Lady Jemima, de gouvernante

Jacoba Helena van Reede ziet op 21 december 1767 in Den Haag het levenslicht. Ze is de oudste dochter van Frits (Frederik Christiaan Reinhard) van Reede en Annebetje (Anna Elisabeth Christina) van Tuyll van Serooskerken. Ze zal later door het leven gaan als ‘Lady Jemima’.

Onderwijs

Ze krijgt onderwijs op een kostschool, maar wordt op haar vijftiende teruggeroepen naar huis. Haar moeder Annebetje is ziek en Jacoba Helena moet haar vervangen. De leiding van de huishouding van kasteel Amerongen komt dan op haar jonge schouders neer. Bovendien heeft ze ook nog de zorg over haar vierjarige zusje Christina en tweejarige broertje Willem. Over het vroegtijdig verlaten van de kostschool zal ze later schrijven: ‘Op mijn vijftiende heb ik de kostschool moeten verlaten waar ik verbleef -veel te vroeg voor mijn ontwikkeling die daaronder heeft geleden.’ 

De prent verbeeldt de afstandelijkheid en onnatuurlijke band tussen een moeder en dochter in een tijd waarin kinderen uit de hogere kringen grotendeels werden opgevoed door de 'dry nurse', huishoudsters, voedsters, en kostscholen.
Moeder bezoekt haar dochter op de kostschool, Willam Ward naar George Morland, 1789. Collectie: Rijksmuseum.

Huwelijk

In 1785 trouwt ze met de graaf Jean Charles Bentinck. Ze gaan wonen in Utrecht en hun huwelijk wordt gezegend met vier kinderen, een dochter en drie zonen. Met de komst van de Fransen vluchten een aantal Van Reedes in 1795 naar Engeland.  Jemima en Jean Charles nemen hun toevlucht afwisselend in Engeland en op het landgoed Kniphausen van de familie Bentinck in Duitsland. Jean Charles heeft dienst genomen in het Engelse leger en staat aan het hoofd van het naar hem genoemde regiment Bentinck. In verband met de rekrutering van de benodigde soldaten verkeert de familie daarom ook regelmatig in Duitsland.

Vrij donkere gravure van een complex met cerschillende gebouwen binnen een muur.
Aangezicht van Kniphausen, anoniem. Collectie Schlossmuseum Jever.

Gouvernante

Na de Franse overheersing komt de familie Bentinck terug in ons land. In 1817 krijgt Jemima het eervolle verzoek als gouvernante de opvoeding van de negenjarige prinses Marianne op zich te nemen. Deze benoeming heeft ze vooral te danken aan de goede indruk die zo op de koningin gemaakt had. Marianne is een nakomertje en de jongste dochter van koning Willem I en koningin Wilhelmina (Mimi) van Pruissen. Qua karakter is de jonge prinses nogal eigenzinnig. De verhouding tussen Jemima en Marianne zijn desondanks goed en dat tot tevredenheid van de koning, want ze krijgt op een zeker moment een cadeau van hem. Jemima beschouwt dat als een grote gunst, want ze weet dat de koning zelden cadeaus geeft.

Portretminiatuur in de vorm van een borststuk van prinses Marianne, en face naar rechts weergegeven. Zij draagt een cyclaamrode jurk met lage ballonmouwen, meerkleurige decoratie op de schouders en het lijfje en een dubbele ketting van parels met een diamanten kruis. Het haar is gekruld en versierd met een dubbele parelketting en een strik van nephaar. De prinses is voor een groenbruin gestippelde achtergrond geplaatst.
Portret van (prinses) Marianne, Joseph Charles de Haen, 1830. Collectie Koninklijke Verzamelingen.

Niet iedereen is tevreden

Toch is niet iedereen tevreden over de wijze waarop Jemima haar taak uitvoert. Zo schrijft de moeder van Anna Pauwlona, de vrouw van de latere koning Willem II, na een bezoek aan Brussel: ‘Ik vond dat zij [=Marianne] slecht gezelschap had. Haar gouvernante is misschien een goede en voortreffelijke vrouw, maar lijkt me niet de aangewezen persoon om een jonge prinses op te voeden.’ Ook Marianne is terugkijkend op haar jeugd, niet onverdeeld gelukkig. Ze zal het jammer blijven vinden dat haar vroeger niet meer kennis is bijgebracht. Of dat te wijten is aan Jemima is echter niet duidelijk.

Aan het hof

Materieel heeft Jemima het goed aan het koninklijke hof. ‘Sinds ik aan het hof verblijf, leef ik voor het eerst van mijn leven in weelde’, zo schrijft ze in een brief. Ze woont met haar dochter Antonia afwisselend op het Loo of in een appartement aan het hof in Brussel. Ze beschikt over een eigen lakei, een koets met koetsier en paarden en een royaal jaarlijks inkomen. In 1828 legt Jemima haar taak als gouvernante neer. Ze is van mening dat het haar onmogelijk wordt gemaakt om te gaan met Marianne, zoals ze dat het beste vindt. Ze blijft als gezelschapsdame van koningin Wilhelmina van Pruissen nog enige tijd aan het hof wonen.

Paleis van de Prins van Oranje in Brussel, Jean-Baptiste Madou, ca. 1830. Fragment uit: Châteaux et Monumens des Pays-Bas faisant suite au Voyage pittoresque, Jean Joseph Cloet (1825). Bron: Wikimedia Commons.

Zorg voor de twee weeskinderen

De twee kinderen van de in 1823 overleden Reinoud Diederik Jacob van Reede worden in 1830 door het overlijden van hun moeder Henriette Hope wees. De voogden doen dan een beroep op de pedagogische gaven van de inmiddels drieënzestig jarige Jemima en die stemt toe. Afwisselend vertoeft Jemima met de kinderen van haar broer in Amerongen en in Engeland tot ze in 1839 in Engeland overlijdt en aldaar begraven wordt.

Een vrouw zit naar rechts, ze heeft donkere, bruine ogen en donkere krullen. Ze draagt een zwarte japon met witte veren langs decollete, roze-rode draperie, blauw-groen mutsje met afhangende punt met tweekwastjes, kruisje van parels middenvoor.
Jacoba Helena van Reede van Ginkel (1787-1839), Herman Abel, 1800-1824. Collectie Kasteel Middachten (via RKD).

ObjectMakerDateringMateriaalVaste plek (Atlantis)
Portret van Jacoba Helena van Reedenaar Tishbeinolieverf op doekGalerij noord (0833)
Portret van Jacoba Helena van Reede naar Abelolieverf op doekGalerij noord (0831)
Armband met miniatuurportret van Jacoba Helena van ReedeClaude Vezus (portret, waarschijnlijk)ca. 1775-1799goud (armband), ivoor (drager) waterverf (portret)Depot (0719)

Leunis van Klinken avatar