Portret van James II

De bloedneuzen van James II

Dit artikel is deel 5 van 5 in de serie Glorious Revolution

Toen Willem III op 15 november (Gregoriaanse kalender) / 5 november Juliaanse kalender) 1688 voet aan wal zette op de Engelse kust, was de regerende vorst, James II (Jacobus II), nog druk doende zijn leger, dat over het hele land verspreid was, bijeen te roepen.

Overlopers

Na Willem’s imponerende intocht in Exeter duurde het nog ruim een week voor de eerste hooggeplaatste Engelsman zich openlijk bij Willem aansloot, maar daarna ging het heel snel. Velen volgden, waaronder leden van het Hogerhuis, vertrouwelingen van James II en hoge officieren, vaak met enkele tientallen en soms met honderdtallen soldaten die met hun bevelvoerder mee overliepen. Ook James’ eigen dochter Anne en schoonzoon George waren naar het kamp van de prins van Oranje overgelopen. Dat alles werkte sterk op de zenuwen van James. Hij raakte de kluts kwijt, begon wartaal uit te slaan en tegenstrijdige orders te geven. Én hij kreeg last van hevige neusbloedingen. James was een wrak.

Time out

Hij durfde de strijd met Willem niet aan en trok zich terug in Londen. Al spoedig vluchtte hij naar Frankrijk waar hij zijn vrouw en zoontje al eerder naartoe gestuurd had. In Frankrijk kregen ze een gastvrij onthaal van Lodewijk XIV en kreeg James de tijd om van alle narigheid te herstellen.

In een ruimte staan veel elegant geklede mannen met gekrulde pruiken en jassen tot op de knie. Twee mannen in het midden omarmen elkaar. Door een deur zien we in de ruimte erachter een bed met daaromheen vrouwen.
Ontvangst van de koning van Engeland door de koning in St Germain en Laye op 7 januari 1689, Pierre Lepautre naar Sébastien Leclerc, 1690. Collectie Bibliotheque National de Paris.

Ierland

Na de kroning van Willem en Mary in april 1689 vond James weer moed om zijn troon terug te veroveren. In het hem welgezinde Ierland, dat Willem (nog) niet als koning had erkend, stelde hij een leger samen bestaande uit hem loyaal gebleven Ierse soldaten en Franse troepen die Lodewijk hem gegeven had. Op 21 juni 1690 vertrok Willem III naar Ierland om de strijd met James aan te gaan, in wat in Ierland de Williamite War genoemd zou gaan worden.

Ierland, Engeland, Europa

Willem zat wel met een praktisch probleem. De strijd in Ierland moest wel een beetje snel gaan, want in Engeland dreigde het gevaar dat de jakobieten hun macht gingen uitbreiden. Daarnaast was op het continent Lodewijk XIV weer aan een nieuwe campagne begonnen. Voor Willem’s echtgenote, Mary, was het een zenuwslopende situatie: zij zou voor het eerst Willem’s plaatsvervanger zijn als regerend vorst en bovendien maakte ze zich natuurlijk grote zorgen over de confrontatie tussen haar vader en haar echtgenoot.

Jonge vrouw zit naar links gedraaid. Ze draagt een rode jurk met een breed décolleté. Om haar nek een parelketting. Haar haar is opgestoken maar bovenop haar hoofd heeft ze bruine krullen. Achter haar staat een vaas met rozen.
Queen Mary II, Sir Peter Lely, 1677. Collectie: National Portrait Gallery.

In juni 1690 voer Willem aan boord van het jacht ‘Mary’ naar Ierland. Willem had in Ierland al een leger gestationeerd van zo’n 25.000 man. Met Willem kwamen nog 15.000 man aan keurtroepen mee. Tegenover dit leger van zo’n 40.000 soldaten stak het leger van James magertjes af: 25.000 man bestaande uit 8.000 man goed bewapende Franse troepen en 17.000 man Ierse soldaten, een zootje ongeregeld met nauwelijks schoenen aan de voeten en bewapend met roestige wapens. In tegenstelling tot James verbood Willem zijn mannen te plunderen en voor voedsel en onderdak te betalen, net als in zijn eerdere veldtochten.

De slag bij de Boyne

James en Willem stuurden beiden op een directe krachtmeting aan. Op 29 juni* stonden ze aan beide zijden van het riviertje de Boyne. Willem was duidelijk herkenbaar aan zijn oranje sjerp. Toen hij door een afketsende kogel aan de schouder geraakt werd en van zijn paard viel, leek de overwinning voor James zeker. Het was echter een schampschot en Willem liet zich, na te zijn verbonden en na een voedzaam diner tot zich te hebben genomen, zwaaiend met zijn hoed weer aan James en zijn troepen zien. De troepen van James hadden te vroeg gejuicht!

De volgende dag was de echte confrontatie. Er volgde een felle strijd, aanvankelijk nog gelijkwaardig, maar nadat Willem zich persoonlijk in de strijd stortte en zijn ruiterij naar de overkant van de rivier leidde, werd de strijd in zijn voordeel beslecht. De Ieren gingen ervandoor. James kon zijn zenuwen niet in bedwang houden en kreeg weer last van een bloedneus. Hij vluchtte voor de tweede maal, dit keer voorgoed, naar Frankrijk.

Een rechthoekige prent waarvan ongeveer een derde een ruiter op een steigeren paard voorstelt met een groep soldaten erachter. Ze staan op een heuvel. Dit is duidelijk het belangrijkste gedeelte van de prent. Het is van heel dichtbij en het grootst getekend. Achter de groep soldaten is een stuk van een grote tent te zien waar rook uit opstijgt. Op de tent wappert een wimpel. De ruiter op de voorgrond rijdt op een paard dat in de richting van het dal beneden, naar rechts, springt. De ruiter heeft zich naar de toeschouwer gedraaid met zijn rechterarm naar achteren. In zijn rechterhand houdt hij een sabel dat naar voren steekt. De man draagt een grote hoed met pluimen, een jas waarvan de panden over het zadel heen hangen. Om de jas zit bij de taille een sjerp. De soldaten achter hem zijn allen te voet. Het geheel oogt chaotisch. Onder het paard ligt een man op de grond, erachter ligt een vertrapt paard op de grond. Twee derde van het schilderij bestaat uit de tekening van het verder weg gelegen en daarom kleiner getekende tafereel van vechtende troepen soldaten en linksachter een kerktoren. Voor de heuvel waar de ruiter op staat, stroomt een rivier waarin ruiters zijn getekend die proberen de rivier over te steken. In het dal beneden is links een dorpje met een kerk te zien. Het is een golvend landschap waarop verschillende troepen soldaten zich voortbewegen of met elkaar in gevecht zijn. Her en der zijn rookpluimen te zien. Bovenaan zijn wolken getekend waarop verschillende vrouwen zitten, waarvan er een lijkt op een Griekse godin, die wapenschilden vasthouden, met erboven op een groot lint de tekst: 'DA GUILLELMI IBM BRITR. MARIAE.REG.HEROIENAI.P.R Daaronder een kleinere tekst die niet leesbaar is. Links op de wolk ligt een grote engel, rechts wat kleinere figuurtjes waarvan alleen het bovenlichaam te zien is. Een lijkt een fakkel in de hand te hebben.
Slag bij de Boyne, Romeyn de Hooge, 1691. Collectie Kasteel Amerongen.

Na de Boyne

De slag aan de Boyne had maar een paar dagen geduurd, maar bleek van doorslaggevende betekenis te zijn in de strijd om Ierland. Omdat een groot deel van het Ierse leger had weten te ontkomen, bleven er kleine brandhaardjes ontstaan. Willem stelde Godard van Ginkel aan als aanvoerder van het Ierse leger. Zelf moest hij weer zijn aandacht richten op de oorlog op het continent. Godards zoon, Frederik Christiaan, werd in plaats van zijn vader bevelhebber van de cavalerie. Godard zou nog meer dan een jaar nodig hebben om Ierland te veroveren.

Een schilderij met een zwarte lijst waarbinnen een goudkleurige lijst. Een man van ongeveer 30-jarige leeftijd in een zwart harnas is driekwart geportretteerd. Hij staat schuin op de toeschouwer en kijkt die aan. Zijn rechterschouder is naar voren gekeerd. Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij heeft donker krullend haar (of een pruik) tot net op zijn schouders In zijn rechterhand heeft hij een officiersstaf. Om zijn hals heeft hij een witte doek geknoopt. Bij zijn rechterarm komt een wit stukje textiel onder het harnas uit.
Godard van Reede van Ginkel, Gottfried Kneller, 1692. Collectie Kasteel Amerongen. Foto: Peter Cox.

*Let op!
Dit artikel is gebaseerd op het boek van Luc Panhuysen. Wees je ervan bewust dat andere historici een andere kijk op de gebeurtenissen kunnen hebben. Vooral de slag bij de Boyne wordt wat dat betreft nog steeds gebruikt als propaganda, maar is ook qua datum lastig. Panhuysen gebruikt (nog) 29/30 juni Juliaanse kalender, de meeste bronnen geven 1 juli aan.
Daarnaast is er ook verschil van mening over de grootte van de legers:

Brontroepen Willemtroepen James
Luc Panhuysen (Oranje tegen de Zonnekoning, 2016)40.00025.000
(8.000 Fransen)
Olaf van Nimwegen (De veertigjarige oorlog 1672-1712, 2020)30.00033.000
(6.000 Fransen)
Bezoekerscentrum De Boyne (2017) 36.00025.000
(6.500 Fransen)

Glorious Revolution

Willem III’s vreedzame invasie

Gerelateerde berichten