Margaretha heeft de brief van 6 maart ontvangen en ze is helemaal blij. Godard Adriaan is weer beter! En de keurvorst ook. Dat de gezondheid maar lang mag duren.
[reca. 24. Martij] Ameronge den 16/6 maart 1680
Mijn heer en lieste hartge
wt uhEd aengenaeme vande 6 deeser sien ick dat deselfve weer wel is daer van harte om verblijf ben alsmeede dat den heere keurvorst beeter was het Een Ent ander hoope godt lange sal laete kontiniweere, [het grauwe koetspaert]
Probleempaarden
Maar die paarden! Het is en het blijft een ellende. Het grauwe koetspaard is niet sterk genoeg om de kar met stenen te trekken. De twee paarden die Godard Adriaan als koetspaarden had gedacht, die waren kreupel. Margaretha doet niet aan rusthuizen voor oude paarden dus ze zijn verkocht. Er zijn nu nog drie paarden over plus de oude witte ruin die de kar met stenen moet trekken. Margaretha hoopt dat die het deze zomer nog uithoudt!
[den jongen ruijn dande het blesge] nu sijnder noch de drie die inde karre gebruij worde en den oude witte ruijn die weer inde steen kar sal gaen hoope hij dat deese soomer noch sal wt houde so dat wij
dit ijaer geen kar paerde hoope vandoen te hebbe ten waere ons Een mocht koome te ontvalle, [maer ben beesich met twee koets]
Interieur van een stal met paarden en figuren, Wouter Verschuur, 1850-1875. Collectie Rijksmuseum.
Nieuwe koetspaarden
Ondertussen kijkt Margaretha toch wel vast rond naar nieuwe koetspaarden. Ze heeft er al eentje gekocht en ze is op zoek naar een tweede. Niet te jong graag, met zes of zeven jaar zijn die paarden rustig genoeg om voor een koets te draven. Nou ja, ze wil ze ook graag gebruiken om de ploeg te trekken, je rijdt tenslotte niet iedere dag in je koets. Ondertussen moet ze ook op zoek naar een andere koetsier want de huidige koetsier heeft koorts.
[ontvalle,] maar ben beesich met twee koets paerde voor mij te koope saer Een toe gekocht heb en hoope hier noch Een toe te sulle vinde wilse niet jonger als 6 a 7 ijaer out hebbe om dat van meeninge ben die mee inde ploech te gebruijcken, den jongen korneelis heeft noch al de koorts daerom ick naer Een koetsier sal moeten om hoore
De landbouw in Holland, Claes Jansz. Visscher (II), 1608-1610. Collectie Rijksmuseum.
Een tegenvaller
Margaretha slaagt er niet in om land te verpachten. Wat is nu weer het probleem? Veel boeren stoppen met hun bedrijf. Ze noemt er een paar die alles hebben verkocht, van de ploeg en de paarden tot de wagen. Het gaat niet alleen om boeren maar ook om functionarissen als ‘syndicus’ Gerhard Schagen uit Wijk bij Duurstede. Hoe moet dat nu? Als het land braak blijft liggen, brengt het niets op maar er moet wel belasting op worden betaald en die wordt echt niet minder.
, ick kan noch geen lant meer verhueren de liede hier schaffe veel haer bouwerij af korneelis verweij de majoor ijan quint hebbe ploech wage en paerde en alles ver kocht sijnt bouwe moe so heeft ock de sin dekus1Syndicus: een syndicus ondersteunt het hof, vertegenwoordiger van een collectief, kan ook een functie zijn schage te wijck gedaen, alst so voort gaet vrees ick dat hier veel lant woest sal blijfve legge, en de schattine Even hooch waer salt van betaelt worde,
Boerderijen tussen boven, Gillis van Scheyndel (I), 1605-1653. Collectie Rijksmuseum.
Vorderingen van de bouw
Temminck heeft twee schuiten kalk gekocht voor 68 stuivers de hoed. Het was wel een beetje duur, schrijft Margaretha, maar voor minder was het niet te krijgen. Nu is een hoed ongeveer 12 hectoliter en 68 stuivers is drie gulden en veertig cent, voor ons klinkt het als een koopje, maar Margaretha leefde in andere tijden. In totaal gaat het om 700 gulden, in 1680 een hoop geld. Een beetje positief nieuws, het houtwerk voor in de stal en in de paviljoens is al gemaakt, van vurenhout. Voor de buitenramen zal eikenhout gebruikt worden. En Schut is bezig met de koop van hout voor onder het leidak en het pannendak. Dat gaat bij elkaar zo’n 800 gulden kosten. Temminck heeft de zaagmolenaar betaald, dat gaat om ongeveer 290 gulden. Margaretha heeft net 4000 gulden ontvangen, maar dat verdwijnt snel op deze manier. Het hout dat in Amsterdam ligt, dat Margaretha nog wilde gebruiken is ook volgens de secretaris te slecht om te gebruiken.Het zit vol kwasten en het is krom. Dat kan dus beter maar verkocht worden. Elke cent is welkom.
[het gekochte hout, de saech blocke die van ons noch tot Amsterdam legge seijt schut en ook de seeckreetaris dat ons nergens toe konne die =net ijae selfs niet om latten af te saechge om ondert panne dack te legge om datse te vol quaste en te krom sijn so datse toe boere huijse selfs onbequaam zijn en ons best is die te verhandelen
Gezicht op een zaagmolen buiten de Utrechtsepoort, Cornelis Buys, 1756-1826. Collectie Rijksmuseum.
Het weer zit wel erg tegen
Margaretha klaagt steen en been over het weer. Het waait, het sneeuwt, het hagelt, het regent, het onweert. De wegen zijn modderpoelen, er kan geen aarde weggereden worden, er kan geen steen aangevoerd worden voor de metselaars. Kortom, de werklui krijgen zo niets voor elkaar. Margaretha voelt zich duidelijk schuldig want dit kost allemaal geld. Als het even kan, belooft ze, dan zorgt ze dat het werk doorgaat. Daar moet Godard Adriaan het dan maar even mee doen.
wij hebbe hier alle daech sulcke onstuijmige weer van wint hagel sneuwe en reegen ijae ock donder en blixsem, dat geen weegen op droochgen en wij aen geen werck konne koomen, [de]
Geen tijd voor beleefdheden vandaag. Margaretha valt gelijk met de deur in huis. In Utrecht was Carel Valckenaar nog bij haar geweest, vanwege het rekenmeestersambt. Hij wil graag dokter Van Straaten voorstellen, maar hij zou het fijn vinden als Godard Adriaan hem zou laten weten wat hij voorstelt.
[rec. 10e. Martij] Ameronge den 2 maert 1680
Mijn heer en lieste hartge naert afgaen van mijne laeste, tot wttrecht noch sijn is den heer van duijckenburch1Carel Valckenaar bij mij geweest die ick uhEd schrijfvens weegens het reeckenmeester amt heb gekomuniseert, dewelcke noch bij sijn hEd voorgaende segge perseesteerde, dat is dat hij seijt te vreede te sijn int geen uhEd hier in belieft te doen
Schotel met een perzikboom met bloesem en vruchten en vijf vleermuizen, Chinees, eind 19de eeuw. Collectie Rijksmuseum.
Familie en geld: Alexander van Berck
Er is financiële hommeles binnen de familie. Er lopen twee zaken en die lopen allebei hoog op. Om te beginnen is er het geval Carel Alexander van Berck. Hij is de tweede man van Godard Adriaans zus Catharina. Wat er precies met hem speelt wordt niet helemaal duidelijk. Catharina is al in 1651 overleden in het kraambed van hun eerste kind. Uit een eerder huwelijk had Catherina een dochter, Anna Margaretha, en in het archief zijn ook afrekeningen te vinden tussen Anna Margaretha en haar tante (onze Margaretha). Hierin bemiddelde Alexander van Berck, dus vermoedelijk heeft het iets met deze afrekeningen te maken.
Pop, voorstellende de kraamvrouw. Poppenhuis van Petronella Dunois, ca. 1676. Collectie Rijksmuseum.
Familie en geld: Welland
Welland2Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken is de zoon van wijlen Godard Adriaans zus Anna Walburg. Toen hij wees werd hebben Godard Adriaan en Margaretha hem opgenomen en werd Godard Adriaan zijn voogd. Een belangrijke taak van de voogd was om de financiën voor het kind te regelen. Dat betekende ook dat er een afrekening gemaakt werd voor de kosten die voor de opvoeding gemaakt zijn. Welland is Godard Adriaan en Margaretha nog geld schuldig en hij maakt niet heel veel aanstalten om iets te gaan betalen. Hij heeft nog acht maanden, maar hij betaalt zelfs de rente niet. Ook andere schuldeisers hebben het nakijken.
Beide zaken komen veel terug in de brieven maar vergen dieper onderzoek in de financiële afrekeningen om precies te begrijpen waar het om gaat.
[wille doen,] wat belanckt het werck van berck3Carel Alexander van Berck en wellant4Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken het Eerste meent becker dat haest sal konne afgedaen sijn waer toe hij belooft den prockereur aente sulle maenen, tot het ander heeft wellant noch acht maende tijt, Eer hij de kapitaelle hoeft op te brenge, hoe wel hij belooft heeft van tijt tot tijt die te sulle aflegge geschiet daer niet van, ijae selfs voldoet hij de rente niet
Strijd tussen de geldzakken en geldkisten (titel op prent: Ryckdom maeckt dieven), Pieter van der Heyden naar Pieter Brueghel (I). Collectie Rijksmuseum.
Geld voor land: Moersbergen
Margaretha wil ook weer land kopen. Ze heeft wat moeite met de potentiële verkoper, de heer Van Moersbergen. Hij bedenkt allemaal uitvluchten om zijn land niet te verkopen, terwijl hij het wel ter veiling aangeboden heeft, maar niemand heeft geboden. Het schijnt dat zijn land bezwaard is met een fideï-commis. In dit geval betekent dit dat het onvervreemdbaar land is van de familie. Het is een constructie waarbij zijn vader of al een eerdere generatie heeft vastgelegd dat de erfgenaam beschikking krijg over het land, tot het kan overgaan op de generatie. Dat betekent concreet dat hij het land waarschijnlijk niet mag verkopen, misschien zelfs niet mag verpanden.
met de heer van moersberge5Johan Gerard van Oostrum kan ick ock niet te recht koomen die maeckt almeede wtvluchte opt verkoope van sijn lant daer weijnich apreehensi toe is, want hij heeft verscheijde partije lant laete veijlle daer niet voor geboode wort ock wort geseijt dat hij niet veel verkoope kan vermidts sijn goet viedekomis is, wat hier van waer is weet ick niet
De erfpacht rondom de Heimenberg in Rhenen blijft ook onduidelijk. Is dat nou 80 gulden en daar bovenop nog eens 50 gulden? Dat zou jaarlijxs (ik houd van de x die Margaretha hier gebruikt) 130 gulden zijn, dat lijkt Margaretha toch wel te veel. Het vervelende is dat ze ook het ‘huurceel’, het huurcontract, dat Godard Adriaan met Van der Dussen gesloten heeft niet kan vinden. Het wordt niet helemaal duidelijk wat ze hierin van Godard Adriaan verwacht. Wil ze zijn mening, wil ze weten waar hij dat huurcontract gelaten heeft of vraagt ze voor de veiligheid maar niets zodat ze de vrije hand heeft? Ze gaat in ieder geval gelijk door met het geld dat haar man tot zijn beschikking heeft. Dat is natuurlijk allemaal geregeld.
weegens het ackoort dat uhEd met vande dusse weege den heijmen berch heeft aengegaen, heb ick met de rent =meester vande domeijne gesproocke, die nu ock meent abuijs int op stelle van sijn reecknin gehadt te hebbe, hij reeckende 80f ijaerlijxs bovende Erfpacht van 50f sijaers, so dat volgens sijn reecknin wij hem 80f voorde heijmenberch en 50f aende Erfpacht dat waer saem 130f ijaerlijxs, het welcke mijns oordeels te veel soude sijn, ick kan geen heur seel weegens den heijmenberch vinde ock het ackoort niet dat uhEd met vande dusse heeft aengegaen, weegens de Erfpacht b
Normaal gesproken is het werk aan het huis en de tuin de bodemloze put, maar in deze brief geen woord over de kosten. Het volk is wel hard aan het graven aan de wal tussen de vijver en het kleine boomgaardje aan de steeg of bij de hamei, de poort.
Dukenburg heeft zes perzikboompjes kado gedaan (zou dit iets te maken hebben met het gedoe rondom het rekenmeestersambt?) en die staan nu tegen de muur van de middelste tuin. De hovenier is bovendien bezig om de grond te prepareren voor een wijngaard. Die moet komen achter de muur bij de loodsen van de brouwerij en het washuis. Ze is nog op zoek naar wat goede wijnstokken.
Stel je hier niet een wijngaard voor om echt wijn te gaan maken. Het gaat waarschijnlijk om een een aantal stokken voor de druiven en mogelijk ook voor de schaduw!
[post deselfve van alles bericht te sulle doen,] van daech heeft het volck begonne aent karre ent wt graefve vaonde wal die tuschen de vijfver ent kleijne boogaertge aende steech of homeij leijt, inde voor winter heeft de heer van duijckenburch ons ses perscke boom =tges gesonde die aen muer vande middelste hoff ge= set sijn, den hoofvenier is ock beesich om de Aerde te preepereere tot het sette van wijngaerde, achter de muer teegens de lootse vand stallinge brouhuijs en washuijs, ben beesich om goijen aert van druijfve te krijgen
Fritsje zal dit jaar twaalf worden, dus heeft Van Ginkel een beslissing genomen over het onderwijs van Margaretha’s lievelingskleinkind. Hij zal onderwijs krijgen in Leiden bij de theoloog professor Spanheim. Waarschijnlijk komt hij daar in huis en hij krijgt teven een huisonderwijzer, een praeceptor. Dit gaat alles bij elkaar 1200 gulden per jaar kosten! Kennelijk vond Godard Adriaan dat ook veel, want Margaretha geeft hem daar gelijk in. Maar ja, ze willen het kind niet overal hebben, dus wat doe je eraan?
de heer van ginckel heeft sijn soon fritsge te leijde bij de proo fesser spanheijm6Friedrich Spanheim met Een presepter besteet, die niet min als 1200f sijaers voor haer beijde wil hebbe, uhEd heeft gelijck tis te veel voor Een kint, maer sij willen hem niet overal hebbe wat salme dan doen, de preesepter is hier al bij hem is van leijde van geboorte doch sijn ouders woone tot delft handelen in laeckenen, het schijnt Een goet Eerlijck man te sijn die mee gaende is sij soude binne 14 dage of wtterlijck 3 weecke naer leijde gaen, [onse neef lant is met de kompangi]
De praeceptor
Die praeceptor is al in Amerongen en hij lijkt een goed en eerlijk mens te zijn. Hij komt uit Delft en zijn ouders zijn daar lakenhandelaar. Over twee à drie weken zullen ze dan echt naar Leiden vertrekken. Daar houdt Margaretha het bij. Ze schrijft nog kort iets over de carrière van Neef Lant die maar niet wil vlotten. Hij is nu met het regiment van hun zoon (en Van Ginkel zelf) naar Breda. Dan in de PS komt nog wat extra informatie: de praeceptor heet Harinkhuizen en hij heeft verstand van en kennis in de “poolesije” en theologie. En als iemand weet wat Margaretha bedoelt met poolesije… Het zou kunnen komen van “policeren” (besturen, ordenen) of van “polijt” (netjes, keurig). Het zijn beide vaardigheden waar een jonge man wat aan zou kunnen hebben.
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
ps de preesepter van fritsge is genaemt haerinckhuijse schijnt verstant te hebbe en kenisse inde poolesije als inde teeoligie, wenste uhEd hem hadt gesien
Leerling en leraar in een studeervertrek, Daniel Berger (naar Daniel Nikolaus Chodowiecki), in of na 1773. Collectie Rijksmuseum.
Godard Adriaan was ziek en Margaretha heeft zich zoveel zorgen gemaakt. Zoveel dat andere mensen dat zullen bevestigen. Gelukkig gaat het nu weer goed met Godard Adriaan. Margaretha hoopt Godard Adriaan gezond blijft en ook weer bij haar thuis komt. Het moet wel heel lastig voor Godard Adriaan geweest zijn, dat ook zijn trouwe Jenneke ziek was. Hopelijk gaat met haar ook weer beter.
[reca. 3e. Martij] wttrecht den 26/16 febrijwa 1680
Mijn heer en lieste hartge beijde uhEd briefve vande 7 en 14 deeser heb ick deese verleede weeck ontfange, het doet mij leet wt de laeste te sien uhEd niet wel sijt geweest, maar verblijt mij weer dat het beeter is en hoope het weer wel sal sijn, tis of mijn geest ge tuijcht heeft, de heer en vrou van bransenburch1Vincent Adolph van Baer (aangetrouwd familielid) en Hendrina Schimmelpenninck van der Oye als ock onse soon sal konne segge hoe ongerust ick recht om die tijt dat uhE niet wel waert, was, de heere hoope ick sal deselfve voort in gesontheijt behoude en bij ons weer laete koomen, mij ijamert ock jenken niemans en geloof uhEd om haer sieckte al seer verleege sijt geweest hoope sij ock weer wel sal sijn, [ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou]
Pop, voorstellende een eenvoudige vrouw (meid?), anoniem, ca. 1750. Collectie Rijksmuseum.
Paardenmarkt
Margaretha is in Utrecht en daar is de paardenmarkt. Zoon van Ginkel had al aangegeven dat hij paarden wilde kopen, en ook Margaretha zelf zal kijken of ze een paar paarden kan verkopen of anders kan ruilen tegen koetspaarden. Ze wil vooral af van de schimmel van Godard Adriaan met het dikke been.
[sijn,] ick ben gistere avont hier gekoome met de heer en vrou van ginckel den Eerste komt hier op de paerde mart, sal sien den witte diet been noch seer dick heeft met noch twee van onse bou of kar paerde die niet bij sonders sijn te verkoope of verruijlle en weer twee koetpaerde voor mijn inde plaets te krijgen, [ick heb gistere avont met]
Jongetje bedelend bij de koets van een elegant paar, Gesina ter Borch, 1660-ca.1685. Collectie Rijksmuseum.
Geld en hout
Secretaris Van den Doorslagh is meegereden naar Utrecht en is door gegaan naar Amsterdam om van alles met Schut te over leggen. Bovendien brengt hij geld naar Temminck die dan weer wissels voor Godard Adriaan kan regelen. Dat betekent wel dat Margaretha nu zonder geld zit, dus Godard Adriaan moet maar weer een ordinantie regelen.
Schut heeft trouwens gezegd dat hij alleen hout kan kopen met contant geld. En er is veel hout nodig: voor onder de leien daken van de paviljoens, de kruisvensters moeten nog gemaakt worden en er zijn nog deuren nodig. Schut moet maar even kijken of ze nog iets kunnen met die 24 blokken die nog bij de zaagmolen liggen. Misschien kunnen die op het dak van de stal. En daarvoor heeft ze ook 13.000 blauwe dakpannen besteld: 25 gulden per duizend pannen.
, meester schut schrijft ock dat het tot serdam2Mogelijk Zaandam? en Amsterdam teegenwoordich so kluchtich is dat hij daer geen hout kan koopen als met kontant gelt, en wij moete noch droochge deele
om ondert pannedack leijdack te legge en hout tot kruijs raemte inde pavelijoens en tot de deure hebbe, dat noch al wat bedraechge sal, of ick heb aen schut belast dat hij sal sien of hij de saech blocke die noch tot 24 int getal tot Amsterdam van ons legge en so hij seijt onbequaem sijn voor ons te verwercke kan teegens deelle om op de stal te legge verwis =selen [en de seekreetaris belast te sien of dit]
Stallen met aan weerszijde een paviljoen bij Kasteel Amerongen, 2025. Foto: Annemiek Barnouw. Duidelijk te zien zijn de pannen op de stallen en de leien op de paviljoens.
Rekenmeester en Procureur-generaal
Het rekenmeesterschap begint een soort soap te worden: iedereen draait nog steeds om elkaar heen. Godard Adriaan heeft al voor hij weg ging advies gegeven, maar kennelijk heeft Willem III nog steeds niets geregeld. Volgens de tamtam zal het waarschijnlijk Van der Straten3Willem van der Straaten worden. Kan Godard Adriaan de heer van Dukenburg4Carel Valckenaar niet melden dat hij Van der Straten voorgedragen heeft? Dan kan hij dat ook doen.
Oh, en procureur-generaal Van Wesel is ook overleden. Heel zielig allemaal, zijn weduwe met zes kinderen, maargoed ook díe functie komt vrij en daarvoor heeft Van Ginkel Everard Becker aangeraden. Dat zullen ook de heren van Zuylestein en Bergestein doen, maar het blijft toch afwachten wat Willem III daarmee doet.
den goede prockereur geneerael weesel heeft het aff geleijt en is inde voorleedene weeck met volle verstant gestorfve laet Een bedroefde weeduwe met ses kindere naer die mij haermans b doot door haer brief heeft verwit =ticht en haer kinderen in uhEd gunst seer reecko =mandeert ick heb haer den rou weesen beklagen, vont se wtneement bedroeft, de heer van ginckel heeft becker aen sijn hoocheijt gereeckomandeert,
Kennelijk schrijft Margaretha in etappes, want inmiddels is Van Ginkel terug van de paardenmarkt. Hij was niet succesvol. Alle goede paarden worden door de Fransen opgekocht en voor de minder goede paarden betaalt men niet genoeg. Daar begint Margaretha niet aan, ze moeten maar zien hoe ze het redden.
[verwachte wat daer van sal koomen,] de heer van ginckel heeft noch int koope vande paerde voor mij niet konne te rechte koome goije paerde sijn heeft dier en worde door franse seer op gekocht, en die wat aen gebreecke kan men voor geen gelt quijt worde, voor uhEd wit of grau paert met het dick been durfvense 5 rijxsdaelders bieden, wij moeten sien hoe wijt maecke konne daer geen dienst van trecke, hier meede blijf Men heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Margaretha heeft de brief van 17 januari ontvangen. Ze gaat uitgebreid op Godard Adriaans brief in. Daarnaast is er nog nieuws over de herbouw van het huis en is er heibel in het dorp. En zijn de Fransen weer op oorlogspad?
Elk meent meester van het zijne te zijn
Waarschijnlijk is Godard Adriaan in de brief van 17 januari nogal uit z’n slof geschoten, want Margaretha voelt de behoefte zich te verontschuldigen. Het gaat om de rekening van het hardsteen uit Bremen: die is hoger uitgevallen dan verwacht.
Ameronge den 26/16 ijanwa 1680 Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 7/17 dees heb ick ontfange waer op tot Antwoort dient dat wel wenste de reeckenin vande hartsteen van breeme wt de 4000 f die wij van domburch1In de brief van 6 januari was hij renteheffer hebbe opgenoome had konne betaelt worde, maer die peninge hebbe nergens nae bereijckt de schulde die hij weegens onse timeraesge doen maels hadde, ock hadde wij doen die reecknin niet, noch wiste niet wat wij daer schuldich waeren, het doet mij leet dat de reecknine so hooch loope, [uhEd weet datter op mijn]
(Ondersteboven: ons godertge de heer sij gedanck weer wel doch siet noch als een doeij so bleeck en geswolle int aensicht2waarschijnlijk had hij de bof
Aritmetica, Jacques de Gheyn (I) (mogelijk), na 1565 – in of voor 1582. Collectie Rijksmuseum.
Goede huisvrouw
Godard Adriaan moet begrijpen dat Margaretha bij de herbouw van het huis steeds zijn akkoord heeft afgewacht, en nooit iets heeft laten uitvoeren zonder zijn expliciete toestemming. Juist daarom is zij terughoudend om werklieden aan het werk te zetten, want geld loskrijgen van schuldeisers blijkt buitengewoon moeilijk, het zijn echte woekeraars. Een alternatief om aan geld te komen is er op korte termijn niet. Misschien brengt het komende jaar verbetering — al meent elk meester van het zijne te zijn, en wil dus beschikken over wat hij denkt dat hem toebehoort.
[so hooch loope,] uhEd weet datter op mijn begeerte of sindelijckheijt indeese timeraes ge niet is gemaeckt al datter gedaen is, is op uhEd begeerte en ordere geschiet, ick heb van heetere weegens het gelt van blan sche niet Een woort geschreefve, sal mij dat uhEd Esprese last niet bemoeijen, ben ock seer beschroomt Eenich volck int werck te stele
sonde al voorens te weeten wat gelt daer toe is want is ongelooflijck hoe de mense die wij schuldich sijn moeijlijck valle om gelt, tis waer uhEd heeft groot gelijck domburch en diergelijcke sijn rechte woeckenaers maer wat soude wij gedaen hebbe moste gelt hebbe en kostent nergens krijgen, ick wenste so seer als Eimant dat wij dat kapitael koste af losse en ons pant weer in ons macht hebbe, maer sien daer geen raet toe voor dat het ijaer om is, vermaerte geloof ick dat t eijde sijn goet raeckt maer Elck meent meester vant sijn te sijn[, ick sal]
Twee radeloze mensen bij een woekeraar, Cornelis Huyberts, 1725. Collectie Rijksmuseum.
Water, zand, wind
In haar vorige brief schreef Margaretha al over het ongure weer. Het water dat eerst gestegen, toen gedaald, en toen weer gestegen was, is nu weer gedaald. De duivegaten staan wel nog onder water. Het zand kan ook nog steeds niet uitgereden worden. Zand voor de metselaars aan laten voeren is wel mogelijk, dus dat zal Margaretha zo snel mogelijk regelen. Dan kan er in ieder geval gewerkt worden. De molen is ook verhuurd, voor ƒ340 per jaar. De molenaar draagt dan wel de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de zeilen en touwen.
het water is weer aent valle doch valt seer slapges en sijn onse duijfve gaete noch onder water, het water is dit mael op wveel naer niet op sijn hoochste ge weest, dewijl men geen sant aerde kan rijde laet ick sant voor metselaers rijde
so datter niet versuijmt wort noch de paerde leech blijfve staen, ick heb ock onse moolle aende moolenaer van mouricks broer ver huert voor 34 340f int ijaer midts dat hij die van seijlle en touwe die bij naer weer moste vernieut worde moet onder houde[, men hoort hier]
De Franse ambassadeur Jean-Antoine de Mesmes, beter bekend als d’Avaux, stuurt voortdurend memories aan de Staten-Generaal. Wat er in de memories staat en wat d’Avaux er mee wil bereiken, wordt niet duidelijk uit de brief van Margaretha. Dreigt er weer een oorlog? Het lijkt er wel op, als we Margaretha’s brieven moeten geloven…
Intermezzo: wat er daadwerkelijk gebeurde
De 21e-eeuwers achter dit blog zijn bij Kerrewin van Blanken te rade gegaan, die de correspondentie van d’Avaux heeft bestudeerd. Kerrewin wist te vertellen dat d’Avaux in deze periode probeert de Republiek te bewegen tot een defensief verdrag met Frankrijk. Daarmee hoopt hij niet alleen de Franse positie te versterken, maar ook de spanningen tussen de Staten van Holland — vooral Amsterdam — en stadhouder Willem III te verdiepen. De Staten weigeren echter en beroepen zich op hun neutraliteit: zij zouden geen enkel bindend verdrag met een buitenlandse macht willen sluiten.
D’Avaux doorziet dit argument en noemt het misleidend. Nog maar twee jaar eerder hebben de Staten immers een verdrag met Engeland gesloten, naast vergelijkbare verdragen met de keizer en Spanje. Dat zij juist met Frankrijk geen verdrag willen aangaan, presenteren zij volgens d’Avaux onterecht als principiële neutraliteit. Tegelijk doen er geruchten de ronde dat de Franse koning de Republiek tot een alliantie zou willen dwingen.
Fragment van één van de Memoires van d’Avaux, 22 januari 1680. Via Google Books.
Om dit beeld te corrigeren, laat d’Avaux, zonder zichzelf als bron te tonen, het Engels-Nederlandse verdrag van maart 1678 drukken, voorzien van toelichtingen in het Vlaams. Hij verspreidt dit samen met eigen memoires en beschouwingen, die in Amsterdam worden vertaald en naar verschillende Hollandse steden gestuurd. Waarschijnlijk zijn dit de memoires waar Margaretha Turnor op doelt.
Terug naar Margaretha
Margaretha hoopt in ieder geval dat god almachtig alles ten beste wil schikken. En dat ze niet weer, zoals acht jaar geleden tijdens het Rampjaar, in afwezigheid van haar man have en goed moet achterlaten op de vlucht voor de vijand…
[moet onder houde,] men hoort hier godt beeter niet als van swaericheit veroor saeckt door de scherpe meemoorie die doorde franse Ambassadeur geduerich worde in gegeefven, het welcke bij veelle seer ge= Apreehendeert3Apprehendeeren: in beslag nemen wort en swaer hoofdich maeckt, godt almachtich wil alles ten beste schicken, ons voor weer in uhEd ap sensie te moete vluchte, bewaeren[, de heer]
Jean Antoine II de Mesmes, comte d’Avaux, Hyacinth Rigaud, 1702. Privécollectie, bron: wikimedia commons.
Eer en aanzien
Gelukkig is er ook goed nieuws, want Van Ginkel – en dat zal Godard Adriaan zonder twijfel ook al wel van zijn zoon zelf hebben vernomen – is door Willem III beloond met het gouverneurschap van Utrecht. Vroeger had Frederik van Nassau-Zuylestein de positie. Dat levert veel eer en aanzien op!
[sensie te moeten vluchte, bewaeren,] de heer van ginckel sal buijte twijfel uhEd hebbe geschreefve hoe dat sijn hoocheijt hem op Een seer oblijgante manier het goevernement van wttrecht in voechge het den heer van Suijlisteijn heeft gehadt, heeft gegeefven daer wel niet veel aen vast is maer is noch al Een Eer en aensien,
Dan volgt er een heel relaas van maar liefst twee kantjes over een kwestie tussen de predikant en ene Evert de Wael. Hier vind je alle brieffragmenten over dit schandaal, een korte versie is beschikbaar op Een huis vol verhalen.
Kort voor Kerstmis zou Evert de Wael, die dronken was, op het stadhuis hebben gezegd dat de predikant een leugenaar was, die leugens in het kerkenboek had geschreven.
hier is weer Een spul vande ander werck met de preedikant4Bernhard Keppel en Evert de wael, den laeste voor korsmis opt raethuijs neffens het ge= =recht sijnde daert gerecht Een maeltijt had en Evert dewael beschoncke of droncke was, soude door klaes van velpe seer aen gedronge sijn geweest om te segge waerom hij niemant wt de kercken raet tot schee pen wilde nomeneeren, sou Eijntlijck Evert de wael geseijt hebbe dat de preedikant Een leugenaer was die leugens int kerckenboe geschreefven hadt en Een man was die geen konschensie5Consciëntie: Geweten; Het besef, de kennis van goed en kwaad hadt, [waer op hem]
De volgende dag wordt Evert de Wael hieraan herinnerd, maar hij weet niet meer wat hij gezegd heeft. Wel heeft hij enorme spijt. Hij vraagt de secretaris te laten achterhalen wat hij gezegd heeft en hij vraagt hem excuses over te brengen. De secretaris gaat hier niet in mee. Van Velpen heeft het voorval aan de kerkenraad en de predikant gemeld en de kerkenraad neemt verdere stappen.
[geen konschensie hadt,] waer op hem dit sanderendaech indachtich gemaeckt sijn, hij bij de seeckreetariis6Godert van den Doorslagh quam hem ver socht bij velpe te gaen en te versoecke de wijlle hij niet wist wat geseijt had en dat hem sule leet was geseijt te hebbe, dat hijt aende preedikant of kerckenraet niet wil de segge of bekent maecken, het welcke de seeckreetaris seijt niet aengenoome te hebbe om te doen, en velpe geraporteert heeft donderdaechs daer aen inde kerckenraet of wel Eerst aende preedikant, waer op dit neffensgaende is gevolcht, [daer de preedikans]
Margaretha nuanceert de zaak: wat Evert de Wael dronken gezegd heeft, zeggen anderen nuchter en daar heeft de kerkenraad niets tegen gedaan. Volgens Margaretha wordt De Wael hier onrecht aangedaan, omdat men wist dat hij dronken was en hem nu beschuldigt van opzettelijk handelen. Sterker nog: de kerkenraad heeft gezegd dat ze Evert de Wael willen ruïneren. Margaretha verwoordt het als volgt: “Waar de tuin het laagst is, komt men het eerst”, ofwel de zwakkeren hebben het het zwaarst.
[doort dorp hebbe geloopen,] het geene deese man bij den dronck heeft geseijt seggender wel meer nuchtere en daer doet niet teegens maer daer den tuijnt laechst is wil men t Eerst over sij hebbe volmondich geseijt dat se Evert dewael wille ruijneere, de seeckreetaris heeft mij sels geseijt dat Evert de wael droncke opt raethuijs was doen hij dit seijde dat hij daerom geen attestaesie dien avont wilde schrijfve om datse meest al droncke waeren, en nu seggense in dit neefvensgaende dat hijt met voorbedachten raet heeft geseijt, hoe ackordeert dit,
De goddeloze kerkenraad
De dominee en de kerkenraad doen alsof het een algemene regel is: alle lidmaten moeten nou eenmaal in de kerk komen en anders zijn ze verantwoording verschuldigd aan de kerkenraad. Margaretha stuurt de beschuldiging van de kerkenraad mee als bijlage. Ze is het duidelijk niet eens met de dominee en de kerkenraad.
nu wort ock geseijt dat den preedikant met sijn kerckenraet voorneemens sijn vande stoel af te leesen dat alle litmaeten sulle gehoude sijn in sijn kerck te koomen of voor sijn kerckenraet te kompareere7Compareren: verschijnen om reedene te geegeren8verschrijving? waerom sij daer wt blijfven, ick had liefver wie weet wat te doen als bij sulcken godloosen kerckenraet te kompareeren die haer niet ontsien de armemensche met sulcke valsheede als in dit neefensgaende staet te beschuldigen, [dat ick so wel bij de gelde was als niet ben sou naer den haech]
Het interieur van de Nieuwe Kerk, Amsterdam, waar een dienst bezig is, Emanuel de Witte, 1665. Collectie Harvard Museums.
Een beetje dom
Evert de Wael wil tegen het bijgesloten stuk in beroep gaan bij de classis. Zo’n beroep kost tijd, is niet makkelijk en… kost geld. Margaretha vindt het duidelijk niet eerlijk. Margaretha heeft het Evert zelf ook gezegd: hij had dit niet moeten zeggen. Kortom, hij was een beetje dom. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan het haar niet kwalijk neemt dat ze zo lang over deze zaak door blijft gaan, maar ze vindt dat hij moet weten wat er hier in het dorp speelt…
[ick paeseijnsie hebbe,] dit neefvensgaende hebbe sij Evert dewael thuijs gesonde die daer van aent klasses wil Apelleere , sij doen dien man groote koste en moeijt aen, tis waer ick hebt hem ock geseijt hij had wel mooge swijge ent niet behoore so te spreecke, dan de man is ock so getreen dat wt de overvloet vant hart de mont droncke sijnde dickmael spreeck hoewel de waerheijt niet altijt geseijt wil sijn, ick heb goet gedocht hoewel weete het uhEd niet als faesgerije die hij niet keeren kan sal geefve, te schrijfve op dat hij mochte weeten wat hier om gaet hoope deselfve niet qualijck sal neeme ick hem hiermeede so lange op houde,
Margaretha heeft de brief ontvangen die Godard Adriaan op 31 december 1679 heeft geschreven, maar kennelijk was haar vorige brief nog niet aangekomen. En ze zat zo op antwoorden te wachten!
[reca. 22.e Januarij] Ameronge den 13/3 ijanwa 1680
Mijn heer en lieste hartge uhEd schrijfve van 31 pasato heb ick ter rechter tijt ontfange, had gehoopt daer bij antwoort op mijne voorgaende gehadt te hebbe
Margaretha wacht op antwoord
Ze wilde nou juist zo graag weten of Godard Adriaan akkoord was met haar plan om weer stenen te gaan bakken. Er zijn nog steeds stenen nodig en ja, geld is natuurlijk een probleem, maar er moet wel een besluit genomen worden. Iedereen is nu op zoek naar werk voor de zomer en voor je het weet, is er niemand meer in te huren!
En nog wat anders, dat land van Kornelis Verweij. Hij wil 300 gulden per morgen, dat komt totaal op 1650 gulden totaal. Is Godard Adriaan nou akkoord of niet?
om te weeten of uhEd beliefte is dat wij de aenstaende soomer weer steen sulle backe het welcke mijns oordeels nootsaecklijck waer, als wij maer raet tot het gelt konne vinde, het wort nu hooch tijt omt volck aen te neeme want Elck begint al naer werck voor teegens de soomer wt te sien, [hoe veer ick wete het lant]
Werkster op een steenfabriek, Anthon Gerhard Alexander van Rappard, 1880-1890. Collectie Rijksmuseum.
Diplomatie
Niettemin, Margaretha leeft wel mee met haar man. Ze hoopt dat het met zijn ‘affaerees’ daar goed zal gaan en dat de ministers van de keurvorst Godard Adriaan wel gezind zullen zijn zodat hij snel zaken zal kunnen doen.
Ondertussen heeft Margaretha vanuit Den Haag gehoord dat de koning van Frankrijk alle moeite doet om een bondgenootschap te sluiten. Ze wenst de Staten wijsheid toe en hoopt dat ze voorzichtig zullen zijn. Margaretha houdt niet van oorlog.
[ten beste geschickt heeft,] hoope dat met de affaerees1Affaires: Zaken, bekommernissen daer uhEd omdaer is, ock noch al ten beste sal gaen, en dat de dis posiesi2Dispositie: Vrij gebruik, beschikking vande menisters sal toe laete uhEd haest inde besoeijngees3Besognes: Zaken, bezigheden mach treeden, [dat]
Tijd voor het lokale nieuws! Waarschijnlijk heeft Godard Adriaan wel gehoord dat heer Jacob van Leefdael in een duel gesneuveld is. Hij is de oudste zoon van Rogier van Leefdael, de heer van Deurne, en Hester van Leefdael, een oom en tante van Ursula Philippota. Margaretha heeft medelijden met de ouders, ze hebben weinig plezier van hun kinderen, vindt ze. En dan die arme weduwe, ze heeft een kind van hem en ze zal het niet gemakkelijk hebben.
dat de heer van liefvine4Jacob van Leefdaal outste soon vande heer van deure5Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal in duwel6Duel is doot gebleefven sal uhEd hebbe verstaen, mij jamert den heer en vrou van deure die niet veel vreuchde van haer kinderen beleefve, sijn weeduwe7Jacomina van Utenhove die de suster vande heer van Ameeliswaert8Hendrik van Utenhove, heer van Amelisweerd is blijft met Een kint sitte salt ock quaet genoech hebbe, [wij hebbe hier Een seer]
Duellist ziet tijdens een gevecht een engel naast zijn tegenstander, Jan Luyken, 1710. Collectie: Rijksmuseum.
Een weerbericht, de beste wensen en een PS
Het is een zachte winter, schrijft Margaretha. Ze zijn grond aan het rijden en de kalk is uit het ‘kalkhok’ naar de voorburcht gereden. Minder fijn, het water van de Rijn is in 24 uur zo gestegen, dat het over de kade loopt en de ‘binne weijde’ blank staat.
Bij haar brief voegt Margaretha de nieuwjaarsbrieven van de kleinkinderen. Ook de Godard Adriaan, die in oktober vijf jaar geworden is, heeft een briefje aan ‘grote papa’ geschreven. Oma is trots! Margaretha en de kleinkinderen wensen Godard Adriaan alle geluk en voorspoed toe in het nieuwe jaar.
[gereeden,] het water op den rijn is in 24 Eure so gewasse dat de kae9Kade gladt overloopt en de binne weijde blanck van water staen, hierneffens gaen de nieuw ijaerst briefve van onse liefve kindere goodertge10Godard Adriaan jr. die geen anders gesontheijt als die van groote papa wil drincken most ock Een nieu ijaers brief senden
ick neffens al de kindere wensche uhEd alle geluck en voorspoet in dit nieuwe ijaer, so doen wij met deselfs prermissie aende heer blansche11Isaäc de Blanche, secretaris van Godard Adriaan , blijfve
Kinderen lezen en schrijven, Jan Brughel (II), 1645. Fragment uit De kinderen van de planeet Mercurius. Collectie Rijksmuseum.
PS
En dan nog een PS: de heer van Renswoude ligt in Den Haag met koorts op bed en heeft een aderlating gehad. Margaretha maakt zich zorgen: het is een oude man voor wie de koorts wel eens teveel zou kunnen zijn.
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff M Turnor
van heeteren schrijft wt den haech dat de heer van rhijnswoude inde haech bedt leegerich is aen Een koorts en dat hem door dockter straete Een Ader is gelaete daer sijn hE sich niet Erger bij bevindt tis Een out man die niet veel koortse sou konne wtstaen
Bereiding van medicijnen en een aderlating, Julius Milheuser, 1662. Collectie Rijksmuseum.
1
Affaires: Zaken, bekommernissen
2
Dispositie: Vrij gebruik, beschikking
3
Besognes: Zaken, bezigheden
4
Jacob van Leefdaal
5
Rogier van Leefdaal heer van Deurne, oom van Ursula Philippota, hij is getrouwd met zijn nicht Hester van Leefdaal
Benieuwd naar de kerstverhalen van Margaretha Turnor? Wel, dan kom je van een koude ker(st)mis thuis. Want die zijn nauwelijks tot niet te vinden in de vele brieven die zij stuurde aan haar man Godriaan Adriaan van Reede. Had de kerst geen speciale betekenis? Was het niet belangrijk genoeg om te vermelden in de brieven aan haar man? En Nieuwjaar, werd dat dan wel gevierd?
De tijd van de Reformatie
De katholieke schrijver Joost van den Vondel (1587-1679) noemde Kerstmis nog ‘de hoogste feest van ’t jaer’. Een tijd voor ’te danssen en bancketeeren’. Maar daar kwam in de loop van de 16de en 17de eeuw verandering in. Door de Reformatie verdween de uitbundigheid waarmee de kerst eerder werd gevierd. Ooit was de viering van ‘dikkevretsavond’ op kerstavond nog een uitgelaten en overvloedig feest, maar bij praktisch alle hoogtijdagen trad er een versobering op. Calvijn predikte wel over de geboorte van Christus, maar alleen op de zondag die het dichtst bij 25 december lag. De kerstdag zelf was gewoon een werkdag.
De bijbel op de weegschaal, anoniem, C. Valk (uitgever), 1675-1726. Collectie Rijksmuseum. Spotprent op de katholieke kerk, thematiek van ca. 1560.
Kerstmis of kerst?
In 1574 probeert de Dordtse Synode kerstmis als feest af te schaffen, maar in 1578 zit het alweer in de liturgie. Ook het woord Kerstmis zelf viel in ongenade. Want dit werd geassocieerd met de (rooms-katholieke) mis met eucharistieviering. En natuurlijk deden protestanten daar niet aan. Dus ‘mis’ als achtervoegsel wordt geschrapt, het is alleen kerst of kerst met een ander achtervoegsel. Het is twee keer dat Margaretha in haar brieven kersavont en kersdach noemt. Maar meer dan de preek en het uitdelen van het avontmael vermeldt ze niet in die brief. Kerst lijkt voor de familie in stilte voorbij te gaan. Dat betekent niet dat niemand kerst viert… Verder van huis, in Engeland, was kerstmis tussen 1644 en 1660 zelfs helemaal verboden, door toedoen van de puritein Oliver Cromwell (1599-1658).
Op 24 december 1683 schrijft Margaretha aan haar man: tis van daech kersdach in hollant, de kinderen wille niet versuijme haer schuldige plicht af te legge, waerom hier neffens de nieu ijaers briefve gaen. Blijkbaar was dat het moment dat de kinderen van haar zoon Godard van Reede (van Ginkel) hun nieuwjaarswensen aan hun groote papa schreven. Bovendien benoemt Margaretha dit ook echt als een serieuze aangelegenheid oftewel een plicht. En weer staat er in die brief geen woord over hoe de kerst in huiselijke kring gevierd werd.
Vanaf 1680 (tot 1690) schrijft Margaretha rondom oud en nieuw enkele woorden over het nieuwe jaar, vaak als een soort naschrift of PS. Bijvoorbeeld op 6 januari wenst ze haar man: Een gelucksalich nieuijaer met veel gesont heit en voorspoet. Een week later stuurt ze ook de nieuwjaarswensen mee van de (klein)kinderen: hierneffens gaen de nieuw ijaerst briefve van onse liefve kindere. Zelfs Godertge (Godard Adriaan jr. die dan net in oktober 5 is geworden) wil per se iets meesturen.
Dienstbaarheid en gehoorzaamheid
Kenmerkend is dat steevast al die nieuwjaarswensen afsluiten met woorden zoals: Uw onderdanigste diena(a)r(es) en gehoorzaamste dochter/zoon. Op deze wijze toonden de (klein) kinderen hun liefde, dienstbaarheid en gehoorzaamheid aan hun Hoog Edele geboren heer en Hoog geëerde groote vader in de Van Reede familie. Waarschijnlijk golden deze waarden in menige, gereformeerde 17de-eeuwse familie in de Republiek als belangrijk. De nieuwjaarswensen schijnen ook een manier te zijn geweest om aan ouders en grootouders te laten zien hoe ver zij met schrijven gevorderd waren.
hoog Edele Geboren heer een hoog ge-eerde groote vader
UhEG onderdanigste dinares en gehoorsaamste dochter
A.U. V. Reede
ameronge den 21 junij 1690
Anna van Reede aan haar grootvader, 21-6-1690
In het Frans
Een jaartje later meldt Margaretha in de afsluiting van haar brief dat: al onse liefve kindere die beginne te studeere om haer nieuw ijaers briefve aen groote papa int frans te schrijfve. Heel slim had Margaretha eind 1680 een Franse meid in dienst genomen. Handig, want dan konden de kleinkinderen al wat oefenen in die taal. Trots vermeldt Margaretha tussen neus en lippen door nog dat Godertge alles verstaat wat de Franse meid zegt en al heel veel zelf spreekt. Zo kwam de lat ook steeds een stukje hoger te liggen bij het schrijven van de nieuwjaarswensen. Helemaal onderaan krabbelt Margaretha nog even snel dat er seer naer groote papaes nieuwe ijaere verlanckt wordt.
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff en dieners MTurnor
neef lant die weer hier is preesenteert sijn ootmoedige dienst aen uhEd so doen al onse liefve kindere die beginne te studdeere om haer nieuw ijaers briefve aen groote papa int frans te schrijfve
Margaretha Turnor aan haar man, 31-12-1681
Geschenken
Margaretha maakt ook duidelijk in haar brieven waarom haar kleinkinderen zo verlangen naar het nieuwjaar. Want dat is het moment dat groote papa zijn beurs open trekt voor sijn liefve kintskindere. Het lijkt erop dat Godard Adriaan in principe alleen de kleinkinderen die bij Margaretha in huis waren een dukaat schonk. Want eind 1683 blijken de kleinkinderen van Middachten ook hun nieuwjaarsbrieven te willen sturen aan groote papa. Als een soort nazending vanuit Amerongen. Tekenend is de analyse van de nuchtere en rechtschapen Margaretha hierop: tis al omt hebbe te doen. Precies dat is tegen de calvinistische moraal van die tijd.
Momenteel, met de blik van nu, denk je al snel: is dat erg? Welk kind verlangt nu niet naar het krijgen van muntjes of cadeautjes? Maar in die tijd lag het anders. Vermijd hebzucht, vermijd luiheid, werk hard, wees sober, wees bescheiden en ingetogen, wees zuinig. Dit en meer hoorde allemaal bij de calvinistische moraal van de 17de eeuw. In de brieven van Margaretha herken je die waarden. Zo is het lezen van de brieven een heerlijke onderdompeling in de 17de-eeuwse cultuur. Bovendien besef je hoe die waarden nog ten dele nog doorwerken in het hedendaagse Nederland. Maar…. voor Margaretha was Kerst dus niet het ‘hoogste feest van het jaar’.
Margaretha is al helemaal gewend aan de nieuw gehanteerde kalender; ze noteert nog slechts één datum bovenaan haar brief. Waar ze haar vorige brief nog met de Duitse post heeft gestuurd, kiest ze nu weer voor de diensten van Franco Bisdomer. Veel heeft ze echter niet te vertellen, dus het wordt een relatief korte brief.
Ameronge den 8 deesem 1679 Mijn heer en lieste hartge uhEd meesiefve vande 27 novem wt minde heb ick voorleedene dijnsdach met de duijtse post noch beantwoort, nu gaet dees weer met bisdomer[, het grauwe koetspaert]
Het paard waar Margaretha al een aantal keer over geschreven heeft, is inmiddels van Utrecht naar Amerongen gebracht. Volgens ‘de meester’, vermoedelijk de stalmeester, zou het paard best op reis kunnen. Maar Margaretha is het niet eens met zijn oordeel; het been van het dier is nog hartstikke dik en gezwollen. Ze denkt dat het geen goed idee is. Conform de wens van haar echtgenoot, houdt ze het dier voorlopig in Amerongen en laat ze het zo goed mogelijk verzorgen.
[met bisdomer,] het grauwe koetspaert is van wttrecht hier gebrocht en hoewel beuse kom schrijft dat de meester die daer over gegaen heeft seijt dat men het sou konne versende so weet niet oft bequaem is want het been noch seer dick en geswolle met doecke bewonden is, ick salt vol gens uhEd ordere hier houde en so veel laete koestere als doenlijck sal sijn
Margaretha hoopt dat Godard Adriaan bijna op zijn bestemming is aangekomen; ze hoopt snel te horen of hij inderdaad in Berlijn is gearriveerd.
[en verswackt seer,] ick hoope uhEd nu sijn swaerste reijs sal voltrocken hebbe ende nu haest te berlijn sijn het welcke ver lange te hoore[, hier konne wij met dit vochte]
Door het natte weer is de grond te drassig om aarde uit de boomgaard te vervoeren. Gelukkig konden de metselaars wel aan de slag; ze zijn nu begonnen aan de vloeren in de kelder onder de voorburcht. Waarschijnlijk is dit werk aanstaande dinsdag klaar. Vervolgens zullen ze beginnen aan het aanleggen van de riolering in het brouwhuis, de stal en het washuis. Het in één zin noemen van het brouwhuis, de stal en het washuis, is niet zo vreemd. Op landgoederen werden de ruimtes voor het brouwen van bier en het wassen van kleding en overig textiel vaak onder hetzelfde dak gebouwd. Ze hadden immers vergelijkbare voorzieningen nodig: veel water, grote kuipen, kookketels en een stookplaats.
[lange te hoore,] hier konne wij met dit vochte weer niet noch geen Aerdt wt den boogaert rijden, de metselaers sijn aent legge
vande vloere inde kelders ondert voorburch daer geloofve dats en dijnsdach toekoome nde sulle gedaen hebbe, en dan aent maecke van reeijoolle1riolen int brouhuijs de stal ent washuijs gaen[, daermee]
Joan Carel Smissaert heeft wederom een brief gestuurd. De sollicitant wil graag weten of hij nog kans maakt op de felbegeerde positie van rekenmeester. Margaretha zal zijn brief doorsturen aan Godard Adriaan, zodat hij kan bepalen of hij Smissaert de positie gunt of niet. Laat het maar weten, schrijft Margaretha, dan regel ik de rest wel.
hier meede neffens gaen Een meesiefve vande heere smitser die seer verlanckt te weeten of hij noch hoop tot het bewuste Amt heeft, versoecke mij maer door Een letterken te schrij hoet daer meede bij uhEd leijt salt naer deselfs gevalle wel meenaes geer, en blijf
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff MTurnor
Vanaf deze brief gaat Margaretha over op de Gregoriaanse kalender. Even een beetje uitleg: in de zestiende eeuw bleek dat de oude tijdrekening, de Juliaanse kalender, niet meer overeenkwam met de seizoen. In opdracht van paus Gregorius werd een nieuwe tijdrekening gemaakt. Veel landen en regio’s voerden dus rond 1580 de Gregoriaanse kalender in, maar niet iedereen was gediend van de tijdrekening van die paus in Rome. De provincie Utrecht voerde de nieuwe kalender pas in 1700 in. Op 4 december 1679 was het voor Utrecht dus pas 25 november. Margaretha noteerde die datum wel, maar ze gaat vanaf nu mee met haar tijd. Wel zo gemakkelijk, want in Berlijn doen ze dat ook en Margaretha antwoordt nu op de brief die Godard Adriaan haar op 27 november heeft geschreven op weg naar Berlijn.
[rec.a 14e xber 1679, Berlin]
Ameronge den 4 decem en 25 Novem 1679
Mijn heer en lieste hartge
uhEd mesiefve vande 27 Novem is mij gistere behandicht
Verkoudheid
Godard Adriaan heeft in zijn brief duidelijk geklaagd. Over de toestand van de wegen naar Berlijn maar ook over zijn gezondheid. Ach ja, de ‘r’ zit in de maand! Godard Adriaan is verkouden en Margaretha spreekt de hoop uit dat hij niet zo’n zware verkoudheid heeft als zij eerder heeft gehad.
het is mij leet uhEd so veel quade en moeijlijcke weegen heeft ontmoet en so swaere verkoutheijtheeft ge kreechge hoope die uhEd so seer niet sal treffe als die mij gedaen heeft dan is nu de heere sij gedanckt vrij beeter, [hoope de weechge voort tot]
Margaretha wijdt er maar twee regeltjes aan, de dood van hofmeester Otto van Schwerin. Ze vraagt zich af of de Keurvorst daar een groot verlies aan heeft.
Otto van Schwerin (1616-1679) was vanaf 1647 hofmeester en raadsheer van de keurvorst van Brandenburg. Deze keurvorst was getrouwd met Louise Henriette van Nassau, één van de dochters van stadhouder Frederik Hendrik. Otto van Schwerin was jarenlang de rechterhand van de keurvorst en zijn dood was zonder meer een groot verlies. Heeft Margaretha werkelijk nog nooit van hem gehoord? Of had Godard Adriaan slechte ervaringen met de hofmeester en speculeert Margaretha daarop?
[arijveert weesen] de doot vande heer sweerijn weet niet of de heere keurvorst groot verlies aen heeft, […. id ovk voor sijn selfve, wij hebbe]
Allegorie op de stichting van Oranienburg, Willem van Honthorst, ca. 1660. Collectie: Regionalmuseum Oberhavel im Schloss Oranienburg. In het midden de keurvorst Friederich Wilhelm en zijn eerste vrouw Luise Henriette van Oranje. Rechts Geheimrat Otto van Schwerin als leerlooier.
De Heer van Elderen
Wat de heer Van Elderen nou precies voor Godard Adriaan heeft gedaan, is niet duidelijk, maar Margaretha voelt zich wel zeer verplicht. Georges Frederik van Renesse van Elderen, heer van Elderen (1611-1681) kwam in 1668 als commissaris van de keurvorst van Keulen en de prins van Luik naar ’s-Gravenhage. Margaretha schrijft over hem en zijn vrouw, Anna Margaretha van Bocholtz.
[aen heeft, … is ock voor sijn selfce] wij hebbe wel oblijgasi aen goede heer en vrou Eldere voor haer hEd groote siefiliteijt en alt goet track tement dat die uhEd van tijt tot tijt bewijse wenste wij ockasie hadde deselfve weer dienst te doen, [wat belanckt het paert]
Het paard
Al eerder schreef Margaretha over het grauwe paard, maar kennelijk schreef ze daar ook over in de zoekgeraakte brief van 24 november. Het is nog steeds niet genezen, het moet echt nog in Utrecht blijven. Godard Adriaan heeft nu kennelijk geschreven dat het paard niet naar Berlijn gestuurd moet worden en Margaretha schrijft dat ze het naar Amerongen zal laten brengen zodra het paard beter is. Een mooi paard was ook in deze tijd veel geld waard en Margaretha is zich daar ongetwijfeld van bewust.
[dienst te doen,] wat belanckt het paert dat vhEd tot wttrecht heeft gelaetten
weet niet beeter of heb bij mijn schrijfve vande 24 Novem posetijvelijck geantwoort en klaer wt geseijt dat het selfve noch niet geneesen was maer noch Eenige dagen tot wttrecht bij de meester moste blijfve, daert noch is en on= bequam om die tocht als ist maer aende hant te gaen te doen, sij schrijfve mij dat het noch eenige daegen daer moet blijfven, nu sal ick het volgens uhEd laeste schrijfve voort hier houde, en so haest het Eenisints wel is hier ontbieden Ent op ons stal setten,
In de bewuste brief van 24 november schreef Margaretha ook over de verloting van de ambten in de Utrechtse ridderschap. Godard Adriaan is met Carel Valckenaer, de heer van Dukenburg (1637-1684) ingeloot om iemand voor te dragen voor de plaats van rekenmeester die eerder door Willem van der Straaten is vervuld. Niettemin, er is nog veel onduidelijk, Carel Valckenaer antwoordt kennelijk niet op berichten van Margaretha, Joan Carel Smissaert aast kennelijk ook op die positie en komt elke dag bij Margaretha langs want kennelijk heeft Godard Adriaan hem eerder toezeggingen gedaan. Kortom, Margaretha wil graag van haar man hierover horen.
Margaretha heeft besloten dat ze voortaan gebruik zal maken van de Duitse post om haar brieven naar Godard Adriaan te versturen, daar heeft ze goede ervaringen mee. Nog even een weerbericht uit Amerongen: het is zacht weer met veel motregen en nevel maar geen vorst van betekenis. Margaretha maakt er ook meteen gebruik van: ze gaat de aarde uit de boomgaard weg laten rijden. De kleinkinderen kussen ‘groote papa’ de handen. Verder nog wat groeten en roddels en daarmee sluit Margaretha haar brief af.
[en haer adres geefve,] wij hebbe hier noch sacht weer met veel modt en neefven geen vorst van beduijden, salt weer waer =neemen om de Aerdt wt den boogaert te laeten afrijden, en blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
al ons l kindere kusse groote papa ootmoedich de hande met preesen= =taasie van haer alles onderdaenichste dienst so doet ons Neef lant
Godard Adriaan is weer vertrokken. Bij zijn tussenstop in Middachten heeft hij Margaretha al geschreven, maar nu is hij écht weg. Margaretha begint met een korte reactie op zijn brief: de brief van Temminck in de bijlage maakt duidelijk waarom hij niet reageerde op de eerdere brief van Godard Adriaan en Margaretha verwacht secretaris Doorslagh morgen met het geld uit Utrecht. Kennelijk hoeft Margaretha er niet aan te wennen dat haar man er niet is, het is gelijk ‘business as usual’.
[rec. a Bilefelt. den. 24. 9ber] Ameronge den 11 Novem 1679
Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme van Middachte op deselfs vertreck geschreefve heb ick ontfange, wt dees neefens gaende sal uhEd sien doorsaeck waer= =om teminck uhEd schrijfvens niet Eer heeft beantwoort, het gelt verwachte ick deesen avont met de seeckreetaris deurslach die naer wttrecht is, [ijan prang die de hartstee]
’t Huis Middagten van vooren door de voorpoort te zien, Hendrik Spilman, naar Jan de Beijer, 1745 – 1792 (fragment van twee afbeeldingen van Middachten). Collectie Rijksmuseum.
De steenhouwer
Ook al zijn we twee jaar verder dan de laatste brief: de steenhouwers en metselaars zijn nog steeds bezig. Jan Prang lijkt nog steeds dekstenen voor de schoorsteen te hakken, alleen zijn ze nu voor de schoorstenen van een de paviljoens. Daarnaast heeft hij de goten van de brug gedaan en hij heeft de kommen om de pijpen van de fonteinen neergelegd. Het enige dat hij nog moet maken, is de deksteen voor de schoorsteen van het tweede paviljoen, maar dat gaat hem niet lukken. Het weer is zo slecht dat hij terug wil naar Bremen. Waarschijnlijk voor het echt winter wordt, want dan wordt reizen zwaar. Er was in de zeventiende eeuw nog maar hier en daar een enkel stukje weg geplaveid. Met regen werd het dus een modderboel en als het dan ging vriezen dan was de weg een keihard kraterlandschap.
[naer wttrecht is,] ijan prang die de hartstee tot de Eene pavelijoen tot de schoorsteen ge daen en gereet heeft, alsmeede de goote op de bruch gehouwe, de kome omde pijpe vande vonteijne heeft hij loos geleijt, so dat aen sijn werck niet meer resteert alst hartseen tot de tweede pavelijoen op die schoorsteen, die hij ongedaen moet laete derfvende doort harde weer niet langerhier blijfve, is van meenin merge te vertrecke ick sal hem be= taelle en dan laete met sijn volck gaen
De kom die om de pijp van de fontein zit in het onderhuis van het kasteel. Bovenop de kom ligt perspex waarop de bloemen staan, eigen foto.
De metselaars
Ook de metselaars zitten niet stil. Zij zijn met de pilaren bij de brug bezig, de nissen daarin vullen ze met kalk uit Segeberg (Duitsland). De kalk die daar vandaan komt, is eigenlijk geen kalk, maar gips en daardoor heel fijn om te verwerken. Margaretha hoopt dat ze vanavond de vloer van de stallen af kunnen maken, die bestaat uit klinkers die op hun kant liggen.
de metselaers hebbe de pijlaers vane bruch opt Eerste voorburch voort op gemetselt
en de hartsteene daer op geleijt en de nisse met seegerberger kalck geplaestert, hoop sij van avont de vloer inde stal met klin= =ckert op haer kant sulle geleijt en gedaen krijgen, [ick heb vandaech twee osse het Een]
De stallen met aan weerszijden de paviljoens, eigen foto.
Het paterstuk
Ondertussen zit Margaretha ook niet stil. Ze heeft twee ossen geslacht: één van de ossen die uit Denemarken was gekomen en één die ze zelf gefokt had (eigen foxsel). Die os die ze zelf gefokt heeft is de beste die ze ooit gehad heeft. Ze zal het paterstuk voor Godard Adriaan bewaren.
Het paterstuk was een vierkant stuk vlees met een deel van de ruggengraat en de ribben. Het heette het lekkerste stuk vlees van het rund te zijn. Dit stuk werd bewaard voor de pater of de mater van het klooster, vandaar het paterstuk.
Om paterstukken te bewaren werden ze gerookt. Eerst werden ze gepekeld. Pekelen gebeurde met een combinatie van twee delen zout en één deel suiker. Voor het paterstuk werd vaak bruine suiker gebruikt. Hierna werden ze in de rook gehangen. Door dit proces kon je het paterstuk een paar jaar goed houden. Als Margaretha dit paterstuk voor Godard Adriaan wilde bewaren, had ze dat ook wel nodig. Gelukkig weet ze dat nog niet.
[krijgen,] ick heb vandaech twee osse het Een van ons Eijgen foxsel sijnde Een 3 ijaerijge os en Een deense die ickt voorleede somer heb gekocht geslacht, ons leefven hebbe wij geen beest so doorwasse en vet gekocht noch geslacht als dien drije ijaerijge en ons Eijgen foxsel is, de an is ock heel goet maer heeft niet bij de voorseijde, wenste uhEd die had moogen helpen nuttigen sal de paterstucke voor selfve bewaeren
Tijd om er een eind aan te breien. Ze hoopt dat Godard Adriaan inmiddels bij de bisschop van Münster1Ferdinand von Fürstenberg is en ze bidt voor zijn (Godard Adriaan’s) geluk. Geen groeten van de kleinkinderen deze keer.
[geseijt heeft, nu den tijt salt leeren,] ick
verlange te hooren dat uhEd bij den heere bischop van Munster gearijveert is in middels god bidde voor deselfs geluck en voorspoet blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Panorama van Münster, Pieter Nolpe, naar Johannes van Alphen, 1648 – 1653. Collectie Rijksmuseum.
In de vorige brief heeft Margaretha al alle vragen van haar man beantwoord die hij in zijn laatste van 5 juni stelde. Sindsdien is er niet veel veranderd, behalve één ding: de keldergewelven zijn klaar! Een mijlpaal, want hiermee is een groot deelproject achter de rug. Alleen het gewelf onder de kinderkamer moet nog. Vanwege Pinksteren en de regen wordt er niet veel gewerkt, maar er is nieuws over een schuchtere held.
[rec 17 dito] Ameronge den 12 ijuni 1677
Mijn heer en lieste hartge seedert mijne laeste waer in uhEd beste die vande 5 deeser is geweest heb beantwoort, is hier niet veel veranderins voorgevalle, wt die vande see =kreetaris sal uhEd hebbe gesien hoet hier met werck staet, de wulfsels vande kelders sij over al wtgesondert die onder de kinder kamer toe en gemaeckt, dat Een groot werck wt de weech is, [om sullense gaen aende meure vande]
Pinksteren
De volgende stap in de kersverse keldergewelven wordt het pleisteren van alle muren en plafonds. Niet dat deze week veel zal gebeuren, want Margaretha heeft evenmin als met Hemelvaart kunnen beletten dat alle werkmannen inclusief Rietveld met Pinksteren naar huis zijn gegaan. Ze verwacht ze niet voor voor woensdag terug.
[onder de kinderkamer te slaen] en voort al de wulfsels inde kelders ende muere te plaeste =renpleisteren en aente strijcken, dan de aenstaende weeck en salder weer niet veel gedaen worde met de pinstere1Pinksteren is Elck al Eens naer huijs ge= gaen en rietvelt naer Amsterdam, en sulle niet voor en woonsdach weeraent werck koomen dat ick niet heb konne beletten,
Het mooie weer is blijkbaar weer even voorbij: het heeft de hele week alleen maar geregend. Heel goed voor het graan en de tabak en allerlei andere gewassen! Helaas niet voor het werk bij de steenoven en ook niet voor het pas gemaaide hooi op de Benedenste Bol. Nou ja, die regen is het werk van God, daar kunnen ze niets tegen doen.
aldeese weeck heeft het hier niet gedaen als ge= reegent dat wel goet opt koorn2koren, graan toeback3tabak en alderhande vruchte is geweest, maer niet
op onse steenoven oft hoeij dat op de beneedenste bol gemaeijt leijt, op de steen oven hebbense van alde weeck niet gevormt, dit is godts werck daer wij niet toe konne doen, [gistere is bentom die]
Gepersonifieerde ziel in beschouwing van de regen, Jan Luyken, 1678-1687. Collectie Rijksmuseum.
Lof en eer voor de Held van Kassel
Zo weinig als er over de bouw is te vertellen, des te meer over de heldendaden van zoonlief. Godards kornet Bentum is langs geweest in Amerongen en heeft in geuren en kleuren nog eens over diens tomeloze inzet in de Slag bij Kassel verteld. Het heeft vooral aan Godards goede inzicht en leiderschap (en Gods hulp natuurlijk) gelegen, dat er niet nog drie of vier duizend extra manschappen dood op het slagveld zijn gebleven. Zijn directe bevelhebber, luitenant-generaal de Montpouillan, liet het helemaal aan hem over, ook toen Godard alsnog om orders vroeg. Hij moest vooral doorgaan met zijn goede acties.
[met hem geweest is] sonde de dierexsie4directie:leiding die hij gepleecht heeft en sijn groote voorsichticheijt daer had noch wel 3 a 4000 man moete be: op de plaets doot gebleefve hebbe, wij kone godt niet genoech dancke, opt lest quam mom =pelijan5Armand de Caumont, marquis de Montpouillan daer bij aende welcke de heer van ginckel aenstonts versocht sijn ordere6orders, bevelen te ontfange diet selfve met Een groote sievielliteijt7civiliteit, beleefdheid Exskuseerde en versocht de heer van ginckel wilde voort gaen int geene hij so wel had of was int doen, [ock inde reetreete preesen]
Ruitergevecht, illustratie voor ‘Den Arbeid van Mars’ van Allain Manesson Mallet, Romeyn de Hooghe, 1672. Collectie Rijksmuseum.
Met lof en eer overladen kwam hij van het slagveld en ook Willem III zijn Godards heldendaden niet ontgaan. Hij was erg tevreden over diens competente optreden. Toen hij zag dat Godard van paard moest wisselen heeft hij hem er zelfs eentje uit zijn eigen stal gegeven. En later in Den Haag mocht Godard bij hem op het hof overnachten en uitrusten.
[maer liet het aende heer van ginckel], so dat hij met groote Eer en lof daer af is gekoomen, en sijn hoocheijt diet meest selfs heeft aengesien, teeneemaelteneenemale van sijn derex =sie8directie, leiding en kontdwijte9conduite: gedrag voldaen is geweest, sijn hoocheijt siende dat de heer van ginckel van paert most veranderen sont hem aenstonts Een van sijn hant paerde, en heeft hem in alles so veel Eer seviEliteijt10civiliteit, beleefdheid getoont als hij sou konne bedencke begeerende doen hij bij hem quam dat hij dien nacht in sijn hof sou blijfve en wt rusten,[ in soma alles was heel wel, alst]
Het Oude Hof in Den Haag (Paleis Noordeinde), Peter Schenk, 1706-1726. Collectie Rijksmuseum.
De held is schuchter
Kortom, geweldig natuurlijk, maar al die lof en eer zouden eens verzilverd moeten worden. De trotse maar nu toch wat ongeduldig wordende ouders zijn het met elkaar eens: Godard zou gebruik moeten maken van deze voor hem gunstige tijden om bij de prins een volgende stap in zijn carrière voor elkaar te krijgen, maar hij is te timide. Een grote dappere man op het slagveld, een schuchter kind aan het hof.
[wt rusten,] in soma11in somma: kortom alles was heel wel, alst maer bij voorvallende ockasie12gelegenheid gedacht mach worde, uhEd heeft gelijck, hij behoorde hem van deese tijt te diene maer hij is te temiede13timide: beschroomd, verlegen, bedeesd hiermeede Eijndigende blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Weer een mooi inzicht hoe het een en ander verliep