Op de beletage staan in de lange gang aan de kant van de trap naar het souterrain twee kasten. Deze kasten worden gebruikt om wisselende objecten van de familie aan de bezoekers van het huis te laten zien. Nu staat er de verzameling micro-vlinders aan de bezoekers van het Huys te tonen.
Nederlandse Entomologische Vereniging
Deze collectie is bijeen gebracht door Godard Adriaan Henrik Jules (Adriaan) van Aldenburg Bentinck (1887-1968), de tweede zoon van de graaf. Als Adriaan Bentinck rond 1918 toetreedt tot de Nederlandse Entomologische Vereniging is hij eerst ‘gewoon’ lid en vanaf 1940 penningmeester. De toewijding en volharding waarmee hij veertig jaar lang zijn bijdrage levert aan deze vereniging, zijn een voorbeeld van de karaktereigenschappen van deze graaf.

Bladrollers
Met diezelfde karaktereigenschappen heeft hij onderzoek gedaan naar een specifieke soort nachtvlinders, nl. de bladrollers. Zo heeft hij een aantal nieuwe soorten bladrollers ontdekt en beschreven in zijn boek “De Nederlandse bladrollers”. In dit boek beschrijft hij samen met een andere entomoloog Alexey Diakonoff 276 soorten. Veel microvlinders zijn door de graaf in Overveen (NH) en Amerongen (hij heeft in beide plaatsen gewoond) verzameld, maar komen ook uit Bemelen en Meerssen (in Zuid-Limburg, verzameld tijdens vakanties).

De verzameling
De graaf bezat waarschijnlijk de meest ‘complete’ particuliere verzameling vlinders die ooit in ons land is samengebracht. Mogelijk heeft Naturalis in Leiden ook een deel van deze collectie microvlinders. De graaf was zeer loyaal, wanneer hij een ‘dubbele’ vlinder had gevangen van een soort dan ging deze in een doublettencollectie en mochten ook anderen hiervan profiteren.
Microvlinders
Wat zijn microvlinders eigenlijk? Het is een groep van kleine nachtvlinders, micro’s genaamd. De grootte van de vlinders (macro’s en micro’s) hebben weinig verschillen, er zijn slechts enkele subtiele afwijkingen: veel micro’s hebben aan de basis van de antennes een verdikking en de antennes liggen in rust over het borststuk heen. Veel macro’s houden hun antennes onder de vleugels. De bekendste micro’s zijn de bladrollers, grasmotten en lichtmotten.




