Margaretha heeft al een poos geen brieven ontvangen van haar geliefde Godard Adriaan. Net zoals de schrijfsters van deze blog is het Margaretha ook niet helemaal duidelijk waarom ze niks van hem ontvangt, maar ze gist wel naar verklaringen. Ze geeft aan er bij de laatste twee postmomenten geen brieven van Godard Adriaan bij zaten. Het laatste bericht wat ze heeft gekregen is de brief die Godard Adriaan heeft geschreven op 13 februari geweest.
Ameronge den 24 febrijwa 1677 [rec 1 marti]
Mijn heer en lieste hartge met de twee laeste poste heb ick geen briefve va uhEd gehadt so dat de laeste is vande 13 deeser geweest, [deesen dach heb ick wt de korante]
Waar blijven al die brieven toch?
Voordat Margaretha in de pen is geklommen heeft ze de krant gelezen. In de krant van vandaag heeft Margaretha gelezen dat Godard Adriaan samen met de heer Poul van Klingenberg1Deens Ambassadeur, maar ook koopman en verantwoordelijk voor de post tussen Denemarken en Schleeswijk Holstein naar het zuiden zal reizen om met de keurvorst van Brandenburg te spreken. Als het klopt wat Margaretha in de krant heeft gelezen, vermoedt ze dat Godard Adriaan haar niet heeft kunnen schrijven vanwege het reizen.
[geweest,] deesen dach heb ick wt de korante gesien dat uhEd neffens den heere klinen= berch naer minde soude gaen om met den heere keurvorst van brandenburch te spreecke so dat waer is, soude het selfve wel oorsaeck konne weese dat uhEd met de laeste post niet heeft geschreefve, [ick heb uhEd voor]
Margaretha heeft duidelijk behoefte aan contact met haar man, ze schrijft dat ze afgelopen zaterdag nog een brief heeft verstuurd en wel via de Amersfoortse post. Ook op de 22ste heeft ze een brief de deur uit gedaan en die ging via de Haagse post. De brieven waar Margaretha naar verwijst zijn helaas niet in de archieven terug te vinden. Wie weet zijn ze ook nooit bij Godard Adriaan aangekomen.
Dame raakt buiten bewustzijn tijdens het schrijven van een brief, Reinier Vinkeles (I), 1779. Collectie: Rijksmuseum.
Plannen van Willem III
In die laatste brief heeft ze uitgebreid beschreven dat zijne hoogheid Willem III zondag bij is komen eten en wat er toen is besproken, want dat benoemt ze nu nogmaals. Waarschijnlijk is Willem III die week naar Groningen vertrokken, om via een omweg in Kleef met de keurvorst te spreken.
=teert op den haech heb gesonde waer in ick schreef dat sijn hoocheijt die voorleeden sondach hier bij mij heeft gegeeten naer
gardunine2We hebben even in de volgende brief gespiekt: dit moet gewoon greuninge zijn is met intensie so geseijt wort om int weer om koome tot kleef den heere keurvorst te ontmoete of te vinde ,
Leger
Willem III heeft aangegeven aan Margaretha dat hij binnen twee weken weer terug zal komen en dan ook een beslissing zal maken of hij ten oorlog trekt. Margaretha denk dat het door de kou en de wintermaanden het lastig zal zijn om een heel leger, zowel te voet als te paard, te verzamelen. Vooral de cavalerie zou het in deze tijd van het jaar lastig hebben. Waarschijnlijk was zoon Godard ook bij het etentje, want hij is al aan het kijken hoe waar hij paarden kan krijgen. Gelukkig heeft hij nog die paarden van Blanche, mocht het zover komen.
vals sijn hoocheijt nu weer komt hetwelck hij meende binne veertiendaege te sijn maeckt hij staet so selfs seijde naer de kampange3campagne: de tijd dat een leger te velde is te gaen, dat alt krijs volck4krijgsvolk so wel te voet als te paer seer qualijck sal koomen so vroech int ijaer insonderheijt5inzonderheid: vooral de ruijterij, de heer van ginckel is geluckich dat hij die paerde van blansche6Isaäc de Blanche heeft [men seijt de paerde]
Ruiterportret van Willem III, prins van Oranje-Nassau, Jan Luyken, 1685. Collectie Rijksmuseum.
Uitgeschreven
Margaretha weet niet wat ze nog meer moet melden. Het zal waarschijnlijk allemaal in de brieven staan die ze eerder deze week heeft geschreven. Toch wil ze Godard Adriaan laten weten dat alles goed gaat in Amerongen. Als afsluiting nog een opmerking over het gure koude weer, maar ja het is winter dus het zij zo.
[sijn,] ick weet van hier niet te schrijfe daer om dees maer is om te segge dat hier noch alles de heere sij gedanckt wel is, wij hebbeier meest alledaech heel vuijl weeren somtijt Een nacht
wat vorst tis noch winter t moet wat doen,
hiermeede blijfve Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
Landschap met kalkoven bij regen, Jan van de Velde (II), 1603-1641. Collectie Rijksmuseum.
1
Deens Ambassadeur, maar ook koopman en verantwoordelijk voor de post tussen Denemarken en Schleeswijk Holstein
2
We hebben even in de volgende brief gespiekt: dit moet gewoon greuninge zijn
Het blijft maar vriezen, en wel zo hard, dat Margaretha bang is dat de vis in de gracht het loodje zal leggen. Ze weet wel dat de vissen zich heel diep verstoppen, maar het water in de gracht blijft maar dalen. Dat komt doordat het water in de Rijn ook daalt. Ze laat de bijten goed in de gaten houden en verder laat ze het maar aan God over.
Ameronge den 12 deesem 1676
Mijn heer en lieste hartge met de laeste post heb ick die van uhEd beantwoort nu weet ick niet veel bij te brenge, als dat de vorst hier noch dagelijcks meer en meer kontiniweert en dat het so sterck vriest dat ick voor de vis die in onse grafte is bevreest ben het schijnt sij haer wel naer de diepte geeft maert water konti =weert so wech te valle datter geen water op de rievier of rhijn en blijft, en bij konsiqensie het water in onse grafte ock teenemael wel valt, ick laet genoech opt bijten inde grafte passe, moet het voort de heere beveelle, [onsen drost heeft te]
IJsgezicht met jager die een otter(tje) toont, Hendrick Avercamp, ca. 1625 – ca. 1630. Collectie Rijksmuseum.
Reuzenotter bijt reuzenkarper
Over vis gesproken: de drost heeft een otter gekocht die ze in Elst geschoten hebben. Hij is meer dan een meter lang, en had nog de kop van een karper van 8 pond in de bek. Margaretha is er blij om, want het lijkt erop dat de otter ook in de Amerongse slotgracht op zoek naar iets lekkers is geweest. Als het om vis gaat zijn in barre winters de mensen en de otters elkaars concurrenten.
[het voort de heere beveelle,] onsen drost heeft te Elst Een otter gekocht die sij daer geschooten hebbe die aldaer Een kerper1karperhe die over de achtpont weecht het hooft had af gebeeten die hij noch inde mont hadt, den otter is bij de twee Elle2Een el is ongeveer 67 cm lank tis goet sij die gekreechgen hebbe geloof hij in onse grafte ock wel is geweest, [meester schut is]
Schut is druk met tekenen en rekenen aan de plannen voor kelders onder de voorburcht (het voorplein). Om boven het grondwater te blijven zouden ze extra hoog moeten worden aangebracht, maar dat zou betekenen dat het hele plein ook hoger komt te liggen. Dat kan afbreuk doen aan het totaalbeeld van het kasteel, en bovendien zou je voortdurend trappen op en af moeten als je de tuin, het kasteel of de singels wil bereiken. Als het maar enigszins uitvoerbaar is, zou Margaretha ze daar toch wel graag willen hebben. Ze kreeg haar zin: ondertussen klimmen al enige eeuwen zowel bewoners als bezoekers onvermoeibaar de treden naar en van de voorburcht op en af.
want hij schut en de seekreetaris meenen dat die kelders niet pracktikakel sulle sijn om dat die water vrij diende te weesen, en daer toe te grooten hoochte verEijst wort dat voorburch so hooch te maecke meenense dat het huijs te min der toonen sal en Een mistant sal geefve dat men het voorburch met trappen op en neer na de steech vant huijs de singels en hoofve sou moe gaen, [alst bequaemlijck kost gevonde worde]
Het Huis te Amerongen met zijnen Voorhof volgens eene afteekening Den 28 November 1725, J. Stijnse (mogelijk J. Stellingerwerf). Collectie Koninklijke Verzamelingen, bron: Het Utrechts Archief. Duidelijk te zien is dat de voorburcht (hier voorhof genoemd) hoger ligt dan de rest van het terrein.
Garnizoenen voor ijsbewaking
Margaretha verwacht zoon Godard vandaag uit Den Haag. Hij zal wel snel door naar Middachten reizen, want hij heeft een brief van de prins bij zich waarmee hij mannen uit de garnizoenen in Arnhem, Doesburg, en zelfs Den Bosch, mag oproepen om de rivieren te helpen bewaken. Nu die bevroren raken moet natuurlijk voorkomen worden dat de Fransen, die nog steeds aanwezig zijn in de Zuidelijke Nederlanden, over het ijs naar het noorden kunnen steken. Daar zijn de ervaringen niet best mee… In het land van Maas en Waal zijn de mensen bang, want er komen verontrustende verhalen uit Maastricht.
[naer Amsterdam,] den heer van ginckel verwacht ick deesen avont wt den haech hier die wel voort weer naer Middachte sal moete hij heeft een ackte van sijn hoocheijt om in tijt van vorst dat de rieviere sitten gelijck se nu doen volckeren wnt de gernesoene3garnizoenen van Aernhem doesburch en des noots sijnde den bos4‘s-Hertogenbosch te lichte en daer mee wt te gaen om den vijant te keeren dat hij geen over last
Terug naar het huis: Jan Hendrikse is nog bezig om het lood in de goten en afwateringen aan te brengen. Dat neemt veel tijd, maar gelukkig is het nu droog weer. Ondertussen worden uit de steenoven de stenen gehaald die voor de daklijst gebruikt zullen gaan worden. Ze zijn heel goed hard geworden. Zo hard, dat er zelfs gevreesd wordt dat ze misschien niet meer te bewerken zijn. Harder dan hardsteen dus!
ijan henderixse den leijdecker5dakdekker is noch bee= =sich met het loot inde gooten en keelen6Keel (of Holkeel): Negatieve afrondingen die zowel esthetisch kunnen zijn (bijvoorbeeld bij sierlijsten) als praktisch kunnen zijn (bijvoorbeeld om een ophoping van water in een hoek te voorkomen) te legge dat vrij wat lan duert, dit weer dient hem heel wel daer toe, inde steen oven sijnse aent wt kruije vande groote steen die tot de lijst vant huijs gebacken is, die valt so schoon en hart tot verwonderin van Elck diese siet ijae, so dat men vreest sij die door de hardicheijt qualijck sulle kone hacke of houwe, [ick sou nu de Aerde]
De vorst bemoeilijkt ook het klaarmaken van de moestuin (“koolhof”). De grond is op de plek waar Margaretha extra aarde vandaan had willen halen te hard bevroren. Het zandlandje van Cornelis Verweij had een uitwijkmogelijkheid kunnen zijn, maar dat heeft hij net helemaal met graan ingezaaid. De oplossing hoopt Margaretha te vinden in de vijver die momenteel wordt uitgegraven tussen de wal en het veld met de steenovens. Nog lekker dichtbij ook.
[hacke of houwe,] ick sou nu de Aerde inde kool hof achter den blomhof laete rijde maer men kan niet inde aerde tis te hart gevroore, ock kanmen wt korneelis verweijs kamp geen sant haelle, vermit hijt vol wt met koorn beseijt heeft, wij sullent wt de begonne te graefvene vijfer die lans de wal tuschen de steenovens weij ent singe loopt moeten haelle dat ock wel so nae bij sal sijn, hiermeede blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Boer aan het werk met een kruiwagen in het bos Anton Mauve, 1848 – 1888. Collectie Rijksmuseum.
1
karper
2
Een el is ongeveer 67 cm
3
garnizoenen
4
‘s-Hertogenbosch
5
dakdekker
6
Keel (of Holkeel): Negatieve afrondingen die zowel esthetisch kunnen zijn (bijvoorbeeld bij sierlijsten) als praktisch kunnen zijn (bijvoorbeeld om een ophoping van water in een hoek te voorkomen)
Er zijn twee brieven van Godard Adriaan bezorgd! Wel allemaal een dag later dan gewoonlijk. Margaretha vermoedt dat de postbezorging langer duurt vanwege het vriesweer. Ondanks de vorst is het mooi en bovendien droog weer. Fijn, dan kunnen de werklieden tenminste doorwerken aan de dakgoten.
beijde uhEd aengenaeme vande 2 en 5 deeser heb ick ont fange, de briefve koome nu alle Een dach laeter alse pleechge1Plegelijk: in overeenstemming met gewoonte of gebruik, gewoon, gebruikelijk geloof het door de vorst toekomt, het vriest hier sterck doch is schoon en drooch weer dat hier op ons werck te weete int legge vande gooten ent soudeere2Solderen vande selfve datse vandaech hebbe begonne te doen heel wel komt en naer wensch is[, so heeft het]
Goddelijke zegen
Margaretha is erg dankbaar voor het mooie weer dat ze tot nu toe hebben gehad. Uiteraard moet God daarvoor bedankt worden. Margaretha bidt dat God nog even doorgaat met het geven van zijn Goddelijke zegen.
[te doen heel wel komt en naer wensch is,] so heeft het weer ons op alles tot deeser Eure toe gedient daer wij godt niet genoech voor konne dancke, en bidde dat hij daer voort sijnen godlijcke seegen toe wil geefe
Oude vrouw in gebed, bekend als ‘Het gebed zonder end’, Nicolaes Maes (1634–1693), olieverf op doek, ca. 1656. Collectie Rijksmuseum.
Liever kwijt dan rijk
Margaretha begint al die werklieden om zich heen ook wel een beetje zat te worden. Gelukkig zijn de timmerlieden en metselaars nu klaar. De timmerlieden had ze gisteren nog even aan het werk gezet. Al het hout moest bij elkaar gebracht en ergens opgeslagen worden. Margaretha heeft, op advies van Schut, de opdracht gegeven om het hout op de plekken neer te leggen waar het uiteindelijk moet komen te liggen. Dat is trouwens niet veel meer, dat hout. Er is zóveel voor de kap gebruikt! Maar nu zijn alle werklieden weg, en dat vindt Margaretha geen enkel probleem.
al de metselaers en timerlie hebben haer afscheijt en sijn afbetaelt, de metselaers al inde voorleedene weeck en de timerlie gistere, ick heb ock alt hout dat overich is van alle kanten bij Een laete brenge en in goede bewaerine laete legge, dat niet veel is, uhEd sal hem verwonderen datter so weijnich hout over is maert tis ongelooflijck wat hout der tot de kap gegaen is, alde deelle heb ick opt huijs Elck daerse legge moete laete brenge en legge, schut oordeelt datse daer beeter drooge sulle als onder de loots
en men kander sich nu noch mee van diene met over de booven kamers met gemack te konne gaen, ick kan niet segge hoeblijde ick ben al dat volck voor deese tijt vande hals quijt te sijn3Hoogstwaarschijnlijk bedoelt Margaretha hiermee het tegenovergestelde van de uitdrukking ‘iemand op de hals hebben’ (met iemand opgescheept zitten). Ofwel: ze is blij dat ze van de werklieden verlost is ben die gaste wel moede
Kelders onder de voorburcht
Schut is bezig onder meer de grachten te ontwerpen. De tekeningen krijgt Godard Adriaan binnenkort opgestuurd. Godard Adriaan heeft blijkbaar ook zijn mening gegeven over de kelders onder de voorburcht. Wat hij daar precies over geschreven heeft is onbekend, maar Margaretha is er in ieder geval erg mee in haar nopjes. Maar ze houdt nog wel een grote slag om de arm. Door het verhogen van de voorburcht zouden ze kelders namelijk wel waterdicht blijven, maar zouden de grachten en de ‘hoofve’, waarschijnlijk de binnenplaats, aanzienlijk lager komen te liggen. En dat zou problemen kunnen opleveren. Gelukkig heeft het geen haast; er hoeft niet op stel en sprong een beslissing genomen te worden.
hij schut is beesich om de teijckenin vande singels ent verdere te maecke het welcke uhEd met de naeste post sal toegesonde worde, uhEd konsiderarsie4Consideratie: overweging weegens de kelders ondert voorburch gevalle mij heel wel, maer vrees daer noch al speekulaesie5Speculatie: beschouwing op sule valle somige meene alst voorburch so veel gehoocht wort dat de kel= =ders die der onder soude koome water vrij sulle sijn, dat het Een mistant door dien de singels de hoofve ende steech so veel lager sou koome, sal geefven, dan daer is noch geen haest bij[, hoope uhEd Eerme]
Kasteel Beverweerd vanuit het zuiden, Cornelis Pronk, 1731. Collectie Het Utrechts Archief. De voorburcht lag altijd voor het kasteel, maar achter de poort. Aan de voorburcht lagen belangrijke bijgebouwen zoals bijvoorbeeld de stallen. Op deze tekening van Kasteel Beverweerd zie je links het kasteel en via de brug kom je op een ommuurd terrein met wat gebouwen: de voorburcht.
Hardsteen
Voordat Margaretha overgaat op een ander onderwerp, moet ze nog één ding kwijt over de bouw van het huis: het is fantastisch dat Godard Adriaan het hardsteen heeft aanbesteed en volgens de werkbazen was het ook nog eens heel goedkoop! Ze hoopt wel dat de opdracht van Godard Adriaan niet verlengd wordt; hij moet eens met eigen ogen zien hoe het loopt met de (her)bouw van zijn voorouderlijk huis.
[dan daer is noch geen haest bij,] hoope uhEd Eerme so verkomt weer hier en bijt werck sal sijn, dat uhEd de hartseen so trape als ander heeft aenbesteet is heel goet, en so de baesen hier oordeelen heel goet koop, dat uhEd weer nieuwe ordere sijn toe gesonde hoope niet dat de komissie sal verlenge want voorde soomer deselfve wel Eens sal diene hier te sijn[, bij ockasie dat de fabrijckmeester]
De een z’n dood is de ander z’n brood
Architect Daniël Stalpaert is overleden. Of Margaretha hem persoonlijk kende is niet bekend. Waarom stelt ze Godard Adriaan dan op de hoogte van zijn dood? Omdat Schut heeft gevraagd of Godard Adriaan een brief wilde sturen aan Gillis Valckenier, één van de burgemeesters van Amsterdam, om Schut aan te bevelen. Stalpaert was namelijk stadsarchitect van Amsterdam – een functie die speciaal voor hem gecreëerd was, en die Schut héél graag wilde overnemen. Margaretha verwijst naar de functie als ‘fabrieksmeester’, een benaming die voortkomt uit de naam van het stedelijk bouwbedrijf in de 17de eeuw: stadsfabriek. Schut aast dus op, zoals we het tegenwoordig zouden noemen, een functie als Hoofd Publieke Werken. Het mocht uiteindelijk niet baten; de functie bleef vacant. Pas in 1746 werd er weer iemand aangesteld als stadsarchitect van Amsterdam.
[hier te sijn,] bij ockasie dat de fabrijckmeester van Amsterdam genaemt stalpert6Daniël Stalpaert doot is ver= soeckt onse Meester henderick schut dat uhE hem door Een brief aende burgemeester valckenier7Gillis Valckenier
beliefde te reeckomandeere tot de vakante plaets van fabrijckmeester van die stat geloof het hem wel diene sal en kan tot noch toe niet sien of hij is Een vroom Eerlijck man
Neef Welland heeft een brief aan Godard Adriaan verstuurd en heeft de inhoud kennelijk met Margaretha gedeeld. Margaretha is er nog al ontdaan van, al wordt niet duidelijk waarom. Ze begrijpt niet hoe een man van aanzienlijke stand zo diep kan zinken. Ze vreest dat ze nu wel moet geloven wat er over hem gezegd wordt, namelijk dat hij het meeste van zijn verstand uit boeken heeft. Wat neef Welland ook heeft geflikt, Margaretha had het nóóit van hem verwacht. Ze hoopt dat hij zich bedenkt en dat hij de goede raad die hij krijgt opvolgt.
nu moet ick segge in lange ijaeren niet meer ge= supreeneert8Supprimeren (?): Verdrukken te sijn als in den brief vande heer van wellant aen uhEd geschreefven, ist mooge= lijck dat Een man van kondijsie9Conditie: Van aanzienlijke stand tot sulcken ver val kan koomen, hier wt sou ick wel moete geloofe het geene van hem geoordeelt wort dat is dat sijn meeste verstant dat hij heeft hij wt de boecken halt ick beken Evenwel dit van hem noijt verwacht te hebben had altijt gedocht hij meer Ambijsie had nu sien ick wij op geen vriende Eenige staet konne maecken, doch wil noch hoope hij hem sal bedencke en goeden raet volgen[, de heer van ginckel die]
Uil met bril en boeken, Cornelis Bloemaert (II) (vermeld op object), ca. 1625. Collectie Rijksmuseum.
Het salaris van Van Ginkel
Zoon Van Ginkel ligt overhoop met de Gecommitteerde Raden van Holland; ze willen Van Ginkel niet het geld geven waar hij als commissaris-generaal recht op heeft. Ze betwisten zelfs de Staat van Oorlog! Hij is naar Den Haag vertrokken om te eisen waar hij recht op denkt te hebben. Hij neemt ook een door Godard Adriaan aan Welland gerichte brief mee. Als hij dan toch in de Hofstad is, kan hij die brief mooi persoonlijk aan Welland overhandigen. Margaretha is erg benieuwd naar diens reactie. Dan nog even terug naar het salaris van Van Ginkel: zoonlief heeft via via gehoord dat raadpensionaris Fagel er debet aan is dat hij tegengezeten wordt. Margaretha heeft hem aangeraden Gebrandt Sas van den Bossche in de arm te nemen. Ze maakt zich wat zorgen om de daadkrachtigheid van haar zoon.
[t qaelijcks koomen,] de heer van ginckel is ver witticht dat den heere raet pensionaeris hem in sijn verkreegene tracktement soude teegen sijn, het welcke niet kan geloofven, doch heb hem geraede dat hij den heere sas10Gerbrandt Sas van den Bossche inde arm soude neeme en voort alle meddelen11Middelen die te be dencke sijn soude gebruijcke, dit moet voorde komste van sijn hoocheijt die noch in seelant is afgedaen worde, wat aengaet het traech schrijfve vande heer van ginckel daer heeft uhE gelijck in, ick secht hem dickmaels, ock schijnt dat hij wat schu schrupeloos12Schrupeloos: twijfelmoedig is om sijn hooch in somige saecke veel aen te spreecke of moeijlijck mee te valle[, het wil met den]
Godard van Reede, Graaf van Athlone enz. Veldmaarschalk der Vereenigde Nederlanden, Jacob Houbraken, 1749-1754. Collectie Kasteel Amerongen. Meer over deze prent.
1
Plegelijk: in overeenstemming met gewoonte of gebruik, gewoon, gebruikelijk
2
Solderen
3
Hoogstwaarschijnlijk bedoelt Margaretha hiermee het tegenovergestelde van de uitdrukking ‘iemand op de hals hebben’ (met iemand opgescheept zitten). Ofwel: ze is blij dat ze van de werklieden verlost is
Sinds de vorige brief van Margaretha is er niks veranderlijxs voorgevallen dus ze heeft niet veel te schrijven. De timmerlieden hebben nog wel werk voor een week, de metselaars nog voor een paar dagen. Margaretha zal blij zijn als ze van de mannen af is, want ze is bekaf.
Ameronge den 28 Novem 1676 [rec: 4 dec 1676]
Mijn heer en lieste hartge
sint mijne laeste met de laeste post geschreefve is hier is hier niet veranderlijxs voorgevalle, de timerli hebbe noch rijcklijck de toekoomende weeck werck, ende metselaers noch 3 a 4 dage, dan sullensij al de scheijt booge in kelders geslage hebbe, daermeede wij voor deese winter wt het metselen sulle scheijde ick bent so moeij dat ickt niet langer sien mach
De zuidgrens van Utrecht langs de Nederrijn/Lek van Amerongen tot Vreeswijk. Fragment uit: Kaart van Utrecht (Ultraictum Dominium), Joan Blaeu, 1630-1645. Collectie: Het Utrechts Archief.
Lood
In de vorige brief was de secretaris gaan kijken bij het lood dat aan de Vaartse Rijn lag. Het blijkt dat het lood met lichters (lichtere schepen) opgehaald moet worden. Dat kost niet alleen tijd, maar ook geld. De Vaartse Rijn komt bij Vreeswijk, tegenover Vianen, uit in de Lek. Dat is nogal een afstand van Amerongen en dat lood, dat is waarschijnlijk loodzwaar (ja, flauwe grap, maar iemand moet hem maken). Aangezien het water in de rivier laag staat, moet het lood overgeladen worden op een boot met minder diepgang: een lichter. Dit kost natuurlijk allemaal geld en maandag willen ze beginnen met de goten…
, nu ist loot wt den haech gekoome en op gereeden datse en maendach inde gooten sulle beginne te leggen, ick moet alt loot met lichters vande vaert laeten haellen dat kostlijck valt, maer wat sal ick doen wij moetent nu hebbe om de muere te konserveeren, dat van Amsterdam verwacht ick ock met Een lichter, [nu sal de]
Gezicht over de Lek op het dorp Vreeswijk met in het midden de sluis. L.P. Serrurier, ca. 1730. Collectie Het Utrechts Archief
Steen met wormen
Als opstapje naar haar volgende verhaal gebruikt Margaretha de steenhouwer, Jan Prang. Hij moet toch inmiddels wel in Bremen aangekomen zijn? Ze hoopt daarover te lezen in Godard Adriaans brieven. De vraag die natuurlijk eigenlijk op haar lippen brandt: “Snap je nu eindelijk die tekeningen?”, maar ze houdt zich in.
Margaretha heeft gehoord van een soort hardsteen die nogal slap is en waar de worm in komt. Ze heeft het er met Jan Prang over gehad en die had het precies uitgelegd: het is de steen boven in de rotsen die wat makkelijker te bewerken is. In ieder geval moet Godard Adriaan daar wel rekening mee houden nu hij druk bezig is met het bestellen van stenen!
verwacht ick ock met Een lichter, nu sal de steen houder ijan prang al tot breeme sijn aen gekoomen, het welcke verlange wt uhEd briefve te sien, ick weet niet wel of ick geschreefve heb dat men hier seijt datter Een soort van st hartsteen is die seer weeck valt en daer de wurm in is of komt, daer die gans niet dueraebel is en seer in watert, daer uhEd int koope op ver
docht belieft te sijn, hebder met ijan prange van gesproocke die seijt het steen is die boven inde rotse sit en dickmael gebruijckt wort om datse sachter int houwe valt, [de heer van ginckel die Eene]
Werklieden in een steengroeve, Hermanus Petrus Schouten, 1757 – 1822. Collectie Rijksmuseum.
En trouwens
En weer gebruikt Margaretha een bruggetje om bij haar echte punt te komen. Van Ginkel is langs geweest. Hij is naar Middachten en Stadhouder Willem III is naar Den Haag en daarna naar Zeeland. Zijn Hoogheid had trouwens aan Van Ginkel gevraagd waarom hij al een tijd geen brieven van Godard Adriaan gehad had… Om maar gelijk weer door te gaan zodat het alleen maar een neutrale opmerking lijkt: het salaris dat voor Van Ginkel bedacht is in de Staat van Oorlog valt onder de provincie Utrecht. Margaretha twijfelt er niet aan dat die hem daar graag voor aannemen.
[int houwe valt,] de heer van ginckel die Eene nacht hier geweest is, is heede weer naer Middachten gegaen, en sijn hoocheijt naer den haech met intensie om voort naer seelant te gaen, sijn hoocheijt vraechde aende heer van ginckel waer uhEd was of deselfve aen hem in Eenigen tijt niet geschreefve heeft en dat hijt daerom vraechde weet ick niet, de heer van ginckel is met sijn hooch tracktement opde provinsi van wttrecht gestelt, twijfele niet of se sullen hem daer aeneemen, [voort ist hier]
Margaretha valt maar gelijk met de brief in huis: steenhouwer Jan Prang moet toch inmiddels in Bremen aangekomen zijn. En hij heeft de tekeningen bij zich. Ze is benieuwd wat hij ervan vindt. Of is ze benieuwd of hij het nu eindelijk wel begrijpt? Ze zegt het niet letterlijk. De werkbazen zijn in ieder geval van mening dat ze alles nauwgezet getekend hebben én goed uitgelegd.
Ameronge den 25 Novem 1676 [rec: 30. dito] Mijn heer en lieste hartge
heeden heb ick uhEd aengenaeme vande 21 deeser ontfange, hoope den steenhouder ijan prang nu haest weer te breeme sal sijn, mij verlanckt hoe uhEd de teijckenin van onse werck baese al hier en haer konsideraesie1Consideratie: overweging sal aenstaen, sij meenen wel pertinent2Pertinent: nauwkeurig op gestelt en haere meijninge wel ge= Exspliseert3Expliceren: uitleggen, toelichten te hebbe, [sijn hoocheijt is weer op soes]
Architectuur, Jan Balzer (mogelijk), naar Johann Kleinhard, 1772. Collectie Rijksmuseum.
Zijn Hoogheid
De Prins van Oranje is op Soestdijk, maar moet naar Zeeland. Daar liggen ze overhoop en er is zoveel onenigheid dat die arme Prins nauwelijks rust krijgt. Maar er is ook goed nieuws van de Prins! Volgens schoondochter Philippota had hij tegen haar man gezegd dat hij op de Staat van Oorlog4Begroting van de Staten Generaal stond met het salaris van commissaris-generaal. Hij had het op een “obligante” manier gezegd.
Waarschijnlijk is obligant een afgeleide vorm van het werkwoord obligeren, dat Margaretha ook vaak gebruikt. Het woord obligeren is al lastig en was waarschijnlijk in Margaretha’s tijd al ouderwets. De vorm obligant als afgeleide van een werkwoord is ook niet iets waar we nu dagelijks mee werken, dus het is een beetje puzzelen. Ik vergelijk het maar met vigileren (opletten, waken als in waakzaam zijn) en vigilant (oplettend, waakzaam). Dan wil obligant zeggen dat Willem III verplicht voelde, verbonden. Ik vermoed dat hier obligant uit een verplichtheid door Van Ginkels verbondenheid en staat van dienst voortkomt en dus vooral positief is. Ik sta open voor uitleg door iemand die er echt iets van snapt!
Hoe dan ook, Margaretha vindt dat Van Ginkel zijn nieuwe traktement aan Zijn Hoogheid en God te danken heeft. Nu maar hopen dat hij in de gunst van de Prins blijft.
[Exspliseert te hebbe,] sijn hoocheijt is weer op soes dijck doch so geseijt wort niet voor lange en sal hij van meeninge sijn om naer seelant te gaen daerse so men seijt heel wat overhoop leggen tis bedroeft dat me van so veel onEenicheijt hoort en sijn hoocheijt so weijnich ruste heeft, van heeten hee de vrou van ginckel schrijft dat sijn hoocheijt aen haer man op Een seer oblijggante5Obligant: verplicht zijnd manier had geseijt dat hij heer van ginckel op de staet van oorlooch met sijn tracktement6Traktement: vast beloning voor het vervullen van een functie of ambt als fersg kom misaeris generael is gestelt, het welcke hij alle sijn hoocheijt heeft naest godt te dancken, is hem wel geoblijgeert7Obligeren: Aan zich verplichten door een dienst te bewijzen, en geluckich de gunste van hoochge
melte hoocheijt te hebbe, waer in hoope hij gekonserweert sal blijfve, de graef van waldeck is gisteren hier door
Het is vriesweer, maar het is helemaal niet koud. Daardoor schiet het werk op het dak lekker op. Het enige dat vervelend is, is dat het lood er nog niet is. Er schijnt een deel aan de vaart8Vaartsche Rijn te liggen, de secretaris gaat daar eens polshoogte nemen en kijken hoe het naar Amerongen kan komen. Maar er is ook nog een Arnhemse schipper die lood heeft, waar die is is onduidelijk. Het zou fijn zijn als het allemaal tegelijk naar Amerongen komt. Daarvoor is dan een minder diepliggend schip nodig, want het water staat laag op de rivier. Twee Utrechtse voeten, dat is maar 55 cm…
[gepasseert geloofve hij naer duijtslant gaet,] de vorst hout noch al aen en is Evewel gans niet kout ent schoonste weer vande werlt op ons werck, hadde wij maer het loot hier dat ten deelle aende vaertleijt derwaerts ick de seekreetaris heb gesonde om te sien hoe wijt best hier sulle krijgen en ock te verneeme waer den Aernhemse schipper die ock loot voor ons in heeft is, op dat wijt saeme hier mochte krijge t sij met Een lichter of Een kleijn vaertuijch so hijt best voort kan krijgen, daer is geen twee voet water op de reevier daertoe kontraeijreije wint, ent loot moet inde gooten Eert aent reegene komt, tis ge =luck dat de deelen so drooch opt huijs en in Een koomen, [tis mij lief uhed aent beson]
Zeilschepen op een rivier, Anthonij van der Haer, naar Pieter Coopse, ca. 1745 – 1785. Collectie Rijksmuseum.
Besogneren
Op de valreep toont Margaretha nog even interesse in het werk van haar man, maar ze hoopt wel dat het op een eind zal lopen. En dus dat hij weer thuis zal komen…
[Een koomen,] tis mij lief uhed aent beson= ijeere9Besogneren: onderhandelen, besprekingen voeren is hoopen nu uhEd aent werck is het haest op Een Ent sal loopen, waer meede blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
so schrijft beusekom dat de heer van ginckel tot wttrecht is en merge hier sal sijn geloof sijn hoocheijt weer naer den haech is, Antge en fritge reniera en godertge kusse groote papa de hande de leste wort sterck
Kinderen spelend met rolkar, Pieter de Mare, naar Christina Chalon, 1779. Collectie Rijksmuseum.
1
Consideratie: overweging
2
Pertinent: nauwkeurig
3
Expliceren: uitleggen, toelichten
4
Begroting van de Staten Generaal
5
Obligant: verplicht zijnd
6
Traktement: vast beloning voor het vervullen van een functie of ambt
7
Obligeren: Aan zich verplichten door een dienst te bewijzen
Nu snapt Godard Adriaan een tekening van Schut alwéér niet! Schut kan inderdaad niet echt begrijpelijk schrijven, vindt Margaretha, en bovendien heeft Schut de tekeningen vanuit Amsterdam verzonden, zodat er geen toelichting van de secretaris aan toe kon worden gevoegd. Ondertussen is de prijs van de Amsterdamse stenen niet bekend, want de Amsterdamse steenhouwers willen geen prijs meer noemen nu ze doorkrijgen dat het bouwteam ook in Bremen stenen bestelt. Maar het werk gaat door, hoog in de lucht, en onder de grond: de kap is op zijn definitieve hoogte gekomen en ook in de kelder wordt nog gewerkt zolang het weer mooi blijft.
[rec. 12 dito] Ameronge den 8 Novem 1676
Mijn heer en lieste hartge het is mij leet wt uhEd vande 4 deeser te sien hij al weer de toegesondene teeckenine niet verstaet , tis waer schut sijn briefve sijn niet wel te verstaen, en hij weet de prijs vande harteene niet, geloof ock nu de steenhouders tot Amsterdam beginne te mercken datter steen tot breeme gekocht wort sij niet recht de prijs daer van wille seggen, ock is schut tot Amsterdam geweest doen hij die teeckeni sont daerom de sekreetaris de meeninge daer van daer niet op konde stellen, [tis]
Ontwerp voor het voorblad van het boek Turris Babel, sive Archontologia, van A. Kircher, Gerard de Lairesse, ca. 1679. Collectie Rijksmuseum
Eerste vereiste: begrip
Wat Margaretha betreft doet het er niet echt toe te weten wat de prijs in Amsterdam is, aangezien het in Bremen inclusief bewerking zeer waarschijnlijk voordeliger zal zijn. Het is veel belangrijker dat Godard Adriaan de tekeningen en de maten die er op staan begrijpt. Dan weet hij immers ook om wat voor orde van grootte het gaat en dat heeft weer invloed op de kosten.
[daer van daer niet op konde stellen,] tis seecker dat de hartsteen in haer selfve tot breeme en ock die te bearbeijde tot breeme veel beeter koop is als tot Amsterdam , daer om mijns oordeels weijnich aen geleechge is of men niet recht de prijs weet wat die tot Amsterdam gelt, als uhEd maer te
recht de maet en teeckenine konde verstaen,
Afwachten in Middachten
Over nog meer geld gaat het in de Raad van State, waar prins Willem onderhandelt over de ‘Staat van Oorlog’. Dit is de landsbegroting, die voornamelijk de financiering van het leger betreft. Het besprokene kan van belang zijn voor zoon Godard. De prins heeft beloofd dat hij zal kijken of hij Godards salaris voor zijn post als majoor ter sprake kan brengen. Maar zijne hoogheid heeft natuurlijk genoeg aan zijn hoofd, dus Margaretha is bang dat dat er wel eens bij in zou kunnen schieten. Als het aan haar lag was Godard nu in Den Haag om zich van de prinselijke voorspraak te verzekeren. In plaats daarvan zit hij passief af te wachten in Middachten.
en dat sijn hoocheijt inde raet van staten over den staet van oorlooch besonijeert1Besogneren: Raadslagen, onderhandelen mijns oordeels behoorde de heer van gincke
nu inde haech te sijn te meer om dat sijn hoocheij hem belooft heeft te sien hem met sijn ma= =ijoors tracktement daer op te brenge, maer blijft hij op Middachte salt wel vergeeten worden, [nu brenge de timerliede de vaen]
Aeneas ontvangt door voorspraak van Venus een nieuwe wapenrusting in de smidse van Vulcanus, Ferdinand Bol, 1660 – 1663. Collectie Rijksmuseum.
Pannenbier
De kap is klaar! Het hoogste punt is bereikt en de timmerlieden hebben een vlag op het huis gezet. Tijd voor een biertje op kosten van Margaretha en Godard Adriaan. Een traditie in de bouw die nu nog steeds bekend staat als ‘pannenbier’ op het moment dat de nok ligt en de pannen kunnen worden gelegd. In dit geval zullen het de ribben en de planken zijn.
[worden], nu brenge de timerliede de vaen opt huijs het welcke te seggen is dat de kap volkoomen daer op staet en gedaen is en dat sijt bier verdient hebbe, sulle merge begine de ribbe daer op te legge ende plancke [rietvelts volck sijn aen]
Christuskind legt een dak, Christoffel van Sichem (II), naar Hieronymus Wierix, 1617. Collectie Rijksmuseum.
Kelderbogen
Vele verdiepingen lager zijn de mannen van Rietveld ook hard aan het werk: ze brengen de scheidingsbogen van de keldergewelven aan. Een deel van het uithouwen van de stenen voor de lijst om het huis heeft hij uitbesteed. Het weer is mooi, god zij dank!
[ende plancke] rietvelts volck sijn aen de scheijdt booge inde kelders te maecke hij heeft Een gedeelte vande steen tot de lijst omt huijs te hacken aen besteet wij hebbe tot noch toe seer schoon weer gehadt daer wij godt niet genoech voor konne dancken, inwiens bescher minge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff MTurnor
Bierpul met landschappen in cartouches en bloemranken, anoniem, anoniem, ca. 1650 – ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.
De brief is alleen ‘ockto’ gedateerd, gezien de regelmaat moet het haast wel een brief van 31 oktober zijn.
Margaretha is zo blij dat Godard Adriaan eindelijk begrijpt hoe het vloerplan in elkaar zit, dat ze vergeet om deze brief te dateren. Ze schrijft dat Schut en Rietvelt aangenaam verrast zijn over de prijs van de vloerstenen. Volgens hen zou een vloer met klinkers nauwelijks goedkoper zijn.
Ameronge den ockto 1676 [rec 2 nov 1676] Mijn heer en liefste hartge
tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 24 deeser te sien uhEd de memoorije weegens de hart en vloer steene nu verstaet, schut en rietvelt konne haer niet verwonderen over de prijs vande deck steene en segge dat het geen bedencken heeft die in plaets van de klinckert op sijn kant te neeme ver= midts de klinckert of graeuwe steene weijnich of niet min sou koste, [de de]
De vloer kan nog niet direct gelegd worden omdat de kelders nog geen gewelven hebben. De muren moeten eerst zetten voordat die gewelven gemetseld kunnen worden en dat moet wachten tot maart. Margaretha geeft als extra uitleg dat ‘de dagen so kort’ worden ‘en ist in het donckere weer so doncker in de kelders dewijle de steijgerinne noch omt huijs staen’.
[weijnich of niet min sou koste,] de de steenhouders om de vloere te legge met de steene soude koomen, waer heel goet maer de wulfsels vande kelders konne niet voor inde maent van maert ge slage worde om dat de muere haer noch op Een setten, en ock worden de dagen so kort en ist in het don= ckere weer so doncker inde kelders
dewijlle de steijgerine noch omt huijs staen dat se niet veel soude bedrijfven [en de]
Natuurlijk licht in het souterrain eind oktober rond zonsondergang (ca. 17:15 uur). Foto: Annemiek Barnouw
Winterstop
Misschien is het ook wel niet zo erg dat er even gepauzeerd moet worden, want het ‘winter loon is seer hooch’, kortom, de bouwvakkers willen goed betaald worden voor hun bevroren tenen. Meester Schut is weer naar Amsterdam om te informeren naar de prijs van hardsteen voor de schoorstenen. Misschien is het wel handig dat Godard Adriaan daar ook naar informeert, ‘dewijlle de schoorsteene van de winter niet boven het dack sullen opgehaelt worde en dat omt uut vriese’. Geen haast dus, de schoorstenen moeten toch wachten omdat er tijdens de vorst niet gemetseld kan worden. En het vroor in 1676 een stukje harder dan nu!
[dat se niet veel soude bedrijfven en] de dachhuere loopen hoewelt winter loon is seer hooch ijae so dat ick haest niet weet hoet stelle sal, meester schut gaet weer naer Amsterdam sal daer naer de hartsteen die op de schoorstee sulle koome verneeme ock naer de prijs, en hoeveel dat ijder schoorstee aen hartsteen soude koste gelooft uhEd die ock wel van daer sal be= stelle, dewijlle de schoorsteene vande winter niet boven het dack sulle op gehaelt worde en dat omt wt vriese, so souder noch tijt genoech sijn omt daer te bestelle, [nu sijn]
Gezicht op de zuidoostelijke schoorsteen van het Kasteel Amerongen (Drostestraat) te Amerongen. Foto: Fotodienst GAU. Collectie: Het Utrechts Archief.
Waterafvoer
Maar als er niets aan het huis gedaan kan worden, dan toch wel aan de tuin. Heeft Godard Adriaan nog plannen voor een boomgaard? Van Ginkel denkt van niet, schrijft Margaretha. Maar Amerongen staat in de uiterwaard, de waterafvoer is belangrijk ‘om voor te koom dat de weije niet verdrencken’. Weilanden die onder water staan, daar komt alleen maar ellende van, zoals heermoes. Je wilt niet dat vee dat binnen krijgt! Margaretha laat dus een ‘gruppel’ graven in de dam waarover de stenen naar de bouwplaats worden gereden en daar moet dan weer een brug over worden gemaakt. Het ‘uut haelle van de binnen graft’ om het huis heeft ook haar aandacht en daar komt ‘ongelooflijck veel puijn steen en modder uut’. Het werk heeft haast, want ‘het water begint op den Rhijn heel te wasse’: er is hoog water op komst en voor dat water moet ruimte zijn!
[Amsterdam te senden,] niet weetende of uhEd noch van meijnine is de door snijdine int weijtge teijnde het singel ent boogaer =tge de laeten doen ende heer van ginckel gelooft van neen, so laet ick maer Een Een ruijme goot daer door graefve om de waterloosine te hebbe on daer door voor te koom dat de weije niet verdrencken, ick het recht op aen graefve daert uhEd heeft om in vijfer te koomen en laet den dam daer de steen wt den oven over wort gereede ock Een gruppel in door graefve het welke weer met maste1Mast: Paal en oude deele sal toe legge dat me daer Evenwel sal konne over rijde, dan heeft het water sijn schoot2Schoot: Vrije loop en door tocht, [de]
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de St. Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.
Jacht
Ondanks alle drukte is er ook tijd voor vermaak. Voor Van Ginkel dan. De heer Van Zuylen, Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, is een paar dagen op bezoek geweest en Van Ginkel is samen met hem wezen jagen. Of het wat eetbaars heeft opgeleverd? Dat schrijft Margaretha dan weer niet.
[niet genoech voor konne dancke,] de heer van suijllen is deese weeck hier 3 a 4 dagen bij de heer van ginckel geweest en met hem gaen jagen, [was]
Godard Adriaans brief van de 21ste is binnen en kennelijk heeft hij geschreven dat hij een compliment van Willem III zelf gehad heeft. Margaretha is blij voor hem. Nu hopen dat het werk daar verder tot tevredenheid zal lopen. Heeft Godard Adriaan inmiddels de gezonden koffer ontvangen?
Ameronge den 24 ockto 1676 [rec: 29. Oct 1676] Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 21 deeser ontfange ick so aenstonts, het is mij lief sijn hoocheijt so wel van uhEd doen aldaer voldaen is, hoope alles verder tot kontente ment sal wtvalle, en dat uhEd het gesondene koffer nu sult ontfange hebbe, [wat be]
Dominee Keppel
Margaretha heeft tot op heden twee keer over de Amerongse dominee Keppel geschreven. In 1671 had hij ruzie met schoolmeester over de nalatenschap van Aaltje van Bemmel en eind 1672 was hij ziek. De predikant heeft nu iets gedaan wat ze niet noemt, ze geeft alleen maar aan dat hij er de wind flink onder heeft (hij heeft de lieden onder het sim). De irritatie is nu kennelijk echt heel hoog, want ze haalt een oude koe uit de sloot. De luitenant waar ze het over heeft is waarschijnlijk Floris Hage. Zijn vrouw wilde in 1659 niet bij hem wonen en toen heeft Keppel hen beiden uitgesloten van de Tafel de Heeren. Volgens 1 Korientiërs 14-37 heeft iedereen die gelooft toegang tot deze avondmaalsviering, behalve ongelovigen en zij die leven als ongelovigen. Door Floris Hage en zijn vrouw uit te sluiten, trekt hij dus eigenlijk hun geloof in twijfel.
Staande man met geopend boek, Jan Luyken, 1683. Collectie Rijksmuseum. Titelpagina voor: J. Claude, Ondersoek van sigh selven, om sigh wel te bereiden tot de gemeinschap vande tafel des Heeren, 1683
Godard Adriaan heeft kennelijk aangeraden dat ze het zich maar niet aan moet trekken en dat is Margaretha met hem eens, maar toch. Als ze hem zonder wormkruid zou kunnen lozen, dus makkelijk van hem af zou kunnen komen, dan wist ze het wel. Maar de kans dat dat lukt acht ze klein.
Wormkruid werd vroeger gebruikt om plaagdieren af te weren: vliegen, muggen, mieren, wormen en ander kriebelig gespuis.
[koffer nu sult ontfange hebbe,] wat be =lanckt het gepleechde van onsen preedi= =kant1Bernard Keppel hij heeft de liede so ondert sim2Iemand onder (de, het) sim hebben of houden: onder de duim hebben dat se niet derfve kicken3Kicken: Een nauwelijks hoorbaar geluid, een kik geven de luijtenant doen hij hem de tafel des heeren verboot badt als Een kreupel4Als een kreupel: gebruikt als bijwoordelijke bepaling van graad in den zin van: zeer, geweldig dat hem dat affront5Affront: Belediging, krenking van eer niet aengedaen mocht wort maert holp niet hij moster6moest er af blijfve, het beste mijn s oordeels is dat men sich die domijnees niet aen treckt gelijck uhEd wel seijt
konde wij hem sonde wurmkruijt losse7Iemand zonder wormkruid lozen: iemand, inz. een ongewenscht persoon, makkelijk kwijtraken waerender wel aen maer vrees het so niet lucken sal hij is te seer bekent, [onse timmeraesge]
Tanacetum vulgaris (wormkruid). Uit: Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905). Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz – in Wort und Bild für Schule und Haus. Bron: Botanik Online
De kap
De timmermannen die aan de kap werken, werken ondanks het slechte weer stug door. Ze werken zo netjes, dat Margaretha duidelijk geniet van het werk.
[hij is te seer bekent,] onse timmeraesge int sette vande kap is deese weeck hoewel wij int begin van weeck seer quaet weer hebbe gehad heel wel gevordert meest al de onderste gebinte sijn geset en sullense int begin van aenstaende weeck de boovenste gebinte of de spitse vande kap beginne te sette, sij wercken het werck so net en vast in Een dat Een plaeijsier is te sien , moogen wij maer noch Eenige dagen goet weer houden salt al haest aen schieten, [rietvelt is met 12 truijfelt]
schieten, rietvelt is met 12 truijfelt8Truifel=troffel aent op haelle vande schoorsteene tot onder de nock vant dack, de graef =vers wercke noch inde grafte, de heer van ginckel is bij sijn hoocheijt op de jacht
heeft Een hart helpen jagen hoope hem die Echsersisie9Exercitie: Oefening op geestelijk of lichamelijk gebied wel sal bekoomen, hij was noch vrij wat swack doen hij van hier ginck, de vrou van ginckel is noch hier wacht haer man om saeme naer Middachte te gaen, preesenteert met al haer kindere haeren dienst aen uhEd, so doet die is
In de ps (bijna zoals gebruikelijk) nog een belangrijke opmerking: er komt via Temminck een tekening aan van de schoorstenen en de pilaren in de tuin. Ook daarvoor wil Margaretha graag weten wat het kost en als daarvoor Bremer hardsteen gebruikt wordt. De stenen die boven op de pilaren liggen worden klapmutsen genoemd.
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor deesen avont send ick aen teminck Een teijckenin vande schoorsteene en vande pijlaers inde hof met de maete daer bij, om te verneeme wat de hartsteene op de schoorsteene en de klap mutse soude koste van breemer steen met versoeck hijt selfve uhEd wilde schrijfve ende teijckenine toesende
Hoofd Gebouwen, tuin en terrein Ruud en Hoofd Muizen Simon hebben werkoverleg in de tuin. Foto: Annemiek Barnouw. Simon zit op een klapmuts.
1
Bernard Keppel
2
Iemand onder (de, het) sim hebben of houden: onder de duim hebben
3
Kicken: Een nauwelijks hoorbaar geluid, een kik geven
4
Als een kreupel: gebruikt als bijwoordelijke bepaling van graad in den zin van: zeer, geweldig
5
Affront: Belediging, krenking van eer
6
moest er
7
Iemand zonder wormkruid lozen: iemand, inz. een ongewenscht persoon, makkelijk kwijtraken
8
Truifel=troffel
9
Exercitie: Oefening op geestelijk of lichamelijk gebied
Margaretha heeft de laatste brief van haar liefste hartje die eigenlijk gisteren bezorgd zou worden nog niet ontvangen. Het is onduidelijk of de brief in Den Haag of in Utrecht is blijven liggen bij de post. Zeventiende-eeuwse problemen waar Margaretha niet te lang bij stil blijft staan. Zonder een antwoord op haar laatste brief, schrijft zij wat er afgelopen dagen allemaal is gebeurd om Godard Adriaan op de hoogte te houden.
Ameronge den 18 ockto 1676 [rec. 22 dito] Mijn heer en lieste hartge
gistere avont heb ick weederom de verwachte briefve van uhEd niet de laeste post niet ontfange of die in den haech of tot wttrecht blijfve legge weet ick niet , Eijndelijck hebbe de timerliede gistere en Eergistere de kap opt huijs begonne te rechte en staender al Eenige ge= binte op, het meeste hout is tot de kap al opt huijs en bij de hant ge= brocht so dat ick hoop het nu wat beeter sal voort gaen, [ick heb deese]
De timmerman, fragment uit: Vier beroepen, anoniem, naar Jan Luyken, naar Caspar Luyken, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum.
Het grootste ongeduld van de wereld
Twee dagen voor het schrijven van de brief zijn de timmerlieden begonnen met de kap van het huis. Er zijn al balken rechtop gezet. Ook het zware hout waar Margaretha in haar laatste brief over schreef is naar de bouwplaats gebracht. Margaretha hoopt dat dit de voortgang zal bevorderen. Margaretha heeft met de grootste ongeduld van de wereld gewenst dat het gebint al deze week gezet zou kunnen worden. Ze realiseert zich maar al te goed dat de werklieden een monsterklus moeten verrichten met al het zware hout dat zij moeten gebruiken om het huis te bouwen. De werklieden werken door maar zij zullen alsnog veel tijd nodig hebben om de klus te klaren.
[beeter sal vortgaen,] ick heb deese weeck met de meeste inpaesijensi vande werlt gewenst sij Eens tot het sette van de binte soude koomen en moet segge datter niet in versuijmt is maert neemt veel tijt wech Eerse al dat swaere hout bij de hant
Dat de vrouwe van Amerongen een graag een nauwlettend oogje in het zeil houdt op de voortgang is wel duidelijk. Zo nauwlettend dat ze aan Godard Adriaan meldt dat ze naar het ‘opperste van t huijs’ is geweest. Margaretha heeft op 63 jarige leeftijd de steigers beklommen naar het op dat moment hoogste punt van het huis. Wat ze daar zag vond ze adembenemend. Het uitzicht was het mooiste wat je je maar kon bedenken schrijft zij aan haar man. Hoe het uitzicht er destijds uit heeft gezien, vermeldt ze niet. Het uitzicht richting het westen, naar Wijk bij Duurstede, is waarschijnlijk vergelijkbaar met wat Margaretha moet hebben gezien.
[en opt werck brenge,] ick ben nu opt opperste vant huijs geweest beken het schoonste gesicht daer is dat men kan inmaesge= neeren, [rietvelt is gister avont weer]
Uitzicht vanaf het dak van Kasteel Amerongen naar het westen, 2016. Foto: Annemiek Barnouw
Reien
Meestermetselaar Rietvelt is gisteren gearriveerd in Amerongen. De metselaars zijn nog bezig met het afreien van de bogen boven de vensters. Een rei is een gereedschap dat door verschillende ambachtslieden wordt gebruikt om na te gaan of het oppervlak recht is of de juiste boog heeft. Een rei is meestal een rechte plank of liniaal. Afreien is dan met rei nagaan of (in dit geval) de boog klopt. Zodra de kap klaar is, zal Rietvelt met de mooiste stenen gaan werken. Ondertussen moet hij ook nog enkele schoorstenen binnen in het huis tot onder de nok van het dak metselen. Rietvelt staat nog een flinke klus voor de boeg aangezien er vier schoorstenen zijn gerealiseerd.
De brug wordt ook steeds meer af. De ijzeren leuning is geplaatst en zelfs al in de verf gezet. Margaretha heeft binnen een week werklieden kunnen vinden om het puin uit de gracht te halen en deze uit te modderen. Hoewel ze ongetwijfeld blij is geweest dat deze klus is afgestreept, begint het geld op te raken en raakt ze daar zwaarmoedig van
[=meeren,] rietvelt is gister avont weer hier gekoome, de metselaers sijn noch aent af reeijen vande boogen die booven de vensters koomen, so haest Eeni chsins de kap ree is sal hij aent op haellen van de schoonsteene gaen en ondertuschen noch Eenige schoorstee =ne van binne int huijs tot onder de nock vant dack op metselen, de leunin vande bruchis daer op ge= stelt en heb die Een ijser verfge laeten geefven, bij dit lage water dat ongemeen is, heb ick Eenige wercklie wt het veen1Veenendaal laete koomme om de grafte te laete het puijn wt haelle, en ock klaer maecke, maer moet al weer van swaericheijt spreecken mijn gelt wort so kort
dat ick niet weet hoet maecken sal
De kwieke Van Ginkel
Naast drukte op de bouwplaats is het ook druk met bezoekjes van familie. Van Ginkel is weer up and running! Hij is bij Margaretha in Amerongen. Van Ginkel is in redelijke gezondheid maar kan eigenlijk nog niet paardrijden schrijft Margaretha. Toch wil hij morgen al naar zijne hoogheid Willem III.
De nicht van Godard Adriaan, Elisabeth van den Boetzelaer, is ook in Amerongen met haar twee dochters. Zij zou graag wat geld van de heer Ridderschap in Utrecht willen, maar Margaretha geeft aan dat zij daar niet bij kan helpen.
de heer van ginckel is hier sijnde in reedelijcke gesontheijt toegenoomen maer kan noch qualijck te paert sitte en derft niet langer blijfve wil merge naer sijn hoocheijt, de vrou van nieuwenheijm is ock b met beijde ha2haar dochters hier had gaern wat gelt van de heere ridderschap tot wttrecht daer ick haer niet aen weet te helpen, hier meede blijfve
P.S. Frits
In de brief van 28 september 1676 schreef Margaretha dat kleinzoon Frits vaak de groetjes doet, maar dat zij dat vergeet te vermelden. Gelukkig denkt ze er deze keer wel aan om de plannen van Frits en zijn zusjes door te geven aan opa. De kleinkinderen zijn van plan om een nieuwjaarsbrief aan hem te schrijven, maar hopen dat dat niet nodig zal zijn en hij tegen die tijd weer terug is.
Mijn heer en lieste hartg e uhEd getrouwe wijff M Turnor frits met al sijn susters preesenteere haeren ootmoedige3ootmoedig: nederig dienst aen groote papa, leert al om Een nieuijaers brief te schrijfve maer hoopt niet dat groote papa so lan wt sal blijfe
Margaretha begint weer over de door de secretaris, Schut en Rietvelt opgestelde memorie van het hardsteen en de vloerstenen. Godard Adriaan heeft daarin kunnen lezen wat er allemaal nodig is en hoe het werk er voor staat. Sindsdien is er eigenlijk niet zo veel verandert in de situatie. Toch is er genoeg te melden om drie kantjes te vullen.
Ameronge den 10 ockto 1676 [rec: 15. dito]
Mijn heer en lieste hartge
met de laeste post heeft de sekreetaris uhEd so hij meent Een pertinente1Pertinent: behoorlijk, nauwkeurig memoorije bij schut2Hendrik Schut rietvelt3Cornelis Rietvelt en hem opgemaeckt weegens de hart steen en vloersteene over Amsterdam gesonde, waer wt wij hoope en niet en twijfele of uhEd sal konne sien wat daer van, hier noodich is, en hij en ick geschreefve hoet werck staet seedert isser niet veel veranderins in[, alt muer werck so buijten]
Het huis krijgt vorm
Langzaam begint het nieuwe Kasteel Amerongen vorm te krijgen. De binnen- en buitenmuren zijn inmiddels op de gewenste hoogte. Vervolgens zijn daar platen op gelegd en is alles gelijkgemaakt of aangestopt. Aangestopt wil zeggen dat er reten of voegen in het metselwerk zijn gemaakt die vervolgens met mortel zijn aangevuld. Naast de binnen- en buitenmuren, wordt er gewerkt aan de kapconstructie. Er wordt hout naar boven gehesen. Dat kost ontzettend veel tijd, dus gelukkig is het mooi en droog weer.
[veel veranderins in,] alt muer werck so buijten als binne sijn op haer hoochte en de plaete daer op geleijt en alle geraeseert of aengestopt , nu sijnse noch beesich met het hout tot de kap op te hijssen dat veel tijt wech neemt, wij sijn geluckich dat wij hier sulcken schoone droochgen weer op hebbe, want tis groote swaerte dat in reegen =nich4Regenachtig weer niet wel als met groote moeijt te doen sou sijn[, het water op de reevier blijft Eve]
Gezicht op Salzburg met een bouwvakker op de voorgrond, Daniel Sudermann, naar Matthäus Merian (I), 1624. Collectie Rijksmuseum.
Laag water
Door het mooie, droge weer staat het water in de grachten ontzettend laag. Zo laag zelfs, aldus Margaretha, ‘dat geen mense gedencke die so gesien te hebbe’. Met andere woorden: het water heeft in tijden niet zó laag gestaan! En als het water dan toch zo laag staat, dan kun je er maar beter goed gebruik van maken. Een aantal muren is langs de singels al uitgespoeld, dus heeft Margaretha haar kans gegrepen deze aan te laten stoppen. Ook is ze voornemens om van de week al het puin dat door het metselen in de gracht is gevallen daar uit te laten halen en in het paardenwed te storten. En als ze werklieden kan vinden, zal ze ook gelijk de gracht laten uitmodderen. Je kunt het maar beter gelijk goed doen, anders ben je zo weer twintig jaar verder. Als je het überhaupt zelf nog mee mag maken.
[doen sou sijn,] het water op de reevier blijft Eve laech, en inde grafte omt huijs so binne als buijt ist water so laech of op veel plaetse gans weel wech en de grafte so drooch dat geen mense gedencke die so gesien te hebbe, bij welcke geval
ick de muere om de grafte die vrij wat aende sijde van de singels wt gespoelt sijn laet aen stoppe en wel versien, ben ock van meeninge inde toe= koomende weeck alt puijn dat vant metselen inde graft is gevalle daer wt te laeten haelle en voor so veel aende kant vant paerde wet5Wed: Plaats geschikt of bestemd voor het laten drinken of baden van dieren, vee. is indie graft bijt paerde wet te laete brenge en die daer voort meete vulle voor so veel dat recken kan, so ick volck kost krijge sou noch wel in die koste valle vande grafte te laeten wt modderen en ter deegen klaer maecken geloof die licht in twintich ijaer of bij ons leefven niet weer so drooch sulle worden
Heeft het droge weer ook nadelen? De vissen zitten vrij diep en zouden het nog wel even kunnen volhouden in het kleine laagje water, ware het niet voor de reigers. Ze bijten de karpers de koppen af! Margaretha zegt dat ze er ‘op laat passen’. Zou ze daarmee bedoelen dat ze de reigers laat afschieten?
tis te verwondere dat de vis haer inde diepte onthout en wij daer so weijnich schade in hebe de reijgers doen de meeste schaeij6Schade bijten de kerpers de koppen af maer ick laeter ock op passe[, de leunine op de steene bruch tuschen]
Reigerjacht, Pieter Serwouters, naar David Vinckboons (I), 1612. Collectie Rijksmuseum
Geldschieter Temminck
Er is weer een brief van Temminck gekomen. Er is weer 300 gulden aan Jan Visser van de zaagmolen betaald. Ook heeft Temminck de kosten van de scheepsvracht hout van Hamburg naar Amsterdam betaald. Temminck heeft nu inmiddels al zo’n 12 à 1300 gulden voorgeschoten en hij moet binnenkort ook weer betalen voor een vrachtschip met kalk, dus Margaretha heeft hem een paar duizend gulden gezonden.
so aenstonts ontfange Een brief van Monse7Afkorting van monsieur teminck die weer 300f aen jan visser op de saech moollen in minderin van sijn reeckenin heeft geegeegve en al de scheeps vrachte vant hout van haerburch tot Amsterdam heeft betaelt daer meede hij schrijft ons nu ontrent de 12 a 1300f verschooten8Verschieten: Voorschieten te hebbe so dat me wel diende hem weer Een paer duijsent gul te sende want hij ons weer Een samoreus9Samoreus: Type lang vrachtschip met kalck sal moeten bestelle dat ock weer over de 300f loopt, [ick had van avont met de]
Nadat ze haar naam op het velletje papier heeft geschreven, besluit ze toch nog iets toe te voegen over zoon Van Ginkel. Hij is weer zo kwiek, dat hij van plan is binnenkort weer een bezoek aan de kerk te brengen. Hij wil zelfs komende week richting Amerongen! Maar Margaretha heeft hem geschreven dat hij zich vooral niet moet overhaasten.
de heer van ginckel schrijft gistere sijn karck ganck van meeninge was te doen en inde toekoomende weeck hier te koome, ick schrijf hij hem toch niet en verhaeste de heere sij gedanckt het met hem weer so veer is
Groep kerkgangers bij het verlaten van de kerk, Gesina ter Borch, ca. 1654. Collectie Rijksmuseum.
1
Pertinent: behoorlijk, nauwkeurig
2
Hendrik Schut
3
Cornelis Rietvelt
4
Regenachtig
5
Wed: Plaats geschikt of bestemd voor het laten drinken of baden van dieren, vee.