Het is bijna onmogelijk om geen medelijden met Margaretha te voelen na het lezen van deze brief van 26 oktober 1680. De brief gaat vrijwel alleen maar over geldzaken. Ze is wederom naar Utrecht afgereisd en zit daar diverse heren achter de vodden. In eerste instantie om het geld voor Godard Adriaan van Utrecht en Holland los te krijgen, maar daarnaast speelt er een aantal familiezaken waar Margaretha druk mee is. Een deel ervan heeft ze al genoemd in de brief van 19 oktober. Maar first things first; ze begint de brief aan haar man met de hoop dat hij inmiddels Willem III heeft gesproken over zijn verzoek huiswaarts te keren.

Opening brief en thuiskomst

[rec.a pmo 9ber]

wttrecht den 26/16
ockto 1680

Mijn heer en lieste hartge

beijde uhed aengenaeme vande 13 en 15 deeser heb ick ontfange
hoope uhEd nu sijn hoocheijt sal gesproocke hebbe en verlange te
hoore wat antwoort hij opt versoeck van deselfs thuijs komste
sal gegeefve hebbe, [wt het schrijve van van heetere sal uhE]

Het aanreiken van een brief in een voorhuis. In een vertrek bij het raam zit een vrouw met een hondje op schoot. Rechts nadert een man met een brief in de hand. Links staat een hond en zicht door de openstaande deur naar buiten, waar op straat aan een gracht (Kloveniersburgwal?), een kind met een zweepje speelt.
Het aanreiken van een brief in het voorhuis, Pieter de Hooch, 1670. Collectie Rijksmuseum.

Geld van Utrecht en Holland

De eerste heren die Margaretha met een bezoek heeft vereerd zijn Pieter Ruysch en Adam van Lockhorst, heer van Schonauwen. Adam Margaretha beklaagt zich bij allebei over het onrecht dat hen door de heren van Utrecht aangedaan wordt, door niet te betalen. Omdat Utrecht niet betaalt, weigert Holland namelijk ook te betalen. Bij Van Lockhorst komt Margaretha niet veel verder, maar Pieter Ruysch meent dat er helemaal geen Statelijke vergadering aan te pas hoeft te komen en hij belooft er meteen mee aan de slag te gaan. Het blijft een ingewikkeld verhaal, waar Margaretha ook meteen over aan Van Heeteren heeft geschreven. Ze hoopt op korte termijn eindelijk geld te krijgen van Utrecht en dat hebben ze dan te danken aan de heer Ruysch. En natuurlijk aan de bemoeienissen van Margaretha zelf, maar dat schrijft ze niet.

Eerste brieffragment geld van Utrecht
Tweede brieffragment geld van Utrecht

[bekoome, ick liet haer doch sprack Elck apart,] sien den
brief die van heetere schrijft waer bij blijckt dat holl
geen gelt wil geefve voor dat wttrecht betaelt heeft
waer over ick mij seer beklaechde overt ongelijck dat
dat men heere van wttrecht ons deede en dat teegens
haer belofte diese staets gewijs hadde bij reesoluijsie
genoome uhEd voor sijn vertreck belooft, den heer
van schoonouwe persesteerde1Persisteren: volharden in iets bijt voorseijde, maer
den heere rhuijs seijde van opijnie te weese datter
geen staets vergaderin van noode was en dat
het selfve het voorleeden ijaer noch bij de gedeputeerde
was afgedaen dit seijde ock de seeckretaris luchten
burch2Jonathan van Luchtenburg , en nam men heer rhuijs aen het vandaech
inde gedeputeerde te brenge, gelijcke gedaen heeft
daer goet gevonde is dat ick sal sien Een aquiet3Acquit: vereffening van een schuld of rekening

ter som van so veel als de quote op dees proovinsi inde
post vande petisie4Petitie: verzoek bedrac
vande ontfanger Eelemeete5Ontvanger-generaal Cornelis de Jonge van Ellemeet sal sien te bekoome dat
hebbende datse daer op ordinansie6Ordinantie: Verordening sulle depescheere7Dépêcheren: afgeven, uitreiken; versturen
en sien waer men de peninge tot betaeline van die sal
vinde, ick heb hier over aen van heetere geschreefve
en versocht dit aquiet toekoomende maendach
te mooge hebbe, hoop hier nu Eenich gelt op te
sulle krijge het welcke wij den heere rhuijs hebbe
te dancke,

Twee foto's van een zeer verweerde koperen munt. Links het wapen van de stad Utrecht, rechts staat boven iets onleesbaars met een C, in het midden staat TRAIECT en onder 1687.
Duit van de stad Utrecht, 1687. Collectie Centraal Museum.

Familiezaken

Na de perikelen rondom het geld van Utrecht en Holland, volgt een relaas waarin meerdere familiezaken worden behandeld die om geld draaien. Het lijkt erop dat Godard Adriaan als voogd borg heeft gestaan en dat dit een belangrijke rol speelt. Margaretha stuurt Godard Adriaan bij deze brief twee ‘Acktens of instremente’, wettelijke bewijsstukken, die hij moet tekenen en moet voorzien van zijn ‘pitsier’, zegelstempel. Dan moet hij ze meteen aan Margaretha terugsturen. Ze doet haar best om er voor te zorgen dat men de aanspraak op geld van Wellant laat vallen, maar het gaat erg moeizaam allemaal.

Daarnaast is er ene Middelkoop bij haar geweest die maar liefst duizend gulden plus de rente over vier jaar wil komen innen. Het betreft een schuld van Barend/Berend van Oostrum. Aangezien Godard Adriaan hiervoor borg heeft gestaan, komt hij de schuld nu bij hen innen. Het houdt niet over.

Brieffragment bewijsstukken

[afreeckenin met hem is gehoude,] hierneffens gaet
twee acktens of instremente8Instrument: wettelijk bewijsstuk die uhEd sal be=
liefve te teijckenen en sijn pitsier9Pitsier: zegelstempel onder te sette
tot ondoenin vant beslach van sijn proofve, en
mij die met den Eerste weer om te sende,

Brieffragment geld voor borg Van Oostrum

ook is bij mij geweest Eenen Middelkoop dee de oblij
=gasie ter som van duijsint gul op den komanduer
barent van ooterom heeft daer uhEd een voor
al hem voor borchge heeft gestelt, die seijt overde
vier ijaere intreest te moete hebbe en niet te
konne bekoome, versocht ick order sou stelle
tot betaelin vant kapitael met de intrest
waer over ick deesen dach aende komanduer
oosterom heb geschreefve wat hij antwoorde sal
staet te verwachte, den heer van moersberge10Johan Gerard van Moersbergen
had belooft al inde voorleeden winter het af
te doen daer niet op gevolcht is, dat borch
worde is Een bedroeft werck , [ick ben hier twee]

Gravure van een stapel papieren met daaraan allerhande zegels. Ernaast ligt een zegelring. De zegels liggen waarschijnlijk in de zon, want ze beginnen te smelten. Op de achtergrond een klassieke tuinvaas.
Gesmolten zegels en een zegelring, Vincent Laurensz. van der Vinne (II), 1714. Collectie Rijksmuseum.

Talmerij en moeite

Margaretha is twee dagen in Utrecht geweest en ze is er wel weer klaar mee. Niet te geloven zoveel ‘talmerij en moeite’ ze er weer heeft moeten doorstaan. Ze is blij dat ze weer terug naar Amerongen kan, hoewel er volgende week opnieuw een bezoek aan Utrecht op de planning staat. In Amerongen gaat het werk ondertussen lekker door. Margaretha heeft gepland volgende week kuilen in de gracht te laten graven om meer voorraad vis aan te kunnen leggen. Ze sluit af met grote haast, maar gelukkig ook nog met kusjes van de kleinkinderen.

Eerste brieffragment terug naar Amerongen
Tweede brieffragment terug naar Amerongen en afsluiting

[worde is Een bedroeft werck ,] ick ben hier twee
dage geweest heb so veel talmerij en moijte
gehadt dat niet te geloofve is s gae so weer
naer Ameronge, daer blij om ben dan sal
wel licht int lest vande toekoomende weeck
weeck weer hier moete sijn, so omt Een als
omt ander sal niet ruste voor dat wij van
wellant en het proses van berck af sijn,
tot Ameronge sijns aent wulfve van kelders
ent wthaelle vande graft bij de Eerste bruch
aent kleijn voorburch dat ick aen besteet heb
voor 145f doch niet meer alst vierkant van
boogaertge tot aente muer vande bruch
aent kleijn voorburch, 5 daerse bij dit
laechge water ent schoone weer het beste
ockasie vande werlt hebbe, daer is geen ander
halfve voet water op de reevier en valt
noch al

int begin vande aenstaende weeck sal ick sonder versuijm
kuijlle inde grafte laete haelle tot konservasi
vande vis, daer wel sorchge voor sal dragen,
voort blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
met groote
haest,
alde kindere sijn
wel kusse uhE den
hande

Vrouw zit op een eenvoudige rechte stoel voorover gebogen, voor haar staat een stoof, in haar hand heeft ze een bakje met iets roodgloeiends erin. Ze draagt een blauwe rok, een wit schort en een bruin jasje afgezet met een wollen of bonten rand.
Vrouw die vuur in een stoof doet, Gesina ter Borch, ca. 1650. Collectie Rijksmuseum.

  • 1
    Persisteren: volharden in iets ↩︎
  • 2
    Jonathan van Luchtenburg ↩︎
  • 3
    Acquit: vereffening van een schuld of rekening ↩︎
  • 4
    Petitie: verzoek ↩︎
  • 5
    Ontvanger-generaal Cornelis de Jonge van Ellemeet ↩︎
  • 6
    Ordinantie: Verordening ↩︎
  • 7
    Dépêcheren: afgeven, uitreiken; versturen ↩︎
  • 8
    Instrument: wettelijk bewijsstuk ↩︎
  • 9
    Pitsier: zegelstempel ↩︎
  • 10
    Johan Gerard van Moersbergen ↩︎