De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Geld Pagina 1 van 4

Weinig geld, veel vis en nog meer thee

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 oktober 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 13 oktober 1680
Lees hier de originele brief

Na alle ziekte-periekelen in haar direkte omgeving, is Margaretha erg blij in Godard Adriaans brief van 25 september te lezen dat hij gezond is. Er doen namelijk allerlei geruchten de ronde dat in het oosten en zuiden een besmettelijke ziekte rondwaart, maar uit zijn brief maakt ze op dat dat in ieder geval (nog) niet in Berlijn is.

Brieffragment besmettelijke ziekte

rec. 13e. october

Amerongen den 6
fe ockto 1680

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 25 septem sien ick met blijschap de
kontiniwasie1continuereing, voortzetting van deselfs gesontheijt daer dagelijcks naer
verlange te meer om dat men hier so seer roept vande kons
tesgeuse2contagieuse: besmettelijke sieckte die die boven int lant en ock tot of on=
=trent berlijn reneert3regneren: woeden, heersen , dat mij seer soude bekomeren ten
waere ick wt uhEd briefve niet kan sien tot berlijn Eenige
quade sieckte is , de heer almachtich wil deselfve bewaere
en in gesontheijt weederom bij ons en het sijne brenge, [de]

Magnifiek onthaal

Over de geweldige ontvangst (het “magnifiek onthaal”) die Willem III in Celle heeft gekregen, heeft Godard Adriaan vast al uitgebreid gehoord van hun zoon en anderen. Ze zou willen dat Godard Adriaan zijne hoogheid ook eens een keer zo groots zou mogen ontvangen. Dan zou hij allerlei nuttige dingen met hem kunnen bespreken. Maar zelfs al zou hen die gunst ten deel vallen, dan zou het financieel waarschijnlijk niet veel opleveren. Vast veel goede woorden, maar daar van “kan je niet naar de markt”, daar koop je niks voor.

Brieffragment Willem III in Duitsland

[en in gesontheijt weederom bij ons en het sijne brenge,] de
overkomste van sijn hoocheijt tot sel4Celle ent manifijck onthael5grootse ontvangst
aldaer sal uhEd hebbe wt het schrijfve vande heer van
ginckel en andere hebbe gehoort, ick wenste deselfve Een
keer bij sijn hoocheijt mochte doen om met hem so vant Een
alst ander te spreecke, hoewel vreese het tot de betael
=line niet veel sal doen sal wel goede woorde geefve, da
=men niet mee te mart kan gaen , [van heetere schrijft]

Links de achterkant van de Mariakerk op het plein allemaal marktkramen opgebouwd van stokken en doeken.
Markt op de Mariaplaats te Utrecht, Herman Saftleven, 1619 – 1685. Collectie Rijksmuseum.

Geldnood al om

Over kopen gesproken: het verzoek om aanvullende geldmiddelen voor de provincies schijnt wel in de Raad van State te zijn behandeld volgens Van Heteren, maar de uitkomst is nog niet ontvangen bij de Staten van Utrecht en Margaretha heeft er weinig vertrouwen in. In de provincie Utrecht staan veel mensen er financieel slecht voor. Bezittingen brengen weinig op, terwijl iedereen wel belasting moet betalen. Maar contant geld is er niet. Ook belastingontvanger Boscher kan zijn betalingen niet doen en vervalt in een oude gewoonte: hij stuurt wie geld van hem moet hebben door naar zijn eigen schuldeisers met het idee dat ze het dan onderling maar moeten regelen. Margaretha ziet het hoofdschuddend aan en is blij dat de 4.000 gulden voor Godard Adriaan veilig bij huisbankier Temminck liggen.

Eerste brieffragment geldproblemen
Tweede brieffragment geldproblemen

inde provinsi van wttrecht staet het godt beetert seer
bedroeft6het staat bedroefd: het staat er slecht voor de laste blijfve Even groot de mense konne van
haer goet niet maecken de schattine moete Evenwel betaelt
worden, de fenansiers7financiers klage datter geen gelt is den
ontfanger boscher seijt me klaecht niet langer renthe
te konne betaelle, veel min Eenige ander laste daer sijn kantoor mee beswaert is, doch daer wort ock geseijt dat hij sijn oude maxsijme8maxime: stelregel volcht en die gelt van hem moete hebe

[dat naer mesuer die metge van heijmenberchs dochte heeft9geheel onduidelijk wat deze zin hier doet]
sent daer mee te handele en dan isser noch gelt te krijgen
tis bedroeft datter so gaet , de vier duijsent gul
die onder teminck legge kan uhEd vaste staet op
maecken10vaste staat opmaken: op rekenen en naer sijn welgevalle trecke11opnemen

Twee mannen zitten in een vertrek aan een tafel waarop vele geldstukken, twee boeken en een stokbeurs liggen. Een van de mannen heeft een weegschaaltje in de hand, de ander wordt door de Dood (in de gedaante van een skelet) van achteren belaagd met een pijl. Aan de muur hangt een klok. Op de voorgrond staat een geldkist, waarin bovenin een beeldje ligt dat Caritas voorstelt. Onder de voorstelling is ruimte leeg gelaten voor een onderschrift.
De geldwegers en de Dood, Jacques van Gheyn II (ontwerp en atelier), Zacharias Dolendo (mogelijk prent), 1593-1597. Collectie Rijksmuseum.

Neef Welland weer

Deze algemene geldproblemen zijn een mooi bruggetje naar het wandelende geldprobleem in de familie: neef Welland. Margaretha wijdt er bijna de helft van haar brief aan! In verband met de afbetaling van drie kapitalen heef hij haar naar Utrecht laten komen met de familiejuwelen die zij voor hem in onderpand heeft. Maar eerst is hij zelf niet thuis, de volgende dag is de notaris waar de juwelen tegen geld moesten worden ingewisseld de stad uit, en uiteindelijk weigert hij het bewijs waar straks uit moet blijken dat de kapitalen zijn afgelost aan Margaretha te zullen geven. Maar zolang de notaris de stad uit is, kan er sowieso niets worden afgelost. Dit blok zullen ze dus nog wel even aan hun been hebben. Margaretha verbijt zich en probeert geduld te oefenen. Hadden ze het maar achter de rug! Volgende week moet ze er weer voor naar Utrecht, en dan zal ze alles op alles zetten om van Welland af te raken. Hopelijk neemt Godard Adriaan haar niet kwalijk dat ze hier zo uitgebreid, “wat in de breedte”, over schrijft.

Brieffragment Welland

honde[rd] gul[den] heeft gekost, insoma dit sulle wij aen ons
been moete hebbe paesijensigeduld waeren wijder maer
af ick sal hier om dees weeck weer naer wttrecht
moeten en al doen wat ick kan om van hem af te
weesen, hoop vhEd mij niet qualijck sal neeme
dat ick dit so wat int breede schrijf

Het kantoor van de notaris. Een klerk of boekhouder in onderhandeling met links een man met een geldzakje en rechts een vrouw met een jongetje met een fluit op schoot. In het midden een tafel waarop een kasboek en enkele munten liggen. Op de achtergrond een boekenkast en verzegelde documenten aan de muur.
Het kantoor van de notaris, Jan Woutersz. Stap, ca. 1629. Collectie Rijksmuseum.

Nog een keer de Oost-Indische kist

Tijd voor iets leuks: De Oost-Indische kist is onbeschadigd vanuit Utrecht per schip aangekomen op kasteel Amerongen. In de vorige brief had ze al aangekondigd te zullen vertellen wat er verder in zit, want ze had toen alleen nog maar het bovenste laagje bekeken. Ze heeft hem nu helemaal ‘geopend en ontpackt’. De unboxing is compleet!

Theepot van porselein met een geribd, bolvormig lichaam en S-vormige tuit, beschilderd in onderglazuur blauw. De wand is verdeeld in vakken met afwisselend een bloeiende plant (chrysant, pioen) en een persoon zittend op een omheind terras; de schouder met een band servetwerk afgewisseld met een bloem in een cartouche. Voorzien van een 19e-eeuws zilveren montuur en handvat door Arnoldi & Wielick, Amsterdam 1850. Kraakporselein.
Theepot met vakdecoratie met planten en mensen en een zilveren montuur, Chinees, ca. 1610-1630, zilveren montuur Arnoldi en Wielick, ca. 1850. Collectie Rijksmuseum.

Wat zou er nog meer tevoorschijn zijn gekomen? Tja…, ‘niets meer dan allerhande theekopjes en theekannetjes’ en een paar ‘fraaie rariteiten’ die je in een kabinet ten toon zou kunnen stellen. Daarnaast nog een mooi vierkant trijpen tafelkleed met hun wapens er in, maar te klein om als vloerkleed te kunnen gebruiken. Verder ‘een menigte van thee’. Al met al een mooi cadeau, maar Margaretha lijkt niet helemaal te weten wat ze er mee aan moet. Er zat ook verder geen brief bij. Ze stapt maar snel over het volgende onderwerp: vissen!

Brieffragment Oost-Indische kast

Eijntlijck is hier de kast die wt oostindie is gekoome hie
onbeschadicht aengekoome die geopent en ontpackt
heb, niet anders als alderhande tee kopges keetelt
gesketeltjes en dier gelijcke met noch Eenige fraeije raerijteijt
om in Een kabinet te sette en Een vierkant tafe
kleet van trijpt12trijp: fluweelachtige stof of diergelijcke met ons beijder wape
int midde, welcke kleet heel fraeij is, en jamer
dat het niet so groot is om voor Een partaere te
dienen, daer is ock meenichte vande tee bij, tis
al Een fraijpreesent hebbe daer geen brief bij gevonde

Oosters tapijt met de honderd antiquiteiten. Middenveld: een blauwe achtergrond is bedekt met rijen van de zogenaamde honderd antiquiteiten in beige, grijsblauw en bruin, waaronder een tafel, een bloesemtak in vierkante pot, een penseelpot, een waaier, een dambord, een bel, twee samengestrikte veren, een bolvormige vaas en een staande penseel. Rand is effen beige.
Oosters tapijt met honderd antiquiteiten, Chinees, 1600-1699. Collectie Rijksmuseum. Op dit tapijt staan wel niet de familiewapens, maar er zijn wel ‘allerhande theekopjes, keteltjes en diergelijke’ op te zien!

Karpers in de gracht

Een aanwinst waar Margaretha zelf erg over te spreken is, zijn de karpers, samen 1500 pond, die ze gekocht heeft van een schipper die voorbij kwam. Sommige zijn meer dan een voet lang! Ze heeft ze in de gracht uitgezet en als Godard Adriaan thuiskomt zal er vis genoeg zijn. Ze laat nog verder vissen in het lage water van de Rijn en de zijarmen. Waarschijnlijk zijn de vissen in het laag staande water extra makkelijk te vangen.

Brieffragment karpers

, nu wat anders, ick hier van Een schipper die
passeerde 14 a 1500 pootpond? of een andere maat kerpers gekocht en in ons
grachte geset daer wel 600 onder sij die rijcklijck
Een voet lanck sijn de resteerende minder en
naevenant hoope uhEd dit aengenaem sael sijn
en laet nu bij dit lage water inde rhijn en hancke
visse en al inde graf te sette so dat teegens uhEd
komste hoope die wel van vis te sulle sijn versien

Visstilleven. Op de hoek van een houten tafel liggen enkele verschillende soorten vissen op een aardewerken vergiet.
Stilleven met vissen, Pieter de Putter, ca. 1639-1659. Collectie Rijksmuseum.

Uitnemend schoon weer

Misschien staat het water wel zo laag omdat het zo lang mooi en droog weer is geweest. Rond Amerongen is het volgens Margaretha in ieder geval al een maand ‘uitnemend schoon weer’ geweest dus misschien gold dat ook hoger stroomopwaarts op de Rijn. Voor de steenoven was het weer in ieder geval prima. Ze hebben flink kunnen doorstoken en nu zijn ze klaar. Verder is ook alles goed, er zijn nog een paar zieken, maar niemand gaat dood, en de meesten zijn er al weer bijna bovenop.

Eerste brieffragment weer, steenoven en zieken
Tweede brieffragment weer, steenoven en zieken

, wij hebbe hier nu Een maent ontrent wtneement
schoonweer gehadt dat ons steen oven wel geluckt
heeft die affgestoockt is, voort ist noch alles

wel hier sij so hier en daer wat siecke aen heete
koortse maer sterfve weijnich sijnde haest wt of
koomender van op, [den domheer ijan van wijck]

Kuiperijen in de Domstad

Jan van Wijck, domheer van St. Pieter is overleden. Prins Willem mag nu een opvolger aanwijzen, want Van Wijck is in een ‘bisschopsmaand’ overleden, en de stadhouder is te beschouwen als opvolger van de bisschop. In andere maanden mogen de andere domheren kiezen. Ondertussen wordt er ook flink ‘gekuipt’ om het ambt van burgemeester. Gijsbert van Hoolck, die in juni een beroerte heeft gehad ligt ziek in Den Haag en zal ook snel overlijden. Als gedeputeerde wordt hij waarschijnlijk opgevolgd door Van Dinteren. Velen zijn jaloers!

Afsluiting baantjes en burgemeestersverkiezingen

[koomender van op,] den domheer ijan van wijck
is tot wttrecht overleede wiens proofve tot sin
=peeter aen sijn hoocheijt is koome te vervallen,
als hij sijn inde bischops maent gestorfven,, hier
meede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
tot wttrecht kuijpt me
met kracht om burge=
meester te worde en ver
lanckt men wiet weese
sal, den heer van hoolack
seijt me dat inde haech leijt
en sterft en dat van dintere
daer in sijn plaets sal koome
daer veel s ijaloers van sijn

Een rijk versierd medaillon met een marmeren rand. Boven het medaillon een zon rondom het rood-witte wapen van Utrecht (geheel is teken van de universiteit. Boven aan weerszijden twee vliegende engeltjes en onder het medaillon de tekst" Viris amplissimis Gisberto vanhoolck theodorico veldhusio coss hoc pietatis et doctrinae sacrarium bono reiplubicae secundae auspicus fuit dedicatum A.D. XVII LL Aprilis MSCXXXVI. Daaronder het wapen van de stad utrecht, vastgehouden door twee leeuwen met een kroon erop.
Afbeelding van het schoorsteenstuk in de senaatskamer in het Academiegebouw (Domplein 29) te Utrecht, met de portretten van Dirk Jacobsz. van Veldhuisen en Gijsbert Jansz. van der Hoolck, burgemeesters van Utrecht tijdens de inwijding van de hogeschool in 1636. Foto: J. Lub, collectie: Het Utrechts Archief.

  • 1
    continuereing, voortzetting ↩︎
  • 2
    contagieuse: besmettelijke ↩︎
  • 3
    regneren: woeden, heersen ↩︎
  • 4
    Celle ↩︎
  • 5
    grootse ontvangst ↩︎
  • 6
    het staat bedroefd: het staat er slecht voor ↩︎
  • 7
    financiers ↩︎
  • 8
    maxime: stelregel ↩︎
  • 9
    geheel onduidelijk wat deze zin hier doet ↩︎
  • 10
    vaste staat opmaken: op rekenen ↩︎
  • 11
    opnemen ↩︎
  • 12
    trijp: fluweelachtige stof ↩︎

Naar huis of niet naar huis

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 21 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 29 september 1680
Lees hier de originele brief
Deze brief zit in een ander archiefnummer (HUA1001.2826) dan de andere brieven van Margaretha.

Het blijft aanmodderen met brieven die later of helemaal niet aankomen. Margaretha verzekert Godard Adriaan er nog maar eens van dat ze echt met de laatste post geschreven heeft. Er ligt namelijk 4000 gulden bij Temminck in Amsterdam waar Godard Adriaan helemaal zelf over kan beschikken. Dat is toch goed nieuws?

Brieffragment post en geld

[reca. 29e. 7ber]

Ameronge den 21/11
septemb 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vander 11 deeser heb ick ter rechter tijt
ontfange het doet mij leet uhEd so veel bekomeringe
ontrent het gelt heeft ick heb geen kopije van mijn
briefve gehoude, maer bidt verseeckert te sijn ge
lijcke met de laeste post heb geschreefve so leijt teege
woordich tot uhEd behoef onder teminck tot
Amsterdam de som van vierduijsent gul die
uhEd int geheelle of ten deellle naer deselfs
wel gevalle sal beliefve en kan trecke, [ick]

In een soort blauwe golf zit een man met een wijnglas in zijn linkerhand en met de wijsvinger van zijn rechterhand wijst hij omhoog. Eronder staat "De beker van het najaar is met weemoed gevuld" en daaronder in potlood "October".
De beker van het najaar is met weemoed gevuld, Willem Arondéus, 1930. Collectie Rijksmuseum.

Een roddel uit Utrecht

Margaretha hoopt nog steeds op geld van de staat, maar toen ze laatst in Utrecht was, hoorde ze een roddel die weinig hoopvol stemt. In Utrecht wordt geklaagd dat men de predikanten niet kan betalen. Dat is gek, want dat moet mogelijk zijn uit de rente van een kapitaal van maar liefst 40.000 gulden. Wat blijkt; de rentmeester, die zijn baantje aan Willem III te danken heeft, vindt dat hij dat geld naar eigen inzicht mag besteden. Met als gevolg dat de predikanten iedere keer kunnen fluiten naar hun geld. Margaretha weet niet wat er waar is van het verhaal, maarja het wordt gezegd…

Eerste brieffragment roddel uit Utrecht
Tweede brieffragment roddel uit Utrecht

[soecke te houden,] datse tot wttrecht klagen
haer preedikante niet te konne betaellen
so ick laest tot wttrecht sijnde berich ben, ist niet [e]

vreemt want de peninge die tot betaeline vande
preedikante sijn geordineert, worden de rent
=the van Een kapitael van 40000f daer de
proosdij die den rentmeester vande domeijne
van sijn hoocheijt gekreechgen heeft meede be
=swaert is, en hij sustineert die sonde Eenige
laste onbeswaert te trecke, wt betaelt worde
als dierlgelijcke laste wt het preedikante haer
gelt betaelt worde moeten sij te kort schieten
, wat vant Een Ent ander waer is weet ick niet
altijd het wort so geseijt, [de heer van ginckel]

In een ruimte zit aan een ronde tafel. De tafel ligt vol papieren en er staat een veren pen in een inktpot. Achter hem staat een kast met een slot en voor de tafel staat een kist met een slot. Bij de tafel staat ook een krukje. Een man meldt zich bij de tafel met een papier in de hand. De man achter de tafel gebaart (kan zowel "gaat u zitten" als "geef mij dat papier maar" zijn). Bij de deur staat een derde man. Door de deur heen hebben we uitzicht op een straat met een huis met een tuin en diverse mensen op straat.
Gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester, Jan Luyken, 1712. Collectie Rijksmuseum.

Truijfels

Na het vertrek van Godard van Ginkel, is er al weer het nodige gebeurd op bouwplaats Amerongen. Er zijn nog 4 metselaars aan het werk in het laatste paviljoen. Margaretha noemt ze, net zoals hier, ‘truijfel’; oud-Nederlands voor ‘troffel’, het gereedschap van de metselaar. Margaretha hoopt dat ze aan het eind van volgende week aan de gewelven van de kelders kunnen beginnen. Ook de timmerlieden zijn bezig aan het laatste paviljoen en de leidekkers zijn aan het werk op het dak van het eerste paviljoen.

Eerste brieffragment werklieden
Tweede brieffragment werklieden

[stont,] seeder sijnde 4 metselaers wel verstae
nde truijfels en 4 operlie aent wthaelle vande
schoorstene int lasest of tweede pavelijoen
Effen wt het dack gekoome, hoope deslfve int
laest vande toekoomende weeck teenemael ge
opgehaelt en gedaen te hebbe, sullende
sij dan aent wilfve vande kelders gaen,

de vier timerlie die wij n ock maer int
werck hebbe, hebbe nu ock het laeste pa=
velijoen toe geplanckt daers de dack vens
ters in setten, de leijdeckers sijn aent decke
vant leijdack opt voorste oft Eerste pavelijoen

De rokende metselaar. In een herberg heeft een groepje boeren zich verzameld rond een zittende metselaar die een pijp rookt. Een hond snuffelt aan zijn gereedschap dat op de grond ligt, op de achtergrond enkele figuren rond een haard.
Een rokende metselaar met zijn makkers in een herberg,
David Teniers (II), ca. 1675. Collectie Rijksmuseum

Naar huis?

In brieven vol met berichten over geld en bouwwerkzaamheden, zou je het bijna over het hoofd zien. Maar in anderhalve regel krijgen we ineens een klein inkijkje in het huwelijk van Godard Adriaan en Margaretha. Waar in de vorige brief nog sprake was van een verlengde missie in Berlijn, heeft Godard Adriaan nu verzocht naar huis te mogen gaan. En dat is iets waar Margaretha ook naar verlangt. Zouden ze elkaar oprecht missen? Of is Margaretha er wel klaar mee om alles alleen te moeten regelen in Amerongen? We zullen er niet achter komen, want de brief gaat meteen weer door met praktische zaken. Tot duidelijk is of Godard Adriaan naar huis mag, wacht Margaretha nog maar even met de beloofde provisie.

Brieffragment thuiskomst

, uhEd schrijft te wille versoecke om thuijs
te koome waer naer verlange, en als dat
kost sijn sou ick de begeerde provijsie niet
sende warom noch een post of twee voor
die te sende sal afwachten, ondertuschen
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
MTurnor

In een kamer met een blauw getegelde vloer en een balustrade met uitzicht op een landschap hangen twee schilderijen. Op één van de schilderijen staat een jonge vrouw afgebeeld. Midden in de kamer staat een stoep waarop cupido zit. Hij kijkt smachtend naar het schilderij, zijn boog en pijlenkoker liggen voor hem op de grond. Onder de afbeelding staat Penser contente.
Smachtende cupido, rond 1640, Album Amicorum Marie de la Planck, onbekende kunstenaar. Collectie Bibliotèque Nationale de France.

Dragonder

In de PS zet Margaretha nog snel wat zaken onder elkaar. Het is in Amerongen gelukkig mooi weer gebleven, wat goed nieuws is voor de steenoven. Ze brengt haar groeten over. En tot slot presenteren alle lieve kinderen, zélfs het dragonder Godertge, hier ongeveer 6 jaar oud, aan opa hun ootmoedige dienst. Als dat geen reden is om graag naar huis te willen komen.

Naschrift

de doot vande
Advokaet vermeer sal
beusekom uhEd hebbe geschreefve
wij hebbe nu Eenige dagen herwaerts
seer schoon weer opt afstoocke van
onse steen oven gehadt, dat heel wel komt
met uhEd preemissie versoeck mij groetenis
aende heer blansche en jeneken, al onse liefve
kindere tot den draechonde inkluijs preesenteere
haere ootmoedige dienst a vhEd

Kinderen met een muizenval. In een stenen venster met gordijn houdt een jongetje in zijn linkerhand een muizenval omhoog, met zijn rechterarm houdt hij een kat vast. Naast hem een meisje die naar de val wijst, achter haar een huilende jongen. Voor het venster een plant in een pot.
Kinderen met een muizenval, Domenicus van Tol, 1660-1676. Collectie Rijksmuseum.

Druk, druk, druk

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 13 september 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 september 1680
Lees hier de originele brief

Margaretha snapt er niets van, de brief die ze de achttiende schreef lijkt verdwaald te zijn. Gelukkig heeft ze die van de vierde van haar man wel ontvangen. Hij schrijft kennelijk weinig interessants, want ze gaat er verder niet op in. Wel belangrijk is natuurlijk de Oostindische kist. Die is inmiddels in Utrecht; daar gaat ze morgen heen, dus in haar volgende brief schrijft ze wat erin zit.

Brieffragment verdwaalde brief en oostindische kist

[rec. 22e 7ber.]

Ameronge den 5/15
septem 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 4 deeser heb ick ontfange, dat
de mijne vande 18 Augusti niet is te rechte gekoome doe
mij leet kan niet dencke waer die is verdwaelt,
het oostindis preesent is ten huijse van beusekom1Nicolaas van Beusinchem tot
wttrecht aengekoomen derwaerts ick merge met
godts hulp meen te gaen en overmerge weer hier
te sijn sal met de naeste post schrijfve waer in
het selfve bestaet en wat het is, [aengaen uhEd]

Een kamer vol honden, in het midden een verhoging waar een witte hond een brief in zijn bek aanbiedt aan een andere hond.
Honden bieden een brief aan, Johannes de Mare (prent) naar Bernard te Gempt, 1860-1879. Collectie Rijksmuseum.

Verlengde missie

Margaretha heeft begrepen dat Godard Adriaan nog wel even weg zal blijven. Willem III heeft zowel tegen Margaretha als tegen hun zoon gezegd dat hij in Berlijn moet blijven. Hoe lang is Margaretha niet helemaal duidelijk geworden. Maar Willem gaat naar Celle en zoon Van Ginkel gaat mee, zij gaan er beiden vanuit dat ze Godard Adriaan daar treffen. Dan moeten ze daar maar even overleggen.

Brieffragment verlengde missie

[het selfve bestaet en wat het is,] aengaen uhEd
thuijs koome heb ick voordees geschreefve, hoe dat
sijn hoocheijt aen mij en daer nae den heer van
ginckel heeft geseijt uhEd alsnoch niet van berlij
sal konne maer noch Eenigen tijt daer moete blij
=fven, of daer meede nu de heelle winter verstaen
wort kan ick niet weeten, als sijn hoocheijt nu te
sel komt en uhEd de heer van ginckel siet daer
hij staet op maeckt, hoope deselfve het best sal
hoore, [ondertuschen sal ick in maent van]

Interieur met een vrouw met zwarte jurk, wit jakje en witte kap die voorovergebogen bij een haardvuur zit Achter haar een wiegje en een stoel met daarover kleren. De stoel staat voor een bedstee met gordijnen. De ruimte is hoog met op de achtergrond een hoog dubbel raam met glas in lood.
Interieur met een vrouw bij een haard, Jacobus Vrel, ca. 1654. Carmen Thyssen Collection

Provisie

Margaretha zal in de maand van oktober zorgen voor de gevraagde provisie. Nu is het even de vraag wat Margaretha bedoelt want het kan zowel inhoud voor de provisiekast zijn als keiharde munten. Hoewel ze niet verwacht geld van het land te krijgen, springt ze daarna gelijk over op het geld dat voor hem klaar ligt en dat ze dat direct regelt. Dus wellicht is de provisie van oktober dan toch meer om op te peuzelen.

Brieffragment provisie

[hoore,] ondertuschen sal ick in maent van
ockto uhEd van sijn begeerde proovijsie versorchge
en hoewel geen Apreehensie tot Eenige betaeline
vant lant voor Eerst sien, kan uhEd he vaste
staet maecke op vier duijsent gul die ick
in weijnich dage sal versorchge dat booven
de laeste wissel die deselfve ter som van 1000 gul
nu onlans heeft getrocke [en de 500f die]

Er volgt een onnavolgbare berekening van geld dat Godard Adriaan opgenomen heeft, dat aan Temminck in Amsterdam betaald is. Ze belooft één ding: als Godard Adriaan met de keurvorst naar Maagdenburg gaat, dan zorgt ze ervoor dat hij nergens om verlegen hoeft te zitten.

Brieffragment gerust naar Maagdenburg

[maer sal sien hoe ickt met hem maeck,] so uhE
met den heere keurvorst naer maechdenberch
gaet kan ick wel dencke uhEd gelt sult
moeten hebbe, ick sal so veel doen alst moo
gelijck is onvEd in gerustheijt te stelle
en niet verleege laeten, [ick doen al wat]

In dit stilleven liggen kazen, krakelingen en vijgen op tafel uitgestald, samen met kostbare voorwerpen als een verguld Venetiaans glas en een Chinese schotel.
Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen, Clara Peeters, 1615. Collectie Mauritshuis.

Werkvolk

Één van de manieren om geld over te houden, is om minder werkvolk op de bouwplaats in dienst te hebben. De eerste zijn inmiddels vertrokken. Het hele stalgebouw met de paviljoens is nu onder dak, dus ze kunnen de timmerlieden en metselaars best missen. Nu het dak erop zit moet de leidekker wel aan de slag.

Brieffragment werklieden

[en niet verleege laeten,] ick doen al wat
ick kan om Een goeij deel vant werck volck
vanden hals af te krijge laet deesen dach
4 metselaers 4 operlie en 6 timerlie bij
provijsie wt het werck gaen, dewijlle het
geheelle werck nu onder dack is en de

leijdeckers nu begine de leije opt Eerste pau
velijoen te legge, konne wij de voornoemde
wercklie mise, [de vrou van ginckel is]

Een zwartwit foto gemaakt op het dak van Kasteel Amerongen. In het midden een dakgoot tussen twee hoge daken met lijstenen. Aan het eind een volgend dak met lijstenen. In het midden is er tussen de daken een soort doorgang met een luik erin waardoor je in de dakgoot kunt komen. Achter deze doorgang heeft het linker dak een koekoek en ook het dak waar we tegenaan kijken heeft er één. Waar het linker en het achterste dak samenkomen staat een schoorsteen en aan het eind van het rechter (hogere) dak staat een vlaggenmast.
Foto van de noordelijke dakgoot van het dak, Ton van der Wal, 1989. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Leien op het dak van het kasteel.

Even op en neer

Schoondochter Philippota is ziek. Ze heeft koorts en zinkingen aan haar been. Zinkingen kunnen eigenlijk van alles zijn, maar aan je been is het waarschijnlijk heel lastig. Margaretha is dus maar even een dag naar Middachten geweest. Ze is nu weer terug in Amerongen, want het is kermis en daar moet ze zich wel even laten zien.

Brieffragment zieke Philippota en kermis

[wercklie mise,] de vrou van ginckel is
heel niet wel geweest heeft Een kontiniwe
=le koorts gehadt met Een sinck in aent been
dat seer geinflameert2Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling en verzwering was doch nu in
alles beeter de koorts haer verlaeten
ick ben Een dach tot Middachte geweest
deese Middach weer hier gekoomen, tis hier
kermis daerom niet versuijmt heb, [sijn]

Gravure met links een groep nette mensen. Achteraan een jongen in het donker. Voor hem twee jonge dames met lange jurken met kanten kraag met daarop een medaillon en hun handen in een mof. Voor hun een oudere vrouw in het zwart. Naast haar een jonge man met krullen en een hoed. Ze praten met twee vrouwen, waarvan de ene haar handen gevouwen heeft en ze kijkt ze verdrietig dramatisch aan. Aan haar rok hangt een klein meisje met een stok in de hand. Achter haar een wat jongere vrouw die kijkt naar de bezoeken de groep, maar haar hand uitsteekt naar een wat ouder meisje die ook haar handen in een mof heeft. Rechts achter hun staat een bed met daarin een zieke man, hij heeft zijn arm op, maar niemand ziet hem. Aan de muur naast hem hangt een plank met daarop een kan, een bord en een glas. Daarnaast een met riet beklede rechte stoel en op de grond staat een brede schaal. Een po?
Bezoeken van de zieken. Eén van de zeven daden van barmhartigheid. Prent van Abraham Brosse, uitgegeven door Jean Leblond (I), 1640-1642. Collectie Rijksmuseum

Zijn Hoogheid

Uiteraard moeten ook de bewegingen van Zijn Hoogheid gemeld worden. Hij zou eigenlijk via Twickel naar Celle, maar hij heeft het veranderd. Hij gaat nu via Schoonheten, waar Hendrik Bentinck, de broer van zijn kamerheer Hans Willem woont.

Van Ginkel gaat via huis Dorth (bij Bathmen) en reist dan met Gustaaf Adriaan graaf van Flodroff naar Celle.

Brieffragment onderweg naar Celle

[kermis daerom niet versuijmt heb,] sijn
hoocheijt so men seijt gaet vandaech wt den
haech op soesdijck van daer naer schoonheij
bij de broer vande kamer heer bentin
en so voort na sel, was
Eerst van meenin op twickel gegaen te
hebbe maer is verandert, den heer van
ginckel gaet toekoomende maegtech na
t huijs te dort om sanderendaechs met
de graef van floodorp en andere heere haer
reijs voort naer sel te sette, de heer almach
=tich wilse alle geleijde en voor ongelucke
bewaere, [op Middachte legge wel 4 a 5]

Pleisterplaats. Voor een herberg houden enkele wagens en ruiters halt om te rusten. Op de voorgrond drinken koeien uit een sloot, daarnaast een herder en enkele kippen.
Landschap met reizigers bij een herberg nabij een pleisterplaats, Salomon van Ruysdael, 1660. Collectie Rijksmuseum.

En trouwens

Aan het eind van de brief komt Margaretha nog even terug op eerdere onderwerpen. Philippota was niet de enige die ziek was op Middachten, ook vier of vijf personeelsleden waren ziek. Het was maar goed dat Margaretha er was. Ze kon helaas niet langer blijven, want druk, druk, druk.

En dat gedoe met dat geld blijft gedoe. Het lijkt erop dat Van Heteren het ook niet voor elkaar krijgt om geld los te krijgen. Waarschijnlijk is ze op haar tripje naar Middachten nog even langs Rosendael gereden, want Jan van Arnhem zal kijken of er bij de Ridderschap van de Veluwe nog geld is.

Het geluk zit in de ps: de steenoven stookt én brandt.

Naschrift

[ent mij te laeten weeten,] hier meede
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijf
M Turnor
de steen oven
is aent stoocke
en brande
ick heb uhEd meesiefve
aende seeckreetaris gegeefve
als mij docht die wel te sijn

ingekleurde gravure met allerhande werkende mannen en op de achtergrond puntvormige bouwwerken. Links voor zit een koning die naar een tekening kijkt. In het midden staat een ronde steenoven waar de vlammen uitslaan.
Fantasievoorstelling van de bouw van de piramides, met een grote steenoven waar de vlammen uitslaan, Gottfrid Pfaunz (prent) naar Johann Claude Sarro, 1709-1762. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Nicolaas van Beusinchem ↩︎
  • 2
    Inflammatie: Ontsteking, veelal van de huid, vurigheid, gepaard gaand met puistjes en soms ook met zwelling ↩︎

Nauwkeurig antwoord

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 3 augustus 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 11 augustus 1680
Lees hier de originele brief

Al lang niets op dit blog gelezen? Dat klopt! Ook Godard Adriaan heeft te lang naar zijn zin geen informatie meer gekregen, want heeft blijkbaar een mopperbrief gestuurd. Maar dát is niet terecht, vindt Margaretha in deze brief van 3 augustus. In haar vorige brief heeft hij kunnen lezen dat ze al weer terug is van haar (in haar ogen) nuttige reisje naar Den Haag. En acht dagen geleden heeft ze hem toch echt een overzicht gestuurd van de belangrijkste inkomsten en uitgaven voor de herbouw en van de aankoop van een stukje land.

Aanhef en laatste brief

[rec. 11. Augusti 1680]
Ameronge den 3
Augusti en 24 ijuli
1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd meesiefve vande 24 ijuli heb ick ontfange, wt mijne
voorgaende sal deselfve hebbe gesien mijn weederkomste
wt den haech al hier. Meende wel te doen met die keer
naer den haech, ick heb heeden acht dagen uhEd Een
korte meemoorije gesonde vant gelt dat ick seedert sijn vertreck tot verval van onse timeraesge en aenkoop
van lant en diergelijcke heb ontfange en weer wt
gegeegve[, waer wt deselfve sal sien dat ick bij on=]

Cirkelvormige tekening van een zandpad met rechts een knotwilg bij een hek. Op het pad rijdt een wagen met daarvoor een paard. De zweep steekt boven de huif uit. Daarachter loopt op het zandpad een man met een rode jas, zwartte hoed en blauwe laarzen. In zijn rechterhand een stok, op zijn rug een geweer en naast hem een hondje. Links op de achtergrond een stad.
Zomer: Landweg met jager en koets, Gesina ter Borch, ca. 1655. Collectie Rijksmuseum.

Nogmaals de berekening

Daarin had Godard Adriaan kunnen lezen dat ze 900 gulden meer heeft uitgegeven dan ze binnen heeft gekregen uit pacht en normale inkomsten. Maar de totale uitgaven bedragen zeker geen 12.000 gulden, zoals haar man blijkbaar denkt! Zelfs niet wanneer je de ongeveer 2000 gulden meerekent die Temminck in Amsterdam aan kalk en aan meester Schut aan hout heeft uitgegeven. Volgens haar ligt het totaal voor de herbouw inclusief stenenbakkerij dit jaar tot nu toe eerder rond de 9000 gulden. Maar, toegegeven, er liggen nog wat onbetaalde rekeningen. Een eindje verderop in de brief schrijft ze dat het prima is dat Godard Adriaan om de volgende ordinantie van 4000 gulden gaat vragen, maar dat ze daar voorlopig geen geld voor kunnen verwachten.

Berekening inkomsten uitgaven

[gegeefve,] waer wt deselfve sal sien dat ick bij of on=
trent de 900f meer heb wtgegeefve als ontfange dat
wt het inkoome van ons pachte en ordinaerisse
ontfan is betaelt, ock dat het geheelle wtgeef op
veel naer geen 12000f bedraecht gelijck uhEd
schrijft, ijae selfs niet met het geen teminck tot
Amsterdam so voor inkoop van kalck als aende
meester schut voor inkoop van hout heeft betaelt
dat ontrent de 2000f naer mijn gissine sal sijn doch
heb noch daer van geen reecknin van die 2000
is noch booven hoet het geene ick uhEd heb toegesonden
so dat naer mijn gissine dit ijaer tot die tijt so aende timerae
=ge als steenoven ontrent de 9000f is betaelt doch
ben alweer vrij wat schuldich dat betaelt
moet werden, [ick weet niet beeter of schrijf op al]

Gezicht vanuit het Klein Kapittelhuis op het Munsterkerkhof te Utrecht uit het zuidoosten, met de drie schipkapellen van de Domkerk met daarvoor de secretarie van het Domkapittel, de Domtoren en in het midden de Heilige Kruiskapel.
Gezicht vanuit het Klein Kapittelhuis op het Munsterkerkhof (nu Domplein) te Utrecht, Jan de Beijer, 1745 (fotoreproductie). Collectie Het Utrechts Archief. Rechts voor de secretarie van het Domkapittel.

Nogmaals het land

Ze weet niet beter dan dat ze elke vraag van Godard Adriaan nauwkeurig beantwoordt. Heeft hij niet gewoon een beetje te veel aan zijn hoofd waardoor hij steeds vergeet wat ze schrijft? Het aangekochte stuk land van het kapittel van de Dom is dus ’t Encker, herhaalt ze nog maar eens een keer. Dat ligt achter De Doodslag en dat was precies wat Godard Adriaan hebben wilde. Het aankoopbedrag is 400 gulden en het koopcontract zal bij de volgende kapittelvergadering worden opgemaakt. Volgens haar hebben ze er een koopje aan.

Brieffragment over het stuk land

[moet werden,] ick weet niet beeter of schrijf op al

uhEd briefve pertinentepertinent: nauwkeurig, duidelijk, juist antwoort gelijck ock opt
subsjecktsubject: onderwerp vande koop vant lant heb gedaen, maer
geloof uhEd door sijn meenichvuldigevele affaereeszaken
dickmaeldikwijls, vaak vergeet wat ick schrijf, het lant dan
dat ick vant kapittel vande dom gekocht heb
ist lant opt Encker achter den doot slachDoodslag gelijck
uhEd begeert heeft, de koop is voor 400f de koop
=seel sal geschreefve worde op deerste vergaederin
vant kapittel, tis seecker dat mij daer koop
aen hebbe, [wt overijsel heeft de heer van ginckel]

Plattegrond met links duidelijk het kasteelterrein. Rechts daarvan drie stukken land. Direct naast het kasteel een stuk land met de letter C, in het middelste en grootste stuk land staat B. Encker. Helemaal rechts landstuk A. Tussen de stukken land en de weg ligt een smalle stuk waarin staat 'Den Doodslag'.
Fragment uit Kaarten van de landerijen te Amerongen binnen de Kaa, met registers van de landerijen van het huis Amerongen en die van particulieren, 1696. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. De strook langs de weg heet Den Doodslag.

Nogmaals Overijssel

Ondertussen is ook zoon Godard ingeschakeld om te kijken of hij niet misschien iets van de uitblijvende bijdrage van de provincie Overijssel los kan peuteren via mensen die hij daar kent. Hij heeft echter nog geen antwoord. Margaretha mokt dat het met die vrienden is zoals met veel anderen: Als ze iets van jou willen, weten ze je te vinden, maar als jij hen een keer nodig hebt, dan is er niemand thuis.

Brieffragment Overijssel

[aen hebbe,] wt overijsel heeft de heer van ginckel
die met sijn vrou weer nae Middachte is noch
geen antwoort bekoome tis met die vriende
als met meer die als uhEd vandoen hebbe wel
soecke en konne vinde maer alsmense weer
van doen hebbt isser niemant thuijs, [dat uhEd]

Zilveren munt. Voorzijde: op kort bloemenkruis gekroond gevierendeeld wapenschild. Jaartal boven kroon. Kop op wapenschild "HOL".
Overijsselse florijn van 28 stuiver, Provincie Overijssel, 1685. Collectie Rijksmuseum.

En nu door

De timmerlieden hebben de kap van de stallen al klaar. Komende week gaan ze de latten vast slaan waar de dakpannen op komen te hangen. Uit Amsterdam verwacht Margaretha het lood te krijgen voor de goten en andere voorzieningen. Ondertussen zijn de metselaars al aan het laatste paviljoen aan de kant van het bleekveld bezig, maar het zal nog wel tot het einde van de week duren voordat ze de muren zo hoog hebben dat de balken voor de vloeren van de eerste verdieping gelegd kunnen worden.

Brieffragment voortgang stalgebouw

de kap hebbe de timerli nu op de stal en sulle
inde aenstaende weeck daer de latten op slaen omde
panne op te hangen het loot tot de gooten en
ande verwacht ick van Amsterdam, de metselaers
sijn al aent leste pavelijoen naert blijckvelt toe
het welcke noch int laest vande toekoomende weeck
sal sijn Eersij de hoochte hebbe, om de balcke vande
bove kamers te legge, [dat de heer suijlis]

Reliëf van Jozef met Maria met een kind op een ezel met op de achtergrond een stad. Links boven staat een man in een werkruimte te schaven, links onder is een man aan het hakken, rechts boven is een man een wiel aan het maken en rechtsonder is een kuiper
Vlucht naar Egypte en Jozef als timmerman, wagenmaker en kuiper, anoniem, 1600-1625. Collectie Rijksmuseum.

De kas van de Staten-Generaal

Tot slot nog even een sneer naar de Staten-Generaal: Godard Adriaan heeft vast wel gehoord dat Willem van Nassau Zuylestein naar de koning van Frankrijk is gestuurd om hem te feliciteren met zijn overwinningen, en dat Cornelis Moeringh uit Gouda naar Denemarken is uitgezonden? Dáár konden de Hollanders blijkbaar wel geld voor vinden! Het gaat er wonderlijk aan toe, hier in de provincie en daarbuiten. Moge God ons allen bij staan, wiens heilige bescherming ze ook haar man toewenst.

Brieffragment over de kas van de Staten-Generaal

[bove kamers te legge,] dat de heer van suijlis
=steijnWillem-Hendrik van Nassau-Zuylestein weegens den staet om de koninck van

vranckrijck te kompleemonteerecomplimenteren over sijn gekonkes
=teerdegeconquesteerde: veroverde lande sa en moerinCornelis Moeringh in van tergou naer deenmercke
is, sal uhEd hebbe gehoort daer hebbe de hollande
wel gelt toegevonde soot schijnt, t gaet hier in
en buijten de provinsie seer wonderlijck toe de
heer almachtich wil ons alle bij staen in wiens
heijlige bewaerine uhEd beveelle blijfve

Man met een harnas aan tegen een bijna ondergegane zon. Hij heeft zjin rechter hand in zijn zij, met zijn rechter hand leunt hij op zijn helm. Het schilderij zit in een gouden lijst met bladeren en schelpen.
Willem van Nassau-Zuylestein, Roelof Koets II. Collectie Groninger Museum.NB Bij het Groninger Museum staat Godard Adriaan van Reede van Herreveld, de schoonzoon van Willem van Nassau-Zuylestein als geportretteerde genoteerd. Achter op het schilderij staat Willem van Nassau-Zuylestein.

En nogmaals het stukje land

De echte afsluiting zit in een ps-je met wat gedetailleerde uitleg over de wijze van exploitatie van het stukje land op ‘T Encker. Het van het Domkapittel gekochte perceel wordt gepacht door Gerrit de Kruijff, zoon van de overleden pachter Jan de Kruijff, en is nu in gebruik bij Jan Quint en Cornelis Verweij.

Afsluiting en nogmaals het land

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
p s het gekochte lant
vant kapittel vande
dom is gerit de kruijf
soon vande overleedene ijan
de kruijf pachter van
en nu ijan quint en korneelis
verweij bruijckers van

In een vlak landschap zijn links mensen met zeisen koren aan het maaien. In het midden een groepje bomen en rechts een paar wandelende mensen op weg naar het bos in de verte.
Augustus, Hermanus Numan, 1754-1820. Collectie Rijksmuseum.

Wie heeft geld?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 15 juli 1680 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief
Deze brief is flink gehusseld tijdens het scannen. Het zijn twee vellen met elk vier kantjes en een memorie en ook nog en ps op een apart blaadje. Hier de bijbehoren scannummers: 1e vel kant 1 – 73; 1e vel kant 2 – 74, 77; 1e vel kant 3 – 80; 1e vel kant 4 – 81; 2e vel kant 1 – 78; 2e vel kant 2 – 79; 2e vel kant 3 - 79; 2e vel kant 4 - 80; Memorie voor – 74 gedeeltelijk, 77; Memorie achter - 78; Ps voor – 74 overdwars, 75; Ps achter - 76

Margaretha doet weer eens haar stinkende best om geld te krijgen, maar veel succes heeft ze niet. Maar voor het over die echt belangrijke zaken gaat, moet ze eerst wat rechtzetten. Eerst het allerbelangrijkste: het gaat goed met Godard Adriaan. Kennelijk heeft Beusichem Godard Adriaan geschreven dat Margaretha 350 gulden per morgen betaald zou hebben voor het land van het Domkapittel. Dat klopt natuurlijk niet, dat zou wel heel erg duur zijn. Zo doet Margaretha geen zaken. Het stuk land is ongeveer 3,5 morgen, dus daar wil ze in totaal 350 gulden voor geven, dus 100 gulden de morgen. Dat is een goede koop, Smissaert en Van Beek zijn er mee bezig, het wachten is op goedkeuring door het Domkapittel.

Brieffragment kosten land

haech den 15 ijuli
1680

Mijn heer en lieste hartge

wt uhEd vande 3 deeser sien ick deselfve met
al het sijne noch wel waert daer de heer voor
gedanckt moet sijn, beusekom moet abuijs
hebbe dat hij uhEd heeft geschreefve ickt lant
vant kapittel vande dom voor 350f de merge
sou gekocht hebbe dat waer veel te dier ick
most so niet te mart gaen, tis ontrent 3½
merge groot daer soude wij 350f saeme
voor geefven dat sou honde gul de merge weese
het is tuschen ons geseijt heel goet koop dans
staet noch raport door den heere van beeck
en smitser aent kapittel daer van te doen
en haer Aproobasie te verwachte het welcke
geloof vandaech gedaen sal worden, [so lan]

Archiefkast van eikenhout. Twee doorgaande hoekstijlen en een middenstijl dragen aan ijzeren kruishengsels vier opgeklampte deuren. De meest linker deur staat op een kier, de twee rechterdeuren staan wijd open, waardoor je de lades ziet. De door de kruising der klampen verkregen vierkanten zijn binnen ingekerfde cirkels Gotisch gebiljoend. Ieder paar deuren heeft twee ijzeren sloten met grendels. Een tap met een gat is aan de ene hoekstijl bevestigd en een draaibare beugel aan de andere. Binnenin veertig van de oorspronkelijke laden met Gotische majuskels.
Archiefkast van het Domkapittel, 1500-1550. Collectie Rijksmuseum.

Er is geen geld in Utrecht

Margaretha is in Den Haag om de betalingen voor Godard Adriaan te regelen. Ze was eerst in Utrecht en heeft daar iedereen die er toe doet gesproken, iedereen was erg beleefd en bij haar langs gekomen. Alleen burgemeester Gruijter had zij bij hem thuis bezocht. Die was wel duidelijk: er is geen geld. Er is zelfs zo weinig geld dat Utrecht al een half jaar achter is met het betalen van de predikanten. En die hebben allemaal kinderen thuis zitten en die hebben geen brood om te eten. Ook de soldaten die bij Maastricht liggen lopen weg omdat ze geen soldij krijgen.

Brieffragment geld Utrecht

[kost niet helpe] sij seijde altemael datter

geen gelt inde provinsie was ija dat sij niet
wiste hoe sij haer preedikante die nu ander half
ijaer ten achteren waeren daer onder sijn
die met huijsen vol kindere sitte en geen
broot hebbe om te Eeten, soude betaellen,
de seeckreetaris luchtenburch seijde die selfe
merge Een brief van Maestricht van Een
kapteijn die hij noemde gekreechge te hebbe
die klaechde dat meer als de helft van
sijn kompangi was verloope en so hij geen
gelt vande provinsi van wttrecht kreech niet
Een man langer kost houde, [de heere seijde]

Een prekende dominee op kansel. De contouren van de koffievlek heeft Brandes licht aangestipt. Opschrift, rechtsonder, handgeschreven in potlood: ‘Een koffij vlak bij het storten over dit papier’
Koffievlek uitgewerkt tot prekende dominee op kansel, Jan Brandes, 1770 – 1790. Collectie Rijksmuseum.

Geld uit Overijssel?

Van Ginkel heeft Willem III gesproken en die wist inderdaad dat Utrecht geen geld heeft. Maar hij dacht dat Overijssel nog moest betalen, dus daar gaat hij zeggen dat zij moeten betalen. Margaretha heeft er een hard hoofd in. Ambassadeurs worden of door de provincie ingehuurd, of door de Staten Generaal. Voor een missie in opdracht van de Staten Generaal moeten alle provincies bijdragen. Dus zo moet Margaretha maar zien dat ze Godard Adriaans kostje bij elkaar scharrelt.

Brieffragment geld Overijssel

[verwachten is,] de heer van ginckel heeft
sijn hoocheijt hier ock over gesproocke als ock
de heer van schraefve moer , die ock teegens
haer alle beijde seijde wel te weeten dat
wttrecht geen gelt kost geefve, maer dat
over ijsel noch schuldich was dat hij wilde
schrijfve dat die ons soude betaelle,

Tekening van een door huizen omsloten plein. Links eerst een hoog huis met een versierde trapgevel, dan een breed gebouw met een bordes en een balkon. Op de achtergrond een relatief lage poort, rechts staan bomen. Op het plein lopen mensen en staan mensen te praten. Voor het hoge huis links (het landshuis) staat iemand op wacht. Midden op het plein loopt een meisje met een juk met twee emmers eraan.
Gezicht op het Grote Kerkhof in Deventer, Jan de Beijer, 1744. Collectie Rijksmuseum. Gezicht vanuit het noordoosten op het Grote Kerkhof te Deventer met links het Landshuis (zetel van de Gedeputeerde Staten van Overijssel) en het stadhuis en op de achtergrond de Duinpoort.

Holland heeft wel geld. Echt waar!

Ze is in Den Haag en de raadspensionaris Gaspard Fagel heeft beloofd bij haar langs te komen. Ook daar heeft ze een hard hoofd in: ze verwacht dat hij het zal vergeten. Willem III had bovendien gezegd dat Holland al meer betaald heeft dan nodig is. Dat kan wel zijn, maar Margaretha zou hem heel goed kunnen uitleggen van welk geld Holland Godard Adriaan kan betalen. Holland heeft namelijk geld apart gezet voor een ambassadeur in Frankrijk, maar ze hebben helemaal geen ambassadeur in Frankrijk. Dus dat geld kan prima naar Godard Adriaan. Nou is het maar de vraag of er iemand naar haar uitleg wil luisteren, en als ze al luisteren, dan voeren ze haar idee waarschijnlijk toch niet uit. Ze zal het de raadspensionaris toch even voorstellen.

sijn hoocheijt seijt ock dat hollant overbetaelt heeft
oversulcks niet betaelle kan, maer alst haer
beliefde sou ick haer wel aenwijse waer wt
sij mij soude konne betaelle tis waer sij hebbe
opt ijaer 8i, tachtentich duijsent gul betaelt ,
maer se hebbe 20000£ ses ijaeren aen Een
getroefe ijaerlijcks getrocken tot betaellin
van haere ordinaerisse Ambassadeur
in vranckrijck die sij daer niet hebbe gehad
so datse daer van 40000f over hebbe daer
uhEd noch wel wt kost betaelt worden
maer vrees sijt niet doen en sulle, so ick den
heere r p kom te spreecke salt hem segge, [so]

Links geeft een dame in een wit met zwarte jurk een heer in het bruin een hand. Rechts staat een heer in het zwart met zijn rug naar hun toe. Tussen de pratende dame en heer en de heer alleen hangt een elegant getekende krul.
Stel in gesprek terwijl een tweede heer zich afwendt, Gesina ter Borch, ca. 1654 – ca. 1658. Collectie Rijksmuseum.

Een memorie

Als er geen geld komt, weet Margaretha echt niet hoe ze alle eindjes aan elkaar moet knopen. Godard Adriaan moet natuurlijk geld hebben, maar ze moet ook het werkvolk en de materialen betalen. Ze pruttelt ook nog wat na over hoeveel tijd (en dus geld!) het de metselaars om de dubbele bogen van de stal te metselen.

Het leuke van deze brief is dat Godard Adriaan hier het bijgesloten memorie bewaard heeft. Deze heeft hij niet opgeslagen in zijn archief, maar hier krijgen we toch een kijkje in Margaretha’s financiële administratie.

Memorie

Memoorije vant geene hier
voor Eerst nootsaecklijck
moet betaelt worden
aen loot ontrent de ________________ 700f
den panne ontrent de ______________ 400f
aen spijckers ontrent de ____________ 300f
noch aen turf voorde steen
oven ontrent de __________________600f

___________________
2000 f

nu moeten het arbeijts
volck die alle seer om gelt
roepe ock wat hebbe,
ent gekochte lant ter
som van 350 f betaelt
worden

Hoera voor de kerk!

Na de reformatie vielen alle goederen van de (katholieke) kerk toe aan de Staten van Utrecht. De Utrechtse kapittels die we zo nu en dan tegen komen in de brieven bleven dus bestaan. Alleen waren ze geen religieuze instelling meer, maar meer een beheersorganisatie. Binnen de kapittelorganisaties waren baantjes te verdelen voor adel en regenten en je kon rechten kopen op bijvoorbeeld prebendes voor ongehuwde dochters of een deel van de inkomsten van het onroerend goed van zo’n kapittel.

Het is is Johan Pesters gelukt om op deze manier een prove voor de Van Reedes te krijgen ter waarde van 7500 gulden. Het moet nog wel geheim blijven, maar Margaretha heeft al de helft naar Temminck gestuurd zodat Godard Adriaan het kan gebruiken. Margaretha dankt de grote God dat hij juist nu toch weer wat geld toe weet te zenden.

Als er nou alsnog geld van het land komt, dan wil Margaretha dat graag gebruiken om een aantal leningen af te betalen. Maar eerst maar eens zorgen dat ze daadwerkelijk wat krijgen.

Brieffragment Grote God

[voorseijde som van 7500f ons voldaen,] so
goet is dien grooten godt nu wij weer
bij dees wan betaeline vant lant, int
de grootste ongeleegentheijt om gelt
waeren sent hij ons weer dit so onver=
wacht toe, als wij hoop hadde om
gelt vant lant te krijgen soude ick
onder korexsi met dit gelt kapijtaele
aflegge maer so lange dit so staet
weet niet dat wijt konne misse, [Eve=]

Beschrijving Afbeelding van rolwerkcartouches met de wapenschilden van de vijf kapittels van Utrecht, opgehangen aan linten: linksboven de Dom, rechtsboven Oudmunster, in het midden St. Pieter, linksonder St. Jan en rechtsonder St. Marie.
Wapenschilden van de vijf Kapittels van Utrecht, ca. 1660. Collectie Het Utrechts Archief.

Caleche en hout

Inmiddels komt de post met een brief van Godard Adriaan. Hij lijkt zich minder zorgen te maken om hun financiële situatie en ook Margaretha lijkt die volledig vergeten te zijn. Ze is blij dat Godard Adriaan een caleche voor haar zal verzorgen. Margaretha heeft nog niet gehoord dat het Pruisische hout in Amsterdam aangekomen is.

Brieffragment caleche en pruisisch hout

[wort] so aenstonts ontfange ick uhEd aengenaeme
vande 10 deeser bedancke deselfve dat hij mij van
Een kales sal versorchge, ick hoor noch vande
pruijse deelle niet geloof niet dat die tot Amster
dam sijn aen gekoomen, [so aenstonts schrijft]

Voor een gebouw (stallen met koetshuis?) komt een hele stoet koetsen, wagens, ruiters en mensen met jachthonden aan. In een aantal van de karren liggen reeën in een andere een wild zwijn. In een open koets zitten twee voorname heren.
Jachtstoet op Het Loo – 2e helft 17e eeuw. Willem III en een hoge gast zitten in een calèche met opgezette kap, Romeijn de Hooghe, ca. 1700. Collectie Gelders Archief.

Nog meer of minder geld

Kennelijk zit er ook een brief van Johan Pesters bij de post. Godard Adriaan kan pas vrijdag beschikken over de 3750 gulden waar Margaretha eerder over schreef. Ze verzucht dat je pas op geld kan rekenen als je het daadwerkelijk in je handen hebt: “ick sech in waerheijt men kan op
geen gelt ter werlt staet maecke als dat men in handen heeft”.

Deze opmerking over geld maakt weer een hele overweging los waar het binnengekomen geld wel en niet aan uitgegeven moet of kan worden. Kennelijk is er ook geld van Van Heteren geleend om secretaris Isaäc de Blanche te kunnen betalen. Die moet natuurlijk zijn geld als eerste terug hebben. Dan is het tijd om een eind aan de brief voor haar liefste breien. Weer een atypische afsluiting. Wat brengt Margaretha’s hoofd op hol?

Eerste brieffragment meer of minder geld
Tweede brieffragment meer of minder geld

[heeft daer is niet aen te koomen,] uhEd sal
mij van dit gelt voor Eerst wat beliefve tot
de timeraesge te laete gebruijcke of weet
geen wtkomst so wij vant lant betaelt
worden sou van opijnie sijn dat ick van
heetere de twee duijsent gul die wij wee
=gens den heer blansche den 4 ijuni laest
leeden hebbe ge ontfange weerom sou geefve

om niet te diep indien goede man sijn schult
te vervalle, ick verseeckere uhEd mocht ick
Eens bij deselfve sijn sou ock wel wat te segge
hebbe dat de pen niet derf vertrouwe,
nu mijn lieste ick blijf

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Of toch niet

Kennelijk hoeft de post in de stad niet op haar te wachten, want ze heeft nog tijd voor een naschrift en een ps op een apart briefje. Het bedrag dat Overijssel nog moet betalen aan de Staten Generaal voor onkosten is hoger dan de onkosten van Godard Adriaan, dat zou dus moeten lukken. Godard Adriaan krijgt de groeten van Margriet uit Den Haag (?) en het blijft maar regenen.

De volgende dag volgt de ps op het aparte briefje. Er is een brief van Temminck binnengekomen en het Pruisische hout is in Amsterdam. Hij meldt ook dat hij lang geen brief van Godard Adriaan gehad heeft. Dat vind Margaretha vreemd, want in zijn laatste brief schrijft Godard Adriaan nog dat hij geld via een wissel heeft “getrokken”.

Naschrift

ps
so aenstonts sijnde den 16ijuli ontfange
Een brief van teminck die schrijft de
40 pruijse deelle tot Amsterdam wel
sijn aengekoome, en dat hij in lange
van uhEd geen briefve heeft gehadt
dat mij verwondert om dat uhEd in
sijn voorgaende mij schrijft Een wissel
getrocke te hebbe

Landschap met links een rivier met daarop wat bootjes en twee vlotten met hout. Op de rechteroever een stadje (zonder muur) met één hele hoge kerktoren (Cunerakerk) en een molen. Op de voorgrond weilanden en rechts een weg in het bos.
Gezicht op Rhenen uit het oosten, P.W. van de Weijer naar J. Goossen, 1867. Collectie Het Utrechts Archief. Op de rivier een voorbeeld van vlotterij: het vervoeren van houten stammen door er vlotten van te maken.

Traagheid en haast

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 29 juni 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 juli 1680
Lees hier de originele brief

Sommige zaken gaan zo langzaam dat Margaretha er gek van wordt en anderen hebben zoveel haast, dat ze het niet bij kan benen. De eerste traagheid is in ieder geval opgelost: de missende brief van 12 juni is terecht en die van 19 juni is inmiddels ook binnen.

Brieffragment verdwaalde brief

[rec. a 7. Julij]
Ameronge den 29/19
ijuni 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd vermiste brief vande 12 deeser die al tot keulen
is geweest heb ick neffens die vande 19 deeser, deese
weeck ontfange, [tis heel goet uhEd over sijn betaeline]

Gravure van een varken met daarop met een man met een fles aan zijn mand. Er druipt vocht uit zijn mond. Hij heeft een zak achter hem en daar zit een posthoorn aan. Op zijn muts een soort vogel. Achter hem twee jongens, waarvan de ene de staart van het varken vasthoudt. Ze hebben stokken met iets eraan waar ze mee willen slaan. Het varken heeft brieven in zijn bek.
Een postiljon (postvervoerder) op een varken. Fragment uit een spotprent, anoniem, 1720. Collectie: Rijksmuseum.

Werkgever

Godard Adriaan heeft raadspensionaris Fagel geschreven over de betaling van zijn werk. Margaretha is er blij om, want het is weer eens een zootje. Godard Adriaan is op pad voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar in de praktijk zijn dat zeven provincies die allemaal hun eigen ding doen. De missie is opgezet door de Staten Generaal, maar die heeft zelf geen geld, ze zijn afhankelijk van de bijdragen van de provincies. Een deel is formeel geregeld, maar er blijft altijd gedonder over de onkostenvergoedingen.

Brieffragment raadspensionaris over betaling

[weeck ontfange,] tis heel goet uhEd over sijn betaeline
aende heere raet pensionaeris heeft geschreefve want
kan noch met de resteerende 2310f niet te rechte
koomen, [van heetere schrijft dat hollant weijgert]

Een schilderij van een man gezeten voor een halfopen roodachtig gordijn met aan de rechterkant een doorkijkje op een interieur waarin een zuil en balustrades van een balkon te zien en suggesties van personen die achter de balustrade staan. De man heeft aan de zijkant dun haar tot op zijn schouders. Bovenop zijn hoofd is hij kaal met alleen middenvoor een plukje dun haar.Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij kijkt ons met een glimlach met gesloten mond aan. Hij is gekleed in een donker kostuum met een wit befje rond zijn nek. Zijn linkerhand houdt hij met de vingers gespreid tegen zijn borst. Zijn rechterhand ligt op een tafeltje en houdt iets vast dat op een klein, lichtgekleurd doekje lijkt. Verder liggen erop tafel twee stukjes papier waarvan een met geschreven tekst en twee platte zilveren gedecoreerde doosjes.De man kijkt
Caspar Fagel (1634-88). Raadpensionaris van Holland sedert 1672, met op de achtergrond de vergaderzaal van de Staten van Holland op het Binnenhof te Den Haag, Johannes Vollevens (I) (kopie naar), 1672 – 1700. Collectie Rijksmuseum.

Onkostenvergoedingen

Nu is het zo dat er volgens de raadspensionaris de resterende 2310 gulden niet betaald kan worden, want dat zijn onkosten en die moeten door de provincies betaald worden. Holland wil niet betalen, want die hebben hun bijdragen al gedaan en dat klopt. In Utrecht hadden ze een omweg gekozen om te betalen. Uit Den Haag komt het bericht dat Groningen en Overijssel hun bijdrage voor de onkosten nog niet betaald hebben. En laat Margaretha daar nou net geen connecties hebben die radertjes in beweging kunnen zetten!

Brieffragment onkostenvergoeding

[koomen,] van heetere schrijft dat hollant weijgert
te betaelle seggen dat sij ock inde post van de=
froijemente1Defroijementen: onkostenvergoedingen hebbe voldaen het welcke hem bij
de komijs2Commies: (rekenplichtig) ambtenaar vande finansi komans3Onbekend wort gekonfir
=meert so dat dit niet alleen hapert maer
sien niet hoet in toekoomende voort sal gaen
laest inde haech sijnde heb ick verstaen dat de proo
vinsie van overijsel en greunine op dit loopende
ijaer niet niet op haer post van defroijemente
hebbe betaelt of ock noch niet hebbe te laste,
maer sulle wijt daer moete gaen soecke daer
wij mijns weetens niet Een mens hebbe hebbe die
ons daer in te rechte sulle helpe, [dat sal ons seer]

Vervolgens bedenkt Margaretha samen met Van Heteren allemaal manieren om toch een betaling te forceren. Heel creatief, maar onnavolgbaar.

Links titelcartouche met daaromheen een aantal figuren en producten die symbool staan voor de welvaart van de Republiek. Rechts legenda en schaalstok: Mille pas geometriques, Lieües communes de France, en nog drie andere. Gradenverdeling langs de randen.
Kaart van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Gerard Valck, 1690. Collectie Rijksmuseum.

Dubbele bogen

Schut is langs geweest en de bouw aan de stallen en bijbehorende paviljoens gaat gestaag door. Gestaag, maar wel langzaam. Heel… erg… langzaam. Iemand, uit de brief wordt niet duidelijk wie, heeft bedacht dat de ramen en deuren van de stallen en het koetshuis met dubbele bogen gemetseld moeten worden en dat kost gewoon heel erg veel tijd. Margaretha denkt dat het nog zeker tien of twaalf dagen duurt voor ze zo hoog zijn dat ze de balken voor de zolder kunnen gaan leggen.

Brieffragment dubbele bogen

[met den Eerste sal verwachte,] Meester Schut die
deese weeck hier is geweest is gistere weer naer
Amsterdam vertrocken, het metsel werck gaet
seer lamsaem voort ijae so dat schrick het tesien
het welcke komt door die dubbelde boochge die
sij booven de vensters en deure vande stal en
koetshuijs moete maecke daer sij deese heelle
weecke over drij vande dubbelde boochge die en twee
boven de vensters dat maer ordinarise booge sijn
boven de vensters int voorste pavelijoen
gewerckt hebbe, so datse naer mijn gissine
noch wel 10 a 12 dage werck hebbe Eersij
door gaens de hoochte sulle hebbe om de balcke
op te legge, daer toe hebbe wij al deese weeck seer
quaet weer gehadt dat al wat verhindert
heeft, [sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot]

Een bakstenen gebouw met een historische kandelaar en eerst een deur met daarboven een boograam en daarachter nog een paar boogramen. Tegen de gevel groeit en paarsbloeiende blauwe regen.
Stal met blauwe regen, Annemiek Barnouw, 2016. Je kunt je voorstellen dat het metselen van boog boven boog boven boog een klusje was waar de metselaars hun tanden op stuk konden bijten.

Wegvliegend geld

Doordat Schut er was hebben ze nog eens goed kunnen overleggen hoeveel lood er nou eigenlijk precies nodig is. De secretaris had 200 gulden gebudgetteerd, maar er zal zeker 700 gulden aan lood nodig zijn. En daar vliegt weer 400 gulden weg (kennelijk had Margaretha als ervaren bouwvrouwe al 100 gulden hoger ingezet dan de optimistische schatting van de secretaris). En het is niet alleen het lood. Zo zijn er zoveel dingen. Maarja, ze zijn nu eenmaal bezig, dus moeten ze door. Maar uit het diepst van haar hart hoopt Margaretha dat het nu bijna klaar zal zijn.

Tweede brieffragment duur lood

[heeft,] sij hebbe nu perfeckt overleijt wat loot
der moet weesse, den seeckreetaris hadt gemeen
datter ontrent de 200f aen loot sou moete sijn
maer nu bevint sich datter wel bij de 700f
aen loot sal moeten sijn want der noch over
de 7000 pont sal moete sijn, en dat moet
kontant gelt weesen, so dat ons dit al weer
400f buijten onse gissine gaet so gaet het al
in meer dingen, tis niet moogelijck dat men
so Effen op alles sijn staet in dit werck kan
maecken, wij sijn hier nu in en moetender
doer, hoope het nu haest ten Eijnde

sal koomen, [voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs]

Een volwassen vrouw. Ze zit aan een tafel en telt geld uit een beurs.
Vrouw die geld telt, Jan Chalon, 1793. Collectie Rijksmuseum

Voorbij vliegend bezoek

Margaretha heeft ook bezoek gehad. ‘Meneer de Kolenbel’ was zo haastig dat hij geeneens een glas wijn wilde. Justus David de Coulombel was domheer in Utrecht en Raad voor de Keurvorst van Brandenburg. De dag erna kwamen Eberhard Danckelman en zijn vrouw. Danckelman had in Utrecht gestudeerd en was de leraar geweest van de oudste zoon van de keurvorst. Hij zal in de komende jaren de Universiteit van Halle (1694) en de Berlijnse Academie voor Kunsten (1696) oprichten. Maar daar is Margaretha natuurlijk helemaal niet mee bezig. Zij wil de relaties van Godard Adriaan gewoon zo goed mogelijk fêteren.

Brieffragment bezoek

[sal koomen,] voorleeden dijnsdach is hier in pasant wt en int huijs
geweest Monseu de kolenbel maer was so haestich dat geen tijt
gaf hem Een glas wijn te geefve, den anderen dach sijnde
woonsdach quam den heer en vrou danckel man recht op den
Middach so de spijs op tafel wiert gedrage, sij liete vrage
of sij mij geen ongeleegentheijt soude doen naer den Eeten het huijs
te koomensien, daer op ickversocht sij bij mij wilde koomen
Eeten gelijck sijdeeden, ick gaf haer het best dat ick
kost dat tot mijn leetweesen niet veel was, sij scheene heel wel
te vreede te sijn, saegen het huijs maer wilde niet blijfven
hoeseer ickse badt wilde dien avont noch met de nacht
schuijt naer Amsterdam, so dat ick niet kost doen
het geene wel wenste, [ick heb ock inde korante gesien de]

Voor een huis met hoge ramen en luiken stopt een koets. Een man laat een vrouw uit de koets. Voor de koets staat een chique vrouw met een zwarte huik, een rode rok en witte kraag met een waaier in haar hand te wachten. Achter haar speelt een meisje met een hond. Op de trap naar de deur staat een oude man in het zwart. Hij heeft zijn hoed in de hand. Achter de koets buigen twee mannen naar elkaar. Op de voorgrond een paar kalkoenen en een haan.
Aankomst bij een landhuis, Gesina ter Borch, ca. 1661. Collectie Rijksmuseum.

Hertogdom Maagdenburg

De Keurvorst van Brandenburg heeft Maagdenburg tot hertogdom verheven. Bij de vrede van Osnabrück in 1648 was besloten dat het aartsbisdom Maagdenburg na het overlijden van de laatste administrator (gekozen bisschop), August von Sachsen-Weißenfels, zou toevallen aan Brandenburg en een hertogdom zou worden. Maagdenburg werd dus geseculariseerd. Margaretha is hier zeer tevreden mee en hoopt dat Godard Adriaan dat doorgeeft aan de Keurvorst.

Brieffragment Hertogdom Maagdenburg

[het geene wel wenste,] ick heb ock inde korante gesien de
sucksesie die den heere keurvorst aent hartoochdom
Maechdenberch heeft gedaen, ick ben inmijn pertikulier
daer in verheucht , tis Een seer groot Erfnis, wij sijn ock
veroblijgeert voorde gunst die sijn keurvorstlijcke doorluchtichheij
aen uhEd belieft te toonnen, [ick had gemeent het gras of]

Op een sokkel staat een dakvormige rijkelijk versierde kist. Op de bovenkant van het deksel bevindt zich een kruisbeeld, met daaronder een korte Duitse biografie van de hertog. De kist staat op meerdere plastisch vormgegeven leeuwen, die ringen (handgrepen) in hun bek dragen. Aan het hoofdeinde van de kist liggen de hertogskroon en de bisschopsmuts. De kist staat onder een zwart baldakijn.
Opbaring van het lijk van Hertog August von Sachsen-Weißenfels, 1680. Collectie Museum Weißenfels – Schloss Neu-Augustusburg.

Hooi

Margaretha sluit haar brief af met een praktisch puntje. Ze had het hooi op de bovenste “bolle” (uiterwaarde) graag verkocht, maar dat is niet gelukt. Nu moet ze dus zelf gaan hooien, maar ze moet nog zien hoe ze dat voor elkaar krijgt met dit weer.

Brieffragment hooien

aen uhEd belieft te toonnen, ick had gemeent het gras of
hoeij van boovenste bol te verkoope maer heb niet gekost moet het
selfver hoeijen en heb sulcken quade weer daer op dat ick nie
weet hoet tot hoeij sal krijgen sullen ons best doen ent voort
godt almachtich beveelle, die uhEd in sijn heijlige bescherminge
wilneemen, blijfvende
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff
M Turnor

In een heuvellandschap staat een man met een zeis, een vrouw tilt het hooi op. Achter de man met de zeis zit een man met zijn zeis onder de arm uit een kan te drinken. Op de achtergrond staan hooibergen en mensen hooi te verzamelen.
Wandtapijt dat juli voorstelt, Mortlake Tapijtfabriek, 1660-1669. Collectie Victoria & Albert Museum.

Calèche

Margaretha heeft haar papier helemaal volgeschreven, maar er komt toch nog een prangende nabrander. Die schrijft ze maar op een los papiertje. Het koetsje (calèche) uit Berlijn slijt zo dat ze er eigenlijk niet meer mee de weg op kan. En dat terwijl ze hem maar één keer sinds Godard Adriaans vertrek gebruikt heeft! Kennelijk is de slijtage al voor zijn vertrek ontstaan, want Margaretha wil eigenlijk wel een nieuwe. En als het kan, dan met een iets grotere deur. Nu moet ze er zijwaarts in en dan is het nog ingewikkeld om er in of uit te komen. Margaretha heeft geluk dat ze niet in de voertuigen van de moderne rijken hoeft te stappen: met al die rokken in een Porsche of Ferrari stappen is helemaal een ellende. De moderne drempels zijn daarentegen een fluitje van een cent vergeleken bij de slechte wegen waarover Margaretha moest in haar calèche.

Briefje Berlijnse caleche

ons berlijns kalesge hoewel ickt selfve maer Eens
sint uhEd vertreck heb gebruijckt, gaet seer af en
so dat ment selfve niet sonder vrees van op de wech
te breecke kan gebruijcken, so uhEd weer so Een belieft
te hebbe sou daer sijnde Een weer konne versorchgen
in welcken geval ick wenste de portiere om wt
en in te gaen Een weijnich wijder mochte sijn
ick moet hier vanter sijden wt en in gaen en
dan heb ickt noch quaet genoech om in of
wt te koomen

Vanaf het water zien we een hoge brug waarop een koetsje rijdt. Een vrouw hangt haar was over de reling. Links op het water ligt een praam, we zien nog net de bovenkant van de gevels van de huizen aan de linker kant. Onder de brug door zien we de gracht met de werfkelders , daarachter een volgende brug en een poort.
De Weerdpoort van binnen, Cornelis Pronk, 1748. Collectie British Museum. De koets op de brug lijkt op een calèche.
  • 1
    Defroijementen: onkostenvergoedingen ↩︎
  • 2
    Commies: (rekenplichtig) ambtenaar ↩︎
  • 3
    Onbekend ↩︎

Mooi weer

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 11 mei 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 mei 1680
Lees hier de originele brief

Het is twee en een halve week geleden dat Margaretha aan Godard Adriaan schreef en ze realiseert zich dat in haar laatste brieven ‘swaericheijt’ de boventoon voerde. Maar ja, wat moet je als het water maar niet wil zakken met stagnerende bouwwerkzaamheden tot gevolg. En dan zullen we het maar niet over de geldzorgen hebben. Gelukkig kan Margaretha nu positiever nieuws brengen: het is de hele week al prachtig weer! Dat betekent dat het werk bij de steenoven, het metselwerk én het graafwerk flink gevorderd zijn.

Brieffragment beter nieuws

rec.a 19e Maij
Amerongen den
11/1 meij 1680

Mijn heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande Eerste deeser heb ick ter rechter
tijt ontfange, het is mij leet ick in mijne voorgaende ija
tot mijne laeste in kluijs niet ande heb konne schrij
als van swaericheijt en dat men hier met geen
werck voort en kost, nu sal ick segge dat wij dees
heelle weeck seer schoon weer hebbe gehadt inde
welcke ons werck so wel op de steen oven alst
metsel werck ende graefvers heel wel hebbe ge=
vordert, [moogen wij sulcken weer wat houden]

Op een veld zijn mannen aan het bouwen. Voor proberen ligt een boomstam op twee bokken en zijn mannen met bijlen bezig. Rechts roert een man onder een afdak in een grote bak (mortel?) daarachter wordt een muur gebouwd met drie mannen op een steiger en helemaal achter timmert een ban het gebint van een dak in elkaar.
Over bouwen in het algemeen. Uit: Georgica curiosa : das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität Düsseldorf

Het water zakt

Vanwege het mooie weer, is het water gelukkig ook aan het zakken. Zoveel zelfs dat ze de sluis vandaag open heeft laten zetten. Hierdoor zijn de binnen weiden al weer bijna droog. De uiterwaarden drogen ook op, maar daar heeft men nog niet zo veel aan. Het gras is zwart van het slib en stinkt zo erg dat mensen hun vee er niet op kunnen laten grazen. Dat brengt nieuwe zorgen met zich mee, want het droogvoer is op.

Brieffragment zakkend water

[kort maecke,] het water dat hier op al de wtter
waerde heeft gestaen, is heel aent valle en so dat
van daech de sluijse heb doen open sette waer
door de binne weije die voort meerendeel vant
wel waeter onder stonde, bij naest weer drooch
sijn, de buijte waerde sijnt water wel quijt
maert gras is so swart en vol slib en stinckt
so seer datter geen mense haer beeste op derfve
brenge, daerse seer over lamenteere want sijn
wt gevoert en weete geen wech met de beeste,

Aan de rand van een dorp staan enkele wagens stil bij een herberg, even verderop staat een groep mensen langs de kant van de weg. Op de voorgrond een kudde koeien bij een plas onder bomen.
Dorpsgezicht, Salomon van Ruysdael, 1663. Collectie Rijksmuseum.

Van water naar geld

Natuurlijk moeten Margaretha en Godard Adriaan het ook in deze brief even over geld hebben. Margaretha verwacht dat ontvanger De Leeuw uit Utrecht binnenkort 4000 gulden zal betalen. Als zij dat geld heeft ontvangen, kan ze weer een flinke som geld, nog eens 1000 gulden, betalen aan hun bankier, de heer Temminck in Amsterdam.

Brieffragment geld

ick heb den ontfange, de leuw tot wttrecht adver=
=tensie doen geefve vane ordinansi van 4000f die
op sijn kantoor sal koome te betaelle, die penin
=ge ontfange hebbende sal ick weer Een goede
some gelt aende heer teminck tot Amsterdam
sende die ons bij de duijsent gulde heeft ver
schooten,en t ick sal maecke hij weer duijsent gul
tot betaeline van uhEd te treckene wissels in
hande hout, bedancke deselfve seer voorde goede
sorchge die hij belieft te drage, [dat de twee]

Zilveren penning. Voorzijde: pas opgerichte beursgebouw met daarboven vliegende Mercurius. Keerzijde: gekroond wapen van Amsterdam met twee leeuwen.
De makelaars te Amsterdam, anoniem, 1612. Collectie Rijksmuseum.

Van geld naar stenen

Margaretha hopt van onderwerp naar onderwerp. Ze heeft een hoop te bespreken. Na het geld zijn uiteraard de stenen aan de beurt. Eerder schreef ze dat de twee bestelde beelden en een lading hardsteen onderweg zijn vanuit Amsterdam naar Amerongen. Nu heeft ze gehoord dat er ook een lading van 600 stenen voor de heer van Renswoude bij zit. Wat moet ze hier in vredesnaam mee? Ze zal zelf aan hem schrijven waar ze de 600 stenen naartoe moet sturen en hoe. Gelukkig voor haar blijkt dat niet nodig. Aan het eind van de brief vermeldt ze dat de vloerstenen naar Den Haag moeten.

Brieffragment stenen in Amsterdam

[sorchge die hij belieft te drage,] dat de twee
beelde en verdere hartsteen tot Amsterdam is
aengekoome en voort op wech is om hier te
brenge heb ick uhEd met de laeste post geschree
ock 600 vroersteene die ick hoore voorde heer van
rhijnswou1Johan van Reede van Renswoude te sijn, hoe ick die voort sal krijge of
waerse moete sijn weete niet sal daer over aende
heer van rhijnswoude schrijfve, [hoope ock dat]

Gezicht op een dorp aan een rivier, waarop een boot wordt ingeladen met manden en zakken; een dorp tussen Woerden en Alphen aan de Rijn, voorstellende de maand september. Bovenaan het bij deze maand behorende sterrenbeeld: weegschaal.
September, Jan van de Velde II, 1618. Collectie Rijksmuseum.

De kerkenraad

De brief is natuurlijk niet compleet zonder een update over de soap met de kerkenraad. Margaretha besteedt er maar liefst anderhalve pagina aan. Zoon Godard is nu nog in Den Haag, maar had haar beloofd bij terugkomst naar de zaak te kijken. Ook zou hij er met een theoloog uit Leiden over praten. Maar er is sprake van een kink in de kabel. Zijne Hoogheid Willem III vertrekt komende week naar Soestdijk en de Veluwe. Daar moet Godard van Ginkel bij zijn. Daarnaast staat de kerkenraad op punt van veranderen en het geschil moet natuurlijk afgewikkeld worden met de huidige kerkenraad. Margaretha wil het geschil graag opgelost hebben, maar is nog steeds heel zeker van haar gelijk. Zoals ze afgelopen winter al een aantal keer tegen hun zoon heeft gezegd, is ze bereid de predikant vanuit de grond van haar hart te vergeven.

Brieffragment Kerkenraad en Van Ginkel

den heer van ginckel is noch inde haech, heeft
mij belooft op sijnhEd weer komste al hier het
werck van preedikant bij de en kerckenraet
bij de hant te neeme en sien wat daer in
te doen staet, ock dat hij met teoligante2Theologant: Godgeleerde, theoloog
so tot leijden als Elders daer over sou
spreecke om te sien hoe wa daer met de beste
forme en manier af sulle koome, maer
vermidts ick hoor sijn hoocheijt inde aenstaende
weeck naer soesdijck en voort naerde veelu
gaet en gelijck uhEd weet de heer van ginckel
dan moet present sijn en op passe, [weet]

Brieffragment Margaretha en de dominee

[sien hoement maeckt,] ondertusche bid ick
en mij te geloofve en te vertrouwe dat so
veel mij aengaet ick geensins soeck de kleijni
=heijt vande preedickant of gedenck aent geen hij
mij heeft gedaen dat sal ick seer gaerne aen
Een sijde stelle en hem wt gront van mijn
hart vergeefve, en niet liefver sien als dat
al dit werck in minne mocht bij geleijt worde
welcke aende heer van ginckel deese winter

verscheijde maelle heb geseijt, de advijse die ick
vande advokaete en rechtgeleerde heb genoome
is niet wt Een partiekuliere pasie die ick
teegens den preedikant of kerckenraet heb
maer op uhEd begeerte en ock het segge van
deen en dande die meende sulcke prosiduere
bij den heer niet hoorde geleede te worden

Links een rij knotwilgen tegen de dijk, daarnaast weilanden die voor een deel onder water staan. Links aan de horizon de kerktoren, in het midden, tussen de bomen, kasteel Amerongen.
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.

Laatste mededelingen

Na de afsluiting van haar brief, volgen er toch nog een paar mededelingen die dicht op elkaar zijn neergepend. Eerst wat lieve berichten van de kleinkinderen. Godertje wil graag dat Margaretha zijn nederige dienst aan opa overbrengt en hij wil weten hoe het met Godard Adriaans gezondheid is. Ook Annetje en Reiniertje komen hun nederigheid tonen. Tot slot komt Margaretha terug op de 4000 gulden die ze eerder in de brief noemde. De Leeuw laat weten dat hij ze niet eerder kan betalen dan over een maand. Daar zijn ze mooi klaar mee.

Afsluiting brief

de heer van rheijnsou daer so een brief van
ontfange begeert sijn vloersteen inde haech
salse sijnhEd daer sien te bestelle, en
blijfve

Mijn heer en lieste hartge

godertge komt en
begeert ick sijn
oot moedige dienst
sal preesenteere aen groote papa en vrage
hoet met groote papa gesontheijt is, en versoecke
dat den heer blansche en jeneken niemant
toch goede sorchge voor groote papa sulle
drage dat hij wel gedient mach worde
Antge en reijniertge preesenteer van gelijcke
haere oot moedigen dienst, den ontfange
de leuw laet mij weete niet Eer de bekende 4000f
te konne betaelle als inde tijt van Een
maent

Tekening van een jongen met een lange jas, knielange broek en laarzen aan. Hij heeft zijn hoef in zijn rechterhand en onder zijn linkerhand een houten schooltas. Links onder nog twee schetsen van beide handen.
Jongen met schooltas, Adriaen van Ostade, 1666. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Johan van Reede van Renswoude ↩︎
  • 2
    Theologant: Godgeleerde, theoloog ↩︎

Geld en water

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 30 maart 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 april 1680
Lees hier de originele brief

Het geld vliegt er nog steeds uit. Margaretha heeft onlangs 4000 gulden ontvangen, maar dat bedrag slinkt snel. Er is al zo’n 1890 gulden betaald aan kalk, hout en de zaagmolenaar. Nu moet ze van het resterende bedrag ook weer een aantal grote uitgaven bekostigen. De metselaars moeten betaald, evenals de timmerlui. Samen met de dagwerkers die in de winter werkzaamheden hebben verricht, komt dat op meer dan 1500 gulden.

Brieffragment kosten bouw

[reca. 7 april]

Ameronge den
30 maert 1680

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 20 deeser is mij tot wttrecht
sijnde behandicht, ick heb nu volgens mijn laeste
schrijfve aen teminck wt de laest ontfangene 4000f
gesonde 1890f, en wt het resteerende, de metse=
laers en al de timerli van alles ock de raemte
die de timerlie deese winter hebbe gemaeckt
en wat sij alle tot dato dees aen ons hebbe
verdient ten volle betaelt, dat saeme met
de dachhuerders dat sij ock deese winter hebbe
verdient so int sant schiete1zand scheppen als int door grae
fve van dam op desteech overde 1500f be=
draecht, [nu moet ick gaen gaedere teegens]

Aan een tafel zitten een man en een vrouw. Op tafel liggen munten. De man houdt een weegschaal vast, de vrouw heeft sleutels in haar hand. Op de achtergrond een open deur met daarachter veen mensen. Op de voorgrond zit een hond met een vogel in zijn bek.
Zesde levensfase van zestig jaar met man die zijn geld telt met zijn vrouw, Assuerus van Londerseel, 1598-1602. Collectie Rijksmuseum.

Sparen

Margaretha geeft aan dat ze toch een beetje moet gaan sparen, want er komen nog meer uitgaven aan. Binnenkort komt het ‘steenovenvolk’, de arbeiders die stenen maken, en Margaretha verwacht een dure lading turf; 1200 gulden maar liefst. Gelukkig duurt dat nog even, want door de hevige regenval kan men voorlopig niet aan het werk. De steenoven staat namelijk midden in het water.

Brieffragment kosten steenoven

[draecht,] nu moet ick gaen gaedere2gaderen: bijeenbrengen, verzamelen teegens
dat het steenovens volck aent werck komt
en ock voor turf die voor Eerst overde 1200f
sal bedraechge, dan dat heeft voor Eerst geen
haest want het weer moet seer veranderen
Eermen aent vormen komt, alles staet hier
blanck ondert waeter dat seer schielijck Een
was gekreechgen heeft, de steenove kanmen
niet bij staet rontom onder waeter, [tis deerlijck]

Tekening van een meisje op blote voeten dat voor zich een steenvorm voor een baksteen draagt.
Werkster op een steenfabriek, Anthon Gerhard Alexander van Rappard, 1880-1890. Collectie Rijksmuseum.

Eieren in de gracht

Het stijgende water zorgt dus nog steeds voor overlast. Margaretha schrijft dat het zielig is om te zien hoe duiven rond de gaten in de kasteelmuur vliegen. Deze staan voor een groot deel onder water, waardoor hun eieren in de gracht drijven. Men zegt dat het water in de Nederrijn aan het dalen is, maar in de gracht stijgt het nog steeds. Als het water niet snel zal dalen, gaat de korenoogst verloren. Maar, schrijft ze, het is Gods werk, dus meer dan geduld kunnen we niet hebben.

Brieffragment hoog water

[niet bij staet rontom onder waeter,] tis deerlijck

te sien hoe die arme duijfve om de gaete die inde
meur gemetselt sijn vliechge welcke gaete voort
meerendeel ondertwaeter staen daer meenichte
van Eijre wt doorde graft drijfve, het waeter
seggense is op de reevier aent valle maer inde graft
wast het noch, hoope het aent valle sal blijfve
so niet is alt koorn verlooren, tsijn godts wercke
daer wij in paesijensie moete hebbe

De rechter duif staat op een poot; de linker duif zit ineengedoken.
Twee duiven, Samuel Jessurun de Mesquita, 1931. Collectie Rijksmuseum.

Cadeaus voor de keurvorstin

Het is Margaretha ter ore gekomen dat de keurvorstin van Brandenburg een prachtig cadeau heeft gekregen van de koning van Frankrijk. Dat is misschien fijn voor de keurvorstin, maar minder voor de positie van de Heer van Amerongen aldaar. Nederland is al zo slordig met het terugbetalen van leningen aan de keurvorst. De dure etentjes en cadeaus van de Franse ambassadeur helpen natuurlijk niet. Het zou fijn zijn als Nederland ook eens zoiets zou ondernemen.

Brieffragment kado keurvorstin

[ nergens in versuijmt worden, dt] dat Me
vrou de prinses keurvorstin so schoonen preesent heeft vande koninck van vranckrijck gekreechge hoore ick

gaerne alst maer in uhEd neegoosijaesie niet
hinderlijck is, daer bij isme hier so sloef3slof: laks int
betaelle vant geene wij schuldich sijn dat
geen goet kan doen, dat den Ambassa=
=deur van vranckrijck sulcke kostlijcke
feestijn heeft gedaen, is heel goet voor
Een Ambassadeur van sulcke rijcke
en Machtichge koninck en daer sulcke
preesente voor of naer sijn gegaen,
maer niet wel voor den heer van Ameron
ten waer dat men heere de state ock
Eerst sulcke aensienlijck preesente liete
voor afgaen ge en haer Ambassadeur
dan ock, daer wat naer trackteerde

Zittend portret van een vrouw met donker krullend haar. Ze draagt een Keurmantel en een zilverwitte jurk, die met diverse parelkettingen en edelstenen versierd is. Naast haar ligt de kroon op een met kostbaar goudbrokaat beklede tafel en ze zit voor een vergelijkbare draperie.
Keurvorstin Dorothea van Brandenburg, Jan de Baen, 1675. Collectie Stiftung Preußische Schlösser und Gärten Berlin-Brandenburg.

Rechtszaak

Van de politieke beslommeringen aan het hof van Brandenburg, gaat Margaretha meteen door met de lokale politiek. Er is weer sprake van een rechtzaak; deze keer met de drost. Waar het om gaat, is niet helemaal duidelijk, maar er wordt een hoop advies gevraagd her en der. Het bericht eindigt met de mededeling dat de drost er serieus werk van gaat maken. Hij laat zelfs een rechtsgeleerde uit Utrecht naar de zaak kijken en neemt een advocaat in de arm. Wordt ongetwijfeld vervolgd…

Brieffragment rechtzaak van de drost

[van Ameronge so ten beste raet]
wat sint mijne laeste inde saeck tuschen onse
drost en bellegarde is gedaen sal uhEd wt
het neefens gaende dat ick door seeckreetaris
heb laete opstelle en belast uhEd te sende,
konne sien, het welcke den drost meent seer
partijdich in door ons gerecht gegaen te sijn
sij hebbent opt Advijs van klerck en bergeijck
teegens t A dvijs van becker en vande dusse
aengegaen, den drost wilt ter niet bij laete
gaet naer wttrecht wil noch advijse van ge
pracktiseerde rechtsgeleerde en ock Een n
advokaet aeneemen die sijn saeck bepleijte
sal hier int gerecht

Figuur van beschilderd porselein. Op een vierkant goud gerand voetstuk staat een vrouw (Justitia) met een zwaard in haar rechterhand en een weegschaal over haar linkerarm. Zij is geblinddoekt. De figuur is gemerkt.
Justitia (Gerechtigheid), Meissener Porzelanmanufaktur, 1780-1800. Collectie Rijksmuseum.

Verjaardag Godard Adriaan

Margaretha besluit haar brief met een lief bericht aan Godard Adriaan. Komende dinsdag wordt hij namelijk 58 jaar! Zij wenst hem alle geluk, gezondheid en voorspoed. Niet alleen voor dit jaar, maar nog vele jaren. Ze hoopt dat ze snel in goede gezondheid weer bij elkaar mogen komen.

Brieffragment verjaardag Godard Adriaan

nu wat ande toekoomende dijnsdach sal uhE
58 ijaeren met godts hulpe out sijn, inde
welcke uhEd alle geluck gesontheijt en heijl
van ganscher harte toewensche en niet alle
dit ijaer maer noch veelle ijaeren naer dees
dat wij ock alst godt belieft weer in gesontheij
bij den andere mooge koomen ist ons salich

Stilleven met pasteien, een taart, broodjes, schalen met bessen en druiven, fruit, glazen en een mes.
Stilleven van een banket, navolger van Osias Beert, 1620-1650. Collectie Rijksmuseum.

Voorjaarsdipje

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 9 maart 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 17 maart 1680
Lees hier de originele brief

Een ultra korte brief dit keer. Dat is een trendbreuk in de rij van lange brieven waar ze 1680 mee begonnen is. Voorjaarsdipje? Of stond alles al in de lange brieven van 26 februari en 2 maart? Heel veel is er nu ook niet te melden van uit Amerongen. Des te meer uit Berlijn, want tot Margaretha’s opluchting heeft haar man in zijn brief van 28 februari laten weten dat het nu helemaal goed met hem gaat. De ziekenboeg aan het keurvorstelijke hof loopt leeg, want ook Keurvorst Friedrich Wilhelm van Brandenburg is gelukkig weer verlost van zijn jicht.

Brieffragment keurvorst en zijn jicht

[reca. 17en Martij]
Ameronge den
9 maert 168

Mijnheer en lieste hartge
tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 28 febrijwa
te sien deselfve weer wel is, hoope het lange sal konti
niweeren tot salicheijt, dat men heer de keurvorst
aende beeter hant is, is mij van harte lief hoope
hij nu volckoomene gesontheijt sal hebbe ,

Op een stoel op wieltjes zit een man met ingezwachtelde benen. Er komt een jonge man aan met een dienblad, de heer in de stoel lijkt niet blij. Het vuur in de haard is hoog opgestookt.
Man met jicht krijgt eten geserveerd voor de openhaard, Jan Luijken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Leidse lasten

Een beetje zorgen maken beide grootouders zich om het Leidse avontuur van kleinzoon Fritsje. Over de hoogleraar theologie Frederik Spanheim, bij wie Fritsje samen met zijn huisonderwijzer in de kost zal gaan, heeft Godard Adriaan helemaal geen goede verhalen gehoord. In ieder geval zullen ze er bepaald niet gratis zitten: 1200 gulden per jaar! Maar het is zoon Godards keuze. Die is nog steeds van plan ze over 8 of 10 dagen daarheen te sturen. Nou ja, ze zullen vanzelf ondervinden hoe het bevalt.

Brieffragment onderwijs fritsje

tgeene uhEd vande heere spanheijm belieft te schrij
doet mij leet men heeft ons hier heel ander van
hem doen geloofve, en is de heer van ginckel
gereesolveertbesloten frits met sijn presepter1praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur bine
8 a 10 dage derwaerts2daarheen te sende, sij moetent
besoecken3onderzoeken, beproeven tis waer tis veel en alteveel voor
voor Een kint met sijn preesepter 1200f sijaers

Portret van theoloog Frederick Spanheim Jr. zittend met een boek in zijn hand en een zakhorloge naast hem op tafel.
Portret van theoloog Frederick Spanheim Jr., Abraham de Blois (naar Willem van Mieris), 1683. Collectie Rijksmuseum.

Storm, wind en regen

Na vier dagen mooi droog weer, zitten ze in Amerongen nu al weer een poosje in de storm- en regenvlagen. De wegen zijn onbruikbaar en voorlopig kan er even niks gedaan worden. Maar zodra het weer het toelaat….

Brieffragment over het weer

, wij hebbe hier Een dach of vier schoon drooch
weer gehadt maer nu weer niet als storm win
en reegen so dat de weege noch onbruijckbaer
sijn en wij met geen werck voort konne so haest
het weer toelaet salder niet versuijmt worden,

Landschap met op de voorgrond boeren die land bewerken en hout sprokkelen en ruiters op een weg. In het verschiet een stad en bergen. Er valt regen uit donkere wolken. Verbeelding van de maand Maart. Prent uit een serie van de twaalf maanden.
Maart, landschap met een regenbui, Andries Jacobsz. Stock (naar Jan Wildens), 1614. Collectie Rijksmuseum.

Geen kalk te koop

Er is in Amsterdam nauwelijks kalk te krijgen, want het is gewoon nog niet binnengekomen. Temminck heeft opdracht om in te slaan als er tegen normale prijs iets beschikbaar komt. Nu is het nog te duur, dus Margaretha wacht liever nog twee of drie weken af. Ze kunnen zolang nog wel even zonder. Trouwens, als Van Heeteren de nieuwe ordonnantie binnen heeft, zal Margaretha die bij ontvanger De Leeuw gaan innen en een flinke som aan Temminck geven. Daar kunnen de wissels van Godard Adriaan dan weer uit voldaan worden.

Eerste brieffragment over kalk
Tweede brieffragment over kalk

de kalck tot Amsterdam is ock al voor lang
aen teminck last gegeefve om in te koopen
maer is noch weijnich tot Amsterdam aengeko

en ock noch te dier4duur van prijs, het sal in 14 dage
a 3 weecke wel beeteren, so lange konnen wij
die noch missen. Als van Heeteren de ordinansi
ter som van 4000f sal bekoomen hebbe sal ick de
peninge bij den ontfanger de leuw5De Leeuw ontfange en
Een goede som daerwt aen teminck tot be
taeline van uhEd te treckene wissels en ander behoefticheede
senden, [de heer en vrou van ginckel sijn weer]

Gezicht in perspectief op de Oudeschans vanaf het IJ. Op de voorgrond de Kikkerbilssluis. Links het 's-Gravenhekje, rechts de Kalkmarkt. In het midden de Montelbaanstoren , links daarachter de toren van de Zuiderkerk.
Gezicht op de Oude Schans, J. Smit, 1702-1720. Collectie Stadsarchief Amsterdam. Rechts de kalkmarkt.

Bijna kraamtijd

Godard en Phillipota zijn weer naar Middachten. Phillipota gaat bijna bevallen! Margaretha hoopt dat God hen maar weer een gezond en welschapen kind mag geven.

Brieffragment over zwangere Philippota

, de heer en vrou van ginckel sijn weer
naer Middachte, haerhEd tijt om te kraeme
sal nu haest aenschieten godt wil ons Een
gesont en wel geschaepe kint verleenen,

Links een man in een bruine kamerjas met daaronder een wit hemd, die een ronde fles omhoog houdt en er naar kijkt. Daarnaast een blanke jonge dame met opgestoken haar een ruimvallende lichte jurk en daarover een rode mantel. Ze is duidelijk zwanger, haar arm rust op haar buik. Achter haar een oudere vrouw in het donker gekleed met een tas aan haar arm. Ze houdt alles in de gaten.
Een arts controleert de urine van een zwangere vrouw, 18e eeuws, Nederlands. Bron: Wellcome Collection.

Niets meer te zeggen…

Dan is de inspiratie al weer op. Na de mededeling dat de Ridderschap van Utrecht inderdaad Everard Becker heeft voorgedragen voor de post van procureur-generaal, sluit ze maar af “voort weet niet meer te zeggen”. Ho, wacht, dan komt na de handtekening toch nog een nieuwtje: De lijfarts van Willem III, Petrus Augustus Rumpf is overleden. Maar dat zal Godard Adriaan wel al gehoord hebben.

Brieffragment over de lijfarts van Willem III

[hebbe] voort weete niet meer te segge als
dat ick ben

Men heer en lieste hartge
uhEd gebo getrouwe wijff
M Turnor
de doot van
docktoor romph6Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden
sal uhEd hebbe verstaen

  • 1
    praesceptor: huisonderwijzer, gouverneur ↩︎
  • 2
    daarheen ↩︎
  • 3
    onderzoeken, beproeven ↩︎
  • 4
    duur ↩︎
  • 5
    De Leeuw ↩︎
  • 6
    Petrus Augustinus Rumpf (1622-1680). Zoon van Christiaan Rumpf, bekende Hollandse diplomaat in Zweden ↩︎

Veel geld

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 2 maart 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 10 maart 1680
Lees hier de originele brief

Geen tijd voor beleefdheden vandaag. Margaretha valt gelijk met de deur in huis. In Utrecht was Carel Valckenaar nog bij haar geweest, vanwege het rekenmeestersambt. Hij wil graag dokter Van Straaten voorstellen, maar hij zou het fijn vinden als Godard Adriaan hem zou laten weten wat hij voorstelt.

Brieffragment Rekenmeestersambt

[rec. 10e. Martij]
Ameronge den 2
maert 1680

Mijn heer en lieste hartge
naert afgaen van mijne laeste, tot wttrecht noch sijn is den heer
van duijckenburch1Carel Valckenaar bij mij geweest die ick uhEd schrijfvens
weegens het reeckenmeester amt heb gekomuniseert, dewelcke
noch bij sijn hEd voorgaende segge perseesteerde, dat is dat hij
seijt te vreede te sijn int geen uhEd hier in belieft te doen

Schotel van porselein, beschilderd in onderglazuur blauw en op het glazuur blauw, rood, roze, groen, geel en zwart. Op de schotel een perzikboom met bloesem en vruchten. De boom start op de buitenwand net boven de voetring en loopt door over de binnenwand en het plat. Op de voorzijde twee vleermuizen, op de achterzijde drie.
Schotel met een perzikboom met bloesem en vruchten en vijf vleermuizen, Chinees, eind 19de eeuw. Collectie Rijksmuseum.

Familie en geld: Alexander van Berck

Er is financiële hommeles binnen de familie. Er lopen twee zaken en die lopen allebei hoog op. Om te beginnen is er het geval Carel Alexander van Berck. Hij is de tweede man van Godard Adriaans zus Catharina. Wat er precies met hem speelt wordt niet helemaal duidelijk. Catharina is al in 1651 overleden in het kraambed van hun eerste kind. Uit een eerder huwelijk had Catherina een dochter, Anna Margaretha, en in het archief zijn ook afrekeningen te vinden tussen Anna Margaretha en haar tante (onze Margaretha). Hierin bemiddelde Alexander van Berck, dus vermoedelijk heeft het iets met deze afrekeningen te maken.

Pop, voorstellende de kraamvrouw, gekleed in een crèmekleurig satijnen jak, dat tot halverwege het bovenbeen reikt. Het jak is nauwsluitend en loopt vanaf het middel naar onderen toe uit. Onder het jak een enkellaags linnen hemd, daarboven een schoudermantel van kant.
Pop, voorstellende de kraamvrouw. Poppenhuis van Petronella Dunois, ca. 1676. Collectie Rijksmuseum.

Familie en geld: Welland

Welland2Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken is de zoon van wijlen Godard Adriaans zus Anna Walburg. Toen hij wees werd hebben Godard Adriaan en Margaretha hem opgenomen en werd Godard Adriaan zijn voogd. Een belangrijke taak van de voogd was om de financiën voor het kind te regelen. Dat betekende ook dat er een afrekening gemaakt werd voor de kosten die voor de opvoeding gemaakt zijn. Welland is Godard Adriaan en Margaretha nog geld schuldig en hij maakt niet heel veel aanstalten om iets te gaan betalen. Hij heeft nog acht maanden, maar hij betaalt zelfs de rente niet. Ook andere schuldeisers hebben het nakijken.

Beide zaken komen veel terug in de brieven maar vergen dieper onderzoek in de financiële afrekeningen om precies te begrijpen waar het om gaat.

Brieffragment schuld van Welland

[wille doen,] wat belanckt het werck van berck3Carel Alexander van Berck en
wellant4Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken het Eerste meent becker dat haest sal konne
afgedaen sijn waer toe hij belooft den prockereur aente
sulle maenen, tot het ander heeft wellant noch acht
maende tijt, Eer hij de kapitaelle hoeft op te brenge, hoe
wel hij belooft heeft van tijt tot tijt die te sulle aflegge
geschiet daer niet van, ijae selfs voldoet hij de rente niet

Woest gevecht tussen de geldzakken en de geldkisten. Op de grond liggen munten, rechtsvooraan een hond aan een ketting.
Strijd tussen de geldzakken en geldkisten (titel op prent: Ryckdom maeckt dieven), Pieter van der Heyden naar Pieter Brueghel (I). Collectie Rijksmuseum.

Geld voor land: Moersbergen

Margaretha wil ook weer land kopen. Ze heeft wat moeite met de potentiële verkoper, de heer Van Moersbergen. Hij bedenkt allemaal uitvluchten om zijn land niet te verkopen, terwijl hij het wel ter veiling aangeboden heeft, maar niemand heeft geboden. Het schijnt dat zijn land bezwaard is met een fideï-commis. In dit geval betekent dit dat het onvervreemdbaar land is van de familie. Het is een constructie waarbij zijn vader of al een eerdere generatie heeft vastgelegd dat de erfgenaam beschikking krijg over het land, tot het kan overgaan op de generatie. Dat betekent concreet dat hij het land waarschijnlijk niet mag verkopen, misschien zelfs niet mag verpanden.

Brieffragment Moersbergen

met de heer van moersberge5Johan Gerard van Oostrum kan ick ock niet te recht koomen
die maeckt almeede wtvluchte opt verkoope van sijn lant
daer weijnich apreehensi toe is, want hij heeft verscheijde
partije lant laete veijlle daer niet voor geboode wort
ock wort geseijt dat hij niet veel verkoope kan vermidts
sijn goet viedekomis is, wat hier van waer is weet ick niet

Gezicht vanaf de voormalige voorburcht op het omgrachte kasteel Moersbergen bij Doorn, met op de rechterhoek van het ommuurde voorplein de 17de-eeuwse duiventoren, uit het noorden.
Tekening van Kasteel Moersbergen, anoniem ca 1665, Collectie Het Utrechts Archief.

Geld voor land: de Heimenberg

De erfpacht rondom de Heimenberg in Rhenen blijft ook onduidelijk. Is dat nou 80 gulden en daar bovenop nog eens 50 gulden? Dat zou jaarlijxs (ik houd van de x die Margaretha hier gebruikt) 130 gulden zijn, dat lijkt Margaretha toch wel te veel. Het vervelende is dat ze ook het ‘huurceel’, het huurcontract, dat Godard Adriaan met Van der Dussen gesloten heeft niet kan vinden. Het wordt niet helemaal duidelijk wat ze hierin van Godard Adriaan verwacht. Wil ze zijn mening, wil ze weten waar hij dat huurcontract gelaten heeft of vraagt ze voor de veiligheid maar niets zodat ze de vrije hand heeft? Ze gaat in ieder geval gelijk door met het geld dat haar man tot zijn beschikking heeft. Dat is natuurlijk allemaal geregeld.

Brieffragment Heimenberg

weegens het ackoort dat uhEd met vande dusse weege
den heijmen berch heeft aengegaen, heb ick met de rent
=meester vande domeijne gesproocke, die nu ock meent abuijs
int op stelle van sijn reecknin gehadt te hebbe, hij reeckende
80f ijaerlijxs bovende Erfpacht van 50f sijaers, so dat
volgens sijn reecknin wij hem 80f voorde heijmenberch en 50f
aende Erfpacht dat waer saem 130f ijaerlijxs, het welcke
mijns oordeels te veel soude sijn, ick kan geen heur seel weegens
den heijmenberch vinde ock het ackoort niet dat uhEd met
vande dusse heeft aengegaen, weegens de Erfpacht b

Een potloodtekening vanaf een hoog punt over een wijds, relatief vlak landschap. Op de voorgrond een rivier met helemaal links een boot. Het landschap is een weidelandschap met her en der bomen en kleinere bossages. Rechts tegen de horizon een verhoging in het landschap (de Wageningse berg?)
Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen naar het Oosten, Daniël Schellinks, 1670-1680. Collectie: Het Utrechts Archief.

Een vruchtbare tuin

Normaal gesproken is het werk aan het huis en de tuin de bodemloze put, maar in deze brief geen woord over de kosten. Het volk is wel hard aan het graven aan de wal tussen de vijver en het kleine boomgaardje aan de steeg of bij de hamei, de poort.

Dukenburg heeft zes perzikboompjes kado gedaan (zou dit iets te maken hebben met het gedoe rondom het rekenmeestersambt?) en die staan nu tegen de muur van de middelste tuin. De hovenier is bovendien bezig om de grond te prepareren voor een wijngaard. Die moet komen achter de muur bij de loodsen van de brouwerij en het washuis. Ze is nog op zoek naar wat goede wijnstokken.

Stel je hier niet een wijngaard voor om echt wijn te gaan maken. Het gaat waarschijnlijk om een een aantal stokken voor de druiven en mogelijk ook voor de schaduw!

Brieffragment tuin

[post deselfve van alles bericht te sulle doen,] van
daech heeft het volck begonne aent karre ent wt
graefve vaonde wal die tuschen de vijfver ent kleijne
boogaertge aende steech of homeij leijt, inde voor winter
heeft de heer van duijckenburch ons ses perscke boom
=tges gesonde die aen muer vande middelste hoff ge=
set sijn, den hoofvenier is ock beesich om de Aerde
te preepereere tot het sette van wijngaerde, achter de
muer teegens de lootse vand stallinge brouhuijs
en washuijs, ben beesich om goijen aert van druijfve te krijgen

Schilderij van een kleine, formele, besloten tuin met een prieel met enkele beelden aan het einde. Een man op een ladder plukt druiven en legt deze op een schaal opgehouden door een meisje. Links op de voorgrond maakt een keukenmeid groente schoon, naast haar zit een papegaai, op de grond staat een vogelkooi.
Een Amsterdamse stadstuin, Cornelis Troost, 1740-1745. Collectie Rijksmuseum.

Geld voor Fritsjes onderwijs

Fritsje zal dit jaar twaalf worden, dus heeft Van Ginkel een beslissing genomen over het onderwijs van Margaretha’s lievelingskleinkind. Hij zal onderwijs krijgen in Leiden bij de theoloog professor Spanheim. Waarschijnlijk komt hij daar in huis en hij krijgt teven een huisonderwijzer, een praeceptor. Dit gaat alles bij elkaar 1200 gulden per jaar kosten! Kennelijk vond Godard Adriaan dat ook veel, want Margaretha geeft hem daar gelijk in. Maar ja, ze willen het kind niet overal hebben, dus wat doe je eraan?

Brieffragment onderwijs Fritsje

de heer van ginckel heeft sijn soon fritsge te leijde bij de proo
fesser spanheijm6Friedrich Spanheim met Een presepter besteet, die niet min
als 1200f sijaers voor haer beijde wil hebbe, uhEd heeft
gelijck tis te veel voor Een kint, maer sij willen hem
niet overal hebbe wat salme dan doen, de preesepter
is hier al bij hem is van leijde van geboorte doch sijn
ouders woone tot delft handelen in laeckenen, het
schijnt Een goet Eerlijck man te sijn die mee gaende is
sij soude binne 14 dage of wtterlijck 3 weecke naer
leijde gaen, [onse neef lant is met de kompangi]

De praeceptor

Die praeceptor is al in Amerongen en hij lijkt een goed en eerlijk mens te zijn. Hij komt uit Delft en zijn ouders zijn daar lakenhandelaar. Over twee à drie weken zullen ze dan echt naar Leiden vertrekken. Daar houdt Margaretha het bij. Ze schrijft nog kort iets over de carrière van Neef Lant die maar niet wil vlotten. Hij is nu met het regiment van hun zoon (en Van Ginkel zelf) naar Breda. Dan in de PS komt nog wat extra informatie: de praeceptor heet Harinkhuizen en hij heeft verstand van en kennis in de “poolesije” en theologie. En als iemand weet wat Margaretha bedoelt met poolesije… Het zou kunnen komen van “policeren” (besturen, ordenen) of van “polijt” (netjes, keurig). Het zijn beide vaardigheden waar een jonge man wat aan zou kunnen hebben.

PS onderwijs Fritsje

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

ps de preesepter
van fritsge is
genaemt haerinckhuijse
schijnt verstant te hebbe
en kenisse inde poolesije
als inde teeoligie, wenste uhEd
hem hadt gesien

In een vertrek zit een jongen met een pruik op het puntje van zijn stoel met een boek in zijn handen. Op de tafel voor hem liggen meer boeken en staat een globe. Achter de tafel staat een volle man met pruik, met zijn rechterhand wijst hij naar de boekenkast achter hem, met zijn linker hand wijst hij naar de jongen. Op de voorgrond liggen boeken half onder tafel, evenals een speelgoed paard en een wagen. Helemaal op de voorgrond liggen een tol en een zweep.
Leerling en leraar in een studeervertrek, Daniel Berger (naar Daniel Nikolaus Chodowiecki), in of na 1773. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Carel Valckenaar ↩︎
  • 2
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken ↩︎
  • 3
    Carel Alexander van Berck ↩︎
  • 4
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken ↩︎
  • 5
    Johan Gerard van Oostrum ↩︎
  • 6
    Friedrich Spanheim ↩︎

Pagina 1 van 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén