In februari 1691 zou Willem III voor het eerst in Den Haag zijn entree maken als koning van Engeland, Ierland en Schotland. Bovendien was hij nog steeds ónze stadhouder van de Republiek der Nederlanden. Het doel van zijn bezoek was het bijwonen van het Haagse congres waar de deelnemers aan de Grote Alliantie vertegenwoordigd waren. Het doel was om gezamenlijk op te trekken tegen Lodewijk XIV. Den Haag wemelde van de hoge gasten zoals de Keurvorst van Brandenburg en ambassadeurs van grootmachten als Spanje en het Rooms-Duitse rijk van keizer Leopold.

Feestbeest Willem
Willem werd als een held binnen gehaald. Voor hem hoefde dat feestelijke gedoe niet zo nodig. Hij probeerde onder de intocht uit te komen met de woorden: ‘ik ben maar een inboorling van dit land’. Waarschijnlijk had hij er ook niet zoveel zin in, omdat hij nog moe was van de barre overtocht. Hij was zo verkouden dat hij zich nauwelijks verstaanbaar kon maken.
Feeststad Den Haag
Den Haag had zich feestelijk uitgedost. De straten waren versierd met banieren, erebogen, vuurwerkstellingen en borden met geschilderde taferelen en bijpassende motto’s. Willem zal toch wel vreemd opgekeken hebben om zichzelf afgebeeld te zien als Hercules die met zijn knots zwaait boven de kop van een kronkelende draak, het Franse kwaad. Zo breedgeschouderd was hij bepaald niet. In tegendeel! Hij was klein van stuk en had korte benen, mager en een scheefgegroeide rug. Op andere borden was hij afgebeeld als een Romeins veldheer die de vijand, Lodewijk, verslaat. Wishfull thinking!

En Willem…
Het enthousiaste gejuich van de mensen en het feestelijke onthaal deden hem toch goed. Het bracht hem, voor zijn doen, het was niet zo’n lachebekje, in een goed humeur.
Na zijn Glorious Revolution Willem III de steun van Engeland en de Republiek met bijbehorende gevulde krijgskas. Nu kon Willem zich samen met zijn bondgenoten bezighouden met zijn grootste uitdaging: het op de knieën krijgen van het gevaarlijke Frankrijk.










