Het is meteen duidelijk wat Margaretha het meest bezig houdt: het stijgende water! Bovenaan haar brief, nog boven de aanhef, schrijft ze het laatste nieuws: het water is vandaag nog zes duimen (16 cm) gestegen. En dan voegt ze er ook maar de ‘oetmoedige dienst’ van Fritsje aan toe. Fritsje zal morgen naar Leiden vertrekken, weer naar Leiden, schrijft ze zelfs.

het water is deese dach noch 6 duijm gewasse
fritsge die merge weer
na leijde gaet preesenteer sijn oet
moedige dienstAmeronge den
14/24 April 1680
[reca. 5 mei]Mijn heer en lieste hartge
De ‘anderendaegse’ koorts
Margaretha leeft mee met haar Godard Adriaan vanwege de ziekte van ‘Jan de kamerlin’, maar ze is zelf ook ziek geweest. Ze heeft de ‘anderendaegse’ koorts gehad met een zeer zware verkoudheid. In principe is ‘anderdaagse koorts’ een aanduiding voor malaria, maar Margaretha heeft het niet alleen over verkoudheid, ze klaagt ook over aanhoudende hoest. Misschien toch een flinke griep?

wt uhEd aengenaeme vande 17 deeser sien ick met leet
weese dat ijan de kamerlin so sieck blijft legge sonde
datter beeterschap voor hande is, twijfele niet of het
moet uhEd seer inkomoodeere dat mij bekomert
wenste deselfve daer Een bequaem man kost krijge
op dat hij niet ongedient mocht weesen, ick heb
den anderendaechse koorts met Een seer swaere
verkoutheijt en hoest gehadt de koortse heeft mij
al Eenige tijt verlaete en de hoest is het swaer
=ste ock over daer de heere voor gedanckt moet sijn

Een nieuw kleinkind
Kennelijk heeft Godard Adriaan geklaagd dat de provisie nog niet aangekomen was. Maar ja, Ursula Philippota lag weer eens in de kraam! Toen het verzoek van Blanche om extra voorraad binnen kwam, stond Margaretha op het punt in de koets te stappen. Margaretha was tien dagen op bezoek bij de kraamvrouw en door haar uitstapje was ze helemaal vergeten om Godard Adriaan zijn proviand te sturen. Maar ze heeft het inmiddels alweer twee weken geleden naar Amsterdam gestuurd en vandaar is het met een ‘hamburchsvaerder’ naar Hamburg gestuurd. Het moet daar inmiddels zijn aangekomen.


het kraeme vande vrou van ginckel is oorsaeck ick
uhEd proovijsie1Provisie: voorraad niet Eer heb gesonde kreech den
brief van Monseu blansche so ick stont om op
de koets te gaen sitte nm naer Middachte te
gaen, daer ick 10 dage geweest ben, en so haest
ick weer hier quam heb ick al gesonde dat ontbo
=de was het welcke int begin vande voorgaen weeck
naer Amsterdam is gegaen en voorleeden
sondach van daer met Een hamburchs
vaerder is afgevaere so dat geloof het nuhet nu al tot hamburch moet sijn en uhEd
haest sult ontfange, [het doet mij leet Mon]

Het weer zit flink tegen
Bijna schuldbewust schrijft Margaretha dat ze op Amerongen weer aan het metselen zijn, maar dat het allemaal niet zo snel en zo goed gaat. Godard Adriaan schreef dat het bij hem zulk mooi weer, nou, ze wilde wel dat het in Amerongen ook zo was. De laatste week hebben de metselaars maar anderhalve dag kunnen werken door de aanhoudende regen. De wegen zijn zo slecht dat er ook al geen stenen op de bouwplaats gebracht kunnen worden.
Niettemin, Margaretha geeft de moed niet op: morgen is het nieuwe maan, hopelijk wordt het weer dan beter.

[verwachte te weeten ] wij sijn hier aent
metselen maer vorderen seer weijnich door dit
quaet en onstuijmich weer dat deese ganse
maent lang geduert heeft, kan mij niet ge-
noech verwondere dat Uedele schrijft daer sulck
schoonen weer gehadt te hebbe, ick wenste de
selfve hier eens waert geweest soudt selfs sien
de onmoogelijckheijt, deese week hebbe de metse-
laers weer naulijcks anderhalfve dach konne
wercke sijn telckens uut gereegenst

Een dreigende overstroming
Er is weer een schip met hout aangekomen uit Amsterdam. Margaretha noemt onder andere kruisramen en delen voor het leidak. Het wordt op dit moment gelost en daar is haast mee, want het water op de rivier stijgt snel. De uiterwaarden staan al blank. In de afgelopen nacht is het water acht duim gestegen. Het water nadert de kade die het dorp Amerongen moet beschermen. Voor de dorpsbewoners is het heftig. Veel boeren hebben al vee in het land lopen en dat moeten ze nu weer binnen halen. Maar ze hebben geen voer meer voor hun dieren.

[of weet geen raet met den steenove,] wij hebe
weer Een schip met hout so kruijs raemte als
deelle tot het leij dack en ane hout ick van
Amsterdam gekreechge daer men mee doende is
te losse en men sich mee moet haeste want het
water op de reevier wast so viement dat
meest al de wtter waerde onder staen en is
noch deese nacht over de acht duijm gewasse
het loopt al naer de kaeij wat int dorp is
datse noch hoopen te houden, de mense
klage en kerme dat droefvich is te hoore hebbe
geen voer meer voor haer beeste en moete diese
inde weij hebbe gedaen weer op haelle, [krijn]

Geldzorgen
Het eeuwige probleem van Margaretha: geld. Krijn van Kampen is op pad om turf te kopen om de steenoven te kunnen stoken. Maar als hij terugkomt, met turf, dan moet ze die turf betalen en als er weer voldoende stenen, ook de metselaars. Margaretha hoopt dat hij nog een maand weg blijft.
De Haagse kermis
Ursula Philippota is dan wel net uit de kraam, maar Van Ginkel en zij zijn van plan om aan het eind van deze week naar Den Haag te gaan. Het is de Haagse kermis! Ook Willem III was daar een groot liefhebber van. Behalve attracties waren er handelaren die echt van heinde en ver kwamen. Ze hebben gevraagd of Margaretha mee wilde gaan, maar ze vindt dat ze niet weg kan van Amerongen. Ze moet toch echt opletten wat de werklui hier uitspoken! En als het maar even kan van het weer, dan gaat ze toch minstens één maal per dag naar de steenoven. Maar ze begint de jaren inmiddels wel te voelen…

[valt,] de heer en vrou van ginckel maecke staet int lest
vande toekoomende weeck naer den haech te gaen alwaert
dan kermis sal sijn hadde gaerne dat ick mee ginck
maer salt niet doen kan geen sins van hier uhEd
sou niet geloofve als ick se niet geduerich op de hacke
sit hoet ter toe gaet, tis mij seer gemacklijck dat ick
nu so naer bijt werck ben, want beken dat ick so
wel niet meer voort kan als voor dees, [Evewel alst]

Een nieuwe brouwer
Zoals gebruikelijk springt Margaretha in haar brieven van de hak op de tak. Ze heeft een nieuwe brouwer bier laten brouwen voor dagelijks gebruik en iedereen is heel tevreden. Het heeft haar 38 gulden gekost en kennelijk vindt ze dat een koopje. Ze zal hem nu ook vragen om bruin bier te brouwen.

[twee mael daechs naer de steen oven,] ick heb ock voor
ons vande nieuwe loenense brouwer wit bier voor onse tafel
laete brouwe dat so Elck seijt heel wel gevalle is, het
heelle gebrout kost mijn 38f daer voor heb ick twee
tonn schoon 8f en 12 tonne 4f bier so dat mij
het 4f bier naulijcks 2f de ton kost, nu sal ick noch
Eens bruijn bier voort volck van ijanpeeterse die hier int
dorp woont laete brouwe [om die swaere reeckenine vande]

En tot slot ….
In de laatste regels van haar brief schrijft Margaretha dat ze de mest uit het schaapskot uit heeft laten rijden in de boomgaard. En daar moet ‘mijn heer en lieste hartje’ het dan maar mee doen!
dat werck sulle koen, ick heb ock de messe wt het schaeps schot om de boome inde groote en hoochlange boogaert laete rijden
blijf Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijf
M Turnor


- 1Provisie: voorraad














Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep