De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Beroerte

Een verdwaalde brief

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 22 juni 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 30 juni 1680
Lees hier de originele brief

Er is wat verwarring over de brieven van Godard Adriaan. De jonge Godert van Beusichem, zoon van secretaris Nicolaas van Beusichem, heeft Margaretha laten weten dat hij een brief van Godard Adriaan aan haar heeft doorgestuurd. Maar deze heeft ze nooit ontvangen. Navraag bij de post mocht helaas niet baten. Margaretha heeft niet kunnen achterhalen ‘waer die heen is gedwaelt’, dus ze vervolgt de update die ze Godard Adriaan in haar vorige brief gaf over de herbouw. Ze hebben in Amerongen 3 à 4 dagen redelijk goed weer gehad, dus er is lekker doorgewerkt.

[reca. 30e. Junij.]
Ameronge den 22/12
ijuni 1680

Mijn heer en lieste hartge
den jongen beusekom schrijft mij voorleeden
dijnsdach met de post geschreefve te hebbe en
Een meesiefve van uhEd gesonde te hebbe de welck
ick niet heb ontfange, heb aende poste daer
naer doen verneeme dan niemant weet
daer van, waer die heen is gedwaelt kan
ick niet weeten, so dat uhEd laeste vande
5 deeser is, die ick heeden achdage heb
beantwoort, seedert hebbe wij hier drij a
4 dage taemelijck goet weer gehadt inde
welke niet in ons werck so op de steen=
=oven als aent metselen en timeren nie
is versuijmt, [en hoope de metselaers die]

Een man rijdt op een paard door een landschap. Achter het zadel ligt een grote, gevulde zak waaraan een posthoorn hangt. Op de achtergrond een boom, een boerderijtje en twee pratende mannen. In de verte een stad.
Postbode te paard, Jan Luyken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Middelmanekens

Er wordt hard gewerkt bij de steenoven en de metselaars en timmerlieden schieten al aardig op. De muren vorderen gestaag. Als de werklieden zo door kunnen gaan, kan men de balken en kap gaan plaatsen. Meester Schut heeft hiervoor 3 extra knechten gestuurd, omdat de timmerlieden in Amerongen niet goed weten hoe dit moet. Margaretha schrijft in dit deel van de brief over ‘middelmanekens’ van de vensters. Zou ze hiermee de verticale scheidingen van hout of steen in kruiskozijnen bedoelen die gangbaar waren in de 17de eeuw? Tegenwoordig hebben we het over de middenstijlen. Volgens Margaretha kunnen ze in ieder geval niet van hardsteen gemaakt worden, omdat daar niet genoeg voorraad van is. Maar de secretaris heeft een oplossing. In plaats van hardsteen, kunnen ze metselstenen gebruiken en deze vervolgens met kalk bestrijken. Dan lijkt het net hardsteen.

Eerste brieffragment middelmakens
Tweede brieffragment middelmakens

hier sijn van Amsterdam noch 3 timer=
=mans knechts gekoome die schut heeft ge
sonde om de kap te helpe rechte, daer de
timerlie hier weijnich raet toe wiste,
nu sal ick Een steen houde van wttrecht moete
laete koome om de hartsteen stucke tot
de Eene schoorsteen en de middel maneken
vande vensters gereet te maecken, daerse
niet lange werck aen sulle hebbe, want
so de seeckreetaris seijt is hier so veel hart
=steen niet tot al de middelmanekens
maer moete Een deel van metselsteen

gemaeckt en met seegerberger kalck gestreeck
worde dat dan ock als hartsteen sal
staen, [dat spronse inde haech doot is]

Tekening van het stalgebouw van Kasteel Amerongen. Een breed gebouw van één verdieping met een zadeldak met drie koekoeken. Aan weerszijden een vierkant gebouw met twee verdiepingen en een puntdak met bovenop het dak een schoorsteen, de paviljoens. Ieder paviljoen heeft boven twee ramen en beneden een deur met een trapje en een raam. In elk dak zit een koekoek. Het stalgebouw in het midden is symmetrisch: in het midden drie ramen, dan een smalle deur, een raam, een brede deur en nog een raam. Boven het middelste raam zit een koekoek en boven elke brede deur zit er één. Midden op het zadeldak zit een torentje met een klok.
Stallen met torentje, anoniem, rond 1927. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief. Tekening is gemaakt toen de klok op het stalgebouw gezet is. De rest is nog zoals het in de 17e eeuw gebouwd is. De ‘middelmanekens’ zijn niet van natuursteen of baksteen, maar van hout.

Update uit Den Haag

Margaretha onderbreekt het verslag van de bouwwerkzaamheden even voor wat gezondheidsupdates uit Den Haag. Johan Spronssen, tweede griffier van de Staten-Generaal, is namelijk dood. Zijn ambt is daarmee opgeheven en dat betekent dat griffier Hendrik Fagel het werk alleen moet doen. Ook met Gijsbert van den Hoolck, Gedeputeerde ter Staten-Generaal uit Utrecht, gaat het helemaal niet goed. Hij heeft een soort beroerte gehad en er is weinig hoop dat hij weer helemaal opknapt. Dat blijkt te kloppen want in september 1680 zal hij overlijden.

Brieffragment update uit Den Haag

[staen,] dat spronse inde haech doot is
en sijn griffiers Amt gemortifiseert is
heb ick met de laeste post vergeeten te
schrijfve, nu is fagel alleen grieffier
vander hoollijck lach ock inde haech heel
kranck had Een speesi van Een beroerte
door al sijn d leeden, doch was Een
weijnich beeter maer niet veel hoop tot
op te koomen, [ick hoor noch niet of den]

Zeventien leden van de Staten-Generaal vergaderen aan een rechthoekige tafel. Een griffier noteert de besluiten in een boek. Aan de muur een wandtapijt met een jachtscène en de portretten van Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia van Solms. Links een schilderij van een ridder. Onderaan twee keer twee regels tekst in het Frans. De prent maakt deel uit van een boek over het bezoek van Maria de Medici aan de Nederlanden om de bemiddeling te verzoeken tussen haar en haar zoon Lodewijk XIII.
Vergadering van de Staten-Generaal, anoniem, 1639. Collectie: Rijksmuseum

Het Encker

In een P.S. op een los briefje komt Margaretha nog even terug op het stuk land op het Encker dat Joan Carel Smissaert voor hen wil kopen. Ze heeft Godard Adriaan hier op 17 juni ook over geschreven, maar ze weet dus niet wat hij hiervan vindt. Morgen zal Smissaert samen met de heer Van Beeck van het Domkapittel bij haar langskomen om de koop te bespreken. Cornelis Verweij heeft haar gezegd dat het een goede koop zou zijn als ze het stuk land voor 400 of 500 gulden kunnen krijgen. Daar moet ze dan maar op vertrouwen.

p s merge sal den k dom heer van beeck met
den heere smitse hier bij mij komen om
weegens het lant opt Encker daer ick
heeden acht dage van heb geschreefve
te spreecken sal sien of wij de koop
Eens konne werde, korneelis verweij
meent als wijt voor 4 a 5 hondert gulde
koste krijge dat het wel sou sijn

PS op los briefje
Foto van een open schuifraam met daarvoor twee bureau lampen. Door het raam heb je een wijds uitzicht over de landerijen erachter met bossages en een watertje.
Foto vanuit een (huidig) kantoor op de tweede verdieping naar het westen toe, foto Annemiek Barnouw, 2020. Het weiland bij de bossages is Het Encker.

Haruut! De vijand is hier!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 2 januari 1673 Den Haag
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 13 januari 1673 Bielefeld
Lees hier de originele brief

Margaretha en haar familie hebben 1672 overleefd maar de oorlog is nog niet voorbij. Margaretha’s vorige brief zat vol slecht nieuws: de vijand is een duister plan aan het smeden en ze heeft al weken niets gehoord van haar zoon. Zal 1673 een fortuinlijker jaar blijken dan 1672 of zakt de Republiek verder de rampspoed in?

Ziekte van Van Ginkel

De brief begint relatief goed: eindelijk hoort Margaretha weer iets van haar zoon! Ziekte teistert de familie zowel in Den Haag als in het verre Charleroi: zoonlief kon geen brieven schrijven omdat een flinke verkoudheid met koorts hem geveld had. De dokters zijn inmiddels langs geweest bij Van Ginkel en zij denken dat de ziekte voorbij het hoogtepunt is. Het gevaar is geweken. Haar zoon heeft veel geluk gehad: hij is niet de enige die getroffen is door ziekte in het Staatse leger. Meerdere hoge officiers zijn zelfs overleden hierdoor.

Brieffragment over Van Ginkel

sal het leste daer van Eerst sege, dat is dat de
heer van ginckel volgens sijn schrijfve vande 27
wt bruijsel en die vande heere vrijberchge1Cornelis van Vrijberghe beeter
en volgens t oordeel vande docktoore sijn sieckte
opt hoochste is geweest en buijte prijckel2perikel: gevaar weer
was, daer wij godt niet genoech voor konne
dancke, sijn sieckte is hem int leeger voor schar
=leroij3Charleroi met Een viemente4vehement: stevig verkoutheijt en konti
=niweele koorts aengekoome alsmeede den luijte –
nant generael weldere5Johan van Welderen en den ritmeester de
gruijter6Onbekend, die sijn hoocheijt door de graef van
werfusee7Floris Carel van Beieren Schagen, graaf van Warfusé en 60 ruijters naer bruijsel liet
brenge, daer weldere en de gruijter den darde
dach naer datsij daer waere, sijn gestorfve
so den heere vrijberge die schrijft onse soon

Een man in het zwart met een een wit sjaaltje houdt de uitgestrekte arm vast van een zittende man, ook in het zwart. Zijn arm is ontbloot en ter hoogte van de elleboog spuit er een straaltje bloed uit de arm. Naast de man staat een kleine jongen met een schaaltje die het bloed opvangt. Op de achtergrond zit iemand bij een vrouw met een witte kap. Op de voorgrond zien we nog net de pop waar een kind mee zit te spelen. Aan de muur een kast met potten, daarnaast hangt een viool.
Aderlating. Fragment uit Jacob Fransz. (ca. 1635-1708) en zijn familie in de chirurgijnswerkplaats, Egbert van (I) Heemskerck, 1669. Collectie Amsterdam Museum

Dat Van Ginkel het overleefd heeft is aan twee zaken te danken, schrijft Margaretha: gezond verstand en een goed gestel. Toen hij hoorde dat er al mensen overleden waren omdat ze geen rust namen heeft hij meteen verzocht om logement bij iemand in huis te nemen in plaats van verder te reizen naar het barre, koude legerkamp bij Charleroi. Het laatste nieuws dat Margaretha heeft gekregen over haar zoon is dat hij een aderlating ondergaan heeft. Hoe hem dit bekomen is, dat is nog wachten tot de dag van morgen.

Brieffragment over Van Ginkel in Brussel

seer intstantelijck versocht te hebbe sijn loosgement
in sijn huijs bij hem te neeme, het welcke hij Exk
=useerde en in sijn herberch is gebleefve, seijt
segge, de docktoore bij aldien de heer van ginckel
niet Een bij sondere starcke natuer had ge=
=hadt daer niet vande op soude gekoome hebbe
hij is te bruijsel g Een Adergelaeten, nu ver
lange wij seer naer den dach van mergen
dat de bruijselse post komt om te hoore hoet
nu is en hoet laeten hem is bekoome, [ijan sijn]

Over het ijs!

Helaas blijft het in deze brief niet bij enkel goed nieuws. Godard Adriaan krijgt eindelijk te horen welk vilein plan de vijand bekokstoofd heeft: doordat het zo hard gevroren heeft is de Hollandse Waterlinie stijf bevroren. De Franse troepen konden simpelweg over het ijs de Staatse troepen omzeilen. Holland lag wijd open! Zouden ze hun belofte om Den Haag te plunderen nu waar maken?

Eerste brieffragment over alarm in Den Haag
Tweede brieffragment over alarm in Den Haag

[sieck tot bruijsel gebrocht was,] daer op kree
chge wij snachts hier den alarm dat de vijant
overt ijs van achteren bij boodegraef8Bodegraven was
in gebroocke dat konins merck9Kurt Christoph von Königsmarck met sijn volck
tot Alphee10Alphen aan de Rijn was gereetireert11retireren: terugtrekken, den r p fagel12Raadspensionaris Gaspard Fagel

en andere heere die savonts te tien Eure deese tijdin
al hadde en aenstonts derwaerts ginge, seekree
teerdes13ecreteren: geheim houden het, [maer snachts ontrent Een Eur quam]

Den Haag is in rep en roer. De hoge heren zijn al verdwenen uit de stad, zij hadden het nieuws schijnbaar al eerder. Er ontstaan weer volksoproeren en de burgers nemen het heft in eigen handen. Niemand mag de stad uit. Margaretha weet niet wat ze doen moet: ze lag al wakker met zorgen om haar zoon maar nu komen ook de Fransen ineens heel erg dichtbij.

Brieffragment haruut haruut

maer snachts ontrent Een Eur quam
der post op post, en ick die door de bekomerin van
mijn soon niet kost slaepe, hoorde de klapper
man roepe harwt harwt, daermeede, Elck
ten bedde wt de burgerij in wapene de klocke
op alde dorpe luijde alles was in sulcken roer
dat het mij niet licht vergeeten sal, ick was
meest met de vrou van ginckel en de kindere be
komert en kostse onmoogelijck niet wech krijge
de burgers oft kanaelge14canaille: gepeupel wilde onmoogelijck niet
lijde15lijden: dulden datter Eimant wt den haech ginck, [het huijs]

Gelukkig zet al snel de dooi in. Eindelijk lijken Margaretha’s gebeden om hulp vervuld. De Fransen moeten snel terugtrekken en moeten daarvoor langs de post van commandant Pain et Vin bij Nieuwerbrug. Alleen… hij blijkt gevlucht te zijn.

De vraag op ieders lippen: hoe kon dit gebeuren? Waar was het Staatse leger toen ze eindelijk de Fransen de pan in hadden kunnen hakken? Weer is het Staatse Leger ineffectief gebleken tegen een Franse invasie.

Eerste brieffragment over de schielijke dooi
Tweede brieffragment over de schielijke dooi en de terugtocht van de Fransen

[schrijfve], doch moet noch segge dat godt almachtich
ons op Een bijsondere manier sijn genade heeft ge
toont door Een seer schielijcke16schielijk: snel en viemente doeij
waerdoor den vijant niet voort noch te ruch en
kost, en sonder dat pinevien17Moïse Pain et Vin, bevelhebber van het Staatse leger wat Bodegraven had moeten beschermen sijn post die hem aenden
nieuwe bruch18Nieuwerbrug aen bevoolle was had verlaeten naer

oordeel van alle mense had de vijant so beset geweest
datter geen of weijnich van hadde konne koomen
nu hout me voorseecker dat sij die post diese in hadde
gehoude teenemael hebbe verlaete en weer na wt=
trecht sijn, [men meent dat de komst van sijn hoocheijt]

In een woning heerst chaos. Links achter komen door een open deur soldaten binnen met getrokken geweren, daarvoor is een kluwe vechtende mensen. Een bed staat in brand met daarin twee mensen. Een soldaat houdt een baby in de lucht, achter hem een man met een toorts. Op de voorgrond ligt een man op de grond en uit een mand steekt het onderlijf van een kind. Een los hoofd ligt naast de mand. Een soldaat steekt zijn toorts aan bij de haard, hij wordt aangevallen door een hond. Rechts staat een man met een hellebaard.
Franse wreedheden in Bodegraven en Zwammerdam in 1672, Romeijn de Hooghe. Collectie Boijmans Van Beuningen.

Margaretha moet even alle stress en spanning kwijt bij haar liefste hartje. Hoe lang zal deze verwoestende oorlog nog doorslepen? Zal 2023 1673 eindelijk geluk, zege en voorspoed brengen? Voor de dorpelingen van Zwammerdam en Bodegraven is het al te laat: de gefrustreerde Franse troepen hebben de dorpen geplunderd en afgebrand op hun terugtocht. Zonder huis zullen zij deze killer winter moeten zien door te komen.

Brieffragment over de verschrikkingen

[de] heer almachtich wil ons bij staen en geefve wij in dit
ijaer 1673 meer geluck seegen en voorspoet mooge
hebbe alst voorleeden ijaer, so lange den vijant inde
provinsi van wttrecht is sulle wij ingeen rust sijn
maer met de Eerst vorst die wij alledage hebbe te
verwachte alweer inde selfde alarm weese, tis seer
droefvich te sien so hier ontrent alles geruwineert wort
de plantaesge uijleboome de koekamp alle die boome
sijn afgehouwe legge inde wech, de dorpe boodegraef en
swamerdam sijn so af gebrant door den vijant datter
geen ses huijse sijn gebleefve en voort al die streeck
lans afgebrant, die schoone huijse, wat is dit Een ru
wineusen oorlooch int hartge vande winter so veel mens
verijaecht, och ons liefve vaderlant is wel in Een seer
droefvigen staet, het Eene droefheijt komt mij opt
ander en heb niemant dien mij raet heb van uhEd
ock in so lan niet gehoort hoop het wel sal sijn, en dat
de heer almachtich ons sal te hulpe koome op wien
alleen betrouwe blijfve
uhEd getrouwe
M Turnor

P.S. Toch geen verkoudheid?

Zoals wel vaker voegt Margaretha aan het einde van haar brief nog recenter nieuws toe. Zo heeft ze net meer nieuws over haar zoon gekregen. Het schijnt dat hij niet enkel last had van een flinke verkoudheid maar ook van enige “belabbertheijt aen sijn tong”. Het klinkt alsof Van Ginkel door alle ontberingen een lichte beroerte heeft gehad. Haar moederlijke instincten ontwaken meteen: moet ze naar haar zoon toe?

Brieffragment met het laatste nieuws over Van Ginkel

seijde dat hij beeter was maer
Eenige belabbertheijt aen sijn
tong hadt wisle wist niet
te segge waer wt het selfve
ont staet, dat mij nu weer
nieuwe bekomeringe geeft
vreesende het Een nieuwe
toe val sal sijn daerom ick
seer beducht ben niet weeten 
de wat ick doen sal of daer
nae toe gaen of niet gaen
ick souder konne bevriese en
niet weeten hoe weerom te koo
=men, sal de post van merge
afwachte, daer seer nae verlan

P.S. Gelukkig nieuwjaar!

Margaretha mag Kerst dan wel negeren, voor het nieuwe jaar is ze niet blind:

Brieffragment met nieuwjaarswens

ick wensche uhEd hiermeede Een
geluck salich nieuwe ijaer met
meerder rusten minder sonde
te beleefve,

Een gelukzalig nieuwjaar met meer rust en minder zonde…

  • 1
    Cornelis van Vrijberghe
  • 2
    perikel: gevaar
  • 3
    Charleroi
  • 4
    vehement: stevig
  • 5
    Johan van Welderen
  • 6
    Onbekend
  • 7
    Floris Carel van Beieren Schagen, graaf van Warfusé
  • 8
    Bodegraven
  • 9
    Kurt Christoph von Königsmarck
  • 10
    Alphen aan de Rijn
  • 11
    retireren: terugtrekken,
  • 12
    Raadspensionaris Gaspard Fagel
  • 13
    ecreteren: geheim houden
  • 14
    canaille: gepeupel
  • 15
    lijden: dulden
  • 16
    schielijk: snel
  • 17
    Moïse Pain et Vin, bevelhebber van het Staatse leger wat Bodegraven had moeten beschermen
  • 18
    Nieuwerbrug

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén