorlog op zee is Margaretha kort: het schijnt dat de Staatse vloot verwikkeld is geweest in een zeeslag maar meer weet ze zelf ook nog niet. Hopelijk is het een overwinning.

Brieffragment situatie Staatse leger

vreesende de poste aengehoude mochte worde, uhEd heeft sijn
soon tot dienst vant lant op geoffert maer ick vreese
hij wel Een rechte offerhande11offrande: offer sal sijn en vrees hem niet
weer te sulle sien, momba12Commissaris-generaal Jean Barton de Montbas is Entelijck int leeger ge
koome, die men het komanda overt alt volck dat inde
beetuwe13Betuwe leijt14leijen: liggen heeft gegeegve daer niet weijnich op
gesproocke wort dat men hem so veel toe vertrout
steenhuijse15Luitenant-generaal Ludolf van Steenhuizen is op sijn muijltges int leeger gekoome16op zijn muiltjes komen: op zijn gemak, erg kalm
ondertusche moet de heere van ginckel het werck
doen en wat noot waert dat het daer noch gin soot
hoorde maer de disordrees17disordre: wanorde sulle ons ruwineere18ruïneren: ten gronde richten
hoe roept men nu om de troepees vande keurvorst en
verlanck men daer naer die hier indeesen hoochgen
noot wel van doen sijn, deese nacht is hier int dorp
ontrent de 800 spaense voet knechte19De Republiek heeft in 1672 een bondgenootschap gesloten met Spanje. Er is afgesproken dat Spanje troepen levert tegen de Franse invasie. die naert leeger
gaen en Een reesgement20regiment wt seelant geweest dewel
= cke saeme over de 1600 man maeckte de seuwe ginge
naer nimweege, die hebbe deminste insolensie21insolentie: onbeschaamdheid, onbetamelijkheid, lompheid niet
gedaen maer deerste hebbe vrij wat deesordere22disordre: wanorde ge
maeckt de boere mostense Eeten en drincke geefve
of se dwongense, ick liet de bruchge vant huijs op treck
vreesde voor swaericheijt23zwarigheid: moeilijkheden, problemen, vandaech krijch ick ock tijdine24tijdingen: nieuws
dat onse scheeps vloote van Eergistere merge
aen Een sijn geweest sonde dat men weet hoet daermee
staet, als dat men seer fuijrijEus25furieus: op zeer krachtige, heftige wijze heeft hooren schiete
ontrent doeversans26Doeverenschans, nabij Heusden de heer almachtich wilse bij staen
ende vicktoorije27victorie: overwinning geefve, [gisteren isser te wttrecht]

Onrust in Utrecht

Ook binnen landsgrenzen begint het te rommelen. Waar Margaretha eerder nog in één enkel zinnetje schrijft over onrust in Utrecht wijdt ze nu flink uit. Daar ontstond een volksoproer toen een aantal regenten erop betrapt werden samen met hun bezittingen de stad te willen ontvluchten. De vrouwen van het houtsgilde, een onderdeel van het Utrechtse Zakkendragersgilde, vonden dat dit absoluut niet kon. “Zullen de heren die onze mannen hebben doen uitgaan om te vechten, vluchten en ons hier ten prooi achterlaten?” Zo luidde hun aanklacht. De vrouwen rukten koffers open en strooiden de bezittingen van de regenten uit op straat. Enkel met geweld werd de rust enigszins hersteld. Volgens Margaretha lijkt het er op dat nu iedereen die de stad Utrecht uit wil onderhevig is aan controle door de burgers.

Eerste brieffragment over de opstand in Utrecht

[ende vicktoorije geefve], gisteren isser te wttrecht  
inde stat ock geen kleijne ontsteltenisse28ontsteltenis: oproer, opschudding geweest door
Eenich goet dat de luijtenant kolonel wee29Georg Johann van Weede en andere wt
de stat meende te vluchte, het welcke de vrouwe
vande hout schilde30de houtsgilde is onderdeel van het Utrechtse zakkendragersgilde. Leden van het houtsgilde mogen zakken dragen tot 3 el. niet wilde lijde roepen sullende
heere vluchte die onse mans hebbe doen wtgaen
om te vechte en ons hier ten proij31prooi geefve dat wille

Tweede brieffragment over de opstand in Utrecht

wij niet lijden, een rockte de koffers open dat het silver ent gout
dat daer in was door de weech verstroijde, de burgers moste inwa
– pene om de vrouwe te stille, nu maegcher32mag er so geseijt wort niet wt
of inde stat oft moet besichticht worde, [uhEd denckt Eens hoe men]

Het is een bende van plunderende mensen. Er gooit iemand een kist leeg, er worden spullen uit een huis gehaald, rechts brand een vuur.
Fragment uit: Oproer te Lyon, 1621, Jan Luyken, 1696. Collectie Rijksmuseum.

Een tijt van elende

Overal om heer heen ziet Margaretha de klauwen van de angst om zich heen grijpen. Zelf begint ze nu opniew te twijfelen of Amsterdam wel veilig is. Koning Lodewijk XIV heeft immers beloofd deze stad te zullen belegeren en plunderen. In de steden en op het platteland heerst een verslagen gevoel. Mensen pakken hun spullen en vluchten weg. Margaretha wil dat ook doen maar ze weet niet waarheen. Ze is ten einde raad.

Brieffragment met algehele zorgen over de toekomst

[of inde stat oft moet besichticht worde,] uhEd denckt Eens hoe men
hier sit ock nu ist wel Een tijt van Elende , en derf ick met de
kindere en vrou van Ginckel niet langer hier te blijfve en weet noch
niet waer ons derf vertrouwe tot Amsterdam is meest al ons
goet, en seijt men nu dat de konin33Koning Lodewijk XIV het daer teenemael op heeft
aengesien, en dat hij die stat sal wille beleegeren, dat mij seer
bekomert34bekommeren: zorgen maken want met vier sulcke kleijne kinderen in Een beleeger
de stat te sijn sou wel benout35benauwd weesen, ock nu komt het de op
aen en is den tijt van onse Elende voor hande hoe sit ick nu
in Eensaemheijt en sonder raet en weet niet wat ick doen
sal, heb sulcke koste met wech doen van mijn goet gehadt
en weet nog niet oft verseeckert is, ick ben so bedroeft dat
ick mij niet weet te laeten, hier te platte lande en inde steeden
is sulcken verslagentheijt dats niet wt te spreecken alle mense
packen hier en vluchten haer goet, och wat tijt beleefve wij
de heer almachtich wil ons bijstaen en behoede dat wij in hande
van die tierane36tirannen niet en valle want sij leefve groulijck37gruwelijk met
de mense daer sij koome, hiermeede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Titelpagina van het pamflet van Georgius Buchananus: T’samensprekinghe, Vant recht der Coninghen, ofte Overheyt over haere Onderdanen, ende der Onderdanen plicht teghens haer, deur onderlinghe verbindinghe, Amsterdam 1610, anoniem, 1610. Collectie Rijksmuseum. Spotprent op de Spaanse vredesvoorstellen van Albrecht aan de Staten-Generaal, augustus 1598. Titelprent van een pamflet getiteld: T’samensprekinghe, Vant recht der Coninghen, ofte Overheyt over haere Onderdanen, ende der Onderdanen plicht teghens haer, deur onderlinghe verbindinghe. De Batavier en de Arragonees worden benaderd door een tiran en een jezuïet met olijftakken en zwaarden. Onderschrift: Mistrouwen het sterckste Wapen is tegens den Tyran. Deur te licht vertrouwe, wert bedroge menich man.
  • 1
    missive: brief
  • 2
    eerste van deze maand
  • 3
    Arnhem
  • 4
    excuseren: vergeven
  • 5
    affaires: zaken,
  • 6
    koning Lodewijk XIV
  • 7
    de stad Kleef ligt in het gelijknamige hertogdom. Hoewel de stad in modern Duitsland ligt was Kleef in 1672 de facto deels onder controle van de Republiek
  • 8
    Nijmegen
  • 9
    defenderen: verdedigen,
  • 10
    rivier de IJssel
  • 11
    offrande: offer
  • 12
    Commissaris-generaal Jean Barton de Montbas
  • 13
    Betuwe
  • 14
    leijen: liggen
  • 15
    Luitenant-generaal Ludolf van Steenhuizen
  • 16
    op zijn muiltjes komen: op zijn gemak, erg kalm
  • 17
    disordre: wanorde
  • 18
    ruïneren: ten gronde richten
  • 19
    De Republiek heeft in 1672 een bondgenootschap gesloten met Spanje. Er is afgesproken dat Spanje troepen levert tegen de Franse invasie.
  • 20
    regiment
  • 21
    insolentie: onbeschaamdheid, onbetamelijkheid, lompheid
  • 22
    disordre: wanorde
  • 23
    zwarigheid: moeilijkheden, problemen,
  • 24
    tijdingen: nieuws
  • 25
    furieus: op zeer krachtige, heftige wijze
  • 26
    Doeverenschans, nabij Heusden
  • 27
    victorie: overwinning
  • 28
    ontsteltenis: oproer, opschudding
  • 29
    Georg Johann van Weede
  • 30
    de houtsgilde is onderdeel van het Utrechtse zakkendragersgilde. Leden van het houtsgilde mogen zakken dragen tot 3 el.
  • 31
    prooi
  • 32
    mag er
  • 33
    Koning Lodewijk XIV
  • 34
    bekommeren: zorgen maken
  • 35
    benauwd
  • 36
    tirannen
  • 37
    gruwelijk

Slappe en traeche politiek

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 mei 1672 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 mei 1672 Hamburg
Lees hier de originele brief

Margaretha mist Godard Adriaan sterk. Het nieuws dat hij een nieuwe commissie (opdracht) had aangenomen om naar Saksen te gaan kwam dus zeer ongewenst. Gelukkig blijkt dit niet waar te zijn. Godard Adriaan schrijft in een brief van 26 april aan Margaretha dat hij niet van plan is om enige verdere opdrachten aan te nemen.

Brieffragment over de nieuwe commissie

uhEd vande 26 April is mij te rechter tijt geworden, ben blijde daer wt te sien de goede reesoluijsie1resolutie: voornemen die de selfve heeft van sich ingeen nieuwe komissie weer te laeten kan wel oordeelle uhEd noch in geen twee a drij maen thuijs sal konne sijn [men seijt ock uhEd nootsaeck]

Het is niet enkel goed nieuws. Godard Adriaan zal minstens nog twee tot drie maanden in het buitenland verblijven voor hij naar huis zal kunnen gaan. Maar in vergelijking met een extra commissie valt deze tijd flink mee. Margaretha moet zich er maar tevreden mee stellen.

Gezicht op Huis Bergestein bij Wijk bij Duurstede, gezien vanuit het westen, Roelant Roghman, ca. 1646 – ca. 1647. Collectie Rijksmuseum. Bergestein ligt praktisch bij Amerongen en was van Jan van der Does.

Trage politiek

Margaretha klaagt regelmatig tegen Godard Adriaan over de trage bureaucratie van de Republiek. De overheid doet niets terwijl er een oorlog dreigt. Deze inactie duurt nu al maanden. Ze moet haar frustratie en klachten kwijt bij iemand, schrijven aan Godard Adriaan biedt voor haar een mogelijkheid tot opluchting.

Brieffragment trage politiek

[watter op mocht koomen,] het doet mij leet
ick uhEd bekomer met onse swaericheijt2zwarigheid: problemen
maer deselfve sou niet geloofve hoet hier
te lande staet en hoe slap en traech de order
tot onse defensie toegaen, daerom bidt
niet qualijck te neemen ick mijn klachte
so dickmael aen uhEd doen, den noot drin
so seer dat ick meen mij wat te verlichte als
ickt Eens aen uhEd schrijfve, als nu den heer
van Edijckvelt
3Everard van Weede, heer van Dijkveld, is een belangrijk man in de Utrechtse politiek en een bondgenoot van Godard Adriaan. naer den haech is wie houde
wij inde provinsie die sich Eenige affaerees4affaires: zaken
vande staet sal behartige, bij de heere vande
stat5De regenten van de stad Utrecht of de vroetschape6De vroedschap is een van de bestuurlijke organen in Nederlandse steden in de zeventiende eeuw. gaet het so wonderlij
toe dat niet te seggen is, den burgemeester
hamel7Nicolaas Hamel, burgemeester van Utrecht. Een nauw bondgenoot van van Dijkveld heeft niet ter werlt te seggen, in
Een woort geseijt gisser niet als wiltsang8wiltsang: zoals het moet zijn, rechtvaardig
aen niet me te doen is, en noch willense9willen ze

Brieffragment over afscheid nemen

met haer hooft door en alles naer haer sin hebe
de heer van berckesteijn10Jan van der Does, heer van Bergestein, is lid van de Staten van Utrecht en de Generaliteitsrekenkamer en wellant11Godard Adriaans neef en pleegzoon Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, heer van Welland, is sinds kort lid van de Staten van Utrecht sijn hier ge
weest om haer afscheijt vande heer van ginckel
te neemen, wat sijn sij geluckich bij deese tijde
hebbe wel Een goet lot verkreechge buijten –
andere die lijf en leefven moeten wagen nu
de heer almachtich weet wat ons ter salicheijt
best is, [voort gout willense niet min te Amster]

Rechts voor staat een jonge man met een zweep in zijn rechter hand, sierlijke zwarte kleding aan, een hoed op zijn lange haar, een zwaard om en sporen aan zijn laarzen. Links staat een jongen die drie honden aan de lijn houdt. Daarachter een man in lichtere kleren die twee gezadelde paarden vast houdt. Links achter een eveneens chique geklede man in het zwart met hoed op.
Portret van twee mannen met paarden, jachthonden en bedienden, Cornelis Picolet, 1664. Collectie: Slot Zuylen.

De politici willen alles naar hun eigen zin hebben. Dat is Margaretha’s schampere conclusie. Het opbouwen van de verdediging gaat traag omdat het gezien wordt als een speelveld voor een politiek machtsspel. Het is als de onrust onder de generaals maar dan op het landelijke toneel. De politici hebben makkelijk praten: zij hoeven hun lijf en leven niet te wagen. Dat er mensen gaan sterven weten ze dan weer wel: zo neemt Godard Willem van Tuyll van Serooskerken alvast afscheid van zijn neef en pleegbroer Godard van Reede – Ginkel. Het staat er droevig voor.

  • 1
    resolutie: voornemen
  • 2
    zwarigheid: problemen
  • 3
    Everard van Weede, heer van Dijkveld, is een belangrijk man in de Utrechtse politiek en een bondgenoot van Godard Adriaan.
  • 4
    affaires: zaken
  • 5
    De regenten van de stad Utrecht
  • 6
    De vroedschap is een van de bestuurlijke organen in Nederlandse steden in de zeventiende eeuw.
  • 7
    Nicolaas Hamel, burgemeester van Utrecht.
  • 8
    wiltsang: zoals het moet zijn, rechtvaardig
  • 9
    willen ze
  • 10
    Jan van der Does, heer van Bergestein, is lid van de Staten van Utrecht en de Generaliteitsrekenkamer
  • 11
    Godard Adriaans neef en pleegzoon Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, heer van Welland, is sinds kort lid van de Staten van Utrecht

Utrechtse verkiezingen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 22 februari 1672 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 29 februari 1672
Lees hier de originele brief

Margaretha schrijft regelmatig naar haar man met updates over de Utrechtse politiek, zo ook op 22 februari. De uitslag van de verkiezingen in Utrecht, waar Godard Adriaan en Margaretha zich al weken mee bezig houden, is dan bekend.

Brieffragment over de uitslag van de verkiezingen

[naer wttrecht doen,] voorleedene saterdach119 februari
is de Elexsi2Electie: verkiezing bij de heere Edelen gedaen, en
den raetsheer nieupoort3Gerard van der Nijpoort den heere van schoonou 
=we4Frederik van Reede van Renswoude, heer van Schonauwen rossom5Adriaan van Rossem en onse neef van wellant6Godard Willem van Tuyll van Serooskerken, heer van Welland int
Eerste lidt7Eerste lid van de Staten van Utrecht bestaat uit de kerk, ofwel de vertegenwoordigers van de kapittels, eerder hier besproken gestelt sij moogen wel van ge
=luck spreecken sitten sacht en wel, dit is met
Een paericheijt van stemeeen8Parigheid van stemmen: unaniem geschiet so dat het
schijnt de gemiskontenteerde9ontevreden heere haer be –
docht hebbe siende10aangezien dat sij niet koste te weech
brenge haer hebbe bij dandere gevoecht

Vier familiewapens op een rij met daar boven de naam geschreven en hun kapittel en hun zittingsduur. Van links naar rechts: Donkere achtergrond met drie manen met de open zijde aan de bovenkant met de naam Gerard van der Nypoort Canonik van Oude Munster 1672 geconti: 1674, doet afstand 1677. Witte achtergrond met twee zwarte zigzag strepen horizontaal. Frederik van Reede van Renswoude heer van Schonauwe, Cononik ten Dom 1672, verlaten 1674. Witte achtergrond met drie vogels, Adriaen van Rossem, kanunnik van St. Pieter, 1672, verlaten 1674, door de stadhouder weer aangesteld 1684 Ian. Witter achtergrond met drie hondenkoppen, Godard Willem v Tuyll van Serooskerken, Kanunnik van Oude Munster, 1672, verlaten 1674, door de Staten geassumeert 1702 5 iuli tot 19 febr. 1708.
Fragment uit: Afbeelding van een wapenkaart met de wapens en namen van de geëligeerden, representanten van de Ridderschap en Steden, voor de Staten van Utrecht vanaf 1528 tot 1709, 1708, uitgegeven door Casper Specht. Collectie Het Utrechts Archief.

Voor Godard Adriaan bevat deze brief goed nieuws. De kandidaat die hij steunde, Gerard van der Nijpoort, is verkozen. Belangrijker nog: Godert Willem van Tuyll van Serooskerken, simpelweg (neef) Welland genoemd is ook verkozen! Welland werd na het overlijden van zijn vader en moeder, Godard Adriaans zus, als pleegzoon in huis genomen door Margaretha en Godard Adriaan. Hij is op Kasteel Amerongen opgegroeid met Godard van Reede – Ginkel. Margaretha wenst hem dus even veel voorspoed in het leven als haar eigen zoon.

Een kerk met links twee torens aan de ene wappert een vlag waarop staat "OVDE.MUNSTER.St.salvator". Midden boven het schip zit een torentje met pilaren waar een klok in hangt, met daarboven een windvaan met het wapen van Utrecht. Bij één van de ingangen staan twee mannen in het zwart, rechts ligt naast de kerk een grafsteen.
De Sint Salvatorkerk of Oudmunsterkerk te Utrecht, ca. 1630, anoniem. Collectie Centraal Museum, Utrecht. Welland en Van der Nijepoort werden beide voor het kapittel Oudmunster gekozen.
  • 1
    19 februari
  • 2
    Electie: verkiezing
  • 3
    Gerard van der Nijpoort
  • 4
    Frederik van Reede van Renswoude, heer van Schonauwen
  • 5
    Adriaan van Rossem
  • 6
    Godard Willem van Tuyll van Serooskerken, heer van Welland
  • 7
    Eerste lid van de Staten van Utrecht bestaat uit de kerk, ofwel de vertegenwoordigers van de kapittels, eerder hier besproken
  • 8
    Parigheid van stemmen: unaniem
  • 9
    ontevreden
  • 10
    aangezien

Oorlogsvoorbereidingen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 22 december 1671 Utrecht
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 24 december 1671
Lees hier de originele brief

Godard Adriaan is na zijn bezoek aan de Staten Generaal weer vertrokken en Margaretha is blij dat hij veilig in Keulen is aangekomen, aan het eind van de brief wenst ze hem een goede reis, want hij moet nog door naar Berlijn. Zijn nieuwe missie is aan het hof van de keurvorst van Brandenburg. Reizen in de winter over bevroren zandwegen (waarschijnlijk meer modderwegen) is geen pretje.

Oorlogsdreiging

De heer van Ginkel (Margaretha’s zoon Godard) wordt opgeroepen om naar Wezel te vertrekken. Volgens Margaretha is hij al onder weg, maar het is raar, de compagnie heeft nog geen andere order dan gereed te staan. Volgens Willem III is het een foutje van de Raad van State geweest: het regiment moet wel gaan, maar Godard moest eigenlijk thuis blijven.

Brieffragment over Van Ginkel

[wil ons behoede,] de heer van ginckel heeft neffe1naast
andere kolonels aenschrijfvens om hem aenstont
naer weesel2Wesel een plaats in het hertogdom Kleef (hedendaags Duitsland)nabij de grens van de Republiek. De Republiek onderhoudt hier een fort aan de Rijn om het land te verdedigen te begeefve geloofve hij al op wech
is, geen kompangie hebbe alsnoch patente3Lastbrief die worden uitgegeven ten behoeve van het verplaatsen en inkwartieren van troepen
niet anders als last om haer gereet te houde
om op deerste patent binne ses Eure te mars
scheere4marcheren op peene5straffe van kassasie6Cassatie: ontslag van een officier, de heer van lan
geraeck7Frederik Hendrik van den Boetzelaar, heer van Langerak had ock ordere vande raet van staten8Raad van State, een bestuursorgaan in de Republiek
om naer weesel te gaen, dach heeft sijn hoocheijt
hem door ouwerkercke9Hendrik van Nassau-Ouwerkerk doen schrijfve dat het Een
Abuijs10vergissing bij den raet is geweest, en dat sijn reesge
ment11regiment wel sal gaen maer hij voor sijn persoon
thuijs sal maete blijfve, [op merge is den dach]

Hij is helaas al op weg en daardoor is zijn vrouw Ursula Philippota alleen thuis. Margaretha heeft haar geschreven om naar Amerongen te komen, voor het reizen over het platteland te gevaarlijk wordt door de aanhoudende vorst.

Ook Prins Willem III is actief, hij logeert weer bij Zuylestein en gaat met een aantal officieren de grens aan de rijnoevers controleren.

Brieffragment over Willem III op Zuylestein

[wil hoope het dan beeteren sal,] sijn hooch
=heijt12zijne hoogheid: prins Willem III is vandaech met Eenige offisiers hier
door gepasseert om te nacht op suijlisteijn13Kasteel Zuylestein, nabij Leersum en dus ook vlakbij Kasteel Amerongen
te slaepen en voort op de rhijn14rivier de Rijn kant de
frontiere15grenzen te be gaen besichtige, [mij sal]

  • 1
    naast
  • 2
    Wesel een plaats in het hertogdom Kleef (hedendaags Duitsland)nabij de grens van de Republiek. De Republiek onderhoudt hier een fort aan de Rijn om het land te verdedigen
  • 3
    Lastbrief die worden uitgegeven ten behoeve van het verplaatsen en inkwartieren van troepen
  • 4
    marcheren
  • 5
    straffe
  • 6
    Cassatie: ontslag van een officier
  • 7
    Frederik Hendrik van den Boetzelaar
  • 8
    Raad van State, een bestuursorgaan in de Republiek
  • 9
    Hendrik van Nassau-Ouwerkerk
  • 10
    vergissing
  • 11
    regiment
  • 12
    zijne hoogheid: prins Willem III
  • 13
    Kasteel Zuylestein, nabij Leersum en dus ook vlakbij Kasteel Amerongen
  • 14
    rivier de Rijn
  • 15
    grenzen

Pagina 3 van 3

Recente reacties

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén