De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Geld Pagina 1 van 4

Wie heeft geld?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 15 juli 1680 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief
Deze brief is flink gehusseld tijdens het scannen. Het zijn twee vellen met elk vier kantjes en een memorie en ook nog en ps op een apart blaadje. Hier de bijbehoren scannummers: 1e vel kant 1 – 73; 1e vel kant 2 – 74, 77; 1e vel kant 3 – 80; 1e vel kant 4 – 81; 2e vel kant 1 – 78; 2e vel kant 2 – 79; 2e vel kant 3 - 79; 2e vel kant 4 - 80; Memorie voor – 74 gedeeltelijk, 77; Memorie achter - 78; Ps voor – 74 overdwars, 75; Ps achter - 76

Margaretha doet weer eens haar stinkende best om geld te krijgen, maar veel succes heeft ze niet. Maar voor het over die echt belangrijke zaken gaat, moet ze eerst wat rechtzetten. Eerst het allerbelangrijkste: het gaat goed met Godard Adriaan. Kennelijk heeft Beusichem Godard Adriaan geschreven dat Margaretha 350 gulden per morgen betaald zou hebben voor het land van het Domkapittel. Dat klopt natuurlijk niet, dat zou wel heel erg duur zijn. Zo doet Margaretha geen zaken. Het stuk land is ongeveer 3,5 morgen, dus daar wil ze in totaal 350 gulden voor geven, dus 100 gulden de morgen. Dat is een goede koop, Smissaert en Van Beek zijn er mee bezig, het wachten is op goedkeuring door het Domkapittel.

Brieffragment kosten land

haech den 15 ijuli
1680

Mijn heer en lieste hartge

wt uhEd vande 3 deeser sien ick deselfve met
al het sijne noch wel waert daer de heer voor
gedanckt moet sijn, beusekom moet abuijs
hebbe dat hij uhEd heeft geschreefve ickt lant
vant kapittel vande dom voor 350f de merge
sou gekocht hebbe dat waer veel te dier ick
most so niet te mart gaen, tis ontrent 3½
merge groot daer soude wij 350f saeme
voor geefven dat sou honde gul de merge weese
het is tuschen ons geseijt heel goet koop dans
staet noch raport door den heere van beeck
en smitser aent kapittel daer van te doen
en haer Aproobasie te verwachte het welcke
geloof vandaech gedaen sal worden, [so lan]

Archiefkast van eikenhout. Twee doorgaande hoekstijlen en een middenstijl dragen aan ijzeren kruishengsels vier opgeklampte deuren. De meest linker deur staat op een kier, de twee rechterdeuren staan wijd open, waardoor je de lades ziet. De door de kruising der klampen verkregen vierkanten zijn binnen ingekerfde cirkels Gotisch gebiljoend. Ieder paar deuren heeft twee ijzeren sloten met grendels. Een tap met een gat is aan de ene hoekstijl bevestigd en een draaibare beugel aan de andere. Binnenin veertig van de oorspronkelijke laden met Gotische majuskels.
Archiefkast van het Domkapittel, 1500-1550. Collectie Rijksmuseum.

Er is geen geld in Utrecht

Margaretha is in Den Haag om de betalingen voor Godard Adriaan te regelen. Ze was eerst in Utrecht en heeft daar iedereen die er toe doet gesproken, iedereen was erg beleefd en bij haar langs gekomen. Alleen burgemeester Gruijter had zij bij hem thuis bezocht. Die was wel duidelijk: er is geen geld. Er is zelfs zo weinig geld dat Utrecht al een half jaar achter is met het betalen van de predikanten. En die hebben allemaal kinderen thuis zitten en die hebben geen brood om te eten. Ook de soldaten die bij Maastricht liggen lopen weg omdat ze geen soldij krijgen.

Brieffragment geld Utrecht

[kost niet helpe] sij seijde altemael datter

geen gelt inde provinsie was ija dat sij niet
wiste hoe sij haer preedikante die nu ander half
ijaer ten achteren waeren daer onder sijn
die met huijsen vol kindere sitte en geen
broot hebbe om te Eeten, soude betaellen,
de seeckreetaris luchtenburch seijde die selfe
merge Een brief van Maestricht van Een
kapteijn die hij noemde gekreechge te hebbe
die klaechde dat meer als de helft van
sijn kompangi was verloope en so hij geen
gelt vande provinsi van wttrecht kreech niet
Een man langer kost houde, [de heere seijde]

Een prekende dominee op kansel. De contouren van de koffievlek heeft Brandes licht aangestipt. Opschrift, rechtsonder, handgeschreven in potlood: ‘Een koffij vlak bij het storten over dit papier’
Koffievlek uitgewerkt tot prekende dominee op kansel, Jan Brandes, 1770 – 1790. Collectie Rijksmuseum.

Geld uit Overijssel?

Van Ginkel heeft Willem III gesproken en die wist inderdaad dat Utrecht geen geld heeft. Maar hij dacht dat Overijssel nog moest betalen, dus daar gaat hij zeggen dat zij moeten betalen. Margaretha heeft er een hard hoofd in. Ambassadeurs worden of door de provincie ingehuurd, of door de Staten Generaal. Voor een missie in opdracht van de Staten Generaal moeten alle provincies bijdragen. Dus zo moet Margaretha maar zien dat ze Godard Adriaans kostje bij elkaar scharrelt.

Brieffragment geld Overijssel

[verwachten is,] de heer van ginckel heeft
sijn hoocheijt hier ock over gesproocke als ock
de heer van schraefve moer , die ock teegens
haer alle beijde seijde wel te weeten dat
wttrecht geen gelt kost geefve, maer dat
over ijsel noch schuldich was dat hij wilde
schrijfve dat die ons soude betaelle,

Tekening van een door huizen omsloten plein. Links eerst een hoog huis met een versierde trapgevel, dan een breed gebouw met een bordes en een balkon. Op de achtergrond een relatief lage poort, rechts staan bomen. Op het plein lopen mensen en staan mensen te praten. Voor het hoge huis links (het landshuis) staat iemand op wacht. Midden op het plein loopt een meisje met een juk met twee emmers eraan.
Gezicht op het Grote Kerkhof in Deventer, Jan de Beijer, 1744. Collectie Rijksmuseum. Gezicht vanuit het noordoosten op het Grote Kerkhof te Deventer met links het Landshuis (zetel van de Gedeputeerde Staten van Overijssel) en het stadhuis en op de achtergrond de Duinpoort.

Holland heeft wel geld. Echt waar!

Ze is in Den Haag en de raadspensionaris Gaspard Fagel heeft beloofd bij haar langs te komen. Ook daar heeft ze een hard hoofd in: ze verwacht dat hij het zal vergeten. Willem III had bovendien gezegd dat Holland al meer betaald heeft dan nodig is. Dat kan wel zijn, maar Margaretha zou hem heel goed kunnen uitleggen van welk geld Holland Godard Adriaan kan betalen. Holland heeft namelijk geld apart gezet voor een ambassadeur in Frankrijk, maar ze hebben helemaal geen ambassadeur in Frankrijk. Dus dat geld kan prima naar Godard Adriaan. Nou is het maar de vraag of er iemand naar haar uitleg wil luisteren, en als ze al luisteren, dan voeren ze haar idee waarschijnlijk toch niet uit. Ze zal het de raadspensionaris toch even voorstellen.

sijn hoocheijt seijt ock dat hollant overbetaelt heeft
oversulcks niet betaelle kan, maer alst haer
beliefde sou ick haer wel aenwijse waer wt
sij mij soude konne betaelle tis waer sij hebbe
opt ijaer 8i, tachtentich duijsent gul betaelt ,
maer se hebbe 20000£ ses ijaeren aen Een
getroefe ijaerlijcks getrocken tot betaellin
van haere ordinaerisse Ambassadeur
in vranckrijck die sij daer niet hebbe gehad
so datse daer van 40000f over hebbe daer
uhEd noch wel wt kost betaelt worden
maer vrees sijt niet doen en sulle, so ick den
heere r p kom te spreecke salt hem segge, [so]

Links geeft een dame in een wit met zwarte jurk een heer in het bruin een hand. Rechts staat een heer in het zwart met zijn rug naar hun toe. Tussen de pratende dame en heer en de heer alleen hangt een elegant getekende krul.
Stel in gesprek terwijl een tweede heer zich afwendt, Gesina ter Borch, ca. 1654 – ca. 1658. Collectie Rijksmuseum.

Een memorie

Als er geen geld komt, weet Margaretha echt niet hoe ze alle eindjes aan elkaar moet knopen. Godard Adriaan moet natuurlijk geld hebben, maar ze moet ook het werkvolk en de materialen betalen. Ze pruttelt ook nog wat na over hoeveel tijd (en dus geld!) het de metselaars om de dubbele bogen van de stal te metselen.

Het leuke van deze brief is dat Godard Adriaan hier het bijgesloten memorie bewaard heeft. Deze heeft hij niet opgeslagen in zijn archief, maar hier krijgen we toch een kijkje in Margaretha’s financiële administratie.

Memorie

Memoorije vant geene hier
voor Eerst nootsaecklijck
moet betaelt worden
aen loot ontrent de ________________ 700f
den panne ontrent de ______________ 400f
aen spijckers ontrent de ____________ 300f
noch aen turf voorde steen
oven ontrent de __________________600f

___________________
2000 f

nu moeten het arbeijts
volck die alle seer om gelt
roepe ock wat hebbe,
ent gekochte lant ter
som van 350 f betaelt
worden

Hoera voor de kerk!

Na de reformatie vielen alle goederen van de (katholieke) kerk toe aan de Staten van Utrecht. De Utrechtse kapittels die we zo nu en dan tegen komen in de brieven bleven dus bestaan. Alleen waren ze geen religieuze instelling meer, maar meer een beheersorganisatie. Binnen de kapittelorganisaties waren baantjes te verdelen voor adel en regenten en je kon rechten kopen op bijvoorbeeld prebendes voor ongehuwde dochters of een deel van de inkomsten van het onroerend goed van zo’n kapittel.

Het is is Johan Pesters gelukt om op deze manier een prove voor de Van Reedes te krijgen ter waarde van 7500 gulden. Het moet nog wel geheim blijven, maar Margaretha heeft al de helft naar Temminck gestuurd zodat Godard Adriaan het kan gebruiken. Margaretha dankt de grote God dat hij juist nu toch weer wat geld toe weet te zenden.

Als er nou alsnog geld van het land komt, dan wil Margaretha dat graag gebruiken om een aantal leningen af te betalen. Maar eerst maar eens zorgen dat ze daadwerkelijk wat krijgen.

Brieffragment Grote God

[voorseijde som van 7500f ons voldaen,] so
goet is dien grooten godt nu wij weer
bij dees wan betaeline vant lant, int
de grootste ongeleegentheijt om gelt
waeren sent hij ons weer dit so onver=
wacht toe, als wij hoop hadde om
gelt vant lant te krijgen soude ick
onder korexsi met dit gelt kapijtaele
aflegge maer so lange dit so staet
weet niet dat wijt konne misse, [Eve=]

Beschrijving Afbeelding van rolwerkcartouches met de wapenschilden van de vijf kapittels van Utrecht, opgehangen aan linten: linksboven de Dom, rechtsboven Oudmunster, in het midden St. Pieter, linksonder St. Jan en rechtsonder St. Marie.
Wapenschilden van de vijf Kapittels van Utrecht, ca. 1660. Collectie Het Utrechts Archief.

Caleche en hout

Inmiddels komt de post met een brief van Godard Adriaan. Hij lijkt zich minder zorgen te maken om hun financiële situatie en ook Margaretha lijkt die volledig vergeten te zijn. Ze is blij dat Godard Adriaan een caleche voor haar zal verzorgen. Margaretha heeft nog niet gehoord dat het Pruisische hout in Amsterdam aangekomen is.

Brieffragment caleche en pruisisch hout

[wort] so aenstonts ontfange ick uhEd aengenaeme
vande 10 deeser bedancke deselfve dat hij mij van
Een kales sal versorchge, ick hoor noch vande
pruijse deelle niet geloof niet dat die tot Amster
dam sijn aen gekoomen, [so aenstonts schrijft]

Voor een gebouw (stallen met koetshuis?) komt een hele stoet koetsen, wagens, ruiters en mensen met jachthonden aan. In een aantal van de karren liggen reeën in een andere een wild zwijn. In een open koets zitten twee voorname heren.
Jachtstoet op Het Loo – 2e helft 17e eeuw. Willem III en een hoge gast zitten in een calèche met opgezette kap, Romeijn de Hooghe, ca. 1700. Collectie Gelders Archief.

Nog meer of minder geld

Kennelijk zit er ook een brief van Johan Pesters bij de post. Godard Adriaan kan pas vrijdag beschikken over de 3750 gulden waar Margaretha eerder over schreef. Ze verzucht dat je pas op geld kan rekenen als je het daadwerkelijk in je handen hebt: “ick sech in waerheijt men kan op
geen gelt ter werlt staet maecke als dat men in handen heeft”.

Deze opmerking over geld maakt weer een hele overweging los waar het binnengekomen geld wel en niet aan uitgegeven moet of kan worden. Kennelijk is er ook geld van Van Heteren geleend om secretaris Isaäc de Blanche te kunnen betalen. Die moet natuurlijk zijn geld als eerste terug hebben. Dan is het tijd om een eind aan de brief voor haar liefste breien. Weer een atypische afsluiting. Wat brengt Margaretha’s hoofd op hol?

Eerste brieffragment meer of minder geld
Tweede brieffragment meer of minder geld

[heeft daer is niet aen te koomen,] uhEd sal
mij van dit gelt voor Eerst wat beliefve tot
de timeraesge te laete gebruijcke of weet
geen wtkomst so wij vant lant betaelt
worden sou van opijnie sijn dat ick van
heetere de twee duijsent gul die wij wee
=gens den heer blansche den 4 ijuni laest
leeden hebbe ge ontfange weerom sou geefve

om niet te diep indien goede man sijn schult
te vervalle, ick verseeckere uhEd mocht ick
Eens bij deselfve sijn sou ock wel wat te segge
hebbe dat de pen niet derf vertrouwe,
nu mijn lieste ick blijf

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Of toch niet

Kennelijk hoeft de post in de stad niet op haar te wachten, want ze heeft nog tijd voor een naschrift en een ps op een apart briefje. Het bedrag dat Overijssel nog moet betalen aan de Staten Generaal voor onkosten is hoger dan de onkosten van Godard Adriaan, dat zou dus moeten lukken. Godard Adriaan krijgt de groeten van Margriet uit Den Haag (?) en het blijft maar regenen.

De volgende dag volgt de ps op het aparte briefje. Er is een brief van Temminck binnengekomen en het Pruisische hout is in Amsterdam. Hij meldt ook dat hij lang geen brief van Godard Adriaan gehad heeft. Dat vind Margaretha vreemd, want in zijn laatste brief schrijft Godard Adriaan nog dat hij geld via een wissel heeft “getrokken”.

Naschrift

ps
so aenstonts sijnde den 16ijuli ontfange
Een brief van teminck die schrijft de
40 pruijse deelle tot Amsterdam wel
sijn aengekoome, en dat hij in lange
van uhEd geen briefve heeft gehadt
dat mij verwondert om dat uhEd in
sijn voorgaende mij schrijft Een wissel
getrocke te hebbe

Landschap met links een rivier met daarop wat bootjes en twee vlotten met hout. Op de rechteroever een stadje (zonder muur) met één hele hoge kerktoren (Cunerakerk) en een molen. Op de voorgrond weilanden en rechts een weg in het bos.
Gezicht op Rhenen uit het oosten, P.W. van de Weijer naar J. Goossen, 1867. Collectie Het Utrechts Archief. Op de rivier een voorbeeld van vlotterij: het vervoeren van houten stammen door er vlotten van te maken.

Traagheid en haast

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 29 juni 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 juli 1680
Lees hier de originele brief

Sommige zaken gaan zo langzaam dat Margaretha er gek van wordt en anderen hebben zoveel haast, dat ze het niet bij kan benen. De eerste traagheid is in ieder geval opgelost: de missende brief van 12 juni is terecht en die van 19 juni is inmiddels ook binnen.

Brieffragment verdwaalde brief

[rec. a 7. Julij]
Ameronge den 29/19
ijuni 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd vermiste brief vande 12 deeser die al tot keulen
is geweest heb ick neffens die vande 19 deeser, deese
weeck ontfange, [tis heel goet uhEd over sijn betaeline]

Gravure van een varken met daarop met een man met een fles aan zijn mand. Er druipt vocht uit zijn mond. Hij heeft een zak achter hem en daar zit een posthoorn aan. Op zijn muts een soort vogel. Achter hem twee jongens, waarvan de ene de staart van het varken vasthoudt. Ze hebben stokken met iets eraan waar ze mee willen slaan. Het varken heeft brieven in zijn bek.
Een postiljon (postvervoerder) op een varken. Fragment uit een spotprent, anoniem, 1720. Collectie: Rijksmuseum.

Werkgever

Godard Adriaan heeft raadspensionaris Fagel geschreven over de betaling van zijn werk. Margaretha is er blij om, want het is weer eens een zootje. Godard Adriaan is op pad voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar in de praktijk zijn dat zeven provincies die allemaal hun eigen ding doen. De missie is opgezet door de Staten Generaal, maar die heeft zelf geen geld, ze zijn afhankelijk van de bijdragen van de provincies. Een deel is formeel geregeld, maar er blijft altijd gedonder over de onkostenvergoedingen.

Brieffragment raadspensionaris over betaling

[weeck ontfange,] tis heel goet uhEd over sijn betaeline
aende heere raet pensionaeris heeft geschreefve want
kan noch met de resteerende 2310f niet te rechte
koomen, [van heetere schrijft dat hollant weijgert]

Een schilderij van een man gezeten voor een halfopen roodachtig gordijn met aan de rechterkant een doorkijkje op een interieur waarin een zuil en balustrades van een balkon te zien en suggesties van personen die achter de balustrade staan. De man heeft aan de zijkant dun haar tot op zijn schouders. Bovenop zijn hoofd is hij kaal met alleen middenvoor een plukje dun haar.Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij kijkt ons met een glimlach met gesloten mond aan. Hij is gekleed in een donker kostuum met een wit befje rond zijn nek. Zijn linkerhand houdt hij met de vingers gespreid tegen zijn borst. Zijn rechterhand ligt op een tafeltje en houdt iets vast dat op een klein, lichtgekleurd doekje lijkt. Verder liggen erop tafel twee stukjes papier waarvan een met geschreven tekst en twee platte zilveren gedecoreerde doosjes.De man kijkt
Caspar Fagel (1634-88). Raadpensionaris van Holland sedert 1672, met op de achtergrond de vergaderzaal van de Staten van Holland op het Binnenhof te Den Haag, Johannes Vollevens (I) (kopie naar), 1672 – 1700. Collectie Rijksmuseum.

Onkostenvergoedingen

Nu is het zo dat er volgens de raadspensionaris de resterende 2310 gulden niet betaald kan worden, want dat zijn onkosten en die moeten door de provincies betaald worden. Holland wil niet betalen, want die hebben hun bijdragen al gedaan en dat klopt. In Utrecht hadden ze een omweg gekozen om te betalen. Uit Den Haag komt het bericht dat Groningen en Overijssel hun bijdrage voor de onkosten nog niet betaald hebben. En laat Margaretha daar nou net geen connecties hebben die radertjes in beweging kunnen zetten!

Brieffragment onkostenvergoeding

[koomen,] van heetere schrijft dat hollant weijgert
te betaelle seggen dat sij ock inde post van de=
froijemente1Defroijementen: onkostenvergoedingen hebbe voldaen het welcke hem bij
de komijs2Commies: (rekenplichtig) ambtenaar vande finansi komans3Onbekend wort gekonfir
=meert so dat dit niet alleen hapert maer
sien niet hoet in toekoomende voort sal gaen
laest inde haech sijnde heb ick verstaen dat de proo
vinsie van overijsel en greunine op dit loopende
ijaer niet niet op haer post van defroijemente
hebbe betaelt of ock noch niet hebbe te laste,
maer sulle wijt daer moete gaen soecke daer
wij mijns weetens niet Een mens hebbe hebbe die
ons daer in te rechte sulle helpe, [dat sal ons seer]

Vervolgens bedenkt Margaretha samen met Van Heteren allemaal manieren om toch een betaling te forceren. Heel creatief, maar onnavolgbaar.

Links titelcartouche met daaromheen een aantal figuren en producten die symbool staan voor de welvaart van de Republiek. Rechts legenda en schaalstok: Mille pas geometriques, Lieües communes de France, en nog drie andere. Gradenverdeling langs de randen.
Kaart van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Gerard Valck, 1690. Collectie Rijksmuseum.

Dubbele bogen

Schut is langs geweest en de bouw aan de stallen en bijbehorende paviljoens gaat gestaag door. Gestaag, maar wel langzaam. Heel… erg… langzaam. Iemand, uit de brief wordt niet duidelijk wie, heeft bedacht dat de ramen en deuren van de stallen en het koetshuis met dubbele bogen gemetseld moeten worden en dat kost gewoon heel erg veel tijd. Margaretha denkt dat het nog zeker tien of twaalf dagen duurt voor ze zo hoog zijn dat ze de balken voor de zolder kunnen gaan leggen.

Brieffragment dubbele bogen

[met den Eerste sal verwachte,] Meester Schut die
deese weeck hier is geweest is gistere weer naer
Amsterdam vertrocken, het metsel werck gaet
seer lamsaem voort ijae so dat schrick het tesien
het welcke komt door die dubbelde boochge die
sij booven de vensters en deure vande stal en
koetshuijs moete maecke daer sij deese heelle
weecke over drij vande dubbelde boochge die en twee
boven de vensters dat maer ordinarise booge sijn
boven de vensters int voorste pavelijoen
gewerckt hebbe, so datse naer mijn gissine
noch wel 10 a 12 dage werck hebbe Eersij
door gaens de hoochte sulle hebbe om de balcke
op te legge, daer toe hebbe wij al deese weeck seer
quaet weer gehadt dat al wat verhindert
heeft, [sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot]

Een bakstenen gebouw met een historische kandelaar en eerst een deur met daarboven een boograam en daarachter nog een paar boogramen. Tegen de gevel groeit en paarsbloeiende blauwe regen.
Stal met blauwe regen, Annemiek Barnouw, 2016. Je kunt je voorstellen dat het metselen van boog boven boog boven boog een klusje was waar de metselaars hun tanden op stuk konden bijten.

Wegvliegend geld

Doordat Schut er was hebben ze nog eens goed kunnen overleggen hoeveel lood er nou eigenlijk precies nodig is. De secretaris had 200 gulden gebudgetteerd, maar er zal zeker 700 gulden aan lood nodig zijn. En daar vliegt weer 400 gulden weg (kennelijk had Margaretha als ervaren bouwvrouwe al 100 gulden hoger ingezet dan de optimistische schatting van de secretaris). En het is niet alleen het lood. Zo zijn er zoveel dingen. Maarja, ze zijn nu eenmaal bezig, dus moeten ze door. Maar uit het diepst van haar hart hoopt Margaretha dat het nu bijna klaar zal zijn.

Tweede brieffragment duur lood

[heeft,] sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot
der moet weesse, den seeckreetaris hadt gemeen
datter ontrent de 200f aen loot sou moete sijn
maer nu bevint sich datter wel bij de 700f
aen loot sal moeten sijn want der noch over
de 7000 pont sal moete sijn, en dat moet
kontant gelt weesen, so dat ons dit al weer
400f buijten onse gissine gaet so gaet het al
in meer dingen, tis niet moogelijck dat men
so Effen op alles sijn staet in dit werck kan
maecken, wij sijn hier nu in en moetender
doer, hoope het nu haest ten Eijnde

sal koomen, [voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs]

Een volwassen vrouw. Ze zit aan een tafel en telt geld uit een beurs.
Vrouw die geld telt, Jan Chalon, 1793. Collectie Rijksmuseum

Voorbij vliegend bezoek

Margaretha heeft ook bezoek gehad. ‘Meneer de Kolenbel’ was zo haastig dat hij geeneens een glas wijn wilde. Justus David de Coulombel was domheer in Utrecht en Raad voor de Keurvorst van Brandenburg. De dag erna kwamen Eberhard Danckelman en zijn vrouw. Danckelman had in Utrecht gestudeerd en was de leraar geweest van de oudste zoon van de keurvorst. Hij zal in de komende jaren de Universiteit van Halle (1694) en de Berlijnse Academie voor Kunsten (1696) oprichten. Maar daar is Margaretha natuurlijk helemaal niet mee bezig. Zij wil de relaties van Godard Adriaan gewoon zo goed mogelijk fêteren.

Brieffragment bezoek

[sal koomen,] voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs
geweest Monseu de kolenbel maer was so haestich dat geen tijt
gaf hem Een glas wijn te geefve, den anderen dach sijnde
woonsdach quam den heer en vrou danckel man recht op den
Middach so de spijs op tafel wiert gedrage, sij liete vrage
of sij mij geen ongeleegentheijt soude doen naer den Eeten het huijs
te koomensien, daer op ickversocht sij bij mij wilde koomen
Eeten gelijck sijdeeden, ick gaf haer het best dat ick
kost dat tot mijn leetweesen niet veel was, sij scheene heel wel
te vreede te sijn, saegen het huijs maer wilde niet blijfven
hoeseer ickse badt wilde dien avont noch met de nacht
schuijt naer Amsterdam, so dat ick niet kost doen
het geene wel wenste, [ick heb ock inde korante gesien de]

Voor een huis met hoge ramen en luiken stopt een koets. Een man laat een vrouw uit de koets. Voor de koets staat een chique vrouw met een zwarte huik, een rode rok en witte kraag met een waaier in haar hand te wachten. Achter haar speelt een meisje met een hond. Op de trap naar de deur staat een oude man in het zwart. Hij heeft zijn hoed in de hand. Achter de koets buigen twee mannen naar elkaar. Op de voorgrond een paar kalkoenen en een haan.
Aankomst bij een landhuis, Gesina ter Borch, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Hertogdom Maagdenburg

De Keurvorst van Brandenburg heeft Maagdenburg tot hertogdom verheven. Bij de vrede van Osnabrück in 1648 was besloten dat het aartsbisdom Maagdenburg na het overlijden van de laatste administrator (gekozen bisschop), August von Sachsen-Weißenfels, zou toevallen aan Brandenburg en een hertogdom zou worden. Maagdenburg werd dus geseculariseerd. Margaretha is hier zeer tevreden mee en hoopt dat Godard Adriaan dat doorgeeft aan de Keurvorst.

Brieffragment Hertogdom Maagdenburg

[het geene wel wenste,] ick heb ock inde korante gesien de
sucksesie die den heere keurvorst aent hartoochdom
Maechdenberch heeft gedaen, ick ben inmijn pertikulier
daer in verheucht , tis Een seer groot Erfnis, wij sijn ock
veroblijgeert voorde gunst die sijn keurvorstlijcke doorluchtichheij
aen uhEd belieft te toonnen, [ick had gemeent het gras of]

Op een sokkel staat een dakvormige rijkelijk versierde kist. Op de bovenkant van het deksel bevindt zich een kruisbeeld, met daaronder een korte Duitse biografie van de hertog. De kist staat op meerdere plastisch vormgegeven leeuwen, die ringen (handgrepen) in hun bek dragen. Aan het hoofdeinde van de kist liggen de hertogskroon en de bisschopsmuts. De kist staat onder een zwart baldakijn.
Opbaring van het lijk van Hertog August von Sachsen-Weißenfels, 1680. Collectie Museum Weißenfels – Schloss Neu-Augustusburg.

Hooi

Margaretha sluit haar brief af met een praktisch puntje. Ze had het hooi op de bovenste “bolle” (uiterwaarde) graag verkocht, maar dat is niet gelukt. Nu moet ze dus zelf gaan hooien, maar ze moet nog zien hoe ze dat voor elkaar krijgt met dit weer.

Brieffragment hooien

aen uhEd belieft te toonnen, ick had gemeent het gras of
hoeij van boovenste bol te verkoope maer heb niet gekost moet het
selfver hoeijen en heb sulcken quade weer daer op dat ick nie
weet hoet tot hoeij sal krijgen sullen ons best doen ent voort
godt almachtich beveelle, die uhEd in sijn heijlige bescherminge
wilneemen, blijfvende
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff
M Turnor

In een heuvellandschap staat een man met een zeis, een vrouw tilt het hooi op. Achter de man met de zeis zit een man met zijn zeis onder de arm uit een kan te drinken. Op de achtergrond staan hooibergen en mensen hooi te verzamelen.
Wandtapijt dat juli voorstelt, Mortlake Tapijtfabriek, 1660-1669. Collectie Victoria & Albert Museum.

Calèche

Margaretha heeft haar papier helemaal volgeschreven, maar er komt toch nog een prangende nabrander. Die schrijft ze maar op een los papiertje. Het koetsje (calèche) uit Berlijn slijt zo dat ze er eigenlijk niet meer mee de weg op kan. En dat terwijl ze hem maar één keer sinds Godard Adriaans vertrek gebruikt heeft! Kennelijk is de slijtage al voor zijn vertrek ontstaan, want Margaretha wil eigenlijk wel een nieuwe. En als het kan, dan met een iets grotere deur. Nu moet ze er zijwaarts in en dan is het nog ingewikkeld om er in of uit te komen. Margaretha heeft geluk dat ze niet in de voertuigen van de moderne rijken hoeft te stappen: met al die rokken in een Porsche of Ferrari stappen is helemaal een ellende. De moderne drempels zijn daarentegen een fluitje van een cent vergeleken bij de slechte wegen waarover Margaretha moest in haar calèche.

Briefje Berlijnse caleche

ons berlijns kalesge hoewel ickt selfve maer Eens
sint uhEd vertreck heb gebruijckt, gaet seer af en
so dat ment selfve niet sonder vrees van op de wech
te breecke kan gebruijcken, so uhEd weer so Een belieft
te hebbe sou daer sijnde Een weer konne versorchgen
in welcken geval ick wenste de portiere om wt
en in te gaen Een weijnich wijder mochte sijn
ick moet hier vanter sijden wt en in gaen en
dan heb ickt noch quaet genoech om in of
wt te koomen

Vanaf het water zien we een hoge brug waarop een koetsje rijdt. Een vrouw hangt haar was over de reling. Links op het water ligt een praam, we zien nog net de bovenkant van de gevels van de huizen aan de linker kant. Onder de brug door zien we de gracht met de werfkelders , daarachter een volgende brug en een poort.
De Weerdpoort van binnen, Cornelis Pronk, 1748. Collectie British Museum. De koets op de brug lijkt op een calèche.
  • 1
    Defroijementen: onkostenvergoedingen
  • 2
    Commies: (rekenplichtig) ambtenaar
  • 3
    Onbekend

Mooi weer

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 11 mei 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 mei 1680
Lees hier de originele brief

Het is twee en een halve week geleden dat Margaretha aan Godard Adriaan schreef en ze realiseert zich dat in haar laatste brieven ‘swaericheijt’ de boventoon voerde. Maar ja, wat moet je als het water maar niet wil zakken met stagnerende bouwwerkzaamheden tot gevolg. En dan zullen we het maar niet over de geldzorgen hebben. Gelukkig kan Margaretha nu positiever nieuws brengen: het is de hele week al prachtig weer! Dat betekent dat het werk bij de steenoven, het metselwerk én het graafwerk flink gevorderd zijn.

Brieffragment beter nieuws

rec.a 19e Maij
Amerongen den
11/1 meij 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande Eerste deeser heb ick ter rechter
tijt ontfange, het is mij leet ick in mijne voorgaende ija
tot mijne laeste in kluijs niet ande heb konne schrij
als van swaericheijt en dat men hier met geen
werck voort en kost, nu sal ick segge dat wij dees
heelle weeck seer schoon weer hebbe gehadt inde
welcke ons werck so wel op de steen oven alst
metsel werck ende graefvers heel wel hebbe ge=
vordert, [moogen wij sulcken weer wat houden]

Op een veld zijn mannen aan het bouwen. Voor proberen ligt een boomstam op twee bokken en zijn mannen met bijlen bezig. Rechts roert een man onder een afdak in een grote bak (mortel?) daarachter wordt een muur gebouwd met drie mannen op een steiger en helemaal achter timmert een ban het gebint van een dak in elkaar.
Over bouwen in het algemeen. Uit: Georgica curiosa : das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität Düsseldorf

Het water zakt

Vanwege het mooie weer, is het water gelukkig ook aan het zakken. Zoveel zelfs dat ze de sluis vandaag open heeft laten zetten. Hierdoor zijn de binnen weiden al weer bijna droog. De uiterwaarden drogen ook op, maar daar heeft men nog niet zo veel aan. Het gras is zwart van het slib en stinkt zo erg dat mensen hun vee er niet op kunnen laten grazen. Dat brengt nieuwe zorgen met zich mee, want het droogvoer is op.

Brieffragment zakkend water

[kort maecke,] het water dat hier op al de wtter
waerde heeft gestaen, is heel aent valle en so dat
van daech de sluijse heb doen open sette waer
door de binne weije die voort meerendeel vant
wel waeter onder stonde, bij naest weer drooch
sijn, de buijte waerde sijnt water wel quijt
maert gras is so swart en vol slib en stinckt
so seer datter geen mense haer beeste op derfve
brenge, daerse seer over lamenteere want sijn
wt gevoert en weete geen wech met de beeste,

Aan de rand van een dorp staan enkele wagens stil bij een herberg, even verderop staat een groep mensen langs de kant van de weg. Op de voorgrond een kudde koeien bij een plas onder bomen.
Dorpsgezicht, Salomon van Ruysdael, 1663. Collectie Rijksmuseum.

Van water naar geld

Natuurlijk moeten Margaretha en Godard Adriaan het ook in deze brief even over geld hebben. Margaretha verwacht dat ontvanger De Leeuw uit Utrecht binnenkort 4000 gulden zal betalen. Als zij dat geld heeft ontvangen, kan ze weer een flinke som geld, nog eens 1000 gulden, betalen aan hun bankier, de heer Temminck in Amsterdam.

Brieffragment geld

ick heb den ontfange, de leuw tot wttrecht adver=
=tensie doen geefve vane ordinansi van 4000f die
op sijn kantoor sal koome te betaelle, die penin
=ge ontfange hebbende sal ick weer Een goede
some gelt aende heer teminck tot Amsterdam
sende die ons bij de duijsent gulde heeft ver
schooten,en t ick sal maecke hij weer duijsent gul
tot betaeline van uhEd te treckene wissels in
hande hout, bedancke deselfve seer voorde goede
sorchge die hij belieft te drage, [dat de twee]

Zilveren penning. Voorzijde: pas opgerichte beursgebouw met daarboven vliegende Mercurius. Keerzijde: gekroond wapen van Amsterdam met twee leeuwen.
De makelaars te Amsterdam, anoniem, 1612. Collectie Rijksmuseum.

Van geld naar stenen

Margaretha hopt van onderwerp naar onderwerp. Ze heeft een hoop te bespreken. Na het geld zijn uiteraard de stenen aan de beurt. Eerder schreef ze dat de twee bestelde beelden en een lading hardsteen onderweg zijn vanuit Amsterdam naar Amerongen. Nu heeft ze gehoord dat er ook een lading van 600 stenen voor de heer van Renswoude bij zit. Wat moet ze hier in vredesnaam mee? Ze zal zelf aan hem schrijven waar ze de 600 stenen naartoe moet sturen en hoe. Gelukkig voor haar blijkt dat niet nodig. Aan het eind van de brief vermeldt ze dat de vloerstenen naar Den Haag moeten.

Brieffragment stenen in Amsterdam

[sorchge die hij belieft te drage,] dat de twee
beelde en verdere hartsteen tot Amsterdam is
aengekoome en voort op wech is om hier te
brenge heb ick uhEd met de laeste post geschree
ock 600 vroersteene die ick hoore voorde heer van
rhijnswou1Johan van Reede van Renswoude te sijn, hoe ick die voort sal krijge of
waerse moete sijn weete niet sal daer over aende
heer van rhijnswoude schrijfve, [hoope ock dat]

Gezicht op een dorp aan een rivier, waarop een boot wordt ingeladen met manden en zakken; een dorp tussen Woerden en Alphen aan de Rijn, voorstellende de maand september. Bovenaan het bij deze maand behorende sterrenbeeld: weegschaal.
September, Jan van de Velde II, 1618. Collectie Rijksmuseum.

De kerkenraad

De brief is natuurlijk niet compleet zonder een update over de soap met de kerkenraad. Margaretha besteedt er maar liefst anderhalve pagina aan. Zoon Godard is nu nog in Den Haag, maar had haar beloofd bij terugkomst naar de zaak te kijken. Ook zou hij er met een theoloog uit Leiden over praten. Maar er is sprake van een kink in de kabel. Zijne Hoogheid Willem III vertrekt komende week naar Soestdijk en de Veluwe. Daar moet Godard van Ginkel bij zijn. Daarnaast staat de kerkenraad op punt van veranderen en het geschil moet natuurlijk afgewikkeld worden met de huidige kerkenraad. Margaretha wil het geschil graag opgelost hebben, maar is nog steeds heel zeker van haar gelijk. Zoals ze afgelopen winter al een aantal keer tegen hun zoon heeft gezegd, is ze bereid de predikant vanuit de grond van haar hart te vergeven.

Brieffragment Kerkenraad en Van Ginkel

den heer van ginckel is noch inde haech, heeft
mij belooft op sijnhEd weer komste al hier het
werck van preedikant bij de en kerckenraet
bij de hant te neeme en sien wat daer in
te doen staet, ock dat hij met teoligante2Theologant: Godgeleerde, theoloog
so tot leijden als Elders daer over sou
spreecke om te sien hoe wa daer met de beste
forme en manier af sulle koome, maer
vermidts ick hoor sijn hoocheijt inde aenstaende
weeck naer soesdijck en voort naerde veelu
gaet en gelijck uhEd weet de heer van ginckel
dan moet present sijn en op passe, [weet]

Brieffragment Margaretha en de dominee

[sien hoement maeckt,] ondertusche bid ick
en mij te geloofve en te vertrouwe dat so
veel mij aengaet ick geensins soeck de kleijni
=heijt vande preedickant of gedenck aent geen hij
mij heeft gedaen dat sal ick seer gaerne aen
Een sijde stelle en hem wt gront van mijn
hart vergeefve, en niet liefver sien als dat
al dit werck in minne mocht bij geleijt worde
welcke aende heer van ginckel deese winter

verscheijde maelle heb geseijt, de advijse die ick
vande advokaete en rechtgeleerde heb genoome
is niet wt Een partiekuliere pasie die ick
teegens den preedikant of kerckenraet heb
maer op uhEd begeerte en ock het segge van
deen en dande die meende sulcke prosiduere
bij den heer niet hoorde geleede te worden

Links een rij knotwilgen tegen de dijk, daarnaast weilanden die voor een deel onder water staan. Links aan de horizon de kerktoren, in het midden, tussen de bomen, kasteel Amerongen.
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.

Laatste mededelingen

Na de afsluiting van haar brief, volgen er toch nog een paar mededelingen die dicht op elkaar zijn neergepend. Eerst wat lieve berichten van de kleinkinderen. Godertje wil graag dat Margaretha zijn nederige dienst aan opa overbrengt en hij wil weten hoe het met Godard Adriaans gezondheid is. Ook Annetje en Reiniertje komen hun nederigheid tonen. Tot slot komt Margaretha terug op de 4000 gulden die ze eerder in de brief noemde. De Leeuw laat weten dat hij ze niet eerder kan betalen dan over een maand. Daar zijn ze mooi klaar mee.

Afsluiting brief

de heer van rheijnsou daer so een brief van
ontfange begeert sijn vloersteen inde haech
salse sijnhEd daer sien te bestelle, en
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

godertge komt en
begeert ick sijn
oot moedige dienst
sal preesenteere aen groote papa en vrage
hoet met groote papa gesontheijt is, en versoecke
dat den heer blansche en jeneken niemant
toch goede sorchge voor groote papa sulle
drage dat hij wel gedient mach worde
Antge en reijniertge preesenteer van gelijcke
haere oot moedigen dienst, den ontfange
de leuw laet mij weete niet Eer de bekende 4000f
te konne betaelle als inde tijt van Een
maent

Tekening van een jongen met een lange jas, knielange broek en laarzen aan. Hij heeft zijn hoef in zijn rechterhand en onder zijn linkerhand een houten schooltas. Links onder nog twee schetsen van beide handen.
Jongen met schooltas, Adriaen van Ostade, 1666. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Johan van Reede van Renswoude
  • 2
    Theologant: Godgeleerde, theoloog

Geld en water

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 30 maart 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 april 1680
Lees hier de originele brief

Het geld vliegt er nog steeds uit. Margaretha heeft onlangs 4000 gulden ontvangen, maar dat bedrag slinkt snel. Er is al zo’n 1890 gulden betaald aan kalk, hout en de zaagmolenaar. Nu moet ze van het resterende bedrag ook weer een aantal grote uitgaven bekostigen. De metselaars moeten betaald, evenals de timmerlui. Samen met de dagwerkers die in de winter werkzaamheden hebben verricht, komt dat op meer dan 1500 gulden.

Brieffragment kosten bouw

[reca. 7 april]

Ameronge den
30 maert 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 20 deeser is mij tot wttrecht
sijnde behandicht, ick heb nu volgens mijn laeste
schrijfve aen teminck wt de laest ontfangene 4000f
gesonde 1890f, en wt het resteerende, de metse=
laers en al de timerli van alles ock de raemte
die de timerlie deese winter hebbe gemaeckt
en wat sij alle tot dato dees aen ons hebbe
verdient ten volle betaelt, dat saeme met
de dachhuerders dat sij ock deese winter hebbe
verdient so int sant schiete1zand scheppen als int door grae
fve van dam op desteech overde 1500f be=
draecht, [nu moet ick gaen gaedere teegens]

Aan een tafel zitten een man en een vrouw. Op tafel liggen munten. De man houdt een weegschaal vast, de vrouw heeft sleutels in haar hand. Op de achtergrond een open deur met daarachter veen mensen. Op de voorgrond zit een hond met een vogel in zijn bek.
Zesde levensfase van zestig jaar met man die zijn geld telt met zijn vrouw, Assuerus van Londerseel, 1598-1602. Collectie Rijksmuseum.

Sparen

Margaretha geeft aan dat ze toch een beetje moet gaan sparen, want er komen nog meer uitgaven aan. Binnenkort komt het ‘steenovenvolk’, de arbeiders die stenen maken, en Margaretha verwacht een dure lading turf; 1200 gulden maar liefst. Gelukkig duurt dat nog even, want door de hevige regenval kan men voorlopig niet aan het werk. De steenoven staat namelijk midden in het water.

Brieffragment kosten steenoven

[draecht,] nu moet ick gaen gaedere2gaderen: bijeenbrengen, verzamelen teegens
dat het steenovens volck aent werck komt
en ock voor turf die voor Eerst overde 1200f
sal bedraechge, dan dat heeft voor Eerst geen
haest want het weer moet seer veranderen
Eermen aent vormen komt, alles staet hier
blanck ondert waeter dat seer schielijck Een
was gekreechgen heeft, de steenove kanmen
niet bij staet rontom onder waeter, [tis deerlijck]

Tekening van een meisje op blote voeten dat voor zich een steenvorm voor een baksteen draagt.
Werkster op een steenfabriek, Anthon Gerhard Alexander van Rappard, 1880-1890. Collectie Rijksmuseum.

Eieren in de gracht

Het stijgende water zorgt dus nog steeds voor overlast. Margaretha schrijft dat het zielig is om te zien hoe duiven rond de gaten in de kasteelmuur vliegen. Deze staan voor een groot deel onder water, waardoor hun eieren in de gracht drijven. Men zegt dat het water in de Nederrijn aan het dalen is, maar in de gracht stijgt het nog steeds. Als het water niet snel zal dalen, gaat de korenoogst verloren. Maar, schrijft ze, het is Gods werk, dus meer dan geduld kunnen we niet hebben.

Brieffragment hoog water

[niet bij staet rontom onder waeter,] tis deerlijck

te sien hoe die arme duijfve om de gaete die inde
meur gemetselt sijn vliechge welcke gaete voort
meerendeel ondertwaeter staen daer meenichte
van Eijre wt doorde graft drijfve, het waeter
seggense is op de reevier aent valle maer inde graft
wast het noch, hoope het aent valle sal blijfve
so niet is alt koorn verlooren, tsijn godts wercke
daer wij in paesijensie moete hebbe

De rechter duif staat op een poot; de linker duif zit ineengedoken.
Twee duiven, Samuel Jessurun de Mesquita, 1931. Collectie Rijksmuseum.

Cadeaus voor de keurvorstin

Het is Margaretha ter ore gekomen dat de keurvorstin van Brandenburg een prachtig cadeau heeft gekregen van de koning van Frankrijk. Dat is misschien fijn voor de keurvorstin, maar minder voor de positie van de Heer van Amerongen aldaar. Nederland is al zo slordig met het terugbetalen van leningen aan de keurvorst. De dure etentjes en cadeaus van de Franse ambassadeur helpen natuurlijk niet. Het zou fijn zijn als Nederland ook eens zoiets zou ondernemen.

Brieffragment kado keurvorstin

[ nergens in versuijmt worden, dt] dat Me
vrou de prinses keurvorstin so schoonen preesent heeft vande koninck van vranckrijck gekreechge hoore ick

gaerne alst maer in uhEd neegoosijaesie niet
hinderlijck is, daer bij isme hier so sloef3slof: laks int
betaelle vant geene wij schuldich sijn dat
geen goet kan doen, dat den Ambassa=
=deur van vranckrijck sulcke kostlijcke
feestijn heeft gedaen, is heel goet voor
Een Ambassadeur van sulcke rijcke
en Machtichge koninck en daer sulcke
preesente voor of naer sijn gegaen,
maer niet wel voor den heer van Ameron
ten waer dat men heere de state ock
Eerst sulcke aensienlijck preesente liete
voor afgaen ge en haer Ambassadeur
dan ock, daer wat naer trackteerde

Zittend portret van een vrouw met donker krullend haar. Ze draagt een Keurmantel en een zilverwitte jurk, die met diverse parelkettingen en edelstenen versierd is. Naast haar ligt de kroon op een met kostbaar goudbrokaat beklede tafel en ze zit voor een vergelijkbare draperie.
Keurvorstin Dorothea van Brandenburg, Jan de Baen, 1675. Collectie Stiftung Preußische Schlösser und Gärten Berlin-Brandenburg.

Rechtszaak

Van de politieke beslommeringen aan het hof van Brandenburg, gaat Margaretha meteen door met de lokale politiek. Er is weer sprake van een rechtzaak; deze keer met de drost. Waar het om gaat, is niet helemaal duidelijk, maar er wordt een hoop advies gevraagd her en der. Het bericht eindigt met de mededeling dat de drost er serieus werk van gaat maken. Hij laat zelfs een rechtsgeleerde uit Utrecht naar de zaak kijken en neemt een advocaat in de arm. Wordt ongetwijfeld vervolgd…

Brieffragment rechtzaak van de drost

[van Ameronge so ten beste raet]
wat sint mijne laeste inde saeck tuschen onse
drost en bellegarde is gedaen sal uhEd wt
het neefens gaende dat ick door seeckreetaris
heb laete opstelle en belast uhEd te sende,
konne sien, het welcke den drost meent seer
partijdich in door ons gerecht gegaen te sijn
sij hebbent opt Advijs van klerck en bergeijck
teegens t A dvijs van becker en vande dusse
aengegaen, den drost wilt ter niet bij laete
gaet naer wttrecht wil noch advijse van ge
pracktiseerde rechtsgeleerde en ock Een n
advokaet aeneemen die sijn saeck bepleijte
sal hier int gerecht

Figuur van beschilderd porselein. Op een vierkant goud gerand voetstuk staat een vrouw (Justitia) met een zwaard in haar rechterhand en een weegschaal over haar linkerarm. Zij is geblinddoekt. De figuur is gemerkt.
Justitia (Gerechtigheid), Meissener Porzelanmanufaktur, 1780-1800. Collectie Rijksmuseum.

Verjaardag Godard Adriaan

Margaretha besluit haar brief met een lief bericht aan Godard Adriaan. Komende dinsdag wordt hij namelijk 58 jaar! Zij wenst hem alle geluk, gezondheid en voorspoed. Niet alleen voor dit jaar, maar nog vele jaren. Ze hoopt dat ze snel in goede gezondheid weer bij elkaar mogen komen.

Brieffragment verjaardag Godard Adriaan

nu wat ande toekoomende dijnsdach sal uhE
58 ijaeren met godts hulpe out sijn, inde
welcke uhEd alle geluck gesontheijt en heijl
van ganscher harte toewensche en niet alle
dit ijaer maer noch veelle ijaeren naer dees
dat wij ock alst godt belieft weer in gesontheij
bij den andere mooge koomen ist ons salich

Stilleven met pasteien, een taart, broodjes, schalen met bessen en druiven, fruit, glazen en een mes.
Stilleven van een banket, navolger van Osias Beert, 1620-1650. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    zand scheppen
  • 2
    gaderen: bijeenbrengen, verzamelen
  • 3
    slof: laks

Voorjaarsdipje

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 9 maart 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 17 maart 1680
Lees hier de originele brief

Een ultra korte brief dit keer. Dat is een trendbreuk in de rij van lange brieven waar ze 1680 mee begonnen is. Voorjaarsdipje? Of stond alles al in de lange brieven van 26 februari en 2 maart? Heel veel is er nu ook niet te melden van uit Amerongen. Des te meer uit Berlijn, want tot Margaretha’s opluchting heeft haar man in zijn brief van 28 februari laten weten dat het nu helemaal goed met hem gaat. De ziekenboeg aan het keurvorstelijke hof loopt leeg, want ook Keurvorst Friedrich Wilhelm van Brandenburg is gelukkig weer verlost van zijn jicht.

Brieffragment keurvorst en zijn jicht

[reca. 17en Martij]
Ameronge den
9 maert 168

Mijnheer en lieste hartge
tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 28 febrijwa
te sien deselfve weer wel is, hoope het lange sal konti
niweeren tot salicheijt, dat men heer de keurvorst
aende beeter hant is, is mij van harte lief hoope
hij nu volckoomene gesontheijt sal hebbe ,

Op een stoel op wieltjes zit een man met ingezwachtelde benen. Er komt een jonge man aan met een dienblad, de heer in de stoel lijkt niet blij. Het vuur in de haard is hoog opgestookt.
Man met jicht krijgt eten geserveerd voor de openhaard, Jan Luijken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Leidse lasten

Een beetje zorgen maken beide grootouders zich om het Leidse avontuur van kleinzoon Fritsje. Over de hoogleraar theologie Frederik Spanheim, bij wie Fritsje samen met zijn huisonderwijzer in de kost zal gaan, heeft Godard Adriaan helemaal geen goede verhalen gehoord. In ieder geval zullen ze er bepaald niet gratis zitten: 1200 gulden per jaar! Maar het is zoon Godards keuze. Die is nog steeds van plan ze over 8 of 10 dagen daarheen te sturen. Nou ja, ze zullen vanzelf ondervinden hoe het bevalt.

Brieffragment onderwijs fritsje

tgeene uhEd vande heere spanheijm belieft te schrij
doet mij leet men heeft ons hier heel ander van
hem doen geloofve, en is de heer van ginckel
gereesolveertbesloten frits met sijn presepter1praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur bine
8 a 10 dage derwaerts2daarheen te sende, sij moetent
besoecken3onderzoeken, beproeven tis waer tis veel en alteveel voor
voor Een kint met sijn preesepter 1200f sijaers

Portret van theoloog Frederick Spanheim Jr. zittend met een boek in zijn hand en een zakhorloge naast hem op tafel.
Portret van theoloog Frederick Spanheim Jr., Abraham de Blois (naar Willem van Mieris), 1683. Collectie Rijksmuseum.

Storm, wind en regen

Na vier dagen mooi droog weer, zitten ze in Amerongen nu al weer een poosje in de storm- en regenvlagen. De wegen zijn onbruikbaar en voorlopig kan er even niks gedaan worden. Maar zodra het weer het toelaat….

Brieffragment over het weer

, wij hebbe hier Een dach of vier schoon drooch
weer gehadt maer nu weer niet als storm win
en reegen so dat de weege noch onbruijckbaer
sijn en wij met geen werck voort konne so haest
het weer toelaet salder niet versuijmt worden,

Landschap met op de voorgrond boeren die land bewerken en hout sprokkelen en ruiters op een weg. In het verschiet een stad en bergen. Er valt regen uit donkere wolken. Verbeelding van de maand Maart. Prent uit een serie van de twaalf maanden.
Maart, landschap met een regenbui, Andries Jacobsz. Stock (naar Jan Wildens), 1614. Collectie Rijksmuseum.

Geen kalk te koop

Er is in Amsterdam nauwelijks kalk te krijgen, want het is gewoon nog niet binnengekomen. Temminck heeft opdracht om in te slaan als er tegen normale prijs iets beschikbaar komt. Nu is het nog te duur, dus Margaretha wacht liever nog twee of drie weken af. Ze kunnen zolang nog wel even zonder. Trouwens, als Van Heeteren de nieuwe ordonnantie binnen heeft, zal Margaretha die bij ontvanger De Leeuw gaan innen en een flinke som aan Temminck geven. Daar kunnen de wissels van Godard Adriaan dan weer uit voldaan worden.

Eerste brieffragment over kalk
Tweede brieffragment over kalk

de kalck tot Amsterdam is ock al voor lang
aen teminck last gegeefve om in te koopen
maer is noch weijnich tot Amsterdam aengeko

en ock noch te dier4duur van prijs, het sal in 14 dage
a 3 weecke wel beeteren, so lange konnen wij
die noch missen. Als van Heeteren de ordinansi
ter som van 4000f sal bekoomen hebbe sal ick de
peninge bij den ontfanger de leuw5De Leeuw ontfange en
Een goede som daerwt aen teminck tot be
taeline van uhEd te treckene wissels en ander behoefticheede
senden, [de heer en vrou van ginckel sijn weer]

Gezicht in perspectief op de Oudeschans vanaf het IJ. Op de voorgrond de Kikkerbilssluis. Links het 's-Gravenhekje, rechts de Kalkmarkt. In het midden de Montelbaanstoren , links daarachter de toren van de Zuiderkerk.
Gezicht op de Oude Schans, J. Smit, 1702-1720. Collectie Stadsarchief Amsterdam. Rechts de kalkmarkt.

Bijna kraamtijd

Godard en Phillipota zijn weer naar Middachten. Phillipota gaat bijna bevallen! Margaretha hoopt dat God hen maar weer een gezond en welschapen kind mag geven.

Brieffragment over zwangere Philippota

, de heer en vrou van ginckel sijn weer
naer Middachte, haerhEd tijt om te kraeme
sal nu haest aenschieten godt wil ons Een
gesont en wel geschaepe kint verleenen,

Links een man in een bruine kamerjas met daaronder een wit hemd, die een ronde fles omhoog houdt en er naar kijkt. Daarnaast een blanke jonge dame met opgestoken haar een ruimvallende lichte jurk en daarover een rode mantel. Ze is duidelijk zwanger, haar arm rust op haar buik. Achter haar een oudere vrouw in het donker gekleed met een tas aan haar arm. Ze houdt alles in de gaten.
Een arts controleert de urine van een zwangere vrouw, 18e eeuws, Nederlands. Bron: Wellcome Collection.

Niets meer te zeggen…

Dan is de inspiratie al weer op. Na de mededeling dat de Ridderschap van Utrecht inderdaad Everard Becker heeft voorgedragen voor de post van procureur-generaal, sluit ze maar af “voort weet niet meer te zeggen”. Ho, wacht, dan komt na de handtekening toch nog een nieuwtje: De lijfarts van Willem III, Petrus Augustus Rumpf is overleden. Maar dat zal Godard Adriaan wel al gehoord hebben.

Brieffragment over de lijfarts van Willem III

[hebbe] voort weete niet meer te segge als
dat ick ben

Men heer en lieste hartge
uhEd gebo getrouwe wijff
M Turnor
de doot van
docktoor romph6Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden
sal uhEd hebbe verstaen

  • 1
    praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur
  • 2
    daarheen
  • 3
    onderzoeken, beproeven
  • 4
    duur
  • 5
    De Leeuw
  • 6
    Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden

Veel geld

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 2 maart 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 10 maart 1680
Lees hier de originele brief

Geen tijd voor beleefdheden vandaag. Margaretha valt gelijk met de deur in huis. In Utrecht was Carel Valckenaar nog bij haar geweest, vanwege het rekenmeestersambt. Hij wil graag dokter Van Straaten voorstellen, maar hij zou het fijn vinden als Godard Adriaan hem zou laten weten wat hij voorstelt.

Brieffragment Rekenmeestersambt

[rec. 10e. Martij]
Ameronge den 2
maert 1680

Mijn heer en lieste hartge
naert afgaen van mijne laeste, tot wttrecht noch sijn is den heer
van duijckenburch1Carel Valckenaar bij mij geweest die ick uhEd schrijfvens
weegens het reeckenmeester amt heb gekomuniseert, dewelcke
noch bij sijn hEd voorgaende segge perseesteerde, dat is dat hij
seijt te vreede te sijn int geen uhEd hier in belieft te doen

Schotel van porselein, beschilderd in onderglazuur blauw en op het glazuur blauw, rood, roze, groen, geel en zwart. Op de schotel een perzikboom met bloesem en vruchten. De boom start op de buitenwand net boven de voetring en loopt door over de binnenwand en het plat. Op de voorzijde twee vleermuizen, op de achterzijde drie.
Schotel met een perzikboom met bloesem en vruchten en vijf vleermuizen, Chinees, eind 19de eeuw. Collectie Rijksmuseum.

Familie en geld: Alexander van Berck

Er is financiële hommeles binnen de familie. Er lopen twee zaken en die lopen allebei hoog op. Om te beginnen is er het geval Carel Alexander van Berck. Hij is de tweede man van Godard Adriaans zus Catharina. Wat er precies met hem speelt wordt niet helemaal duidelijk. Catharina is al in 1651 overleden in het kraambed van hun eerste kind. Uit een eerder huwelijk had Catherina een dochter, Anna Margaretha, en in het archief zijn ook afrekeningen te vinden tussen Anna Margaretha en haar tante (onze Margaretha). Hierin bemiddelde Alexander van Berck, dus vermoedelijk heeft het iets met deze afrekeningen te maken.

Pop, voorstellende de kraamvrouw, gekleed in een crèmekleurig satijnen jak, dat tot halverwege het bovenbeen reikt. Het jak is nauwsluitend en loopt vanaf het middel naar onderen toe uit. Onder het jak een enkellaags linnen hemd, daarboven een schoudermantel van kant.
Pop, voorstellende de kraamvrouw. Poppenhuis van Petronella Dunois, ca. 1676. Collectie Rijksmuseum.

Familie en geld: Welland

Welland2Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken is de zoon van wijlen Godard Adriaans zus Anna Walburg. Toen hij wees werd hebben Godard Adriaan en Margaretha hem opgenomen en werd Godard Adriaan zijn voogd. Een belangrijke taak van de voogd was om de financiën voor het kind te regelen. Dat betekende ook dat er een afrekening gemaakt werd voor de kosten die voor de opvoeding gemaakt zijn. Welland is Godard Adriaan en Margaretha nog geld schuldig en hij maakt niet heel veel aanstalten om iets te gaan betalen. Hij heeft nog acht maanden, maar hij betaalt zelfs de rente niet. Ook andere schuldeisers hebben het nakijken.

Beide zaken komen veel terug in de brieven maar vergen dieper onderzoek in de financiële afrekeningen om precies te begrijpen waar het om gaat.

Brieffragment schuld van Welland

[wille doen,] wat belanckt het werck van berck3Carel Alexander van Berck en
wellant4Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken het Eerste meent becker dat haest sal konne
afgedaen sijn waer toe hij belooft den prockereur aente
sulle maenen, tot het ander heeft wellant noch acht
maende tijt, Eer hij de kapitaelle hoeft op te brenge, hoe
wel hij belooft heeft van tijt tot tijt die te sulle aflegge
geschiet daer niet van, ijae selfs voldoet hij de rente niet

Woest gevecht tussen de geldzakken en de geldkisten. Op de grond liggen munten, rechtsvooraan een hond aan een ketting.
Strijd tussen de geldzakken en geldkisten (titel op prent: Ryckdom maeckt dieven), Pieter van der Heyden naar Pieter Brueghel (I). Collectie Rijksmuseum.

Geld voor land: Moersbergen

Margaretha wil ook weer land kopen. Ze heeft wat moeite met de potentiële verkoper, de heer Van Moersbergen. Hij bedenkt allemaal uitvluchten om zijn land niet te verkopen, terwijl hij het wel ter veiling aangeboden heeft, maar niemand heeft geboden. Het schijnt dat zijn land bezwaard is met een fideï-commis. In dit geval betekent dit dat het onvervreemdbaar land is van de familie. Het is een constructie waarbij zijn vader of al een eerdere generatie heeft vastgelegd dat de erfgenaam beschikking krijg over het land, tot het kan overgaan op de generatie. Dat betekent concreet dat hij het land waarschijnlijk niet mag verkopen, misschien zelfs niet mag verpanden.

Brieffragment Moersbergen

met de heer van moersberge5Johan Gerard van Oostrum kan ick ock niet te recht koomen
die maeckt almeede wtvluchte opt verkoope van sijn lant
daer weijnich apreehensi toe is, want hij heeft verscheijde
partije lant laete veijlle daer niet voor geboode wort
ock wort geseijt dat hij niet veel verkoope kan vermidts
sijn goet viedekomis is, wat hier van waer is weet ick niet

Gezicht vanaf de voormalige voorburcht op het omgrachte kasteel Moersbergen bij Doorn, met op de rechterhoek van het ommuurde voorplein de 17de-eeuwse duiventoren, uit het noorden.
Tekening van Kasteel Moersbergen, anoniem ca 1665, Collectie Het Utrechts Archief.

Geld voor land: de Heimenberg

De erfpacht rondom de Heimenberg in Rhenen blijft ook onduidelijk. Is dat nou 80 gulden en daar bovenop nog eens 50 gulden? Dat zou jaarlijxs (ik houd van de x die Margaretha hier gebruikt) 130 gulden zijn, dat lijkt Margaretha toch wel te veel. Het vervelende is dat ze ook het ‘huurceel’, het huurcontract, dat Godard Adriaan met Van der Dussen gesloten heeft niet kan vinden. Het wordt niet helemaal duidelijk wat ze hierin van Godard Adriaan verwacht. Wil ze zijn mening, wil ze weten waar hij dat huurcontract gelaten heeft of vraagt ze voor de veiligheid maar niets zodat ze de vrije hand heeft? Ze gaat in ieder geval gelijk door met het geld dat haar man tot zijn beschikking heeft. Dat is natuurlijk allemaal geregeld.

Brieffragment Heimenberg

weegens het ackoort dat uhEd met vande dusse weege
den heijmen berch heeft aengegaen, heb ick met de rent
=meester vande domeijne gesproocke, die nu ock meent abuijs
int op stelle van sijn reecknin gehadt te hebbe, hij reeckende
80f ijaerlijxs bovende Erfpacht van 50f sijaers, so dat
volgens sijn reecknin wij hem 80f voorde heijmenberch en 50f
aende Erfpacht dat waer saem 130f ijaerlijxs, het welcke
mijns oordeels te veel soude sijn, ick kan geen heur seel weegens
den heijmenberch vinde ock het ackoort niet dat uhEd met
vande dusse heeft aengegaen, weegens de Erfpacht b

Een potloodtekening vanaf een hoog punt over een wijds, relatief vlak landschap. Op de voorgrond een rivier met helemaal links een boot. Het landschap is een weidelandschap met her en der bomen en kleinere bossages. Rechts tegen de horizon een verhoging in het landschap (de Wageningse berg?)
Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen naar het Oosten, Daniël Schellinks, 1670-1680. Collectie: Het Utrechts Archief.

Een vruchtbare tuin

Normaal gesproken is het werk aan het huis en de tuin de bodemloze put, maar in deze brief geen woord over de kosten. Het volk is wel hard aan het graven aan de wal tussen de vijver en het kleine boomgaardje aan de steeg of bij de hamei, de poort.

Dukenburg heeft zes perzikboompjes kado gedaan (zou dit iets te maken hebben met het gedoe rondom het rekenmeestersambt?) en die staan nu tegen de muur van de middelste tuin. De hovenier is bovendien bezig om de grond te prepareren voor een wijngaard. Die moet komen achter de muur bij de loodsen van de brouwerij en het washuis. Ze is nog op zoek naar wat goede wijnstokken.

Stel je hier niet een wijngaard voor om echt wijn te gaan maken. Het gaat waarschijnlijk om een een aantal stokken voor de druiven en mogelijk ook voor de schaduw!

Brieffragment tuin

[post deselfve van alles bericht te sulle doen,] van
daech heeft het volck begonne aent karre ent wt
graefve vaonde wal die tuschen de vijfver ent kleijne
boogaertge aende steech of homeij leijt, inde voor winter
heeft de heer van duijckenburch ons ses perscke boom
=tges gesonde die aen muer vande middelste hoff ge=
set sijn, den hoofvenier is ock beesich om de Aerde
te preepereere tot het sette van wijngaerde, achter de
muer teegens de lootse vand stallinge brouhuijs
en washuijs, ben beesich om goijen aert van druijfve te krijgen

Schilderij van een kleine, formele, besloten tuin met een prieel met enkele beelden aan het einde. Een man op een ladder plukt druiven en legt deze op een schaal opgehouden door een meisje. Links op de voorgrond maakt een keukenmeid groente schoon, naast haar zit een papegaai, op de grond staat een vogelkooi.
Een Amsterdamse stadstuin, Cornelis Troost, 1740-1745. Collectie Rijksmuseum.

Geld voor Fritsjes onderwijs

Fritsje zal dit jaar twaalf worden, dus heeft Van Ginkel een beslissing genomen over het onderwijs van Margaretha’s lievelingskleinkind. Hij zal onderwijs krijgen in Leiden bij de theoloog professor Spanheim. Waarschijnlijk komt hij daar in huis en hij krijgt teven een huisonderwijzer, een praeceptor. Dit gaat alles bij elkaar 1200 gulden per jaar kosten! Kennelijk vond Godard Adriaan dat ook veel, want Margaretha geeft hem daar gelijk in. Maar ja, ze willen het kind niet overal hebben, dus wat doe je eraan?

Brieffragment onderwijs Fritsje

de heer van ginckel heeft sijn soon fritsge te leijde bij de proo
fesser spanheijm6Friedrich Spanheim met Een presepter besteet, die niet min
als 1200f sijaers voor haer beijde wil hebbe, uhEd heeft
gelijck tis te veel voor Een kint, maer sij willen hem
niet overal hebbe wat salme dan doen, de preesepter
is hier al bij hem is van leijde van geboorte doch sijn
ouders woone tot delft handelen in laeckenen, het
schijnt Een goet Eerlijck man te sijn die mee gaende is
sij soude binne 14 dage of wtterlijck 3 weecke naer
leijde gaen, [onse neef lant is met de kompangi]

De praeceptor

Die praeceptor is al in Amerongen en hij lijkt een goed en eerlijk mens te zijn. Hij komt uit Delft en zijn ouders zijn daar lakenhandelaar. Over twee à drie weken zullen ze dan echt naar Leiden vertrekken. Daar houdt Margaretha het bij. Ze schrijft nog kort iets over de carrière van Neef Lant die maar niet wil vlotten. Hij is nu met het regiment van hun zoon (en Van Ginkel zelf) naar Breda. Dan in de PS komt nog wat extra informatie: de praeceptor heet Harinkhuizen en hij heeft verstand van en kennis in de “poolesije” en theologie. En als iemand weet wat Margaretha bedoelt met poolesije… Het zou kunnen komen van “policeren” (besturen, ordenen) of van “polijt” (netjes, keurig). Het zijn beide vaardigheden waar een jonge man wat aan zou kunnen hebben.

PS onderwijs Fritsje

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

ps de preesepter
van fritsge is
genaemt haerinckhuijse
schijnt verstant te hebbe
en kenisse inde poolesije
als inde teeoligie, wenste uhEd
hem hadt gesien

In een vertrek zit een jongen met een pruik op het puntje van zijn stoel met een boek in zijn handen. Op de tafel voor hem liggen meer boeken en staat een globe. Achter de tafel staat een volle man met pruik, met zijn rechterhand wijst hij naar de boekenkast achter hem, met zijn linker hand wijst hij naar de jongen. Op de voorgrond liggen boeken half onder tafel, evenals een speelgoed paard en een wagen. Helemaal op de voorgrond liggen een tol en een zweep.
Leerling en leraar in een studeervertrek, Daniel Berger (naar Daniel Nikolaus Chodowiecki), in of na 1773. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Carel Valckenaar
  • 2
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
  • 3
    Carel Alexander van Berck
  • 4
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
  • 5
    Johan Gerard van Oostrum
  • 6
    Friedrich Spanheim

Fortuinlijkheden

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 4 februari 1680 Utrecht
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 februari 1680
Lees hier de originele brief
In de scans van de brieven is volgorde omgewisseld van deze brief met die van 10 februari

Margaretha is een paar dagen in Utrecht, en heeft daar 1000 dukatons (3150 gulden) gekregen van belastingontvanger De Leeuw. Nu kan ze allerlei geldzaken gaan regelen en bijvoorbeeld het land van Verweij betalen en 1000 gulden opzij leggen voor Godard Adriaans wissels.

Brieffragment ontvangen geld

[reca. 12. Februarij]
wt wttrecht den 4
febrijwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
ick ben Eergistere avont hier1Utrecht gekoome en heb giste
=ren
de bewuste duijsent duijckatons ter som van
3150f vande ontfanger de leuw2De Leeuw ontfange, [die]

Brieffragment betalen land en wissel Godard Adriaan

ick sal wt deese peninge nu verweij sijn lant be=
taellen dat met den vijftichsten peninck bij de
1600f bedraecht, en duijsent gul tot behoef van
uhEd of betaeline van deselfs wissels onbemoeijt
laete leggen, [ick meende hier met den rent]

In een ruimte staan lange tafels waaraan mannen op banken zitten. Zij hebben papieren en rekentafels voor zich. Tussen de tafels staan mannen te overleggen. Bovenaan een drapperie waarop staat "Coutereels Konstigh cyfferboeck; met volkoomene Uytwerckings en reele Konst Vermeerdering". Onder de prent staat "Utrecht by I.v. Poolsum, Anno 1690"
Mannen maken rekensommen, Jan Luyken, 1690. Titelpagina voor: Titelpagina voor: Johan Coutereels, ’t Konstigh cyffer-boek, 1690. Collectie Rijksmuseum.

Erfpacht

Maar met allerlei belastingen en erfpacht en eerdere afspraken van Godard Adriaan met de schout wordt het wel ingewikkeld, dus op een gegeven moment komt ze er niet meer uit. Moeten ze nu boven 50 gulden erfpacht voor de Heimenberg ook nog 80 gulden extra betalen? Als het moet, dan moet het, maar wil Godard haar eens schrijven hoe het precies zit? Ondertussen heeft ze de rentmeester maar om een duidelijke berekening gevraagd.

Brieffragment erfpacht

seit wij hem boven de Erfpacht van 50f sijaers die ick

van ijaer tot ijaer heb betaelt, noch tachtentich gul sijaers3per jaar
moet geefve waer op Eenige ijaere schuldich soude sijn
, daer ick niet van weet mij staet wel voor dat uhE
mij geseijt heeft van de dusse4Johan van der Dussen, schout van Rhenen geackordeert te hebbe
maer niet van dat mij 80f ijaerlijxs voor dien heij
=men berch5Heimenberg, bij Rhenen soude geefve, alst so is moet ickt betae
=len, uhEd belieft eens te schrijfve wat hier van is,
ondertusche heb ick de rentmeester vande domeine
doen versoecke dat hij mij Een suijvere reeckeni6berekening
van altgeene hij tot dato dees7tot dato dezes: tot vandaag van ons te
preetendeere8vorderen heeft dan sal ick sien hoe wij
met hem staen , [gisteren heb ick uhEd schrij]

Vergezicht met in het midden een rivier waar in Staat Den Ryn. In de rivier varen bootjes, Rechts bos en zandgrond, helemaal rechts de stad Rhenen met de Rijnpoort. Aan de overkant van de rivier de kerk van het dorp Lienden. Boven de prent staat 'T Gesigt van de Betuwe
Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen over de Rijn op de Betuwe met in het midden het dorp Lienden, anoniem, ca. 1690-1720. Collectie Het Utrechts Archief. Heimenberg is een ringwalburg op de Grebbeberg.

Echt spitgebraad

Gisteren heeft ze de brief van Godard Adriaan van 24 januari ontvangen, met daarin het nieuwjaarsgeschenk (geld) voor de kinderen. Dat zal vast met gejuich ontvangen worden als ze weer op Amerongen komt! Godertje was bij haar vertrek naar Utrecht gelukkig een stuk opgeknapt. Hij speelt al weer de baas! Hij wil elke dag gebraden vlees van het spit. Als de kokkin hem een gebraden appel of iets uit pan voorzet wordt hij woest en zegt dat hij alleen beter wordt van écht spitgebraad.

Brieffragment gebraad

[met hem staen,] gistere heb ick uhEd schrij
=vens vande 14/24 ijauw9januari hier sijnde ontfange met de inge
slootene nieuijaere voorde kindere daer wel groote
vreuchde over sal weesen, godertge heb ick de heer
sij gedanckt heel wel tot Ameronge gelaeten, me
hoeft hem niet te segge dat hij den baes moet speele
doet het genoech wil alledaech spitte gebraet
Eete als visbach hem Een gebrade Apel of Eits
inde pan gebrade geeft kijft hij met haer en
seijt dat dat geen gebraet is en hij Eerst wt
sijn sieckte komt en spitte gebraet moet
Eeten, [de heer van ginckel die teegen
woordich]

Een keukenmeid rijgt een kip aan het spit terwijl een zittend man met een kruik toekijkt. Op de tafel links ligt nog meer gevogelte, voor de tafel op de vloer en opstapeling van groente: kolen, bloemkool, meloenen, komkommers, kalebassen, uien en fruit. Bij de voeten van de man ligt een bord met stukken vlees. Rechtsonder enkele vissen, een koperen ketel en een pot. Op een ton staan een kruik en een pasglas.
Keukeninterieur, Jan Olis, 1645. Collectie Rijksmuseum.

Gouverneur

Ook fortuinlijke berichten over grote zoon Godard: hij is deze week benoemd tot gouverneur van de steden van Utrecht en in de Statenkamer met alle eer ontvangen. Men zegt dat hij van hoog tot laag gewaardeerd wordt. Margaretha is maar wat trots en vindt dat ze God niet genoeg kunnen danken voor deze genade.

Brieffragment gouverneur

[Eeten, ] de heer van ginckel die teegen woordich

met sijn hoocheijt op soesdijck is, heeft dees weeck
sijn Ackte als goeverneur vane stat en steede
slants van wttrecht, inde staete kamer ver
toont, men heere de state liete hem door haer
sekreetaris ophaelle, toonde hem alle seer
vernoecht met sijn Persoon te sijn gelijck so
mij geseijt wort ock al de gemeente so groot als
kleijn is en verblijt sijn hem als goeverneur te
hebbe, wij konne godt niet genoech dancken
voor sijne genade, [de tijdinge wt vranckrijck]

Links een rijtje huizen met sierlijke gevels, aan het eind een tuinmuur. Loodrecht op de tuinmuur staat een witgebouw van twee verdiepingen met een rijk versierde voordeur met een trap ervoor. Rechts staat een boom en half achter de boom staat een koets. Twee mannen lopen de trap op naar de deur, links van de trap staat een soldaat (?) op wacht. Op het plein zitten twee honden.
Statenkamer van Utrecht op het Janskerkhof, Jan de Beijer, 1736. Collectie Het Utrechts Archief.

Precisie-diplomatie

De onderhandelingen met Frankrijk lijken de goede kant op te gaan. Alleen schijnt Lodewijk XIV te klagen dat ambassadeur Everard van Weede van Dijkveld niet alles wat minister Colbert tegen hem zegt “punctueerlijk”, dus precies genoeg, aan de Nederlandse staat doorgeeft, en dat men dat hier eigenlijk ook vindt. Maar wat daar van waar is?

Brieffragment berichten uit Frankrijk

[voor sijne genade,] de tijdinge wt vranckrijck
seijt me dat wat beeter beginne te luijen als voor
dees hoope dat godt noch alles tot onsen beste
sal schicken, maer so geseijt wort sou de ko=
ninck van vranckrijck10Lodewijk XIV over onse Ambassadeur
s en insonderheijt over den heer van dijckvelt
klaechge dat hij volgens konins begeerte
niet alle de woorde poeijnteweelijck11punctueel, precies die kol
=bert12Jean-Baptiste Colbert wt last vande koninck aen hem geseijt
had aende staet heeft geschreefve, wdaer
men hier ock niet wel over te vreede soude
sijn, wat vande waerheijt is weet ick niet ,

Jean-Baptiste Colbert, geportretteerd in het centrale stuk van een rijk gedecoreerd tapijt. Om het portret een krans van eikenbladeren. Minerva legt de laatste hand aan het borduursel van de randversiering van het tapijt, waarop tal van allegorische voorstellingen staan, elk met een Latijns motto. In de rechterbenedenhoek van het tapijt staan de gekroonde initialen van Colbert. Op de grond liggen sieraden, muntstukken, toneelaccessoires,
Portret van Jean-Baptiste Colbert, Charles Le Brun (gravure) naar schilderij van Philippe de Champaigne, 1664. Collectie Rijksmuseum.

Twijfel

Het gedraai rond de uitgifte van het rekenmeestersambt neemt toe. Doktor van Straten was blijkbaar tegen de heer van Dukenburg veel minder uitgesproken over steun van de stadhouder voor zijn kandidatuur dan tegen Godard Adriaan. Margaretha weet nu ook niet meer wat ze moet geloven. Dukenburg wil heel graag een antwoord van Godard Adriaan op eerdere brieven met daarin de vraag wat hij nu het beste kan doen.

Brieffragment rekenmeesterschap

daet is, ick heb hem geseijt dat strate uhEd heeft ge=
schreefve het apsoluijt van sijn hoocheijt te hebbe, dat ick
nu qualijck kan geloofve dewijl hijt so breet aende heer van
duijckenburch niet schrijft, dewelcke versoeckt van uhEd met
den Eerste Een letter tot Antwoort op sijn briefve en hoe hij
hem voort sal gedrage, hiermeede blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Opgaande zon

Uit de PS blijkt dat er zijn meer mensen die ter vergeefs op antwoord van haar man zitten wachten. Secretaris Nicolaas Beusekom heeft wel vier brieven geschreven maar heeft sinds Godard Adriaan is vertrokken maar één bericht van hem gehad. Terwijl zijn zoon Godert (voluit Godard Adriaan) er gisteren zomaar wel weer eentje kreeg. Margaretha grapt dat haar man zich blijkbaar liever tot ‘de opgaande zon’ richt, of te wel, in de zoon een rijzende ster ziet, ten koste van de vader. De vrouw (en moeder) van Beusekom snapte het grapje niet of zag er de humor niet van in. Maar Godard Adriaan krijgt van hen alle drie de groeten, en of hij die van Margaretha ook aan Majoor Blanche en aan Jenneke, het kamermeisje wil doorgeven.

Margaretha’s PS paste precies op het papiertje dat ze daarvoor in gedachten had, alleen bedacht ze daarna nog wat dingen die ze kwijt moest. Gelukkig had ze wat ruimte in de kantlijn gehouden.

Brieffragment opgaande zon

maer Eenen brief vande selfve in
seedert sijn vertreck ontfange te
hebbe dat hem ongewoon is ten vreemt
dunckt gistere kreech sijn soon Een
van uhEd, ick seijde dat deselfve
met de opgaende son hielt dat
Juff beusekom so niet verstaet
sij alle preesenteere haeren dienst
aen uhEd, en ick mij hartlijcke
groetenis aen den heer Majoor blansge
en jenken13Jenneke

Heuvelachtig landschap met een opkomende zon en op de voorgrond een boom. Op een banderol een devies in Latijn en een onderschrift in Frans, beide over de liefde.
Landschap met opkomende zon, Albert Flamen, 1672. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Utrecht
  • 2
    De Leeuw
  • 3
    per jaar
  • 4
    Johan van der Dussen, schout van Rhenen
  • 5
    Heimenberg, bij Rhenen
  • 6
    berekening
  • 7
    tot dato dezes: tot vandaag
  • 8
    vorderen
  • 9
    januari
  • 10
    Lodewijk XIV
  • 11
    punctueel
  • 12
    Jean-Baptiste Colbert
  • 13
    Jenneke

Gelukzalig Nieuwjaar

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 15 januari 1680
Lees hier de originele brief

Een echte nieuwjaarsbrief, en zo noemt Margaretha hem ook letterlijk, al lezen we dat pas helemaal aan het eind. Want de eerste twee pagina’s besteedt ze vooral aan het glibberige zaakje van de nominatie van een rekenmeester voor de Staten. De heer van Dukenburg (Karel Valkenaer) en Godard Adriaan mogen allebei iemand voordragen aan stadhouder Willem III, maar eigenlijk wil geen van beide openlijk iemand noemen als niet bij voorbaat zeker is of die Zijn Hoogheids goedkeuring heeft. Dat moet er dan weer niet al te dik boven op liggen, dus wringt iedereen zich voorlopig in allerlei bochten….

Aanhef brief en de rekenmeester

[reca 15en Januarij]
Ameronge den
6 ijanwa 1680

Mijn heer en lieste hartge

wt uhEd meesiefve vande 24 pasato1verleden sien ick met
verwonderin t geene docktoor strate2Willem van der Straaten aen uhEd
heeft geschreefve, geloofve dat sijn hoocheijt Een goet
woort aen hem sal gesproocken hebbe op dat
preesipoost3veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen), dat uhEd met hooch gemelde hoocheijt
hiersijnde van hem sprack en seijde dat den heer
r p4raadspensionaris Gaspar Fagel hem so Ernstich had gereeckomandeert5aanbevolen ,
ick heb ock verstaen dat den heer van duijcke
=burch6Karel Valckenaar seijt bij de lootine te hebbe konne mer=
=cken dat sijn hoocheijt gaerne sach dat sijnh7Zijne Hoogheid
sijn part vant bekende reeckenmeesters
plaets aende straete8Willem van der Straaten liet sonder nochtans het selfe
te wtten, [en aende seekreetaris luchtenburch]

Gravure van die alen die in een weiland liggen te kronkelen
Drie alen in het gras, Albert Flamen, 1664. Collectie Rijksmuseum.

De keurvorst draait bij

Margaretha is blij te horen dat Godard Adriaan in Berlijn zo goed door de keurvorst en zijn vrouw is ontvangen. Ze hoopt maar dat met de nodige tact van Godard Adriaan en vooral (!) de hulp van God, de wrok die de keurvorst van Brandenburg nog tegen de Staten koestert wat zal afnemen. Volgens een brief van Van Heteren van 26 december lijkt het de goede kant op te gaan.

Eerste brieffragment ontvangst bij de keurvorst
Tweede brieffragment ontvangst bij de keurvorst

dat uhEd so wel bij den heere keurvorst en
keurvorstine9Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg is onthaelt, is mij van harte
lief, hoope dat door uhEd beleijt en voor al
de hulpe godts de kooleere10Kolere: woede, gramschap, toorn die de keurvorst

teegens den staet heeft sal gestilt worden, en
uhEd noch wat goets te beste van ons liefve
vaderlant sult wt wercken, gelijck ick heede
wt het schrijfve van van heeteren11Van Heteren sien, dat
uhEd meesiefve vande 26 deesem12december, wat beeter hoop
toe geefve, [tis beeter int Eerst wat hart]

Zicht op een water ,et op de voorgrond een kade met daarop mensen. Voor liggen twee bootjes. Aan de overkant van het water een groot slot met veel torens. Eromheen diverse andere gebouwen. Eronder staat een legenda geschreven. Boven: Prospect de Chur:Fürstlichen Brandenburgischen Residens In Cöllen an der Spree.
Zicht op de Keurvorstelijke Brandenburgse residentie in Cöllen aan de Spree, Johann Stridbeck, 1690. Pagina 4 (schan 13) in: Die Stadt Berlin in 1690, Johann Stridbeck. Collectie: Staatsbibliothek zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz.

Eind goed, al goed

Met het oog op deze voorzichtige gunstige ontwikkeling heeft Margaretha nog een toepasselijk spreekwoord: Het is beter in het begin hard te worden aangepakt, dan aan het eind, als men maar tot zijn buit komt: Tegenslag in het begin is beter dan aan het eind, zolang je het doel maar bereikt. Of te wel: Eind goed, al goed. De keurvorst en zijn vrouw hebben zelfs naar Margaretha gevraagd! Dat is een grote eer, en ook een goed teken.

Brieffragment onderhandelingen en dank aan keurvorst en keurvorstin

[toe geefve] tis beeter int Eerst13in het begin wat hart
aengetast te worden, als int lest14op het laatst, alsmen
maer tot sijn buijt komt en uhEd maer de
intensie15doel, bedoeling van sijn hoocheijt en menheere de
staten16Staten-Generaal kont bereijcke hoope dat alles wel
sal sijn, wij sijn voorwaer den heere keurvorst
en keurvorstin wel veroblijgeert17verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn datse mij
deer18de eer doen van noch te gedencken, en naer
mij te vraegen, [hoe den heer smitser aen]

In een kamer met een zwartwit geblokte tegelvloer zitten een man en een vrouw aan een ronde tafel met een blauw kleed te kaarten. Achter de vrouw staat de dienstmeid die haar een glas wijn inschenkt. Een jonge man leunt op de stoel van de man en kijkt mee in zijn kaarten. Achter de tafel hangt aan het plafond een groen paviljoen. Een soort loshangende hemel boven een bed. Aan de muur op de achtergrond hangen drie geweren, een schilderij met schepen, een plattegrond en een spiegel. Ook hangt er een bak met een kraantje boven een soort wasbekken op een poot. Tegen de muur staan twee stoelen, een deur staat open. Op de voorgrond snuffelt een hondje met een rode strik op de grond.
Kaartspelers in een interieur, Gesina ter Borch, ca. 1660. Collectie Rijksmuseum.

De rekening loopt weer op

Jammer alleen dat de rekeningen zo oplopen. Margaretha zit weer in de bekende vicieuze cirkel van de ordinanties en assinaties. Ze moet schulden af lossen, maar kan dat alleen als er een ordinantie van de Raad van State is die Van Heeteren dan bij ontvanger De Leeuw in Utrecht kan laten uitkeren, als er een assinatie is. Of ze zou het geld van monsieur Blanche moeten gebruiken. Ze hoort graag wat Godard Adriaans wensen zijn.

In een medaillon staat een vrouw met een sierlijke jurk aan met haar linkerhand omhoog met daarin een geldbuidel. Ze kijkt naar de buidel. Haar rechter arm heeft ze voor haar middel en in haar rechter hand heeft ze een witte veer. Het medaillon staat op een pedestal en daarop staat La drolesse contante (de contante vrolijkheid)
Vrouw met geldbuidel, Jacob Gole (prentmaker) naar Cornelis Dusart, 1670-1724. Collectie Rijksmuseum.

Veel gezondheid en voorspoed

Margaretha sluit haar brief af met een echte nieuwjaarswens: Een gelukzalig nieuwjaar met veel gezondheid en voorspoed. Maar…ze is nog niet klaar, want er komt nog een aparte p.s. met een brisant nieuwtje over Philippota en Zijn Hoogheid…

[sal verwachte,] waermeede naer19na uhEd
Een gelucksalich nieuijaer met veel gesont
heit en voorspoet te wensche blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Figuren op het ijs bij een dorp met links een landweg met houtspokkelaars, voorstellende de maand januari. Links- en rechtsboven de bij deze maand behorende symbolen van het sterrenbeeld: waterman.
Januari, Jan van de Velde II, 1616. Collectie Rijksmuseum.

Vrede

Ze kan deze nieuwjaarsbrief niet afronden zonder te vertellen over de toorn van schoondochter Philippota die op prins Willem III is neergedaald. Philippota is om de een of andere reden erg boos op hem. Op bezoek in het jachtslot te Dieren heeft ze zelfs tegen zijn gemalin gezegd dat ze hem niet meer wil zien of spreken, en dat Mary20Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd hem dat gerust mag laten weten! Dat heeft blijkbaar indruk gemaakt, want Willem III heeft op zijn beurt Godard verzocht haar mee te brengen naar Den Haag, zodat hij weer vrede met haar kan sluiten.

Naschrift over de woede van Philippota

ps dees nieuijaers brief heb ick niet konne af sijn
uhEd te sende van onse dochter poo21Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo… , die so
quaet op de prins van oransge, is dat sij hem
niet meer wil sien veel min22veel min: veel minder, laat staan spreecke hetwelck
sij aende prinses te diere23Dieren sijnde heeft geseijt en
belast het vrij aende prins te segge, sijn hoocheij
heeft d heer van ginckel belast poo24Ursula Philippota mee inde haech25Den Haag
te brenge want dat hij de peijs26vrede weer met haer
maecke most,

Links een soldaat in een rode jas met een brede zwarte hoed met een rode veer erop. Hij draagt een donkere band over zijn schouder met daaraan zijn zwaard, in zijn rechterhand heeft hij een wandelstok. Zijn broek is beige, hij draagt witte kousen en zwarte schoenen. Rechts een dame van achteren met een kapje waar losse haren onderuit steken. Ze draagt een zwart jak met een witte kraag die haar schouders bloot laat. Het jak loopt aan de achterkant in een punt uit die tot op haar kuiten komt. Daaronder draagt ze een gele rok. In haar rechterhand heeft ze een blauwe veer. Tussen de twee staat de volgende tekst geschreven: K hoop dat noch mijn groot Mende U int Ende Sal veranderen doen van sin Dat ick noch u gunst sal erven En verwerven T geene dat ick soo bemin Fijnis
Soldaat en dame van achteren, Gesina ter Borch, ca. 1654. Collectie Rijksmuseum.

Nieuwjaarsmaaltijd

Graag had Margaretha haar man een deel van het vlees van hun eigen slacht gestuurd, maar daarvoor is Berlijn toch echt te ver. Ze hoopt nu maar dat Godard Adriaan en zijn mannen in gezondheid van de slacht ter plekke kunnen eten, en ook dat de vertraagde spullen uit Bremen toch snel zullen aankomen. In ieder geval is ze erg blij dat het zo goed met de onderhandelingen gaat.

Naschrift over slacht en onderhandelingen

ick hoop uhEd sijn provijsie27voorraad vant slachte met
sijn volck ingesontheijt sal Eeten, ick had
of deselfve wel wat van hier gewenst
maert was te veer te sende, hoope sijn
goet van berlijn n breeme nu sal hebbe
gekreeche, ben van harte verblijt de
affaerees bij uhEd so wel staen.

Sorgheloos, Weelde en Gemak zitten in de herberg "'t huys van Quistenburch" aan een gedekte tafel te eten en te drinken. Rechts een vrouwelijke bediende met pastei en een jongeman die wijn inschenkt. Op de achtergrond de keuken waar een vrouw het vuur aanblaast. Onder tafel heeft een hond een bot.
De maaltijd, Cornelis Antonisz., 1541. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    verleden
  • 2
    Willem van der Straaten
  • 3
    veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen)
  • 4
    raadspensionaris Gaspar Fagel
  • 5
    aanbevolen
  • 6
    Karel Valckenaar
  • 7
    Zijne Hoogheid
  • 8
    Willem van der Straaten
  • 9
    Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg
  • 10
    Kolere: woede, gramschap, toorn
  • 11
    Van Heteren
  • 12
    december
  • 13
    in het begin
  • 14
    op het laatst
  • 15
    doel, bedoeling
  • 16
    Staten-Generaal
  • 17
    verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn
  • 18
    de eer
  • 19
    na
  • 20
    Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd
  • 21
    Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo…
  • 22
    veel min: veel minder, laat staan
  • 23
    Dieren
  • 24
    Ursula Philippota
  • 25
    Den Haag
  • 26
    vrede
  • 27
    voorraad

Zorgen om zonen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 9 juni 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief

Hoera! Godard Adriaan heeft geschreven dat hij waarschijnlijk binnenkort zal ‘repatrijEere’. Oftewel: hij komt thuis! Maar eerst nog even wachten op zijn demissie. Ondertussen heeft Margaretha zelf nog genoeg om handen.

Brieffragment hoop op thuiskomst

Ameronge den
9 ijuni 1677

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 2 deeser sien ick dat de
selfve weer hoop heeft om in korte te repatrijEere
als uhEd sijn demissie heeft en op wech is om te
huijs te koop koome sal ick mij met die hoope
verheuchge, [het heeft so lange geduert dat ick]

Cirkelvormige tekening van een zandpad met rechts een knotwilg bij een hek. Op het pad rijdt een wagen met daarvoor een paard. De zweep steekt boven de huif uit. Daarachter loopt op het zandpad een man met een rode jas, zwartte hoed en blauwe laarzen. In zijn rechterhand een stok, op zijn rug een geweer en naast hem een hondje. Links op de achtergrond een stad.
Zomer: Landweg met jager en koets, Gesina ter Borch, ca. 1655. Collectie Rijksmuseum.

Geldzaken

Waar is Margaretha zo al mee bezig? Onder andere met geldzaken. Ze moet Temminck nog 1000 gulden betalen. Hij heeft dit bedrag voorgeschoten om de schepen met kalk hier te krijgen. Ook houdt het gedoe met neef (en pleegzoon) Welland Margaretha aardig bezig.

Eerste brieffragment geld
Tweede brieffragment geld

als de te versoeckene 3000f sulle sijn ontfa
sal ick weer 1000f aen teminck daer van
moete sende hij heeft nu korts aen Een, twe
scheepe met kalck gesonde die beijde ontrent
of over de seeven hondert f bedrage die hij be=
taelt heeft, wat den brief vande preedikant
van hengele belanckt hij heeft gelijck so seijt
briEerijus ock sij konne den heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken

om haer gelt niet aenspreecken [de wijlle de oblij=]

Woest gevecht tussen de geldzakken en de geldkisten. Op de grond liggen munten, rechtsvooraan een hond aan een ketting.
Strijd tussen de geldzakken en geldkisten (titel op prent: Ryckdom maeckt dieven), Pieter van der Heyden naar Pieter Brueghel (I). Collectie Rijksmuseum.

Timide

Ondertussen verblijft Ursula Philipotta nog bij Godard van Ginkel in het leger. Ze schijnt zich daar erg te vermaken. Van Ginkel staat in de gunst. Moeders hoopt dat hij er nu eens voordeel van zal trekken, maar weet ook dat hij vaak te timide is om voor zichzelf of voor zijn kinderen iets te eisen.

Brieffragment timide Van Ginkel

[staen, van noode sulle sijn,] de vrou van
ginckel is noch int leeger, diverteert haer daer
heel wel so sij schrijft, dat de heer van ginckel
so wel te hoof staet is mij wel lief en wensche
het lange mach dueren en dat hij daer
wat vruchte van mocht trecken daer ick
noch niet veel van hoore, hij is te tiemide
om voor sijn selfve of sijn kindere wat te
Eijschen [en men brenckt het de lie van selfs]

Familieportret. Gezin in een interieur. In het midden de vader en moeder, hier omheen twee dochter en twee zonen. De vader heeft een brief in de hand, de moeder een sleutel, de jongen links een kandelaar, de jongen op de achtergrond zit achter een tafel waarop boeken en schrijfgerei liggen. Het meisje rechts heeft een marmot in de armen. Op de voorgrond een hondje. Rechts een hoge schouw, op de achtermuur hangen twee schilderijen.
Familietafereel, toegeschreven aan Caspar Netscher of Nicolaes Roosendael, 1649-1684. Collectie Rijksmuseum.

De zoon van Elsje Quint

Groot lokaal nieuws. De zoon van Elsje Quint uit Amerongen heeft tijdens een handgemeen in een herberg zijn zwaard getrokken. Hij is in hechtenis genomen en is veroordeeld tot het vuurpeloton. Van Ginkel schijnt nog om gratie te hebben gevraagd bij Willem III, maar het mocht niet baten. Margaretha vindt het verschrikkelijk. Zo’n jonge jongen; hij kwam pas net kijken! Gelukkig is hij wel christelijk gestorven, dus God zal zijn ziel wel genadig zijn.

Brieffragment over de zoon van Elsje Quint

[sal,] daer is hier te Ameronge onse arme
Elsge quint haer soon die wel Een lichtmisLichtmis: Een manspersoon van losbandigen levenswandel, een losbol, een doordraaier
was, en dienst onder de garde hadt, kreech
questie in Een harberch met Een offisier oft
sijn Eijgen offisier was weet ick niet altijt
hij heeft sijn deegen teegens den offisier te ge=
trocke en is aenstonts in Aprehensie2Apprehensie: Gevangenneming, arrestatie ge=
raeckt en gekondemneert3Condemneren: Veroordelen om geharkibiseert4Een arquebus ofwel haakbus is een vuurwapen, een voorloper van het musket, harkebuseren is dus fusilleren met haakbus
te worde, het welcke geschiet is, de heer van
ginckel schrijft sijn hoocheijt om sijn pardon
versocht te hebbe, dan heeft niet geholpe
mij jamert de moeder seer, tis waer vol=
gens den artijckel brief most hij sterfve
maer daer krijge so veel haer pardon
die mensche omt leefven hebbe gebrocht, en
dit was noch so Een jonge bloet die Eerst
inde werlt quam kijcken, nu so geschreefve
wort is hij ongemeen kristelijck gestorfve
en begeerde geen pardon schoon hij die had
gekreegen so hij seij, so dat niet twijfel of
godt sal sijn siel genadich sijn[, wat is den]

In een stad staat een soldaat klaar om een geblinddoekte man die vastgebonden staat aan een paal neer te schieten met een geweer. De loop van het geweer rust op een standaard. Op de achtergrond worden mannen onthoofd en kijken nieuwsgierige mensen toe.
Te Jönköping wordt baron Gustav Skyte vanwege zeeroof met een haakbus neergeschoten, zijn makkers worden onthoofd, Jan Luyken, 1663. Collectie Rijksmuseum.

Gedroomde vrede en mogelijke belegering

Ondertussen is Margaretha de oorlog meer dan zat. Volgens sommigen lijkt de vrede in zicht, maar volgens Margaretha zien zij het allemaal veel te rooskleurig in.

Het lijkt er ook op dat er een belegering wordt voorbereid: troepen verzamelen zich rond Roermond. Zal dat nog op tijd lukken? Het wordt dan wel heel laat in het jaar. En de Lunenburgers zullen nog wel even op zich laten wachten… En wat een geld zal het allemaal weer niet moeten kosten?!

Brieffragment over dromen van vrede

[godt sal sijn siel genadich sijn,] wat is den
oorlooch mochte wij Eens Een gewenste vreede be
=leefve daer so geseijt wort hoop toe is, maer
wij flateeren5Flatteren: Gunstiger voorstellen dan met de waarheid overeenkomt ons seer licht[, dus verder geschree]

Brieffragment mogelijke belegering

men spreeckt seer vande groote preeperaesie die tot
Een beleegerin worde gemaeckt, ock hoort me
van alle kante datter veel volckere ontrent
reurmunde versaemelt wort, dant wort
laet int ijaer en als de luijnenburchse daer
men so ick hoor staet op maeckt so laet sule
bij koome salt ons wel weer wt onse gissine
gaen, en veel gelts als subsidie en ande gelde
=re voor niet geefve, wat salmen doen alst
de heere so goet vinde [moeten de ingeseetene]

Ets van een wereldbol met deugden en ondeugden. Onder de wereldbol een cartouche met de titel: Omnium rerum vicissitudo est.
Omnium rerum Vicissitudo est (Er is verandering in alle dingen), Zacharias Dolendo naar Jacques de Geyn (II), ca. 1596-1597. Collectie Rijksmuseum. Wereldbol waarop in ronde cirkel deugden en ondeugden: Van rechts naar links: Fortitudo (kracht), Rijkdom, Superbia (trots), Invidia (jaloezie), Oorlog, Armoede en Geloof. Middenboven zit Vrede. Boven haar hoofd een krans van wolken waardoor goddelijk licht op haar schijnt.

Utrechtse politiek

Het is een rotzooitje in Utrecht. Alles wat predikant Van Hengel over de politiek aldaar geschreven heeft, is waar. De rente wordt niet betaald, de ridderschap betaalt ook niemand, de rentmeesters spelen de baas en er is geen ontzag of respect meer. Het is bedroevend om te zien hoe alles gaat.

Brieffragment Utrechtse politiek

alt geene de preedikant vande hengele schrijft
is waer het gaet tot wttrecht so wonderlijck
in alles toe dat Een schrick is te hoore ,
renthe wordender niet betaelt Elck
klaecht Even seer, de ridderschap be=
taelt ock niet de rentmeesters speelle tee
=nemael den baes, int kort geseijt Elck
is meester daer is noch ontsach noch rees
speckt, en bedroeft te sien hoe alles gaet
de heer almachtich wil ons Een beetere tijd
verleene, in wines bescherminge uhEd be
veelle en blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
MTurnor

Op een plein staat een gebouw met twee verdiepingen een zadeldak, vier schoorstenen en een rijk versierde toegangsdeur. Daaraan vast een kleiner gebouw met een trapgevel. Het plein is verder omsloten door muren. In de hoek bij de deur staat een wachthuisje met daarnaast een man (soldaat?). Op het plein loopt een man met een stok over zijn schouder en een man met een zak op zijn rug.
Gezicht op de voorgevel van de Statenkamer en de zijgevel van het Ridderschapshuis aan het Janskerkhof te Utrecht, L.P. Serrurier, 1724. Collectie Het Utrechts Archief.
  • 1
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
  • 2
    Apprehensie: Gevangenneming, arrestatie
  • 3
    Condemneren: Veroordelen
  • 4
    Een arquebus ofwel haakbus is een vuurwapen, een voorloper van het musket, harkebuseren is dus fusilleren met haakbus
  • 5
    Flatteren: Gunstiger voorstellen dan met de waarheid overeenkomt

Het failliet van neef Welland

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 mei 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 31 mei 1677
Lees hier de originele brief

Oh nee! Godard Adriaan heeft tóch een extra opdracht gekregen! Nu duurt het dus nog langer voor hij thuis is. Margaretha lijkt het gelaten op te nemen. Haar zorgen zitten tijdelijk elders: Neef Welland raakt steeds dieper in de financiële problemen. Zijn schuldeisers hebben nog steeds geen cent terug gezien van wat ze hem hebben geleend. Hij betaalt niet eens rente. Erger nog, ze kunnen geen contact met hem krijgen. De heer Breijerius trekt zijn handen van hem af. Hij wil nog wel met Godard Adriaan zaken doen, maar niet meer met Welland. Omdat de Van Reedes blijkbaar garant stonden, komt Wellands schuld nu voor hun rekening. Het zelfde geldt voor een schuld aan predikant van den Hengel.

Brieffragment Welland

[Rec:. 31 dito]
Ameronge den
26 meij 1677
Mijn heer en lieste hartge

heeden ontfange ick uhEd aengenaeme vande 22 deese
waer wt sien deselfve al weer nieuwe ordere heeft
bekoomen, dat ick vreese noch lange sal dueren,
wat belanckt de saecke vande heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
sij hebben haer kapitaelle al verscheijde reijseReis: berisping, aanmaning van
hem op geEijst maer konnen noch renthe noch
kapitael van hem krijgen en hem qualijck te
spreecke koomen, daer om breijeerius2onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland seijt met
uhEd heel wel te doen wil hebbe, maer versoeckt
met den heer van wellant geen doen meer te hebe ,
so dat, dat kapitael tot onsen laste staet gelijck
ock dat vande preedikant vande hengele3Daniël van den Hengel doet

In een interieur staat een tafel waaraan een aap zit met een weegschaal en daar geld op weegt. Een andere aap komt geld brengen. Voor de tafel staat een kist met zakken geld. Links op de grond zitten jonge apen die het geld uit zakken schudden. Onder de prent staat: Met wat al sweet en zorg vergaart menhier de schatten, tGeen de oude en Grijze sparen, de jonge uyt doet spatten.
Apen wegen en tellen geld, Leonard Schenk, 1720. Collectie Rijksmuseum.

Sterk werk bij de steenoven

De bouw van de keldergewelven duurt wat lang. Ze zijn acht dagen bezig geweest met het vormen van de gewelven onder de gaanderij en de alkoofkamer. Maar het goede nieuws is dat het zesde schip met hardsteen geheel volgens plan in goede orde is binnengekomen. Bij het uitladen bleef de hele vracht heel. En dankzij het mooie weer draait de steenoven ook weer op volle toeren! Er wordt dagelijks “sterk gewerkt”.

Brieffragment gewelven
Brieffragment schip met hardsteen
Brieffragment steenoven

[die deselfve sal beantwoorde,] de wulfsels vande
kelders neemen wveel tijt se hebbe nu meer
als achtdagen beesich geweest met de vormeelle
tot de wulfsels vande gaelderij en de alkobij

kamer4Alcove kamer, het seste schip met hartsteen hebbe wij hier
ontfange en ontvracht alles volgens de vracht
brief op gereede en onbeschadicht bekoomen,

[gevoert gekleet,] de steen oven heeft nu wel
sijn weer en wort dagelijcks sterck gewerck

Doorsnede van een rijk gedecoreerde kame. Aan de rechterkant een schouw en diverse schilderijen. Helemaal aan de rechterkant zit een raam waar een paar mannen voor staan. De linkerkant is wat smaller en afgescheiden van het rechter deel door een ballustrade. Tegen de achterwand zit een raam, waar een dame en een heer voor staan.
Doorsnede van gebouw met kamer en alkoof, Jean Lepautre (mogelijk), ca. 1628-1666. Collectie Rijksmuseum.

Poolse dragonders: fraai volk

Margaretha heeft niks van zoon Godard of zijn vrouw uit het leger vernomen. Er gaan nog steeds geruchten dat ze Maastricht willen belegeren. Ondertussen zijn afgelopen week 170 Poolse dragonders door Wijk bij Duurstede getrokken die in dienst van prins Willem zouden zijn. Volgens de verhalen is het fraai volk met prachtige nieuwe blauwe uniformen, geel gevoerd.

Brieffragment leger

wt ons leeger hoor ick niet, heb sint het ver=
treck van vrou van ginckel wt den haech niet
van haer hoochEd of onse soon gehoort,
de geruchte gaen dat men Maestrich soude
wille beleegeren so dat aen gaet salt
weer om meenich Eerlijck man te doen sijn ,
tot wijck te duersteede hebbe deese weeck 170
poolse draech onder 2 a 3 dage paseerende
geleechgen die onder de garde van sijn hooch
=heijt soude sijn alle so geseijt wort heel fraij
volck met nieuwe blaeuwe rocke met geel
gevoert gekleet [, de steen oven heeft nu wel]

Ruiterstandbeeld van laag standpunt met bomen en wolkenlucht op de achtergrond. Willem III, met grote hoed, rijdt op zijn paard naar rechts, paard heeft zijn bek half open, Willem III heeft zijn maarschalksstaf in de rechter hand en de teugels in zijn linker hand. In de staart van het paard zit een grote knot. Tussen de poten van het paard zitten herfstachtige spinnenwebben.
Ruiterstandbeeld stadhouder Willem III, naar Toon Dupuis, origineel 1921. Collectie Kasteel Amerongen, Foto: Annemiek Barnouw.

De kinderen smullen van de pruimen

Margaretha is nog steeds in de wolken over de pruimenzending. Ook Frits en de andere kinderen vinden ze heel lekker en presenteren hun ootmoedige dienst aan grootpapa! P.S. Frederik van Reede is met zijn jonge vrouwtje op kasteel Renswoude.

Brieffragment pruimen en kleinkinderen
PS


ick bedancke uhEd noch seer voor gesondene pruij
me die heel schoon en goet sijn, so doet ock frits
met sijn broer en al sijn susters, die alle haere
oot moedige dienst aende groote papa preesenteere
en de pruijme wel meuge, waermeede blijfe

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

de heer vande liere5Frederik van Reede van Renswoude is met sijn huijs vroutge6Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud op rhijnswou

Portret van een jongen, zittend in een stoel in een raamnis en gekleed in een blauw jasje. Schrijvend of tekenend op een sruk papier. Op het kozijn staat een schaal met fruit en wijnranken, een glas melk en een krentenbol. Het stenen venster is onderaan versierd met een reliëf met spelende, of bacchanaal van, putti.
Portret van een jongen, Jean Augustin Daiwaille, 1830-1850. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
  • 2
    onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland
  • 3
    Daniël van den Hengel
  • 4
    Alcove kamer
  • 5
    Frederik van Reede van Renswoude
  • 6
    Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud

Pagina 1 van 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén