Het was velen een raadsel waarom vanaf eind 1687 er steeds meer schepen in de Nederlandse havens kwamen te liggen. Vooral de Franse diplomaat, de Graaf van Avaux, maakte zich daar grote zorgen over. Uit de brieven aan zijn broodheer Lodewijk XIV valt op te maken dat hij er geen chocola van kon maken.
Een oorlogsvloot
Al deze schepen waren onderdeel van de vloot die Willem III verzamelde om naar Engeland te varen. Willem III hield zijn beweegredenen zo goed geheim dat het zelfs nu nog voor historici niet duidelijk is vanaf wanneer hij precies besloten had daadwerkelijk Engeland binnen te vallen. Al met al kostte het een jaar voorbereiding voor hij kon uitvaren. Maar toen had hij ook wat! De vloot bestond uit 53 oorlogsschepen en 400 transportschepen. Vier keer zoveel als de beruchte Spaanse Armada van een eeuw eerder!

Financiering
De Staten Generaal waren overtuigd van de noodzaak om deze missie te financieren. Maar het kostte Willem wel wat meer moeite om de Amsterdamse burgemeesters over de streep te trekken. Die waren vooral bevreesd voor de financiële gevolgen en de toorn van de Fransen. Uiteindelijk stemden ze in, want ze waren bang voor een situatie als in 1672. Een samenzwering tussen Engeland en Frankrijk zou een herhaling van het Rampjaar kunnen betekenen.
Bondgenoten
Natuurlijk moest Willem III er ook voor zorgen dat hij rugdekking had. Lodewijk XIV zou onmiddellijk van de gelegenheid gebruik kunnen maken om de Republiek aan te vallen als Willem in Engeland zat. Om dat te voorkomen was de hulp van de Duitse vorsten nodig. Gelukkig waren ze bereid die te geven, want de reputatie van Lodewijk XIV was niet best. Ook dit keer, net als in het Rampjaar, was de keurvorst van Brandenburg, Friedrich Wilhelm, één van de belangrijkste bondgenoten en na zijn overlijden in 1688, was zijn zoon Friedrich III van de partij. De afschuw van de katholieke, absolutistische Franse koning was groot.

Militair adviseur
Als militair plaatsvervanger had Willem III Georg Friedrich, graaf van Waldeck, aangesteld. Waldeck was één van Willem’s vertrouwelingen. Een ervaren rot in het vak en al sinds jaar en dag Willem’s militair adviseur. Waldeck had ten tijde van het Rampjaar het Staatse leger gereorganiseerd, om maar eens wat te noemen. Eind oktober 1688 werden de troepen van de Mookerheide, waar ze verzameld waren, naar de vloot gedirigeerd. Totaal 21.000 manschappen.

| Bronnen | Feiten |
|---|---|
| Luc Panhuysen (2016). Oranje tegen de Zonnekoning. De strijd van Willem III en Lodewijk XIV om Europa. Amsterdam: Atlas Contact. |









