De brieven van Margaretha Turnor

Tag: Bremen

Beelden, ballen en klapmutsen

Voor de herbouw van Kasteel Amerongen was een hoop materiaal nodig. In de brieven van Margaretha aan haar man lezen we over kalk, hout, steen en turf. Er moest per slot van rekening weer een functioneel kasteel gebouwd worden. Maar het oog wil ook wat. Op 11 april 1680 ontvangt Godard Adriaan een brief van ene Jochem Fopma uit Bremen, een handelaar in bewerkte steen. Hierin wordt gesproken over ‘beelden en ballen’, en over bijbehorende ‘klapmutsen’. Dat zijn sierstukken om een muur mee af te dekken. Over welke beelden en ballen Jochem Fopma het heeft, wordt uit de betreffende brief niet duidelijk, maar het kan bijna niet anders dan om de beelden Fortitudo en Prudentia gaan die samen met twee grote stenen ballen bij de trap naar de bovenbrug staan. Het had nog flink wat voeten in aarde om de pronkstukken van Bremen naar Amerongen te krijgen. Aan de hand van het briefarchief van Kasteel Amerongen hebben we deze interessante reis eens in kaart gebracht.

Jochem Fopma aan Godard Adriaan over beelden, ballen en dekstenen

[17 courant uijt Berlin hem toegesonden,] begeerende
dat ick dit aen UE mocht beantwoorden, alsmeede
bij eerste goe occasie d’affsendingh de twee vaerdige
Beelden & bewerckte decksteen voor sijn Ex.ie den
H.re van Amerongen te bevorderen
twelck hebbe aengenoomen nae vermoogen te doen, ondertusschen sijn hier meede gearriveert de twee geordineerde stucken steens totte twee Ballen;
die souden, indien sijn HoochEd. beliefde, nu
vervaerdight (terwijl doch gheen scheepen tot noch
toe parat sijn) konnen meede gesonden worden,
als oock de vier klapmutsen die totte Beelden en
Ballen vereijscht worden, ende van streckstucken
moeten sijn [waerop Mr Prangh resolutie wacht,]

25 maart 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan van Reede
Foto van het bordes van Kasteel Amerongen vanaf de zijkant. Op de voorgrond rozen die over de muur groeien, daarachter een bal op een pilaar. Achter de bal een standbeeld van een vrouw met een pilaar in haar hand. Achter haar nog een onduidelijk standbeeld.
Rozen, bal en Fortitudo bij Kasteel Amerongen, foto: Annemiek Barnouw, 2020.

April: de beelden zijn verstuurd per boot

Op 29 april ontvangt Godard Adriaan een brief van dezelfde Jochem Fopma uit Bremen. Hij schrijft dat hij na 7 april de gelegenheid had om de beelden alvast per boot te versturen. Ondanks dat hij daartoe nog geen opdracht had ontvangen en de ballen en klapmutsen nog niet klaar zijn, heeft hij dat gezien de waterstand in de Vaart maar gedaan. De beelden heeft hij op een ‘boecken bael’ vastgebonden en met stromatten beschermd. De kosten worden helaas wel wat hoger, want Meester Prang moest zelf met nog iemand de rivier af komen om te helpen.

Jochem Fopma aan Godard Adriaan over ballen beelden en dekstenen

Ick heb dan de twee vaerdige beelden jeder op een boecken
bael wel vast gebonden en met stromatten bewaert,
neffens de decksteen, 4 klapmutsen op de muijr en de geordineerde vloersteen, t’saemen in’t schip van Obbo
Jelles van Worckom gelaeden en aen S.r A.T. Jacobs1Temminck
geconsigneert, waervan ick dito S.r aenstaende Woensdag
per post oock advijs sal geeven; de beelden sijn tot
Vegesack neffens ‘t ander goet wel en onbeschadigt
‘t scheep gekomen, maer de kosten komen wat hooch
want Mr Prangh met noch een persoon selffs daerom
naer beneeden geweest sijn2de rivier af gekomen; en ick heb den schipper, die
een nieuw Schmack voert3smakschip, het goet ten hoochsten gerecommandeert

22 april 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan
Tekening van een baai met op de voorgrond een weggetje en een landtong met koeien erop. Rechts een haven met allemaal zeilschepen en aan de linkerkant nog een stukje land met een molen. Midden in de baai varen zeilschepen en één stoomschip
Vegesack bij Bremen, Anton Radl, inkttekening gemaakt voor ‘Ansichten der Freien Hansestadt Bremen’ door Adam Storck, 1822. Collectie Staats- und Universitätsbibliothek Bremen.

Jan Prang

Steenhouwer Jan Prang is een oude bekende van de familie Van Reede. In 1676 kwam hij al van Bremen naar Amerongen om allemaal hardstenen elementen (vloerstenen, trappen, de lijst om het huis, onderdelen voor de schoorstenen) ter plekke passend te maken. Kennelijk is er nu voor gekozen om Jan Prang in Bremen te laten werken en dan de afgewerkte stenen naar Amerongen te sturen. In dit brieffragment lijkt het of Meester Prang de standbeelden ook gemaakt heeft. Het is zeker niet onmogelijk, maar eerder maakte hij elementen voor het huis, het zou ook kunnen dat hij alleen zorg draagt voor de verzending. De dekstenen, klapmutsen en de ballen passen wel bij het beeldhouwwerk dat hij eerder voor Kasteel Amerongen geleverd heeft.

Een grof uitgehouwen steen met daarin heel duidelijk VII gekerfd.
De onderkant van één van de dekstenen, foto: Annemiek Barnouw, 2026. Momenteel worden de brug en de muur voor het kasteel gerestaureerd, daarom zijn de dekstenen van de muur gehaald. Op de onderkant zie je de aanwijzing die waarschijnlijk door Jan Prang in Bremen in de steen gekerfd is. Zo was in Amerongen duidelijk welke steen waar moest liggen.

Augustus: oplopende kosten

Als de beelden onderweg zijn, wordt het een paar maanden stil rondom de beelden, ballen en klapmutsen. Godard Adriaan blijkt vragen te stellen over de oplopende kosten. Op 9 augustus krijgt hij een brief van Fopma waarin hij uitlegt dat de prijzen fluctueren. Omdat hij zelf geen voorraad steen meer had, moest hij nieuwe kopen. Daarnaast worden de ballen en klapmutsen van een harder, en dus duurder, steensoort gemaakt. Maar Fopma is bereid er een mooi prijsje van te maken als Godard Adriaan hem aanbeveelt als opvolger van zijn overleden oom. Een brutaal mens heeft de halve wereld toch? Zeker gezien het bijzondere Post scriptum van de brief. Het lijkt er namelijk op dat er in de tussentijd niet zoveel voortgang is geboekt met de ballen en klapmutsen. Meester Prang is een reislustig heerschap en pas teruggekomen uit Osnabruck. Hij zal nu pas weer verder gaan met de ballen en klapmutsen.

Een steenhouwer aan het werk op straat. Naast hem op de grond ligt een grote winkelhaak. Op de achtergrond de Porta Romana te Florence.
De steenhouwer, Carlo Lasinio, 1769-1838. Collectie: Rijksmuseum.

Oktober: meer vertraging

Weer verstrijken er een paar maanden en de ballen en klapmutsen zijn nog altijd niet op weg naar Amerongen. Er is meer vertraging opgetreden. Op 12 oktober leest Godard Adriaan in een nieuwe brief van Jochem Fopma dat hij voornemens was de ballen en klapmutsen een maand eerder al naar Amerongen te laten verschepen. Meester Prangh was echter weer naar Osnabrück, waar 4 van zijn knechten ziek zijn geworden, dus dat gooide roet in het eten. Aan Jochem Fopma ligt het absoluut niet. Hij heeft veel ander werk weggehaald bij Meester Prangh, dus de ballen en klapmutsen moeten nu met 4 dagen echt wel klaar zijn.

Jochem Fopma aan Godard Adriaan

dat ick niet getwijffelt had, oft de bewuste bollen
en klapmutsen souden ten minsten voor 1/m naer Amsterdam
sijn gescheept, maer Mr Prangh sijn Voijage naer Osnabrugh
alwaer vier van sijn knechts sieck sijn heeft mijn voornemen
belett, ‘kheb echter sedert sijne t’huijscomst alle devoir
gedaen, om hem onaengesien veel ander noodig werck, daedelijck
tot voltrecking van dit begonne langduijrige werck te brengen
en is daermeede soo verre geavanceert dat de laeste der Bollen
neffens de laeste der klapmutsen binnen 4 dagen
konnen
vaerdig sijn, als wanneer ick niet manqueeren sal om die,
belieft het Godt, met eerste goe occasie volgens ordre te
versenden

27 september 1680, Jochem Fopma aan Godard Adriaan
Ingekleurde prent van drie mannen in een steenhouwers werkplaats. Één van de mannen tekent iets uit op een blok steen, de tweede zit op het blok steen waar hij naast zich iets uit hakt. Een derde man staat achter een groot blok staan peinzend toe te kijken. Op de voorgrond een scheef gezakte kruiwagen. Onder de prent staat 'Hoe nuttig, kindren! is de man, Die zulk een steen bewerken kan."
De Steenhouwer, anoniem, fragment uit een pagina met zes ambachten uit Meijers Prenten, uitgegeven door De Ruyter & Meijer, Amsterdam, 1878. Collectie Rijksmuseum.

December: van boot naar appelwagen

De ballen en klapmutsen worden in oktober door Jochem Fopma vanuit Bremen verzonden naar Adriaan Temminck in Amsterdam. Hem kennen we ook uit de brieven van Margaretha. Op 24 december krijgt Godard Adriaan een brief van Temminck. Hij heeft de lading ontvangen, maar er is een probleem. Er varen geen schepen op de Rijn dus hij kan de ballen en klapmutsen niet verder per boot naar Amerongen versturen. Gelukkig heeft hij een oplossing. Hij verstuurt de lading naar ‘oom Synapius’ in Amersfoort. Dit is wellicht een oom van Temminck, die in dezelfde kringen verkeerde als Godard Adriaan. In Amersfoort moeten de ballen en klapmutsen vervolgens op appelwagens geladen worden. Die komen uit de Betuwe en passeren door Amerongen.

De Breemer steen bestaende in 2 groote ronde bollen 4 vierkante klapmutsen en 1 waeter off geutsteen hebbe ick int begin vant vriesent weer hier ontfangen, en alsoo door het leegewaeter gans geen scheepen op den rijn conde vaeren, soo hebbe alles op Amersfoort gelaeden en aen oom Senapius geadresseert met ordre om alles op de appelwaegens (die daer uijt de Betuw coomen en door Amerongen passeeren) te laeden, geleijck oock Haer HoogEdele mijn schrijft dat ditto steen daer wel gecoomen

(Van deze brief is nog geen scan beschikbaar)

Pagina met drie schetsen. Linksboven twee gezadelde paarden voor een raam, rechtsboven een groep mannen die iets voortslepen dat aan touwen zit, midden onder een boeren wagen met daarop stenen, voortgetrokken door vier paarden. Ernaast loopt een man met een zweep. Rechts onder de letters DC. Boven de tekening staat 'Croquis par divers artistes'. Onder de prent staat Decamps.
Wagen met keien getrokken door paarden, Alexander-Gabriel Decamps, 1830-1831. Uit: Schetsen door diverse kunstenaars. Collectie: Rijksmuseum.

Aankomst in Amerongen

Op 27 december ontvangt Godard Adriaan dan het verlossende woord van Margaretha. De ballen en klapmutsen zijn aangekomen in Amerongen. Reden voor blijdschap zou je denken, maar dat blijkt niet uit de brief van Margaretha. Het lijkt er op dat het plan met de appelwagens is mislukt. Ze schrijft dat ze de lading zelf met wagens uit Amersfoort heeft laten halen. Alles is onbeschadigd aangekomen, op één klapmuts na. Die mist een stukje. Verder hoopt ze vooral dat al het steen uit Bremen nu is aangekomen, want het is allemaal al duur genoeg. Hoe de reis van de beelden Fortitudo en Prudentia verliep, is niet duidelijk. Zij werden per slot van rekening al in april 1680 verstuurd vanuit Bremen. Hoe dan ook, in december zijn alle pronkstukken, minus een klein stukje klapmuts, in Amerongen. En daar zijn ze nog steeds te bewonderen.

Brieffragment hardstenen bollen

tot Amsterdam is de 4 groote klapmutse
en de twee groot hartsteene bolle van breeme
aengekoome, die teminck omt lage water
niet voort heeft konne krijgen is genootsaeckt
geweest die tscheep op Amersfoort te sende die
ick met wagens van daer heb laeten haele
en sijn deselfve onbeschadicht hier gebrocht
wtgesondert datter vant Eene klapmuts
en kleijn stuckge af is, hoope wij nu het laeste
steen van breeme hier hebbe, die reeckenine
loopen hooch, so doens die aen alle kanten,

14 december 1680, Margaretha aan Godard Adriaan
Foto van Kasteel Amerongen. Een hoog, bakstenen vierkanten huis met twee schoorstenen. Voor het huis een trap naar een bordes. Aan weerszijden van de trap twee standbeelden. Daarnaast twee ruimtes en dan twee pilaren met daarop ronde ballen. De pilaren gaan over in een muur, waarover struiken groeien. Voor de pilaren twee kanonnen en helemaal op de voorgrond een gouden zonnenwijzer.
Kasteel Amerongen vanuit het oosten, foto: Annemiek Barnouw, 2020. Aan weerszijden van de centrale trap de beelden, rechts daarvan op de pilaren de ballen. Onder de beelden en de ballen liggen de klapmutsen en de dekstenen sluiten de muur af.

  • 1
    Temminck
  • 2
    de rivier af gekomen
  • 3
    smakschip

Aan het eind van het geld

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 1 mei 1677 Utrecht
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 6 mei 1677
Lees hier de originele brief

Oude tijden herleven: het wordt zo lastig om aan geld te komen dat Margaretha zelf naar Utrecht is gegaan om te kijken wat ze kan doen. Beusekom heeft dan wel weer een bewijs gekregen dat ze recht hebben op 3000 gulden, maar zie dat maar eens te innen. Hij is drie belastingontvangers langs geweest, maar nergens hebben ze een cent.

Brieffragment geen geld

[rec. 6 dito]
wttrecht den Eerste
meij 1677

Mijn heer en lieste hartge

ick ben gistere hier gekoome met intensie om vanda
weer naer Ameronge te gaen, ick was heel teijnde
gelt daerom genootsaeckt ben hier te koomen
beusekom heeft gistere de Ackiet1Acquit: Vereffening van een schuld of rekening ter som van
3000f wt den haech ontfange, maer weet noch
niet waneert het gelt daer van sal konne
ontfangen worde also hij al 2 a 3 ontfangers
daer over heeft aengesproocke die segge heel
geen gelt ter kantoor te hebbe, [daerom]

Mannen rond een tafel betalen geld uit. Daarachter bedienden die geld op de planken opbergen.
Fragment uit: Titelblad met mannen die geld uitbetalen, Bernard Picard, 1704. Collectie Rijksmuseum.

Het wordt allemaal opgepot om straks de troepen van de Hertog van Brunswijk te kunnen betalen, beweert Johan van Reede van Renswoude. Die zouden klaar staan om ten strijde te trekken. Margaretha gelooft daar niets van, want van Godard Adriaan had ze iets heel anders gehoord.

 Brieffragment leger van Brunswijk

[betaelt worde] den heer van rhijnswoude2Johan van Reede van Renswoude
hout seer aen om betaelline voorde subsidie
aende s0 vorste van brunswijck3Rudolf August van Brunswijk-Wolfenbüttel wiens troepe
so hij schrijft staen te Merscheere4marcheren hetwelck
volgens uhEd laeste schrijfve qualijck
kan geloofve, en uhEd best sal weeten,

Vanuit een cartouche kijk een man met een hoekig gezicht ons aan. Hij heeft een stevige neus en een flinke kin. Hij draagt een donkere pruik met krullen en een harnas. Op de rand van het cartouche staat: "Serenissimus princeips Rudolphus Augustus Dux Brunsvic ac Lunaeburg" Onder het cartouche een wapen met links daarvan "Nunc septua" en rechts "Genario Maior".
Portret van Rudolf August von Braunschweig-Wolfenbüttel, Martin Benigeroth, 1680-1733. Collectie Rijksmuseum.

Olifanten

Er zit niets anders op dan kostbaarheden te verpanden. Ze denkt 5000 gulden te kunnen krijgen voor drie gouden ‘koppen’. Blijkbaar zaten daar ook olifantenfiguurtjes op, maar die heeft ze er afgeschroefd. Waar ze het over heeft is niet helemaal duidelijk, maar waarschijnlijk gaat het om onderdelen van de versierselen van de Orde van de Olifant of objecten die daar mee te maken hadden. De Deense Koning had de orde in 1659 aan Godard Adriaan verleend. Het pandhuis vraagt zes procent rente, maar daar hoopt ze vijf of vijfeneenhalf van te kunnen maken.

Brieffragment onderpand lening

ick meen hier ontrent Een som van 5000f
op de 3 goude koppe die ik in pantschap

moet geefven heb de olifpanten daer af ge=
schroeft die ick in hande sal houden, maer
sij wille al ses vant hondert hebbe ben bee=
=sich om te sien oft voor 5 a 5½ kan krijge

Een hanger van een witte olifant met goud afgezet. Achter de oren zit een zwarte man die de olifant bestuurd. De olifant draagt een blauw dekje met daarop een kruis van diamanten. Op zijn rus heeft hij een rode ronde toren ook bezet met diamanten.
De Deense orde van de olifant, Jacques-Evrard Bapst, 1822. Collectie Museum Louvre Parijs.

Gelderse obligatie verkopen?

Omdat er in Amsterdam en Utrecht eigenlijk geen contant geld meer te krijgen is, stelt Margaretha voor om hun Gelderse obligaties op te zeggen. De van Reedes krijgen van de Staten van Gelderland dan 16.700 gulden terug, waarmee ze dan weer hun eigen schulden en onderpanden kunnen aflossen. Dat lijkt haar een goed idee, want wat heeft het voor zin om aan de ene kant rente te betalen en aan de andere kant te ontvangen? Ze heeft weer een mooi spreekwoord: “Hij redt zich wel die het met zijn eigen doet”. Zaken doen met eigen geld werkt het best.

Brieffragment Gelderse obligatie

alst uhEd kost5zou kunnen goet vinde ick wel soude
reesolveere het kapitael ter som van
16700f op de heere van gelderlant staende
in tijts op te segge en van haer weerom
te neeme, en daer meede al onsse oblij
gaesie, en de

verpande weer in te lossen, hij redt hem wel
diet met sijn Eijgen doet, want op d’eene
plaets rente te geefven en of op d’an[dere] te
ontfange is niet als moeijt aen vast

Koperen penning. Voorzijde: leeuw eet druiven van struik binnen omschrift; afsnede: wapenschild tussen jaartal 1622. Keerzijde: ooievaar brengt zijn jong, dat op nest zit een worm binnen omschrift "pietas tvtissima virtvs"
Allegorische rekenpenning geslagen op last van de Staten van Gelderland, 1622. Collectie Rijksmuseum.

Thuiskomst GA vertraagd

In een brief van 28 april heeft Godard Adriaan geschreven dat zijn thuiskomst toch weer vertraagd is. Margaretha had het ook van Johan Pesters gehoord. Volgens hem was het goed dat er nog een poosje iemand namens de Staten in Bremen bleef. Bovendien hadden de diplomaten van de Duitse vorsten en de keizer dat verzocht. Dat kun je de bondgenoten dan niet weigeren vond ook de raadspensionaris.

Een raaf valt een slak aan.
De slak en de raaf, Jacques Callot, 1621-1635. Collectie Rijksmuseum.

Honderd pond pruimen

Gelukkig had Godard Adriaan ook goed nieuws. Al het resterende benodigde hardsteen ligt klaar in Bremen. Margaretha heeft een speciaal verzoek voor een extra vrachtje: als die stenen scheep gaan, zou ze ook graag honderd pond pruimen ontvangen. Ze heeft haar hele leven geen betere gegeten dan de partij die Godard Adriaan de vorige keer had gestuurd! Nu maar hopen dat het schip niet gekaapt wordt door de Fransen. Dat was namelijk gebeurd met twee schepen die tegelijk met het vijfde stenenschip uit Bremen waren vertrokken…

Brieffragment pruimen

[gaende hebbe gesien,] tis mij ock seer lief dat de resteerende
steene nu alt same tot breeme sijn, wenste als die
gesonde worde dat ick noch hondert pont pruijme
mochte krijge weet niet dat ick mijn leefve bee
ter heb gehad als die uhEd lest heeft gesonden,
den schipper die de leste steen heeft gebrocht seijt
datter twee breemer scheepe die met hem van
daer waeren afgevaeren vande franse sijn ge
=noomen, hoope nu wij so naer het onse behoude
hebbe gekreechge, dat het geene noch resteert vange
lijcke wel sal overkoomen, waer meede blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor

Een vrouw leunt op een tafel en houdt met haar rechterhand twee pruimen omhoog. Haar schort ligt op tafel en daarin heeft ze nog meer pruimen.
Pruimen van meneer, Célestin Deshayes (prent), Jean-Baptiste Greuze (naar), 1839-1857. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Acquit: Vereffening van een schuld of rekening
  • 2
    Johan van Reede van Renswoude
  • 3
    Rudolf August van Brunswijk-Wolfenbüttel
  • 4
    marcheren
  • 5
    zou kunnen

Hoogste punt bereikt

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 8 november 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 november 1676
Lees hier de originele brief

Nu snapt Godard Adriaan een tekening van Schut alwéér niet! Schut kan inderdaad niet echt begrijpelijk schrijven, vindt Margaretha, en bovendien heeft Schut de tekeningen vanuit Amsterdam verzonden, zodat er geen toelichting van de secretaris aan toe kon worden gevoegd. Ondertussen is de prijs van de Amsterdamse stenen niet bekend, want de Amsterdamse steenhouwers willen geen prijs meer noemen nu ze doorkrijgen dat het bouwteam ook in Bremen stenen bestelt. Maar het werk gaat door, hoog in de lucht, en onder de grond: de kap is op zijn definitieve hoogte gekomen en ook in de kelder wordt nog gewerkt zolang het weer mooi blijft.

Brieffragment over de tekening van Schut

[rec. 12 dito]
Ameronge den
8 Novem 1676

Mijn heer en lieste hartge
het is mij leet wt uhEd vande 4 deeser te sien hij al
weer de toegesondene teeckenine niet verstaet
, tis waer schut sijn briefve sijn niet wel te
verstaen, en hij weet de prijs vande harteene
niet, geloof ock nu de steenhouders tot
Amsterdam beginne te mercken datter
steen tot breeme gekocht wort sij niet recht
de prijs daer van wille seggen, ock is schut
tot Amsterdam geweest doen hij die teeckeni
sont daerom de sekreetaris de meeninge
daer van daer niet op konde stellen, [tis]

Weergegeven is hoe Nimrod, de bouwer van de toren van Babel, de Romeinen voorlicht over zijn creatie. In de lucht is het alziend oog van God te zien. Op de achtergrond de toren en op de wolken zitten engeltjes.
Ontwerp voor het voorblad van het boek Turris Babel, sive Archontologia, van A. Kircher, Gerard de Lairesse, ca. 1679. Collectie Rijksmuseum

Eerste vereiste: begrip

Wat Margaretha betreft doet het er niet echt toe te weten wat de prijs in Amsterdam is, aangezien het in Bremen inclusief bewerking zeer waarschijnlijk voordeliger zal zijn. Het is veel belangrijker dat Godard Adriaan de tekeningen en de maten die er op staan begrijpt. Dan weet hij immers ook om wat voor orde van grootte het gaat en dat heeft weer invloed op de kosten.

Eerste brieffragment over het weten van de prijs of het begrijpen van de tekening
Tweede brieffragment over het weten van de prijs of het begrijpen van de tekening

[daer van daer niet op konde stellen,] tis
seecker dat de hartsteen in haer selfve tot
breeme en ock die te bearbeijde tot breeme
veel beeter koop is als tot Amsterdam ,
daer om mijns oordeels weijnich aen geleechge
is of men niet recht de prijs weet wat die
tot Amsterdam gelt, als uhEd maer te

recht de maet en teeckenine konde verstaen,

Afwachten in Middachten

Over nog meer geld gaat het in de Raad van State, waar prins Willem onderhandelt over de ‘Staat van Oorlog’. Dit is de landsbegroting, die voornamelijk de financiering van het leger betreft. Het besprokene kan van belang zijn voor zoon Godard. De prins heeft beloofd dat hij zal kijken of hij Godards salaris voor zijn post als majoor ter sprake kan brengen. Maar zijne hoogheid heeft natuurlijk genoeg aan zijn hoofd, dus Margaretha is bang dat dat er wel eens bij in zou kunnen schieten. Als het aan haar lag was Godard nu in Den Haag om zich van de prinselijke voorspraak te verzekeren. In plaats daarvan zit hij passief af te wachten in Middachten.

Eerste brieffragment over Staat van Oorlog
Tweede brieffragment Staat van Oorlog

en dat sijn hoocheijt inde raet van staten
over den staet van oorlooch besonijeert1Besogneren: Raadslagen, onderhandelen
mijns oordeels behoorde de heer van gincke

nu inde haech te sijn te meer om dat sijn hoocheij
hem belooft heeft te sien hem met sijn ma=
=ijoors tracktement daer op te brenge, maer
blijft hij op Middachte salt wel vergeeten
worden, [nu brenge de timerliede de vaen]

Aeneas ontvangt door voorspraak van Venus een nieuwe wapenrusting in de smidse van Vulcanus. In het midden knielt de held voor de godin. Een Cupido reikt hem de helm, vooraan liggen de andere delen van het harnas. Door de lucht buitelen putti, één met een lauwerkrans. Links werken vier smeden boven een vuur.
Aeneas ontvangt door voorspraak van Venus een nieuwe wapenrusting in de smidse van Vulcanus, Ferdinand Bol, 1660 – 1663. Collectie Rijksmuseum.

Pannenbier

De kap is klaar! Het hoogste punt is bereikt en de timmerlieden hebben een vlag op het huis gezet. Tijd voor een biertje op kosten van Margaretha en Godard Adriaan. Een traditie in de bouw die nu nog steeds bekend staat als ‘pannenbier’ op het moment dat de nok ligt en de pannen kunnen worden gelegd. In dit geval zullen het de ribben en de planken zijn.

Brieffragment over pannenbier

[worden], nu brenge de timerliede de vaen
opt huijs het welcke te seggen is dat de kap
volkoomen daer op staet en gedaen is
en dat sijt bier verdient hebbe, sulle
merge begine de ribbe daer op te legge
ende plancke [rietvelts volck sijn aen]

Samen met twee engelen draagt het Christuskind een balk de ladder op. Jozef timmert aan het dak van een huis. Voor het huis is Maria bezig met vlaskammen.
Christuskind legt een dak, Christoffel van Sichem (II), naar Hieronymus Wierix, 1617. Collectie Rijksmuseum.

Kelderbogen

Vele verdiepingen lager zijn de mannen van Rietveld ook hard aan het werk: ze brengen de scheidingsbogen van de keldergewelven aan. Een deel van het uithouwen van de stenen voor de lijst om het huis heeft hij uitbesteed. Het weer is mooi, god zij dank!

Brieffragment metselwerk en steenhakken

[ende plancke] rietvelts volck sijn aen
de scheijdt booge inde kelders te maecke
hij heeft Een gedeelte vande steen tot
de lijst omt huijs te hacken aen besteet
wij hebbe tot noch toe seer schoon weer
gehadt daer wij godt niet genoech
voor konne dancken, inwiens bescher
minge uhEd beveelle blijfve

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor

Biepul van porselein met eivormig lichaam en een brede hals, beschilderd in onderglazuur blauw. De buik is bedekt met 'karakusa'-ranken met daarin uitgespaard drie geschulpte cartouches. Het middelste catouche met twee mannen in een landschap, één met een parasol en een waaier, de ander met een een hondje. Links hiervan een cartouche met kraanvogels in een landschap met bomen en rotsen. Het derde cartouche met verschillende vogels in een landschap met een paviljoen, bergen en een vijver. De rand en het oor met bloemranken. Een gat in de bovenzijde van het oor. Arita, blauw-wit.
Bierpul met landschappen in cartouches en bloemranken, anoniem, anoniem, ca. 1650 – ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Besogneren: Raadslagen, onderhandelen

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén