Mijn heer en lieste hartge

Tag: Bruiloft

Opperbaas, gast en pruimeneter

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 12 mei 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 17 mei 1677
Lees hier de originele brief

Godard Adriaans brief van de achtste is binnen en Margaretha is blij te lezen dat het zesde schip met stenen onderweg is. Waar ze minder blij mee is, is dat dit nog niet het einde is. Ze hoopt maar dat in het volgende schip écht de laatste dingen geladen worden, want de kosten voor transport lopen de spuigaten uit. Het zijn niet alleen de schepen over zee en door de binnenwateren die betaald moeten worden, alles moet ook nog met een wagen naar het kasteel.

Brieffragment vracht stenen

[rec 17. dito]
Ameronge
den 12 meij 1677

Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 8 deeser heb ick heeden tot
wttrecht sijnde ontfange, dat het seste schip met
hart en vloersteene op wech is, is mijn lief had
gehoopt dat het leste sou geweest sijn maer
sien datter noch Een staet te volgen hoope
dat daer alle het resteerende in sal konne
gelade worde, want de scheeps en wage
vrachte loopen seer hooch, [uhEd schrijft of me]

Ets van een heuvelachtig landschap met her en der plukjes struiken en rechts op de voorgrond een paar bomen. Een grote, volgeladen wagen die afgedekt is met een doek wordt voortgetrokken door zeven paarden. Ervoor loopt een man met een zweep.
Landschap met wagen voortgetrokken door paarden, Wenclaus Hollar, 1625-1677. Collectie Rijksmuseum.

Werklieden

Was ze de werklieden in de winter na een hele zomer en herfst echt helemaal zat, nu lijkt het aan het begin van het seizoen al mis te zijn. Godard Adriaan heeft kennelijk voorgesteld dat Margaretha met de steenhouwer Jan Prang overlegt of het voorbereiden van de dekstenen ook in Bremen kan. Jan Prang vindt het oké, maar vooral Margaretha is van het idee gecharmeerd. Het werk sukkelt maar door. Iedereen wacht op de steenhouwers en wat doet Jan Prang? Hij laat zijn knecht gewoon naar Amsterdam gaan om zijn broer uit te zwaaien die naar de Oost vaart. Ze hebben de steenhouwers toch niet uit Bremen gehaald om hier een beetje de toerist uit te hangen?

Brieffragment werklieden

metselaer en leijdecker wachte naer de
steenhouders en niet teegenstaende dat
heeft ijan prang Een van sijn knechts
in mijn apsensie naer Amsterdam laete
gaen om sijn broer die naer oostindie
vaert wtgeleij te doen, daer ick seer moei
=lijck om ben tis niet anders dan of wijse
van breeme hebbe laeten hier koome om haer

plaijsiers te gaen neemen, ick moet niet Een dach
van hier of viendt het Een oft ander t ondeuch
wort het so moe dat ickt niet seggen kan, [ick]

Op de kade wachten enkele reizigers. Verschillende grote boten en kleine schepen liggen in de haven.
Het IJ voor Amsterdam, van de Mosselsteiger gezien, Ludolf Bakhuysen, 1673. Collectie Rijksmuseum.

Bruiloftsgasten

Margaretha is met Frits en Anna naar de bruiloft van de zoon van Van Beusinchem geweest. Margaretha heeft zelf nog met Luchtenburg, secretaris van de Staten van Utrecht, gesproken. Er wordt wel vergaderd, maar zonder Godard Adriaan wordt niets besloten. Ook op het feest wordt Godard Adriaan gemist, er wordt meer malen een toast op hem uitgebracht. De bruiloft gaat vanavond door, maar zonder Margaretha en de kleinkinderen, die nodig weer naar Amerongen moesten.

Brieffragment Margaretha, Frits en Anna bij de bruiloft

[wort het so moe dat ickt niet seggen kan,] ick
ben deesen avont weer hier gekoomen wt het
midde vande bruijloft, bender gistere den dach
datse troude geweest, daer den heere beuse=
=kom sijn vrou seer mee in haer schick waer
=ren en niet wiste watse ons doen soude,
frits heeft uhEd meet en Antge sijnder ock
geweest ontfinge seer veel vrienschap, [den]

Brieffragment Op Godard Adriaans gezondheid

[te hooren,] den heere beusekom heeft Een
heelle statelijcke bruijloft met sijn soon ge
geefve en alles heel wel gemaeckt, uhE
wiert daer seer gewenst en heeft men sijn
gesontheijt daer verscheijde mael gedroncke
, van avont i sijnder weer al de bruijlofs
gaste behalfve ick met de mijne, die
hier noodiger was, [de vrou van ginckel]

Voor een huis zit en staat een gezelschap rondom een rijk gedekte tafel.
Groepsportret: een huwelijksfeest, Gillis van Tilborgh, 1650-1678. Collectie Metropolitan Museum New York.

Krom van het reizen

Schoondochter Ursula Philippota is naar het leger, waar Van Ginkel koorts schijnt te hebben. Margaretha is heel blij dat er weer pruimen haar kant op komen. Ze moet nu stoppen, want ze moet nog zoveel doen en ze lag er pas om 3 uur in en ze is krom van het reizen.

In de PS nog even snel dan: Margaretha heeft nog steeds niet gehoord of Michiel Matthias Smidts nou al bij Godard Adriaan geweest is…

Brieffragment koorts pruimen en door

hier noodiger was, de vrou van ginckel

is naert leeger, de heer van ginckel heeft twee mael de koorts gehadt
wil hoop daer geen swaerder sieckte op sal volgen, verlan
te hoore hoet voort met hem is, ick bedancke uhEd seer
voor de pruijme die op wech sijn em Blansche voorde goede sorch
die hij daer voor heeft gedraege, nu moet ick Eijdige,
Eer ick Eens overal ben geweest is en heb naer
gesien ist laet geworde, ock ben ick moe ben te nach
ten 3 Euren te begt bedt gegaen en krom vant
reijse, sal niet te min blijfve
Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
Mturnor

ick hoor wt geen van
uhEd briefve of
den heer boumeester
al bij uhEd geweest is

Van links naar rechts: twee reine claudes, vier perziken, daarvoor een paarse pruim waartegen een kers leunt, rechts nog een kers. Links van de pruim een vlieg en een paar druppels. Op de voorgrond een sprinkhaan.
Perziken, pruimen, kersen en twee insecten, Elisabeth Geertruida van de Kasteele naar Michiel van Huysum, 1818-1853. Collectie Rijksmuseum.

Zou hij eindelijk thuiskomen?

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 8 mei 2025 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 mei 2025
Lees hier de originele brief

Margaretha kan haar geluk niet op! Ze heeft de brief ontvangen die Godard Adriaan haar op 1 mei heeft gestuurd en het ziet er eindelijk naar uit dat hij thuis komt! En er zijn genoeg zaken waar Margaretha haar man dringend bij nodig heeft.

Brieffragment thuiskomst

Mijn heer en lieste hartge
seedert mijne laeste aen uhEd heb ick die vande
selfve vande Eerste deeser ontfange, sien met
blijschap daer wt de hoope die hij heeft om sijn
demissie in korte te sulle Erlange waer naer
hartelijck verlange, hier sijn verscheijde dinge daer
uhEd sijn ooch wel Eens bij diende te hebbe, [deselfe]

Het werk vordert gestaag

Godard Adriaan moet inmiddels de bouwmeester gesproken hebben, dus hij zal nu wel een beter beeld van de bouw hebben. Margaretha verwacht weinig van het hout uit Anholt, het is nog niet eens gehakt. De bouw vordert maar langzaam. De gewelven onder het grote salet en de torenkamer zijn ‘volkomentlijck gedaen’ en de werklui zijn nu bezig met de gewelven van de keuken. De eerste schoorsteen heeft een hardstenen lijst gekregen. De leidekker heeft de goten bekleed met lood en de naden van het dak met lood afgewerkt. Hopelijk kan hij nu verder gaan met het leggen van de leien.

Op de omloop om een torenspits staat een leidekker die net een lei vast spijkert. Naast hem staat een jongen die de leien en het gereedschap aan geeft.
Leidekker, Caspar Luyken, 1711. Collectie Rijksmuseum.

Ossen en tabak

Margaretha heeft de ossen die Godard Adriaan heeft gestuurd op de ‘beneedenste bolle’ laten zetten, nu het natuurgebied de Gravenbol. Daar is een ‘ongemeene schoone weij’ en dat is al te zien aan de ossen. Ze heeft Teminck nog zes ossen laten kopen, er was nog weide over. Ze hoopt dat ze met de ossen winst kunnen maken. Je hoort haar denken: elke cent is meegenomen! En ze heeft tabak laten planten. Het is groeizaam weer, maar er zijn weer beren op de weg. Het water stijgt en als dat zo doorgaat, lopen de uiterwaarden onder water. Dan moet er niet alleen voor de ossen een andere locatie gevonden worden maar ook voor het vee van andere mensen. De schippers zeggen dat het mee zal vallen en daar houdt ze zich maar aan vast.

Brieffragment ossen

de osse die uhEd heeft beliefve te sende gaen
op de beneedenste bolle daer ongemeene scho-
one weij leijt,

en men al sien datse toeneeme,
ick heb door teminck noch ses
osse doen koope die hij mij vandaech heeft
gesonde het stuck voor 46f dat niet allee
mijns oordeels maer ock al diese sien heel
goet koop vinde, wij hadde de weij noch over
hoope de heere ons met het Een Ent ander
geluck sal geefven, ick ben ock heel beesich met
toeback te pooten daer wij heel schoon en groeij-

saem weer toe hebbe, [maert water wast]

Tekening van een kruidachtige plant met lang veervormig blad en roze bloemetjes.
Tabaksplant of tabaksbloem, Anselmus Boëtius de Boodt en Elias Verhulst, 1595-1610. Collectie Rijksmuseum.

Een bruiloft bij Beusinchem

Van haar PS maakt Margaretha weer een allegaartje. Er is een bruiloft bij Beusinchem maar ze is van plan om maar één dag te gaan. Haar schoondochter, Ursula Philippota en Eleonora Sofie Bentinck gaan samen naar hun echtgenoten in het leger. En van de 3000 gulden zijn er 2000 onderweg naar Temminck in Amsterdam – maar dat wisten we al.

Het bruidspaar op de trappen naar een terras waar een altaar brandt. Op een voetstuk de twee familiewapens. Op de voorgrond riviergoden.
Bruiloftsprent, Jan Punt, 1749. Collectie Rijksmuseum.

Geldzorgen

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 7 oktober 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 12 oktober 1676
Lees hier de originele brief

Margaretha is weer terug in Amerongen en ze neemt vol overgave de teugels in de handen. Nog even het laatste nieuws over Ginkel: het gaat nu echt beter. Weliswaar drinkt hij nog geen bier, maar wel Rijnse wijn met een beetje suiker bij het eten en tussendoor tisane of siroop. Hij wil graag naar Amerongen komen, schrijft Margaretha. 

Brieffragment over Van Ginkel

Ameronge den
7 ockto 1676
[rec: 12 Dito]

Men heer en lieste hartge

uhEd aengenaeme vande 3 deeser ontfange ick
so aenstonts, ick heb de heer van ginckel vrij
beeter gelaete als ick hem inde haech koomende
heb gevonde, hij drinckt heel geen bier, tusche
sijn Eeten Een glas rhijnsche wijn met Een weij
nich suijcker en buijtens tijts niet dan tiesaen1Tisane: drank voor geneeskundige en dergelijke doeleinden, oorspronkelijk een die uit gerst bereid was
of schulep2Julep, siroopachtig drankje was gereesolveert3Resolveren: Besluiten niet meer te
meediesijneere4Medicineren: geneeskundig behandelen , hier sijn schrijft de vrou
van ginckel dat sijn hEd noch dagelijcks
in beeterschap en sterckte toeneemt so dat
ick hoope hij in korte weer wel sal sijn, hij
verlanckt seer hier op Ameronge te sijn,

Interieur van een slaapkamer. Een man ligt ziek op zijn bed en wordt bezocht door een andere man.
Embleem: ziekte, Jan Luyken, 1695 – 1705. Collectie Rijksmuseum.

Vloerstenen

In haar afwezigheid is het werk goed gevorderd. Samen met de secretaris, Schut en Rietvelt heeft ze het overzicht van de kosten van de vloer en de hardstenen opgemaakt. Er is een nauwkeurige tekening gemaakt van de vloerstenen, zodat duidelijk is hoeveel stenen er nodig zijn en van welk formaat. Maar de stenen kunnen het beste pas in Amerongen op het juiste formaat gekapt worden, want in het vervoer kan er gemakkelijk een hoekje van afbreken en zo’n steen is dan natuurlijk niet bruikbaar.

Brieffragment over vloerstenen

[of niet,] nu hebbense Een pertinente gront teijckenin
vande vloersteene gemaeckt en ock vande hartsteene
die hier neffens gaet daer wt sij meijne uhEd nu
perfeckt sal konne sien hoeveel steene der sijn
moet, ock op wat groote die diene te sijn, maert
kant rechte oordeelense dat hier dient gedaen
te worde, om dat int vervoeren licht Een hoeck
=ge of Eits kan afgestooten worden, [wt het]

Op een geblokte tegelvloer lopen vier paar meisjes voeten. De laatste heeft een koffer vast. Ze lopen richting een trap. Één vrouw is al op de trap.
Fragment uit:Vier meisjes volgen een vrouw een trap op, anoniem, ca. 1900 – ca. 1930. Collectie Rijksmuseum.

De kosten rijzen de pan uit

Margaretha bespaart waar ze kan. Ze heeft zo’n 18 tot 20 metselaars en evenveel opperlieden ontslagen en ze is van plan nog meer werklui af te danken. Ongeveer 8 tot 10 man moet voldoende zijn om de schoorstenen te metselen en de bogen boven de vensters af te werken. De rekening van Rietvelt bedroeg inmiddels 1778 gulden en de rekening van Schut ruim 600 gulden. Beide rekeningen heeft ze betaald, maar dat is niet alles, want morgen moet ze nog ‘al de andere werck baesen’ uitbetalen. ‘Het beloopt een ongelooflijck gelt’, schrijft ze. Weliswaar heeft ze in Utrecht de toegezegde betaling ontvangen van 5413 gulden plus nog een rente van 1000 gulden uit Gelderland, maar het geld verdwijnt zo als sneeuw voor de zon.

Eerste brieffragment over de kosten
Tweede brieffragment over de kosten

[reeijen en klaer te na maecken,] ick heb
rietvelt weer sijn reeckenin teenemael
af betaelt die beliep in vijf weecken
arbeijens so voor hem als sijn volck 1778 f

en schut overde 600 f, dan sijnder noch al
de andere werck baesen die alle meede
merge sulle betaelt worden, het beloopt
Een ongelooflijck gelt, ick heb nu laest
te wttrecht sijnde de weeder helfte vande
bewuste assinnaesie5Assignatie: aanwijzing tot betaling ontfange, so dat
ons nu de volle som van vijfduijsent
vier honde dartien gulde betaelt en
voldaen is, wat gelt ick ontfan t gaet
=ter al om, ick heb ock de rente ter som
van duijsent gul die ons op gelderlant
den Eerste septem was verscheene ont
fange, ben blijde vast so veel werck volck

Een volwassen vrouw. Ze zit aan een tafel en telt geld uit een beurs.
Vrouw die geld telt, Jan Chalon, 1793. Collectie Rijksmuseum

Ontslag

Ze is blij dat ze die werklui ontslagen heeft, maar als de kap gelegd is, dan komen daarna de leidekkers en die moeten ook betaald worden. En weliswaar is de verwachting dat stenen in de eigen steenoven goed gelukt zijn, maar ze heeft ook van Ot Barentse 240.000 stenen gehad voor een bedrag van zeker 1500 gulden en dat moet ook weer betaald.

Brieffragment over komende kosten
Tweede brieffragment komende kosten

[fange,] ben blijde vast so veel werck volck
vande hals quijt ben6Gezegde: Van de hals kwijt zijn. Afgeleide van Iemand op de nek hebben: iemand moeten onderhouden , maer als de kap
opt huijs komt sullender weer de leij=
=deckers koome, insoma so lange dit tim
=mere duert salt veel kosten, ick hoor
niet meer vande leijen die noch van boove
soude koomen offer noch te verwachte
sijn of niet, den steenoven is teenemael
afgestoockt se meene datse heel wel ge=
luckt sal sijn, wij hebbe van ott baerense
over de twee hondert en veertich duijsent
steen gehadt dat is bij de vijftien hondert

gul aen steen die hem ock sulle moeten betaelt
worden, [wij hebbe noch het schoonste weer]

Een kijkje in de kap van het kasteel. Foto en ©: Hans Neecke.

Ditjes en datjes

In de rest van de brief probeert Margaretha nog allerlei nieuwtjes te persen. Ze heeft het over de bemoeienis van Prins Willem met de Utrechtse politiek en het schijnt dat hij naar Engeland gaat. Ze zal informeren naar een stuk land maar eigenlijk is het beste stuk al verkocht. Gisteravond is ze naar de bruiloft van Kristoffel geweest. Kennelijk was Kristoffel daarom langsgekomen met de brief van Godard Adriaan. Fritsje was representant voor zijn vader en zijn opa en Antje als plaatsvervangster voor haar moeder. 

Brieffragment over de bruilof van Kristoffel

[had staen heeft dat gekocht,] gistere
avont sijn wij hier op de voor bruijloft
van kristoffel geweest, frits heeft groote
en kleijne papas plaets gereepreesenteert
en antge haer kleijne mama, sij hebe
en sondach haer Eerste gebodt gehadt
en ons heel net en wel getrackteert,
ick blijf
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Boeren dansen op een bruiloft. Links op de voorgrond danst de bruid, te herkennen aan haar kroon. Een doedelzakspeler en een jongetje met een trom en een fluit maken muziek.
Boerenbruiloftsfeest met doedelzakspeler, Peeter Baltens, 1540 – 1584. Collectie Rijksmuseum.

PS: nog meer geld

Maar dan komt Margaretha toch weer terug op het geld. Temminck heeft geschreven dat molenaar Visser op de zaagmolen in Amsterdam heeft verzocht om een betaling van 100 ducatons. De molenaar heeft eerder een scheepslading hout uit Harburg voor hen betaald. Margaretha kan er niet onderuit om hem te betalen maar ze heeft geen geld meer en ze weet niet wat ze antwoorden moet.

PS over geld voor Temmink

ps temminck schrijft dat visser opde
saech moolle tot Amsterdam
hem versocht heeft weer hondert
duijcketons op reeckenin te geefve
en hij diende wel weer Een schip
met schilp kalck te sende
so dat ick vrees hij daer toe
so veel gelt qualijck van
ons in hande heeft, vermidts
hij al de scheeps vrachte vant
hout van haerburch7Harburg (bij Hamburg) tot
Amsterdam heeft betaelt
en ick hier geen gelt overheb
weet haest niet wat hem antwoorde sal

Aan een sloot staat een huisje met daarbij een molen en een schuur. Achter het huisje staan de houten planken hoog opgestapeld. Over de sloot ligt een bruggetje waar iemand overheen loopt. Voor de schuur ligt een soort bootshuisje in de sloot. Op de linkeroever staat een knotwilg.
Een houtzaagmolen aan de kattensloot, H.G. ten Cate, 1837. Collectie Amsterdams Archief.
  • 1
    Tisane: drank voor geneeskundige en dergelijke doeleinden, oorspronkelijk een die uit gerst bereid was
  • 2
    Julep, siroopachtig drankje
  • 3
    Resolveren: Besluiten
  • 4
    Medicineren: geneeskundig behandelen
  • 5
    Assignatie: aanwijzing tot betaling
  • 6
    Gezegde: Van de hals kwijt zijn. Afgeleide van Iemand op de nek hebben: iemand moeten onderhouden
  • 7
    Harburg (bij Hamburg)

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén