Vandaag een raar kort briefje. Waarschijnlijk heeft Margaretha haar echte brief al klaar en aan de post gegeven. De post kwam niet alleen een brief halen, maar had ook een brief voor haar van Godard Adriaan. Daar stond nog wat in waar ze op wilde reageren en dus schreef ze nog een briefje voordat de postbode er weer vandoor moest. De ‘echte’ brief zit niet meer in het archief, dus we hebben alleen nog het kattenbelletje.
Ameronge den 14 maert 1677
Mijn heer en lieste hartge [rec 18 dito]
naert afgaen m vande mijne vandaech ont fange die van uhEd vande 10 deeser heb in lange geen so vers gehadt, [het doet mij]
Geldzaken
De reden om even een extra briefje te schrijven terwijl de postbode wacht is duidelijk: uit Godard Adriaans brief blijkt dat de 3000 gulden die Van Beusinchem bij Temminck zou leggen, niet voor Godard Adriaan beschikbaar is. Margaretha beschrijft nog een keer wat Beusinchem haar beloofd heeft te doen. Ze heeft geen idee waar het proces hapert, maar als het nog niet bij Temminck blijkt te zijn, dan zal ze zelf naar Utrecht gaan.
[lange geen so vers gehadt,] het doet mij leet beusekom het gelt te weeten de 3000f die hij mij volgens tgeene ick uhEd heb geschreefve had belooft al over acht dage te doen kan niet weeten waert aen haepert heb deesen dach daer over noch aen hem geschreefve, twijfele niet of teminck moet het nu al hebbe so niet sal icker Espres om naer wtt trecht gaen, [ick heb ock staet gemaeckt]
Zinnebeeldige voorstelling van het muntwezen, Romeyn de Hooghe, 1670 – 1708. Collectie Rijksmuseum. De vrouw in het middel is de vrouwelijke personificatie van het muntwezen of het geld. Ze heeft munten op haar schoot en in de hoorn. Ze is afgebeeld met Mercurius, god van de handel, mijnbouw, smeltovens en muntmakers.
Diepste wens
Tijd om af te ronden, want de postbode wil door. Margaretha gaat er vanuit dat de prins een brief aan haar man geschreven heeft. En volgens mij verlangt ze niet naar haar brief, maar naar wat ze hoopt dat er in de brief staat…
twijfele niet of sijn hoocheijt sal nu aen uhEd hebbe geschreefve,
waer naer ick verlange, de post staet en wacht op deese daerom moet sluijte blijfve
Margaretha begint haar brief met dat het zo aangenaam is om van haar man te horen. Een dag eerder heeft ze met de laatste post van de dag een brief ontvangen van Godard Adriaan die hij op 3 maart heeft geschreven. Blijkbaar is Godard Adriaan in zijn brief niet ingegaan op eerdere berichten over geldzaken van Margaretha. Ze noemt dus nog maar een keer dat Van Beusinchem ervoor gezorgd heeft dat er 3000 gulden in Amsterdam ligt voor Godard Adriaan. Hij kan er geld van opnemen als hij daar behoefte aan heeft.
Ameronge den 10 maert 1677 [rec: 17. Dito]
Mijn heer en lieste hartge uhEd aengenaeme vande 3 deeser is mij gistere geworde met de laeste post heb ick uhEd geschreefven dat de 3000f door beusekom tot wttrecht sijn ontfange die hij mij beloofde Eergistere naer Amsterdam te sende, so dat uhEd daer staet op kont mae =ken,en die kont trecken, [ock heb ick sijn hoocheijt die]
Nogmaals de thuiskomst
Ook van het bezoek van Willem III herhaalt Margaretha voor de zekerheid nog maar eens het belangrijkste punt: wanneer mag Godard Adriaan thuis komen? Tijdens het diner heeft Margaretha gevraagd wanneer Willem III toestemming zal geven om Godard Adriaan naar huis te laten gaan. Willem III heeft Margaretha laten weten dat haar geliefde echtgenoot waarschijnlijk snel thuis zal zijn. Maar als ze aandringt en vraagt of hij daar al opdracht toe gegeven heeft, antwoordt hij heel vaag dat hij dat ‘beperkt’ gedaan heeft, maar dat hij Godard Adriaan nog zal schrijven. Waarschijnlijk zegt hij dat om Margaretha waarschijnlijk gerust te stellen. Margaretha heeft er alsnog haar bedenkingen bij: ‘So dat als ick recht sal segge mijns bedunkens het vrij wat op schroefve staet’. Het is Margaretha’s persoonlijke mening dat het allemaal nogal op losse schroeven staan. Ze is duidelijk niet tevreden.
Het vertrek van Willem III met de legertroepen naar het beleg van Valenciennes in het noorden van Frankrijk vindt Margaretha erg overhaast gaan. Een vervelende bijkomstigheid is dat Godard Adriaan zijn zoon en Willem III waarschijnlijk mis zal lopen door hun abrupte vertrek.
[=ken,en die kont trecken, ] ock heb ick sijn hoocheijt die voorleedene saterdach hier heeft gegeeten naer uhEd thuijs koome gevraecht, die mij seijde ijae dat deselfve haest sou thuijs koome, en als ick hem vraechde of uhEd daer toe al ordere hadt, antwoorde ijae maer gelimiteerde ordere, dan dat hij uhEd sou schrijfve, so dat als ick recht sal segge mijns be dunskens1Mijns bedunkens: naar mijn mening, het persoonlijke van de mening wordt hiermee benadrukt het vrij wat op schroefve staet, daer ick so heel wel niet in te vreede ben, want men voordees meende als of uhEd het thuijs koome niet en sochte, nu dat overgeslaechge, het vertreck van sijn hoocheijt naer de kampange, wort doort be= =lech van valanschien so verhaest dat ick niet geloof uhEd hhem of de heer van ginckel alvoorns sult hier sien het welcke wel gewenst hadt,
Wat betreft het hardsteen voor de trappen en de schoorstenen schrijft Margaretha dat deze ‘scheep sijn’. Het materiaal is dus onderweg per schip naar Amerongen, fijn dat dat er in ieder geval wel aan komt. Ze zal zorgen dat er iemand aan de Vaartse Rijn staat om te zorgen dat ze naar Amerongen komen.
dat de hartsteene trappe en tot de schoorsteene al scheep sijn is heel goet ick salse verwachte en aende vaert laeten waerneemen, [rietvelt noch sijn]
Rietvelt en zijn werklui zijn helaas nog aan niet aan het werk. Het weer is erg grillig en onvoorspelbaar geweest de afgelopen dagen. Nadat ze de brief voor Godard Adriaan heeft geschreven, zal ze Rietvelt eens schrijven om te vragen of hij naar Amerongen komt. De weersomstandigheden zijn overdag, op de harde vrieskou na, wel aanzienlijk verbeterd. Margaretha laat Godard Adriaan weten dat wanneer Rietvelt en de werklui weer aan de slag gaan, er wel geld in de kas moet zitten om ze te kunnen betalen.
Het lijkt er op dat Margaretha het niet zo erg vond dat er door het slechte weer niet gewerkt kon worden, dat geeft haar wat tijd om de financiën bijeen te krijgen. Ook is er flink wat geld nodig om de verscheping van het hartsteen te betalen.
[aende vaert laeten waerneemen,] rietvelt noch sijn volck sijn noch niet int werck omt ongestadige
weer dat wij dagelijcks hebbe, heb ick hem noch niet ont boode maer schrijf met deese post aen hem, tis hier twee dagen seer schoonweer geweest, maer t heeft deesen nacht noch hart gevrooren, en als rietvelt met sijn volck aent werck is moeter gelt bij kas weesen, en de vrachte vande hartsteene sulle ock hooch loopen die moetten voor al betaelt weesen, daerom ick moet sien hoe ickt aen alle kanten maeck, en sal niet int Een oft ande versuijme oft sal aen mijn macht ontbreecken, [de doot vande ouden teminck]
Margaretha laat weten dat rondom Amerongen het water enorm is gestegen, maar dat het momenteel wel aan het zakken is. Door het hoge water zijn er sluizen gebroken en polders onder gelopen. De boomgaardjes van de drost en de hovenier zijn ook onder gelopen. Het water staat zo hoog dat het water tot vlak onder de kade staat. Majoor Quint heeft al wintertarwe en gerst gezaaid en daarvoor is al dat water ook niet goed. Hij is bang dat hij het kwijt raakt.
stadige weer, wij sitten hier rontom weer int water datse segge weer aen vallen is, de sluijs is door gebroocken al de binne weijen staen blan ijaet boogaertge vande drost sijn huijs, en int boogaertge achter den hoofveniers huijs ist va waeter in, sonde dat de grafte op veel nae niet aende kaeij het water is, de majoor ijan quint heef taruw en garst in Enker die hij vreest dit waeter niet sal konnen wt staen so hijt quijt raeckt sullen die liede groote schade hebbe
Overstroming van de Rijndijk in Gelderland, Jacobus Buys, 1770. Collectie Rijksmuseum.
Korte P.S.
Door het hoge water kunnen ze ook het werk bij de steenoven niet opstarten. Margaretha laat weten dat ze met geen enkele klus vooruitgang kan boeken. Geduld is een schone zaak voor Margaretha: ‘wij moete paesijensie hebbe’.
Een korte p.s. voor Margaretha haar doen. Alleen is haar blaadje vol, dus kiest ze ervoor om de PS overdwars op de pagina ernaast te zetten.
Ze laat Godard Adriaan weten dat door het hoge water de werkzaamheden in de kelders niet zijn begonnen. Het water staat weliswaar niet in de kelders, maar heeft de kuilen waarin de kalk opgeslagen ligt bereikt, dus het kalk is niet bereikbaar. Dat kalk is nodig om de gewelven in de kelders te maken.
dit waeter verhindert ock aende steen oven te beginne om gereetschap tot alles te maecken ick kan noch met geen werck voort koomen wij moete paesijensie hebbe, hoope uhEd haest in ge sontheijt weer hier te sien waer naer verlange en blijfve Mijn heer en hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
wij sullen noch den wulfsels van den kelders niet konne doen om dat men bij de steenkalck die inde kuijlen leijt niet en kan vermidts die onder water staen
1
Mijns bedunkens: naar mijn mening, het persoonlijke van de mening wordt hiermee benadrukt
Bij het voorjaar horen twee dingen: de voorjaarsschoonmaak en te bedenken wat je kan gaan doen als het eindelijk beter weer is. Over de voorjaarsschoonmaak schrijft Margaretha niets, maar in deze brief worden plannen gemaakt, plannen in de war gestuurd en plannen op losse schroeven gezet.
Vervroegde campagne
Margaretha zit bovenop het nieuws: toen Zijn Hoogheid bij haar at, wist de post hem in Amerongen te vinden. Er werden twee brieven uit Brabant voor hem bezorgd. Het nieuws was niet goed: de Fransen hebben Valenciennes omsingeld en St. Omaars belegerd. Hierdoor zal het leger eerder in actie moeten komen dan gepland en de Prins zegt tegen Van Ginkel dat hij er vanuit moet gaan dat hij binnen vijf à zes dagen moet vertrekken. Margaretha haalt weer aan dat Utrecht een jaar achter is met het betalen van de troepen en dat die arme mannen nu toch weer op campagne moeten.
Ameronge den 7 maert 1677
[rec: 11. dito]
Mijn heer en lieste hartge
gistere heeft sijn hoocheijt hier weer bij mij gegeeten en was heel wel te vreede, hier sijnde quaemender twee poste wt brabant hem vinde die briefve brochten meldende dat valanschein1Valenciennes (Noord-Frankrijk), oude Nederlandse naam is Valencijn vande franse berent en sint omeer2Sint-Omaars (in de buurt van Calais) geblockeert is, dat onse kampan so seer verhaest dat sijn hoocheijt aende heer van ginckel seijde dat hij staet most maecken om in 5 a 6 dage naert leeger te gaen sonde Eenich wt stel dat hem wel qualijck sal koomen, en meest al de meeliesi hoet met de betaeline vande kompangie tot wttrecht sal gaen staet te besien die sijn nu Een vol ijaer ten achteren, [en daer wort]
Over geld gesproken, ook de kosten voor het houtvestersambt van Gijsbert Jan van Hardenbroek schieten haar in het verkeerde keelgat. Bovendien is er ook nog onenigheid tussen de Staten en de stad. En over baantjes gesproken, Van Beusichem was er gisteren en die maakte plannen voor zijn zoon. Hij presenteerde zijn zoon aan Van Ginkel te vragen of hij misschien mee kon het leger in. Bovendien vroeg hij of Van Ginkel bij Zijn Hoogheid een goed woordje zou willen doen voor de zoon van zijn broer. De broer is schout van Benschop, maar kennelijk niet heel competent. Als nou zijn zoon schout kan worden, dan wil de broer wel afstand doen van het ambt.
[van gesproocken wort,] beusekom3Nicolaas van Beusinchem was gisteren ock hier quam sijn soon godert aende heer van ginckel preesenteere om met hem naert leeger
te gaen en ock te versoecke dat de heer van ginckel sijn hoocheijt wou reeckomandeere sijn so broers soon tot het schout Amt van benschop het welck sijn broer als hijt op sijn soon kost krijge door sijn inpatentheijt4Patent: Op uitnemende wijze, uitstekend. wilde afstaen dat de heer van ginckel aengenoomen heeft te doen, [beuse]
Van Beusinchem was er natuurlijk niet alleen voor zijn zoon, zijn broer en de zoon van zijn broer, maar ook om de financiën van de familie te bespreken. Het blijft lastig om van alle partijen geld los te krijgen. Maar Van Beusichem heeft een deel van het geld van de Ridderschap binnen, dat houdt Margaretha. De rest wil ze ook, want als de bouw weer van start gaat, zal ze geld nodig hebben.Uit een andere bron, het is niet helemaal duidelijk welke, is 3000 gulden gekomen en die heeft Van Beusinchem naar Amsterdam gestuurd, naar Temminck. Hij houdt dat geld bij zich, zodat Godard Adriaan dat via een wissel op kan nemen.
[het voorleede ijaer heeft gekreechge,] waer toe so beusekom seijt de ordinansi5Ordinantie: verordening onhande is om op gemaeckt te worden, kost ick dat gelt noch krijge so waer ick voor Eerst wat ontset6Ontzetten: Helpen, verlichten , want als wij nu weer aent wercke gaen salder weer gelt moeten sijn, h de 3000f heeft beusekom ock ontfange en sal die merge aen teminck sende die uhEd dan trecke kont tot sijn beliefve, [ick heb nae]
Voor het weer opstarten van de bouw moet Margaretha ook plannen maken. Om te beginnen heeft ze turf nodig om de steenoven weer te kunnen branden. De dagen zijn nu nog te kort om de metselaars weer in te huren. De daghuur is een vaste prijs en met een korte dag wordt dat per gewerkt uur wel erg duur. Margaretha kan al wel bedenken wat ze zometeen, over een week of twee, kunnen gaan doen. Ze kunnen de gewelven in de kelders gaan maken en de schoorstenen verder optrekken. Dan kan de leidekker ook van start.
[tuschen beijden,] ock sijn de dage noch seer kort dat mij doet ont sien noch weer aent metse= =len te gaen, maer maeck staet teegens het lest of voort wtgaen vandeese maent dat noch ontrent om veertien dage te doen is rietvelt met sijn volck weer te laete koome en der dan weer wat starck aen te valle want hij sal sijn volck aent wulfve vande kelders en aent wt en op haelle vande schoor =steene beijde te gelijck moeten sette om dat den leijdecker niet sou wachte de schoorstee moeten wt het dack sijn Eer hijt leijdack op die kant kan legge [ick had gehoopt]
Rome, San Carlo alle Quattro Fontane, gewelf en dakspant, Bernardo Castelli Borromini en Fransesco Borromini, tweede helft 17de eeuw. Collectie: Albertina, Wenen.
Thuiskomst
En voor alle plannen zou het ook wel fijn zijn als Godard Adriaan thuis zou komen. Margaretha heeft Prins Willem ernaar gevraagd, maar hij antwoordde ontwijkend: ja, maar… Hij had de keurvorst nog niet gesproken, want die was ziek, maar Godard Adriaan zou thuis komen. Margaretha heeft dit eerder meegemaakt, dus ze vroeg door: had de prins al opdracht gegeven? Het antwoord was dat hij Godard Adriaan zou schrijven. Margaretha moet nog maar zien wat ervan komt.
[op die kant kan legge] ick had gehoopt van sijn hoocheijt te verstaen uhEd t huijs koomen die ick daer naer vraechde en mij seijde den heere keurvorst niet gesien te hebbe vermidt hij onderweege was door sijn indispo siesie blijfe legge, maer seijde uhEd thuijs sou koome waer op ick vraechde of uhEd al ordere daer toe had hij seijde ijae maer geli= miteert dan dat hij uhEd soude schrijfve wat hier nu op sal volge staet te verwachte
Gelukkig zit Godard Adriaan ook niet stil, hij heeft ervoor gezorgd dat de hardstenen trappen en lijsten van den schoorstenen bijna klaar zijn. Die komen dus dan naar Amerongen. Dat is mooi, want die zal Margaretha nodig hebben. Zoals wel vaker eindigt ze met wat lief en leed uit de omgeving. De oude Temminck in Hamburg is overleden. Waarschijnlijk de vader van de Amsterdamse Temminck. Het jammert Margaretha weer zeer.
wt uhEd vanden 27 febrijwa sien dat de hartsteene
trappe al gereet sijn dat heel goet is, hoope dat de lijste tot de schoorsteene ock haest gereet sulle sijn want alse aen dat werck gaen sullense die van doen hebbe, hiermeede blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor teminck schrijft mij van Amsterdam dat den goede ouden teminck tot hamburch overleeden is dat mij seer jamert ija meer als ick geloof sijn Eijgen kindere doet
Dans van de Dood, Gesina ter Borch, naar Hans Holbein de jongere, 1643-1687. Collectie Rijksmuseum.
1
Valenciennes (Noord-Frankrijk), oude Nederlandse naam is Valencijn
Na zijn bezoek aan de Keurvorst van Brandenburg in Minden is Godard Adriaan nu in Bremen. Hij heeft goede verhalen over de ontvangst door de Keurvorst. Margaretha hoopt dat hij nu snel van zijn missie ontheven zal worden en weer naar huis kan komen. Ook voor de Utrechtse politiek zou dat goed zijn, want het is een zootje. Thuis in Amerongen lijkt het hoge water gelukkig weer te gaan zakken.
Ameronge den 3 maert 1677 [recp: 8. dito]
Mijn heer en lieste hartge
tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 24 febrijwa te sien deselfve weer wel tot breeme is aengekoome en bij den heere keurvorst so wel onthaelt is, hoope hij sijn volkoome demisi nu sel hebbe en dat ick met de laeste post sal hooren van uhEd weeder komst daer wel naer verlange, [aengaende ons werck]
Hoogwater in de boomgaard
Het is nu de tijd om jonge boompjes te planten. De beukhagen zien er goed uit, dus daar is het volgens de hovenier en Teunis niet nodig. Fruitbomen in de grond zetten moet wel, maar daar is nog niets van gekomen vanwege de enorme wateroverlast. Al het werk dat moet gebeuren is zo overhoop geraakt, dat men niet weet waar men moet beginnen. En dan is er ook nog een zieke! Maar nu het water weer zakt gaan ze hun best doen.
[komst daer wel naer verlange,] aengaende ons werck alhier van in te pooten, inde beucke hechge so den hoofenier en teunis seijt, sijn daer weijnich of of geen in doot gegaen of in te poote, tot noch toe hebbe wij geen fruijt boome die alleen inde booga in te poote sijn, heeft men tetnocte niet in konne doen, doort hoochge water, nu salme al doen so veelt moogelijck is, het water valt nu weer en sal men niet versuijme te doen so veel men kan tis waer alt werck komt so overhoop dat men niet weet wat men Eerst beginne sal, en ott more is sieck ick sal Een ander in sijn plaets gebruijcken ,
Welke werkzaamheden in Maart rond het huis uitgevoerd moeten worden. Uit: Georgica curiosa: das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität, Düsseldorf
Financieel wanbeheer in Utrecht
In Utrecht wordt volgens Margaretha reikhalzend naar de terugkeer van de heer van Amerongen uitgekeken. Ze maken er een potje van en het gaat er zo grof aan toe, dat je schrikt als je het hoort. De Staten van Utrecht hebben zich bij een dinertje laten overhalen tot een schikking in een geschil over onroerend goed met de Graaf van Waldeck. De Staten zijn daarbij tienduizenden guldens kwijt geraakt. Vervolgen geven ze rustig tweeduizend gulden cadeau aan de dochter van de heer van Zuijlen. De burgers zijn woest, want ondertussen wordt er geen rente uitgekeerd op leningen bij particulieren en de belastingen zijn torenhoog. De compagnieën met soldaten die Utrecht moet betalen, hebben al een jaar geen betalingen gehad. En dat terwijl die arme mannen al heel snel weer op veldtocht moeten.
[pille gaef voor sijn outste dochter gegeefve] overt Een Ent ande spreeckt de gemeentede burgers so dat niet te seggen is, en dat om datter geen rente betaelt en worden als nu onlans Een half ijaer daerse so veel ten achteren sijn, de kompangie sijn ock Een vol ijaer ten achteren en de bloeijen1Hier waarschijnlijk in de betekenis van bloed: arme mannen, onbetekende mannen (vgl. “bloedjes van kinderen”) moeten weer so vroech int velt hoe kan dat gaen en men moet sulcke swaere schattine geefve ten is voorde arme gemeente niet op te brenge
Gezicht op een kampement van het leger van Willem III bij Lembeek, Vlaams-Brabant, Josua de Grave, 1675-08-02. Collectie: Rijksmuseum.
Corruptie en onrecht
Bovendien is het duidelijk dat de gebruikelijke baantjesverkoop tot corruptie, afpersing en onrecht leidt. Margaretha vertelt wat “onze Jan Fik” is overkomen. Jan Fik probeerde een ruzie te sussen tussen zijn mannen en een herbergier in Nieuwersluis. Daarbij kreeg hij zelf klappen en vervolgens werd hij opgepakt door de Maarschalk van Abcoude (een soort politiecommissaris) die hem 100 dukaten aftroggelde en hem gevangen liet zetten in Utrecht. Jan Fik ging verhaal halen bij de procureur-generaal van het Hof van Utrecht. Toen die de Maarschalk daar op aan sprak werd hij woest. Dat maarschalksambt had hem zo veel geld gekost, dat hij het er ook weer uit moest zien te halen.
[hem ijan fick gebonden binne wttrecht,] waer over ijan fick hem aende prockureur generael beklaechde, die den Maerschalck daer over aen sprack en tot Antwoort bequam dat hij sijn Amt so dier om gelt had gekocht dat hij ter weer most sien wt te haellen
Over verloren geld, Hans Weiditz, ca. 1520, uit: “OFFICIA M.T.C. EJn Bůch So Marcus Tullius Cicero der Römer zů seynem Sune Marco von den tugentsamen ämptern […]”, Augsburg 1533, um 1520. Collectie Kunsthalle Bremen- Der Kunstverein in Bremen
Als de procureur-generaal zou bepalen dat hij die 100 dukaten bij het Hof zou moeten inleveren, dan zou hij daar wel spijt van krijgen. Hoe durfde hij partij te kiezen tegen de Maarschalk, en vóór een armzalig mannetje! Margaretha weet niet hoe het verder afgelopen is, maar ze vindt het geen wonder dat de mensen klagen dat ze hun recht niet kunnen halen. Als Godard Adriaan thuis komt zal hij wel meer horen dan ze hier kan opschrijven.
als hij gekondemneert wiert die honde duij katons2honderd dukatons weer ondert hof te legge dorst tol die hem weegens de Maerschalck in dit werck bemoeijde wel segge dat hij wel maecken sou dat het de prockureur generael sou rou =we dat hij hem partijdich teegens de maer schalck toonde watter aen so Een poepge3Poepje, paapje. Denigrerend bedoelde aanduiding van een katholiek, een Duitser of een oost-nederlander geleege was en diergelijcke meer, in soma hoet nu daer voort mee gegaen is weet ick niet altoos Elck klaecht Even seer datse
datse tot goen recht konne koomen, als uhE hier komt sult al met wonder veel hoore dat me niet al schrijfve kan , [de heere wil ons alle]
De schans Nieuwersluis in 1673, Louis Philip Serrurier, ca. 1700, naar een prent in: ’t Ontroerde Nederlandt , deel 2, uitgegeven in 1676. Collectie Het Utrechts Archief.
Buiig Weer
Margaretha verlangt erg naar Godard Adriaans thuiskomst, maar ze schrijft toch in een PS dat ze hoopt dat hij zijn thuisreis niet met dit buiige en onbestendige weer over water zal maken. Dat is vanuit Bremen wel de snelste weg (over de Waddenzee en de Zuiderzee naar Amsterdam).
[niet al schrijfve kan,] de heer wil ons alle bewaere, in wiens heijlige bescherminge uhEd be veelle, blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
ick hoope niet dat uhE huijs koomende sijn reijse over water in dit buijichge en ongestadige weer sal neemen dat te sorchlijck sou weesen
Nu snapt Godard Adriaan een tekening van Schut alwéér niet! Schut kan inderdaad niet echt begrijpelijk schrijven, vindt Margaretha, en bovendien heeft Schut de tekeningen vanuit Amsterdam verzonden, zodat er geen toelichting van de secretaris aan toe kon worden gevoegd. Ondertussen is de prijs van de Amsterdamse stenen niet bekend, want de Amsterdamse steenhouwers willen geen prijs meer noemen nu ze doorkrijgen dat het bouwteam ook in Bremen stenen bestelt. Maar het werk gaat door, hoog in de lucht, en onder de grond: de kap is op zijn definitieve hoogte gekomen en ook in de kelder wordt nog gewerkt zolang het weer mooi blijft.
[rec. 12 dito] Ameronge den 8 Novem 1676
Mijn heer en lieste hartge het is mij leet wt uhEd vande 4 deeser te sien hij al weer de toegesondene teeckenine niet verstaet , tis waer schut sijn briefve sijn niet wel te verstaen, en hij weet de prijs vande harteene niet, geloof ock nu de steenhouders tot Amsterdam beginne te mercken datter steen tot breeme gekocht wort sij niet recht de prijs daer van wille seggen, ock is schut tot Amsterdam geweest doen hij die teeckeni sont daerom de sekreetaris de meeninge daer van daer niet op konde stellen, [tis]
Ontwerp voor het voorblad van het boek Turris Babel, sive Archontologia, van A. Kircher, Gerard de Lairesse, ca. 1679. Collectie Rijksmuseum
Eerste vereiste: begrip
Wat Margaretha betreft doet het er niet echt toe te weten wat de prijs in Amsterdam is, aangezien het in Bremen inclusief bewerking zeer waarschijnlijk voordeliger zal zijn. Het is veel belangrijker dat Godard Adriaan de tekeningen en de maten die er op staan begrijpt. Dan weet hij immers ook om wat voor orde van grootte het gaat en dat heeft weer invloed op de kosten.
[daer van daer niet op konde stellen,] tis seecker dat de hartsteen in haer selfve tot breeme en ock die te bearbeijde tot breeme veel beeter koop is als tot Amsterdam , daer om mijns oordeels weijnich aen geleechge is of men niet recht de prijs weet wat die tot Amsterdam gelt, als uhEd maer te
recht de maet en teeckenine konde verstaen,
Afwachten in Middachten
Over nog meer geld gaat het in de Raad van State, waar prins Willem onderhandelt over de ‘Staat van Oorlog’. Dit is de landsbegroting, die voornamelijk de financiering van het leger betreft. Het besprokene kan van belang zijn voor zoon Godard. De prins heeft beloofd dat hij zal kijken of hij Godards salaris voor zijn post als majoor ter sprake kan brengen. Maar zijne hoogheid heeft natuurlijk genoeg aan zijn hoofd, dus Margaretha is bang dat dat er wel eens bij in zou kunnen schieten. Als het aan haar lag was Godard nu in Den Haag om zich van de prinselijke voorspraak te verzekeren. In plaats daarvan zit hij passief af te wachten in Middachten.
en dat sijn hoocheijt inde raet van staten over den staet van oorlooch besonijeert1Besogneren: Raadslagen, onderhandelen mijns oordeels behoorde de heer van gincke
nu inde haech te sijn te meer om dat sijn hoocheij hem belooft heeft te sien hem met sijn ma= =ijoors tracktement daer op te brenge, maer blijft hij op Middachte salt wel vergeeten worden, [nu brenge de timerliede de vaen]
Aeneas ontvangt door voorspraak van Venus een nieuwe wapenrusting in de smidse van Vulcanus, Ferdinand Bol, 1660 – 1663. Collectie Rijksmuseum.
Pannenbier
De kap is klaar! Het hoogste punt is bereikt en de timmerlieden hebben een vlag op het huis gezet. Tijd voor een biertje op kosten van Margaretha en Godard Adriaan. Een traditie in de bouw die nu nog steeds bekend staat als ‘pannenbier’ op het moment dat de nok ligt en de pannen kunnen worden gelegd. In dit geval zullen het de ribben en de planken zijn.
[worden], nu brenge de timerliede de vaen opt huijs het welcke te seggen is dat de kap volkoomen daer op staet en gedaen is en dat sijt bier verdient hebbe, sulle merge begine de ribbe daer op te legge ende plancke [rietvelts volck sijn aen]
Christuskind legt een dak, Christoffel van Sichem (II), naar Hieronymus Wierix, 1617. Collectie Rijksmuseum.
Kelderbogen
Vele verdiepingen lager zijn de mannen van Rietveld ook hard aan het werk: ze brengen de scheidingsbogen van de keldergewelven aan. Een deel van het uithouwen van de stenen voor de lijst om het huis heeft hij uitbesteed. Het weer is mooi, god zij dank!
[ende plancke] rietvelts volck sijn aen de scheijdt booge inde kelders te maecke hij heeft Een gedeelte vande steen tot de lijst omt huijs te hacken aen besteet wij hebbe tot noch toe seer schoon weer gehadt daer wij godt niet genoech voor konne dancken, inwiens bescher minge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff MTurnor
Bierpul met landschappen in cartouches en bloemranken, anoniem, anoniem, ca. 1650 – ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.
Ook Godard Adriaan is ziek! Dat leest Margaretha in zijn brief van 12 september. Ze maakt zich vooral zorgen omdat het blijkbaar al langer duurt, en vindt dat hij toch wat medicijnen moet proberen en vooral rust moet nemen.
Ameronge den 16 septem 1676 rec: 21. dito
Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 12 deeser heb ick gistere ontfa het doet mij niet alleen leet dat uhEd de loop so lange bij blijft maer bekomert mij seer, deselfve sal wel doen wat te meedisineere en hoope hij wt ruste sal en sich daer wel bij bevinde, [uhEd sal versta]
Bereiding van medicijnen en een aderlating, Julius Milheuser, 1662. Collectie Rijksmuseum
Uit Den Haag komen gelukkig goede berichten over zoon Godard. De koorts neemt af en ook valt hij minder flauw, dus ze denkt dat het ergste achter de rug is.
Bedrieglijk besmettelijk
Godard Adriaan zelf heeft zijn besmetting blijkbaar opgelopen van een knecht die ziek was, maar die dat niet heeft gemeld. Margaretha windt zich er over op: die man had nooit het huis van Godard Adriaan binnen moeten komen als hij zelf al wist dat hij ziek was. Feitelijk een vorm van verraad. Verder wel een goede knecht, daar niet van, maar het maakt haar toch kwaad.
[geefven,] het doet mij ock seer leet uhEd so qualijck gedient is, dat is recht bedroch sulcke sieckte te hebbe in de luijde haer huijse te koome , bender wel quaet om, soot anders Een goet knecht was, [is daer raet voor dat heel soe=]
Men neme…
Margaretha weet wel een goed medicijn. Men neme drie harten van (levende!) jonge reigers, verpulvere dat tot poeder en neme dat in. Werkt heel goed, maar ze denkt niet dat er nu makkelijk aan te komen is. Jonge reigers vind je natuurlijk vooral in de lente.
Reigerjacht, Pieter Serwouters, naar David Vinckboons (I), 1612. Collectie Rijksmuseum
[knecht was,] is daer raet voor dat heel soe= =vereijn is, se neeme 3 harte van jonge reijgers daer leevendich wt gehaelt en gepolveerijseert ingenoome is heel goet maer geloof niet dat men die nu sou konne krijge
Gasthuis Amerongen
Ondertussen voelt Margaretha zich in Amerongen ook een gasthuismoeder. In het dorp heerst dysenterie (‘roode loop’) en ook het werkvolk ontkomt er niet aan. Rietveld, Tielman en meerdere metselaars en opperlieden hebben koorts. Margaretha maakt medicijnen en verzorgt de zieken.
hier int dorp en ondert werck volck sij so veel siecken aen koortse en roode loop dat =ter haest niet Een huijs vrij van is, rietvelt en tielman hebbe de koortse en Etlijeke met selaers en opperlie, ick ben niet anders als of ick moeder vant gashuijs ben heb alle dage werck meedesijne ree te maecke en voort de siecke te versorchge, [het schijnt de heer]
Vijf bezigheden van dokters, apothekers en barbiers, anoniem, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum
Vroeg op
De helft van het geld voor de assignatie is binnen! Een ook 283 gulden van de declaratie. Daarmee heeft ze alle bouwvakkers vooruit betaald, maar ze houdt goed in de gaten of het werk ook echt gebeurt. Ze zit ze ‘dun op de hakken’, dat wil zeggen ‘op de hielen’ oftewel met haar neus er boven op. Met dat doel is ze vroeg uit de veren: tussen zes en zeven is ze al op de bouwplaats. Er is nog wel veertien dagen werk voordat ze aan het dak kunnen beginnen.
[wil alles ben beste schicke,] ick heb de helfte vant gelt weegens de bekende assinasie1Assignatie: aanwijzing tot betaling tot wttrecht ontfange als meede de 283f weege de dikleraesie, heb nu alt werck volck voort af betaelt, weest vrij verseeckert dat ickse so deun op de hackesit2dun op de hakken zitten: op de hielen zitten alst moogelijck is ben alledage smergens tusche ses en seeven Euren opt werck dat voor mij vroech is , en sien datse noch al ontrent de veertien dage werck hebbe op t huijs Eerse de kap sulle begin =ne te rechte [wij hebe noch gewenst weer opt]
Mooi weer
Het weer zit tot nu toe mee, wat gunstig is voor zowel de bouw zelf, als voor het stoken van de steenoven. Als het nog veertien dagen aanhoudt dan zijn de meeste stenen wel gebakken. Punt van aandacht is wel dat alle turf met lichters en trekpaarden uit Culemborg, aan de andere kant van de rivier, moet komen. Dat kost geld, die schippers moeten ook betaald worden!
[=ne te rechte] wij hebe noch gewenst weer opt werck en op de steen oven die aent brande is, otbaerentse3Ot Barendse, de steenhandelaar isser ock weer bij mooge wij maer veertien dage sulcken weer houde sal den oven overt quaetste sijn, maer ick moet al den turf met lichters en treck paerde laete vant spoel Effen beneeden kuijlenburch4Culemborg laeten haelle dat kostelijck valt dan dat sal ick de schippers doen betaelle
Margaretha is blij dat Godard Adriaan tevreden is over de tekst van de Akte van de Staten van Utrecht over de overdracht van de hoge heerlijkheid Amerongen. Ze heeft gehoord dat de akte zal worden overhandigd in een kistje dat in Amsterdam met zilver wordt verguld. Een teken dat ook de Staten van Utrecht de transactie zien als iets heel bijzonders. Ze weet nog niet wie hem zullen komen brengen. Maar wie het ook zijn, Margaretha zal ze goed ontvangen, zoals ze in haar vorige brief ook al beloofde.
[gekoome die hem thuijs gebrocht sijn,] tis mij lief uhEd de Ackte vande state van wttrecht so wel gevalt men schrijft mij de seekreetaris luchtenburch mij int laest vande weeck die in Een silvere vergulde doos die te Amsterdam te ver =gulde is, sal brenge, wie daer meede sal koomen weete niet ick salse opt best onthaelle en trackteere dat ick kan,
De Zilversmid. Uitsnede uit: Vijf beroepen, anoniem, naar Jan Luyken, naar Caspar Luyken, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum
Margaretha heeft de brief van Godard Adriaan van 4 september ontvangen. Blijkbaar is de diplomaat ’tot dienst van ons lieve vaderland’ bij de vorst-bisschop van Münster langs geweest.
Amerongen den 9 septem 1676 [rec. 19. dito]
Mijn heer en lieste hartge
deese merge heb ick uhEd aengenaeme vande 4 deeser ontfange, waer wt sien deselfve naer den bischop van Munster1Bernhard van Galen, vorst-bisschop van Münster is, de heere wil geefven uhEd wat goets so bij deen als dander tot dienst van ons liefe vaderlant meucht verichte[, met de laeste post]
Turfmand met turf, vervaardigd van gespleten wilgenteen. Poppenhuis van Petronella Dunois, ca. 1676. Collectie Rijksmuseum.
Nog geen turf
In haar vorige brief schreef Margaretha wat ze bij haar terugkomst in Amerongen allemaal aantrof. Ze heeft inmiddels nieuws over de turf voor de veldoven, maar het is geen goed nieuws. Het water staat te laag en de wind waait de verkeerde kant op. Het is trouwens sowieso rotweer. Maar het kwade en buiige weer hindert de werklieden niet. De metselaars steken de handen uit de mouwen, en morgen worden de balken voor de tweede verdieping van het huis gelegd.
[vaderlant meucht verichte,] met de laeste post heb ick uhEd mijn aenkoome alhier en hoet hier heb gevonde geschreefve, gistere bekoome tijdine dat den turf tot onse steenove aende vaert leijt maer kan doort laechge water en kontraijreije wint niet op daer is geen dardalfe voet water op de reevier, ick heb haer geschreef datse sulle lichte en maecke opt spoedichste hier te sijn, het is hier alledaechge seer quaet en buijechweer, Evewel wercken de metselaers daer door heen merge worden de balcke vande tweede verdiepine geleijt[, het wechgelt vande]
Maar voor de bouw van het huis is meer nodig dan een goed werkende veldoven, turf, en balken. Er is ook hout nodig. In haar brief van 1 september schreef Margaretha al dat er hout onderweg is vanuit Harburg, en dat de prins van Anholt-Dessau misschien ook nog wel bereid is om hout te leveren. Ook herhaalt Margaretha dat dit hout zeer goed van pas zou komen.
[ongeluckige reijsers,] tis heel goet dat nu alt hout van haerburch opwech is om hier te koome koste wij dat vande prins van Aenholt2Georg Friedrich II Anholt-Dessau noch krijg waer te wensche want sullent noch wel van doen hebbe[, op de assinnasie ten som van 5413 f]
Niemand wordt betaald
Het is hartstikke goed dat er zo geklust wordt aan het kasteel, maar al die werklieden moeten natuurlijk wel betaald worden. Margaretha heeft nog niets gehoord van de assignatie, maar ze moet Schut, Rietvelt, de steenhouwer voor het leveren van de hardstenen poort, de werklieden van de steenoven, de timmermannen, de metselaar en de dagloners nog betalen. En ook de turf en de spijkerman3De man die spijkers levert of de man die de spijkers maakt zijn niet gratis. Anders moet Margaretha maar weer een tripje naar Utrecht maken, om daar de mannen die verantwoordelijk zijn voor het uitbetalen eens stevig aan de tand te voelen…
[doen hebbe,] op de assinnasie4Assignatie: aanwijzing tot betaling ten som van 5413 f heb ick noch niet ontfange, se hebbe belooft deese weeck daer Eenich gelt op te geefve dat heel wel sal koomen, ick heb hier 3000 f aen gelt gebrocht dat so veel helpt alst niet, most terstont aen schut 600 f en rietvelt 1400 f den steen houder voorde hartsteene poort 445 f aent steen ovens volck 350 f, den timerman tiel man van tiel 300 f gerit ijanse den timer= man 150 f ijan ijanse de metselaer 158 f
geefve en dan al de andere dach huerders so dat dit saeme al over de 4000 f bedraecht ick hebse so verde betaelt als mijn gelt streckte als ick nu weer gelt ontfange salse voort af betaelle nu moet den turf en den spijckerman ock betaelt sijn, dees maent of ses weecken sal ons de quaetste noch weese daer mee sijn wij het waerste door, en siender nu raet toe so wij maer betaelt worde als ick hoope datse doen sulle of ick moet weer naer wttrecht
Ondertussen hebben de Denen en de Brandenburgers het Zweedse Kristianstad met succes belegerd. Margaretha hoopt dat de Heer ‘ons’ ook wil bijstaan en zijn goddelijke zegen wil geven. Dat is ook hard nodig, want er schijnt weer een slag aan te komen. Althans, dat is het woord op straat. De geruchten boezemen haar ook angst in. Ze maakt zich zorgen over de prins van Oranje en uiteraard over haar eigen zoon. Die angst komt echter niet zo zeer voort uit de vrees voor een belegering. Margaretha maakt zich meer zorgen om de rode loop. We zagen al eerder dat veel militairen momenteel aan dysenterie lijden, en dat er zelfs al mannen aan gestorven zijn.
dat de koninck van deenmercke en den hartooch van brandenburch5Margaretha bedoelt hoogstwaarschijnlijk de keurvorst so vicktoorijeus sijn gaet heel wel, de heer wil ons ock bij staen en sijnen godlijcke seegen geefven dat wij niet krijge is ons =ser sonde schult, men spreeckt noch al van Een bataelge te leevere en schrick daer aen te dencke omt groote hasaert6Hazaard: hier in de betekenis van gevaar of een ongunstige situatie dat daer in is godt wil ons geefve wat ons best en salich is, ick ben met sijn hoocheijt en den heer van ginckel bekomer om dat de roode loop so seer in ons leeger en veel steede is daer de heer van leuwe7Zweder van den Boetzelaer aen gestorfven is, den rhijngraef8Karel Florentijn van Salm seijtmen dat aen sijn quetsuer ter doot toe opt huijs te peeterson9Pietersheim in Lanaken, vlak bij Tongeren leijt,
En dan zijn er natuurlijk ook nog mannen die op het slagveld zelf zijn gestorven. De Rijngraaf is aan zijn verwondingen overleden en gisteren ontving Margaretha een rouwbrief van Johanna van Zuylen van Natewisch. Haar enige zoon10Willem Godard van Oostrum is omgekomen bij het Beleg van Maastricht.
ick heb gistere Een rou brief gekreechge vande oude vrou van broeck= huijse11Johanna van Zuylen van Natewisch, weduwe van Berend van Oostrum over de doot van haeren Eenigen soon, die sij schrijft inde laeste attacke voor Maestricht doot geschooten te sijn [, mij jame]
Het gaat goed met de Philipotta, besluit Margaretha haar brief. En ze hoopt dat haar man snel weer thuis komt.
[geen soons , de oude vrou van preustine is ock doot,] de vrou van ginckel schrijft heel wel naer den tijt te sijn, ick beelt mij in of uhEd wel Eer weer thuijs mocht koomen met deese veranderine dat wel wenste, waer meede blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor
In het PS volgt nog een typisch gevalletje ‘de één z’n dood is de ander z’n brood’: Cornelis Matthisius is plotseling overleden, dus er is weer een plaatsje vrij in de vroedschap en er wordt ook een nieuwe kameraar voor het heemraadschap van de Lekdijk gezocht.
ps so schrijft men mij dat de kamelaerKamelaar of kameraar: ambtenaar belast met geldzaken Matijsi Matijsius12Cornelis Matthisisus deese nacht is overleede men heeft van sijn sieckte niet gehoort daer meede is weer Een plaets inde vroetschap tot wttrecht vakant en het kamelaerschap
1
Bernhard van Galen, vorst-bisschop van Münster
2
Georg Friedrich II Anholt-Dessau
3
De man die spijkers levert of de man die de spijkers maakt
4
Assignatie: aanwijzing tot betaling
5
Margaretha bedoelt hoogstwaarschijnlijk de keurvorst
6
Hazaard: hier in de betekenis van gevaar of een ongunstige situatie
7
Zweder van den Boetzelaer
8
Karel Florentijn van Salm
9
Pietersheim in Lanaken, vlak bij Tongeren
10
Willem Godard van Oostrum
11
Johanna van Zuylen van Natewisch, weduwe van Berend van Oostrum
Kennelijk heeft Margaretha niet veel tijd, want deze brief heeft maar twee kantjes. Ze begint deze brief met een overzicht van de financiën. Het gaat nu niet alleen over ordonnanties en assignaties, maar ook over declaraties en defroyementen (onkostenvergoedingen).
De provincie Utrecht als werkgever
Godard Adriaans werkgever voor deze missie is de provincie Utrecht en die is nog steeds krap bij kas na de plundering door de Fransen. Er worden dan ook wat trucjes uitgehaald. Kennelijk is het potje voor de onkostenvergoedingen beperkt, dus worden Godard Adriaans onkosten nu geboekt onder legeruitgaven. De reden daarvoor? De kans dat het daadwerkelijk tot een betaling komt is groter. Gelukkig heeft Nicolaas van Beusichem, de secretaris van de Ridderschap, beloofd dat hij erop zal toezien dat Godard Adriaan betaald wordt, zodra er geld is.
wttrecht den 3 septem 1676
Mijn heer en lieste hartge
uhEd laeste is geweest vande 28 pasato dewelcke ick met de laeste post heb beantwoort, gistere avont ben ick hier gekoome alwaer deesen dach genootsaeckt ben te blijfve om verscheijde affaerees1Affaires: te behartigen zaken, aangelegenheden de 400f weegens uhEd equipaesge2Equipage: uitrusting voor een reis heb ick van beusekom3Nicolaas van Beusichem ontfange maer vande 280f of de dekla =raesie weetense hier niet, de seeckreetaris luch =tenburchJ4onathan van Luchtenburg heb ick niet konne aentreffe om te spreecke, dan beusekom seijt dat de Assinaesi5Assignatie: “geschrift, behelzende een betaling” van 5413f verandert is vande post vande defroije =mente6Defroyement: onkostenvergoeding en gestelt is op de post vande leegerlaste daer se geloofve wij beeter op sulle konne be taelt worde, beusekom die deselfve asinaesi in hande heeft, heeft aengenoome sorch te drage dat wij wt het Eerste gelt mooge betaelt worde
Beurs van groen fluweel met trekkoord en afgezet met gouddraad op een doosje in de vorm van een schaar (fallus?) van dito fluweel en passement, voorzien van twee metalen ogen, anoniem, na 1580. Collectie Rijksmuseum.
Beleg of geen beleg?
Het nieuws uit Maastricht blijft uit. Margaretha heeft uit Den Haag vier brieven geschreven aan haar zoon en ze heeft niets van hem gehoord. Morgen gaat ze toch maar naar Amerongen. Er wordt veel over de situatie in Maastricht gepraat, maar Margaretha gelooft dat dat allemaal Paapse propaganda is. Kennelijk heeft ze de Oprechte Haerlemsche Courant van twee dagen eerder niet gelezen, want daar stond in dat het beleg opgebroken werd. Wel met de mogelijkheid om eventueel strijd te leveren met de vijand.
Oprechte Haarlemsche Courant van 1 september 1676. Bron: Delpher
, nu meen ick merge heel vroech naer Ameronge te gaen, en heb noch vande heer van ginckel niet ter werlt gehoort heb hem wt den haech vier briefve geschreefve en niet Een letter tot antwoort bekoomen, int op breecke van
ons leeger is al Eenige kleijne schermutselin voor gevalle so men seijt, dat mij te meer bekomert, en weet niet wat ick dencke sal , de mense spreecke in hollant seer en hier niet min, doch hebbe ongelijck, geloof het meest door de paepiste aengestoockt wort de briefve die heeden wt Maestricht sijn aengekoome brenge meede dat meest al de huijse in die stat so sijn doorschoote datse niet te gebruijcke sijn, de rechte pertikulierijteijte7Particulariteiten: bijzonderheden, details vant opbreecke van ons leeger weet men hier noch niet, ge loof uhEd dat beeter sult hebbe al wij ,
Treurende vrouw bij verwoeste stad, Jean Baptiste Nolin (I), naar Sébastien Leclerc (I), 1678. Collectie Rijksmuseum.
Trouw volk en een muitende predikant
Het begint inmiddels een feuilleton te worden: Margaretha hoopt dat Blanche, het personeel en de bagage inmiddels bij Godard Adriaan in Bremen zijn. Na de gebruikelijke afsluiting volgt een beetje een cryptisch post scriptum. Jodocus van Lodenstein heeft volgens Margaretha muitineus en seditieus, dus oproerig én oproerig, gepredikt.
Helaas is niet te achterhalen waar de bewuste preek over ging. Van Lodenstein, één van de gijzelaars van de Fransen, stond een sobere levensstijl voor en een directe beleving van het geloof. Net als andere predikers van de nadere reformatie was hij wars van ‘volkszonden’ als de ontheiliging van de zondag, dobbelen, luxe en kermisbezoek. Hij was ook scherp op misstanden binnen de kerk.
Predikanten van de nadere reformatie er moeite mee, dat de benoeming van predikanten van buiten de kerk gebeurde: door wereldlijke bestuurders. Vond Margaretha hem te streng wat betreft de volkszonden? Of had hij stevig tegen het collatierecht8Het collatierecht was één van de heerlijke rechten, die de adel het recht gaf om geestelijken te benoemen gefulmineerd? Ach, Margaretha was er zelf ook niet bij geweest, dus of de soep echt zo heet gegeten werd als zij hem hier opdient, is ook nog maar de vraag.
blansche sal nu al bij deselfve sijn, ock het volck met de begaesge9bagage , hiermee de blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijf M Turnor
gistere beedach sijnde heeft hier loodisteijn so geseijt wort seer muijtineus10Van muitineren: oproering veroorzaken en sediesieus11Seditieus: oproerig, opstandig gepreeckt
Naarden is heroverd! Typisch dit, Margaretha verstuurt net haar vorige brief waarin ze nog negatief is over het beleg van Naarden. Daarna komt er bericht. Jawel, Naarden is heroverd! Na een beleg van acht dagen en voortdurende beschietingen voor vier dagen is de vesting eindelijk weer in Staatse handen.
Verslagen
Dinsdagavond 12 september wordt het akkoord gesloten: de Fransen geven zich over en de 2600 Franse militairen moeten de stad de dag erna voor “de klocke tien Eure” verlaten. Veel van hen trekken naar Arnhem, dat nog in Franse handen is. Hun wapens mogen ze meenemen mits ze minstens zes weken niet tegen de Republiek of Willem III ten strijde trekken. De Hertog van Luxemburg moet zich maar eens tweemaal bedenken of hij zijn aanvallen in de Republiek wil doorzetten. Toch schijnt hij nog een flink leger in Utrecht te hebben
[heeft begine te beschiete ov gemaeckt], nu hoope mij dat den hartooch van lutsenburch1François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg hem ock wel sal bedencke Eer hij op ons sal afkoome en so hijt doet hebbe wij nu de arme weer lijber2Mogelijk een variatie op de handen weer vrij hebben. tis seecker dat hij Een aensienlijcke macht van volck bij Een streckt het welcke meest leijt te vechte te oijeck3Odijk te werckhoofve4Werkhoven en daer ontrent te wttrecht is ock gepropt vol volck men seijt sij int geheel ontrent de 20000 man konne wt maecke, en dat sij al de bruchge op den krome
rijn hebbe afgebroocke, [sijn hoocheijt treckt noch meest]
Belegering en verovering van Naarden door de prins van Oranje, 1673, Romeyn de Hooghe, 1673. Collectie Rijksmuseum.
Overwinning
De Staatsen hebben eindelijk een grote overwinning behaald na meer dan een jaar oorlog: het leger heeft heldhaftig gevochten en zelfs minder mannen verloren dan in eerste plaats gezegd werd. Overal heerst vreugde en stadhouder Willem III en het Staatse leger genieten immense populariteit. Margaretha is met name te spreken over hoe Willem III geen kwaad met kwaad vergeldde en de Franse soldaten genade toonde. Al dit smaakt naar meer: wat voor plannen heeft Willem III liggen voor de toekomst?
[rhijn hebbe afgebroocke,] sijn hoocheijt treckt noch meest alt volck van de poste bij hem en leijt de burgers wt de steede daer weer in plaets, wat sijne ver dere deseijne5Desein: plan, doel sijn staet te verwachte en godt wel vierichlijck6Vuriglijk: Met veel inzet, toewijding, geestdrift, volharding; ijverig, toegewijd, enthousiast. te bidde dat hij wil kontini= weere het selfve te seegene en al het onse bij te staen, ick kan niet segge wat Een vruechde hier onder alle mense overt veroveren van deese stat is, de onse hebbe seer furijeus gevochte en met Een wtneemende koraesge7Courage: Kloekmoedigheid, dapperheid, stonde gereet om te storme, maer sijn niet wel te vreede dat me de vijande niet inde kerck heeft gesloote gelijck sij de onse het voorleedene ijaer hebbe gedaen, dan sijn hoocheijt doet in mijne sin wel dat hij geen quaet met quaet en loont8Mogelijk variant op kwaad met kwaad vergelden hoope de heere hem te meerder in sijn verdere deseijns9Desein: plan, doel sal seegene, wij hebbe ock nergens nae so veel volck
Muzikanten en dansende soldaten in een herberg, Hans Ulrich Frank, 1656. Collectie Rijksmuseum
Nieuwe opdrachten voor Godard Adriaan?
Toch is Margaretha niet enkel positief over Willem III: het lijkt er namelijk op dat hij Godard Adriaan een nieuwe bevelen wil geven terwijl Godard Adriaan al wel zijn demissie – zijn ontslag van de huidige opdracht – heeft gekregen. De demissie schijnt zonder het weten van Willem III afgegeven te zijn dus wat er nu gaat gebeuren is een beetje een raadsel. Uiteraard hoopt Margaretha dat Godard Adriaan snel weer naar Den Haag komt om samen met de familie te zijn. Nu maar hopen dat daar niet een stokje voor gestoken wordt.
wij hoope met godts hulpe merge weer nae den haech te gaen, sulle uhEd met verlange int gemoete sien, dus veer geschreefve hebbende ontfan ick uhEd aengenaeme vanden 8 deeser waer in sien het geene wel gevreest heb dat is dat uhEd van sijn hoocheijt weer Eenige beveelle ontrent de werfvine soude aende hant gedaen worde, dat men uhEd sijn demissie heeft gesonde geloof wel dat buijte kenisse van sijn hoocheijt is geschiet, [men]
Uyttenboogaard
Gelukkig heeft Margaretha ook nog goed nieuws te melden aan Godard Adriaan wat betreft de afhandeling van zijn zaken. Eindelijk krijgt ze namelijk een som van 2500 guldens van Johannes Uyttenboogaard voor Godard Adriaans diensten. Uyttenboogaard doet wel alsof hij Margaretha en Godard Adriaan hier een enorme gunst mee doet. Dat terwijl Godard Adriaan hard gewerkt heeft voor dit bedrag. Ach, Margaretha kan niet te boos zijn op Uyttenboogaard: hij had bij Naarden een fraai buitenhuis met op het terrein een mooi bos staan wat door de oorlog flink geruïneerd is.
Johannes Uyttenboogaard, ‘De goudweger’, Rembrandt van Rijn, 1639. Collectie Boymans van Beuningen. Rembrandt was regelmatig te gast op Uyttenboogaards buiten Kommerrust.
Utrecht en Gelderland
De oorlog is nog lang niet gewonnen of Margaretha hoort al geruchten over de toekomst van de Republiek. Men hoopt dat Willem III ook stadhouder van Utrecht en Gelderland wordt. Dit gerucht is al spannend genoeg omdat het de macht van Willem III immens veel zou vergroten, maar het is schijnbaar niet verwonderlijkste wat Margaretha heeft gehoord. De plannen die ze hoort zijn zo vreemd, dat ze deze niet aan een brief durft toe te vertrouwen. Godard Adriaan moet maar snel naar de Republiek terug komen ,want het politieke landschap gaat veel veranderen in de komende tijd.
p s so hort wort mij in konfidensi geseijt dat men hoop heeft tot de provinsie van wttrecht en gelderlant en alsme daer toe soude geraecke sijnder van opijnie dat sijn hoocheijt daer in ijder wel Een stat= =houder mochte stelle, hier sijn al wondere konsepte op die men de pen niet kan vertrouwe, daer om mijns oordeels het wel goet sou sijn dat uhEd hier waert sal al vreemt toe hoore watter al om gaet mij verlanckt wat Antwoort uhEd op sijn briefve van sijn hoocheijt den raetpensionaris10Raadspensionaris Gaspard Fagel ende griffier fagel11Griffier Hendrik Fagel sal bekoome
Portret van een schrijvende vrouw, Carel de Moor (II), 1666 – 1738. Collectie Rijksmuseum.
1
François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg
2
Mogelijk een variatie op de handen weer vrij hebben.
3
Odijk
4
Werkhoven
5
Desein: plan, doel
6
Vuriglijk: Met veel inzet, toewijding, geestdrift, volharding; ijverig, toegewijd, enthousiast.
De brief van 9 september is verstuurd vanaf Amsterdam. Ontvanger Uyttenboogaard heeft namelijk tegen de drost gezegd dat hij de ordinantie niet kan betalen, en ook geen termijn kan geven, waarop Margaretha naar Amsterdam vertrokken. Ze wilde er wat druk achter te zetten. Ook is er zeer belangrijk nieuws uit Naarden… En Van Ginkel is erbij betrokken!
Geld en mannen
Het is heel fijn dat de troepen van Godard Adriaan inmiddels gearriveerd zijn, maar het maakt het dagelijks leven wel ingewikkeld. Margaretha had al moeite om de financiën van haar man en haar zoon bij te houden, nu komt dit regiment er ook nog bij. Het is de vraag wie al geld gehad heeft en waarvoor. Daarbij kunnen deze mannen ook weer uit verschillende potjes betaald worden. Gelukkig is er de oude vertrouwde Temminck waar Margaretha op kan rekenen, of dat bij alle officiers van de troepen ook zo is, vraagt ze zich serieus af.
Daarnaast is het de vraag welke troepen waar zijn en hoeveel man er nu echt zijn. Los van het feit dat er verschillende varianten zijn over de aantallen van de geleverde mannen, zijn goede manschappen ook bij andere regimenten zeer gewenst. Margaretha is er inmiddels achter dat meerdere mensen de mannen van Godard Adriaan claimen.
Margaretha schrijft alles minutieus op, hopelijk kan Godard Adriaan het nog volgen.
[wat dichter bij] ock hebbenderseer veel siecke onder die kompange geweest die meest al beetere, ick heb bij provijsie tot betaeline van de 25 man 50f aen gelt gesonde door den drost diet selfve aende sergant jochem nicklaij1Onbekende sergeant heeft gegeefve en belast alleen die 25 man daer meede te betaelle, uhEd sal nu sijn demissie2Demissie: Verlof om uit de dienst te vertrekken om thuijs te koome hebe ontfange, ick heb volgens uhEd schrijfve van Eerste deeser noch 50 bandeliere3Bandelier: Een door musketiers dwars over den schouder gedragen riem, waaraan een zeker aantal houten of metalen kruidmaatjes waren vastgehecht; later werd aan den bandelier de patroontasch gedragen bestelt te maecke en salt korlonels vaendel hier aent huijs vande drost bestelle, [nu leijt sijn hoocheijt met het]
In haar vorige brief vroeg Margaretha zich nog af of ze de troepen uit eigen zak moest betalen. Nu heeft ze de knoop doorgehakt. Ze heeft 50 gulden gereserveerd voor betaling van 25 man. De drost moet het geld aan een sergeant te gegeven, die ALLEEN deze 25 mannen daarmee mag betalen, en niets of niemand anders.
Maar dat is niet het enige dat Margaretha voor het leger doet. Ze laat op bestelling vijftig bandeliers maken en is nog van plan een kolonelsvaandel te laten maken.
Bandelier of schelkoord (fragment) van groen zijden ripslint, met florale motieven geborduurd van zilverdraad en vloszijde, aan uiteinde ornament met afhangende slingers, rondom afgezet met lusjesfranje van metaaldraad, anoniem, ca. 1700 – ca. 1750. Collectie Rijksmuseum
Willem III met het leger voor Naarden
Willem III ligt met het leger voor Naarden. De stad, die vorig jaar juni door de Fransen is ingenomen, is op dinsdag 5 september omsingeld. In de eerste dagen van september zijn troepen met uitleggers naar Naarden gebracht. Margaretha schrijft niets over uitleggers, maar ze wist op 1 september al wel te melden dat er iets groots op handen leek te zijn. Willem III heeft de stad opgeëist, maar de Fransen geven zich nog niet zo gemakkelijk over. Tot nu toe zijn de Staatse troepen nog bezig geweest met het op orde stellen van het geschut, maar Margaretha gelooft dat de beschietingen van de vesting vandaag van start zullen gaan.
[drost bestelle,] nu leijt sijn hoocheijt met het leeger voor naerde dat de heer van ginckel voorleeden dijnsdach heeft berentBerennen: Het insluiten van een plaats, zodat die plaats belegerd kan worden sij begrae fven haer daer voor sijn hoocheijt heeft de stat doen op Eijschen dan hebbe geantwoort hetsel =fve te wille defendeere, tot noch toe sijnse beesich geweest met de baterijeBatterij: Een verzameling geschut te stelle so datter noch niet op is gekanoneert maer gelooft me dat vandaech begine sal, [de heer van ginckel]
Belegering en verovering van Naarden (detail van de beschietingen), 1673, Jacobus Harrewijn, 1684. Collectie Rijksmuseum.
Van Ginkel op de linkerflank
Margaretha heeft begrepen dat haar zoon het commando voert op de linkerflank. Hij heeft het zo druk; hij heeft nog geen dag rust gehad! Hij heeft laatst 40 uur achter mekaar op zijn paard gezeten en is oververmoeid. Ze hoop dat de Heer hem sterkt en gezondheid geeft en hem zal bijstaan.
[vandaech begine sal,] de heer van ginckel komandeert so mij geseijt wort de lincker vleu =gelt vant leeger en heeft so veel te doen dat hij nacht noch dach rust heeft heeft 40 Eure te paert geseete, hoope de heer almachtich hem sterckte en gesontheijt sal geefve om deese swaere fatijgees4Fatigeren: Vermoeien te konne wtstaen voor waer het komter op aen, [den vijant seijt me dat noch]
Belegering en verovering van Naarden door de prins van Oranje (detail, met door de auteur groen omcirkeld Van Ginkel met zijn troepen), 1673, Romeyn de Hooghe, 1673. Collectie Rijksmuseum
Fransen, Spanjaarden en broodbakkers
Hoewel het erop lijkt dat het Staatse leger bij Naarden een klinkende overwinning zal behalen, is er nog geen eindoverwinning in zicht. Het Franse leger is nog zeer goed vertegenwoordigd in de bezette provincies en lijkt met geweld een troepenmacht te verzamelen. Men vreest voor een aanval op het Staatse leger. En dan zijn er nog de Spanjaarden, notabene de bondgenoten van de Republiek, die de schaarse levensmiddelen innemen zodra de schepen aanmeren! Ze willen niet eens betalen. Naast gebrek aan overige levensmiddelen, is er gebrek aan brood. Daarom zijn alle bakkers nu gelast dag en nacht voor het leger te bakken.
[het komter op aen,] den vijant seijt me dat noch wel inde 40000 man inde ge veroverde provinsie sterck is en dat se haer volck met gewelt bij Een trecke so dat men vreest sij noch Een
Efort op ons leeger sulle doen, de spaense maecke groote dees ordere, alser scheepe met vijfvrees5Vivres: Levensmiddelen en andere behoefticheede in ons leeger koome so haellen sijtter wt en koopent sonder te wille betaelle, waerom de toevoer so groot niet is alser wel noodich waer, en se somtijt broot gebreck hebbe nu is hier aen al de backers gelast nacht en dach voort leeger te backe en worter gesonde, [ick Maestri]
*Onderste boven aan de bovenkant van de pagina: tis hier dach en nacht sulck quade natten reegenige weer dat ick vrees ons leeger grootelijcks moet inko modeere
Maastricht is in elf dagen door de Fransen op de Republiek veroverd, hoe lang zal het nu duren voordat het Staatse leger Naarden op de Fransen verovert? Hopelijk staat de Heer ons bij. Margaretha zegt het niet met zoveel woorden, maar ze hoopt dat het allemaal snel voorbij is. In Amerongen zijn namelijk ook troepen gesignaleerd, en het schijnt dat er beesten gevorderd worden. En er was al niet veel meer over in het dorp…
[leeger te backe en worter gesonde,] ick Maestri hebbe de franse van ons in Elf dage gekreechge hoet ons hier voor naerde gaen sal moete wij sien de heer wel ons bij staen en sijne seegen geefve, de partije loope tot Ameronge toe daer al beeste vandaen hebbe gehaelt, so dat nu weer op nieu alles bedurfve wort watter noch over is gebleefve, [het doet mij leet dat het ter plaet]
Op het moment dat ze haar handtekening onder de brief van 9 september zet, heeft Margaretha maar liefst zes kantjes volgeschreven. Maar ze heeft nog meer te melden, want ze voegt nog een los briefje toe. Bij Wijk bij Duurstede schijnt de vijand een brug te hebben geslagen. Zouden ze zich in de Betuwe zich willen terugtrekken? Ze hebben in ieder geval flink in de omgeving geplunderd. In Amerongen wonen nog maar drie inwoners: Teunis Huijbertse, de secretaris en ene Jan Evertse. Wat een ellendige oorlog is dit toch…
te wijck te duerstede heeft den vijant Een bruch geslage somige meene dat is om alstder op aen sou koome om haer reetreete inde beetuwe te neeme, voor hebbense alle bruchge afgebroocke, en de meeste dorpe weer wt geplundert, te Ameronge sijn maer drije mans int heelle dorp dat is tunis huijbertse en de seekreetaris en Eenen ijan Evertse, och wat Elendiger oorlooch is dit, de heer almachtich wil ons alle bij staen, men seijt deese nacht met het ineeme vande konterscherp6Conterscherp: De buitenboord van eene vestinggracht daer 700 man in was en al omgekoome sijn van donse wel bij de 1200 soude gebleefve sijn
Bandelier: Een door musketiers dwars over den schouder gedragen riem, waaraan een zeker aantal houten of metalen kruidmaatjes waren vastgehecht; later werd aan den bandelier de patroontasch gedragen
4
Fatigeren: Vermoeien
5
Vivres: Levensmiddelen
6
Conterscherp: De buitenboord van eene vestinggracht