De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Berlijn

Nog meer vis en nog lager water

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 19 oktober 1680 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 22 oktober 1680
Lees hier de originele brief

Er is weer eens een brief te laat aangekomen. En nog wel de brief van 28 september waarin Margaretha het over een eerdere verloren brief heeft. Inderdaad zien we in de aantekening van Godard Adriaan op die brief dat deze op 7 oktober is ontvangen. Hij is blijkbaar op een ander manier bezorgd dan normaal, of gewoon bij de vaste contactpersoon Franco Bisdommer blijven liggen en pas later opgestuurd.

Brieffragment missende brief

[rec. 22. Octobr]

Amerongen den
19/9 ockto 1680

Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 9 deeser sien ick met
verwonderin dat de mijne vande 28 septem
met Een ander als den ordinaerisse post en
so veel laeter is bestelt geweest kan niet
dencken waer dat bij komt of die moet bij
bisdomer1Franco Bisdommer, voert één van de belangrijkste postdiensten vergeete sijn geweest en dat hijse
doen nae heeft gesonden, [volgens het schrijfe]

Aan een tafel zit een vrouw voorover gebogen een brief te schrijven met een veer. De bode die achter de vrouw staat, wacht tot ze klaar is, waarna hij de brief kan gaan bezorgen. Op tafel ligt een bruinig tafelkleed en een luit. Op een groen kussen voor de tafel ligt een bruinwit hondje te slapen.
De briefschrijfster, Frans Mieris (I), 1680. Collectie Rijksmuseum.

Bezoek in Berlijn

Zoals al werd gefluisterd, is prins Willem III inderdaad op bezoek gegaan bij de keurvorst in Berlijn en Potsdam, heeft Margeretha van zoon Godard gehoord. Die was mee in het gevolg. Ze is wel erg benieuwd wat voor antwoord de prins heeft gegeven op het verzoek van haar man om zo langzamerhand weer naar huis te mogen.

Brieffragment Willem III in Berlijn

[doen nae heeft gesonden,] volgens het schrijfe
vande heer van ginckel in dato den 11/1 deeser
aen mij geschreefve sal sijn hoochijt nu tot berlijn
of potsdam al sijn geweest of noch sijn, mij
verlanckt wat antwoort hij uhEd op sijn
versoeck van thuijs te mooge koomen sal ge=
geefve hebben, [hoewel de peetisie ter som]

In een open ruimte ligt een groot gebouw. Op dfe voorgrond een vlakte met verschillende koetsen, wandelaars en ruiters. Dan een gracht en een breed gebouw met in het midden een toegangspoort. Het eind van het gebouw heeft twee paviljoens. Verder naar achteren een hoger gebouw met drie elegante torentjes. Links en rechts zijn nutstuinenen ingericht en op de achtergrond loopt een kanaal met schepen.
Gezicht op het Potsdamer Stadtschloss, Peter Schenk (I), 1675-1711. Collectie Rijksmuseum.

De reis van zijne Hoogheid naar Berlijn geeft nog steeds aanleiding tot allerlei geruchten (grote “mompeling”) aan het thuisfront. Maar welke? Margaretha laat zich er niet over uit. Het zal vast niet alleen een kraamvisite zijn. De keurvorst is weer grootvader geworden. Helaas heeft hij zelf weer erg veel last van jicht. Hij zou het vast fijn hebben gevonden als hij een kleinzoon in plaats van een kleindochter had gekregen. Maar wat niet is, kan nog komen.

Brieffragment jicht en geruchten

[met gout gewerckt derest heel van sijde,] dat den
heere keurvorst weer aent poodegra2Podagra: jicht set doet mij leet en jam
mert mij seer, had de keur prinse Een prins mooge
voor Een prinses3De keurprins van Brandenburg, Friedrich, heeft op 29 september zijn eerste kind gekregen. Dit was een dochter. Haar 19-jarige moeder zal twee jaar later aan de pokken overlijden. Dus op een zoon moet Friedrich nog even wachten. hebbe gehadt geloof dat also aengenaem soude
geweest sijn , dan die kan noch koomen, deese reijs van sijn
hoocheijt is niet sonde groote monpelin4Mompeling kan praatjes of geruchten betekenen. Dat is mogelijk hier de betekenis, maar wat dan die praatjes zijn… onder veelle, [dat den heer]

Twee kanten van een zilveren munt. Links de kop van de Keurvorst van Brandenburg met naast hem twee mannen die een lauwerkrans boven zijn hoofd houden. Eronder staat in een cartouche "Keurvorst van Brandenburg". Rechts een ruiter op een paard dat naar rechts stapt.
Herdenkingsmunt traktaat tussen Brandenburg en de Staten Generaal, Wouter Muller, 1672. Collectie Rijksmuseum

Slepende kwesties

Er volgt een opsomming van de bekende zaken waar Margaretha telkens maar weer achteraan moet rennen zonder dat er veel schot in zit. Van de provincie Utrecht lijkt nog steeds geen geld te komen, neef Wellant heeft al twee weken niets van zich laten horen, en ze zou ook graag af zijn van een zaak tegen zwager Carel-Alexander van Berck. Gelukkig zijn er ook de concrete bezigheden in en om het kasteel waar wél resultaten worden geboekt. Daar gaat de rest van de brief over.

Betere vloerdelen en ijzerwerk

Godard Adriaan gaat proberen om betere Pruissische vloerdelen te sturen. De lijntjes naar de Pruissische bossen vanuit Berlijn zijn immers kort. Wat Margaretha nu ter beschikking heeft is niet best. Net zulk slecht hout als de pruissische delen in het klein salet in hun huis in Den Haag. Die zitten vol blaasjes (bobbels of noesten?): onhandig en het staat ook niet mooi. Margaretha zal ook blij zijn als het ijzerwerk voor ‘de balie’ binnen zal komen. Wat voor balie ze precies bedoeld is onduidelijk, het kan een leuning, een hek of een reling zijn.

Brieffragment hout en ijzer

dat uhEd andere en beetere pruijse deelle sal
sien te sende waer seecker goet want die hier
sijn sijn seer slecht en is van dien aert van
hout als de pruijse deelle die inde haech in ons
kleijn salet legge en haer met blaesges ge
duerich so ruijch op werpen, dat als uhE
weet seer moilijck is, en niet wel staet
sal blijde sijn als wijt ijserwerck tot de baelie5balie: leuning, hek, ballustrade, reling
hier hebbe sulle, [hier neffens gaet de]

Foto vanaf de onderbrug van Kasteel Amerongen richting de kade. In de balustrades van de onderbrug hangen spinnenwebben.
Balustrade op de onderbrug, 2020. Balustrades op de onderbrug en op de kade zijn goed te zien en dateren uit de bouwperiode van het huis.

Bremer vloerstenen

Als bijlage stuurt Margaretha een overzichtje van de Bremer vloerstenen waarmee haar man de huizen op de voorburcht wil laten plaveien. Het moeten er enkele tientallen meer zijn, voor het geval er een paar breken. Ook graag vast geslepen en recht afgekant. Jan Prang heeft de vorige lading niet goed afgekant: veel te scherp en te dun, waardoor ze snel afbraken.

Brieffragment Bremer vloersteen

[hier hebbe sulle,] hierneffens gaet de
meemoorije vande breemer vloersteen so
uhEd die huijse op t voorburch daer meede belieft geleijt
te hebbe, salder noch wel 30 a 40 booven
dit getal meer diene te sijn om voort breeck
, en toch alle gesleepe, het kant rechte ge=
=loof dat hier best sal gedaen worde ijan
prang heeft d onse niet wel gekantrecht
heeft de kante al te scherp en te dun af
gehouwe die breecke te licht af ,

Steenhouwer die bezig is het met houwen van steen voor het bouwen van een huis. Boven de afbeelding staat: De Steenhouwer Hoewel verspreid, Nochtans bereid. Onder de afbeelding staat: De Stenen worden vast behouwen, Om't machtig Huis meed' op te bouwen; Gelijk des Heeren Jesu werck, De Steenen, hier en daar geleegen Bereid, en vleid en schickt ter deegen, Tot Opstal van zijn eeuw'ge kerck.
Steenhouwer, Jan Luyken, 1694. Collectie Rijksmuseum.

Fraai tafelkleed

Godard Adriaan wil nog meer weten over de Oost-Indische kist. Margaretha vindt echter dat ze alles al wel gezegd heeft. Nou goed dan, toch een nadere specificatie van het tafelkleed. Dat is fraai, en de kroon en de griffioenen van het familiewapen zijn van gouddraad en de rest van het wapen van zijde.

[sijn,] nu weet ick niet of heb uhEd meesiefve in alles beant
woort, dat ick de oostindische preesente in alles wel heb
bevonde heb ick met de laeste post geschreefve het taefel
kleet is fraeij de kroon en grifelijoene van ons wapen sijn
met gout gewerckt derest heel van sijde, [dat den]

Een suikerpot van Chinees porselein, onderdeel van een incompleet koffie- en theeservies. De buikige suikerpot staat op een ronde, ingesnoerde voet en heeft twee oortjes. Aan twee zijden het Van Reede familiewapen in een gouden lijst, gedragen door twee witte griffioenen, staande op een verguld omrand wolkendek met groen, blauw en roze. Boven het wapen een gekroonde helm met zwart dekkleed en zwarte vleugels als helmteken. Bij beide handvatten, organisch gevormd, een `vergulde bladertak met rode besje. De suikerpot heeft aan de bovenkant een smalle gouden bies.
Suikerpot van Chinees porselein met Van Reede wapen, ca. 1790. Collectie Kasteel Amerongen.

Viskuil uitmodderen

Het bericht over de vis in de vorige brief heeft kennelijk Godard Adriaans grote interesse. Hij heeft opdracht gegeven om de gracht nog wat verder uit te modderen met een kuil om daar de gevangen vis beter in te kunnen bewaren. Margaretha heeft vorig week nog een keer een mooi zooitje laten vangen. In de Rijn staat nu minder dan een meter water (3 voet), en hij blijft zakken.

Eerste brieffragment vis
Tweede brieffragment vis

de kuijlle tot konservaesie vande vis sal ick lae
=ten inde grafte volgens uhEd begeerte wt modde
=ren, ick heb inde vooleedene weeck op den rhijn
die teegenwoordich geen 3 voet water heeft

en noch al wech valt laeten visse hebbe Een schoone soij vis
gevange die meest inde grafte heb geset so dat die nu wel
van vis is versien konne wijse maer behouden daer toe mij
beste sal doen, [den heer van Eck laet sijn kribbe weer ver]

Aan een rivier zijn mannen bezig met vissen. Links haalt een man een lijn met haken met daarin vissen binnen, daarnaast stoppen mannen de gevangen vissen in een ton. in de rivier zet een man een fuik en plaatst een man een een net. Rechts op de voorgrond een bootje met met daarin een fuik en twee mannen die zich daarom kommeren. Op de achtergrond koeien in een weide, een landhuis en een kerk.
Visvangst met fuiken en vislijnen, Philips Galle, 1582-1633. Collectie Rijksmuseum.

Slag om de rivier

Niet alleen de Van Reedens, maar ook hun buren beschouwen de rivier als hun achtertuin, waar je niet alleen vis in vangt, maar waarvan je ook de loop zoveel mogelijk naar je hand probeert te zetten. Of het nu is om afkalving van jouw oever te voorkomen, of om je aanvaarroute te verbeteren. De stroomopwaarts gesitueerde buurman Johan Willem van Eck, heer van Lievendaal, heeft de kribben aan zijn kant verlengd, dus nu doet Margaretha iets vergelijkbaars aan haar kant en lijkt het evenwicht weer hersteld. Overgebleven stenen en misbaksels uit de reeds ontmantelde steenoven komen hier goed van pas.

Brieffragment kribben in de rijn

, den heer van Eck6Johan Willem van Eck van Pathaleon, heer van Lievendaal. Bij het aanleggen van kribben ontstaat er benedenstrooms een tegenstroom. We denken dat Margaretha daar op doelt. Lievendaal ligt ongeveer 350m stroomopwaarts van Kasteel Amerongen. laet sijn kribbe weer ver
lenge, dat ons geen vordeel geeft, waerom ick deese weeck bij
de 80 voijer7een bepaalde maat, b.v. roeden? of “rooien”: rijen, riggels? vande saeme geloopene boncke of steen en stucke
van steen vande steenoven, achterons ridtse8Misschien van verwant aan riet/rijt: buitendijkse geul aende bollekrib of zandplaat inde
rhijn heb laeten brengen dat Elck seijt Een goet werck te
sijn,

tekening van de rijn met aan weerszijden kribben. Ingetekend zijn de zandplaten en op verschillende plekken de diepte in de rijn. Onderaan ligt Amerongen. Ook het eigendom van de oevers is genoteerd. Aan de zuidkant, in de Betuwe, staat "Graeff van culenborch Landt", aan de noordkant, bij Amerongen staat "De Nobelweert, toecomende den Heer Graeff van Cuilenborch. Rechts is de Lekdijk ingetekend met een klein stukje land van "De Erffgenamen van Jan Verweij" en dan weer van "G.v. Cuijlenborch"
De Rijn bij Amerongen, N. Wiborch en I. van Geelkerk[en], 1662. Onderdeel van Kaarten van de ondiepten in den Rijn tussen Schenkenschans en Vreeswijk, 1662. Collectie Gelders Archief.

Werk aan de winkel

Ze sluit af met een indirecte aanmoediging om naar huis te komen: In Utrecht wordt door de mensen erg naar zijn terugkeer uitgekeken zodat hij dan allerlei zaken met van Weede van Dijkvelt in orde zal brengen, wat volgens Margaretha nog een heel werk zal zijn. Er is weer iemand overleden, en het lijkt er op dat Ursula Philipota weer zwanger is. Het gaat nu goed met haar, ze staat op het punt om te vertrekken. De groeten aan de heer Blanche!

Brieffragment laatste mededelingen

, dat den heer
van dijckvelt9Everard van Weede uhEd so beleeft heeft geschreefve is goet tot
wttrecht wilme dat uhEd met hem alles weer te recht sal
brenge daer werck aen sal sijn, den goede ouden heer
van kanenburch10Elbert van Isendoorn à Blois is overleede diens, doot beklaecht wort
de vrou van ginckel is weer wel geloof sij swanger is, is noch
hier maer vertreckt , ick blijf
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
met uhEd permisse11Met uw permissie: met uw goedvinden
mij gebiedenis12Gebiedenis: Eerbiedige groet aende heer majoor Blansche

Links een rijtje huizen met sierlijke gevels, aan het eind een tuinmuur. Loodrecht op de tuinmuur staat een witgebouw van twee verdiepingen met een rijk versierde voordeur met een trap ervoor. Rechts staat een boom en half achter de boom staat een koets. Twee mannen lopen de trap op naar de deur, links van de trap staat een soldaat (?) op wacht. Op het plein zitten twee honden.
Statenkamer van Utrecht op het Janskerkhof, Jan de Beijer, 1736. Collectie Het Utrechts Archief.
  • 1
    Franco Bisdommer, voert één van de belangrijkste postdiensten ↩︎
  • 2
    Podagra: jicht ↩︎
  • 3
    De keurprins van Brandenburg, Friedrich, heeft op 29 september zijn eerste kind gekregen. Dit was een dochter. Haar 19-jarige moeder zal twee jaar later aan de pokken overlijden. Dus op een zoon moet Friedrich nog even wachten. ↩︎
  • 4
    Mompeling kan praatjes of geruchten betekenen. Dat is mogelijk hier de betekenis, maar wat dan die praatjes zijn… ↩︎
  • 5
    balie: leuning, hek, ballustrade, reling ↩︎
  • 6
    Johan Willem van Eck van Pathaleon, heer van Lievendaal. Bij het aanleggen van kribben ontstaat er benedenstrooms een tegenstroom. We denken dat Margaretha daar op doelt. Lievendaal ligt ongeveer 350m stroomopwaarts van Kasteel Amerongen. ↩︎
  • 7
    een bepaalde maat, b.v. roeden? of “rooien”: rijen, riggels? ↩︎
  • 8
    Misschien van verwant aan riet/rijt: buitendijkse geul ↩︎
  • 9
    Everard van Weede ↩︎
  • 10
    Elbert van Isendoorn à Blois ↩︎
  • 11
    Met uw permissie: met uw goedvinden ↩︎
  • 12
    Gebiedenis: Eerbiedige groet ↩︎

Iets noodzakelijks doen?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 16 december 1679 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 25 december 1679 Berlijn
Lees hier de originele brief

Margaretha heeft de brief van de 4de december van Godard Adriaan uit Celle ontvangen. Kennelijk doen de brieven er meer dan tien dagen over. Margaretha hoopt dat haar man haar zo snel mogelijk laat weten wanneer hij in Berlijn aangekomen is.

Brieffragment brieven en reizen van Godard Adriaan

[reca. 25e xber. in Berlin]
Ameronge den
16/6 deesem 1679

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 4 deeser is mij ter rechter
tijt behandicht, tis mij seer lief en aengenaem
de selfve tot sel in tamelijcke gesontheijt is gear
=rijveert hoope hij nu tot berlijn sal sijn aengekoome
het welcke verlange te hooren, [met mijn voor]

Ingekleurde gravure van een stad met vestingwerken. Op de voorgrond een bomenrijk gebied met een paar omheinde tuinen en een bleekveld en een bandeau met legenda. Dan een paar bastions, de gracht, de stadswal en daarachter de daken van de stad, met diverse kerken. Helemaal op de achtergrond een groot slot of paleis.
Zicht op Celle, Matthäus Merian (graveur) naar Conrad Buno, 1654. Collectie SLUB Dresden, via Deutsche Digitale Bibliothek.

Het grauwe koetspaard

Margaretha gaat er voor het gemak maar vanuit dat haar vorige brief in Berlijn op Godard Adriaan ligt te wachten, dus ze vertelt nog maar een keer uitgebreid het verhaal van het grauwe paard. Het been is nog wat dik, maar de smid zegt dat alles goed komt, dus daar hoeft Godard Adriaan zich geen zorgen over te maken.

Brieffragment over het grauwe koetspaard

[het welcke verlange te hooren,] met mijn voor
gaende die niet twijfele of uhEd sal se tot
berlijn vinden of ontfange, heb ick geschreefe
hoe dat het bewuste paert hier opt stal staet
is gesont en fris maert been noch met doecke
bewonden en vrij wat dick, doch naert
segge vande smits heeft geen noot en sal in
korte geneesen sijn, so dat uhEd nu wt die
bekomernisse is, [wat belanckt het werck hier]

Gravure van een naar links springend paard met allemaal lijntjes naar de kantlijn. Aan het eind van elk lijntje staat een cirkel met daarin een tekst.
Diagram van een bewegend paard met daarop aangegeven de zestig ziekten, anoniem, achttiende eeuw. Collectie Wellcome Collection.

Noodzakelijk

Gewoontegetrouw somt Margaretha nog even op wat er allemaal aan werk gedaan wordt rond het kasteel:

  • De ramen van de dakvensters worden gemaakt door Jacob
  • Het hout voor de schoorsteenmantels ligt in Utrecht, het schijnt droog en geschikt niet te krijgen te zijn
  • De metselaars hebben de vloer van de kelders onder de voorburcht gelegd
  • De oprijlaan is tot de eerste brug klaar (heeft ze iets meer woorden voor nodig)
  • Als het nou gaat vriezen, zullen ze de wal uit de boomgaard wegruimen

Aan het eind komt Margaretha tot de verbazingwekkende conclusie dat ze voor het eerst niet iets noodzakelijks te doen weet. Na vijf jaar bouw zou je verwachten dat dat reden zou zijn voor een feestje.

Eerste brieffragment over de werkzaamheden
Tweede brieffragment over de werkzaamheden

[bekomernisse is,] wat belanckt het werck hier
de timerlie sijn aent maecke vande dackvensters raemte
die jakop voorde seefven gul 4 stuck heeft aenge=
noomen gelijck schut van Amsterdam heeft geschree
het hout tot de schoorsteen mantels is tot wttrecht
dat drooch en bequaem is niet te bekoomen ,
de metselaers hebbe de vloere inde kelders ondert
voorburch geleijt, en sijn wt het werck gegaen,
de steech vande poort oft voorste hoomeij1Hamei: Buitenpoort, voorpoort tot de
Eerste nieuwe bruch toe is met puijn aengehoocht

en met sant overkleet, so dat die wech nu goet
is, nu sal men met het Eerste vriesent weer
de wal wt den boogaert laete rijden, voor weet
niet datter voor Eerst Eits nootsaecklijcks
te doen is, [met mijne laeste heb ick uhEd]

Tussen de twee deuren van een grote poort staat een kleuter met een wit shirt en een witte korte broek, witte sokken en zwarte schoenen. Hij heeft een witte hoed op. De deuren zijn hoog en door flinke spijkers is de versteviging aan de andere kant goed te zien. Op de deuren staan grote stekels.
Wilhelm von Ilsemann (Margaretha’s vele malen achterkleinzoon) op de oprijlaan bij de tweede poort, Ottoline Morell, 1925. Privécollectie.

Bijtertje

Margaretha heeft geen tijd voor feestjes, want Joan Carel Smissaert is nogal vasthoudend. Hij blijft bij Margaretha vragen naar de functie die inmiddels al lang vergeven is. Margaretha wil weten of Godard Adriaan nog wat voor hem wil doen. Dan weet ze of ze hem kan afwijzen of hoop mag geven.

Brieffragment over Smissaert

[te doen is,] met mijne laeste heb ick uhEd
Een brief vande heer smitser gesonden die seer
instantelijck aenhout en versoeckt met
het bewuste Amt te mooge gebenifiseert2Beneficeren: begunstigen
te worden, wenste uhEd beliefde Eens
door Een letterken te schrijfve of deselfe
daer toe inkleeneert3Inclineren: neigen of dat hij andere spee
=kulaesie4Speculatie: bespiegeling, beschouwing heeft, op dat ickt dan bij hem
smitser mach deklijneere5Declineren: afwijzen of hoop tot sijn
versoeck geefven, [waermeede Eijndige]

Pentekening met strakke lijnen van drie puppy's die elk aan een ledemaat van een lappenpop met een geruite jurk trekken. De vierde pup zit ernaast met de hoed van de pop in zijn bek.
Puppy’s spelend met een lappenpop, C. Goes, ca. 1900-1940. Collectie Rijksmuseum.

Kindergroeten en de ridderschap

Tijd om de brief af te sluiten met de groeten van de kinderen. Eigenlijk krijgt Godard Adriaan de groeten van Frits, Godertje en hun zussen, verschil moet er zijn. Tot slot het laatste nieuwtje dat Godard Adriaan waarschijnlijk al via een andere bron gehoord had: neef Hendrik Adriaan van Reede van Drakestein is lid geworden van de ridderschap. Kasteel Drakestein was na het overlijden van Hendrik Adriaans broer Gerard al verkocht vanwege schulden. Hendrik heeft de Utrechtse ridderhofstad Mijdrecht aangeschaft, waarmee hij beleend wordt. Met een ridderhofstad, een adellijke achtergrond en voldoende geld kon je toetreden tot de ridderschap.

Brieffragment met groeten en Hendrik in de ridderschap

versoeck geefven, waermeede Eijndige
blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

frits godert
en haer susters
preesenteere
haer ootmoedige
dienst aen uhEd
dat ons Neef henderick van reede voorleede
maendach sesie int lidt van ridderschap
tot wttrecht heeft genoome sal uhEd hebbe
verstaen

In een vierkante gracht ligt een vierkant eiland met aan twee kanten bomen. Op het eiland een toren met een zadeldak waaraan een gebouw van één verdieping met twee zadeldaken gebouwd is. Op de achtergrond de kerktoren van Mijdrecht.
Het Huis te Mijdrecht, anoniem, ca. 1660-1670. Collectie Het Utrechts Archief.
  • 1
    Hamei: Buitenpoort, voorpoort ↩︎
  • 2
    Beneficeren: begunstigen ↩︎
  • 3
    Inclineren: neigen ↩︎
  • 4
    Speculatie: bespiegeling, beschouwing ↩︎
  • 5
    Declineren: afwijzen ↩︎

De bouwmeester: Michiel Mattheus Smits

In de tijd dat Godard Adriaan in Berlijn aan het hof zat, heeft hij waarschijnlijk een tijdje in huis gewoond bij Michiel Mattheus Smits, hofarchitect van de Keurvorst. Smits kwam oorspronkelijk uit Breda en werkte al sinds 1652 in Berlijn. Als Godard Adriaans neef Carel van Reede van Drakestein, opperschenker van de keurvorst, in Berlijn overlijdt, werken Michiel en Godard Adriaan nauw samen om de nalatenschap te regelen.

Portret van een man die ons zijdelings aankijkt. Hij draagt een jas met knoopjes en een strik op zijn schouder. Hij heeft een kanten sjaaltje om. Hij heeft lang haar met een slag en een brede maar dunne snor. Onder het portret staat Michael Mathias Smidts Serenissimi Electoris Brandenburgici Frerici Guilelmi Magni Architectus.
Michael Matthias Smidts (1626 – 1692) door Jacques Vaillant, 1685. Collectie: Stadtmuseum Berlin © Repro: Michael Setzpfandt Berlin

De brand

Als het kasteel op 21 februari 1673 in brand gestoken wordt, zit Godard Adriaan in Minden. Hij schrijft Smits op 23 maart 1673, hij gaat er dan vanuit dat Smits al wel gehoord heeft van de brandstichting in Amerongen. Hij schrijft dan ook dat hij hoopt dat de Keurvorst hem kan helpen met hout, want daar zal hij tijdens de bouw flink wat van nodig hebben.

In mei 1673 reist Smits naar de Republiek en mogelijk heeft Godard Adriaan hem verzocht een kijkje te nemen. Het is niet duidelijk of hij in Amerongen geweest is. Wel geeft Godard Adriaan hem een introductiebrief mee voor de heer van Zuylen, die in Utrecht gebleven is. Smits gaat zeker bij Margaretha langs in Den Haag. Helaas is Margaretha zeer summier over de inhoud van hun gesprek. Ook later tijdens de bouw zal Michiel Mattheus Smits nog een paar keer langs komen. In haar brieven aan Godard Adriaan noemt Margaretha Smits ‘de bouwmeester’.

Tekening van een hoge kruiskerk met een kleine toren in het midden. In de hoeken van het kruis zijn lagere gebouwtjes geplaatst. Rondom de kerk lopen veel mensen en op het terrein staat een losse klokkenstoel met drie klokken.
Die Dorothea Kirche in der Neustadt bei Berlin, Johan Stridbeck, 1690. Collectie: Staatsbibliothek zu Berlin. Afbeelding uit zijn schetsboek ‘Die Stadt Berlin im Jahre 1690’.

De herbouw

Het is de vraag of Smits zich daadwerkelijk met de architectuur van het nieuwe huis bemoeid heeft. Tijdens de brand zat Godard Adriaan al niet meer in Berlijn en daarna is hij in Den Haag. Het kan natuurlijk dat Smits bij zijn bezoeken aan de Republiek langs geweest is en onder het genot van een glas wijn meegedacht heeft, maar zeker weten doen we dat niet.

Smits heeft wel een belangrijke rol gespeeld bij het hout dat Godard Adriaan van de Keurvorst kreeg. Niet alleen hield hij de vinger aan de pols bij de Keurvorst, maar hij regelde ook het vervoer naar de Republiek.

Plattegrond in vogelvlucht van Berlijn. Duidelijk is de bastionstructuur van de stad en de Spree die de stad in tweeën deelt. Links op de voorgrond een nieuw bastion: Dorotheenstadt.
Residentia Electoralis Brandenburgica : Quam arte optica Curate delineavit, calamo Iussuq. Clementissimo aeri incidit et Sereniss. ac Potentiss. Princ. ac Dno. Dno. Friderico III. Cum gratia et privilegio Sereniss. Principis Elect. Brandenb. Johann B. Schultz, 1688. Collectie: Staatsbibliothek Berlin.

Meer informatie over de activiteiten over Michiel Mattheus Smits in Berlijn in ‘Michiel Matthijsz Smids (Rotterdam 1626-Berlijn 1692). Keurvorstelijk bouwmeester in Brandenburg’ van Gabri van Tussenbroek in Bulletin KNOB 103 (2004).

Meer informatie over Michiel Mattheus Smits en Breda in ‘Michiel Mattheus Smits, een Bredase bouwmeester in dienst van de keurvorst van Brandenburg (1626-1692)’ door A.J.M. van Dun in Jaarboek De Oranjeboom 63 (2010).

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén