Mijn heer en lieste hartge

Tag: Hardsteen Pagina 1 van 2

En… Actie!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 28 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 1 april 1677
Lees hier de originele brief

Er is nauwelijks tijd voor een inleiding, het is tijd voor actie.

Mannen…

Het schip met hardsteen dat in Utrecht aangekomen is, licht te diep om helemaal naar Amerongen door te varen. Het schip ligt namelijk wel vijf voet diep en op de rivier staat er nauwelijks vier voet water. Moeilijk, moeilijk. De schipper is met de knechts van de steenhouwer naar Amerongen gekomen om het allemaal eens goed te bekijken. Volgens mij vindt Margaretha het allemaal maar onzin, want ze stuurt ze terug naar de vaart om alles nog eens goed te bekijken en anders een deel van de stenen in een klein bootje over te laden en achter het grote schip te hangen. Probleem opgelost.

Brieffragment diepgang schip met stenen

[laeste die vande 20 dees is geweest beantwoort,] soedert is het
Eerste schip met de hartsteene en verdere in ladine aende
vaert gekoome beijdede knechts van ijan prang sijn giste
=re hier geweest met de schipper die vreesde met sijn
volle laedine niet hier te sulle konne koome ver
midts so hij seijt hier op de revier naulijxs 4 voet
water is en dat sijn schip met sijn volle ladine
wel 5 voet diep gaet, ick heb vandaech de see
=kreetaris met beijde de knechts van ijan prang
naer de vaert gesonde om op alles klaere inspexsi
te neeme, en des noots sijnde, Eenige vande rouwe
hartsteene wt te lichte en in Een boottge of kleijn
vaertuijch achter aent schip te laeten volgen, [voort]

Een aak met gestreken zeilen ligt op rustig water. Er staat een man aan het roer en op de plecht zijn twee personen bezig. Naast de aak ligt een klein bootje.
Aak met een man aan het roer, Cornelis Saftleven, 1619-1685. Collectie: Rijksmuseum.

De secretaris

Margaretha hoopt dat de andere schepen nu ook aangekomen zijn aan de Vaart, want de secretaris is daar nu toch en die zal dan in ieder geval orde op zaken kunnen stellen. Ze hoopt het eigenlijk ook omdat ze zich zorgen maakt over de andere schepen: het is zulk slecht weer…

Brieffragment andere schepen

[ordere op alles te stelle,] ick hoope daer nu noch meer
scheepe sulle aengekoome sijn en dat de seekreeta
=ris daer sijnde, met Eene ordere, op deen en dande sal
konne stelle, ick sal blijde sijn als dandere scheepe
almeede hier int lant sonder ongeluck sulle sijn ge
arijveert want t heeft en is waer onweer en tempeest
geweest dat mij seer bekomerder [het is mijn lief uhE]

Een schilderij in grijs en bruin tinten. Op de voorgrond donkere rotsen, in de verte een berg. Daar tussen een woeste en wilde zee. De lucht is donker, maar er is één lichte plek van waaruit een bliksemschicht komt die een schip raakt in de verte.
Storm op zee; een schip wordt getroffen door onweer, Lorenz Adolph Schönberger, 1799. Collectie: Albertina Wenen.

Metselaars

Rietvelt is net weer weg en zoals verwacht heeft Margaretha haar plannen door gezet. Of Rietvelt het met haar eens was of dat ze hem moest overtuigen, vertelt haar brief niet. Wat fijn is dat ze nu concreet gemaakt hebben hóe ze aan de schoorstenen en gewelven gaan beginnen. Eerst komen er drie tot zes opperlieden om ter voorbereiding kalk klaar te maken, daarna komen er tien tot twaalf metselaars om aan het werk te gaan. Margaretha is zelf ook druk met de voorbereidingen, zodat ze zometeen ook echt gelijk aan het werk kunnen.

Een prent waarin allerlei metselaarsgereedschap samengevoegd is tot een sierlijk patroon. Onder andere zijn verwerkt: verschillende hamers en troffels, peilloodjes, winkelhaken, scheppen en allerlei andere gereedschappen.
Trofee met metselaarsgeerdschap, Johannes of Lucas van Doetechum, 1572. Collectie Rijksmuseum.
Brieffragment voorbereiding werk

[en sal dan ock wt geleijt sijn,] rietvelt is weer
naer Amsterdam, sal int lest vande toekoomende
weeck 3 a 6 opperlie om bij proovijsie kalck te
bouwe sende, en selfver acht dage daer naer
met 10 a 12 metselaers knechts of truijfels te
volgen om dan aent werck te gaen en te gelijck
de schoorsteene diet noodichste werck is wtte
haelle en aende wulfsels vande kelders te be
ginne, ondertusche ben ick nu beesich om alle
gereetschappe te maecken en de behoeftich=
=heede tot het werck bij de hant te brenge, [in]

Zand

Het enige dat lastig is om voor te bereiden is de hoeveelheid kalk en zand. Rietveld heeft gezegd dat hij HEEL VEEL nodig heeft voor de gewelven. Maar waar moet ze dat vandaan halen? Toen ze de vijver (wij noemen dat de gracht) had laten uitgraven heeft ze ernaar laten graven, maar het lag zo diep, dat ze er niet bij kwamen. Ook hiervoor heeft Margaretha gelukkig weer een oplossing gevonden. Ze haalt het zand van de Amerongse berg! In die tijd was dat voor een groot deel heideachtig landschap met een goede zandgrond. Nu ligt er een prachtig bos, maar eronder nog steeds die zandgrond. Ze heeft Rietvelt naar de berg gestuurd en die vond dat het heel goed zand was. Er wordt door arbeiders al vast gegraven en dan kan ze maandag wagens gaan laten rijden om het naar het kasteel te brengen.

Eerste brieffragment zand

[=heede tot het werck bij de hant te brenge,] in
sonderheijt het sant tot de kalck ende wulfsels vande
kelders daer rietvelt seijt Een groote quantiteijt
toe van doen te hebbe, het welcke hier bij de hant
niet meer datter bequaem toe is, te vinde is, ick
heb der al int voltrecke vande nieuwe vijfver
naer laete graefve maert sant leijt daer so
diep dat ment niet kan bekoomen, waerom
ick gereesolveert1Resolveren: Besluiten ben toekoomende maendach
15 a 16 bee wagens te laete rijde en so veel laeijers

Tweede brieffragment zand

te laete koome en sien so Een houde of twee voer sant vande berch te
laeten haelle ent bijt werck neer te legge, ick heb rietvelt
aende berch gesonde omt sant te besien die gseijt het daer heel
goet en beeter is als dat wij verwerckt hebbe, ick heb der nu
al twee dage 4 arbeijders gehadt die sant vast wt schiete
ehEd sou niet geloofve wat al werck hier dagelijcks voor valt
en wat de arbeijders kosten, [die knecht daer ick uhEd voor]

Een heuvelig groen heidelandschap met op de achtergrond bomen. Op de voorgrond is een deel van de heide afgegraven zie je het witte zand onder grijze en de bruingrijze lagen van de heide en de bodem daaronder.
Zandafgraving, Johannes Tavenraat, 1839. Collectie Rijksmuseum.

Charmante jongeman

Margaretha komt nog een keer terug op de jongeman die kamerling wilde worden. Ze schrijft alsof het in een vorige brief stond, maar Godard Adriaan moet echt even zoeken in zijn archief. Ze noemde hem op 6 oktober 1676…. Nou, die Dulckes is nog eens langs geweest en hij heeft gevraagd of hij naar Bremen mag komen. Margaretha overlaadt de arme jongeman met superlatieven. Zou hij echt zo goed zijn, vindt Margaretha hem gewoon heel erg leuk of vindt ze dat Godard Adriaan toe is aan een extra kamerling? Waarschijnlijk het laatste. Hij is kort van persoon (klein manneke), maar slim en actief. En als kers op de taart schrijft hij heel netjes! Godard Adriaan moet maar laten weten wat hij belieft.

Brieffragment kamerling

[en wat de arbeijders kosten,] die knecht daer ick uhEd voor
dees van heb geschreefve die bij de peninmeester Adrijchem
woont is heede geweest versoeckt noch bij uhEd als kam
=merlin te mogge sijn en te weeten of hij hem op uhEd dienst
sou mooge verlaeten of dat hij te breeme bij uhEd mochte koo
men, hij wort seer gepreesen heeft heelle goede mijnen is
kort van Persoon maer schijnt verstant te hebbe en acktijf
te sijn, uhEd belieft Eens te overdencke of niet geraetsaem
is hem aen te neemen want als uhEd thuijs komt sal Een
kamerlin moeten hebbe en hij schrijft sose g segge Een heele
goede hant, men kan altijt so op sijn slach niet komen
sal uhEd beliefve hier op met de naeste post verwachte en
blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor

In een interieur versnijdt een schrijver zijn pen. Hij zit aan een tafel bij het venster, boven de tafel een spiegel waarin het gezicht van de man te zien is. Op tafel een inktstel, rechts ligt een jas over de stoel.
Een schrijver die zijn pen versnijdt, Jan Ekels (II), 1784. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Resolveren: Besluiten

Vreedzame harten

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 24 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 29 maart 1677
Lees hier de originele brief
Margaretha schrijft creatief deze keer. Ze schrijft altijd op een blad dat ze open vouwt. Als ze denkt dat ze niet veel te schrijven heeft, schrijft ze de tweede pagina op de rechterkant van het papier en dan sluit ze daar of op de achterkant af. Dit keer doet ze dat ook, maar ze bedenkt zich, ze gaat verder op de linkerkant, maar dan overdwars. De laatste paar regels op de achterkant schrijft ze ook overdwars. Dat doet ze wel vaker. Niet vaak, maar niet nooit...

Wat Margaretha verwachtte gebeurt: door het Franse offensief in de Spaanse Nederlanden vergeet Zijn Hoogheid helemaal de demissie voor Godard Adriaan. Alleen zegt ze dat natuurlijk niet als keurige, nederige 17de eeuwse vrouw. Ze zegt dat ze toch echt gedacht had dat Willem III Godard Adriaan voor zijn vertrek naar het leger geschreven zou hebben. Wij weten wel beter…

Brieffragment Godard Adriaan naar huis

Ameronge den
24 maart 1677
[rec. 29. dito]

Mijn heer en lieste hartge
beijde uhEd aengenaeme vande 20 en 17 deeser
heb ick ontfange, het doet mij leet uhEd noch
sijn demissie noch vande staet noch van sijn hoochei
niet heeft bekoome, nu is hij naer de Armee
wieweet hoe lange het daer nu noch dueren
sal ick had niet gedocht of sijn hoocheijt, had
uhEd voor sijn vertreck geschreefve, [nu heeft]

Een triomfwagen wordt voortgetrokken door twee paarden. Om de wagen heen lopen vrouwen met kinderen. Op de wagen zit een dame met een staf en een duif op haar vinger. Ze kijkt naar de duif.
Triomfwagen met de personificatie van Nederigheid, Willem van Haecht naar Maarten van Heemskerck, 1564. Collectie: Georg August Universität Göttingen.

Glijdende Spanjaarden

Het vertrek naar het Staatse leger is niet voor niets, want volgens Margarethe is Valenciennes al gevallen en staan de Fransen inmiddels voor Ieper. Als dat zo is dan is dat wel een uitglijder van de Spanjaarden, wat heb je aan die lieden?

Wat betreft Ieper is Margaretha wel heel erg bij de pinken: Lodewijk XIV komt er zelf pas in 1678 toe om Ieper te beleggen.

Brieffragment Valenciennes en Ieper

[uhEd voor sijn vertreck geschreefve,] nu heeft
men tijdine dat niet alleen valanschien
over is maer ock dat ijperen soude beleegert
sijn, so dat waer is laetent de spaense
ock machtich gaen glijen1Glijden in de figuurlijke zin. Waarschijnlijk een beetje zoals we nu een uitglijder gebruiken: ‘als dat waar is, is dat een enorme uitglijder van de Spanjaarden’ , wat staet is op
dat volck te maecken, [den heer van neetel=]

In een wijds, licht glooiend landschap ligt in de verte een stad. Op de voorgrond verzamelen zich de hoge heren op hun paarden, daarachter trekken kolonnes soldaten te voet en te paard richting de stad. Halverwege de voorgrond en de stad zien we allemaal witte wolkjes. De meeste bomen zijn kaal, één heeft al wat voorzichtige blaadjes.
Belegering van Valenciennes, 16 maart 1677, Adam Frans van der Meulen, 1677-1690. Collectie: Louvre Parijs.

Vreedzame harten

Margaretha ziet het allemaal met lede ogen aan, wat als de Fransen zo door gaan, staan ze zo in Brabant. En dan? Dat betekent militair een zwaar jaar. Margaretha schiet weer een beetje in stress die je ook aan het eind van het rampjaar zag: het is wonderlijk en ze kan niet alles schrijven. Ze hoopt maar dat de Heer ons allen vreedzame harten geeft. Daar kan ik op dit moment alleen maar ‘Amen’ op zeggen…

Brieffragment vreedzame harten

[sal te besien staen,] so de franse so voortgaen

staet te vreese dat sij noch deese soomer meester
van heel brabant worden, dat droefvich voor ons
sal sijn, en vrees ick dit ijaer Een swaere kam
=pange de heer almachtich wil a ons alle bij
staen en al het onse bewaere voor ongelucke
het staet hier wonderlijck ick kan alles niet
schrijfve, de heer wil ons alle vreedsaeme harte
geefve, [deese dach schrijft mij beusekom datter]

Cupido verbrandt zijn wapens, Adam von Bartsch naar Guercino (Giovanni Francesco Barbieri), 1805. Collectie: Detroit Institute of Arts.

Vaart

Ze laat het hoofd niet lang hangen, want ze moet door! Beusinchem heeft geschreven dat het eerste schip met hardstenen in Utrecht aan is gekomen! Hoera! Het zou fijn zijn als ook de andere schepen snel komen. En stiekem lijkt Margaretha toch nog hoop te hebben dat haar man snel thuis komt. Ze formuleert het alleen nogal omfloerst: het zou fijn zijn als alle schepen met hardsteen voor Godard Adriaans vertrek uit Bremen ingescheept en op weg naar de Republiek zouden zijn.

Rietveld is inmiddels aangekomen en ze zal hem vertellen wat haar plannen zijn. Ze is niet van opinie veranderd, maar voor Godard Adriaan herhaalt ze het allemaal nog maar een keer.

Brieffragment hardsteen in Utrecht

[geefve,] deese dach schrijft mij beusekom datter
gisteren Een schip van uhEd afgesonde met
hartsteen tot wttrecht is gearijveert hoope
dat de andere nu ock haest sulle volge en
behoude overkoomen, koste alde vloer en
hartsteene voor uhEd vertreck gescheept en
gesonde worde waer te wenschen so was
men dat vast over, deesen avont is rietvelt
hier gekoome ick sal nu met hem overlegge
waneer men aent werck sal gaen en wat me
Eerst sal doen, [ben van opijnie dat het Eerste]

Pentekening van een fier zeilschip. Op het dek staat iemand voorover gebogen.
Cöelen Aak (Aque de Colonia), Rafael Monleón y Torres, 1867. Collectie Biblioteca Digital Hispánica.

Blije Frits

De kleine Frits, hij is inmiddels acht, is door het dolle heen! Blanche zal een (eindelijk!) een klein paardje voor hem kopen. De belofte was er al eerder, maar kennelijk heeft hij het nog even met zijn stokpaard moeten doen. Meester Wil die met de honden van Willem III werkt, heeft al een Engels zadeltje en hoofdstel voor hem geregeld. Frits is er dus helemaal klaar voor als het paardje arriveert. Hij schrijft zijn grootvader en Blanche natuurlijk nog wel een keurige dankbrief. Morgen.

Brieffragment blije Frits

wat vreuchde hier vandaech bij frits is geweest

omt paert dat blansche voor hem heeft gekocht daer hij groote papa
ten voorste en Monsu blansche voor bedanckt, hij sal met de nas
=te post briefve van danckseggine schrijfve, meester wil die bij
sijn hoocheijts honde is heeft hem een seer net Engels saeltge met
toom verEert so dat hij alst paert komt nu klaer sal sijn

Een jongen met een bijzondere hoofdtooi en een cape aan zit op een paardje. Hij heeft zijn linkerhand aan de teugels en zijn rechter hand in de lucht. Het paardje stapt vooruit met zijn oren in zijn nek en hij laat zijn tanden zien. In een boom hangen heraldische wapens, op de achtergrond een bergachtig landschap met een poort en een kasteel.
Jongen te paard, Lucas Cranach (I), 1506, Collectie Rijksmuseum

Toch niet naar huis

Als Godard Adriaan nou toch niet naar huis komt, dan zal Margaretha nog een keer boter en ander proviand sturen. Godard Adriaan moet maar aangeven wat hij nodig heeft. Ze mogen Blanche wel dankbaar zijn dat hij zo zuinig met hun geld om gaat en Jenneke doet het ook goed. Margaretha drukt Godard Adriaan op het hard dat ook zij haar uiterste best doet om geld te besparen. Ze moet eigenlijk naar Den Haag, maar had dat vanwege de kosten voor zich uit geschoven tot Godard Adriaan zelf thuis zou zijn. Hij zou toch naar Den Haag moeten, maar ja, nu moet ze toch echt een keer die kant op. Dan kan ze ook gelijk proviand bestellen.

Brieffragment proviand

so uhEd daer langer moet blijfve sal ick hem van booter
en andere behoefticheede versorghe, in welcke geval uhEd
belieft te schrijfve wat hij van noode heeft, blansche hebbe
wij oblijgasi dat hij soo meenaesgeert en jeneken doet ook wel
want seecker tis ons ten hoochste noodich, ick verseeckere
uhEd doet hier ock soo veel alst moogelijck is, heb seer nootsae
kelijck een dach of drij inde haech te doen en heb tot noch toe mij
de koste vant reijse ontsien ent al wtgestelt tot uhEd overkomst
dan sal deselfve toch inde haech moeten sijn, dan so deselfve noch
daer moet blijfve, sal ick een keer derwaerts moeten doen, en
uhEd sijn provijsie met Een bestelle, men schrijft mij ock wt den

Een man met een schort voor draagt op zijn hoofd een dienblad met een bord eten en een theekannetje.
Etensdrager, Anoniem (Chinees). Collectie: Albertina Wenen.

Oh, oh, Den Haag!

A propos, Den Haag! Er komen uit Den Haag brieven dat Adam van Lockhorst in Londen in de problemen is gekomen. Hij is in het huis van Coenraad van Beuningen gevlucht en daar blijft hij tot hij weer naar huis komt. Zijn vrienden in de Republiek zeggen dat hij officiers aangenomen had, maar dat die niet naar afspraak zijn uitbetaald. Er wordt getwijfeld of dat waar is, maar als het waar is, dan is dan nog “Exkusabel”. Alleen al om hoe het woord eruit ziet, vind ik dat we dat weer in moeten voeren. Exkusabel.

Brieffragment Heer van de Lier

[uhEd sijn provijsie met Een bestelle,] men schrijft mij ock wt den
haech dat den heer vande lier2Adam van Lockhorst Een quade rheijnkontere3Rencontreren: ontmoeten tot londen
heeft gehadt en dat hij int huijs vande heer beunine is ge=
Eschapeert4Echapperen: ontsnappen daer hij hem op hout en staet weer hier te lande
te koome, sonde dat men mij schrijft waer over, dan sijn vriende
alhier segge dat het van Eenige offisiers die hij aengenoome
hadt en hier gedient hebbe die klaechge dat sij volgens de

kondiesie die hij niet haer gemaeckt had niet sijn getrackteert
of voldaen, so dat waer is daer nochtans somige aen twijfele
sout noch Exskusabel weesen, nu hier meede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Tekening van een groep mannen die met elkaar op de vuist gaat. Er wordt gestompt, met een stoel geslagen, bij de keel gegrepen en weggedoken.
Vechtpartij, Franz Gaudeck, 1926. Collectie: Deutsche Fotothek.
  • 1
    Glijden in de figuurlijke zin. Waarschijnlijk een beetje zoals we nu een uitglijder gebruiken: ‘als dat waar is, is dat een enorme uitglijder van de Spanjaarden’
  • 2
    Adam van Lockhorst
  • 3
    Rencontreren: ontmoeten
  • 4
    Echapperen: ontsnappen

Prins, keurvorst, admiraal

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 17 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 maart 1677
Lees hier de originele brief

De brief van Godard Adriaan van 10 maart jl. heeft Margaretha op 14 maart deels beantwoord. Ze had haast – de postbode stond ongeduldig te wachten – dus het is een kort briefje geworden. Nu heeft ze de tijd om uitgebreider antwoord te geven. Maar niet voordat ze het laatste nieuws heeft behandeld.

De prins is te laat

Margaretha is al een tijdje wakker. Ze stond om acht uur ’s ochtends klaar om prins Willem III te verwelkomen. De prins heeft haar deze morgen rond zes uur laten weten dat hij rond acht uur langs wilde komen voor een ontbijtje – waarschijnlijk heeft hij een bode gestuurd –, maar om elf uur was hij er nog steeds niet! Als de prins dan tegen het middaguur arriveert, blijkt de vertraging allemaal de schuld te zijn van admiraal Cornelis Tromp, die de prins op Soestdijk een bezoek heeft gebracht. Zouden ze tot in de vroege uurtjes gepraat hebben over Tromps avonturen op de Deense zeeën of de bouw van zijn nieuwe buitenplaats? Of zouden ze een paar glaasjes te veel hebben gedronken…? Margaretha gaat er verder niet op in. En ach, de prins is er eindelijk, en daar gaat het om.

Brieffragment Willem III

deesen merge ontrent ses Euren liet sijn hoocheijt
mij segge teegens acht Euren hier te sulle sijn
om wat te ontbijten, heeft te nacht op soesdijck
geslaepe daer den nieuwe graef tromp1Cornelis Tromp. In december 1677 is hij door Christiaan V van Denemarken verheven tot graaf van Sölvesborg (Zweden). Sindsdien noemden hij en zijn vrouw Margaretha van Raephorst zichzelf ‘graaf en gravin van Syllisburg’. bij hem
quam, en oorsaeck was dat sijn hoocheijt
Eerst ontrent Elf Euren hier quam, en dat
metter haest, met intensie om deesen avont
noch te kleef te sijn om den heere keurvorst
te spreecke, so hij daer is, so niet daer hij
geen seeckerheijt van had maer hoopte
het tot Aernhem te hooren, wilde sijn hooc
deesen avont weer tot renckom2Renkum sijn om
so voort naert randevoes en inde kampan
te gaen, so hij voort naer kleef gaet, gaet
hij van daer op de graef3Grave en breeda, hij scheen
seer begeerich te sijn den heere keurvorst
te spreecken[, en so ick int verschiet hoorde]

Voor een open raam zit een vrouw aan een tafel. Naast haar staat een inktpot en liggen ganzenveren op tafel. Ze heeft haar rechter hand onder haar kin, haar hoofd omhoog, maar ze kijkt recht vooruit naar beneden. Een man staat naast de tafel en wijst op de tekst op een beschreven blad, met zijn andere hand maakt hij een beweging omhoog.
Man en vrouw bij een tafel4Ik zie het helemaal voor me, Margaretha aan tafel, bezig met een brief, ongeduldig aan het wachten, en Willem III die veel te laat komt binnenwandelen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, Abraham Dircksz. Santvoort, 1666. Collectie Rijksmuseum.

Schoonse Oorlog

En toch… Te laat komen is één ding, maar dan heeft de prins ook nog eens haast! Willem III wil vanavond nog richting Kleef – hemelsbreed zo’n 60 kilometer verwijderd van Amerongen – om de keurvorst te woord te staan. Het is blijkbaar erg belangrijk om Friedrich Wilhelm zo snel mogelijk te spreken. Dit heeft alles te maken met de Schoonse Oorlog, een strijd die uitgevochten werd op land en op zee en grotendeels samenviel met de Hollandse Oorlog. Brandenburg was sinds het voorjaar van 1674 onderdeel van de Quadruple Alliantie, terwijl Zweden partij had gekozen voor Frankrijk. De aartsrivaal van Zweden, Denemarken, werd gesteund door de Republiek. De opperbevelhebber van de Deense vloot kwam uit de Republiek: admiraal Cornelis Tromp.

Voorstelling in drie afzonderlijke scènes waarin de gecombineerde Deense en Hollandse vloten de Zweedse vloot verslaan, 11 juni 1676, voor de Zweedse kust bij Öland. Boven het jagen door de Hollandse vloot onder Cornelis Tromp, daaronder twee scènes van de zeeslag. De schepen in de voorstelling met opschriften aangeduid. Linksonder een cartouche met zeewezens en de titel.
De gecombineerde Deense en Hollandse vloten verslaan de Zweedse vloot bij Öland, 1676, Romeyn de Hooghe (mogelijk), 1676. Collectie Rijksmuseum.

Tussen neus en lippen door vertelt Willem III dat Tromp niet veel goed nieuws had meegebracht uit Denemarken. De Zweden boeken enige successen, en men vreest dat de Fransen Valencijn (Valenciennes) definitief zullen veroveren voordat het ontzettingsleger ter plaatse is. De Henegouwse stad wordt al sinds november 1676 belegerd. Margaretha hoopt, zoals ze al zo vaak heeft gehoopt, dat het God de Heere en prins Willem III lukt om het land en ons allen te bewaren…

Eerste brieffragment Valenciennes
Tweede brieffragment Valenciennes

[te spreecken,] en so ick int verschiet hoorde
had tromp niet veel goede tijdine meede ge
brocht maer geseijt dat de sweede voort ginge
met haer progresse inde kampange te doen,
veelle hier vreese dat de franse valenschien5Valencijn, Valenciennes

wech sulle hebbe eer ons volck ter deegen opt ran
devoes6rendez vous is, de heere wil sijn hoocheijt ons lant en al
het onse bewaere[, de graef van hoorn blijft met]

Nog niet huiswaarts

Nogmaals heeft Margaretha aan Willem III gevraagd wanneer haar man nu eindelijk eens thuis mag komen, maar de prins had er geen antwoord op. Hij zei wel dat het niet lang meer zal duren voordat Godard Adriaan de officiële orders krijgt om huiswaarts te keren.

Brieffragment thuiskomst Godard Adriaan

[, ]ick vraechde sijn hoocheijt of uhEd nu al ordere
had om apseluijt thuijs te mooge koome, hij seijde
neen maer dat het nu Evenwel niet lange sou
dueren of deselfve sou daer toe ordere krijgen

Vervoer van bouwmaterialen

Na bijna anderhalf kantje volgeschreven te hebben, komt Margaretha er eindelijk aan toe om de brief van Godard Adriaan van 10 maart wat uitgebreider te beantwoorden. Temminck heeft de 3000 gulden ontvangen.

Brieffragment geld

[, ]uhEd aengenaeme vande 10 deeser heb ick met de laeste
post vermidts die hier stondt en wachte met der haest
ten deelle beantwoort, sal dan nu voort seggen
dat ick niet twijfele of teminck sal uhEd hebbe
geschreefve dat hij de 3000 f ten volle heeft ontfa
die hem voorleedene donderdach door beusekom
sijn gesonde, [nu sal ick de scheepe met hartsteen]

Binnenkort verwacht Margaretha de schepen met hardsteen. Tenminste… Het heeft wel flink gestormd. Margaretha hoopt er maar het beste van. Ze heeft aan de Utrechtse tolmeesters gevraagd haar zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen wanneer de schepen aankomen. Het hout dat de hele winter aan de vaart heeft gelegen, moest bij Remmerden gelost worden. Naast dat dit onhandig was, was het ook nog eens hartstikke duur. Hopelijk gaat het met het hardsteen beter. De turf voor de steenoven is van latere zorg, al denkt Margaretha er wel al over na. Schipper Jan Jansen uit Groningen kan haar vast wel vertellen waar ze de goedkoopste turf kan kopen.

Eerste brieffragment bouwmaterialen

[sijn gesonde,] nu sal ick de scheepe met hartsteen
verwachte sij hebbe naer mijn gissine wel voorde
wint gehadt maer Een groote storm, dat mij
bekomert en verlange te hoore dat die behoude
hier te lande moogen aengekoome sijn, ick heb te
wttrecht op den tol last gegeefve dat so haest sij se
verneemen het mij ter Eerste sulle laeten weeten
ick sal de seekreetaris dan aende vaert bij haer sende
om haer tot de minste koste te rechte te helpen
ondertuschen hoope ick dat water dat nu weer
sterck aent valle is, so veel wech sal valle dat
men te wiel of Elst sal konne losse, het leste
schip dat al de winter aende vaert met hout voor

Tweede brieffragment bouwmaterialen

ons geleechge heeft, hebbe wij te remerde moete lossen
dat niet alleen ongemacklijck maer ock kostelijck
voor ons valt, so haest de scheepe koome salmen
sijn best doen, omse los te maecke en sal ick haer
vrachte betaelle, sal blijde sijn dat al de steen
hier voor uhEd vertreck van breeme is, so heefter
niemant Eenige talmerij meede, voorde turf
tot de steen oven sal ick wel in tijts sorchge
dragen en met de schipper ijan ijanse van
greuninge daer van spreecken waer die so
goede koop sou ons heel wel koomen, ick sal daer
niet in versuijme[, hoope als uhEd weer vande]

Aan de oever van een rivier liggen een aantal zeilschepen, de meesten met gestreken zeilen. Aan de kant van het water ligt er één met het zeil half gehesen. Het schip is volgeladen met turf. Er zijn mensen (mannen én vrouw) hard bezig met de lading. Aan de oever staan twee mannen, de ene wijst naar het schip.
Met turf beladen boten aan de oever van een rivier, Jan van de Velde, 1623-1641. Collectie Herzog August Bibliothek / Herzog Anton Ulrich Museum.

Metselaars

Margaretha wil ook weer snel met Rietvelt om de tafel gaan zitten. De daglonen voor werklieden zijn momenteel ontzettend hoog, maar de metselaars moeten binnenkort weer aan de slag. Ze wil met Rietvelt kijken hoeveel metselaars er nodig zijn.

Brieffragment daghuren

[so kout is bedrijfvense niet] en de dachhuere 
loope seer hooch het voorleedene ijaer heb ick
alleen aen metselaers en operliedens dach
huere al over de 8000f betaelt, ick schrijf
nu aen rietvelt dat hij Eens overkomt om
met hem vant werck te spreecken en te over
legge met hoe veel truijfels men weer beginne
sal, en voorts datter toe hoort ,

Een metselaar met onder zijn arm een bak en koevoet, aan zijn riem een meetlat. Italiaans vers in ondermarge.
Metselaar, Giuseppe Maria Mitelli (vermeld op object), 1660. Collectie Rijksmuseum.

Hoge heerlijkheid

Oja, Willem III heeft vandaag tijdens het ontbijt gezegd dat Zeist en Driebergen, waar Willem Adriaan van Nassau-Odijk heer van is, een hoge jurisdictie, een hoge heerlijkheid, zouden worden. Willem III liet duidelijk blijken het daar niet mee eens te zijn. Hij vond het onzin dat ‘in sulcken kleijne provinsie alles so tot hoochge sjurijdixsie’ wordt gemaakt, maar het was allemaal buiten hem om gegaan. Margaretha dacht dat de prins zélf Nassau-Odijk gerecommandeerd had, maar dat bleek niet te kloppen. Willem III antwoordde dat hij slechts had gesproken over een middelbare jurisdictie…

Eerste brieffragment Hoge Heerlijkheid Zeist
Tweede brieffragment Hoge Heerlijkheid Zeist

sijn hoocheijt vandaech aen tafel sittende quamme
te spreecke vande heer van oudijck7Willem Adriaan van Nassau-Odijk, dat hij seijst en

driedtberge tot Een hoochge sjuridixsi8Hoge jurisdictie, ofwel Hoge Heerlijkheid sou hebbe, het welcke sijn=
hoocheijt apsoluijt in proobeerde en seij dat seet niet hoorde te doen
in sulcken kleijne provinsi alles so tot hoochge sjurijdixsie te
maecken wat de provinsie weesen sou, maer dat sijt buijten
hem doen en haddens derhem kenisse van gegeefve dat hijt sou
teegen gesproocken hebbe, ick seij dat sijt ten respeckte vande heer
van oudijck sulle daen om sijn hoochs wil die ick meende het ge
reeckomandeert te hebbe, hij seijde neen niet tot Een hoochge
sijurijsdixsi maer wel tot de middele sjurijsdixsi, so dat
hijt apseluijt seijde te in proobeere, al hiermeede blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Gezicht op Slot Zeist: een twee-en-een-half raam hoog, zeven ramen breed classicistisch huis met twee zijvleugels met een verdieping. het huis en de zijvleugels omsluiten een vierkante binnen plaats die toegankelijk is via een brug. Op de binnenplaats rijtuigen, ruiters en figuren.
Slot Zeist, Hendrick Hulsbergh (vermeld op object), ca. 1679 – 1729. Collectie Rijksmuseum.

Een kist vol suiker

Nadat Margaretha haar brief heeft ondertekend, schiet haar nog iets te binnen. Suiker! Godard Adriaan heeft gezegd dat de kleinkinderen suiker met wijn moeten drinken om sneller van de hoest af te komen, dus nu zijn alle kinderen spontaan aan het hoesten. Godard Adriaan mag wel een hele kist vol suiker meebrengen…

Een meisje van een jaar of drie poseert naast een kinderstoel. Ze is mooi aangekleed en draagt gouden sieraden. Haar ouders waren duidelijk in goeden doen – ze konden hun dochter zelfs laten portretteren door Govert Flinck, een van Rembrandts beste leerlingen. Op de kinderstoel ligt wat snoep, gemaakt van suiker uit Brazilië. Het verbindt de luxe wereld van het meisje met de harde werkelijkheid van de mensen op de suikerrietplantages. Een werkelijkheid die vaak onzichtbaar was in de Republiek en de Hollandse schilderkunst.
Meisje bij een kinderstoel (waarop wat suiker ligt), Govert Flinck, 1640. Collectie Mauritshuis

Ze kan het niet laten om in haar slotwoord een sneer uit te delen aan Cornelis Tromp en diens vrouw Margaretha van Raephorst, die recent door de Deense koning tot graaf en gravin zijn verheven. Volgens Margaretha past het haar ‘als een ring in een varkensneus’, haar versie van ‘als een vlag op een modderschuit’.

Afsluiting

al onse kinderkens
bedancke uhEd seer
dat hij so goede sorchge
voor haer draecht, maer nu groote papa seijt dat se suijcker
de wijn moete drincke alsij hoeste mach hij wel Een heelle kist
met suijcker mee brenge want nu alle gaer hoeste sonde op
te houde
graef trom, met sijn gemaelin sijn met haer graefschop
wel verheefve dat haer genade past als Een ring in Een
sonde komperaesie9Vergelijking, verckens neus

Portret van Cornelis Tromp, luitenant-admiraal-generaal. Kniestuk, staande voor rotsen. Hij draagt een borstkuras versierd met een leeuw, de rechterhand in de zij. Op de achtergrond een zeeslag.
Portret van Cornelis Tromp (1629-1691), Jan Mijtens, 1668. Collectie Rijksmuseum
Portret van Margaretha van Raephorst, de echtgenote van Cornelis Tromp. Staand, ten halven lijve voor geboomte. Een jonge zwarte 'bediende' hangt een parelsnoer om de pols van de witte vrouw.
Portret van Margaretha van Raephorst (1625-1690), Jan Mijtens, 1668. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Cornelis Tromp. In december 1677 is hij door Christiaan V van Denemarken verheven tot graaf van Sölvesborg (Zweden). Sindsdien noemden hij en zijn vrouw Margaretha van Raephorst zichzelf ‘graaf en gravin van Syllisburg’.
  • 2
    Renkum
  • 3
    Grave
  • 4
    Ik zie het helemaal voor me, Margaretha aan tafel, bezig met een brief, ongeduldig aan het wachten, en Willem III die veel te laat komt binnenwandelen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is
  • 5
    Valencijn, Valenciennes
  • 6
    rendez vous
  • 7
    Willem Adriaan van Nassau-Odijk
  • 8
    Hoge jurisdictie, ofwel Hoge Heerlijkheid
  • 9
    Vergelijking

Het water komt tot aan de lippen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 10 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 17 maart 1677
Lees hier de originele brief

Margaretha begint haar brief met dat het zo aangenaam is om van haar man te horen. Een dag eerder heeft ze met de laatste post van de dag een brief ontvangen van Godard Adriaan die hij op 3 maart heeft geschreven. Blijkbaar is Godard Adriaan in zijn brief niet ingegaan op eerdere berichten over geldzaken van Margaretha. Ze noemt dus nog maar een keer dat Van Beusinchem ervoor gezorgd heeft dat er 3000 gulden in Amsterdam ligt voor Godard Adriaan. Hij kan er geld van opnemen als hij daar behoefte aan heeft.

Brieffragment geld in Amsterdam

Ameronge den
10 maert 1677
[rec: 17. Dito]

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 3 deeser is mij gistere geworde
met de laeste post heb ick uhEd geschreefven dat
de 3000f door beusekom tot wttrecht sijn ontfange
die hij mij beloofde Eergistere naer Amsterdam
te sende, so dat uhEd daer staet op kont mae
=ken,en die kont trecken, [ock heb ick sijn hoocheijt die]

Nogmaals de thuiskomst

Ook van het bezoek van Willem III herhaalt Margaretha voor de zekerheid nog maar eens het belangrijkste punt: wanneer mag Godard Adriaan thuis komen? Tijdens het diner heeft Margaretha gevraagd wanneer Willem III toestemming zal geven om Godard Adriaan naar huis te laten gaan. Willem III heeft Margaretha laten weten dat haar geliefde echtgenoot waarschijnlijk snel thuis zal zijn. Maar als ze aandringt en vraagt of hij daar al opdracht toe gegeven heeft, antwoordt hij heel vaag dat hij dat ‘beperkt’ gedaan heeft, maar dat hij Godard Adriaan nog zal schrijven. Waarschijnlijk zegt hij dat om Margaretha waarschijnlijk gerust te stellen. Margaretha heeft er alsnog haar bedenkingen bij: ‘So dat als ick recht sal segge mijns bedunkens het vrij wat op schroefve staet’. Het is Margaretha’s persoonlijke mening dat het allemaal nogal op losse schroeven staan. Ze is duidelijk niet tevreden.

Het vertrek van Willem III met de legertroepen naar het beleg van Valenciennes in het noorden van Frankrijk vindt Margaretha erg overhaast gaan. Een vervelende bijkomstigheid is dat Godard Adriaan zijn zoon en Willem III waarschijnlijk mis zal lopen door hun abrupte vertrek.

Brieffragment thuiskomst Godard Adriaan en vertrek van Ginkel

[=ken,en die kont trecken, ] ock heb ick sijn hoocheijt die
voorleedene saterdach hier heeft gegeeten naer uhEd
thuijs koome gevraecht, die mij seijde ijae dat deselfve
haest sou thuijs koome, en als ick hem vraechde of
uhEd daer toe al ordere hadt, antwoorde ijae
maer gelimiteerde ordere, dan dat hij uhEd sou
schrijfve, so dat als ick recht sal segge mijns be
dunskens1Mijns bedunkens: naar mijn mening, het persoonlijke van de mening wordt hiermee benadrukt het vrij wat op schroefve staet, daer
ick so heel wel niet in te vreede ben, want men
voordees meende als of uhEd het thuijs koome niet
en sochte, nu dat overgeslaechge, het vertreck van
sijn hoocheijt naer de kampange, wort doort be=
=lech van valanschien so verhaest dat ick niet
geloof uhEd hhem of de heer van ginckel alvoorns
sult hier sien het welcke wel gewenst hadt,

In een heuvelachtig landschap lopen her en der soldaten met paarden en kanonnen.
Veldtocht met zware artillerie, Israël Silvestre. Collectie: Albertina, Wenen.

Kou en knaken

Wat betreft het hardsteen voor de trappen en de schoorstenen schrijft Margaretha dat deze ‘scheep sijn’. Het materiaal is dus onderweg per schip naar Amerongen, fijn dat dat er in ieder geval wel aan komt. Ze zal zorgen dat er iemand aan de Vaartse Rijn staat om te zorgen dat ze naar Amerongen komen.

Brieffragment hardsteen

dat de hartsteene trappe en tot de schoorsteene
al scheep sijn is heel goet ick salse verwachte en
aende vaert laeten waerneemen, [rietvelt noch sijn]

Rietvelt en zijn werklui zijn helaas nog aan niet aan het werk. Het weer is erg grillig en onvoorspelbaar geweest de afgelopen dagen. Nadat ze de brief voor Godard Adriaan heeft geschreven, zal ze Rietvelt eens schrijven om te vragen of hij naar Amerongen komt. De weersomstandigheden zijn overdag, op de harde vrieskou na, wel aanzienlijk verbeterd. Margaretha laat Godard Adriaan weten dat wanneer Rietvelt en de werklui weer aan de slag gaan, er wel geld in de kas moet zitten om ze te kunnen betalen.

Het lijkt er op dat Margaretha het niet zo erg vond dat er door het slechte weer niet gewerkt kon worden, dat geeft haar wat tijd om de financiën bijeen te krijgen. Ook is er flink wat geld nodig om de verscheping van het hartsteen te betalen.

Eerste brieffragment Rietvelt en zijn mannen
Tweede brieffragment Rietvelt en zijn mannen

[aende vaert laeten waerneemen,] rietvelt noch sijn
volck sijn noch niet int werck omt ongestadige

weer dat wij dagelijcks hebbe, heb ick hem noch niet ont
boode maer schrijf met deese post aen hem, tis hier
twee dagen seer schoonweer geweest, maer t heeft
deesen nacht noch hart gevrooren, en als rietvelt
met sijn volck aent werck is moeter gelt bij kas
weesen, en de vrachte vande hartsteene sulle ock hooch
loopen die moetten voor al betaelt weesen, daerom
ick moet sien hoe ickt aen alle kanten maeck,
en sal niet int Een oft ande versuijme oft sal aen
mijn macht ontbreecken, [de doot vande ouden teminck]

Een oude vrouw houdt een weegschaal vast. Ze kijkt naar de munt in haar rechterhand. Op de tafel voor haar een zak met geld, enkele losse munten en een kistje. Links boven haar liggen enkele boeken op een plank. Onder de voorstelling bevindt zich een vierregelig, Nederlandstalig gedicht.
Gierigheid, Jean de Weerd, 1636-1700. Collectie Rijksmuseum.

Hoog water

Margaretha laat weten dat rondom Amerongen het water enorm is gestegen, maar dat het momenteel wel aan het zakken is. Door het hoge water zijn er sluizen gebroken en polders onder gelopen. De boomgaardjes van de drost en de hovenier zijn ook onder gelopen. Het water staat zo hoog dat het water tot vlak onder de kade staat. Majoor Quint heeft al wintertarwe en gerst gezaaid en daarvoor is al dat water ook niet goed. Hij is bang dat hij het kwijt raakt.

Brieffragment hoog water

stadige weer, wij sitten hier rontom weer int
water datse segge weer aen vallen is, de sluijs
is door gebroocken al de binne weijen staen blan
ijaet boogaertge vande drost sijn huijs, en int
boogaertge achter den hoofveniers huijs ist va
waeter in, sonde dat de grafte op veel nae niet aende
kaeij het water is, de majoor ijan quint heef
taruw en garst in Enker die hij vreest dit
waeter niet sal konnen wt staen so hijt quijt
raeckt sullen die liede groote schade hebbe

Tekening van een wanhopig gezin aan het woeste water. De man zien we op de rug, hij heeft zijn handen gevouwen als ware hij aan het bidden, de vrouw heeft haar armen ten hemel gespreid. Naast hun twee huilende kinderen, een baby in een wiegje en wat huisraad. Vlak voor hun kruipen twee mensen het water uit, daarachter een koe tot zijn nek in het water. Op de achtergrond een huis in de golven met een bootje ernaast.
Overstroming van de Rijndijk in Gelderland, Jacobus Buys, 1770. Collectie Rijksmuseum.

Korte P.S.

PS

Door het hoge water kunnen ze ook het werk bij de steenoven niet opstarten. Margaretha laat weten dat ze met geen enkele klus vooruitgang kan boeken. Geduld is een schone zaak voor Margaretha: ‘wij moete paesijensie hebbe’.

Een korte p.s. voor Margaretha haar doen. Alleen is haar blaadje vol, dus kiest ze ervoor om de PS overdwars op de pagina ernaast te zetten.

Ze laat Godard Adriaan weten dat door het hoge water de werkzaamheden in de kelders niet zijn begonnen. Het water staat weliswaar niet in de kelders, maar heeft de kuilen waarin de kalk opgeslagen ligt bereikt, dus het kalk is niet bereikbaar. Dat kalk is nodig om de gewelven in de kelders te maken.

Afsluiting

dit waeter verhindert ock aende steen oven te
beginne om gereetschap tot alles te maecken
ick kan noch met geen werck voort koomen wij
moete paesijensie hebbe, hoope uhEd haest in ge
sontheijt weer hier te sien waer naer verlange
en blijfve
Mijn heer en hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

wij sullen noch den wulfsels
van den kelders niet konne doen
om dat men bij de steenkalck die inde kuijlen leijt niet
en kan vermidts die onder water staen

  • 1
    Mijns bedunkens: naar mijn mening, het persoonlijke van de mening wordt hiermee benadrukt

Plannen maken

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 7 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 11 maart 1677
Lees hier de originele brief

Bij het voorjaar horen twee dingen: de voorjaarsschoonmaak en te bedenken wat je kan gaan doen als het eindelijk beter weer is. Over de voorjaarsschoonmaak schrijft Margaretha niets, maar in deze brief worden plannen gemaakt, plannen in de war gestuurd en plannen op losse schroeven gezet.

Vervroegde campagne

Margaretha zit bovenop het nieuws: toen Zijn Hoogheid bij haar at, wist de post hem in Amerongen te vinden. Er werden twee brieven uit Brabant voor hem bezorgd. Het nieuws was niet goed: de Fransen hebben Valenciennes omsingeld en St. Omaars belegerd. Hierdoor zal het leger eerder in actie moeten komen dan gepland en de Prins zegt tegen Van Ginkel dat hij er vanuit moet gaan dat hij binnen vijf à zes dagen moet vertrekken. Margaretha haalt weer aan dat Utrecht een jaar achter is met het betalen van de troepen en dat die arme mannen nu toch weer op campagne moeten.

Brieffragment over Valenciennes en St Omaars

Ameronge den
7 maert 1677

[rec: 11. dito]

Mijn heer en lieste hartge

gistere heeft sijn hoocheijt hier weer bij mij gegeeten
en was heel wel te vreede, hier sijnde quaemender twee
poste wt brabant hem vinde die briefve brochten
meldende dat valanschein1Valenciennes (Noord-Frankrijk), oude Nederlandse naam is Valencijn vande franse berent
en sint omeer2Sint-Omaars (in de buurt van Calais) geblockeert is, dat onse kampan
so seer verhaest dat sijn hoocheijt aende heer van
ginckel seijde dat hij staet most maecken om
in 5 a 6 dage naert leeger te gaen sonde Eenich
wt stel dat hem wel qualijck sal koomen, en
meest al de meeliesi hoet met de betaeline vande
kompangie tot wttrecht sal gaen staet te besien
die sijn nu Een vol ijaer ten achteren, [en daer wort]

Een vrouw met een hoed over haar ogen, staat naast een rijkelijk gedekte tafel. Op tafel staan glazen, een kan en schalen met eten. Ergens ligt een servet en een mes.
Vrouw naast een gedekte tafel, Paul de Vos, 1605-1678. Collectie Rijksmuseum.

Baantjesjacht

Over geld gesproken, ook de kosten voor het houtvestersambt van Gijsbert Jan van Hardenbroek schieten haar in het verkeerde keelgat. Bovendien is er ook nog onenigheid tussen de Staten en de stad. En over baantjes gesproken, Van Beusichem was er gisteren en die maakte plannen voor zijn zoon. Hij presenteerde zijn zoon aan Van Ginkel te vragen of hij misschien mee kon het leger in. Bovendien vroeg hij of Van Ginkel bij Zijn Hoogheid een goed woordje zou willen doen voor de zoon van zijn broer. De broer is schout van Benschop, maar kennelijk niet heel competent. Als nou zijn zoon schout kan worden, dan wil de broer wel afstand doen van het ambt.

Eerste brieffragment over Van Beusinchem
Tweede brieffragment over Van Beusinchem

[van gesproocken wort,] beusekom3Nicolaas van Beusinchem was gisteren
ock hier quam sijn soon godert aende heer van
ginckel preesenteere om met hem naert leeger

te gaen en ock te versoecke dat de heer van ginckel
sijn hoocheijt wou reeckomandeere sijn so broers
soon tot het schout Amt van benschop het welck
sijn broer als hijt op sijn soon kost krijge door
sijn inpatentheijt4Patent: Op uitnemende wijze, uitstekend. wilde afstaen dat de heer
van ginckel aengenoomen heeft te doen, [beuse]

Staande op een heuvel houdt een jongen een wit paard bij de toom terwijl rechts de ruiter gehurkt zijn behoefte doet.
De schimmel, Philips Wouwerman, 1646. Collectie Rijksmuseum.

Geld

Van Beusinchem was er natuurlijk niet alleen voor zijn zoon, zijn broer en de zoon van zijn broer, maar ook om de financiën van de familie te bespreken. Het blijft lastig om van alle partijen geld los te krijgen. Maar Van Beusichem heeft een deel van het geld van de Ridderschap binnen, dat houdt Margaretha. De rest wil ze ook, want als de bouw weer van start gaat, zal ze geld nodig hebben.Uit een andere bron, het is niet helemaal duidelijk welke, is 3000 gulden gekomen en die heeft Van Beusinchem naar Amsterdam gestuurd, naar Temminck. Hij houdt dat geld bij zich, zodat Godard Adriaan dat via een wissel op kan nemen.

Brieffragment over geld

[het voorleede ijaer heeft gekreechge,] waer toe
so beusekom seijt de ordinansi5Ordinantie: verordening onhande is
om op gemaeckt te worden, kost ick dat
gelt noch krijge so waer ick voor Eerst wat
ontset6Ontzetten: Helpen, verlichten , want als wij nu weer aent wercke
gaen salder weer gelt moeten sijn, h de
3000f heeft beusekom ock ontfange en sal
die merge aen teminck sende die uhEd
dan trecke kont tot sijn beliefve, [ick heb nae]

Een engeltje staat voor een zak met geld. Hij houdt zijn hand op. Achter een tafel zit een tweede engeltje. Voor hem op tafel ligt een schrift en een paar munten. Hij stopt wat in de hand van het staande engeltje
Twee geld betalende putti, Nicolaes de Bruyn, 1594. Fragment uit: Twee musicerende en twee geld betalende putti. Collectie: Georg-August-Universität Göttingen.

De bouw opstarten

Voor het weer opstarten van de bouw moet Margaretha ook plannen maken. Om te beginnen heeft ze turf nodig om de steenoven weer te kunnen branden. De dagen zijn nu nog te kort om de metselaars weer in te huren. De daghuur is een vaste prijs en met een korte dag wordt dat per gewerkt uur wel erg duur. Margaretha kan al wel bedenken wat ze zometeen, over een week of twee, kunnen gaan doen. Ze kunnen de gewelven in de kelders gaan maken en de schoorstenen verder optrekken. Dan kan de leidekker ook van start.

Brieffragment over metselaars

[tuschen beijden,] ock sijn de dage noch seer kort
dat mij doet ont sien noch weer aent metse=
=len te gaen, maer maeck staet teegens het
lest of voort wtgaen vandeese maent dat
noch ontrent om veertien dage te doen is
rietvelt met sijn volck weer te laete koome
en der dan weer wat starck aen te valle
want hij sal sijn volck aent wulfve vande
kelders en aent wt en op haelle vande schoor
=steene beijde te gelijck moeten sette om dat
den leijdecker niet sou wachte de schoorstee
moeten wt het dack sijn Eer hijt leijdack
op die kant kan legge [ick had gehoopt]

Een schetsje van een boog tegen een dakspant.
Rome, San Carlo alle Quattro Fontane, gewelf en dakspant, Bernardo Castelli Borromini en Fransesco Borromini, tweede helft 17de eeuw. Collectie: Albertina, Wenen.

Thuiskomst

En voor alle plannen zou het ook wel fijn zijn als Godard Adriaan thuis zou komen. Margaretha heeft Prins Willem ernaar gevraagd, maar hij antwoordde ontwijkend: ja, maar… Hij had de keurvorst nog niet gesproken, want die was ziek, maar Godard Adriaan zou thuis komen. Margaretha heeft dit eerder meegemaakt, dus ze vroeg door: had de prins al opdracht gegeven? Het antwoord was dat hij Godard Adriaan zou schrijven. Margaretha moet nog maar zien wat ervan komt.

Brieffragment over thuiskomst Godard Adriaan

[op die kant kan legge] ick had gehoopt
van sijn hoocheijt te verstaen uhEd t huijs
koomen die ick daer naer vraechde en mij
seijde den heere keurvorst niet gesien te hebbe
vermidt hij onderweege was door sijn indispo
siesie blijfe legge, maer seijde uhEd thuijs
sou koome waer op ick vraechde of uhEd al
ordere daer toe had hij seijde ijae maer geli=
miteert dan dat hij uhEd soude schrijfve
wat hier nu op sal volge staet te verwachte

LInks komt een putto aangerend, in het midden hangen twee putti om de nek van een derde en rechts omarmen twee putti elkaar.
Afbeelding van een stenen reliëf voorstellende aankomst en weerzien na de reis aan de linker zijgevel van het koninklijk paviljoen van het N.S.-station Amsterdam C.S. te Amsterdam. Foto en collectie: Nederlandse Spoorwegen. Bron: Het Utrechts Archief.

Trappen, schoorstenen en de oude Temminck

Gelukkig zit Godard Adriaan ook niet stil, hij heeft ervoor gezorgd dat de hardstenen trappen en lijsten van den schoorstenen bijna klaar zijn. Die komen dus dan naar Amerongen. Dat is mooi, want die zal Margaretha nodig hebben. Zoals wel vaker eindigt ze met wat lief en leed uit de omgeving. De oude Temminck in Hamburg is overleden. Waarschijnlijk de vader van de Amsterdamse Temminck. Het jammert Margaretha weer zeer.

Eerste fragment afsluiting
Tweede fragment afsluiting

wt uhEd vanden 27 febrijwa sien dat de hartsteene

trappe al gereet sijn dat heel goet is, hoope dat
de lijste tot de schoorsteene ock haest gereet
sulle sijn want alse aen dat werck gaen
sullense die van doen hebbe, hiermeede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
teminck schrijft mij van
Amsterdam dat den goede
ouden teminck tot hamburch
overleeden is dat mij seer
jamert ija meer als ick
geloof sijn Eijgen kindere
doet

Drie mensen worden door de dood meegenomen. Links een elegante vrouw, ze verweerd zich, maar de dood heeft haar met twee handen bij de pols. Op de grond voor haar ligt een vedel. Voor hun een monnik die naar achter kijkt. Zijn dood heeft een zwaard in de hand, een hoed op en een kraag om. Hij staat oog in oog met de dood met een schop die een klein kindje aan de hand heeft.
Dans van de Dood, Gesina ter Borch, naar Hans Holbein de jongere, 1643-1687. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Valenciennes (Noord-Frankrijk), oude Nederlandse naam is Valencijn
  • 2
    Sint-Omaars (in de buurt van Calais)
  • 3
    Nicolaas van Beusinchem
  • 4
    Patent: Op uitnemende wijze, uitstekend.
  • 5
    Ordinantie: verordening
  • 6
    Ontzetten: Helpen, verlichten

Maar eigenlijk…

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 28 november 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 4 december 1676
Lees hier de originele brief

Sinds de vorige brief van Margaretha is er niks veranderlijxs voorgevallen dus ze heeft niet veel te schrijven. De timmerlieden hebben nog wel werk voor een week, de metselaars nog voor een paar dagen. Margaretha zal blij zijn als ze van de mannen af is, want ze is bekaf.

Brieffragment niks nieuws en so moeij

Ameronge den
28 Novem 1676
[rec: 4 dec 1676]

Mijn heer en lieste hartge

sint mijne laeste met de laeste post geschreefve is hier
is hier niet veranderlijxs voorgevalle, de timerli hebbe
noch rijcklijck de toekoomende weeck werck, ende
metselaers noch 3 a 4 dage, dan sullensij al de
scheijt booge in kelders geslage hebbe, daermeede
wij voor deese winter wt het metselen sulle scheijde
ick bent so moeij dat ickt niet langer sien mach

Gedrukt kaart. De provincie grenzen zijn in kleuren aangegeven: Geel Utrecht, Groen Gelderland en Rood Holland. De grens tussen Utrecht en Gelderland kronkelt om de Nederrijn/Lek heen.
De zuidgrens van Utrecht langs de Nederrijn/Lek van Amerongen tot Vreeswijk. Fragment uit: Kaart van Utrecht (Ultraictum Dominium), Joan Blaeu, 1630-1645. Collectie: Het Utrechts Archief.

Lood

In de vorige brief was de secretaris gaan kijken bij het lood dat aan de Vaartse Rijn lag. Het blijkt dat het lood met lichters (lichtere schepen) opgehaald moet worden. Dat kost niet alleen tijd, maar ook geld. De Vaartse Rijn komt bij Vreeswijk, tegenover Vianen, uit in de Lek. Dat is nogal een afstand van Amerongen en dat lood, dat is waarschijnlijk loodzwaar (ja, flauwe grap, maar iemand moet hem maken). Aangezien het water in de rivier laag staat, moet het lood overgeladen worden op een boot met minder diepgang: een lichter. Dit kost natuurlijk allemaal geld en maandag willen ze beginnen met de goten…

Brieffragment over lood aan de vaart

, nu ist loot wt den haech gekoome en op gereeden
datse en maendach inde gooten sulle beginne te
leggen, ick moet alt loot met lichters vande
vaert laeten haellen dat kostlijck valt, maer
wat sal ick doen wij moetent nu hebbe om de
muere te konserveeren, dat van Amsterdam
verwacht ick ock met Een lichter, [nu sal de]

Tekening van over het water. Rechts op de rivier een zeilboot, links twee roeiboten. Op de wal (met een soort houten kade) links een molen, dan wat huizen en rechts daarnaast de kerk. In het midden de sluis met daarachter een ophaalbrug en de masten van schepen. Rechts nog meer huizen.
Gezicht over de Lek op het dorp Vreeswijk met in het midden de sluis. L.P. Serrurier, ca. 1730. Collectie Het Utrechts Archief

Steen met wormen

Als opstapje naar haar volgende verhaal gebruikt Margaretha de steenhouwer, Jan Prang. Hij moet toch inmiddels wel in Bremen aangekomen zijn? Ze hoopt daarover te lezen in Godard Adriaans brieven. De vraag die natuurlijk eigenlijk op haar lippen brandt: “Snap je nu eindelijk die tekeningen?”, maar ze houdt zich in.

Margaretha heeft gehoord van een soort hardsteen die nogal slap is en waar de worm in komt. Ze heeft het er met Jan Prang over gehad en die had het precies uitgelegd: het is de steen boven in de rotsen die wat makkelijker te bewerken is. In ieder geval moet Godard Adriaan daar wel rekening mee houden nu hij druk bezig is met het bestellen van stenen!

Eerste brieffragment over de kwaliteit van steen
Tweede brieffragment over de kwaliteit van steen

verwacht ick ock met Een lichter, nu sal de
steen houder ijan prang al tot breeme sijn aen
gekoomen, het welcke verlange wt uhEd briefve
te sien, ick weet niet wel of ick geschreefve
heb dat men hier seijt datter Een soort van
st hartsteen is die seer weeck valt en daer de wurm
in is of komt, daer die gans niet dueraebel is
en seer in watert, daer uhEd int koope op ver

docht belieft te sijn, hebder met ijan prange van
gesproocke die seijt het steen is die boven inde rotse
sit en dickmael gebruijckt wort om datse sachter
int houwe valt, [de heer van ginckel die Eene]

Bij een heuveltje hijsen twee mannen met een soort kraan grote blokken steen via een glijbaan omhoog. Drie mannen zijn bezig het volgende blok steen klaar te leggen. Op de achtergrond is een man steenblokken te zagen.
Werklieden in een steengroeve, Hermanus Petrus Schouten, 1757 – 1822. Collectie Rijksmuseum.

En trouwens

En weer gebruikt Margaretha een bruggetje om bij haar echte punt te komen. Van Ginkel is langs geweest. Hij is naar Middachten en Stadhouder Willem III is naar Den Haag en daarna naar Zeeland. Zijn Hoogheid had trouwens aan Van Ginkel gevraagd waarom hij al een tijd geen brieven van Godard Adriaan gehad had… Om maar gelijk weer door te gaan zodat het alleen maar een neutrale opmerking lijkt: het salaris dat voor Van Ginkel bedacht is in de Staat van Oorlog valt onder de provincie Utrecht. Margaretha twijfelt er niet aan dat die hem daar graag voor aannemen.

[int houwe valt,] de heer van ginckel die Eene
nacht hier geweest is, is heede weer naer
Middachten gegaen, en sijn hoocheijt naer
den haech met intensie om voort naer seelant
te gaen, sijn hoocheijt vraechde aende heer van
ginckel waer uhEd was of deselfve aen hem
in Eenigen tijt niet geschreefve heeft en
dat hijt daerom vraechde weet ick niet, de heer
van ginckel is met sijn hooch tracktement opde
provinsi van wttrecht gestelt, twijfele niet of
se sullen hem daer aeneemen, [voort ist hier]

Cirkelvormige tekening van een zandpad met rechts een knotwilg bij een hek. Op het pad rijdt een wagen met daarvoor een paard. De zweep steekt boven de huif uit. Daarachter loopt op het zandpad een man met een rode jas, zwartte hoed en blauwe laarzen. In zijn rechterhand een stok, op zijn rug een geweer en naast hem een hondje. Links op de achtergrond een stad.
Zomer: Landweg met jager en koets, Gesina ter Borch, ca. 1655. Collectie Rijksmuseum.

Hardsteen en Hutspot

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 november 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 november 1676
Lees hier de originele brief

Nog geen uur nadat Margaretha haar vorige brief vrijdag met de post mee gaf, stond Jan Prang, de door Godard Adriaan aangekondigde steenhouwer uit Bremen, op de stoep. Hij is de afgelopen dagen druk met Schut, Rietveld en de secretaris bezig geweest om het werk te bekijken en te bespreken waar het hardsteen het beste kon worden toegepast

Brieffragment over de komst van de steenhouwer

Ameronge den
16 Novem 1676
[rec. 19. dito]

Mijn heer en lieste hartge

voorleedene vrijdach ontrent Een Eure naert
afgaen van mijn mesiefve aen uhEd, quan
ijan pran den steenhouder die mij uhEd schrij –
en die aende sekreetaris heeft behandicht, hij
meester schut rietfelt ende sekreetaris so die
alle hier sijn, sijn alle daechge beesich met het
werck te besien en te overlegge wat hartsteen
der verEijst wort, [de lijst boven omt huijs van]

Foto van een open raam met twee open luiken. De haken waarmee de luiken openstaan zitten in een hardstenen vensterbank. Vanuit het raam zie je de gracht met een paar eendjes en op de achtergrond een grasveld met bolbuxussen en er omheen bomen in herfskleuren.
De hardsteen bij één van de vensters aan de zuidkant van het kasteel. Foto: Annemiek Barnouw

Hardsteen onder de vensters

Hardsteen gebruiken voor de daklijst kan al niet meer, omdat de kap er al op ligt. Maar in plaats van de rollaag onder de vensters kan het nog wel. Een rollaag is een laag bakstenen die vertikaal ligt. Vergeleken met metselwerk is hardsteen duurzaam (“een eeuwig werk”), want het zal een stuk beter bestand zijn tegen inwateren. En het kan voor een rijksdaalder per raam, terwijl de kosten voor een gemetselde rollaag hoger zijn, heeft de steenhouwer Margaretha voorgerekend.

Brieffragment rollaag of hardsteen

[=leijt is] oordeelle beijde baese so wel schut als
rietvelt dat best van hartsteen in plaets
vande rollaech van metselsteen, om reeden
dat de hartsteen niet in sal wateren en
Euwich werck sal sijn, en dat het minder
sal koste alsde metselsteen, want naert
segge van deese meester sal ijder venster
stuck met steen en arbeijts loon naulijcke
Een rijxsdal koste, en Een metslaer heeft
Een heelle dach werck om de rollaech voor
ijder venster te legge en die heeft Een
daelders daechs dan moet me de steen
kalck en sement reeckenen, so dat dit
voor geen rijxsdael kan gemaeckt worde

Zilveren penning. Voorzijde: borststuk man met lauwerkrans met in handen zwaard en wapenschild binnen omschrift. Keerzijde: gekroond wapenschild binnen omschrift.
Willem III, prins van Oranje-Nassau, proefslag van een rijksdaalder, geslagen nadat de Fransen de stad verlaten hadden, Dirk Bosch (toegeschreven aan), 1673. Collectie Rijksmuseum.
Foto langs de muur naar een balkon genomen. De luiken staan open. Het balkon is grijs met een zwart geschilderde metalen ballustrade.
Balkon aan de zuidzijde van het kasteel vanuit het naastgelegen raam. Foto: Annemiek Barnouw.

Hout voor de balkons

Voor de ‘zerken’ van de balkons is hardsteen niet geschikt, daar zijn de drie heren het over eens. Veel te zwaar, zeker boven de poort aan de oostkant, want die is van Bentheimer zandsteen, en dat zal het gewicht niet kunnen dragen. Gekozen wordt voor hout. Waarschijnlijk bedoelt Margaretha met de zerken het deel van het balkon waar je op staat. Op de foto is te zien dat het balkon slechts leunt op de bakstenen pilaster die tegen de gevel aan gemetseld is.

Brieffragment hout voor de balkons

de sercken tot de balckons vinde geen van baese
goet ock de steen houder selfs niet wt reeden
datse te swaer sijn het werck die niet wel
soude konne dragen insonderheijt de balkon
int ooste die recht over de voordeur komt
de wijlle die poort van bentomer steen is
seijt de steenhouder prang dat het die swaerte
niet kan lijde, en wort best van
hout gevonden [de vloersteene oordeellense]

Kasteel Amerongen tegen een heel erg donkere lucht. De zon schijnt, op het huis zijnd de schaduwen van bomen te zien. Op het grasveld op de voorgrond liggen blaadjes, de blaadjes aan de bomen zijn geel tot roestbruin.
Zuidzijde van het kasteel. Foto: Annemiek Barnouw. Het balkon heeft bakstenen pilasters en leunt verder niet op pilaren. Daarom moet het stavlak van het het balkon niet te zwaar zijn.

Rechte rijen op de vloer

Hoewel vloeren in een mooi schuin ruitpatroon in de mode zijn, adviseren de heren om de vloerstenen toch gewoon horizontaal te leggen. In een ruit patroon leggen kost veel meer stenen die op maat moeten worden gehakt. (Je krijgt aan de zijkant immers heel veel halve stenen). Vervanging van een steen in de toekomst is ook moeilijker.

Brieffragment rechte vloerstenen

[hout gevonden] de vloersteene, oordeellense
ock beeter vierkant als ruijtsgewijs geleijt
om dater ruijtsgewijs te veel steene ver
hackt worde en ock int breecke van Een
steen so wel niet weer kan ingestopt worde
alsmet moeijte en kosten [ock moetmen int]

Schut zal voor perfecte tekeningen zorgen. Maar Margaretha laat de toelichting daarop en wat er verder allemaal besproken wordt door de secretaris opschrijven, zodat Godard Adriaan het niet meer hoeft te doen met Schuts eigen warrige proza. Margartha zal alles nog eens aandachtig doorlezen, en dan kunnen tekeningen en toelichting morgen meteen meegegeven worden met de steenhouwer, terug naar Bremen.

Brieffragment tekeningen van Schut

[hebbe,] de sekreetaris heb ick belast alles pertinen
te anoteere schut maeckt noch van alles so
hij seijt perfeckte teeckenine dat alles ge=
daen sijnde sal ickt met aendacht naer sien,
en uhEd door den steenhouder die merge
weer van hier nae breeme gaet toesende,

Een dienstbode laat een kind de inhoud van haar kan zien. Alle kinderen droegen een jurk met leibanden om ze vast te houden wanneer ze leerden lopen. De Hooch stond bekend om zijn doorkijkjes. Hier schilderde hij er twee: één naar de kelder en één naar de voorkamer, waar hij het binnenvallend daglicht met puur wit schilderde. In deze kamer staat het venster open, bij het raam een stoel met kussen, aan de muur een schilderij met een mansportret.
Een vrouw met een kind in een kelderkamer, Pieter de Hooch, ca. 1656 – ca. 1660. Collectie Rijksmuseum. Voor liggen de tegels ‘vierkant’, in de kamer achter in een ruitpatroon.

Hutspot voor een hoge gast

Zoon Godard is alsnog met prins Willem naar Den Haag. Margaretha hoopt dat hem dat wat zal opleveren, carrière technisch gezien. Dat haar man de ambassadeurs in Bremen rijk heeft getrakteerd is allemaal goed en wel, maar het zijn geen prinsen van Oranje. Baas boven baas: De echte prins van Oranje kreeg een paar dagen terug op Amerongen van dienstbode Visbach, varkenshutspot met knollen en ossenworst. Hij schijnt er zeer over te spreken te zijn geweest, want in zijn jachtpaleis in Dieren had hij het nog over de worst. Ze hebben er toen nog speciaal wat extra uit Middachten laten halen!

Brieffragment hutspot voor de Prins

[hij wat opdoen sal,] dat uhEd de Ambasadeures
en afgesante aldaer so manifijckmagnifiek heeft getrack
teer is heel wel, maer dat sijn geen prinse van
oransge en dat heeft mijn visbach in mijn
apsensi hier gedaen op Een verkenshuts
=pot met knolle en een worst van os di
ick geslacht heb daer hij scheen heel wel mee
te vreede te sijn want sprack noch te dier
=ren vande worst die hij hier gegeeten had
en sij noch van Middachte lieten haelle die ick
daer gesonde had, hiermeede blijfve
uhEd getrouwe wijff
MTurnor

Mannen en vrouwen worsten makend in een keuken. Rechtsboven een boogschutter. Rechts op een ladder een geslacht varken waaraan een hond likt, een kat staat omhoog tegen de keukentafel. Een jongen blaast op een blaas. Links zit een vrouw bij een grote pot die boven het vuur hangt. In rode Gotische letters staat linksboven November en rechts boven in gewone letters Slacht-Maendt.
November, anoniem, 1664. Collectie Rijksmuseum.

Hoogste punt bereikt

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 8 november 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 november 1676
Lees hier de originele brief

Nu snapt Godard Adriaan een tekening van Schut alwéér niet! Schut kan inderdaad niet echt begrijpelijk schrijven, vindt Margaretha, en bovendien heeft Schut de tekeningen vanuit Amsterdam verzonden, zodat er geen toelichting van de secretaris aan toe kon worden gevoegd. Ondertussen is de prijs van de Amsterdamse stenen niet bekend, want de Amsterdamse steenhouwers willen geen prijs meer noemen nu ze doorkrijgen dat het bouwteam ook in Bremen stenen bestelt. Maar het werk gaat door, hoog in de lucht, en onder de grond: de kap is op zijn definitieve hoogte gekomen en ook in de kelder wordt nog gewerkt zolang het weer mooi blijft.

Brieffragment over de tekening van Schut

[rec. 12 dito]
Ameronge den
8 Novem 1676

Mijn heer en lieste hartge
het is mij leet wt uhEd vande 4 deeser te sien hij al
weer de toegesondene teeckenine niet verstaet
, tis waer schut sijn briefve sijn niet wel te
verstaen, en hij weet de prijs vande harteene
niet, geloof ock nu de steenhouders tot
Amsterdam beginne te mercken datter
steen tot breeme gekocht wort sij niet recht
de prijs daer van wille seggen, ock is schut
tot Amsterdam geweest doen hij die teeckeni
sont daerom de sekreetaris de meeninge
daer van daer niet op konde stellen, [tis]

Weergegeven is hoe Nimrod, de bouwer van de toren van Babel, de Romeinen voorlicht over zijn creatie. In de lucht is het alziend oog van God te zien. Op de achtergrond de toren en op de wolken zitten engeltjes.
Ontwerp voor het voorblad van het boek Turris Babel, sive Archontologia, van A. Kircher, Gerard de Lairesse, ca. 1679. Collectie Rijksmuseum

Eerste vereiste: begrip

Wat Margaretha betreft doet het er niet echt toe te weten wat de prijs in Amsterdam is, aangezien het in Bremen inclusief bewerking zeer waarschijnlijk voordeliger zal zijn. Het is veel belangrijker dat Godard Adriaan de tekeningen en de maten die er op staan begrijpt. Dan weet hij immers ook om wat voor orde van grootte het gaat en dat heeft weer invloed op de kosten.

Eerste brieffragment over het weten van de prijs of het begrijpen van de tekening
Tweede brieffragment over het weten van de prijs of het begrijpen van de tekening

[daer van daer niet op konde stellen,] tis
seecker dat de hartsteen in haer selfve tot
breeme en ock die te bearbeijde tot breeme
veel beeter koop is als tot Amsterdam ,
daer om mijns oordeels weijnich aen geleechge
is of men niet recht de prijs weet wat die
tot Amsterdam gelt, als uhEd maer te

recht de maet en teeckenine konde verstaen,

Afwachten in Middachten

Over nog meer geld gaat het in de Raad van State, waar prins Willem onderhandelt over de ‘Staat van Oorlog’. Dit is de landsbegroting, die voornamelijk de financiering van het leger betreft. Het besprokene kan van belang zijn voor zoon Godard. De prins heeft beloofd dat hij zal kijken of hij Godards salaris voor zijn post als majoor ter sprake kan brengen. Maar zijne hoogheid heeft natuurlijk genoeg aan zijn hoofd, dus Margaretha is bang dat dat er wel eens bij in zou kunnen schieten. Als het aan haar lag was Godard nu in Den Haag om zich van de prinselijke voorspraak te verzekeren. In plaats daarvan zit hij passief af te wachten in Middachten.

Eerste brieffragment over Staat van Oorlog
Tweede brieffragment Staat van Oorlog

en dat sijn hoocheijt inde raet van staten
over den staet van oorlooch besonijeert1Besogneren: Raadslagen, onderhandelen
mijns oordeels behoorde de heer van gincke

nu inde haech te sijn te meer om dat sijn hoocheij
hem belooft heeft te sien hem met sijn ma=
=ijoors tracktement daer op te brenge, maer
blijft hij op Middachte salt wel vergeeten
worden, [nu brenge de timerliede de vaen]

Aeneas ontvangt door voorspraak van Venus een nieuwe wapenrusting in de smidse van Vulcanus. In het midden knielt de held voor de godin. Een Cupido reikt hem de helm, vooraan liggen de andere delen van het harnas. Door de lucht buitelen putti, één met een lauwerkrans. Links werken vier smeden boven een vuur.
Aeneas ontvangt door voorspraak van Venus een nieuwe wapenrusting in de smidse van Vulcanus, Ferdinand Bol, 1660 – 1663. Collectie Rijksmuseum.

Pannenbier

De kap is klaar! Het hoogste punt is bereikt en de timmerlieden hebben een vlag op het huis gezet. Tijd voor een biertje op kosten van Margaretha en Godard Adriaan. Een traditie in de bouw die nu nog steeds bekend staat als ‘pannenbier’ op het moment dat de nok ligt en de pannen kunnen worden gelegd. In dit geval zullen het de ribben en de planken zijn.

Brieffragment over pannenbier

[worden], nu brenge de timerliede de vaen
opt huijs het welcke te seggen is dat de kap
volkoomen daer op staet en gedaen is
en dat sijt bier verdient hebbe, sulle
merge begine de ribbe daer op te legge
ende plancke [rietvelts volck sijn aen]

Samen met twee engelen draagt het Christuskind een balk de ladder op. Jozef timmert aan het dak van een huis. Voor het huis is Maria bezig met vlaskammen.
Christuskind legt een dak, Christoffel van Sichem (II), naar Hieronymus Wierix, 1617. Collectie Rijksmuseum.

Kelderbogen

Vele verdiepingen lager zijn de mannen van Rietveld ook hard aan het werk: ze brengen de scheidingsbogen van de keldergewelven aan. Een deel van het uithouwen van de stenen voor de lijst om het huis heeft hij uitbesteed. Het weer is mooi, god zij dank!

Brieffragment metselwerk en steenhakken

[ende plancke] rietvelts volck sijn aen
de scheijdt booge inde kelders te maecke
hij heeft Een gedeelte vande steen tot
de lijst omt huijs te hacken aen besteet
wij hebbe tot noch toe seer schoon weer
gehadt daer wij godt niet genoech
voor konne dancken, inwiens bescher
minge uhEd beveelle blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor

Biepul van porselein met eivormig lichaam en een brede hals, beschilderd in onderglazuur blauw. De buik is bedekt met 'karakusa'-ranken met daarin uitgespaard drie geschulpte cartouches. Het middelste catouche met twee mannen in een landschap, één met een parasol en een waaier, de ander met een een hondje. Links hiervan een cartouche met kraanvogels in een landschap met bomen en rotsen. Het derde cartouche met verschillende vogels in een landschap met een paviljoen, bergen en een vijver. De rand en het oor met bloemranken. Een gat in de bovenzijde van het oor. Arita, blauw-wit.
Bierpul met landschappen in cartouches en bloemranken, anoniem, anoniem, ca. 1650 – ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Besogneren: Raadslagen, onderhandelen

Godard Adriaan snapt het!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 31 oktober 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 2 november 1676
Lees hier de originele brief
De brief is alleen ‘ockto’ gedateerd, gezien de regelmaat moet het haast wel een brief van 31 oktober zijn.

Margaretha is zo blij dat Godard Adriaan eindelijk begrijpt hoe het vloerplan in elkaar zit, dat ze vergeet om deze brief te dateren. Ze schrijft dat Schut en Rietvelt aangenaam verrast zijn over de prijs van de vloerstenen. Volgens hen zou een vloer met klinkers nauwelijks goedkoper zijn.

Brieffragment over de prijs van hardsteen

Ameronge den
ockto 1676
[rec 2 nov 1676]
Mijn heer en liefste hartge

tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 24
deeser te sien uhEd de memoorije weegens
de hart en vloer steene nu verstaet, schut
en rietvelt konne haer niet verwonderen
over de prijs vande deck steene en segge dat
het geen bedencken heeft die in plaets van
de klinckert op sijn kant te neeme ver=
midts de klinckert of graeuwe steene
weijnich of niet min sou koste, [de de]

Een vrouwfiguur, voorstellende Het Perspectief staat met meetinstrumenten in de handen voor een tegelvloer. Linksonder en rechtsonder vliegt een vogel op uit het riet.
Perspectief, Etienne Delaune, 1528 – 1583. Collectie Rijksmuseum

Donkere kelders

De vloer kan nog niet direct gelegd worden omdat de kelders nog geen gewelven hebben. De muren moeten eerst zetten voordat die gewelven gemetseld kunnen worden en dat moet wachten tot maart. Margaretha geeft als extra uitleg dat ‘de dagen so kort’ worden ‘en ist in het donckere weer so doncker in de kelders dewijle de steijgerinne noch omt huijs staen’.

Brieffragment steenhouwer en wulfsels
Brieffragment over de steigers om het huis

[weijnich of niet min sou koste,] de de
steenhouders om de vloere te legge met
de steene soude koomen, waer heel goet
maer de wulfsels vande kelders konne
niet voor inde maent van maert ge
slage worde om dat de muere haer
noch op Een setten, en ock worden
de dagen so kort en ist in het don=
ckere weer so doncker inde kelders

dewijlle de steijgerine noch omt huijs staen
dat se niet veel soude bedrijfven [en de]

Een gewelfde, brede gang, waar links een deur open staat waardoor zonlicht naar binnen valt. Aan weerszijden zitten deuren en staan kasten. Aan het eind zit een raam waardoor beperkt licht naar binnen valt.
Natuurlijk licht in het souterrain eind oktober rond zonsondergang (ca. 17:15 uur). Foto: Annemiek Barnouw

Winterstop

Misschien is het ook wel niet zo erg dat er even gepauzeerd moet worden, want het ‘winter loon is seer hooch’, kortom, de bouwvakkers willen goed betaald worden voor hun bevroren tenen. Meester Schut is weer naar Amsterdam om te informeren naar de prijs van hardsteen voor de schoorstenen. Misschien is het wel handig dat Godard Adriaan daar ook naar informeert, ‘dewijlle de schoorsteene van de winter niet boven het dack sullen opgehaelt worde en dat omt uut vriese’. Geen haast dus, de schoorstenen moeten toch wachten omdat er tijdens de vorst niet gemetseld kan worden. En het vroor in 1676 een stukje harder dan nu!

Brieffragment over de winterstop

[dat se niet veel soude bedrijfven en] de
dachhuere loopen hoewelt winter loon
is seer hooch ijae so dat ick haest niet
weet hoet stelle sal, meester schut
gaet weer naer Amsterdam sal daer
naer de hartsteen die op de schoorstee
sulle koome verneeme ock naer de
prijs, en hoeveel dat ijder schoorstee
aen hartsteen soude koste gelooft
uhEd die ock wel van daer sal be=
stelle, dewijlle de schoorsteene vande
winter niet boven het dack sulle
op gehaelt worde en dat omt wt
vriese, so souder noch tijt genoech
sijn omt daer te bestelle, [nu sijn]

Van onderaf zoen we schoorsteen op de hoek van een leien dak. Onder de schoorsteen een raam en achter de schoorsteen op de nog van het hoogste dak een vlaggenmast.
Gezicht op de zuidoostelijke schoorsteen van het Kasteel Amerongen (Drostestraat) te Amerongen. Foto: Fotodienst GAU. Collectie: Het Utrechts Archief.

Waterafvoer

Maar als er niets aan het huis gedaan kan worden, dan toch wel aan de tuin. Heeft Godard Adriaan nog plannen voor een boomgaard? Van Ginkel denkt van niet, schrijft Margaretha. Maar Amerongen staat in de uiterwaard, de waterafvoer is belangrijk ‘om voor te koom dat de weije niet verdrencken’. Weilanden die onder water staan, daar komt alleen maar ellende van, zoals heermoes. Je wilt niet dat vee dat binnen krijgt! Margaretha laat dus een ‘gruppel’ graven in de dam waarover de stenen naar de bouwplaats worden gereden en daar moet dan weer een brug over worden gemaakt. Het ‘uut haelle van de binnen graft’ om het huis heeft ook haar aandacht en daar komt ‘ongelooflijck veel puijn steen en modder uut’. Het werk heeft haast, want ‘het water begint op den Rhijn heel te wasse’: er is hoog water op komst en voor dat water moet ruimte zijn!

Brieffragment over de waterafvoer

[Amsterdam te senden,] niet weetende of
uhEd noch van meijnine is de door snijdine
int weijtge teijnde het singel ent boogaer
=tge de laeten doen ende heer van ginckel
gelooft van neen, so laet ick maer Een
Een ruijme goot daer door graefve
om de waterloosine te hebbe on daer
door voor te koom dat de weije niet
verdrencken, ick het recht op aen
graefve daert uhEd heeft om in vijfer
te koomen en laet den dam daer de
steen wt den oven over wort gereede
ock Een gruppel in door graefve
het welke weer met maste1Mast: Paal en oude deele
sal toe legge dat me daer Evenwel
sal konne over rijde, dan heeft het
water sijn schoot2Schoot: Vrije loop en door tocht, [de]

Links een rij knotwilgen tegen de dijk, daarnaast weilanden die voor een deel onder water staan. Links aan de horizon de kerktoren, in het midden, tussen de bomen, kasteel Amerongen.
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de St. Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.

Jacht

Ondanks alle drukte is er ook tijd voor vermaak. Voor Van Ginkel dan. De heer Van Zuylen, Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, is een paar dagen op bezoek geweest en Van Ginkel is samen met hem wezen jagen. Of het wat eetbaars heeft opgeleverd? Dat schrijft Margaretha dan weer niet.

Brieffragment over de jacht

[niet genoech voor konne dancke,] de heer van
suijllen is deese weeck hier 3 a 4 dagen bij de heer
van ginckel geweest en met hem gaen jagen, [was]

De terugkomst van de jacht. Een jachtpartij van dames en heren bij de poort van een buitenverblijf. In het midden blaast een jager op een jachthoorn, links een knecht met honden en een geweer over de schouder. Een van de vrouwen heeft een valk op haar hand. Op de achtergrond een man met vogels op een raamwerk.
De terugkomst van de jacht, Johannes Lingelbach, 1650 – 1674. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Mast: Paal
  • 2
    Schoot: Vrije loop

Mooi weer en laag water

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 10 oktober 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 15 oktober 1676
Lees hier de originele brief

Margaretha begint weer over de door de secretaris, Schut en Rietvelt opgestelde memorie van het hardsteen en de vloerstenen. Godard Adriaan heeft daarin kunnen lezen wat er allemaal nodig is en hoe het werk er voor staat. Sindsdien is er eigenlijk niet zo veel verandert in de situatie. Toch is er genoeg te melden om drie kantjes te vullen.

Brieffragment over pertinente memorie

Ameronge den
10 ockto 1676
[rec: 15. dito]

Mijn heer en lieste hartge

met de laeste post heeft de sekreetaris uhEd
so hij meent Een pertinente1Pertinent: behoorlijk, nauwkeurig memoorije bij schut2Hendrik Schut
rietvelt3Cornelis Rietvelt en hem opgemaeckt weegens de hart
steen en vloersteene over Amsterdam gesonde, waer wt wij
hoope en niet en twijfele of uhEd sal konne
sien wat daer van, hier noodich is, en hij en ick
geschreefve hoet werck staet seedert isser niet
veel veranderins in[, alt muer werck so buijten]

Het huis krijgt vorm

Langzaam begint het nieuwe Kasteel Amerongen vorm te krijgen. De binnen- en buitenmuren zijn inmiddels op de gewenste hoogte. Vervolgens zijn daar platen op gelegd en is alles gelijkgemaakt of aangestopt. Aangestopt wil zeggen dat er reten of voegen in het metselwerk zijn gemaakt die vervolgens met mortel zijn aangevuld. Naast de binnen- en buitenmuren, wordt er gewerkt aan de kapconstructie. Er wordt hout naar boven gehesen. Dat kost ontzettend veel tijd, dus gelukkig is het mooi en droog weer.

Brieffragment over voortgang werk

[veel veranderins in,] alt muer werck so buijten
als binne sijn op haer hoochte en de plaete daer
op geleijt en alle geraeseert of aengestopt , nu
sijnse noch beesich met het hout tot de kap op te
hijssen dat veel tijt wech neemt, wij sijn geluckich
dat wij hier sulcken schoone droochgen weer op
hebbe, want tis groote swaerte dat in reegen
=nich4Regenachtig weer niet wel als met groote moeijt te
doen sou sijn[, het water op de reevier blijft Eve]

Op de achtergrond ligt een stad met op de heuvel ernaast een slot. Op de voorgrond staat een deftig stel te kijken naar een bouwvakker die met veger over de muur van een ruïne veegt.
Gezicht op Salzburg met een bouwvakker op de voorgrond, Daniel Sudermann, naar Matthäus Merian (I), 1624. Collectie Rijksmuseum.

Laag water

Door het mooie, droge weer staat het water in de grachten ontzettend laag. Zo laag zelfs, aldus Margaretha, ‘dat geen mense gedencke die so gesien te hebbe’. Met andere woorden: het water heeft in tijden niet zó laag gestaan! En als het water dan toch zo laag staat, dan kun je er maar beter goed gebruik van maken. Een aantal muren is langs de singels al uitgespoeld, dus heeft Margaretha haar kans gegrepen deze aan te laten stoppen. Ook is ze voornemens om van de week al het puin dat door het metselen in de gracht is gevallen daar uit te laten halen en in het paardenwed te storten. En als ze werklieden kan vinden, zal ze ook gelijk de gracht laten uitmodderen. Je kunt het maar beter gelijk goed doen, anders ben je zo weer twintig jaar verder. Als je het überhaupt zelf nog mee mag maken.

Eerste brieffragment over het weer
Eerste brieffragment over het weer en het leeghalen van de gracht

[doen sou sijn,] het water op de reevier blijft Eve
laech, en inde grafte omt huijs so binne als buijt
ist water so laech of op veel plaetse gans weel
wech en de grafte so drooch dat geen mense
gedencke die so gesien te hebbe, bij welcke geval

ick de muere om de grafte die vrij wat aende sijde
van de singels wt gespoelt sijn laet aen stoppe
en wel versien, ben ock van meeninge inde toe=
koomende weeck alt puijn dat vant metselen
inde graft is gevalle daer wt te laeten haelle
en voor so veel aende kant vant paerde wet5Wed: Plaats geschikt of bestemd voor het laten drinken of baden van dieren, vee.
is indie graft bijt paerde wet te laete brenge
en die daer voort meete vulle voor so veel dat
recken kan, so ick volck kost krijge sou noch
wel in die koste valle vande grafte te laeten
wt modderen en ter deegen klaer maecken
geloof die licht in twintich ijaer of bij ons
leefven niet weer so drooch sulle worden

Gezicht op een Amsterdamse gracht waar twee mannen in een schuit bezig zijn de gracht uit te diepen, een andere man haalt bij een huis geld op.
Waldiepers Nieuwe-Jaars Wensch, Jan Oortman, 1822. Collectie Rijksmuseum.

Karpers en reigers

Heeft het droge weer ook nadelen? De vissen zitten vrij diep en zouden het nog wel even kunnen volhouden in het kleine laagje water, ware het niet voor de reigers. Ze bijten de karpers de koppen af! Margaretha zegt dat ze er ‘op laat passen’. Zou ze daarmee bedoelen dat ze de reigers laat afschieten?

Brieffragment over reigers

tis te verwondere dat de vis haer inde diepte
onthout en wij daer so weijnich schade in hebe
de reijgers doen de meeste schaeij6Schade bijten de
kerpers de koppen af maer ick laeter ock
op passe[, de leunine op de steene bruch tuschen]

Een elegant gekleed gezelschap van dames en heren, deels te paard, kijkt vanaf een bosrand toe hoe hun valken reigers uit de lucht vangen. Honden storten zich op de reigers die op de grond gevallen zijn. Links op de achtergrond draait een man met een loer. Op de achtergrond een kasteel.
Reigerjacht, Pieter Serwouters, naar David Vinckboons (I), 1612. Collectie Rijksmuseum

Geldschieter Temminck

Er is weer een brief van Temminck gekomen. Er is weer 300 gulden aan Jan Visser van de zaagmolen betaald. Ook heeft Temminck de kosten van de scheepsvracht hout van Hamburg naar Amsterdam betaald. Temminck heeft nu inmiddels al zo’n 12 à 1300 gulden voorgeschoten en hij moet binnenkort ook weer betalen voor een vrachtschip met kalk, dus Margaretha heeft hem een paar duizend gulden gezonden.

Eerste brieffragment over betalingen Temminck
Tweede brieffragment over betalingen Temminck

so aenstonts ontfange Een brief van Monse7Afkorting van monsieur
teminck die weer 300f aen jan visser op de
saech moollen in minderin van sijn reeckenin
heeft geegeegve en al de scheeps vrachte vant hout
van haerburch tot Amsterdam heeft betaelt
daer meede hij schrijft ons nu ontrent de
12 a 1300f verschooten8Verschieten: Voorschieten te hebbe so dat me wel
diende hem weer Een paer duijsent gul te
sende want hij ons weer Een samoreus9Samoreus: Type lang vrachtschip met
kalck sal moeten bestelle dat ock weer over
de 300f loopt, [ick had van avont met de]

Een lang schip met een fok en een klein zeil en een schoorsteentje op de kajuit waar rook uit komt vaart naar links. Op het dek zijn meerdere mannen bezig met de zeilen. Achter het schip aan trekken ze een klein bootje met daarin wat tonnen.
Samoreus, Reinier Nooms, 1652 – 1654. Collectie Rijksmuseum.

PS: Van Ginkel is weer kwiek

Nadat ze haar naam op het velletje papier heeft geschreven, besluit ze toch nog iets toe te voegen over zoon Van Ginkel. Hij is weer zo kwiek, dat hij van plan is binnenkort weer een bezoek aan de kerk te brengen. Hij wil zelfs komende week richting Amerongen! Maar Margaretha heeft hem geschreven dat hij zich vooral niet moet overhaasten.

Afsluiting en Van Ginkel

de heer van ginckel
schrijft gistere sijn
karck ganck van meeninge
was te doen en inde toekoomende
weeck hier te koome, ick schrijf
hij hem toch niet en verhaeste
de heere sij gedanckt het met
hem weer so veer is

Links op de achtergrond een eenvoudige kerk met middenop een open klokkestoel. Uit de kerk komen diverse mensen, op de voorgrond twee vrouwen met moffen, daarachter twee vrouwen en een meisje. De linkerhand heeft haar klapstoeltje onder haar rechterarm en een stoof onder haar linkerarm. De andere vrouw draagt een mof en aan haar arm hangt een boek. Daarachter een man en een vrouw. De vrouw heeft ook een stoofje aan haar linker arm hangen. Daarachter twee mannen. Rechts in de verte lopen de figuren uit de rand van het boek. Boven de mensen staat het vierde van een vers dat er boven staat maar af is gesneden: 4. Eer sij u Vaeder ende Soon En Heijlghen Geest in s Hemels troon Bij ons all te samen sijn Moet dit doch Ja en amen sijn Fijnis
Groep kerkgangers bij het verlaten van de kerk, Gesina ter Borch, ca. 1654. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Pertinent: behoorlijk, nauwkeurig
  • 2
    Hendrik Schut
  • 3
    Cornelis Rietvelt
  • 4
    Regenachtig
  • 5
    Wed: Plaats geschikt of bestemd voor het laten drinken of baden van dieren, vee.
  • 6
    Schade
  • 7
    Afkorting van monsieur
  • 8
    Verschieten: Voorschieten
  • 9
    Samoreus: Type lang vrachtschip

Pagina 1 van 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén