Margaretha heeft de brief van 6 maart ontvangen en ze is helemaal blij. Godard Adriaan is weer beter! En de keurvorst ook. Dat de gezondheid maar lang mag duren.

[reca. 24. Martij]
Ameronge den
16/6 maart 1680Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 6 deeser sien ick dat
deselfve weer wel is daer van harte om verblijf
ben alsmeede dat den heere keurvorst beeter was
het Een Ent ander hoope godt lange sal
laete kontiniweere, [het grauwe koetspaert]
Probleempaarden
Maar die paarden! Het is en het blijft een ellende. Het grauwe koetspaard is niet sterk genoeg om de kar met stenen te trekken. De twee paarden die Godard Adriaan als koetspaarden had gedacht, die waren kreupel. Margaretha doet niet aan rusthuizen voor oude paarden dus ze zijn verkocht. Er zijn nu nog drie paarden over plus de oude witte ruin die de kar met stenen moet trekken. Margaretha hoopt dat die het deze zomer nog uithoudt!


[den jongen ruijn dande het blesge] nu
sijnder nochdedrie die inde karre gebruij
worde en den oude witte ruijn die weer
inde steen kar sal gaen hoope hij dat deese
soomer noch sal wt houde so dat wijdit ijaer geen kar paerde hoope vandoen te
hebbe ten waere ons Een mocht koome te
ontvalle, [maer ben beesich met twee koets]

Nieuwe koetspaarden
Ondertussen kijkt Margaretha toch wel vast rond naar nieuwe koetspaarden. Ze heeft er al eentje gekocht en ze is op zoek naar een tweede. Niet te jong graag, met zes of zeven jaar zijn die paarden rustig genoeg om voor een koets te draven. Nou ja, ze wil ze ook graag gebruiken om de ploeg te trekken, je rijdt tenslotte niet iedere dag in je koets. Ondertussen moet ze ook op zoek naar een andere koetsier want de huidige koetsier heeft koorts.

[ontvalle,] maar ben beesich met twee koets
paerde voor mij te koope saer Een toe
gekocht heb en hoope hier noch Een toe te
sulle vinde wilse niet jonger als 6 a 7 ijaer
out hebbe om dat van meeninge ben die
mee inde ploech te gebruijcken, den jongen
korneelis heeft noch al de koorts daerom
ick naer Een koetsier sal moeten om hoore

Een tegenvaller
Margaretha slaagt er niet in om land te verpachten. Wat is nu weer het probleem? Veel boeren stoppen met hun bedrijf. Ze noemt er een paar die alles hebben verkocht, van de ploeg en de paarden tot de wagen. Het gaat niet alleen om boeren maar ook om functionarissen als ‘syndicus’ Gerhard Schagen uit Wijk bij Duurstede. Hoe moet dat nu? Als het land braak blijft liggen, brengt het niets op maar er moet wel belasting op worden betaald en die wordt echt niet minder.

, ick kan noch geen lant meer verhueren
de liede hier schaffe veel haer bouwerij af
korneelis verweij de majoor ijan quint
hebbe ploech wage en paerde en alles ver
kocht sijnt bouwe moe so heeft ock de sin
dekus1Syndicus: een syndicus ondersteunt het hof, vertegenwoordiger van een collectief, kan ook een functie zijn schage te wijck gedaen, alst so
voort gaet vrees ick dat hier veel lant
woest sal blijfve legge, en de schattine
Even hooch waer salt van betaelt worde,

Vorderingen van de bouw
Temminck heeft twee schuiten kalk gekocht voor 68 stuivers de hoed. Het was wel een beetje duur, schrijft Margaretha, maar voor minder was het niet te krijgen. Nu is een hoed ongeveer 12 hectoliter en 68 stuivers is drie gulden en veertig cent, voor ons klinkt het als een koopje, maar Margaretha leefde in andere tijden. In totaal gaat het om 700 gulden, in 1680 een hoop geld. Een beetje positief nieuws, het houtwerk voor in de stal en in de paviljoens is al gemaakt, van vurenhout. Voor de buitenramen zal eikenhout gebruikt worden. En Schut is bezig met de koop van hout voor onder het leidak en het pannendak. Dat gaat bij elkaar zo’n 800 gulden kosten. Temminck heeft de zaagmolenaar betaald, dat gaat om ongeveer 290 gulden. Margaretha heeft net 4000 gulden ontvangen, maar dat verdwijnt snel op deze manier. Het hout dat in Amsterdam ligt, dat Margaretha nog wilde gebruiken is ook volgens de secretaris te slecht om te gebruiken.Het zit vol kwasten en het is krom. Dat kan dus beter maar verkocht worden. Elke cent is welkom.

[het gekochte hout, de saech blocke die van ons
noch tot Amsterdam legge seijt schut en ook de
seeckreetaris dat ons nergens toe konne die
=net ijae selfs niet om latten af te saechge om ondert panne
dack te legge om datse te vol quaste en
te krom sijn so datse toe boere huijse
selfs onbequaam zijn en ons best is die te
verhandelen

Het weer zit wel erg tegen
Margaretha klaagt steen en been over het weer. Het waait, het sneeuwt, het hagelt, het regent, het onweert. De wegen zijn modderpoelen, er kan geen aarde weggereden worden, er kan geen steen aangevoerd worden voor de metselaars. Kortom, de werklui krijgen zo niets voor elkaar. Margaretha voelt zich duidelijk schuldig want dit kost allemaal geld. Als het even kan, belooft ze, dan zorgt ze dat het werk doorgaat. Daar moet Godard Adriaan het dan maar even mee doen.

wij hebbe hier alle daech sulcke onstuijmige weer
van wint hagel sneuwe en reegen ijae ock donder
en blixsem, dat geen weegen op droochgen en
wij aen geen werck konne koomen, [de]

- 1Syndicus: een syndicus ondersteunt het hof, vertegenwoordiger van een collectief, kan ook een functie zijn
Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep