De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Jicht

Zieke mensen, kreupele paarden en ongeschikt hout

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 februari 1680 Utrecht
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 3 maart 1680
Lees hier de originele brief

Godard Adriaan was ziek en Margaretha heeft zich zoveel zorgen gemaakt. Zoveel dat andere mensen dat zullen bevestigen. Gelukkig gaat het nu weer goed met Godard Adriaan. Margaretha hoopt Godard Adriaan gezond blijft en ook weer bij haar thuis komt. Het moet wel heel lastig voor Godard Adriaan geweest zijn, dat ook zijn trouwe Jenneke ziek was. Hopelijk gaat met haar ook weer beter.

[reca. 3e. Martij]
wttrecht den 26/16
febrijwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd briefve vande 7 en 14 deeser heb ick deese
verleede
weeck ontfange, het doet mij leet wt de laeste te sien
uhEd niet wel sijt geweest, maar verblijt mij weer dat het
beeter is en hoope het weer wel sal sijn, tis of mijn geest ge
tuijcht heeft, de heer en vrou van bransenburch1Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye als ock onse soon sal
konne segge hoe ongerust ick recht om die tijt dat uhE
niet wel waert, was, de heere hoope ick sal deselfve voort
in gesontheijt behoude en bij ons weer laete koomen, mij
ijamert ock jenken niemans en geloof uhEd om haer sieckte
al seer verleege sijt geweest hoope sij ock weer wel sal
sijn, [ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou]

Brieffragment ziekte Godard Adriaan en Jenneke
Een bleke pop van een vrouw met een strak lijfje, smalle taille en een wijde geruite rok met een geruit schort. Op haar hoofd draagt ze een kap.
Pop, voorstellende een eenvoudige vrouw (meid?), anoniem, ca. 1750. Collectie Rijksmuseum.

Paardenmarkt

Margaretha is in Utrecht en daar is de paardenmarkt. Zoon van Ginkel had al aangegeven dat hij paarden wilde kopen, en ook Margaretha zelf zal kijken of ze een paar paarden kan verkopen of anders kan ruilen tegen koetspaarden. Ze wil vooral af van de schimmel van Godard Adriaan met het dikke been.

Brieffragment plannen paardenmarkt

[sijn,] ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou
van ginckel den Eerste komt hier op de paerde mart, sal
sien den witte diet been noch seer dick heeft met noch
twee van onse bou of kar paerde die niet bij sonders sijn
te verkoope of verruijlle en weer twee koetpaerde voor
mijn inde plaets te krijgen, [ick heb gistere avont met]

In een open koets zitten een dame en een heer, de twee schimmels voor de koets steigeren, bij het achterwiel staat een jongen in lompen. Links het koor van een kerk, rechts op de achtergrond de kerktorens van een stad.
Jongetje bedelend bij de koets van een elegant paar, Gesina ter Borch, 1660-ca.1685. Collectie Rijksmuseum.

Geld en hout

Secretaris Van den Doorslagh is meegereden naar Utrecht en is door gegaan naar Amsterdam om van alles met Schut te over leggen. Bovendien brengt hij geld naar Temminck die dan weer wissels voor Godard Adriaan kan regelen. Dat betekent wel dat Margaretha nu zonder geld zit, dus Godard Adriaan moet maar weer een ordinantie regelen.

Schut heeft trouwens gezegd dat hij alleen hout kan kopen met contant geld. En er is veel hout nodig: voor onder de leien daken van de paviljoens, de kruisvensters moeten nog gemaakt worden en er zijn nog deuren nodig. Schut moet maar even kijken of ze nog iets kunnen met die 24 blokken die nog bij de zaagmolen liggen. Misschien kunnen die op het dak van de stal. En daarvoor heeft ze ook 13.000 blauwe dakpannen besteld: 25 gulden per duizend pannen.

Eerste brieffragment hout en pannen
Tweede brieffragment hout en pannen

, meester schut schrijft ock dat het tot serdam2Mogelijk Zaandam? en Amsterdam
teegenwoordich so kluchtich is dat hij daer geen hout kan
koopen als met kontant gelt, en wij moete noch droochge deele

om ondert pannedack leijdack te legge en hout tot kruijs
raemte inde pavelijoens en tot de deure hebbe, dat noch
al wat bedraechge sal, of ick heb aen schut belast
dat hij sal sien of hij de saech blocke die noch tot
24 int getal tot Amsterdam van ons legge en
so hij seijt onbequaem sijn voor ons te verwercke
kan teegens deelle om op de stal te legge verwis
=selen [en de seekreetaris belast te sien of dit]

in het midden een breed gebouw met hoge boogramen en -deuren. Het heeft geen verdieping maar in het pannendak zitten drie koeken. In het midden staat een klokkenstoel. Aan weerszijde van het lange gebouw staat een vierkant gebouw met twee verdiepingen en een pyramidedak met leien. Elk dak heeft een koekoek en boven op de punt staat en schoorsteen. Voor het middelste gebouw ligt een vol terras waarom de mensen genieten van de laagstaande avondzon. Op de achtergrond bomen in herfstkleuren rondom een weidelandschap. Helemaal op de achtergrond de glooiing van de Utrechtse Heuvelrug.
Stallen met aan weerszijde een paviljoen bij Kasteel Amerongen, 2025. Foto: Annemiek Barnouw. Duidelijk te zien zijn de pannen op de stallen en de leien op de paviljoens.

Rekenmeester en Procureur-generaal

Het rekenmeesterschap begint een soort soap te worden: iedereen draait nog steeds om elkaar heen. Godard Adriaan heeft al voor hij weg ging advies gegeven, maar kennelijk heeft Willem III nog steeds niets geregeld. Volgens de tamtam zal het waarschijnlijk Van der Straten3Willem van der Straaten worden. Kan Godard Adriaan de heer van Dukenburg4Carel Valckenaar niet melden dat hij Van der Straten voorgedragen heeft? Dan kan hij dat ook doen.

Oh, en procureur-generaal Van Wesel is ook overleden. Heel zielig allemaal, zijn weduwe met zes kinderen, maargoed ook díe functie komt vrij en daarvoor heeft Van Ginkel Everard Becker aangeraden. Dat zullen ook de heren van Zuylestein en Bergestein doen, maar het blijft toch afwachten wat Willem III daarmee doet.

Brieffragment procureur generaal

den goede prockereur geneerael weesel heeft het aff
geleijt en is inde voorleedene weeck met volle verstant gestorfve laet
Een bedroefde weeduwe met ses kindere naer
die mij haermans b doot door haer brief heeft verwit
=ticht en haer kinderen in uhEd gunst seer reecko
=mandeert ick heb haer den rou weesen beklagen,
vont se wtneement bedroeft, de heer van ginckel
heeft becker aen sijn hoocheijt gereeckomandeert,

Rond een bed staan diverse mensen. Een vrouw heeft haar arm om het hoofd van de man in bed geslagen. Aan het voeteneind staat een man in het zwart. Op een tafel voor het bed staan diverse kannen.
Dood van een man, Moses ter Borch, ca. 1662 – voor 1667. Collectie Rijksmuseum.

Nog een keer de paardenmarkt

Kennelijk schrijft Margaretha in etappes, want inmiddels is Van Ginkel terug van de paardenmarkt. Hij was niet succesvol. Alle goede paarden worden door de Fransen opgekocht en voor de minder goede paarden betaalt men niet genoeg. Daar begint Margaretha niet aan, ze moeten maar zien hoe ze het redden.

 Brieffragment resultaat paardenmarkt

[verwachte wat daer van sal koomen,] de heer
van ginckel heeft noch int koope vande paerde voor
mij niet konne te rechte koome goije paerde sijn heeft
dier en worde door franse seer op gekocht, en die
wat aen gebreecke kan men voor geen gelt quijt
worde, voor uhEd wit of grau paert met het
dick been durfvense 5 rijxsdaelders bieden,
wij moeten sien hoe wijt maecke konne daer
geen dienst van trecke, hier meede blijf
Men heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Een man in een beige pak heeft zijn hoed en zijn zweep in zijn rechthand. Met zijn linker hand houdt hij een schimmel met bruine vlekken die opgetuigd is vast. Het paard stapt vooruit.
Ruiterportret, anoniem, 1700-1799. Collectie: Kasteel Amerongen.
  • 1
    Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye
  • 2
    Mogelijk Zaandam?
  • 3
    Willem van der Straaten
  • 4
    Carel Valckenaar

Resthout en kwaliteitshout

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 14 februari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 26 februari 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha valt maar weer eens gelijk met de deur in huis: ze is blij met de ingeleide procuratie (machtiging) want nu kan secretaris Van den Doorslag bij de leenkamer in Arnhem het aangekochte land overschrijven. Dit is interessant, want een machtiging zijn we nog niet eerder tegen gekomen. Bovendien gaat deze machtiging naar de secretaris en niet naar Margaretha. Eigenlijk zie je dat Margaretha volledig handelingsbekwaam wordt geacht: ze regelt de financiën van haar man als hij op missie is, ze beheert het budget voor de herbouw van het huis en ze koopt en verpacht land. Maar voor dit laatste stukje, de officiële overschrijving, is er toch een machtiging nodig. Of Margaretha niet zelf kan of wil weten we niet. Ook niet of zij zonder machtiging naar de leenkamer had gekund, maar kennelijk kan zij de secretaris niet machtigen.

Brieffragment over ingeleide procuratie

[reca. 26.februarij]
Ameronge den 14/4
febrij 1680

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd aengenaeme vande 21/31 pasato en 4 febrijwa heb ick deese
weeck met de ingeleijde proockuraesie ontfange,
daer de seeckreetaris meede naer Aernhem sal gaen ,

Op de voorgrond een uitgesleten karrenpad. Het graanveld rechts ligt boven de weg. Helemaal rechts een boom. Links op de achtergrond de kerken en torens van Arnhem.
Gezicht op Arnhem, Aelbert Cuyp, 1630 – voor 1651. Collectie Rijksmuseum.

Pachters

Margaretha gaat vervolgens in op het aangekochte land (van Cornelis Verweij), maar ze vertelt ook hoe het staat met de verpachting van de verschillende stukken land. De verpachtingen verlopen moeizaam: ze kan geen mensen vinden die het voor het bedrag waarvoor ze grond en boerderijen eigenlijk zou willen verpachten. Het zijn zware tijden.

Brieffragment over pacht

[Eijgen is,] de lange waert is alsnoch aen ons soot
blijft sulle wij die moeten hoeijen, konent voor
Een ijaer besoecken, men kant niet geloofve hoet
hier met de landerijen gaet daer sijn so weijnich
schaeren dat ick vrees genootsaeckt te sulle sij
noch beeste ge moete koope omt sant te bescha
=eren, de bouwerij oft huijs van joost van omeren
daer wij gewoont hebbe te kan ick noch niet verhu
=eren ock de bolle niet daer so weijnich voor ge=
boode wort dat ick gereesolveert ben noch al
Een ijaer te talmen en sien wat daer van kan
maecke, [nu ick mijn reecknin op heb gemaeckt]

Tekening van een boerderij, links het woondeel met een pannendak, rechts het schuurdeel met een strodak. Het geheel lijkt nogal vervallen. Voor bij een perkje met plantjes zit een vrouw die een geit of een bok aait.
Boerderij, Jacob Constantijn Martens van Sevenhoven, 1810-1860. Collectie Centraal Museum.

Dagje Amsterdam

Hoewel het nog erg vuil weer is, zal er binnenkort weer hard gewerkt worden, dus Margaretha zou het fijn vinden als Godard Adriaan even naar de voorstellen kan kijken. Uiteindelijke heeft Margaretha de uitnodiging om naar Amsterdam te gaan toch aangenomen, alleen heeft ze er natuurlijk weer een nuttig bezoek van gemaakt. Ze is bij Temminck en bij Schut geweest en met de laatste heeft ze het vooral over hout gehad. Hij had nog geen opdracht gehad om hout te kopen voor onder het leien dak, dat heeft Margaretha hem dus nog maar even gegeven.

Eerste brieffragment over Amsterdam
Tweede brieffragment over Amsterdam

ick heb uhEd met de laeste post geschreefve dat
de heer en vrouwe van bransenburch en ginckel
hier sijnde seer begeerde ick met haer Een keer nae
Amsterdam soude doen het welcke wel gemeent
hadt te Exskuseere maer kost het niet afweese
ben met daer Eenen dach geweest, alwaer
teminck en schut heb gesproocke van al onse
affaerees, den laeste seijde tot dien tijt geen
last te hebbe om Eenich hout te koopen ijae
selfs niet tot de deelle die ondert leijdack
moete sijn, en nootsaecklijck droochge deelle
moeten weesen

heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope

Gezicht van de Amstelbomen op de Blauwbrug. Links de kop van de westelijke stadswal met twee bakens, daarachter huizen aan de Binnen-Amstel. Achter de brug van links naar rechts drie gevels aan de Zwanenburgwal, het Diaconieweeshuis en een rij woonhuizen tussen de Amstel en de Zwanenburgerstraat.
De Amstel bij de Blauwbrug, Jan van Kessel, 1664. Collectie: Stadsarchief Amsterdam. Het vijfde huis van rechts voor het open erf werd gebouwd door Hendrik Schut en door hem bewoond.

Resthout

Daarnaast hebben ze overlegd wat te doen met de 24 blokken hout die nog bij de zaagmolen liggen. Margaretha denkt dat ze er te weinig geld voor krijgt, dus ze kunnen ze altijd nog gebruiken onder het pannendak of anders voor de boeren huizen die ze nog in het dorp moeten timmeren.

Brieffragment over resthout


[heb hem nu apseluijte last gegeefve die te koope]
en overleijt wat men verders met de 24 blocke
hout die daer noch aende saech moolle legge sal
doen, verstaen dat die niet meer als 9 a 10
f, het stuck konne gelde dat mijns oordeels
veel te weijnich is, heb hem geseijt die noch te
houde, en voor Eerst daer wt te saechge de
latte die ondert panne dack van noode sule
sijn, het overijge sal ons so die niet bequaem
sijn tot deelle tot de solderin vande stal, wel
tot boere huijse die wij noch int dorp sulle
metter tijt moete timere wel te pas koome
, sulle, [dat den heere keurvorst uhEd so veel]

Een grote groene molen tegen een stedelijke achtergrond. Voor de molen liggen allemaal planken, balken en stammen.
De paltrokmolen “de Kieviet” aan de Zaagmolensloot (later Gerard Doustraat), F.W. Zürcher, ca. 1875-1883. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Kwaliteitshout

Margaretha is zeer content met de hoeveelheid hout die van de Keurvorst van Brandenburg komt. Ze hoopt alleen wel dat het kwaliteitshout is: gaaf en zonder knoesten. Schut waarschuwt ook dat ze recht gezaagd moeten worden, want als er bij het kantrechten (het recht zagen of hakken van de bolle kanten van de stam) niet opgelet wordt, verlies je veel hout! Ze is al bezig met de vloer van het salet (de grote zaal): er zijn meer planken nodig dan de breedte van de zaal, want de planken zullen nog krimpen.

Brieffragment over kwaliteitshout

[, sulle,] dat den heere keurvorst uhEd so veel
pruijse deelle heeft verEert sal ons heel wel
koomen hoope die gaef en sonder knoeste sulle
sijn, schut seijt ock dat imers en voor al wel
dient gelet te worde dat de pruijse deelle
recht gesaecht worde want dat die anders te
veel int kant rechte vande selfve verliese
daer sulle ock al Eenige meer als tot het
belegge van breete vant salet moete sijn
voort krimpe vande deelle, [ick wilde niet]

Een sloot, met op de voorgrond eendjes. Aan de rechterkant van de sloot staan drie molens op rij. Bij de eerste molen zien we duidelijk ook het woonhuis en de schuurtjes. Na de eerste molen gaat er een hoog bruggetje over de sloot. Achter de molens staan woonhuizen. Op de linker oever van de sloot staat een knotwilg.
Molens “de Oranjeboom”, “de Zwaan”, en “de Jonge Visscher”, Cornelis Pronk, 1741. Collectie Amsterdams Archief. Het hout voor Amerongen werd bij “de Jonge Visscher” gezaagd.

Paardenmarkt

Al met al was het dus een heel erg zinvol bezoek aan Amsterdam. Zoon en schoondochter en de Brantsenburgjes zijn inmiddels weer weg, maar Van Ginkel komt komende week nog weer langs om naar de Utrechtse paardenmarkt te gaan.

Laatste regel brieffragment over Amsterdam en paardenmarkt

[voort krimpe vande deelle,] ick wilde niet
of waer tot Amsterdam geweest dat ick
met schut gesproocke heb is de reijs wel waert
de heer en vrou van bransenburch sijn Eergis
=teren vertrocke, de heer en vrou van ginckel
vandaech, doch d heer van ginckel komt
int laest vande toekoomende weeck weer om

op de wttrechtse paerde mart te gaen, [ick had]

Op een groot plein is een paardenmarkt bezig. Op de voorgrond staat een bruinwit paard dat kijkt naar een kleine jongen. Een man met een donkerbruin paard aan de hand kijkt naar de jongen. Tussen de paarden zijn veel mensen te zien.
Paardenmarkt op het Vredenburg te Utrecht, Klaas van Vliet, ca. 1880. Collectie Centraal Museum.

Godard Adriaan’s naam is genoemd

Margaretha had gehoopt dat Godard Adriaan in de zomer thuis zou komen, maar in de diplomatieke stoelendans is zijn naam weer eens genoemd. Het schijnt dat Everard van Weede van Dijkeveld naar Spanje gaat en Godard Adriaan zou naar Denemarken gaan. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk zou dan naar Frankrijk gaan. Het schijnt dat Van Beuningen zich daar hard voor gemaakt heeft, onder invloed van drie dames die samen lijken te spannnen. Volgens Margaretha wordt daar erg om gelachen. Cornelis van Aerssen schijnt in de Ridderschap van Holland te willen, Margaretha denkt niet dat hem dat zal lukken.

Brieffragment over diplomatieke stoelendans

[op de wttrechtse paerde mart te gaen,] ick had
gehoopt uhEd teegens de soomer weer hier sou
=de geweest sijn, maer hoore dat men inde haech
spreeckt van Een Ambassaede naer spange
en naer deenmercke te sende de Eerste wort
gesproocke vande heer van dijckvelt te sende
en, de ander van uhEd voort naer deenmercke
,den heer van someldijck seijt me dat naer
vranckrijck voor ordinaris Ambassadeur
gaet dat van beuninge soude bestelt hebbe
gedreefve sijnde door sijentge feerens1Onbekend , en
besteecke door de vrou van potshoeck2Onbekend ende vrou
van langeraeck3Anna Juliana Ferens die geduerich bij Een sijn,
hier wort als uhEd kan dencke seer om gelachge

Portret van Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk. Sedert 1683 gouverneur van Suriname. Heupstuk, staande in wapenrusting naar links. Links een gepluimde helm. Commandostaf in de rechterhand, de linkerhand in de zij. Linksboven het familiewapen op een zuil.
Cornelis van Aerssen (1637-88), heer van Sommelsdijk, Anoniem, ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.

Jicht

De keurvorst van Brandenburg blijkt aan jicht te lijden en uiteraard leeft Margaretha met hem mee. Oh, en van Michiel Matthias Smidts hoort Margaretha ook niets, die zit waarschijnlijk nog in Breda. Waarom ze deze brief afscheid neemt van de hoogedelgeboren heer en niet van ‘Mijn heer’ zullen we waarschijnlijk nooit weten.

Brieffragment over Keurvorst en Michiel M Smidts

dat de liede seer swaer sal valle, het
doet mij van harte leet men heer de keurvorst
weer aent poodegra leijt de heer almachtich
wil sijn keurforstlijcke pijne verlichte, inwiens
heijlige bescherminge uhEd beveelle, blijfve

hoochEdelgeboore heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

van boumeester
hoor ick niet geloof
hij noch te breeda is

Op een vooruit springend lichtbruin paard met zwarte manen en zwarte staart zit een man in harnas. Hij kijkt ons strak aan en heeft in zijn linkerhand de teugels en in zijn rechterhand een maarschalkstaf. Op de achtergrond vindt een veldslag plaats. Links boven twee engeltjes die een wapen met een staf en een kroon erboven en een (zijn?) helm vasthouden.
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen
  • 1
    Onbekend
  • 2
    Onbekend
  • 3
    Anna Juliana Ferens

Recente reacties

  1. Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep

  2. Politiek gezien is er weinig veranderd. Baantjes die worden vergeven.

  3. Ik zal eens bij de slager vragen of er nu nog paterstukken te koop zijn.

  4. van Beusinchem komt niet voor in de staten van oorlogh. Dus kan je aannemen dat van Ginckel de zoon niet…

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén