Belle van Zuylen als reddende engel

Dit artikel is deel 5 van 7 in de serie Belle en Annebetje

Anna Elisabeth van Tuyll van Serooskerken (Annebetje) en haar echtgenoot, Frederik Christiaan Reinhard van Reede, de 5de graaf van Athlone (Frits), leefden op grote voet. Frits maakte veel schulden. Isabella Agnetha van Tuyll van Serooskerken (Belle van Zuylen) vond hem dan ook een dwaas: “C’est un sot”. Zij drukte Annebetje op het hart zelf het heft in handen te nemen om aan de dreigende ondergang te ontkomen.

Heupstuk van een zittende vrouw, opgestoken haar met parels. Parels in oor en om hals. Goudgele japon met kanten keurs en mouwlubben. Zwarte omslagdoek. De rechterhand op schoot en de linkerhand aan gelaat, leunt met de elleboog op en tafel.
Portret van Anna Elisabeth Christine van Tuyll van Serooskerken (1745-1819), Jean Humbert, 1765 – 1794. Collectie Kasteel Middachten, bron: RKD.
Heupportret van een zittende man, gepoederde pruik met staartstrik; blauwe fluwelen rok en vest met grote knopen; kanten jabot en manchetten; de rechterhand op het dijbeen; de linkerhand op (gevlochten rieten) rugleuning van stoel.
Portret van Frederik Christiaan Reinhard van Reede van Ginkel (1743-1808), Jean Humbert, 1750 – 1774. Collectie Kasteel Middachten, bron: RKD.

Advies aan Frits

Belle gaf niet alleen Annebetje advies hoe uit de slechte financiële situatie te geraken. Op Belle’s voorstel heeft Frits geprobeerd voor zichzelf en zijn zoons de inkomsten te verkrijgen, die aan hun titels in Engeland verbonden waren. Dat heeft, zoals we weten, heel wat onderhandelingen gekost, maar is uiteindelijk gelukt en daar is Annebetje heel dankbaar voor, valt uit haar brieven aan Belle op te maken.

In een witte ruimte staat een paspop met een rode lange cape omgeslagen. Om de nek zit een brede kraag en onder de mantel zitten witte kleren met veel gouden versieringen. Rechts van de paspo staat een vitrine met daarin een kroon en een paar witte schoenen en een paar witte handschoenen
Kroningskostuum van een graaf, 1821. Collectie Kasteel Amerongen.

Dankbare Annebetje

Op 28 maart 1796 schrijft Annebetje aan Belle:

Hoe moet ik u nog bedanken, mijn liefste, actieve en bekwame vriendin. Mylord Athlone is uitstekend gevestigd in Ierland, Lord Agrim is officier bij de Dragonders van het vierde regiment der koningin. Dat is allemaal jouw werk. Zonder jou had ik noch het denkbeeld, noch de beslistheid gehad om onze zaken te regelen. Ik weet dat de heren Brown en De Salgas een handje geholpen hebben, maar ik kan je verzekeren dat je mij enthousiast hebt weten te maken voor Engeland.

Zonder jou zouden mijn karakter, geest en oordeel onder de onzekerheid hebben geleden die onze familie zo typeert. Ik zou geoordeeld hebben met de blik van een ander, en de zaak hebben opgegeven omdat er zich moeilijkheden voordeden. Jouw vriendschap, jouw inspanning voor de belangen van mij en mijn kinderen (die ik, sinds ik je ken, bij niemand anders ben tegengekomen) met daarbij zoveel kennis en intelligentie, hebben mij geleid en bezield.

Ik kan je niet zeggen of ik lang van die voordelen zal kunnen genieten. Het leven van hen die ik noemde, hangt niet van mij af, maar ik mag en moet je zeggen dat ze hun situatie aan jou te danken hebben. Ik heb het hun nadrukkelijk gezegd en mijn kinderen weten het. Alles wat ik goed geleerd heb is het resultaat van mijn omgang met jou.

Mijn financiën zijn nu goed geregeld, als Mylord mij mijn gang laat gaan, anders kan ik niet alles doen wat ik zou willen. Toch is het het effect van je raadgevingen dat ik de wanordelijke gang van zaken belet en stopgezet heb, een jaar voor de Revolutie. Ik zeg: jouw raadgevingen: dat wil zeggen volhouden. Het heeft wel heel wat moeilijkheden tussen mij en Mylord veroorzaakt, maar ik heb niet toegegeven en enkel aan het essentiële gedacht, dat wil zeggen dat Mylord op de hoogte werd gebracht van de schulden, maar niet in staat werd gesteld ze groter te maken, en dàt niettegenstaande de Revolutie. Ik kan stilaan mijn fortuin overzien, maar het lukte mij niet zonder een methode die onze verstandhouding verslechterde, omdat alle andere mislukten. Luister dus niet naar roddels en wees er wel van overtuigd dat het niet voor niets was, noch dat je tegen dovemansoren sprak.

Brief van 28 maart 1796 van Annebetje aan Belle

Met behulp van Belle heeft Annebetje Kasteel Amerongen voor de ondergang behoed. Daarnaast heeft Annebetje de vaardigheden die ze door haar acties heeft gekregen omgezet in een huishoudboekje met invultabellen dat uitgegeven is. Zo kunnen ook andere vrouwen een verstandige financiële huishouding voeren.

Dit zijn dus twee van de vele sterke vrouwen die Amerongen gekend heeft.

Binnenhuis met twee vrouwen, een moeder en dochter (?), die gevouwen linnengoed opbergen in een linnenkast. Naast de jonge vrouw, rechts, staat een rieten wasmand en een houten blad. Bij de deur van de kamer speelt een meisje met kolfstok en bal. Rechts staat een stoel bij de trap naar boven, achter het meisje een doorkijk door het huis naar de gracht buiten. Boven de deur staat een beeldje voor een schilderij.
Binnenhuis met vrouwen bij een linnenkast, Pieter de Hooch, 1663. Collectie Rijksmuseum.
Verder lezen
Dubois, Simone, Belle van Zuylen en Kasteel Amerongen. In: Vriendenbulletin van de Stichting Vrienden van Kasteel Amerongen, jrg. 10 (1993) nr. 27, pag. 14-23.

Belle en Annebetje

Eén voor jou en één voor mij Het huishoudboekje van Annebetje
Joke de Mooij avatar