De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Landbouwcrisis

Paarden en andere problemen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 maart 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 24 maart 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft de brief van 6 maart ontvangen en ze is helemaal blij. Godard Adriaan is weer beter! En de keurvorst ook. Dat de gezondheid maar lang mag duren.

Brieffragment gezondheid GA en keurvorst

[reca. 24. Martij]
Ameronge den
16/6 maart 1680

Mijn heer en lieste hartge

wt uhEd aengenaeme vande 6 deeser sien ick dat
deselfve weer wel is daer van harte om verblijf
ben alsmeede dat den heere keurvorst beeter was
het Een Ent ander hoope godt lange sal
laete kontiniweere, [het grauwe koetspaert]

Probleempaarden

Maar die paarden! Het is en het blijft een ellende. Het grauwe koetspaard is niet sterk genoeg om de kar met stenen te trekken. De twee paarden die Godard Adriaan als koetspaarden had gedacht, die waren kreupel. Margaretha doet niet aan rusthuizen voor oude paarden dus ze zijn verkocht. Er zijn nu nog drie paarden over plus de oude witte ruin die de kar met stenen moet trekken. Margaretha hoopt dat die het deze zomer nog uithoudt!

Eerste brieffragment probleempaarden
Tweede brieffragment probleempaarden

[den jongen ruijn dande het blesge] nu
sijnder noch de drie die inde karre gebruij
worde en den oude witte ruijn die weer
inde steen kar sal gaen hoope hij dat deese
soomer noch sal wt houde so dat wij

dit ijaer geen kar paerde hoope vandoen te
hebbe ten waere ons Een mocht koome te
ontvalle, [maer ben beesich met twee koets]

Interieur van een stal met paarden en figuren. In het midden een schimmel vastgehouden door een knecht die een praatje maakt met een boer, links worden enkele andere paarden de stal binnengebracht. Hierbij ook enkele honden en kippen.
Interieur van een stal met paarden en figuren, Wouter Verschuur, 1850-1875. Collectie Rijksmuseum.

Nieuwe koetspaarden

Ondertussen kijkt Margaretha toch wel vast rond naar nieuwe koetspaarden. Ze heeft er al eentje gekocht en ze is op zoek naar een tweede. Niet te jong graag, met zes of zeven jaar zijn die paarden rustig genoeg om voor een koets te draven. Nou ja, ze wil ze ook graag gebruiken om de ploeg te trekken, je rijdt tenslotte niet iedere dag in je koets. Ondertussen moet ze ook op zoek naar een andere koetsier want de huidige koetsier heeft koorts.

Brieffragment koetspaarden en koetsier

[ontvalle,] maar ben beesich met twee koets
paerde voor mij te koope saer Een toe
gekocht heb en hoope hier noch Een toe te
sulle vinde wilse niet jonger als 6 a 7 ijaer
out hebbe om dat van meeninge ben die
mee inde ploech te gebruijcken, den jongen
korneelis heeft noch al de koorts daerom
ick naer Een koetsier sal moeten om hoore

Gravure van een landelijk tafereel. Op de voorgrond links strooit een vrouw zaad in de grond. Daarachter loopt een man met een ploeg met twee paarden ervoor over het land, waar ook nog een man aan het zaaien is. Op de achtergrond een dorp met drie molens en een kerk. Boven de gravure staat: Manniere van Lantbouwinghe int t'Graefschap van Holland.
De landbouw in Holland, Claes Jansz. Visscher (II), 1608-1610. Collectie Rijksmuseum.

Een tegenvaller

Margaretha slaagt er niet in om land te verpachten. Wat is nu weer het probleem? Veel boeren stoppen met hun bedrijf. Ze noemt er een paar die alles hebben verkocht, van de ploeg en de paarden tot de wagen. Het gaat niet alleen om boeren maar ook om functionarissen als ‘syndicus’ Gerhard Schagen uit Wijk bij Duurstede. Hoe moet dat nu? Als het land braak blijft liggen, brengt het niets op maar er moet wel belasting op worden betaald en die wordt echt niet minder.

Brieffragment afhakende boeren

, ick kan noch geen lant meer verhueren
de liede hier schaffe veel haer bouwerij af
korneelis verweij de majoor ijan quint
hebbe ploech wage en paerde en alles ver
kocht sijnt bouwe moe so heeft ock de sin
dekus1Syndicus: een syndicus ondersteunt het hof, vertegenwoordiger van een collectief, kan ook een functie zijn schage te wijck gedaen, alst so
voort gaet vrees ick dat hier veel lant
woest sal blijfve legge, en de schattine
Even hooch waer salt van betaelt worde,

Landschap met door geboomte omgeven boerderijen. Op de voorgrond twee boeren.
Boerderijen tussen boven, Gillis van Scheyndel (I), 1605-1653. Collectie Rijksmuseum.

Vorderingen van de bouw

Temminck heeft twee schuiten kalk gekocht voor 68 stuivers de hoed. Het was wel een beetje duur, schrijft Margaretha, maar voor minder was het niet te krijgen. Nu is een hoed ongeveer 12 hectoliter en 68 stuivers is drie gulden en veertig cent, voor ons klinkt het als een koopje, maar Margaretha leefde in andere tijden. In totaal gaat het om 700 gulden, in 1680 een hoop geld. Een beetje positief nieuws, het houtwerk voor in de stal en in de paviljoens is al gemaakt, van vurenhout. Voor de buitenramen zal eikenhout gebruikt worden. En Schut is bezig met de koop van hout voor onder het leidak en het pannendak. Dat gaat bij elkaar zo’n 800 gulden kosten. Temminck heeft de zaagmolenaar betaald, dat gaat om ongeveer 290 gulden. Margaretha heeft net 4000 gulden ontvangen, maar dat verdwijnt snel op deze manier. Het hout dat in Amsterdam ligt, dat Margaretha nog wilde gebruiken is ook volgens de secretaris te slecht om te gebruiken.Het zit vol kwasten en het is krom. Dat kan dus beter maar verkocht worden. Elke cent is welkom.

Brieffragment slechte hout

[het gekochte hout, de saech blocke die van ons
noch tot Amsterdam legge seijt schut en ook de
seeckreetaris dat ons nergens toe konne die
=net ijae selfs niet om latten af te saechge om ondert panne
dack te legge om datse te vol quaste en
te krom sijn so datse toe boere huijse
selfs onbequaam zijn en ons best is die te
verhandelen

Aan een water ligt links een schuur een rechts een houten constructie. Op de achtergrond een grote molen.
Gezicht op een zaagmolen buiten de Utrechtsepoort, Cornelis Buys, 1756-1826. Collectie Rijksmuseum.

Het weer zit wel erg tegen

Margaretha klaagt steen en been over het weer. Het waait, het sneeuwt, het hagelt, het regent, het onweert. De wegen zijn modderpoelen, er kan geen aarde weggereden worden, er kan geen steen aangevoerd worden voor de metselaars. Kortom, de werklui krijgen zo niets voor elkaar. Margaretha voelt zich duidelijk schuldig want dit kost allemaal geld. Als het even kan, belooft ze, dan zorgt ze dat het werk doorgaat. Daar moet Godard Adriaan het dan maar even mee doen.

Brieffragment vuil weer

wij hebbe hier alle daech sulcke onstuijmige weer
van wint hagel sneuwe en reegen ijae ock donder
en blixsem, dat geen weegen op droochgen en
wij aen geen werck konne koomen, [de]

Een landschap tijdens een wolkbreuk. Mensen rennen rond op zoek naar een schuilplaats voor de regen. Op de voorgrond een man, een vrouw en een hond onder een afdak.
Embleem: regen, Caspar Luyken, ca. 1700. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Syndicus: een syndicus ondersteunt het hof, vertegenwoordiger van een collectief, kan ook een functie zijn

Resthout en kwaliteitshout

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 14 februari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 26 februari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha valt maar weer eens gelijk met de deur in huis: ze is blij met de ingeleide procuratie (machtiging) want nu kan secretaris Van den Doorslag bij de leenkamer in Arnhem het aangekochte land overschrijven. Dit is interessant, want een machtiging zijn we nog niet eerder tegen gekomen. Bovendien gaat deze machtiging naar de secretaris en niet naar Margaretha. Eigenlijk zie je dat Margaretha volledig handelingsbekwaam wordt geacht: ze regelt de financiën van haar man als hij op missie is, ze beheert het budget voor de herbouw van het huis en ze koopt en verpacht land. Maar voor dit laatste stukje, de officiële overschrijving, is er toch een machtiging nodig. Of Margaretha niet zelf kan of wil weten we niet. Ook niet of zij zonder machtiging naar de leenkamer had gekund, maar kennelijk kan zij de secretaris niet machtigen.

Brieffragment over ingeleide procuratie

[reca. 26.februarij]
Ameronge den 14/4
febrij 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd aengenaeme vande 21/31 pasato en 4 febrijwa heb ick deese
weeck met de ingeleijde proockuraesie ontfange,
daer de seeckreetaris meede naer Aernhem sal gaen ,

Op de voorgrond een uitgesleten karrenpad. Het graanveld rechts ligt boven de weg. Helemaal rechts een boom. Links op de achtergrond de kerken en torens van Arnhem.
Gezicht op Arnhem, Aelbert Cuyp, 1630 – voor 1651. Collectie Rijksmuseum.

Pachters

Margaretha gaat vervolgens in op het aangekochte land (van Cornelis Verweij), maar ze vertelt ook hoe het staat met de verpachting van de verschillende stukken land. De verpachtingen verlopen moeizaam: ze kan geen mensen vinden die het voor het bedrag waarvoor ze grond en boerderijen eigenlijk zou willen verpachten. Het zijn zware tijden.

Brieffragment over pacht

[Eijgen is,] de lange waert is alsnoch aen ons soot
blijft sulle wij die moeten hoeijen, konent voor
Een ijaer besoecken, men kant niet geloofve hoet
hier met de landerijen gaet daer sijn so weijnich
schaeren dat ick vrees genootsaeckt te sulle sij
noch beeste ge moete koope omt sant te bescha
=eren, de bouwerij oft huijs van joost van omeren
daer wij gewoont hebbe te kan ick noch niet verhu
=eren ock de bolle niet daer so weijnich voor ge=
boode wort dat ick gereesolveert ben noch al
Een ijaer te talmen en sien wat daer van kan
maecke, [nu ick mijn reecknin op heb gemaeckt]

Tekening van een boerderij, links het woondeel met een pannendak, rechts het schuurdeel met een strodak. Het geheel lijkt nogal vervallen. Voor bij een perkje met plantjes zit een vrouw die een geit of een bok aait.
Boerderij, Jacob Constantijn Martens van Sevenhoven, 1810-1860. Collectie Centraal Museum.

Dagje Amsterdam

Hoewel het nog erg vuil weer is, zal er binnenkort weer hard gewerkt worden, dus Margaretha zou het fijn vinden als Godard Adriaan even naar de voorstellen kan kijken. Uiteindelijke heeft Margaretha de uitnodiging om naar Amsterdam te gaan toch aangenomen, alleen heeft ze er natuurlijk weer een nuttig bezoek van gemaakt. Ze is bij Temminck en bij Schut geweest en met de laatste heeft ze het vooral over hout gehad. Hij had nog geen opdracht gehad om hout te kopen voor onder het leien dak, dat heeft Margaretha hem dus nog maar even gegeven.

Eerste brieffragment over Amsterdam
Tweede brieffragment over Amsterdam

ick heb uhEd met de laeste post geschreefve dat
de heer en vrouwe van bransenburch en ginckel
hier sijnde seer begeerde ick met haer Een keer nae
Amsterdam soude doen het welcke wel gemeent
hadt te Exskuseere maer kost het niet afweese
ben met daer Eenen dach geweest, alwaer
teminck en schut heb gesproocke van al onse
affaerees, den laeste seijde tot dien tijt geen
last te hebbe om Eenich hout te koopen ijae
selfs niet tot de deelle die ondert leijdack
moete sijn, en nootsaecklijck droochge deelle
moeten weesen

heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope

Gezicht van de Amstelbomen op de Blauwbrug. Links de kop van de westelijke stadswal met twee bakens, daarachter huizen aan de Binnen-Amstel. Achter de brug van links naar rechts drie gevels aan de Zwanenburgwal, het Diaconieweeshuis en een rij woonhuizen tussen de Amstel en de Zwanenburgerstraat.
De Amstel bij de Blauwbrug, Jan van Kessel, 1664. Collectie: Stadsarchief Amsterdam. Het vijfde huis van rechts voor het open erf werd gebouwd door Hendrik Schut en door hem bewoond.

Resthout

Daarnaast hebben ze overlegd wat te doen met de 24 blokken hout die nog bij de zaagmolen liggen. Margaretha denkt dat ze er te weinig geld voor krijgt, dus ze kunnen ze altijd nog gebruiken onder het pannendak of anders voor de boeren huizen die ze nog in het dorp moeten timmeren.

Brieffragment over resthout


[heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope]
en overleijt wat men verders met de 24 blocke
hout die daer noch aende saech moolle legge sal
doen, verstaen dat die niet meer als 9 a 10
f, het stuck konne gelde dat mijns oordeels
veel te weijnich is, heb hem geseijt die noch te
houde, en voor Eerst daer wt te saechge de
latte die ondert panne dack van noode sule
sijn, het overijge sal ons so die niet bequaem
sijn tot deelle tot de solderin vande stal, wel
tot boere huijse die wij noch int dorp sulle
metter tijt moete timere wel te pas koome
, sulle, [dat den heere keurvorst uhEd so veel]

Een grote groene molen tegen een stedelijke achtergrond. Voor de molen liggen allemaal planken, balken en stammen.
De paltrokmolen “de Kieviet” aan de Zaagmolensloot (later Gerard Doustraat), F.W. Zürcher, ca. 1875-1883. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Kwaliteitshout

Margaretha is zeer content met de hoeveelheid hout die van de Keurvorst van Brandenburg komt. Ze hoopt alleen wel dat het kwaliteitshout is: gaaf en zonder knoesten. Schut waarschuwt ook dat ze recht gezaagd moeten worden, want als er bij het kantrechten (het recht zagen of hakken van de bolle kanten van de stam) niet opgelet wordt, verlies je veel hout! Ze is al bezig met de vloer van het salet (de grote zaal): er zijn meer planken nodig dan de breedte van de zaal, want de planken zullen nog krimpen.

Brieffragment over kwaliteitshout

[, sulle,] dat den heere keurvorst uhEd so veel
pruijse deelle heeft verEert sal ons heel wel
koomen hoope die gaef en sonder knoeste sulle
sijn, schut seijt ock dat imers en voor al wel
dient gelet te worde dat de pruijse deelle
recht gesaecht worde want dat die anders te
veel int kant rechte vande selfve verliese
daer sulle ock al Eenige meer als tot het
belegge van breete vant salet moete sijn
voort krimpe vande deelle, [ick wilde niet]

Een sloot, met op de voorgrond eendjes. Aan de rechterkant van de sloot staan drie molens op rij. Bij de eerste molen zien we duidelijk ook het woonhuis en de schuurtjes. Na de eerste molen gaat er een hoog bruggetje over de sloot. Achter de molens staan woonhuizen. Op de linker oever van de sloot staat een knotwilg.
Molens “de Oranjeboom”, “de Zwaan”, en “de Jonge Visscher”, Cornelis Pronk, 1741. Collectie Amsterdams Archief. Het hout voor Amerongen werd bij “de Jonge Visscher” gezaagd.

Paardenmarkt

Al met al was het dus een heel erg zinvol bezoek aan Amsterdam. Zoon en schoondochter en de Brantsenburgjes zijn inmiddels weer weg, maar Van Ginkel komt komende week nog weer langs om naar de Utrechtse paardenmarkt te gaan.

Laatste regel brieffragment over Amsterdam en paardenmarkt

[voort krimpe vande deelle,] ick wilde niet
of waer tot Amsterdam geweest dat ick
met schut gesproocke heb is de reijs wel waert
de heer en vrou van bransenburch sijn Eergis
=teren vertrocke, de heer en vrou van ginckel
vandaech, doch d heer van ginckel komt
int laest vande toekoomende weeck weer om

op de wttrechtse paerde mart te gaen, [ick had]

Op een groot plein is een paardenmarkt bezig. Op de voorgrond staat een bruinwit paard dat kijkt naar een kleine jongen. Een man met een donkerbruin paard aan de hand kijkt naar de jongen. Tussen de paarden zijn veel mensen te zien.
Paardenmarkt op het Vredenburg te Utrecht, Klaas van Vliet, ca. 1880. Collectie Centraal Museum.

Godard Adriaan’s naam is genoemd

Margaretha had gehoopt dat Godard Adriaan in de zomer thuis zou komen, maar in de diplomatieke stoelendans is zijn naam weer eens genoemd. Het schijnt dat Everard van Weede van Dijkeveld naar Spanje gaat en Godard Adriaan zou naar Denemarken gaan. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk zou dan naar Frankrijk gaan. Het schijnt dat Van Beuningen zich daar hard voor gemaakt heeft, onder invloed van drie dames die samen lijken te spannnen. Volgens Margaretha wordt daar erg om gelachen. Cornelis van Aerssen schijnt in de Ridderschap van Holland te willen, Margaretha denkt niet dat hem dat zal lukken.

Brieffragment over diplomatieke stoelendans

[op de wttrechtse paerde mart te gaen,] ick had
gehoopt uhEd teegens de soomer weer hier sou
=de geweest sijn, maer hoore dat men inde haech
spreeckt van Een Ambassaede naer spange
en naer deenmercke te sende de Eerste wort
gesproocke vande heer van dijckvelt te sende
en, de ander van uhEd voort naer deenmercke
,den heer van someldijck seijt me dat naer
vranckrijck voor ordinaris Ambassadeur
gaet dat van beuninge soude bestelt hebbe
gedreefve sijnde door sijentge feerens1Onbekend , en
besteecke door de vrou van potshoeck2Onbekend ende vrou
van langeraeck3Anna Juliana Ferens die geduerich bij Een sijn,
hier wort als uhEd kan dencke seer om gelachge

Portret van Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk. Sedert 1683 gouverneur van Suriname. Heupstuk, staande in wapenrusting naar links. Links een gepluimde helm. Commandostaf in de rechterhand, de linkerhand in de zij. Linksboven het familiewapen op een zuil.
Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk, Anoniem, ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.

Jicht

De keurvorst van Brandenburg blijkt aan jicht te lijden en uiteraard leeft Margaretha met hem mee. Oh, en van Michiel Matthias Smidts hoort Margaretha ook niets, die zit waarschijnlijk nog in Breda. Waarom ze deze brief afscheid neemt van de hoogedelgeboren heer en niet van ‘Mijn heer’ zullen we waarschijnlijk nooit weten.

Brieffragment over Keurvorst en Michiel M Smidts

dat de liede seer swaer sal valle, het
doet mij van harte leet men heer de keurvorst
weer aent poodegra leijt de heer almachtich
wil sijn keurforstlijcke pijne verlichte, inwiens
heijlige bescherminge uhEd beveelle, blijfve

hoochEdelgeboore heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

van boumeester
hoor ick niet geloof
hij noch te breeda is

Op een vooruit springend lichtbruin paard met zwarte manen en zwarte staart zit een man in harnas. Hij kijkt ons strak aan en heeft in zijn linkerhand de teugels en in zijn rechterhand een maarschalkstaf. Op de achtergrond vindt een veldslag plaats. Links boven twee engeltjes die een wapen met een staf en een kroon erboven en een (zijn?) helm vasthouden.
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen
  • 1
    Onbekend
  • 2
    Onbekend
  • 3
    Anna Juliana Ferens

Recente reacties

  1. Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep

  2. Politiek gezien is er weinig veranderd. Baantjes die worden vergeven.

  3. Ik zal eens bij de slager vragen of er nu nog paterstukken te koop zijn.

  4. van Beusinchem komt niet voor in de staten van oorlogh. Dus kan je aannemen dat van Ginckel de zoon niet…

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén