De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Onverwacht bezoek

Checklist

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 oktober 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 21 oktober 1680 Potsdam
Lees hier de originele brief
De memo komt uit HUA1001.2826, daarin zitten de brieven die Godard Adriaan ontvangen heeft. Een link staat in de tekst boven de memo

Soms schrijft Margaretha alsof ze vooral even haar checklist lijkt te willen af werken om te zorgen dat zij en haar man allebei weer even op dezelfde golflengte zitten. De afstand maakt het afstemmen van juist die kleine dingen wat lastiger dan ’s avonds de dag doornemen bij het eten of de haard.

Potlood tekening van een paar bij een haard. Rechts op een rechte stoel zit de vrouw. De vrouw ondersteunt met haar hand haar hoofd. Links zit de man, hij wipt een beetje naar voren. Tussen hun in staat een hondje. De tekening is zwartwit, maar alleen het vuur in de haard is rood.
Een paar bij een haard, Gesina ter Borch, 1661-1669. Collectie Rijksmuseum.

Inhoud Oost-Indische kist: check!

De onduidelijkheid rondom de Oost-Indische kist is opgelost. Kennelijk heeft Casembroot aan Godard Adriaan een brief gestuurd en een memorie van de inhoud. Hij heeft deze naar Margaretha gestuurd, dus zij heeft nu een lijstje dat ze kan checken. Het klopt!

Memorie met de inhoud van de Oost-Indische kist (1).
Memorie met de inhoud van de Oost-Indische kist (2).

1 Zijde alkatijff1Alcatief: naam voor oostersche tapijten, genoemd naar de stad Al (El) Katif aan de Perzische Golf.
6 parsiaense schilderijen
1 runde theedoos met 12 pond thee
3 cleijne dito met theeboey-gun(?)2Thee boey is zwarte thee. Het achtervoegsel bepaalt de soort, maar is hier niet goed leesbaar, dus of er echt gun staat? Het WNT geeft als voorbeeld Thee-boey Pekoe en Thee-boey Congo
1 tinne theepot om water heet te maken
1 doosie met 10 kleijne tinne theeflessies
7 theepotties met gouden kettingties
9 dito met silver so groot als de kleijne
12 dito sonder beslag waer onder twee witte dito
1 klapper(?) kannetie3Waarschijnlijk een kannetje met een klapdeksel
80 thee schotelties
90 thee koppies
3 uitgesneden koppies met silver van binnen
2 marmelsteene4marmeren uitgehouden schenckannetjes
2 cleijnde drinck croesieskroesjes
12 verlakte roode koppies
1 uitgehoudene steen klippie5Klip: kan of pot met klappend deksel met een zegewas6zegelwas:Wassen plak met zegelafdruk
7 porcelijne Chineesies7Beeldjes van Chinezen?

1 alamode8à la mode: modieus chinese mandetje9mandje? met zijn toebehoren
4 keteltjes
6 theebakjes

Interessant is dat in deze memorie gesproken wordt van zes perzische schilderijen, terwijl Margaretha het op 28 september had over zes schilderijen met Indiaanse tronies (gezichten). Een alcatief komt uit Al-Qatif, dat nu bij Saoedie Arabië hoort. Mogelijk is de kist dus meer Oosters dan Indisch. Dat klopt ook wel, want Jan Casembrood had zowel carrière gemaakt in Indië als in Perzië. Zijn zoon Reinier was in 1680 hoofdkoopman in Perzië.

Één kopje zat kapot in de kist en van een marmeren dekseltje miste een hoekje, maar verder klopt het helemaal. Margaretha is er nu positiever over dan in haar vorige brief: er zitten fraaie rariteiten bij en ze vermoedt dat het allemaal heel wat waard is.

Brieffragment Oost-Indische kist

[rec. 21. octob. tot potsdam]
Ameronge den 13/3
ockto 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 2 deeser heb ick met de
bij gevoechde memoorij en brief vande heer kaes=
senbroot ontfange heb ock alles volgens de
voorseijde meemoorije inde ostindise kist gevonde
en onbeschadicht daer wt ontpeackt behalf
Een poseleijn kopge dat gebroocken inde kist
lach en Een mermersteene dexsel van
Een kaneken of lampets pot daer Een kleij
stuckge van is, voort is alles wel overge
koomen, en iser seer fraeije raerijteijte bij
die ick geloof veel waert te sijn, [met de]

Een man met leren laarzen, een paars-wit gestreepte kaftan, met een geel/witte sjaal om zijn middel. Op zijn hoofd draagt hij een wit/gele tulband.
Man uit Perzië, naar Andries Beeckman, ca. 1675-1725. Collectie Rijksmuseum.

Zijn hoogheid

Margaretha blijft benieuwd of Zijn Hoogheid nog naar de keurvorst gaat en of Godard Adriaan hem daar nog gaat zien. Haar interesse ligt natuurlijk vooral bij de mogelijke demissie van haar man. Uiteraard wordt er ook over deze reis van Willem III in de Republiek weer uitgebreid gespeculeerd. Helaas licht ze geen tipje van de sluier op over de aard van die speculaasies.

Eerst brieffragment Zijn hoogheid
Tweede brieffragment zijn hoogheid

[te brenge,] mij verlanckt te hoore of

sijn hoocheijt den heere keurvorst sal sien en waer
en hoet met uhEd sal gaen ock wat hoochgemelde
hoocheij deselfve van van sijn verblijf aldaer
sal segge, hier wort ock seer die vers van
die reijs gesproocke en hebbender veelle haer
speeckelaesie daer op godt wil alles tot
onse beste schicke, [so ickt wel heb sal de]

Tegen een dreigende lucht en een bomenrijke achtergrond staat het standbeeld van Willem III te paard. We zien het standbeeld van rechtsonder, het paard stapt naar rechts, Willem III heeft in zijn linkerhand de teugels en in zijn rechterhand een maarschalkstaf. De staat van het paard is opgeknoopt. Tussen het buik en de benen en tussen de neus en de benen zitten spinnenwebben met dauw erop.
Ruiterstandbeeld Willem III in de herfst, naar Toon Dupuis. Collectie Kasteel Amerongen.

Grijze haren

Er liggen nogal wat financiële dossiers op Margaretha’s bordje en het lijkt erop dat ze er grijze haren van krijgt.

Om te beginnen de betaling voor Godard Adriaans werk. Margaretha ziet het somber in. In Utrecht hebben Pieter Ruijsch en Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken beloofd om zo snel mogelijk de Staten van Utrecht te mobiliseren, die komen namelijk pas in januari weer bij elkaar. Maar het lijkt erop dat ze het er niet doorheen gekregen hebben: Adam van Lockhorst was het er niet mee eens. Margaretha heeft er een hard hoofd in dat het goed komt. Het lijkt erop dat ze ook niet meer de creativiteit heeft om andere oplossingen te bedenken, alleen Holland is nog een optie.

Godard Adriaan hoeft zich vooralsnog geen zorgen te maken, want er ligt nog 3000 gulden voor hem bij Temminck.

Tot slot is er nog Welland. Hij heeft zijn schulden bij Berijerius betaald, maar Margaretha heeft nog iets gehoord. De 18e oktober loopt het contract tussen Godard Adriaan en de niet-betalende pleegzoon af, dus dat wacht ze nog even af voor ze actie onderneemt.

Een rechthoekig schema van veren en bewegende metalen staafjes. Die worden aangestuurd door een sleutelgat in het midden en zorgen er voor dat er metalen staven aan de zijkant uitzetten in de zijkanten van de kist.
Ontwerp voor het sluitsysteem aan de binnenkant van het deksel van een geldkist, anoniem, ca. 1680 – ca. 1740. Collectie Rijksmuseum

Pijnlijk been

Schoondochter Ursula Philippota is in Amerongen, samen met Jacob Schimmelpenninck van der Oye en zijn vrouw Jacoba Elisabeth van Westerholt. Philippota heeft een wond aan haar been en wilde daar persé mee naar een arts. Het leek Margaretha allemaal wel mee te vallen, maar ze is toch met haar naar dokter Sypestein in Utrecht gegaan. En Margaretha had gelijk. Het viel allemaal mee, de conclusie van de dokter was dat het been zo pijnlijk was door de ‘blauwe schuit’, de spataderen.

Jacob Schimmelpenninck van der Oye neemt zitting in de Raad van State in Den Haag. Ze waren vanuit Den Haag op weg naar huis in Lochem, toen ze Philippota tegen kwamen op de Grebbedijk. Kennelijk hebben ze rechtsomkeert gemaakt voor een bezoekje aan Amerongen. Morgen vertrekken ze samen weer naar Gelderland.

Eerste brieffragment Ursula Philippota
Tweede brieffragment Ursula Philippota

[te besien,] de vrou van ginckel is met
de heer en vrou vande kloese hier gekoome
om met docktoore van wttrecht overt
quaet been vande vrou van ginckel te
konsuleere, dat ick bekem so quaet
niet te vinde als haer hEd vreesde
doch om haer te voldoen ben met haer
tot wttrecht gewees en docktoor sie=
pesteijn gesproocke, die de mist minste

swaericheijt daer in niet en maeckt oordeelt
het niet anders als blauwe schuijt is dat
haer so pijnlijck en qualijck maeckt, de heer
vande kloese die in plaets vande heere brackel
inde raet van state inde haech kompareert
ontmoete de vrou van ginckel met sijn vrou
wt den haech koomende en sij harwaerts, op
de grebbedijck, sal merge met sijn vrou
van hier vertrecke, de vrou van ginckel
blijft noch deese weeck hier, [aengaende]

Vijf glazen met afbeeldingen van het werk van dokters, apothekers en barbiers in een houten vatting. Het glas uiterst links: een man leest staande een boek. Het glas rechts daarvan: een man maalt iets met vijzel. Het middelste glas: een staande man scheert een andere man die zit en een wit laken voorgebonden heeft. Het glas rechts daarvan: een staande man houdt met zijn linkerhand de hand van een zittende vrouw vast, en heeft in zijn rechterhand een gevulde beker in de lucht. Het glas uiterst rechts: een lopende man, beide handen vooruitgestoken en in de linkerhand een onherkenbaar voorwerp, wordt gevolgd door een jongen.
Vijf bezigheden van dokters, apothekers en barbiers, anoniem, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum

Bouwwerkzaamheden

Wat betreft de bouwwerkzaamheden:

  • de metselaars zijn begonnen met de gewelven van de kelder van het eerste paviljoen;
  • de arbeiders voor het grondwerk vragen veel te veel geld;
  • de leidekkers beginnen aan het aan het laatste paviljoen;
  • de timmerlieden schaven hout voor de zolder boven de stallen.
Brieffragment bouwwerkzaamheden

[blijft noch deese weeck hier,] aengaende
onse timeraesge de metselaers beginne
aent wulfsel vande kelder vant Eerste
pavelijoen met dit schoone weer en laechge
water sou ick licht reesolveere omt grontwerck
wt de doorgegraefve graft aende Eerste bruch
te laete haelle te meer om datter noch aerde
inde keucke vant kasteleijns huijs moet sijn
maer de arbeijders Eijschen daervoor 220 f
dat mij dunckt te veel te sijn sal sien hoe
ickt maeck, de leijdeckers beginne aent
laeste pavelijoen te decke, de timmerlie
schaefve de deelle tot de solder vande stal

Foto vanaf de brug van het kasteel naar het oosten waar de stallen liggen. De stallen zijn een breed gebouw met een zadeldak en in het midden een klokkenstoel. Aan weerszijden staat een vierkant gebouw met een pyramidedak. Boven het stalgebouw hangt een grote wolk waarvan de onderkant grijs is en de bovenkant zwart. De zon schijnt op de stallen, de voorgrond is donker.
De stallen van Kasteel Amerongen in oktober.

Groetjes

Zelfs de groetjes worden een soort checklist, waarbij iedereen in huis genoemd wordt: de vrouw van ginkel, de kleinkinderen en natuurlijk de heer en vrouwe van de Cloese… Ze propt het tot in het laatste hoekje van het papier.

Afsluiting

van hier vertrecke, de vrou van ginckel
hier meede blijf
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
de vrou van ginckel
met al haer kindere preesenteere haere
dienst aen uhEd so doet de heer en vrou vande
kloesse

Pentekening van een voornaam huis. Het huis is samengesteld uit verschillende delen en heeft meerdere torentjes in vormen en hoogtes. Voor het huis staat een duiventil en rechts een bijgebouw. Rechts op de voorgrond een deel van het hek.
Huis de Cloese, Jan de Beijer, 1743. Collectie Gelders Archief.

  • 1
    Alcatief: naam voor oostersche tapijten, genoemd naar de stad Al (El) Katif aan de Perzische Golf. ↩︎
  • 2
    Thee boey is zwarte thee. Het achtervoegsel bepaalt de soort, maar is hier niet goed leesbaar, dus of er echt gun staat? Het WNT geeft als voorbeeld Thee-boey Pekoe en Thee-boey Congo ↩︎
  • 3
    Waarschijnlijk een kannetje met een klapdeksel ↩︎
  • 4
    marmeren ↩︎
  • 5
    Klip: kan of pot met klappend deksel ↩︎
  • 6
    zegelwas:Wassen plak met zegelafdruk ↩︎
  • 7
    Beeldjes van Chinezen? ↩︎
  • 8
    à la mode: modieus ↩︎
  • 9
    mandje? ↩︎

Het werk gaat voor!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 10 februari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 februari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha is nog steeds niet zeker van de postbezorging. Voor het geval er een brief van Godard Adriaan nog niet is gearriveerd, meldt ze even voor de zekerheid: de laatste brief die ze van hem heeft is nog steeds die van 24 januari. En ze hoopt dat alles in orde is.

Onverwachte gasten

Bij haar thuiskomst in Amerongen vond ze haar schoondochter met twee gasten, Vincent Adolph van Baer, heer van Brandsenburg, en zijn vrouw, Hendrina Schimmelpenninck van der Oye. Nu was Vincents eerste vrouw, Anna van den Boetzelaar, een nicht van Godard Adriaan. Het drietal was van plan om de volgende dag via Soestdijk een uitstapje naar Amsterdam te maken en ze willen graag dat Margaretha mee gaat. Maar Margaretha heeft haar eigen plannen, ze gaat niet mee. Op de terugreis zijn ze weer welkom.

Brieffragment uitstapje naar Amsterdam

[selfve en alt sijn wel is,] voorleedene dijnsdach
hier met de heer van ginckel koomende vondt
ick hier de heer en vrou van bransenburch met
de vrou van ginckel die noch hier sijn en merge
over soesdijck naer Amsterdam voor Eenen
dach wille gaen hadde gaerne dat ick meede
ginck, dan meene niet nee te gaen salse hier weer
in wachte, [en laete toekomende maendach Een]

Voor een huis met hoge ramen en luiken stopt een koets. Een man laat een vrouw uit de koets. Voor de koets staat een chique vrouw met een zwarte huik, een rode rok en witte kraag met een waaier in haar hand te wachten. Achter haar speelt een meisje met een hond. Op de trap naar de deur staat een oude man in het zwart. Hij heeft zijn hoed in de hand. Achter de koets buigen twee mannen naar elkaar. Op de voorgrond een paar kalkoenen en een haan.
Aankomst bij een landhuis, Gesina ter Borch, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Wagens, zand en modder

Komende maandag wil Margaretha verder met het werk. Ze wil extra wagens laten komen om zand te rijden. Ze wil grond afgraven bij de ‘voorste brug’, zoals Godard Adriaan heeft besloten, en die grond moet afgevoerd worden. De aarde uit de boomgaard is ook nog niet weg vanwege het weer, de wegen waren een modderpoel en daar kom je met paard en wagen niet door. Maar nu worden de dagen weer langer en Margaretha wil haar tijd goed gebruiken!

Brieffragment kwaliteit van de weg door het weer

[vandoen sal hebbe,] de aerde wt het boogaert
=ge hebbe noch niet konne laete afrijde doort
nat en vuijl weer de wech is te diep daer
kan onmoogelijck geen kar door, tis hier
alledaech seer vuijl en nat weer hebbe
weijnich vorst of naulijcks geen gehadt,

In een heuvelachtig landschap is een ingespannen paard tot zijn borst weggezakt in het water. Achter de wagen staan twee mannen te duwen, een derde man probeert het paard van de zijkant omhoog te duwen, een vierde man heeft het paard bij de leidsels en een vijfde man staat klaar om met een stok te slaan. Een tweede paard staat los naast de scene met het ingespannen paard en kijkt de andere kant op.
Landschap met een in het water vastgelopen wagen die door een groep mannen op de kant gehesen wordt, Jean Théodore Joseph Linnig, 1825-1891. Collectie Rijksmuseum.

Baantjesjacht

Ondertussen wordt er met smart gewacht op brieven van Godard Adriaan. Carel Valckenaer, de heer van Dukenburg, heeft hem al twee brieven geschreven over de kwestie van het ambt van rekenmeester, Margaretha heeft dat al eerder aan Godard Adriaan geschreven. Everard Becker was gisteren op bezoek en vertelde dat procureur-generaal Abraham van Wesel op sterven ligt en dat sommige mensen de prins al hebben gevraagd om dat ambt. Becker heeft daar zelf ook al over aan Godard Adriaan geschreven. En o ja, nog een laatste nieuwtje uit Utrecht. Daar was grote paniek door het nieuws over een uitspraak van de Franse koning, er waren zelfs mensen op de vlucht geslagen.

Brieffragment stervende Van Wezel

[doen,] den avokaet becker die gistere
met rentmeester vande domeijne hier was
seijde dat de prockereur generael weesel seer
verswackte en geen hoop van leefven hadt
datter ock waere die sijn hoocheijt om dat
Amt al aenspreecke, hij meent vande nomina
esi verseeckert te sijn, [heeft uhEd met de]

Vanitasvoorstelling: allegorie op de vergankelijkheid van het menselijk leven. Een rijk man zit in een vertrek, omgeven door zijn bezittingen, in gepeins verzonken. Zijn rechtervoet steunt op een doodskist. Schuin achter hem loert de Dood in de gedaante van een skelet, met gevleugelde zandloper in de hand, door een venster naar binnen. Op de grond een doodshoofd. Aan de muur een klok. In twee cartouches bijbelteksten die betrekking hebben op de komst van de dood en de betrekkelijkheid van al het aardse. Onder voorstelling bijbelcitaten die verwijzen naar de dood. Boven de voorstelling een citaat uit Lukas 12:20 dat verwijst naar de parabel van de rijke man, waarin wordt gewaarschuwd tegen het najagen van aardse rijkdom. Prent is gedrukt van twee blokken op twee bladen papier, aan elkaar bevestigd.
De rijke man en de dood, monogramist A.I., 16e eeuw. Collectie Rijksmuseum.

Kindervreugde

In haar vorige brief schreef Margaretha al dat ze de nieuwjaarsgeschenken voor de kleinkinderen had ontvangen, ze zaten ingesloten in de brief van 24 januari. Maar ja, toen was ze in Utrecht, dus ze kon nog niet vertellen hoe de kleinkinderen hadden gereageerd. Dat kan ze nu wel: er is duidelijk een gejuich opgegaan onder de jeugd! Ze belooft dat Fritsje en Anna zelf een bedankbriefje zullen schrijven. Blijft toch even de vraag wat de kleinkinderen met het geld zullen doen. Nieuw speelgoed kopen? Bij de snoepwinkel langs?

Afsluiting en PS kleinkinderen

[schrick wat over,] hoope dat godt ons voor
swaericheijt sal bewaere, in wiens bescher
minge uhEd beveelle blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff

hier is wtermaete
vreuchde met de nieuweijaere
onder onse jonckheijt geweest
met de naeste post sal frits
en Anna groote papa bedancke

Kinderkamer met drie vrouwen, waarschijnlijk moeders en geen kindermeiden. De vrouw links leert een kind lopen. De vrouw in het midden zit op een stoel en geeft haar kind de borst. De rechter vrouw heeft een kind op de arm. Twee van de kinderen dragen een valhoedje, een gevoerd hoofddeksel dat hen moest beschermen als ze vielen. Op de achtergrond staat een wieg, één kind speelt met een wagentje aan een touw, een ander heeft een stokpaard.
Kinderkamer met drie vrouwen en kinderen, Gesina ter Borch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Een schoon gebouw

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 november 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 november 1676
Lees hier de originele brief

Margaretha is naar Utrecht geweest om de financiën te regelen. Kennelijk wordt Godard Adriaan betaald door zowel de Staten van Utrecht als door de Ridderschap. Van de Staten van Utrecht hebben ze nog een kwart jaarsalaris tegoed en bij de Ridderschap een heel jaarsalaris. Alleen is bij die laatste voor kerstmis niets te verwachten.

Brieffragment geld tegoed

Ameronge den
13 Novem 1676
[rec 19. dito]
Mijn heer en lieste hartge

ick ben twee dage tot wttrecht geweest om te sien
of daer Eenich gelt weegens uhEd tracktement
bij de staete daer ons maer Een vierendeel
ijaers staet te ontfange, en bij de heere Edele
daer ons nu Een vol ijaer goets is, was te
bekoome, maer te vergeefs, bij de Eerste sal
in korte wel gelt sijn, maer bij de ridder =
schap is niet voor in ijanwa of naer kors =
=mis te verwachte, [de heer van schoonouwe]

Afbeelding van het wapenschild van de provincie Utrecht voor een gekruiste bisschopsstaf en een zwaard en bekroond door een mijter. Daaronder een cartouche met de titel.
“Het Neder Sticht van / UTRECHT / bestaet uyt dese drie Leden / Het 1e. Uyt acht Gecommitteerde van de Vijf Capittelen, / Het 2e. Uyt de Edelen ofte Ridderschap, / Het 3e. Uyt de Regeerders der Vyf Steden, / maeckende te samen de Opperhoocheyt deser Provintie, welcker / namen en wapenteeckenen alhier werden vertoont.”, anoniem, 1650-1670. Collectie Het Utrechts Archief.

Bender in en moeter mee deur

Nu de nok op het dak zit, zijn er dakgoten nodig, dus Margaretha moet het lood kunnen betalen. Ze heeft een lening moeten nemen met de obligatie als onderpand. Het is heel vervelend, maar ze is er nu in en moet er dus mee door.

Eerste brieffragment lening
Tweede brieffragment lening

mij Eenich te geefve, daer bij deese ockasie
dat het huijs nu onder dack moet ick niet
naer kan wachten, want het loot moeter

sijn en pront betaelt worden, daer om dan ge –
nootsaeck ben geweest de som van twee duij
sent gul te neegoosgeere daer toe last heb
gegeefve en sal weer Een oblijgasi van
drij duijsent gulde in ostadie moeten gaen
het doet mij wel leet maer bender nu in
en moeter mee deur, [het doet mij te lee]

In een ruimte met een gewelfd plafond staat een grote toonbank, waarachter meerdere mannen staan. Aan de muur planken met daarop papieren. De toenbank staat vol met allerlei goeden, in de ruimte staan mensen te wachten. Een man met een hond legt iets op de toonbank.
Bank van lening, Willem de Keyser, 1657 – 1692. Collectie Rijksmuseum.

Oeps

Inmiddels heeft ze echter een brief van Godard Adriaan gehad, waarin hij expliciet zegt dat ze geen lening af moet sluiten. Het is natuurlijk niks voor Margaretha om niet naar haar man te luisteren. Dus nu doet het haar leeder dan leed. Er lag nog 1000 gulden bij Temminck, maar daar zou ze niet genoeg aan hebben. Bovendien is er hout vanuit Anholt onderweg en dat moet in Hamburg betaald worden. Temminck stuurt het geld naar Godard Adriaan, dus als Margaretha die 1000 gulden op zou maken, zou Godard Adriaan niets krijgen.

Brieffragment over de brief van Godard Adriaan

[en moeter mee deur,] het doet mij te lee
=der om dat ick wt uhEd aengenaeme
vande 7 deeser die heede eerst heb ontfange sien deselfve niet garen had
ick meer geltop die oblijgasie nam, dien
brief quam wat te laet ock kost ick met
de duijsent gul die onder teminck
leijt niet toe, en sal uhEd die niet konne
misse, so wij het ten holtse hout noch
te verwachte hebbe sal te hamburch
weer gelt moeten sijn, [so ick den]

Vergeelde foto met links een zeilschip met diverse masten en heel veel touwen. Het schip ligt met zijn spiegel naar de kade, aan de rechter kant ligt een loopplank. Rechts op de kade liggen gezaagde boomstammen opgestapeld. Op de achtergrond zie je vaag de haven, de kade is verhard met kasseien.
Aangemeerd schip en een lading boomstammen, anoniem, 1880 – 1920. Collectie Rijksmuseum.

Steenhouwer

Kennelijk heeft Godard Adriaan ook geschreven dat hij een steenhouwer uit Bremen naar Amerongen heeft gestuurd. Margaretha heeft nog niets van hem vernomen, maar als hij er is, zal ze alles met hem, Schut en Rietvelt overleggen. Ze zegt het niet hardop, maar waarschijnlijk hoopt ze dat dat een deel van de verwarring zal oplossen.

Eerste brieffragment steenhouwer
Tweede brieffragment steenhouwer

[weer gelt moeten sijn,] so ick den
steenhouder van breeme gesonde
verneeme noch niet sal hem ver
wachte, hierkoomende sal allesmet

hem schut die weer hier is en rietvelt over
legge, [gistere naer middach weer hier]

Verrassing!

Toen Margaretha terug kwam uit Utrecht, wachtte haar en verrassing. Ze trof niemand minder dan Zijne Hoogheid de prins van Oranje die haar bouwplaats aan het bewonderen was. Nog een geluk dat Margaretha haar Visbach bij de zieke Godertge thuis gelaten had. Ze had pas om tien uur geweten dat de prins met een klein gevolg zou komen en had hem toch een goede maaltijd voor gezet. Met zijn volle buik was hij het kasteel in aanbouw aan het bekijken en hij herhaalde maar dat het een zeer schoon gebouw is…

Brieffragment over de prins van Oranje

legge, gistere naer middach weer hier
koomende vont ick sijn hoocheijt, die smid
=daechs hier inhuijs had gegeeten niemant bij
hem hebbende als bentin1Hans Willem Bentinck ouwerker
=cke2Hendrik van Nassau Ouwerkerk en twee graefges van van nassou
het kleijne graefge met sijn broedert
het was geluck dat ick visbach
bij godertge had thuijs gelaeten, die
van sijn hoocheijts komste niet voor
smergens te tien Euren had geweeten
ick vont hem opt werck dat hij wel
door sach en seijde hem heelwel aente
staen reepeteerende wel 2 a 3 mael
dat het Een seer schoon gebou is, [hij]

Op een koffiebruin paard dat zijn knieën hoog optrekt zit een lange slanke man fier rechtop. Hij heeft lange krullen, droevige ogen en een grote neus. Hij draagt een zwarte hoed met witte veren. Een bewerkte jas en lange zwarte laarzen.
Stadhouder Willem III te paard naar links, anoniem, 1688 – 1698. Collectie Rijksmuseum.

Ontslag

Margaretha heeft zoveel pijn aan haar tanden dat het haar niet lukt om verder te schrijven. Gelukkig weet ze er nog wel een naschrift uit te persen met wat positief financieel nieuws: ze kan de metselaars ontslaan zodra de scheidbogen in de kelder klaar zijn! De dagen worden korter, dus ze doen steeds minder terwijl de daghuren gelijk blijven. Ach, en Voetius is overleden…

Tandpijn metselaars en voetsius

Eer hij van hier reedt en heel quaet weer, nu moet ick
dees Eijndige heb sulcke pijn in mijn tande
dat niet weet waer mij berge sal kan de pen
niet langer voeren blijf

uhEd getrouwe wijff
MTunor

met dit quaet weer
en korte dagen So haest de scheijt
booge geslage sijn
sal de metselaers kasseere want sij
bedrijfven weijnich
en de dachhueren
gaen om de reeckenine
loopen hooch

den heer voetsius
is is overleeden was
88 ijaeren out

Borstbeeld rechts in toga in ovaal. Een oudere man met een hoge voorhoofd en mutsje waar dunne krullen onderuit komen. Hij heeft een rechte neus, priemende ogen en een strakke mond.
Portret van Gijsbert Voet (1589-1676) hoogleraar in de theologie aan de Utrechtse hogeschool (1634-1676) Kopergravure van Joannes van Munnickhuysen, eind 17de eeuw, naar een schilderij van Nicolaas Maes uit ca.1665. Collectie Het Utrechts Archief
  • 1
    Hans Willem Bentinck ↩︎
  • 2
    Hendrik van Nassau Ouwerkerk ↩︎

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén