Margaretha snapt er niets van, de brief die ze de achttiende schreef lijkt verdwaald te zijn. Gelukkig heeft ze die van de vierde van haar man wel ontvangen. Hij schrijft kennelijk weinig interessants, want ze gaat er verder niet op in. Wel belangrijk is natuurlijk de Oostindische kist. Die is inmiddels in Utrecht; daar gaat ze morgen heen, dus in haar volgende brief schrijft ze wat erin zit.

Brieffragment verdwaalde brief en oostindische kist

[rec. 22e 7ber.]

Ameronge den 5/15
septem 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 4 deeser heb ick ontfange, dat
de mijne vande 18 Augusti niet is te rechte gekoome doe
mij leet kan niet dencke waer die is verdwaelt,
het oostindis preesent is ten huijse van beusekom1Nicolaas van Beusinchem tot
wttrecht aengekoomen derwaerts ick merge met
godts hulp meen te gaen en overmerge weer hier
te sijn sal met de naeste post schrijfve waer in
het selfve bestaet en wat het is, [aengaen uhEd]

Een kamer vol honden, in het midden een verhoging waar een witte hond een brief in zijn bek aanbiedt aan een andere hond.
Honden bieden een brief aan, Johannes de Mare (prent) naar Bernard te Gempt, 1860-1879. Collectie Rijksmuseum.

Verlengde missie

Margaretha heeft begrepen dat Godard Adriaan nog wel even weg zal blijven. Willem III heeft zowel tegen Margaretha als tegen hun zoon gezegd dat hij in Berlijn moet blijven. Hoe lang is Margaretha niet helemaal duidelijk geworden. Maar Willem gaat naar Celle en zoon Van Ginkel gaat mee, zij gaan er beiden vanuit dat ze Godard Adriaan daar treffen. Dan moeten ze daar maar even overleggen.

Brieffragment verlengde missie

[het selfve bestaet en wat het is,] aengaen uhEd
thuijs koome heb ick voordees geschreefve, hoe dat
sijn hoocheijt aen mij en daer nae den heer van
ginckel heeft geseijt uhEd alsnoch niet van berlij
sal konne maer noch Eenigen tijt daer moete blij
=fven, of daer meede nu de heelle winter verstaen
wort kan ick niet weeten, als sijn hoocheijt nu te
sel komt en uhEd de heer van ginckel siet daer
hij staet op maeckt, hoope deselfve het best sal
hoore, [ondertuschen sal ick in maent van]

Interieur met een vrouw met zwarte jurk, wit jakje en witte kap die voorovergebogen bij een haardvuur zit Achter haar een wiegje en een stoel met daarover kleren. De stoel staat voor een bedstee met gordijnen. De ruimte is hoog met op de achtergrond een hoog dubbel raam met glas in lood.
Interieur met een vrouw bij een haard, Jacobus Vrel, ca. 1654. Carmen Thyssen Collection

Provisie

Margaretha zal in de maand van oktober zorgen voor de gevraagde provisie. Nu is het even de vraag wat Margaretha bedoelt want het kan zowel inhoud voor de provisiekast zijn als keiharde munten. Hoewel ze niet verwacht geld van het land te krijgen, springt ze daarna gelijk over op het geld dat voor hem klaar ligt en dat ze dat direct regelt. Dus wellicht is de provisie van oktober dan toch meer om op te peuzelen.

Brieffragment provisie

[hoore,] ondertuschen sal ick in maent van
ockto uhEd van sijn begeerde proovijsie versorchge
en hoewel geen Apreehensie tot Eenige betaeline
vant lant voor Eerst sien, kan uhEd he vaste
staet maecke op vier duijsent gul die ick
in weijnich dage sal versorchge dat booven
de laeste wissel die deselfve ter som van 1000 gul
nu onlans heeft getrocke [en de 500f die]

Er volgt een onnavolgbare berekening van geld dat Godard Adriaan opgenomen heeft, dat aan Temminck in Amsterdam betaald is. Ze belooft één ding: als Godard Adriaan met de keurvorst naar Maagdenburg gaat, dan zorgt ze ervoor dat hij nergens om verlegen hoeft te zitten.

Brieffragment gerust naar Maagdenburg

[maer sal sien hoe ickt met hem maeck,] so uhE
met den heere keurvorst naer maechdenberch
gaet kan ick wel dencke uhEd gelt sult
moeten hebbe, ick sal so veel doen alst moo
gelijck is onvEd in gerustheijt te stelle
en niet verleege laeten, [ick doen al wat]

In dit stilleven liggen kazen, krakelingen en vijgen op tafel uitgestald, samen met kostbare voorwerpen als een verguld Venetiaans glas en een Chinese schotel.
Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen, Clara Peeters, 1615. Collectie Mauritshuis.

Werkvolk

Één van de manieren om geld over te houden, is om minder werkvolk op de bouwplaats in dienst te hebben. De eerste zijn inmiddels vertrokken. Het hele stalgebouw met de paviljoens is nu onder dak, dus ze kunnen de timmerlieden en metselaars best missen. Nu het dak erop zit moet de leidekker wel aan de slag.

Brieffragment werklieden

[en niet verleege laeten,] ick doen al wat
ick kan om Een goeij deel vant werck volck
vanden hals af te krijge laet deesen dach
4 metselaers 4 operlie en 6 timerlie bij
provijsie wt het werck gaen, dewijlle het
geheelle werck nu onder dack is en de

leijdeckers nu begine de leije opt Eerste pau
velijoen te legge, konne wij de voornoemde
wercklie mise, [de vrou van ginckel is]

Een zwartwit foto gemaakt op het dak van Kasteel Amerongen. In het midden een dakgoot tussen twee hoge daken met lijstenen. Aan het eind een volgend dak met lijstenen. In het midden is er tussen de daken een soort doorgang met een luik erin waardoor je in de dakgoot kunt komen. Achter deze doorgang heeft het linker dak een koekoek en ook het dak waar we tegenaan kijken heeft er één. Waar het linker en het achterste dak samenkomen staat een schoorsteen en aan het eind van het rechter (hogere) dak staat een vlaggenmast.
Foto van de noordelijke dakgoot van het dak, Ton van der Wal, 1989. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Leien op het dak van het kasteel.

Even op en neer

Schoondochter Philippota is ziek. Ze heeft koorts en zinkingen aan haar been. Zinkingen kunnen eigenlijk van alles zijn, maar aan je been is het waarschijnlijk heel lastig. Margaretha is dus maar even een dag naar Middachten geweest. Ze is nu weer terug in Amerongen, want het is kermis en daar moet ze zich wel even laten zien.

Brieffragment zieke Philippota en kermis

[wercklie mise,] de vrou van ginckel is
heel niet wel geweest heeft Een kontiniwe
=le koorts gehadt met Een sinck in aent been
dat seer geinflameert2Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling en verzwering was doch nu in
alles beeter de koorts haer verlaeten
ick ben Een dach tot Middachte geweest
deese Middach weer hier gekoomen, tis hier
kermis daerom niet versuijmt heb, [sijn]

Gravure met links een groep nette mensen. Achteraan een jongen in het donker. Voor hem twee jonge dames met lange jurken met kanten kraag met daarop een medaillon en hun handen in een mof. Voor hun een oudere vrouw in het zwart. Naast haar een jonge man met krullen en een hoed. Ze praten met twee vrouwen, waarvan de ene haar handen gevouwen heeft en ze kijkt ze verdrietig dramatisch aan. Aan haar rok hangt een klein meisje met een stok in de hand. Achter haar een wat jongere vrouw die kijkt naar de bezoeken de groep, maar haar hand uitsteekt naar een wat ouder meisje die ook haar handen in een mof heeft. Rechts achter hun staat een bed met daarin een zieke man, hij heeft zijn arm op, maar niemand ziet hem. Aan de muur naast hem hangt een plank met daarop een kan, een bord en een glas. Daarnaast een met riet beklede rechte stoel en op de grond staat een brede schaal. Een po?
Bezoeken van de zieken. Eén van de zeven daden van barmhartigheid. Prent van Abraham Brosse, uitgegeven door Jean Leblond (I), 1640-1642. Collectie Rijksmuseum

Zijn Hoogheid

Uiteraard moeten ook de bewegingen van Zijn Hoogheid gemeld worden. Hij zou eigenlijk via Twickel naar Celle, maar hij heeft het veranderd. Hij gaat nu via Schoonheten, waar Hendrik Bentinck, de broer van zijn kamerheer Hans Willem woont.

Van Ginkel gaat via huis Dorth (bij Bathmen) en reist dan met Gustaaf Adriaan graaf van Flodroff naar Celle.

Brieffragment onderweg naar Celle

[kermis daerom niet versuijmt heb,] sijn
hoocheijt so men seijt gaet vandaech wt den
haech op soesdijck van daer naer schoonheij
bij de broer vande kamer heer bentin
en so voort na sel, was
Eerst van meenin op twickel gegaen te
hebbe maer is verandert, den heer van
ginckel gaet toekoomende maegtech na
t huijs te dort om sanderendaechs met
de graef van floodorp en andere heere haer
reijs voort naer sel te sette, de heer almach
=tich wilse alle geleijde en voor ongelucke
bewaere, [op Middachte legge wel 4 a 5]

Pleisterplaats. Voor een herberg houden enkele wagens en ruiters halt om te rusten. Op de voorgrond drinken koeien uit een sloot, daarnaast een herder en enkele kippen.
Landschap met reizigers bij een herberg nabij een pleisterplaats, Salomon van Ruysdael, 1660. Collectie Rijksmuseum.

En trouwens

Aan het eind van de brief komt Margaretha nog even terug op eerdere onderwerpen. Philippota was niet de enige die ziek was op Middachten, ook vier of vijf personeelsleden waren ziek. Het was maar goed dat Margaretha er was. Ze kon helaas niet langer blijven, want druk, druk, druk.

En dat gedoe met dat geld blijft gedoe. Het lijkt erop dat Van Heteren het ook niet voor elkaar krijgt om geld los te krijgen. Waarschijnlijk is ze op haar tripje naar Middachten nog even langs Rosendael gereden, want Jan van Arnhem zal kijken of er bij de Ridderschap van de Veluwe nog geld is.

Het geluk zit in de ps: de steenoven stookt én brandt.

Naschrift

[ent mij te laeten weeten,] hier meede
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijf
M Turnor
de steen oven
is aent stoocke
en brande
ick heb uhEd meesiefve
aende seeckreetaris gegeefve
als mij docht die wel te sijn

ingekleurde gravure met allerhande werkende mannen en op de achtergrond puntvormige bouwwerken. Links voor zit een koning die naar een tekening kijkt. In het midden staat een ronde steenoven waar de vlammen uitslaan.
Fantasievoorstelling van de bouw van de piramides, met een grote steenoven waar de vlammen uitslaan, Gottfrid Pfaunz (prent) naar Johann Claude Sarro, 1709-1762. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Nicolaas van Beusinchem ↩︎
  • 2
    Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling ↩︎