Het is rustig met de brieven, maar Margaretha meldt aan Godard Adriaan dat ze zijn brief van 21 augustus heeft ontvangen. Ze begint meteen over de kist uit Oost-Indië die Casembroot heeft gestuurd en die nog niet is aangekomen. Jan Casembroot is een connectie van Godard Adriaan en zijn zoon is koopman in Perzië. Heeft Godard Adriaan in zijn brief de komst van de kist aangekondigd? In ieder geval, voor zover Margaretha weet, staat de kist in het Oost-Indisch pakhuis in Amsterdam en ze heeft Temminck gevraagd ervoor te zorgen dat de kist naar Utrecht wordt verstuurd.

Brieffragment Oostindische kist

[rec.a 8. 7ber.]

Ameronge den
2 septem 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande 21 Augusti is mij ter rech
=ter tijt behandicht, de kasse1Casse: Kist of een stuk huisraad waarin iets opgeborgen kan worden wt oostin die vande
heer kasenbroot2Waarschijnlijk Jan de Casembroot gesonde is noch tot wttrecht
niet aengekoomen, mijn wort geseijt dat die
tot Amsterdam int oostindis packhuijs soude
staen waer over aen teminck heb geschreefe
en versocht so se daer is, op wttrech ten huijse
van teminck beusekom te sende, [met onse timer ]

Kist van petohout met koperen beslag. Het meubel heeft vlakke wanden; aan de hoeken, aan de onderkant, rond het sleutelgat op het voorbord en op de zijkanten is het versierd met opengewerkt koperen beslag in moreske-ornament. Om de slotplaat en op het deksel vier grote koperen ronde nagels. De zijwanden hebben koperen geprofileerde handvatten. Het meubel rust aan de voorzijde op zwart houten bolpoten. Het deksel heeft een geprofileerde rand.
Kist van petohout met koperen beslag, 1728. Collectie Rijksmuseum.

De bouw vordert en de steenoven wacht

Het zal eens niet over de bouw gaan! Heel plichtsgetrouw meldt Margaretha de nieuwste vorderingen. De metselaars werken aan de schoorstenen van het eerste paviljoen, de timmerlieden zijn bezig met de kap van het tweede paviljoen, de leidekkers zijn bezig met de dakramen. En als de kap van het tweede paviljoen af is, dan zal Margaretha een deel van de timmerlieden ontslaan. Laat ze het maar niet horen, dan gaan ze vast langzamer werken. Het is een paar dagen mooi weer geweest, de stenen hebben kunnen drogen. Dat is een serieus ding, je kunt geen natte stenen in de oven leggen. Margaretha hoopt dus dat het droog blijft zodat ze de steenoven vol kunnen laden en aan kunnen steken.

Eerste brieffragment vordering bouw
Tweede brieffragment vordering bouw

[bij naer gedeckt,] so haest de timerlie met het
sette vande kap sulle gedaen hebbe sal ick
Een deel van dat volck afschaffe daer
wel naer verlange, wij hebbe nu hier drij
a 4 dagen wtneement schoon weer ge
had alst godt beliefde dat wijt noch so

wat mochte houde sou op al ons werck seer wel
koomen, en insonderheijt3Inzonderheid: voornamelijk op de steenoven
daerse noch bij gebreck van droochge steen
niet met inkruijen hebbe gedaen, [doch hoop]

Een vrouw staat aan een tafel met een klomp klei in haar handen en ze houdt hem boven een steenvorm. Naast haar staat ook iemand iets te doen. Op de voorgrond verzamelt een kind hompen klei, daarachter liggen gevormde bakstenen te drogen. Op de achtergrond een rivier met boten en een dorp of stad aan het water.
De steenbakker, Jan Luyken, 1718. Collectie Rijksmuseum.

Het eeuwige probleem: de centjes

Godard Adriaan snapte ongetwijfeld precies waar Margaretha op doelde in deze brief, maar voor ons arme lezers blijft het gissen. Er is een verzoek gestuurd aan de Staten van Utrecht, Van Heteren is naar Den Haag en Margaretha wil ervoor zorgen dat Temminck over 3000 gulden kan beschikken voor de kosten van de bouw.

Eerste brieffragment geld
Tweede brieffragment geld

ick hoor noch van geen petisie4Petitie: verzoek supleetoor5Suppletoir: aanvullend
die al aende proovinsi van wttrecht most
gesonde sijn, nu van heeteren weer inde
haech is, w verwachte te hoore hoet daer
mee gaet, volgens de reeckenin van
teminck heeft hij te boven de laeste en
al de wissels die uhEd heeft getrocke
betaelt sijnde, noch suijver in hande 2600
f, waer bij ick noch so veel sal voech
ge, tot 3000f kompleet die voort tot

uhEd behoef onder hem sonder Ergens ande ge
Empoloijeert te worde sulle blijfve, [daer]

Een volwassen vrouw. Ze zit aan een tafel en telt geld uit een beurs.
Vrouw die geld telt, Jan Chalon, 1793. Collectie Rijksmuseum.

Van de hak op de tak

Hopelijk was Godard Adriaan goed wakker toen hij deze brief kreeg, Margaretha springt werkelijk van de hak op de tak. Zo schrijft ze eerst dat ze actie gaat ondernemen tegen de kerkenraad die haar veel te eigenzinnig is. Zoonlief is aan het jagen met de prins, in Dieren en in Hoog Soeren. Ze hoopt dat ze heel thuis komen.

Brieffragment kerkenraad en jacht

[in sal koomen,] als de vakansie6Vacantie: periode dat kerkenraad niet functioneert wt
is sal ick sien wat ons teegens onse
ongerijmde7Ongerijmd: met het gezond verstand in strijd en opijniatere8Opiniatreren: hardnekkig volhouden kercken=
=raet te doen staet, den heer van
ginckel is Eenige tijt herwaerts seer
susijet aen sijn hoocheijt op de jacht
tot dieren en hoochsoere geweest
hoop alles daer wel vergaen sal,
tis een viement9Viement, vehement: heftig, onstuimig jaegen

Ze schrijft dat de dood van de heer Von Eller zu Laubach haar spijt, het moet een verlies zijn voor de Keurvorst. In Den Haag is ook een belangrijke heer overleden, aan de kinderpokken nog wel, en zijn functie zal waarschijnlijk naar Johan Pesters gaan. De heer van Zuilen, Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, heeft een ruil gedaan met Adam van Lockhorst en is daardoor nu dijkgraaf van de Lekdijk Benedendams, de dijk die de Lopikerwaard beschermt. Voor zijn zoon heeft hij het ambt van maarschalk van Abcoude binnen weten te halen. Margaretha heeft er een mooie uitdrukking voor: ‘elk slaat zijn nootjes en het ijzer als het heet is’. En eigenlijk geeft ze hem groot gelijk.

Brieffragment nootjes en ijzer

en daer bij het Maerschalck Amt
van Abkoude voor sijn soon t sijn
al fraije saecke Elck slaet sijn
nootges ent ijser dewijlt heet is, ten
is haer niet te misprijse

Een schilderij van een heuvelachtig landschap met bomen met linksboven in het schilderij blauwe lucht met wolken. Er zijn verschillende groepjes jagers te paard te zien. Sommigen dichtbij, anderen verder weg. De ruiters dragen kleurige jassen, hoeden en laarzen. De kledij oogt 17de eeuws. In het midden valt een ruiter op een wit paard op dat zich spoedt naar een groep jachthonden die een wild zwijn aanvallen.
Willem III op zwijnenjacht, Dirk Maas, 1693. Collectie Paleis Het Loo.

De heer van Dijkveld

Margaretha sluit af met een lekkere roddel over Everard van Weede, de heer van Dijkveld. Hij is in Brussel om daar voor zijne hoogheid één of andere zaak met een prinses te regelen. Van Weede was een ras diplomaat en Godard Adriaan kende hem goed. Hij heeft nu kennelijk wat geldproblemen. Daar is Margaretha ook goed mee bekend …

Naschrift heer van Dijkeveld

Mijn heer en lieste hartge

Uhed getrouwe wijff
MTurnor

ps den heer van
dijckvelt is tot
bruijsel, om de
Affaerees van sijn hoocheijt
die daer teegens de prinses
van ijsengaren heeft waer te
neemen, men roept so dat hij vant sijn so
veel te parijs heeft verteert, dat so breet niet moe
sijn dewijl hij sujeten daer ontbiet om tapijte
voor hem te koope

  • 1
    Casse: Kist of een stuk huisraad waarin iets opgeborgen kan worden ↩︎
  • 2
    Waarschijnlijk Jan de Casembroot ↩︎
  • 3
    Inzonderheid: voornamelijk ↩︎
  • 4
    Petitie: verzoek ↩︎
  • 5
    Suppletoir: aanvullend ↩︎
  • 6
    Vacantie: periode dat kerkenraad niet functioneert ↩︎
  • 7
    Ongerijmd: met het gezond verstand in strijd ↩︎
  • 8
    Opiniatreren: hardnekkig volhouden ↩︎
  • 9
    Viement, vehement: heftig, onstuimig ↩︎