De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Belastingen

Fortuinlijkheden

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 4 februari 1680 Utrecht
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 februari 1680
Lees hier de originele brief
In de scans van de brieven is volgorde omgewisseld van deze brief met die van 10 februari

Margaretha is een paar dagen in Utrecht, en heeft daar 1000 dukatons (3150 gulden) gekregen van belastingontvanger De Leeuw. Nu kan ze allerlei geldzaken gaan regelen en bijvoorbeeld het land van Verweij betalen en 1000 gulden opzij leggen voor Godard Adriaans wissels.

Brieffragment ontvangen geld

[reca. 12. Februarij]
wt wttrecht den 4
febrijwa 1680

Mijn heer en lieste hartge
ick ben Eergistere avont hier1Utrecht gekoome en heb giste
=ren
de bewuste duijsent duijckatons ter som van
3150f vande ontfanger de leuw2De Leeuw ontfange, [die]

Brieffragment betalen land en wissel Godard Adriaan

ick sal wt deese peninge nu verweij sijn lant be=
taellen dat met den vijftichsten peninck bij de
1600f bedraecht, en duijsent gul tot behoef van
uhEd of betaeline van deselfs wissels onbemoeijt
laete leggen, [ick meende hier met den rent]

In een ruimte staan lange tafels waaraan mannen op banken zitten. Zij hebben papieren en rekentafels voor zich. Tussen de tafels staan mannen te overleggen. Bovenaan een drapperie waarop staat "Coutereels Konstigh cyfferboeck; met volkoomene Uytwerckings en reele Konst Vermeerdering". Onder de prent staat "Utrecht by I.v. Poolsum, Anno 1690"
Mannen maken rekensommen, Jan Luyken, 1690. Titelpagina voor: Titelpagina voor: Johan Coutereels, ’t Konstigh cyffer-boek, 1690. Collectie Rijksmuseum.

Erfpacht

Maar met allerlei belastingen en erfpacht en eerdere afspraken van Godard Adriaan met de schout wordt het wel ingewikkeld, dus op een gegeven moment komt ze er niet meer uit. Moeten ze nu boven 50 gulden erfpacht voor de Heimenberg ook nog 80 gulden extra betalen? Als het moet, dan moet het, maar wil Godard haar eens schrijven hoe het precies zit? Ondertussen heeft ze de rentmeester maar om een duidelijke berekening gevraagd.

Brieffragment erfpacht

seit wij hem boven de Erfpacht van 50f sijaers die ick

van ijaer tot ijaer heb betaelt, noch tachtentich gul sijaers3per jaar
moet geefve waer op Eenige ijaere schuldich soude sijn
, daer ick niet van weet mij staet wel voor dat uhE
mij geseijt heeft van de dusse4Johan van der Dussen, schout van Rhenen geackordeert te hebbe
maer niet van dat mij 80f ijaerlijxs voor dien heij
=men berch5Heimenberg, bij Rhenen soude geefve, alst so is moet ickt betae
=len, uhEd belieft eens te schrijfve wat hier van is,
ondertusche heb ick de rentmeester vande domeine
doen versoecke dat hij mij Een suijvere reeckeni6berekening
van altgeene hij tot dato dees7tot dato dezes: tot vandaag van ons te
preetendeere8vorderen heeft dan sal ick sien hoe wij
met hem staen , [gisteren heb ick uhEd schrij]

Vergezicht met in het midden een rivier waar in Staat Den Ryn. In de rivier varen bootjes, Rechts bos en zandgrond, helemaal rechts de stad Rhenen met de Rijnpoort. Aan de overkant van de rivier de kerk van het dorp Lienden. Boven de prent staat 'T Gesigt van de Betuwe
Gezicht vanaf de Heimenberg bij Rhenen over de Rijn op de Betuwe met in het midden het dorp Lienden, anoniem, ca. 1690-1720. Collectie Het Utrechts Archief. Heimenberg is een ringwalburg op de Grebbeberg.

Echt spitgebraad

Gisteren heeft ze de brief van Godard Adriaan van 24 januari ontvangen, met daarin het nieuwjaarsgeschenk (geld) voor de kinderen. Dat zal vast met gejuich ontvangen worden als ze weer op Amerongen komt! Godertje was bij haar vertrek naar Utrecht gelukkig een stuk opgeknapt. Hij speelt al weer de baas! Hij wil elke dag gebraden vlees van het spit. Als de kokkin hem een gebraden appel of iets uit pan voorzet wordt hij woest en zegt dat hij alleen beter wordt van écht spitgebraad.

Brieffragment gebraad

[met hem staen,] gistere heb ick uhEd schrij
=vens vande 14/24 ijauw9januari hier sijnde ontfange met de inge
slootene nieuijaere voorde kindere daer wel groote
vreuchde over sal weesen, godertge heb ick de heer
sij gedanckt heel wel tot Ameronge gelaeten, me
hoeft hem niet te segge dat hij den baes moet speele
doet het genoech wil alledaech spitte gebraet
Eete als visbach hem Een gebrade Apel of Eits
inde pan gebrade geeft kijft hij met haer en
seijt dat dat geen gebraet is en hij Eerst wt
sijn sieckte komt en spitte gebraet moet
Eeten, [de heer van ginckel die teegen
woordich]

Een keukenmeid rijgt een kip aan het spit terwijl een zittend man met een kruik toekijkt. Op de tafel links ligt nog meer gevogelte, voor de tafel op de vloer en opstapeling van groente: kolen, bloemkool, meloenen, komkommers, kalebassen, uien en fruit. Bij de voeten van de man ligt een bord met stukken vlees. Rechtsonder enkele vissen, een koperen ketel en een pot. Op een ton staan een kruik en een pasglas.
Keukeninterieur, Jan Olis, 1645. Collectie Rijksmuseum.

Gouverneur

Ook fortuinlijke berichten over grote zoon Godard: hij is deze week benoemd tot gouverneur van de steden van Utrecht en in de Statenkamer met alle eer ontvangen. Men zegt dat hij van hoog tot laag gewaardeerd wordt. Margaretha is maar wat trots en vindt dat ze God niet genoeg kunnen danken voor deze genade.

Brieffragment gouverneur

[Eeten, ] de heer van ginckel die teegen woordich

met sijn hoocheijt op soesdijck is, heeft dees weeck
sijn Ackte als goeverneur vane stat en steede
slants van wttrecht, inde staete kamer ver
toont, men heere de state liete hem door haer
sekreetaris ophaelle, toonde hem alle seer
vernoecht met sijn Persoon te sijn gelijck so
mij geseijt wort ock al de gemeente so groot als
kleijn is en verblijt sijn hem als goeverneur te
hebbe, wij konne godt niet genoech dancken
voor sijne genade, [de tijdinge wt vranckrijck]

Links een rijtje huizen met sierlijke gevels, aan het eind een tuinmuur. Loodrecht op de tuinmuur staat een witgebouw van twee verdiepingen met een rijk versierde voordeur met een trap ervoor. Rechts staat een boom en half achter de boom staat een koets. Twee mannen lopen de trap op naar de deur, links van de trap staat een soldaat (?) op wacht. Op het plein zitten twee honden.
Statenkamer van Utrecht op het Janskerkhof, Jan de Beijer, 1736. Collectie Het Utrechts Archief.

Precisie-diplomatie

De onderhandelingen met Frankrijk lijken de goede kant op te gaan. Alleen schijnt Lodewijk XIV te klagen dat ambassadeur Everard van Weede van Dijkveld niet alles wat minister Colbert tegen hem zegt “punctueerlijk”, dus precies genoeg, aan de Nederlandse staat doorgeeft, en dat men dat hier eigenlijk ook vindt. Maar wat daar van waar is?

Brieffragment berichten uit Frankrijk

[voor sijne genade,] de tijdinge wt vranckrijck
seijt me dat wat beeter beginne te luijen als voor
dees hoope dat godt noch alles tot onsen beste
sal schicken, maer so geseijt wort sou de ko=
ninck van vranckrijck10Lodewijk XIV over onse Ambassadeur
s en insonderheijt over den heer van dijckvelt
klaechge dat hij volgens konins begeerte
niet alle de woorde poeijnteweelijck11punctueel, precies die kol
=bert12Jean-Baptiste Colbert wt last vande koninck aen hem geseijt
had aende staet heeft geschreefve, wdaer
men hier ock niet wel over te vreede soude
sijn, wat vande waerheijt is weet ick niet ,

Jean-Baptiste Colbert, geportretteerd in het centrale stuk van een rijk gedecoreerd tapijt. Om het portret een krans van eikenbladeren. Minerva legt de laatste hand aan het borduursel van de randversiering van het tapijt, waarop tal van allegorische voorstellingen staan, elk met een Latijns motto. In de rechterbenedenhoek van het tapijt staan de gekroonde initialen van Colbert. Op de grond liggen sieraden, muntstukken, toneelaccessoires,
Portret van Jean-Baptiste Colbert, Charles Le Brun (gravure) naar schilderij van Philippe de Champaigne, 1664. Collectie Rijksmuseum.

Twijfel

Het gedraai rond de uitgifte van het rekenmeestersambt neemt toe. Doktor van Straten was blijkbaar tegen de heer van Dukenburg veel minder uitgesproken over steun van de stadhouder voor zijn kandidatuur dan tegen Godard Adriaan. Margaretha weet nu ook niet meer wat ze moet geloven. Dukenburg wil heel graag een antwoord van Godard Adriaan op eerdere brieven met daarin de vraag wat hij nu het beste kan doen.

Brieffragment rekenmeesterschap

daet is, ick heb hem geseijt dat strate uhEd heeft ge=
schreefve het apsoluijt van sijn hoocheijt te hebbe, dat ick
nu qualijck kan geloofve dewijl hijt so breet aende heer van
duijckenburch niet schrijft, dewelcke versoeckt van uhEd met
den Eerste Een letter tot Antwoort op sijn briefve en hoe hij
hem voort sal gedrage, hiermeede blijf
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Opgaande zon

Uit de PS blijkt dat er zijn meer mensen die ter vergeefs op antwoord van haar man zitten wachten. Secretaris Nicolaas Beusekom heeft wel vier brieven geschreven maar heeft sinds Godard Adriaan is vertrokken maar één bericht van hem gehad. Terwijl zijn zoon Godert (voluit Godard Adriaan) er gisteren zomaar wel weer eentje kreeg. Margaretha grapt dat haar man zich blijkbaar liever tot ‘de opgaande zon’ richt, of te wel, in de zoon een rijzende ster ziet, ten koste van de vader. De vrouw (en moeder) van Beusekom snapte het grapje niet of zag er de humor niet van in. Maar Godard Adriaan krijgt van hen alle drie de groeten, en of hij die van Margaretha ook aan Majoor Blanche en aan Jenneke, het kamermeisje wil doorgeven.

Margaretha’s PS paste precies op het papiertje dat ze daarvoor in gedachten had, alleen bedacht ze daarna nog wat dingen die ze kwijt moest. Gelukkig had ze wat ruimte in de kantlijn gehouden.

Brieffragment opgaande zon

maer Eenen brief vande selfve in
seedert sijn vertreck ontfange te
hebbe dat hem ongewoon is ten vreemt
dunckt gistere kreech sijn soon Een
van uhEd, ick seijde dat deselfve
met de opgaende son hielt dat
Juff beusekom so niet verstaet
sij alle preesenteere haeren dienst
aen uhEd, en ick mij hartlijcke
groetenis aen den heer Majoor blansge
en jenken13Jenneke

Heuvelachtig landschap met een opkomende zon en op de voorgrond een boom. Op een banderol een devies in Latijn en een onderschrift in Frans, beide over de liefde.
Landschap met opkomende zon, Albert Flamen, 1672. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Utrecht
  • 2
    De Leeuw
  • 3
    per jaar
  • 4
    Johan van der Dussen, schout van Rhenen
  • 5
    Heimenberg, bij Rhenen
  • 6
    berekening
  • 7
    tot dato dezes: tot vandaag
  • 8
    vorderen
  • 9
    januari
  • 10
    Lodewijk XIV
  • 11
    punctueel
  • 12
    Jean-Baptiste Colbert
  • 13
    Jenneke

Kostbare kinderen, stenen en oorlog

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 14 april 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 19 april 1677
Lees hier de originele brief

Margaretha is zo dolblij dat ze de brief heeft ontvangen die Godard Adriaan haar op 10 april heeft geschreven, dat ze zich helemaal te buiten gaat qua taalgebruik. ‘Ick slacht de kindere’, schrijft ze.

Kinderen slachten?

Welja, denk je als lezer uit de eenentwintigste eeuw, heb je daarvoor zo goed voor ze gezorgd? Maar Margaretha gebruikt de taal van de zeventiende eeuw en wat ze bedoelt, is dat ze, net zoals een kind probeert te doen wat zijn ouders willen, probeert om te doen wat Godard Adriaan van haar vraagt. Ze doet haar best want dit moet echt een droomhuis worden. En er wordt al weer hard gewerkt. Rietvelt heeft negen ‘truijfels’ aan het werk gezet. Pars pro toto, moet je maar denken: truijfels zijn troffels, het gereedschap van metselaars. Alleen is Rietvelt nu wel ziek geworden dus het toezicht ontbreekt.

Brieffragment kinderen slachten

[rec. 19 dito]
Ameronge den
14 April 1677

Mijn heer en lieste hartge
heede ontfange uhEd aengenaeme van 10 deeser en
is mij seer lief daer wt te sien dat deselfve genoechge
neemt int geen ick hier so int Een alst ander doen,
ick slacht de kindere doen mijn beste, rietvelt is met
9 truijfels int werck gekoome daer sulle noch 4
a 5 volgen, hij selfs had voor sijn aenkomste al
hier de koorts meendese quijt te sijn, maer heeftse
gistere weer gekreechge en vandaech meest te bedt
geleechgen, hoop hijse niet lange houde sal, tsou
mij anders seer qualijck koomen, [sijn volck sijn]

Twee mannen zijn aan het werk aan een nieuw gebouw. Er staat het frame van een deur en van een raam. De man rechts legt stenen en metselt. De man links staat voor een grote stapel stenen met een lange stok. Zou hij kalkmortel maken?
Metselaars, Jan Gillisz. van Vliet, 1635. Collectie Rijksmuseum.

Gewelven en luiken

En dat toezicht is wel nodig vanwege een speciaal plan. Godard Adriaan heeft aan Margaretha geschreven over luiken in de plafonds en speciaal in het tongewelf van de gang op de benedenverdieping, de ‘wulfsels’. Op die manier kunnen de manden met wasgoed uit het souterrain naar de zolder gehesen worden, waar de was kan drogen. Handig, want met de zware manden over de bediendentrap, dat is geen pretje, dat beseft Margaretha ook. Alleen, een luik in de keldergewelven ziet Margaretha niet zo zitten, dat stukje kunnen de manden met natte was nog wel door het voorhuis gedragen worden. Tenzij Godard Adriaan daar andere ideeën over heeft natuurlijk.

Er wordt nu hard gewerkt aan de gewelven van het souterrain, allereerst onder het ‘groot salet’ en dan de keuken en de alkoof. Hopelijk is Godard Adriaan wel thuis tegen de tijd dat het zover is? De gewelven worden zo gemaakt dat er altijd nog luiken in geplaatst kunnen worden. Ook secretaris Van Den Doorslagh heeft met Rietvelt gesproken en ook hij doet per brief verslag van zijn gesprek over de luiken.

Brieffragment luiken

[=sels vande kelders gaen,] ick heb met rietvelt weege
de luijcke daer uhE van schrijft gesproocke, die
wel soude koomen en ock konnense inde wulfsels
wel gemaeckt worde maer mijns bedunckens hoef
=dense in die vande kelders niet want men Eenige
swaerte hebbende die so wel doort voorhuijs inde
gaelderij1Lange gang sou konne brenge en vandaer laete door

Een luijck op hijsen als door de kelders dan soot uhEd
best dunckt kant geschiede, daer sal ock noch tijt
van beraet toe sijn geloofve sij het ondert groot sa=
let2Grote zaal Eerst sulle wulfve en dan booven de keucken
en alkoobe kamer3Alcovekamer, wat nu de eetzaal is so dat ick hoope uhEd wel thuijs
sult sijn Eerse aende gaelderij4Lange gang koomen, ock seijt hij
de wulfsels wel so te konne slaen dat men tot alle
tijde daer luijcken in sou konne maecken, [nu sijn]

Een brede gang met een tongewelf met daarin een luik. Aan het eind van de gang zit een raam waar de zon binnenkomt. Aan de muren schilderijen, jachttrofeeën en een groot wandtapijt. Tegen de muren staan stoelen en banken. In het midden licht een perzisch tapijt en er staan twee vitrine tafels met inhoud.
Overzicht van de lange gang aan de zuidkant. Foto: Margaretha Svensson. Collectie: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Steen

Er wordt ook gewerkt aan de vloer en Margaretha is erg enthousiast over de vloerstenen die Godard Adriaan heeft gestuurd. Hij heeft ook voor de grote zaal van Middachten besteld en Margaretha verzekert hem dat vrouw Van Ginkel daar erg mee in haar schik zal zijn. Sommige vloerstenen zijn wat dunner, maar Jan Prang heeft gezegd dat ze even sterk zijn als de andere.

Brieffragment steen

[tijde daer luijcken in sou konne maecken,] nu sijn
wij beesich met de vloer en andere hartsteene bp die
hier aengekoomen sijn op te rijden de vloersteene
sijn seer schoon en groot hoope datter Etlijcke meer
sulle sijn als wij van doen hebbe om alser bij onge
= luck mochte gebroocke worde dat men niet verleege
sij, ick ben blijde dat uhEd ock vloersteene voorde
Middachtense sael heeft bestelt daer de vrou
van ginckel wel meede in haer schick sal sijn en
ick uhEd van haerent weechge vast voor bedanck
sij weet het noch niet, de geschuerde hartsteene
trappe vinde ick ock seer fraeij, somige vande vloer
steene valle wat dun doch ijan prang seijt datse
Even starck sulle sijn, [aengaende het gelt ge=]

Grote vierkante grijze vloertegels.
De vloerstenen in de gangen op de beletage. Foto en ©: Hans Neecke.

Zorgen

Bouwen kost geld en dat blijft een zorg voor Margaretha. En omdat het ook een zorg is voor anderen, is het lastig om aan geld te komen. In Holland gaan ze weer de tweehonderdste penning heffen, een vermogensbelasting, en Margaretha vraagt zich af hoeveel wat er nog uit de bevolking te persen valt.

En er is nog een zorg. Prins Willem III is met het leger naar Yperen getrokken om Sint-Omaars te ontzetten en Van Ginkel is daar natuurlijk bij. Het kan niet anders of er zal gevochten worden met alle risico’s van dien.  Margaretha uit haar zorgen aan Godard Adriaan: ‘De heer almachtich wil zijn hoo(gheid) en de heer Van Ginckel bewaeren’.  

Eerste brieffragment oorlog
Tweede brieffragment oorlog

[Even starck sulle sijn,] aengaende het gelt ge=
=loof dat van heeteren beesich is om ordinansi te
versoecke, beusekom heb ick versocht toch sorchge
tot betaelline vande selfve te wille drage, wat de
rest oft te neegoosgeerende peninge belanckt sal
ick sien hoet daer meede maeck, daer is seer

qualijck gelt te krijgen het schijnt de liede swaerhoof
=dich sijn en wille haer van gelt niet ontblooten,
met seijt dat sijn hoocheijt naer ijperen marscheert
om s omeer teontsette so dat is vrees ick datter
noch wel Een schermutselen om sal gaen dat
mij seer bekomert de heer almachtich wil sijnhoo
en de heer van ginckel bewaeren, wij beleefven
droefvige tijden, in hollant is weer den twee
honderste peninck voor twee mael geefvens gelt
in gewillicht, hoe seet wt de liede sulle krijgen
sal te besienstaen, [hoe groote papa het werck]

Op de voorgrond verschillende soldaten, zowel te paard asl te voet. Twee ruiters overleggen met een soldaat, één ruiter rijdt richting de stad op de achtergrond, drie komen hem tegemoet. Rechts voor lopen twee soldaten, waarvan één met een geweer over zijn schouder.
Het Franse leger voor Yperen (middenblad), 1678, anoniem, 1678-1699. Collectie Rijksmuseum.

Oorlogskas

De staat heeft een andere manier voor het financieren van de oorlog bedacht. Ze verwachten kennelijk dat de Spanjaarden een miljoen bijdragen. En dat is volgens Margaretha het probleem van de staat, iedereen ziet de problemen aankomen, maar zijn doen alsof hun neus bloedt. ‘En wij sijn uut gemergelt’, schrijft Margaretha, ‘och och hoe wilt met deesen bedroefden oorloch noch af loopen, den goeden god wilt ons bij staen’.

Eerste brieffragment oorlogskas
Tweede brieffragment oorlogskas

[leeft sal hij Een last voorde provinsie sijn] ,tis
wel Een ongeluck voor den staet dat men noijt
geen swaericheeden en Aprehendeert schoont
dat mense siet koome voor datse ons op den

hals sijn, waer sou men nu Een mielijoen gelt haelle vande
spaense geloof niet dat gelt te verwachten is, en wij sijn wt
gemergelt, och och hoe wilt met deesen bedroefden oorlooch
noch af loopen, den goeden godt wil ons bij staen in wiens
heijlige bescherminge uhEd beveelle, en blijfve

Een boer ligt tussen een pers, een man in pak draait de pers stevig aan, de boer braakt munten.
De belasting pers, Albert Hahn, 1911. Gepubliceerd in “De Notenkraker” van 13 mei 1911. Collectie: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis

PS

Toch laat Margaretha zich niet ontmoedigen. In de PS voegt ze nog wat losse opmerkingen toe. Er zijn vier schepen met vloerstenen aangekomen en ze heeft de vracht betaald.

Natuurlijk doen de kinderen hun groeten aan ‘groote papa’. Fritsje, inmiddels 9 jaar oud, laat nog weten dat hij erg zijn best doet!

Helaas zijn twee stenen op elkaar gevallen en gebroken. Margaretha heeft ‘daer wel ome gekeefven’ maar ja, dat hielp niets.

PS

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

ps nu hebbe wij
vier scheepe met
hart en vloer steene
hier die ick de vrachte
heb betaelt, fritsge
seijt sijn best int leeren
te doen meent hij vrij meer
meester vant hansge sal
sijn als kees otte, preesenteert
neffens sijn broer godert en sijn
susters sijn onderdanigen
dienst aen groote papa
ick moet ock segge datter twee vande grootste rouwe hartsteene
trape die noch door geklooft moste sijn en voorde
bruch opt voorburch soude gelecht hebe

Overdwars:
int opdoen
op malkandere
hebbe laete valle en
gebroocke sijn daer ick
wel ome gekeefven heb
dan dat helpt niets

Een jongen zit te lezen.
Zittende, lezende jongen van achteren, Carl Pischinger, 1940. Collectie Albertina Wenen.
  • 1
    Lange gang
  • 2
    Grote zaal
  • 3
    Alcovekamer, wat nu de eetzaal is
  • 4
    Lange gang

Recente reacties

  1. Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep

  2. Politiek gezien is er weinig veranderd. Baantjes die worden vergeven.

  3. Ik zal eens bij de slager vragen of er nu nog paterstukken te koop zijn.

  4. van Beusinchem komt niet voor in de staten van oorlogh. Dus kan je aannemen dat van Ginckel de zoon niet…

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén