De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Geld Pagina 1 van 3

Fortuinlijkheden

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 4 februari 1680 Utrecht
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 februari 1680
Lees hier de originele brief
In de scans van de brieven is volgorde omgewisseld van deze brief met die van 10 februari

Margaretha is een paar dagen in Utrecht, en heeft daar 1000 dukatons (3150 gulden) gekregen van belastingontvanger De Leeuw. Nu kan ze allerlei geldzaken gaan regelen en bijvoorbeeld het land van Verweij betalen en 1000 gulden opzij leggen voor Godard Adriaans wissels.

Brieffragment ontvangen geld

[reca. 12. Februarij]
wt wttrecht den 4
febrijwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
ick ben Eergistere avont hier1Utrecht gekoome en heb giste
=ren
de bewuste duijsent duijckatons ter som van
3150f vande ontfanger de leuw2De Leeuw ontfange, [die]

Brieffragment betalen land en wissel Godard Adriaan

ick sal wt deese peninge nu verweij sijn lant be=
taellen dat met den vijftichsten peninck bij de
1600f bedraecht, en duijsent gul tot behoef van
uhEd of betaeline van deselfs wissels onbemoeijt
laete leggen, [ick meende hier met den rent]

In een ruimte staan lange tafels waaraan mannen op banken zitten. Zij hebben papieren en rekentafels voor zich. Tussen de tafels staan mannen te overleggen. Bovenaan een drapperie waarop staat "Coutereels Konstigh cyfferboeck; met volkoomene Uytwerckings en reele Konst Vermeerdering". Onder de prent staat "Utrecht by I.v. Poolsum, Anno 1690"
Mannen maken rekensommen, Jan Luyken, 1690. Titelpagina voor: Titelpagina voor: Johan Coutereels, ’t Konstigh cyffer-boek, 1690. Collectie Rijksmuseum.

Erfpacht

Maar met allerlei belastingen en erfpacht en eerdere afspraken van Godard Adriaan met de schout wordt het wel ingewikkeld, dus op een gegeven moment komt ze er niet meer uit. Moeten ze nu boven 50 gulden erfpacht voor de Heimenberg ook nog 80 gulden extra betalen? Als het moet, dan moet het, maar wil Godard haar eens schrijven hoe het precies zit? Ondertussen heeft ze de rentmeester maar om een duidelijke berekening gevraagd.

Brieffragment erfpacht

seit wij hem boven de Erfpacht van 50f sijaers die ick

van ijaer tot ijaer heb betaelt, noch tachtentich gul sijaers3per jaar
moet geefve waer op Eenige ijaere schuldich soude sijn
, daer ick niet van weet mij staet wel voor dat uhE
mij geseijt heeft van de dusse4Johan van der Dussen, schout van Rhenen geackordeert te hebbe
maer niet van dat mij 80f ijaerlijxs voor dien heij
=men berch5Heimenberg, bij Rhenen soude geefve, alst so is moet ickt betae
=len, uhEd belieft eens te schrijfve wat hier van is,
ondertusche heb ick de rentmeester vande domeine
doen versoecke dat hij mij Een suijvere reeckeni6berekening
van altgeene hij tot dato dees7tot dato dezes: tot vandaag van ons te
preetendeere8vorderen heeft dan sal ick sien hoe wij
met hem staen , [gisteren heb ick uhEd schrij]

Vergezicht met in het midden een rivier waar in Staat Den Ryn. In de rivier varen bootjes, Rechts bos en zandgrond, helemaal rechts de stad Rhenen met de Rijnpoort. Aan de overkant van de rivier de kerk van het dorp Lienden. Boven de prent staat 'T Gesigt van de Betuwe
Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen over de Rijn op de Betuwe met in het midden het dorp Lienden, anoniem, ca. 1690-1720. Collectie Het Utrechts Archief. Heimenberg is een ringwalburg op de Grebbeberg.

Echt spitgebraad

Gisteren heeft ze de brief van Godard Adriaan van 24 januari ontvangen, met daarin het nieuwjaarsgeschenk (geld) voor de kinderen. Dat zal vast met gejuich ontvangen worden als ze weer op Amerongen komt! Godertje was bij haar vertrek naar Utrecht gelukkig een stuk opgeknapt. Hij speelt al weer de baas! Hij wil elke dag gebraden vlees van het spit. Als de kokkin hem een gebraden appel of iets uit pan voorzet wordt hij woest en zegt dat hij alleen beter wordt van écht spitgebraad.

Brieffragment gebraad

[met hem staen,] gistere heb ick uhEd schrij
=vens vande 14/24 ijauw9januari hier sijnde ontfange met de inge
slootene nieuijaere voorde kindere daer wel groote
vreuchde over sal weesen, godertge heb ick de heer
sij gedanckt heel wel tot Ameronge gelaeten, me
hoeft hem niet te segge dat hij den baes moet speele
doet het genoech wil alledaech spitte gebraet
Eete als visbach hem Een gebrade Apel of Eits
inde pan gebrade geeft kijft hij met haer en
seijt dat dat geen gebraet is en hij Eerst wt
sijn sieckte komt en spitte gebraet moet
Eeten, [de heer van ginckel die teegen
woordich]

Een keukenmeid rijgt een kip aan het spit terwijl een zittend man met een kruik toekijkt. Op de tafel links ligt nog meer gevogelte, voor de tafel op de vloer en opstapeling van groente: kolen, bloemkool, meloenen, komkommers, kalebassen, uien en fruit. Bij de voeten van de man ligt een bord met stukken vlees. Rechtsonder enkele vissen, een koperen ketel en een pot. Op een ton staan een kruik en een pasglas.
Keukeninterieur, Jan Olis, 1645. Collectie Rijksmuseum.

Gouverneur

Ook fortuinlijke berichten over grote zoon Godard: hij is deze week benoemd tot gouverneur van de steden van Utrecht en in de Statenkamer met alle eer ontvangen. Men zegt dat hij van hoog tot laag gewaardeerd wordt. Margaretha is maar wat trots en vindt dat ze God niet genoeg kunnen danken voor deze genade.

Brieffragment gouverneur

[Eeten, ] de heer van ginckel die teegen woordich

met sijn hoocheijt op soesdijck is, heeft dees weeck
sijn Ackte als goeverneur vane stat en steede
slants van wttrecht, inde staete kamer ver
toont, men heere de state liete hem door haer
sekreetaris ophaelle, toonde hem alle seer
vernoecht met sijn Persoon te sijn gelijck so
mij geseijt wort ock al de gemeente so groot als
kleijn is en verblijt sijn hem als goeverneur te
hebbe, wij konne godt niet genoech dancken
voor sijne genade, [de tijdinge wt vranckrijck]

Links een rijtje huizen met sierlijke gevels, aan het eind een tuinmuur. Loodrecht op de tuinmuur staat een witgebouw van twee verdiepingen met een rijk versierde voordeur met een trap ervoor. Rechts staat een boom en half achter de boom staat een koets. Twee mannen lopen de trap op naar de deur, links van de trap staat een soldaat (?) op wacht. Op het plein zitten twee honden.
Statenkamer van Utrecht op het Janskerkhof, Jan de Beijer, 1736. Collectie Het Utrechts Archief.

Precisie-diplomatie

De onderhandelingen met Frankrijk lijken de goede kant op te gaan. Alleen schijnt Lodewijk XIV te klagen dat ambassadeur Everard van Weede van Dijkveld niet alles wat minister Colbert tegen hem zegt “punctueerlijk”, dus precies genoeg, aan de Nederlandse staat doorgeeft, en dat men dat hier eigenlijk ook vindt. Maar wat daar van waar is?

Brieffragment berichten uit Frankrijk

[voor sijne genade,] de tijdinge wt vranckrijck
seijt me dat wat beeter beginne te luijen als voor
dees hoope dat godt noch alles tot onsen beste
sal schicken, maer so geseijt wort sou de ko=
ninck van vranckrijck10Lodewijk XIV over onse Ambassadeur
s en insonderheijt over den heer van dijckvelt
klaechge dat hij volgens konins begeerte
niet alle de woorde poeijnteweelijck11punctueel, precies die kol
=bert12Jean-Baptiste Colbert wt last vande koninck aen hem geseijt
had aende staet heeft geschreefve, wdaer
men hier ock niet wel over te vreede soude
sijn, wat vande waerheijt is weet ick niet ,

Jean-Baptiste Colbert, geportretteerd in het centrale stuk van een rijk gedecoreerd tapijt. Om het portret een krans van eikenbladeren. Minerva legt de laatste hand aan het borduursel van de randversiering van het tapijt, waarop tal van allegorische voorstellingen staan, elk met een Latijns motto. In de rechterbenedenhoek van het tapijt staan de gekroonde initialen van Colbert. Op de grond liggen sieraden, muntstukken, toneelaccessoires,
Portret van Jean-Baptiste Colbert, Charles Le Brun (gravure) naar schilderij van Philippe de Champaigne, 1664. Collectie Rijksmuseum.

Twijfel

Het gedraai rond de uitgifte van het rekenmeestersambt neemt toe. Doktor van Straten was blijkbaar tegen de heer van Dukenburg veel minder uitgesproken over steun van de stadhouder voor zijn kandidatuur dan tegen Godard Adriaan. Margaretha weet nu ook niet meer wat ze moet geloven. Dukenburg wil heel graag een antwoord van Godard Adriaan op eerdere brieven met daarin de vraag wat hij nu het beste kan doen.

Brieffragment rekenmeesterschap

daet is, ick heb hem geseijt dat strate uhEd heeft ge=
schreefve het apsoluijt van sijn hoocheijt te hebbe, dat ick
nu qualijck kan geloofve dewijl hijt so breet aende heer van
duijckenburch niet schrijft, dewelcke versoeckt van uhEd met
den Eerste Een letter tot Antwoort op sijn briefve en hoe hij
hem voort sal gedrage, hiermeede blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Opgaande zon

Uit de PS blijkt dat er zijn meer mensen die ter vergeefs op antwoord van haar man zitten wachten. Secretaris Nicolaas Beusekom heeft wel vier brieven geschreven maar heeft sinds Godard Adriaan is vertrokken maar één bericht van hem gehad. Terwijl zijn zoon Godert (voluit Godard Adriaan) er gisteren zomaar wel weer eentje kreeg. Margaretha grapt dat haar man zich blijkbaar liever tot ‘de opgaande zon’ richt, of te wel, in de zoon een rijzende ster ziet, ten koste van de vader. De vrouw (en moeder) van Beusekom snapte het grapje niet of zag er de humor niet van in. Maar Godard Adriaan krijgt van hen alle drie de groeten, en of hij die van Margaretha ook aan Majoor Blanche en aan Jenneke, het kamermeisje wil doorgeven.

Margaretha’s PS paste precies op het papiertje dat ze daarvoor in gedachten had, alleen bedacht ze daarna nog wat dingen die ze kwijt moest. Gelukkig had ze wat ruimte in de kantlijn gehouden.

Brieffragment opgaande zon

maer Eenen brief vande selfve in
seedert sijn vertreck ontfange te
hebbe dat hem ongewoon is ten vreemt
dunckt gistere kreech sijn soon Een
van uhEd, ick seijde dat deselfve
met de opgaende son hielt dat
Juff beusekom so niet verstaet
sij alle preesenteere haeren dienst
aen uhEd, en ick mij hartlijcke
groetenis aen den heer Majoor blansge
en jenken13Jenneke

Heuvelachtig landschap met een opkomende zon en op de voorgrond een boom. Op een banderol een devies in Latijn en een onderschrift in Frans, beide over de liefde.
Landschap met opkomende zon, Albert Flamen, 1672. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Utrecht
  • 2
    De Leeuw
  • 3
    per jaar
  • 4
    Johan van der Dussen, schout van Rhenen
  • 5
    Heimenberg, bij Rhenen
  • 6
    berekening
  • 7
    tot dato dezes: tot vandaag
  • 8
    vorderen
  • 9
    januari
  • 10
    Lodewijk XIV
  • 11
    punctueel
  • 12
    Jean-Baptiste Colbert
  • 13
    Jenneke

Gelukzalig Nieuwjaar

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 6 januari 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 15 januari 1680
Lees hier de originele brief

Een echte nieuwjaarsbrief, en zo noemt Margaretha hem ook letterlijk, al lezen we dat pas helemaal aan het eind. Want de eerste twee pagina’s besteedt ze vooral aan het glibberige zaakje van de nominatie van een rekenmeester voor de Staten. De heer van Dukenburg (Karel Valkenaer) en Godard Adriaan mogen allebei iemand voordragen aan stadhouder Willem III, maar eigenlijk wil geen van beide openlijk iemand noemen als niet bij voorbaat zeker is of die Zijn Hoogheids goedkeuring heeft. Dat moet er dan weer niet al te dik boven op liggen, dus wringt iedereen zich voorlopig in allerlei bochten….

Aanhef brief en de rekenmeester

[reca 15en Januarij]
Ameronge den
6 ijanwa 1680

Mijn heer en lieste hartge

wt uhEd meesiefve vande 24 pasato1verleden sien ick met
verwonderin t geene docktoor strate2Willem van der Straaten aen uhEd
heeft geschreefve, geloofve dat sijn hoocheijt Een goet
woort aen hem sal gesproocken hebbe op dat
preesipoost3veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen), dat uhEd met hooch gemelde hoocheijt
hiersijnde van hem sprack en seijde dat den heer
r p4raadspensionaris Gaspar Fagel hem so Ernstich had gereeckomandeert5aanbevolen ,
ick heb ock verstaen dat den heer van duijcke
=burch6Karel Valckenaar seijt bij de lootine te hebbe konne mer=
=cken dat sijn hoocheijt gaerne sach dat sijnh7Zijne Hoogheid
sijn part vant bekende reeckenmeesters
plaets aende straete8Willem van der Straaten liet sonder nochtans het selfe
te wtten, [en aende seekreetaris luchtenburch]

Gravure van die alen die in een weiland liggen te kronkelen
Drie alen in het gras, Albert Flamen, 1664. Collectie Rijksmuseum.

De keurvorst draait bij

Margaretha is blij te horen dat Godard Adriaan in Berlijn zo goed door de keurvorst en zijn vrouw is ontvangen. Ze hoopt maar dat met de nodige tact van Godard Adriaan en vooral (!) de hulp van God, de wrok die de keurvorst van Brandenburg nog tegen de Staten koestert wat zal afnemen. Volgens een brief van Van Heteren van 26 december lijkt het de goede kant op te gaan.

Eerste brieffragment ontvangst bij de keurvorst
Tweede brieffragment ontvangst bij de keurvorst

dat uhEd so wel bij den heere keurvorst en
keurvorstine9Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg is onthaelt, is mij van harte
lief, hoope dat door uhEd beleijt en voor al
de hulpe godts de kooleere10Kolere: woede, gramschap, toorn die de keurvorst

teegens den staet heeft sal gestilt worden, en
uhEd noch wat goets te beste van ons liefve
vaderlant sult wt wercken, gelijck ick heede
wt het schrijfve van van heeteren11Van Heteren sien, dat
uhEd meesiefve vande 26 deesem12december, wat beeter hoop
toe geefve, [tis beeter int Eerst wat hart]

Zicht op een water ,et op de voorgrond een kade met daarop mensen. Voor liggen twee bootjes. Aan de overkant van het water een groot slot met veel torens. Eromheen diverse andere gebouwen. Eronder staat een legenda geschreven. Boven: Prospect de Chur:Fürstlichen Brandenburgischen Residens In Cöllen an der Spree.
Zicht op de Keurvorstelijke Brandenburgse residentie in Cöllen aan de Spree, Johann Stridbeck, 1690. Pagina 4 (schan 13) in: Die Stadt Berlin in 1690, Johann Stridbeck. Collectie: Staatsbibliothek zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz.

Eind goed, al goed

Met het oog op deze voorzichtige gunstige ontwikkeling heeft Margaretha nog een toepasselijk spreekwoord: Het is beter in het begin hard te worden aangepakt, dan aan het eind, als men maar tot zijn buit komt: Tegenslag in het begin is beter dan aan het eind, zolang je het doel maar bereikt. Of te wel: Eind goed, al goed. De keurvorst en zijn vrouw hebben zelfs naar Margaretha gevraagd! Dat is een grote eer, en ook een goed teken.

Brieffragment onderhandelingen en dank aan keurvorst en keurvorstin

[toe geefve] tis beeter int Eerst13in het begin wat hart
aengetast te worden, als int lest14op het laatst, alsmen
maer tot sijn buijt komt en uhEd maer de
intensie15doel, bedoeling van sijn hoocheijt en menheere de
staten16Staten-Generaal kont bereijcke hoope dat alles wel
sal sijn, wij sijn voorwaer den heere keurvorst
en keurvorstin wel veroblijgeert17verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn datse mij
deer18de eer doen van noch te gedencken, en naer
mij te vraegen, [hoe den heer smitser aen]

In een kamer met een zwartwit geblokte tegelvloer zitten een man en een vrouw aan een ronde tafel met een blauw kleed te kaarten. Achter de vrouw staat de dienstmeid die haar een glas wijn inschenkt. Een jonge man leunt op de stoel van de man en kijkt mee in zijn kaarten. Achter de tafel hangt aan het plafond een groen paviljoen. Een soort loshangende hemel boven een bed. Aan de muur op de achtergrond hangen drie geweren, een schilderij met schepen, een plattegrond en een spiegel. Ook hangt er een bak met een kraantje boven een soort wasbekken op een poot. Tegen de muur staan twee stoelen, een deur staat open. Op de voorgrond snuffelt een hondje met een rode strik op de grond.
Kaartspelers in een interieur, Gesina ter Borch, ca. 1660. Collectie Rijksmuseum.

De rekening loopt weer op

Jammer alleen dat de rekeningen zo oplopen. Margaretha zit weer in de bekende vicieuze cirkel van de ordinanties en assinaties. Ze moet schulden af lossen, maar kan dat alleen als er een ordinantie van de Raad van State is die Van Heeteren dan bij ontvanger De Leeuw in Utrecht kan laten uitkeren, als er een assinatie is. Of ze zou het geld van monsieur Blanche moeten gebruiken. Ze hoort graag wat Godard Adriaans wensen zijn.

In een medaillon staat een vrouw met een sierlijke jurk aan met haar linkerhand omhoog met daarin een geldbuidel. Ze kijkt naar de buidel. Haar rechter arm heeft ze voor haar middel en in haar rechter hand heeft ze een witte veer. Het medaillon staat op een pedestal en daarop staat La drolesse contante (de contante vrolijkheid)
Vrouw met geldbuidel, Jacob Gole (prentmaker) naar Cornelis Dusart, 1670-1724. Collectie Rijksmuseum.

Veel gezondheid en voorspoed

Margaretha sluit haar brief af met een echte nieuwjaarswens: Een gelukzalig nieuwjaar met veel gezondheid en voorspoed. Maar…ze is nog niet klaar, want er komt nog een aparte p.s. met een brisant nieuwtje over Philippota en Zijn Hoogheid…

[sal verwachte,] waermeede naer19na uhEd
Een gelucksalich nieuijaer met veel gesont
heit en voorspoet te wensche blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Figuren op het ijs bij een dorp met links een landweg met houtspokkelaars, voorstellende de maand januari. Links- en rechtsboven de bij deze maand behorende symbolen van het sterrenbeeld: waterman.
Januari, Jan van de Velde II, 1616. Collectie Rijksmuseum.

Vrede

Ze kan deze nieuwjaarsbrief niet afronden zonder te vertellen over de toorn van schoondochter Philippota die op prins Willem III is neergedaald. Philippota is om de een of andere reden erg boos op hem. Op bezoek in het jachtslot te Dieren heeft ze zelfs tegen zijn gemalin gezegd dat ze hem niet meer wil zien of spreken, en dat Mary20Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd hem dat gerust mag laten weten! Dat heeft blijkbaar indruk gemaakt, want Willem III heeft op zijn beurt Godard verzocht haar mee te brengen naar Den Haag, zodat hij weer vrede met haar kan sluiten.

Naschrift over de woede van Philippota

ps dees nieuijaers brief heb ick niet konne af sijn
uhEd te sende van onse dochter poo21Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo… , die so
quaet op de prins van oransge, is dat sij hem
niet meer wil sien veel min22veel min: veel minder, laat staan spreecke hetwelck
sij aende prinses te diere23Dieren sijnde heeft geseijt en
belast het vrij aende prins te segge, sijn hoocheij
heeft d heer van ginckel belast poo24Ursula Philippota mee inde haech25Den Haag
te brenge want dat hij de peijs26vrede weer met haer
maecke most,

Links een soldaat in een rode jas met een brede zwarte hoed met een rode veer erop. Hij draagt een donkere band over zijn schouder met daaraan zijn zwaard, in zijn rechterhand heeft hij een wandelstok. Zijn broek is beige, hij draagt witte kousen en zwarte schoenen. Rechts een dame van achteren met een kapje waar losse haren onderuit steken. Ze draagt een zwart jak met een witte kraag die haar schouders bloot laat. Het jak loopt aan de achterkant in een punt uit die tot op haar kuiten komt. Daaronder draagt ze een gele rok. In haar rechterhand heeft ze een blauwe veer. Tussen de twee staat de volgende tekst geschreven: K hoop dat noch mijn groot Mende U int Ende Sal veranderen doen van sin Dat ick noch u gunst sal erven En verwerven T geene dat ick soo bemin Fijnis
Soldaat en dame van achteren, Gesina ter Borch, ca. 1654. Collectie Rijksmuseum.

Nieuwjaarsmaaltijd

Graag had Margaretha haar man een deel van het vlees van hun eigen slacht gestuurd, maar daarvoor is Berlijn toch echt te ver. Ze hoopt nu maar dat Godard Adriaan en zijn mannen in gezondheid van de slacht ter plekke kunnen eten, en ook dat de vertraagde spullen uit Bremen toch snel zullen aankomen. In ieder geval is ze erg blij dat het zo goed met de onderhandelingen gaat.

Naschrift over slacht en onderhandelingen

ick hoop uhEd sijn provijsie27voorraad vant slachte met
sijn volck ingesontheijt sal Eeten, ick had
of deselfve wel wat van hier gewenst
maert was te veer te sende, hoope sijn
goet van berlijn n breeme nu sal hebbe
gekreeche, ben van harte verblijt de
affaerees bij uhEd so wel staen.

Sorgheloos, Weelde en Gemak zitten in de herberg "'t huys van Quistenburch" aan een gedekte tafel te eten en te drinken. Rechts een vrouwelijke bediende met pastei en een jongeman die wijn inschenkt. Op de achtergrond de keuken waar een vrouw het vuur aanblaast. Onder tafel heeft een hond een bot.
De maaltijd, Cornelis Antonisz., 1541. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    verleden
  • 2
    Willem van der Straaten
  • 3
    veronderstelling (van het Franse presuposer, veronderstellen)
  • 4
    raadspensionaris Gaspar Fagel
  • 5
    aanbevolen
  • 6
    Karel Valckenaar
  • 7
    Zijne Hoogheid
  • 8
    Willem van der Straaten
  • 9
    Friedrich Wilhelm van Brandenburg en Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg
  • 10
    Kolere: woede, gramschap, toorn
  • 11
    Van Heteren
  • 12
    december
  • 13
    in het begin
  • 14
    op het laatst
  • 15
    doel, bedoeling
  • 16
    Staten-Generaal
  • 17
    verobligeerd zijn: aan iemand iets verschuldigd zijn, door iemand vereerd zijn
  • 18
    de eer
  • 19
    na
  • 20
    Mary Stuart II, oudste dochter van James van Engeland, ze is in 1677 met Willem III getrouwd
  • 21
    Dit is de eerste (en de enige) keer dat Margaretha haar schoondochter bij haar koosnaam noemt. Waarom Philippota zo boos is, is niet duidelijk. Japikse (Prins Willem III, deel II 1930, 114) vermoedt dat het mogelijk ging over het feit dat buitenlandse officiers de hogere posities toegespeeld kregen. Meestal laat Margaretha zich daar ook wel over uit, en dat is hier niet zo…
  • 22
    veel min: veel minder, laat staan
  • 23
    Dieren
  • 24
    Ursula Philippota
  • 25
    Den Haag
  • 26
    vrede
  • 27
    voorraad

Zorgen om zonen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 9 juni 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede
Lees hier de originele brief

Hoera! Godard Adriaan heeft geschreven dat hij waarschijnlijk binnenkort zal ‘repatrijEere’. Oftewel: hij komt thuis! Maar eerst nog even wachten op zijn demissie. Ondertussen heeft Margaretha zelf nog genoeg om handen.

Brieffragment hoop op thuiskomst

Ameronge den
9 ijuni 1677

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 2 deeser sien ick dat de
selfve weer hoop heeft om in korte te repatrijEere
als uhEd sijn demissie heeft en op wech is om te
huijs te koop koome sal ick mij met die hoope
verheuchge, [het heeft so lange geduert dat ick]

Cirkelvormige tekening van een zandpad met rechts een knotwilg bij een hek. Op het pad rijdt een wagen met daarvoor een paard. De zweep steekt boven de huif uit. Daarachter loopt op het zandpad een man met een rode jas, zwartte hoed en blauwe laarzen. In zijn rechterhand een stok, op zijn rug een geweer en naast hem een hondje. Links op de achtergrond een stad.
Zomer: Landweg met jager en koets, Gesina ter Borch, ca. 1655. Collectie Rijksmuseum.

Geldzaken

Waar is Margaretha zo al mee bezig? Onder andere met geldzaken. Ze moet Temminck nog 1000 gulden betalen. Hij heeft dit bedrag voorgeschoten om de schepen met kalk hier te krijgen. Ook houdt het gedoe met neef (en pleegzoon) Welland Margaretha aardig bezig.

Eerste brieffragment geld
Tweede brieffragment geld

als de te versoeckene 3000f sulle sijn ontfa
sal ick weer 1000f aen teminck daer van
moete sende hij heeft nu korts aen Een, twe
scheepe met kalck gesonde die beijde ontrent
of over de seeven hondert f bedrage die hij be=
taelt heeft, wat den brief vande preedikant
van hengele belanckt hij heeft gelijck so seijt
briEerijus ock sij konne den heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken

om haer gelt niet aenspreecken [de wijlle de oblij=]

Woest gevecht tussen de geldzakken en de geldkisten. Op de grond liggen munten, rechtsvooraan een hond aan een ketting.
Strijd tussen de geldzakken en geldkisten (titel op prent: Ryckdom maeckt dieven), Pieter van der Heyden naar Pieter Brueghel (I). Collectie Rijksmuseum.

Timide

Ondertussen verblijft Ursula Philipotta nog bij Godard van Ginkel in het leger. Ze schijnt zich daar erg te vermaken. Van Ginkel staat in de gunst. Moeders hoopt dat hij er nu eens voordeel van zal trekken, maar weet ook dat hij vaak te timide is om voor zichzelf of voor zijn kinderen iets te eisen.

Brieffragment timide Van Ginkel

[staen, van noode sulle sijn,] de vrou van
ginckel is noch int leeger, diverteert haer daer
heel wel so sij schrijft, dat de heer van ginckel
so wel te hoof staet is mij wel lief en wensche
het lange mach dueren en dat hij daer
wat vruchte van mocht trecken daer ick
noch niet veel van hoore, hij is te tiemide
om voor sijn selfve of sijn kindere wat te
Eijschen [en men brenckt het de lie van selfs]

Familieportret. Gezin in een interieur. In het midden de vader en moeder, hier omheen twee dochter en twee zonen. De vader heeft een brief in de hand, de moeder een sleutel, de jongen links een kandelaar, de jongen op de achtergrond zit achter een tafel waarop boeken en schrijfgerei liggen. Het meisje rechts heeft een marmot in de armen. Op de voorgrond een hondje. Rechts een hoge schouw, op de achtermuur hangen twee schilderijen.
Familietafereel, toegeschreven aan Caspar Netscher of Nicolaes Roosendael, 1649-1684. Collectie Rijksmuseum.

De zoon van Elsje Quint

Groot lokaal nieuws. De zoon van Elsje Quint uit Amerongen heeft tijdens een handgemeen in een herberg zijn zwaard getrokken. Hij is in hechtenis genomen en is veroordeeld tot het vuurpeloton. Van Ginkel schijnt nog om gratie te hebben gevraagd bij Willem III, maar het mocht niet baten. Margaretha vindt het verschrikkelijk. Zo’n jonge jongen; hij kwam pas net kijken! Gelukkig is hij wel christelijk gestorven, dus God zal zijn ziel wel genadig zijn.

Brieffragment over de zoon van Elsje Quint

[sal,] daer is hier te Ameronge onse arme
Elsge quint haer soon die wel Een lichtmisLichtmis: Een manspersoon van losbandigen levenswandel, een losbol, een doordraaier
was, en dienst onder de garde hadt, kreech
questie in Een harberch met Een offisier oft
sijn Eijgen offisier was weet ick niet altijt
hij heeft sijn deegen teegens den offisier te ge=
trocke en is aenstonts in Aprehensie2Apprehensie: Gevangenneming, arrestatie ge=
raeckt en gekondemneert3Condemneren: Veroordelen om geharkibiseert4Een arquebus ofwel haakbus is een vuurwapen, een voorloper van het musket, harkebuseren is dus fusilleren met haakbus
te worde, het welcke geschiet is, de heer van
ginckel schrijft sijn hoocheijt om sijn pardon
versocht te hebbe, dan heeft niet geholpe
mij jamert de moeder seer, tis waer vol=
gens den artijckel brief most hij sterfve
maer daer krijge so veel haer pardon
die mensche omt leefven hebbe gebrocht, en
dit was noch so Een jonge bloet die Eerst
inde werlt quam kijcken, nu so geschreefve
wort is hij ongemeen kristelijck gestorfve
en begeerde geen pardon schoon hij die had
gekreegen so hij seij, so dat niet twijfel of
godt sal sijn siel genadich sijn[, wat is den]

In een stad staat een soldaat klaar om een geblinddoekte man die vastgebonden staat aan een paal neer te schieten met een geweer. De loop van het geweer rust op een standaard. Op de achtergrond worden mannen onthoofd en kijken nieuwsgierige mensen toe.
Te Jönköping wordt baron Gustav Skyte vanwege zeeroof met een haakbus neergeschoten, zijn makkers worden onthoofd, Jan Luyken, 1663. Collectie Rijksmuseum.

Gedroomde vrede en mogelijke belegering

Ondertussen is Margaretha de oorlog meer dan zat. Volgens sommigen lijkt de vrede in zicht, maar volgens Margaretha zien zij het allemaal veel te rooskleurig in.

Het lijkt er ook op dat er een belegering wordt voorbereid: troepen verzamelen zich rond Roermond. Zal dat nog op tijd lukken? Het wordt dan wel heel laat in het jaar. En de Lunenburgers zullen nog wel even op zich laten wachten… En wat een geld zal het allemaal weer niet moeten kosten?!

Brieffragment over dromen van vrede

[godt sal sijn siel genadich sijn,] wat is den
oorlooch mochte wij Eens Een gewenste vreede be
=leefve daer so geseijt wort hoop toe is, maer
wij flateeren5Flatteren: Gunstiger voorstellen dan met de waarheid overeenkomt ons seer licht[, dus verder geschree]

Brieffragment mogelijke belegering

men spreeckt seer vande groote preeperaesie die tot
Een beleegerin worde gemaeckt, ock hoort me
van alle kante datter veel volckere ontrent
reurmunde versaemelt wort, dant wort
laet int ijaer en als de luijnenburchse daer
men so ick hoor staet op maeckt so laet sule
bij koome salt ons wel weer wt onse gissine
gaen, en veel gelts als subsidie en ande gelde
=re voor niet geefve, wat salmen doen alst
de heere so goet vinde [moeten de ingeseetene]

Ets van een wereldbol met deugden en ondeugden. Onder de wereldbol een cartouche met de titel: Omnium rerum vicissitudo est.
Omnium rerum Vicissitudo est (Er is verandering in alle dingen), Zacharias Dolendo naar Jacques de Geyn (II), ca. 1596-1597. Collectie Rijksmuseum. Wereldbol waarop in ronde cirkel deugden en ondeugden: Van rechts naar links: Fortitudo (kracht), Rijkdom, Superbia (trots), Invidia (jaloezie), Oorlog, Armoede en Geloof. Middenboven zit Vrede. Boven haar hoofd een krans van wolken waardoor goddelijk licht op haar schijnt.

Utrechtse politiek

Het is een rotzooitje in Utrecht. Alles wat predikant Van Hengel over de politiek aldaar geschreven heeft, is waar. De rente wordt niet betaald, de ridderschap betaalt ook niemand, de rentmeesters spelen de baas en er is geen ontzag of respect meer. Het is bedroevend om te zien hoe alles gaat.

Brieffragment Utrechtse politiek

alt geene de preedikant vande hengele schrijft
is waer het gaet tot wttrecht so wonderlijck
in alles toe dat Een schrick is te hoore ,
renthe wordender niet betaelt Elck
klaecht Even seer, de ridderschap be=
taelt ock niet de rentmeesters speelle tee
=nemael den baes, int kort geseijt Elck
is meester daer is noch ontsach noch rees
speckt, en bedroeft te sien hoe alles gaet
de heer almachtich wil ons Een beetere tijd
verleene, in wines bescherminge uhEd be
veelle en blijfve

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
MTurnor

Op een plein staat een gebouw met twee verdiepingen een zadeldak, vier schoorstenen en een rijk versierde toegangsdeur. Daaraan vast een kleiner gebouw met een trapgevel. Het plein is verder omsloten door muren. In de hoek bij de deur staat een wachthuisje met daarnaast een man (soldaat?). Op het plein loopt een man met een stok over zijn schouder en een man met een zak op zijn rug.
Gezicht op de voorgevel van de Statenkamer en de zijgevel van het Ridderschapshuis aan het Janskerkhof te Utrecht, L.P. Serrurier, 1724. Collectie Het Utrechts Archief.
  • 1
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
  • 2
    Apprehensie: Gevangenneming, arrestatie
  • 3
    Condemneren: Veroordelen
  • 4
    Een arquebus ofwel haakbus is een vuurwapen, een voorloper van het musket, harkebuseren is dus fusilleren met haakbus
  • 5
    Flatteren: Gunstiger voorstellen dan met de waarheid overeenkomt

Het failliet van neef Welland

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 26 mei 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 31 mei 1677
Lees hier de originele brief

Oh nee! Godard Adriaan heeft tóch een extra opdracht gekregen! Nu duurt het dus nog langer voor hij thuis is. Margaretha lijkt het gelaten op te nemen. Haar zorgen zitten tijdelijk elders: Neef Welland raakt steeds dieper in de financiële problemen. Zijn schuldeisers hebben nog steeds geen cent terug gezien van wat ze hem hebben geleend. Hij betaalt niet eens rente. Erger nog, ze kunnen geen contact met hem krijgen. De heer Breijerius trekt zijn handen van hem af. Hij wil nog wel met Godard Adriaan zaken doen, maar niet meer met Welland. Omdat de Van Reedes blijkbaar garant stonden, komt Wellands schuld nu voor hun rekening. Het zelfde geldt voor een schuld aan predikant van den Hengel.

Brieffragment Welland

[Rec:. 31 dito]
Ameronge den
26 meij 1677
Mijn heer en lieste hartge

heeden ontfange ick uhEd aengenaeme vande 22 deese
waer wt sien deselfve al weer nieuwe ordere heeft
bekoomen, dat ick vreese noch lange sal dueren,
wat belanckt de saecke vande heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
sij hebben haer kapitaelle al verscheijde reijseReis: berisping, aanmaning van
hem op geEijst maer konnen noch renthe noch
kapitael van hem krijgen en hem qualijck te
spreecke koomen, daer om breijeerius2onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland seijt met
uhEd heel wel te doen wil hebbe, maer versoeckt
met den heer van wellant geen doen meer te hebe ,
so dat, dat kapitael tot onsen laste staet gelijck
ock dat vande preedikant vande hengele3Daniël van den Hengel doet

In een interieur staat een tafel waaraan een aap zit met een weegschaal en daar geld op weegt. Een andere aap komt geld brengen. Voor de tafel staat een kist met zakken geld. Links op de grond zitten jonge apen die het geld uit zakken schudden. Onder de prent staat: Met wat al sweet en zorg vergaart menhier de schatten, tGeen de oude en Grijze sparen, de jonge uyt doet spatten.
Apen wegen en tellen geld, Leonard Schenk, 1720. Collectie Rijksmuseum.

Sterk werk bij de steenoven

De bouw van de keldergewelven duurt wat lang. Ze zijn acht dagen bezig geweest met het vormen van de gewelven onder de gaanderij en de alkoofkamer. Maar het goede nieuws is dat het zesde schip met hardsteen geheel volgens plan in goede orde is binnengekomen. Bij het uitladen bleef de hele vracht heel. En dankzij het mooie weer draait de steenoven ook weer op volle toeren! Er wordt dagelijks “sterk gewerkt”.

Brieffragment gewelven
Brieffragment schip met hardsteen
Brieffragment steenoven

[die deselfve sal beantwoorde,] de wulfsels vande
kelders neemen wveel tijt se hebbe nu meer
als achtdagen beesich geweest met de vormeelle
tot de wulfsels vande gaelderij en de alkobij

kamer4Alcove kamer, het seste schip met hartsteen hebbe wij hier
ontfange en ontvracht alles volgens de vracht
brief op gereede en onbeschadicht bekoomen,

[gevoert gekleet,] de steen oven heeft nu wel
sijn weer en wort dagelijcks sterck gewerck

Doorsnede van een rijk gedecoreerde kame. Aan de rechterkant een schouw en diverse schilderijen. Helemaal aan de rechterkant zit een raam waar een paar mannen voor staan. De linkerkant is wat smaller en afgescheiden van het rechter deel door een ballustrade. Tegen de achterwand zit een raam, waar een dame en een heer voor staan.
Doorsnede van gebouw met kamer en alkoof, Jean Lepautre (mogelijk), ca. 1628-1666. Collectie Rijksmuseum.

Poolse dragonders: fraai volk

Margaretha heeft niks van zoon Godard of zijn vrouw uit het leger vernomen. Er gaan nog steeds geruchten dat ze Maastricht willen belegeren. Ondertussen zijn afgelopen week 170 Poolse dragonders door Wijk bij Duurstede getrokken die in dienst van prins Willem zouden zijn. Volgens de verhalen is het fraai volk met prachtige nieuwe blauwe uniformen, geel gevoerd.

Brieffragment leger

wt ons leeger hoor ick niet, heb sint het ver=
treck van vrou van ginckel wt den haech niet
van haer hoochEd of onse soon gehoort,
de geruchte gaen dat men Maestrich soude
wille beleegeren so dat aen gaet salt
weer om meenich Eerlijck man te doen sijn ,
tot wijck te duersteede hebbe deese weeck 170
poolse draech onder 2 a 3 dage paseerende
geleechgen die onder de garde van sijn hooch
=heijt soude sijn alle so geseijt wort heel fraij
volck met nieuwe blaeuwe rocke met geel
gevoert gekleet [, de steen oven heeft nu wel]

Ruiterstandbeeld van laag standpunt met bomen en wolkenlucht op de achtergrond. Willem III, met grote hoed, rijdt op zijn paard naar rechts, paard heeft zijn bek half open, Willem III heeft zijn maarschalksstaf in de rechter hand en de teugels in zijn linker hand. In de staart van het paard zit een grote knot. Tussen de poten van het paard zitten herfstachtige spinnenwebben.
Ruiterstandbeeld stadhouder Willem III, naar Toon Dupuis, origineel 1921. Collectie Kasteel Amerongen, Foto: Annemiek Barnouw.

De kinderen smullen van de pruimen

Margaretha is nog steeds in de wolken over de pruimenzending. Ook Frits en de andere kinderen vinden ze heel lekker en presenteren hun ootmoedige dienst aan grootpapa! P.S. Frederik van Reede is met zijn jonge vrouwtje op kasteel Renswoude.

Brieffragment pruimen en kleinkinderen
PS


ick bedancke uhEd noch seer voor gesondene pruij
me die heel schoon en goet sijn, so doet ock frits
met sijn broer en al sijn susters, die alle haere
oot moedige dienst aende groote papa preesenteere
en de pruijme wel meuge, waermeede blijfe

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

de heer vande liere5Frederik van Reede van Renswoude is met sijn huijs vroutge6Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud op rhijnswou

Portret van een jongen, zittend in een stoel in een raamnis en gekleed in een blauw jasje. Schrijvend of tekenend op een sruk papier. Op het kozijn staat een schaal met fruit en wijnranken, een glas melk en een krentenbol. Het stenen venster is onderaan versierd met een reliëf met spelende, of bacchanaal van, putti.
Portret van een jongen, Jean Augustin Daiwaille, 1830-1850. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken
  • 2
    onbekend, waarschijnlijk een financiële zaakwaarnemer en/of schuldeiser van zowel Godard Adriaan als Welland
  • 3
    Daniël van den Hengel
  • 4
    Alcove kamer
  • 5
    Frederik van Reede van Renswoude
  • 6
    Clara Elisabeth van der Myle. Ze waren net een jaar getrouwd, hij ca. 46, zij 24 jaar oud

Zo is het er, zo is het weg

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 5 mei 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 10 mei 1677
Lees hier de originele brief

Je gelooft het niet! Het is Beusinchem zowaar gelukt om 3000 gulden van de Staten van Utrecht te ontvangen! Hiervan is 2000 gulden op weg naar Temminck die het klaar legt voor de wissels van Godard Adriaan. Toch kijkt Margaretha nog steeds of ze een voordelige lening kan vinden. Ze durven rentes van 6% of meer te vragen en dan willen ze ook nog goud of obligaties als onderpand!

Brieffragment geldzaken

[rec: 10. dito.]
Ameronge den 5
meij 1677
Mijn heer en lieste hartge

uhEd laeste is geweest vande 28 April die ick wtt wttre
heb beantwoort, seedert is hier weijnich of niet
schrijfvens waerdich voorgevalle, Monseu
beusekom schrijft de bekende drije duijsent gul
tot wttrecht ontfange te hebbe waer van ick hem
met deese post schrijfve dat hij twee duijsent gu
aen teminck tot Amsterdam sal sende, waer
van uhEd so veel sal beliefve te trecke als hem
nodich is, ick hoope noch al Eenige peninge op
intrest te sulle krijge waer toe mij hoop wort
gegeefve, maer se wille al ses en ses gul en
Een oort1Oord: Kwart persento2Procent hebbe en dan noch gout
of oblijgasie in pant hebbe, [hier sijn vier]

In een ruimte met een gewelfd plafond staat een grote toonbank, waarachter meerdere mannen staan. Aan de muur planken met daarop papieren. De toenbank staat vol met allerlei goeden, in de ruimte staan mensen te wachten. Een man met een hond legt iets op de toonbank.
Bank van lening, Willem de Keyser, 1657 – 1692. Collectie Rijksmuseum.

De kosten lopen op

Margaretha somt voor haar man nog even op waarom ze dat extra geld nodig heeft:

  • er zijn drie schepen turf uit Zwartsluis aangekomen voor de steenoven;
  • er is lood nodig voor het dak;
  • Schut heeft een rekening van 400 gulden gestuurd voor het maken van deuren en kozijnen;
  • ze moet 2000 gulden uitgeven voor de koop van de molen.

Alles bij elkaar alweer 6000 gulden en dan wil het werkvolk ook nog geld. Ze klaagt niet hoor, ze schrijft het alleen maar op zodat Godard Adriaan weet waar het geld blijft!

Brieffragment schrijven waar geld blijft

[taelt worde,] uhEd belieft niet qualijck te neeme
dat ick dit so schrijf, tis maer om dat uhEd
niet vreemt sou voor koome waer het gelt
blijft, [rietvelt heeft nu ondert groot salet het]

Een man zit in een stoel leunend met zijn elleboog op tafel. Achter de tafel staat een vrouw. Zij wijst op een aantal munten dat naast kruidenierswaren op tafel ligt.
De afrekening, Arnoldus Cornelius Verhees (prent) en Berthold Woltze (ontwerp), 1878-1879. Collectie Rijksmuseum.

Werkplanning

Het gaat hard met de gewelven in de kelder! De gewelven onder de grote zaal en de torenkamer zijn klaar en nu zijn ze met de gewelven in de keuken bezig. Ze schieten zo op, omdat de metselaars niet verder kunnen met de schoorstenen, omdat ze wachten op de steenhouwers. De leidekker kan pas weer verder als er minimaal twee schoorstenen boven de dakrand uit steken. Het loopt dus niet helemaal zoals gepland.

Brieffragment bouwplanning

[blijft,] rietvelt heeft nu ondert groot salet het
wulfsel gans toe en onder de toorn kamer bij
kanst toe ock sijnse aent wulfsel boven de
keucken, al de metselaers sijn aent wulfve
vande kelders sij konne aende schoorsteene
niet wercke om dat de steenhouders niet ge
=reet sijn, die hebbe noch tot geen Eene schoorsteen
haer harteen ree doch hoope dees weeck der Een
klaer te hebbe en ock de hoeck steene tot de lijst, de
leijdecker ijan henderixs kan ock niet voort
wercke of der moeten ten minste twee schoor
=steene heel wtgehaelt en op gemaeckt sijn,

Wensdenken

Ook bij de steenoven loopt het niet zoals gepland. Het is zuur en koud weer en daardoor kunnen er geen stenen gevormd worden. Wat zou het fijn zijn als het eens ging zomeren!

Het zou ook fijn zijn als Godard Adriaan eens thuis kwam. Margaretha had niet gedacht dat hij zo lang weg zou blijven, tien maanden is hij al weg!

Eerste brieffragment wensdenken
Tweede brieffragment wensdenken

met dit koude en suere weer hebbe de steenovens
volckere niet konne vorme, t heeft hier te nacht
noch ijs gevroore, hoope het Eens soomeren sal
tis goet uhEd de resteerende vloer en hartsteene
heeft gekreechge die ick hier int gemoet sal sien
had niet gedocht uhEd so lange sout wt geweest

sijn tis nu inde tiende maent dat deselfve van
hier is gegaen, de heer wil uhEd ingesontheij
weer bijt onse brenge inwiens heilige be=
scherminge hem beveelle en blijf

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Tekening van een meisje op blote voeten dat voor zich een steenvorm voor een baksteen draagt.
Werkster op een steenfabriek, Anthon Gerhard Alexander van Rappard, 1880-1890. Collectie Rijksmuseum.

De bouwmeester

Kennelijk heeft Margaretha het gevoel dat Michiel Matthias Smidts niet het achterste van zijn tong heeft laten zien. Als hij inmiddels bij Godard Adriaan geweest is, zou ze het wel fijn vinden om te horen wat hij gezegd heeft.

PS over de bouwmeester

p s den heer boumeester
sal nu al bij uhEd geweest
sijn en hebbe geseijt hoe hijt
werck hier heeft gevonden
het welcke van uhEd verlange
te hooren

De bouwmeester. Een staande man, ten halven lijve, in de rechterhand een passer, in de linkerhand een schaalmodel van een gebouw. Soms geïnterpreteerd als Iram, de architect van de tempel van Salomo.
De bouwmeester, Richard Roland Holst, 1919. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Oord: Kwart
  • 2
    Procent

Aan het eind van het geld

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 1 mei 1677 Utrecht
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 6 mei 1677
Lees hier de originele brief

Oude tijden herleven: het wordt zo lastig om aan geld te komen dat Margaretha zelf naar Utrecht is gegaan om te kijken wat ze kan doen. Beusekom heeft dan wel weer een bewijs gekregen dat ze recht hebben op 3000 gulden, maar zie dat maar eens te innen. Hij is drie belastingontvangers langs geweest, maar nergens hebben ze een cent.

Brieffragment geen geld

[rec. 6 dito]
wttrecht den Eerste
meij 1677

Mijn heer en lieste hartge

ick ben gistere hier gekoome met intensie om vanda
weer naer Ameronge te gaen, ick was heel teijnde
gelt daerom genootsaeckt ben hier te koomen
beusekom heeft gistere de Ackiet1Acquit: Vereffening van een schuld of rekening ter som van
3000f wt den haech ontfange, maer weet noch
niet waneert het gelt daer van sal konne
ontfangen worde also hij al 2 a 3 ontfangers
daer over heeft aengesproocke die segge heel
geen gelt ter kantoor te hebbe, [daerom]

Mannen rond een tafel betalen geld uit. Daarachter bedienden die geld op de planken opbergen.
Fragment uit: Titelblad met mannen die geld uitbetalen, Bernard Picard, 1704. Collectie Rijksmuseum.

Het wordt allemaal opgepot om straks de troepen van de Hertog van Brunswijk te kunnen betalen, beweert Johan van Reede van Renswoude. Die zouden klaar staan om ten strijde te trekken. Margaretha gelooft daar niets van, want van Godard Adriaan had ze iets heel anders gehoord.

 Brieffragment leger van Brunswijk

[betaelt worde] den heer van rhijnswoude2Johan van Reede van Renswoude
hout seer aen om betaelline voorde subsidie
aende s0 vorste van brunswijck3Rudolf August van Brunswijk-Wolfenbüttel wiens troepe
so hij schrijft staen te Merscheere4marcheren hetwelck
volgens uhEd laeste schrijfve qualijck
kan geloofve, en uhEd best sal weeten,

Vanuit een cartouche kijk een man met een hoekig gezicht ons aan. Hij heeft een stevige neus en een flinke kin. Hij draagt een donkere pruik met krullen en een harnas. Op de rand van het cartouche staat: "Serenissimus princeips Rudolphus Augustus Dux Brunsvic ac Lunaeburg" Onder het cartouche een wapen met links daarvan "Nunc septua" en rechts "Genario Maior".
Portret van Rudolf August von Braunschweig-Wolfenbüttel, Martin Benigeroth, 1680-1733. Collectie Rijksmuseum.

Olifanten

Er zit niets anders op dan kostbaarheden te verpanden. Ze denkt 5000 gulden te kunnen krijgen voor drie gouden ‘koppen’. Blijkbaar zaten daar ook olifantenfiguurtjes op, maar die heeft ze er afgeschroefd. Waar ze het over heeft is niet helemaal duidelijk, maar waarschijnlijk gaat het om onderdelen van de versierselen van de Orde van de Olifant of objecten die daar mee te maken hadden. De Deense Koning had de orde in 1659 aan Godard Adriaan verleend. Het pandhuis vraagt zes procent rente, maar daar hoopt ze vijf of vijfeneenhalf van te kunnen maken.

Brieffragment onderpand lening

ick meen hier ontrent Een som van 5000f
op de 3 goude koppe die ik in pantschap

moet geefven heb de olifpanten daer af ge=
schroeft die ick in hande sal houden, maer
sij wille al ses vant hondert hebbe ben bee=
=sich om te sien oft voor 5 a 5½ kan krijge

Een hanger van een witte olifant met goud afgezet. Achter de oren zit een zwarte man die de olifant bestuurd. De olifant draagt een blauw dekje met daarop een kruis van diamanten. Op zijn rus heeft hij een rode ronde toren ook bezet met diamanten.
De Deense orde van de olifant, Jacques-Evrard Bapst, 1822. Collectie Museum Louvre Parijs.

Gelderse obligatie verkopen?

Omdat er in Amsterdam en Utrecht eigenlijk geen contant geld meer te krijgen is, stelt Margaretha voor om hun Gelderse obligaties op te zeggen. De van Reedes krijgen van de Staten van Gelderland dan 16.700 gulden terug, waarmee ze dan weer hun eigen schulden en onderpanden kunnen aflossen. Dat lijkt haar een goed idee, want wat heeft het voor zin om aan de ene kant rente te betalen en aan de andere kant te ontvangen? Ze heeft weer een mooi spreekwoord: “Hij redt zich wel die het met zijn eigen doet”. Zaken doen met eigen geld werkt het best.

Brieffragment Gelderse obligatie

alst uhEd kost5zou kunnen goet vinde ick wel soude
reesolveere het kapitael ter som van
16700f op de heere van gelderlant staende
in tijts op te segge en van haer weerom
te neeme, en daer meede al onsse oblij
gaesie, en de

verpande weer in te lossen, hij redt hem wel
diet met sijn Eijgen doet, want op d’eene
plaets rente te geefven en of op d’an[dere] te
ontfange is niet als moeijt aen vast

Koperen penning. Voorzijde: leeuw eet druiven van struik binnen omschrift; afsnede: wapenschild tussen jaartal 1622. Keerzijde: ooievaar brengt zijn jong, dat op nest zit een worm binnen omschrift "pietas tvtissima virtvs"
Allegorische rekenpenning geslagen op last van de Staten van Gelderland, 1622. Collectie Rijksmuseum.

Thuiskomst GA vertraagd

In een brief van 28 april heeft Godard Adriaan geschreven dat zijn thuiskomst toch weer vertraagd is. Margaretha had het ook van Johan Pesters gehoord. Volgens hem was het goed dat er nog een poosje iemand namens de Staten in Bremen bleef. Bovendien hadden de diplomaten van de Duitse vorsten en de keizer dat verzocht. Dat kun je de bondgenoten dan niet weigeren vond ook de raadspensionaris.

Een raaf valt een slak aan.
De slak en de raaf, Jacques Callot, 1621-1635. Collectie Rijksmuseum.

Honderd pond pruimen

Gelukkig had Godard Adriaan ook goed nieuws. Al het resterende benodigde hardsteen ligt klaar in Bremen. Margaretha heeft een speciaal verzoek voor een extra vrachtje: als die stenen scheep gaan, zou ze ook graag honderd pond pruimen ontvangen. Ze heeft haar hele leven geen betere gegeten dan de partij die Godard Adriaan de vorige keer had gestuurd! Nu maar hopen dat het schip niet gekaapt wordt door de Fransen. Dat was namelijk gebeurd met twee schepen die tegelijk met het vijfde stenenschip uit Bremen waren vertrokken…

Brieffragment pruimen

[gaende hebbe gesien,] tis mij ock seer lief dat de resteerende
steene nu alt same tot breeme sijn, wenste als die
gesonde worde dat ick noch hondert pont pruijme
mochte krijge weet niet dat ick mijn leefve bee
ter heb gehad als die uhEd lest heeft gesonden,
den schipper die de leste steen heeft gebrocht seijt
datter twee breemer scheepe die met hem van
daer waeren afgevaeren vande franse sijn ge
=noomen, hoope nu wij so naer het onse behoude
hebbe gekreechge, dat het geene noch resteert vange
lijcke wel sal overkoomen, waer meede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor

Een vrouw leunt op een tafel en houdt met haar rechterhand twee pruimen omhoog. Haar schort ligt op tafel en daarin heeft ze nog meer pruimen.
Pruimen van meneer, Célestin Deshayes (prent), Jean-Baptiste Greuze (naar), 1839-1857. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Acquit: Vereffening van een schuld of rekening
  • 2
    Johan van Reede van Renswoude
  • 3
    Rudolf August van Brunswijk-Wolfenbüttel
  • 4
    marcheren
  • 5
    zou kunnen

3000 gulden

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 14 maart 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 18 maart 1676
Lees hier de originele brief

Vandaag een raar kort briefje. Waarschijnlijk heeft Margaretha haar echte brief al klaar en aan de post gegeven. De post kwam niet alleen een brief halen, maar had ook een brief voor haar van Godard Adriaan. Daar stond nog wat in waar ze op wilde reageren en dus schreef ze nog een briefje voordat de postbode er weer vandoor moest. De ‘echte’ brief zit niet meer in het archief, dus we hebben alleen nog het kattenbelletje.

Aanhef


Ameronge den
14 maert 1677

Mijn heer en lieste hartge
[rec 18 dito]

naert afgaen m vande mijne vandaech ont
fange die van uhEd vande 10 deeser heb in
lange geen so vers gehadt, [het doet mij]

Geldzaken

De reden om even een extra briefje te schrijven terwijl de postbode wacht is duidelijk: uit Godard Adriaans brief blijkt dat de 3000 gulden die Van Beusinchem bij Temminck zou leggen, niet voor Godard Adriaan beschikbaar is. Margaretha beschrijft nog een keer wat Beusinchem haar beloofd heeft te doen. Ze heeft geen idee waar het proces hapert, maar als het nog niet bij Temminck blijkt te zijn, dan zal ze zelf naar Utrecht gaan.

Brieffragment 3000 gulden

[lange geen so vers gehadt,] het doet mij
leet beusekom het gelt te weeten de 3000f
die hij mij volgens tgeene ick uhEd heb
geschreefve had belooft al over acht
dage te doen kan niet weeten waert
aen haepert heb deesen dach daer over
noch aen hem geschreefve, twijfele
niet of teminck moet het nu al hebbe
so niet sal icker Espres om naer wtt
trecht gaen, [ick heb ock staet gemaeckt]

Allegorische voorstelling van het muntwezen. In het midden zit op een troon de vrouwelijke personificatie van het muntwezen of geld, gekleed in Oosterse dracht met ontblote borsten en een zilveren hoorn gevuld met gouden munten op haar schoot. Links Mercurius met twee tot slaaf gemaakte mannen, op de achtergrond mijnbouw en smeltovens voor goud en zilver. Rechts twee smeden of muntmakers. Met haar voeten vertreedt de personificatie een aantal symbolische voorwerpen: masker, slang en beurs. Links een haan voor een obelisk met Hebreeuwse letters en bekroond door een portretbuste. Op een tafel naast de personificatie staat een weegschaal in een zwart houten kastje.
Zinnebeeldige voorstelling van het muntwezen, Romeyn de Hooghe, 1670 – 1708. Collectie Rijksmuseum. De vrouw in het middel is de vrouwelijke personificatie van het muntwezen of het geld. Ze heeft munten op haar schoot en in de hoorn. Ze is afgebeeld met Mercurius, god van de handel, mijnbouw, smeltovens en muntmakers.

Diepste wens

Tijd om af te ronden, want de postbode wil door. Margaretha gaat er vanuit dat de prins een brief aan haar man geschreven heeft. En volgens mij verlangt ze niet naar haar brief, maar naar wat ze hoopt dat er in de brief staat…

Eerste deel afsluiting
Tweede deel afsluiting

twijfele niet of sijn hoocheijt sal
nu aen uhEd hebbe geschreefve,

waer naer ick verlange, de post
staet en wacht op deese daerom
moet sluijte blijfve

uhEd getrouwe wijff
M Tunor

Achter een tafel met een blauw tafelkleed zit een dame met strikjes in haar haar, parel-oorbellen en een geel jakje dat is afgezet met gestipt bont. Ze kijkt naar de schilder, maar de ganzenveer die ze in haar rechter hand heeft staat nog op het papier. Op de achtergrond hangt een schilderij. Op tafel een kistje, en nog een ketting van parels.
Schrijvende vrouw, Johannes Vermeer, 1665. Collectie National Gallery of Art, Washington

Het water komt tot aan de lippen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 10 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 17 maart 1677
Lees hier de originele brief

Margaretha begint haar brief met dat het zo aangenaam is om van haar man te horen. Een dag eerder heeft ze met de laatste post van de dag een brief ontvangen van Godard Adriaan die hij op 3 maart heeft geschreven. Blijkbaar is Godard Adriaan in zijn brief niet ingegaan op eerdere berichten over geldzaken van Margaretha. Ze noemt dus nog maar een keer dat Van Beusinchem ervoor gezorgd heeft dat er 3000 gulden in Amsterdam ligt voor Godard Adriaan. Hij kan er geld van opnemen als hij daar behoefte aan heeft.

Brieffragment geld in Amsterdam

Ameronge den
10 maert 1677
[rec: 17. Dito]

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 3 deeser is mij gistere geworde
met de laeste post heb ick uhEd geschreefven dat
de 3000f door beusekom tot wttrecht sijn ontfange
die hij mij beloofde Eergistere naer Amsterdam
te sende, so dat uhEd daer staet op kont mae
=ken,en die kont trecken, [ock heb ick sijn hoocheijt die]

Nogmaals de thuiskomst

Ook van het bezoek van Willem III herhaalt Margaretha voor de zekerheid nog maar eens het belangrijkste punt: wanneer mag Godard Adriaan thuis komen? Tijdens het diner heeft Margaretha gevraagd wanneer Willem III toestemming zal geven om Godard Adriaan naar huis te laten gaan. Willem III heeft Margaretha laten weten dat haar geliefde echtgenoot waarschijnlijk snel thuis zal zijn. Maar als ze aandringt en vraagt of hij daar al opdracht toe gegeven heeft, antwoordt hij heel vaag dat hij dat ‘beperkt’ gedaan heeft, maar dat hij Godard Adriaan nog zal schrijven. Waarschijnlijk zegt hij dat om Margaretha waarschijnlijk gerust te stellen. Margaretha heeft er alsnog haar bedenkingen bij: ‘So dat als ick recht sal segge mijns bedunkens het vrij wat op schroefve staet’. Het is Margaretha’s persoonlijke mening dat het allemaal nogal op losse schroeven staan. Ze is duidelijk niet tevreden.

Het vertrek van Willem III met de legertroepen naar het beleg van Valenciennes in het noorden van Frankrijk vindt Margaretha erg overhaast gaan. Een vervelende bijkomstigheid is dat Godard Adriaan zijn zoon en Willem III waarschijnlijk mis zal lopen door hun abrupte vertrek.

Brieffragment thuiskomst Godard Adriaan en vertrek van Ginkel

[=ken,en die kont trecken, ] ock heb ick sijn hoocheijt die
voorleedene saterdach hier heeft gegeeten naer uhEd
thuijs koome gevraecht, die mij seijde ijae dat deselfve
haest sou thuijs koome, en als ick hem vraechde of
uhEd daer toe al ordere hadt, antwoorde ijae
maer gelimiteerde ordere, dan dat hij uhEd sou
schrijfve, so dat als ick recht sal segge mijns be
dunskens1Mijns bedunkens: naar mijn mening, het persoonlijke van de mening wordt hiermee benadrukt het vrij wat op schroefve staet, daer
ick so heel wel niet in te vreede ben, want men
voordees meende als of uhEd het thuijs koome niet
en sochte, nu dat overgeslaechge, het vertreck van
sijn hoocheijt naer de kampange, wort doort be=
=lech van valanschien so verhaest dat ick niet
geloof uhEd hhem of de heer van ginckel alvoorns
sult hier sien het welcke wel gewenst hadt,

In een heuvelachtig landschap lopen her en der soldaten met paarden en kanonnen.
Veldtocht met zware artillerie, Israël Silvestre. Collectie: Albertina, Wenen.

Kou en knaken

Wat betreft het hardsteen voor de trappen en de schoorstenen schrijft Margaretha dat deze ‘scheep sijn’. Het materiaal is dus onderweg per schip naar Amerongen, fijn dat dat er in ieder geval wel aan komt. Ze zal zorgen dat er iemand aan de Vaartse Rijn staat om te zorgen dat ze naar Amerongen komen.

Brieffragment hardsteen

dat de hartsteene trappe en tot de schoorsteene
al scheep sijn is heel goet ick salse verwachte en
aende vaert laeten waerneemen, [rietvelt noch sijn]

Rietvelt en zijn werklui zijn helaas nog aan niet aan het werk. Het weer is erg grillig en onvoorspelbaar geweest de afgelopen dagen. Nadat ze de brief voor Godard Adriaan heeft geschreven, zal ze Rietvelt eens schrijven om te vragen of hij naar Amerongen komt. De weersomstandigheden zijn overdag, op de harde vrieskou na, wel aanzienlijk verbeterd. Margaretha laat Godard Adriaan weten dat wanneer Rietvelt en de werklui weer aan de slag gaan, er wel geld in de kas moet zitten om ze te kunnen betalen.

Het lijkt er op dat Margaretha het niet zo erg vond dat er door het slechte weer niet gewerkt kon worden, dat geeft haar wat tijd om de financiën bijeen te krijgen. Ook is er flink wat geld nodig om de verscheping van het hartsteen te betalen.

Eerste brieffragment Rietvelt en zijn mannen
Tweede brieffragment Rietvelt en zijn mannen

[aende vaert laeten waerneemen,] rietvelt noch sijn
volck sijn noch niet int werck omt ongestadige

weer dat wij dagelijcks hebbe, heb ick hem noch niet ont
boode maer schrijf met deese post aen hem, tis hier
twee dagen seer schoonweer geweest, maer t heeft
deesen nacht noch hart gevrooren, en als rietvelt
met sijn volck aent werck is moeter gelt bij kas
weesen, en de vrachte vande hartsteene sulle ock hooch
loopen die moetten voor al betaelt weesen, daerom
ick moet sien hoe ickt aen alle kanten maeck,
en sal niet int Een oft ande versuijme oft sal aen
mijn macht ontbreecken, [de doot vande ouden teminck]

Een oude vrouw houdt een weegschaal vast. Ze kijkt naar de munt in haar rechterhand. Op de tafel voor haar een zak met geld, enkele losse munten en een kistje. Links boven haar liggen enkele boeken op een plank. Onder de voorstelling bevindt zich een vierregelig, Nederlandstalig gedicht.
Gierigheid, Jean de Weerd, 1636-1700. Collectie Rijksmuseum.

Hoog water

Margaretha laat weten dat rondom Amerongen het water enorm is gestegen, maar dat het momenteel wel aan het zakken is. Door het hoge water zijn er sluizen gebroken en polders onder gelopen. De boomgaardjes van de drost en de hovenier zijn ook onder gelopen. Het water staat zo hoog dat het water tot vlak onder de kade staat. Majoor Quint heeft al wintertarwe en gerst gezaaid en daarvoor is al dat water ook niet goed. Hij is bang dat hij het kwijt raakt.

Brieffragment hoog water

stadige weer, wij sitten hier rontom weer int
water datse segge weer aen vallen is, de sluijs
is door gebroocken al de binne weijen staen blan
ijaet boogaertge vande drost sijn huijs, en int
boogaertge achter den hoofveniers huijs ist va
waeter in, sonde dat de grafte op veel nae niet aende
kaeij het water is, de majoor ijan quint heef
taruw en garst in Enker die hij vreest dit
waeter niet sal konnen wt staen so hijt quijt
raeckt sullen die liede groote schade hebbe

Tekening van een wanhopig gezin aan het woeste water. De man zien we op de rug, hij heeft zijn handen gevouwen als ware hij aan het bidden, de vrouw heeft haar armen ten hemel gespreid. Naast hun twee huilende kinderen, een baby in een wiegje en wat huisraad. Vlak voor hun kruipen twee mensen het water uit, daarachter een koe tot zijn nek in het water. Op de achtergrond een huis in de golven met een bootje ernaast.
Overstroming van de Rijndijk in Gelderland, Jacobus Buys, 1770. Collectie Rijksmuseum.

Korte P.S.

PS

Door het hoge water kunnen ze ook het werk bij de steenoven niet opstarten. Margaretha laat weten dat ze met geen enkele klus vooruitgang kan boeken. Geduld is een schone zaak voor Margaretha: ‘wij moete paesijensie hebbe’.

Een korte p.s. voor Margaretha haar doen. Alleen is haar blaadje vol, dus kiest ze ervoor om de PS overdwars op de pagina ernaast te zetten.

Ze laat Godard Adriaan weten dat door het hoge water de werkzaamheden in de kelders niet zijn begonnen. Het water staat weliswaar niet in de kelders, maar heeft de kuilen waarin de kalk opgeslagen ligt bereikt, dus het kalk is niet bereikbaar. Dat kalk is nodig om de gewelven in de kelders te maken.

Afsluiting

dit waeter verhindert ock aende steen oven te
beginne om gereetschap tot alles te maecken
ick kan noch met geen werck voort koomen wij
moete paesijensie hebbe, hoope uhEd haest in ge
sontheijt weer hier te sien waer naer verlange
en blijfve
Mijn heer en hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

wij sullen noch den wulfsels
van den kelders niet konne doen
om dat men bij de steenkalck die inde kuijlen leijt niet
en kan vermidts die onder water staen

  • 1
    Mijns bedunkens: naar mijn mening, het persoonlijke van de mening wordt hiermee benadrukt

Plannen maken

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 7 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 11 maart 1677
Lees hier de originele brief

Bij het voorjaar horen twee dingen: de voorjaarsschoonmaak en te bedenken wat je kan gaan doen als het eindelijk beter weer is. Over de voorjaarsschoonmaak schrijft Margaretha niets, maar in deze brief worden plannen gemaakt, plannen in de war gestuurd en plannen op losse schroeven gezet.

Vervroegde campagne

Margaretha zit bovenop het nieuws: toen Zijn Hoogheid bij haar at, wist de post hem in Amerongen te vinden. Er werden twee brieven uit Brabant voor hem bezorgd. Het nieuws was niet goed: de Fransen hebben Valenciennes omsingeld en St. Omaars belegerd. Hierdoor zal het leger eerder in actie moeten komen dan gepland en de Prins zegt tegen Van Ginkel dat hij er vanuit moet gaan dat hij binnen vijf à zes dagen moet vertrekken. Margaretha haalt weer aan dat Utrecht een jaar achter is met het betalen van de troepen en dat die arme mannen nu toch weer op campagne moeten.

Brieffragment over Valenciennes en St Omaars

Ameronge den
7 maert 1677

[rec: 11. dito]

Mijn heer en lieste hartge

gistere heeft sijn hoocheijt hier weer bij mij gegeeten
en was heel wel te vreede, hier sijnde quaemender twee
poste wt brabant hem vinde die briefve brochten
meldende dat valanschein1Valenciennes (Noord-Frankrijk), oude Nederlandse naam is Valencijn vande franse berent
en sint omeer2Sint-Omaars (in de buurt van Calais) geblockeert is, dat onse kampan
so seer verhaest dat sijn hoocheijt aende heer van
ginckel seijde dat hij staet most maecken om
in 5 a 6 dage naert leeger te gaen sonde Eenich
wt stel dat hem wel qualijck sal koomen, en
meest al de meeliesi hoet met de betaeline vande
kompangie tot wttrecht sal gaen staet te besien
die sijn nu Een vol ijaer ten achteren, [en daer wort]

Een vrouw met een hoed over haar ogen, staat naast een rijkelijk gedekte tafel. Op tafel staan glazen, een kan en schalen met eten. Ergens ligt een servet en een mes.
Vrouw naast een gedekte tafel, Paul de Vos, 1605-1678. Collectie Rijksmuseum.

Baantjesjacht

Over geld gesproken, ook de kosten voor het houtvestersambt van Gijsbert Jan van Hardenbroek schieten haar in het verkeerde keelgat. Bovendien is er ook nog onenigheid tussen de Staten en de stad. En over baantjes gesproken, Van Beusichem was er gisteren en die maakte plannen voor zijn zoon. Hij presenteerde zijn zoon aan Van Ginkel te vragen of hij misschien mee kon het leger in. Bovendien vroeg hij of Van Ginkel bij Zijn Hoogheid een goed woordje zou willen doen voor de zoon van zijn broer. De broer is schout van Benschop, maar kennelijk niet heel competent. Als nou zijn zoon schout kan worden, dan wil de broer wel afstand doen van het ambt.

Eerste brieffragment over Van Beusinchem
Tweede brieffragment over Van Beusinchem

[van gesproocken wort,] beusekom3Nicolaas van Beusinchem was gisteren
ock hier quam sijn soon godert aende heer van
ginckel preesenteere om met hem naert leeger

te gaen en ock te versoecke dat de heer van ginckel
sijn hoocheijt wou reeckomandeere sijn so broers
soon tot het schout Amt van benschop het welck
sijn broer als hijt op sijn soon kost krijge door
sijn inpatentheijt4Patent: Op uitnemende wijze, uitstekend. wilde afstaen dat de heer
van ginckel aengenoomen heeft te doen, [beuse]

Staande op een heuvel houdt een jongen een wit paard bij de toom terwijl rechts de ruiter gehurkt zijn behoefte doet.
De schimmel, Philips Wouwerman, 1646. Collectie Rijksmuseum.

Geld

Van Beusinchem was er natuurlijk niet alleen voor zijn zoon, zijn broer en de zoon van zijn broer, maar ook om de financiën van de familie te bespreken. Het blijft lastig om van alle partijen geld los te krijgen. Maar Van Beusichem heeft een deel van het geld van de Ridderschap binnen, dat houdt Margaretha. De rest wil ze ook, want als de bouw weer van start gaat, zal ze geld nodig hebben.Uit een andere bron, het is niet helemaal duidelijk welke, is 3000 gulden gekomen en die heeft Van Beusinchem naar Amsterdam gestuurd, naar Temminck. Hij houdt dat geld bij zich, zodat Godard Adriaan dat via een wissel op kan nemen.

Brieffragment over geld

[het voorleede ijaer heeft gekreechge,] waer toe
so beusekom seijt de ordinansi5Ordinantie: verordening onhande is
om op gemaeckt te worden, kost ick dat
gelt noch krijge so waer ick voor Eerst wat
ontset6Ontzetten: Helpen, verlichten , want als wij nu weer aent wercke
gaen salder weer gelt moeten sijn, h de
3000f heeft beusekom ock ontfange en sal
die merge aen teminck sende die uhEd
dan trecke kont tot sijn beliefve, [ick heb nae]

Een engeltje staat voor een zak met geld. Hij houdt zijn hand op. Achter een tafel zit een tweede engeltje. Voor hem op tafel ligt een schrift en een paar munten. Hij stopt wat in de hand van het staande engeltje
Twee geld betalende putti, Nicolaes de Bruyn, 1594. Fragment uit: Twee musicerende en twee geld betalende putti. Collectie: Georg-August-Universität Göttingen.

De bouw opstarten

Voor het weer opstarten van de bouw moet Margaretha ook plannen maken. Om te beginnen heeft ze turf nodig om de steenoven weer te kunnen branden. De dagen zijn nu nog te kort om de metselaars weer in te huren. De daghuur is een vaste prijs en met een korte dag wordt dat per gewerkt uur wel erg duur. Margaretha kan al wel bedenken wat ze zometeen, over een week of twee, kunnen gaan doen. Ze kunnen de gewelven in de kelders gaan maken en de schoorstenen verder optrekken. Dan kan de leidekker ook van start.

Brieffragment over metselaars

[tuschen beijden,] ock sijn de dage noch seer kort
dat mij doet ont sien noch weer aent metse=
=len te gaen, maer maeck staet teegens het
lest of voort wtgaen vandeese maent dat
noch ontrent om veertien dage te doen is
rietvelt met sijn volck weer te laete koome
en der dan weer wat starck aen te valle
want hij sal sijn volck aent wulfve vande
kelders en aent wt en op haelle vande schoor
=steene beijde te gelijck moeten sette om dat
den leijdecker niet sou wachte de schoorstee
moeten wt het dack sijn Eer hijt leijdack
op die kant kan legge [ick had gehoopt]

Een schetsje van een boog tegen een dakspant.
Rome, San Carlo alle Quattro Fontane, gewelf en dakspant, Bernardo Castelli Borromini en Fransesco Borromini, tweede helft 17de eeuw. Collectie: Albertina, Wenen.

Thuiskomst

En voor alle plannen zou het ook wel fijn zijn als Godard Adriaan thuis zou komen. Margaretha heeft Prins Willem ernaar gevraagd, maar hij antwoordde ontwijkend: ja, maar… Hij had de keurvorst nog niet gesproken, want die was ziek, maar Godard Adriaan zou thuis komen. Margaretha heeft dit eerder meegemaakt, dus ze vroeg door: had de prins al opdracht gegeven? Het antwoord was dat hij Godard Adriaan zou schrijven. Margaretha moet nog maar zien wat ervan komt.

Brieffragment over thuiskomst Godard Adriaan

[op die kant kan legge] ick had gehoopt
van sijn hoocheijt te verstaen uhEd t huijs
koomen die ick daer naer vraechde en mij
seijde den heere keurvorst niet gesien te hebbe
vermidt hij onderweege was door sijn indispo
siesie blijfe legge, maer seijde uhEd thuijs
sou koome waer op ick vraechde of uhEd al
ordere daer toe had hij seijde ijae maer geli=
miteert dan dat hij uhEd soude schrijfve
wat hier nu op sal volge staet te verwachte

LInks komt een putto aangerend, in het midden hangen twee putti om de nek van een derde en rechts omarmen twee putti elkaar.
Afbeelding van een stenen reliëf voorstellende aankomst en weerzien na de reis aan de linker zijgevel van het koninklijk paviljoen van het N.S.-station Amsterdam C.S. te Amsterdam. Foto en collectie: Nederlandse Spoorwegen. Bron: Het Utrechts Archief.

Trappen, schoorstenen en de oude Temminck

Gelukkig zit Godard Adriaan ook niet stil, hij heeft ervoor gezorgd dat de hardstenen trappen en lijsten van den schoorstenen bijna klaar zijn. Die komen dus dan naar Amerongen. Dat is mooi, want die zal Margaretha nodig hebben. Zoals wel vaker eindigt ze met wat lief en leed uit de omgeving. De oude Temminck in Hamburg is overleden. Waarschijnlijk de vader van de Amsterdamse Temminck. Het jammert Margaretha weer zeer.

Eerste fragment afsluiting
Tweede fragment afsluiting

wt uhEd vanden 27 febrijwa sien dat de hartsteene

trappe al gereet sijn dat heel goet is, hoope dat
de lijste tot de schoorsteene ock haest gereet
sulle sijn want alse aen dat werck gaen
sullense die van doen hebbe, hiermeede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
teminck schrijft mij van
Amsterdam dat den goede
ouden teminck tot hamburch
overleeden is dat mij seer
jamert ija meer als ick
geloof sijn Eijgen kindere
doet

Drie mensen worden door de dood meegenomen. Links een elegante vrouw, ze verweerd zich, maar de dood heeft haar met twee handen bij de pols. Op de grond voor haar ligt een vedel. Voor hun een monnik die naar achter kijkt. Zijn dood heeft een zwaard in de hand, een hoed op en een kraag om. Hij staat oog in oog met de dood met een schop die een klein kindje aan de hand heeft.
Dans van de Dood, Gesina ter Borch, naar Hans Holbein de jongere, 1643-1687. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Valenciennes (Noord-Frankrijk), oude Nederlandse naam is Valencijn
  • 2
    Sint-Omaars (in de buurt van Calais)
  • 3
    Nicolaas van Beusinchem
  • 4
    Patent: Op uitnemende wijze, uitstekend.
  • 5
    Ordinantie: verordening
  • 6
    Ontzetten: Helpen, verlichten

Maart roert zijn staart

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 3 maart 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 8 maart 1677
Lees hier de originele brief

Na zijn bezoek aan de Keurvorst van Brandenburg in Minden is Godard Adriaan nu in Bremen. Hij heeft goede verhalen over de ontvangst door de Keurvorst. Margaretha hoopt dat hij nu snel van zijn missie ontheven zal worden en weer naar huis kan komen. Ook voor de Utrechtse politiek zou dat goed zijn, want het is een zootje. Thuis in Amerongen lijkt het hoge water gelukkig weer te gaan zakken.

Opening brief

Ameronge den
3 maert 1677
[recp: 8. dito]

Mijn heer en lieste hartge

tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 24 febrijwa
te sien deselfve weer wel tot breeme is aengekoome
en bij den heere keurvorst so wel onthaelt is,
hoope hij sijn volkoome demisi nu sel hebbe en dat
ick met de laeste post sal hooren van uhEd weeder
komst daer wel naer verlange, [aengaende ons werck]

Hoogwater in de boomgaard

Het is nu de tijd om jonge boompjes te planten. De beukhagen zien er goed uit, dus daar is het volgens de hovenier en Teunis niet nodig. Fruitbomen in de grond zetten moet wel, maar daar is nog niets van gekomen vanwege de enorme wateroverlast. Al het werk dat moet gebeuren is zo overhoop geraakt, dat men niet weet waar men moet beginnen. En dan is er ook nog een zieke! Maar nu het water weer zakt gaan ze hun best doen.

Brieffragment hoog water en boomgaard

[komst daer wel naer verlange,] aengaende ons werck
alhier van in te pooten, inde beucke hechge so den
hoofenier en teunis seijt, sijn daer weijnich of
of geen in doot gegaen of in te poote, tot noch toe
hebbe wij geen fruijt boome die alleen inde booga
in te poote sijn, heeft men tetnocte niet in
konne doen, doort hoochge water, nu salme al
doen so veelt moogelijck is, het water valt nu weer
en sal men niet versuijme te doen so veel men kan
tis waer alt werck komt so overhoop dat men niet
weet wat men Eerst beginne sal, en ott more is
sieck ick sal Een ander in sijn plaets gebruijcken ,

In een tuin wordt een klimplant gesnoeid, bomen geplant en gespit. Op de achtergrond wordt er op het land gewerkt (ploegen, zaaien).
Welke werkzaamheden in Maart rond het huis uitgevoerd moeten worden. Uit: Georgica curiosa: das ist: Umständlicher Bericht … von dem adelichen Land- und Feldleben, Wolf Helmhard von Hohberg, 1682. Collectie Heinrich Heine Universität, Düsseldorf

Financieel wanbeheer in Utrecht

In Utrecht wordt volgens Margaretha reikhalzend naar de terugkeer van de heer van Amerongen uitgekeken. Ze maken er een potje van en het gaat er zo grof aan toe, dat je schrikt als je het hoort. De Staten van Utrecht hebben zich bij een dinertje laten overhalen tot een schikking in een geschil over onroerend goed met de Graaf van Waldeck. De Staten zijn daarbij tienduizenden guldens kwijt geraakt. Vervolgen geven ze rustig tweeduizend gulden cadeau aan de dochter van de heer van Zuijlen. De burgers zijn woest, want ondertussen wordt er geen rente uitgekeerd op leningen bij particulieren en de belastingen zijn torenhoog. De compagnieën met soldaten die Utrecht moet betalen, hebben al een jaar geen betalingen gehad. En dat terwijl die arme mannen al heel snel weer op veldtocht moeten.

Brieffragment financiën Utrecht

[pille gaef voor sijn outste dochter gegeefve] overt
Een Ent ande spreeckt de gemeentede burgers so dat niet
te seggen is, en dat om datter geen rente betaelt
en worden als nu onlans Een half ijaer daerse
so veel ten achteren sijn, de kompangie sijn
ock Een vol ijaer ten achteren en de bloeijen1Hier waarschijnlijk in de betekenis van bloed: arme mannen, onbetekende mannen (vgl. “bloedjes van kinderen”)
moeten weer so vroech int velt hoe kan dat gaen
en men moet sulcke swaere schattine geefve
ten is voorde arme gemeente niet op te brenge

Een schets van een tentenkamp met eenvoudige tenten en soldaten daar omheen. Sommiges zitten in de tent, sommigen in het veld, er zijn er een paar te paard. Achter de tenten een huifwagen en in de verte een kerktoren.
Gezicht op een kampement van het leger van Willem III bij Lembeek, Vlaams-Brabant, Josua de Grave, 1675-08-02. Collectie: Rijksmuseum.

Corruptie en onrecht

Bovendien is het duidelijk dat de gebruikelijke baantjesverkoop tot corruptie, afpersing en onrecht leidt. Margaretha vertelt wat “onze Jan Fik” is overkomen. Jan Fik probeerde een ruzie te sussen tussen zijn mannen en een herbergier in Nieuwersluis. Daarbij kreeg hij zelf klappen en vervolgens werd hij opgepakt door de Maarschalk van Abcoude (een soort politiecommissaris) die hem 100 dukaten aftroggelde en hem gevangen liet zetten in Utrecht. Jan Fik ging verhaal halen bij de procureur-generaal van het Hof van Utrecht. Toen die de Maarschalk daar op aan sprak werd hij woest. Dat maarschalksambt had hem zo veel geld gekost, dat hij het er ook weer uit moest zien te halen.

Brieffragment Jan Fik klaagt over de Maarschalk van Abcoude

[hem ijan fick gebonden binne wttrecht,] waer
over ijan fick hem aende prockureur generael
beklaechde, die den Maerschalck daer over
aen sprack en tot Antwoort bequam dat
hij sijn Amt so dier om gelt had gekocht
dat hij ter weer most sien wt te haellen

Een man vecht met twee mannen om een grote zak waar geld uit valt. Achter de man haalt een vierde man geld uit de tas die op zijn rug hangt. Op de grond zit een kind het geld op te rapen dat valt. Erboven staat een tekst: Dein gelt nit also hart verschliess/ Das gutt er will / des niet geniess / So soll es auch niet sein als frey / Das solchs eim yeden offen seyn / Recht muttelmass steht wol dabey.
Over verloren geld, Hans Weiditz, ca. 1520, uit: “OFFICIA M.T.C. EJn Bůch So Marcus Tullius Cicero der Römer zů seynem Sune Marco von den tugentsamen ämptern […]”, Augsburg 1533, um 1520. Collectie Kunsthalle Bremen- Der Kunstverein in Bremen

Als de procureur-generaal zou bepalen dat hij die 100 dukaten bij het Hof zou moeten inleveren, dan zou hij daar wel spijt van krijgen. Hoe durfde hij partij te kiezen tegen de Maarschalk, en vóór een armzalig mannetje! Margaretha weet niet hoe het verder afgelopen is, maar ze vindt het geen wonder dat de mensen klagen dat ze hun recht niet kunnen halen. Als Godard Adriaan thuis komt zal hij wel meer horen dan ze hier kan opschrijven.

Tweede brieffragment Jan Fik klaagt over de Maarschalk van Abcoude
Derde brieffragment Jan Fik klaagt over de Maarschalk van Abcoude

als hij gekondemneert wiert die honde duij
katons2honderd dukatons weer ondert hof te legge dorst tol
die hem weegens de Maerschalck in dit werck
bemoeijde wel segge dat hij wel maecken sou
dat het de prockureur generael sou rou
=we dat hij hem partijdich teegens de maer
schalck toonde watter aen so Een poepge3Poepje, paapje. Denigrerend bedoelde aanduiding van een katholiek, een Duitser of een oost-nederlander
geleege was en diergelijcke meer, in soma
hoet nu daer voort mee gegaen is weet ick
niet altoos Elck klaecht Even seer datse

datse tot goen recht konne koomen, als uhE
hier komt sult al met wonder veel hoore dat me
niet al schrijfve kan , [de heere wil ons alle]

Tekening van de schans van buitenaf. Recht voor ons een ophaalburg en de grote aarden wallen die daar bovenuit steken. Om de wallen heen, inde gracht, staan palen of een lage palisade. Voor de schans zit iemand te vissen en er staan twee mannen. Eén man staat op de ophaalbrug. Boven de wallen uit steken een paar daken.
De schans Nieuwersluis in 1673, Louis Philip Serrurier, ca. 1700, naar een prent in: ’t Ontroerde Nederlandt , deel 2, uitgegeven in 1676. Collectie Het Utrechts Archief.

Buiig Weer

Margaretha verlangt erg naar Godard Adriaans thuiskomst, maar ze schrijft toch in een PS dat ze hoopt dat hij zijn thuisreis niet met dit buiige en onbestendige weer over water zal maken. Dat is vanuit Bremen wel de snelste weg (over de Waddenzee en de Zuiderzee naar Amsterdam).

Afsluiting

[niet al schrijfve kan,] de heer wil ons alle
bewaere, in wiens heijlige bescherminge uhEd be
veelle, blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

ick hoope niet dat
uhE huijs koomende
sijn reijse over water
in dit buijichge en
ongestadige weer sal neemen
dat te sorchlijck sou weesen

Afbeelding van een zee met woeste golven met daarop diverse zeilschepen. Op de voorgrond een stuk land waarop een paar mannen staan toe te kijken.
Storm op zee, Matthieu van Plattenberg, ca. 1640. Uit: “Seestücke und Landschaften”, uitgegeven door Jean Morin. Collectie Kunsthalle Bremen-Der Kunstverein in Bremen.
  • 1
    Hier waarschijnlijk in de betekenis van bloed: arme mannen, onbetekende mannen (vgl. “bloedjes van kinderen”)
  • 2
    honderd dukatons
  • 3
    Poepje, paapje. Denigrerend bedoelde aanduiding van een katholiek, een Duitser of een oost-nederlander

Pagina 1 van 3

Recente reacties

  1. Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep

  2. Politiek gezien is er weinig veranderd. Baantjes die worden vergeven.

  3. Ik zal eens bij de slager vragen of er nu nog paterstukken te koop zijn.

  4. van Beusinchem komt niet voor in de staten van oorlogh. Dus kan je aannemen dat van Ginckel de zoon niet…

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén