Op 30 mei 1719 werden Frederik Christiaan van Reede en Henriette van Nassau-Zuylenstein verblijd met de geboorte van een dochter, hun derde kind. Ze kreeg bij de doop de namen Ursula Christina Reiniera, roepnaam Chrisje. Amper drie maanden na haar geboorte overleed haar vader aan een beroerte, zodat moeder Henriëtte er met de opvoeding alleen voor stond. Ze werd bijgestaan door haar zwager Reinhard, die als voogd optrad.

De eerste lessen
Chrisje groeide aanvankelijk op in Utrecht. In adellijke kringen was het toen gebruikelijk dat in de eerste kinderjaren een gouvernante zich over de kinderen ontfermde. Of dit ook het geval was bij Chrisje weten we niet zeker.
Het eerste onderwijs kreeg Chrisje van de vrouw van Bak, de schoolmeester van Amerongen. Ze is dan vijf jaar. Omdat voor de lessen van Chrisje extra geld gerekend werd, heeft ze zeer waarschijnlijk individueel les van mevrouw Bak gehad.
Naar de kostschool
Na de dorpsschool ging Chrisje naar een kostschool in Arnhem, zo is op te maken uit een bewaard gebleven rekening. Verder is er echter niets over dit verblijf bekend. Na Arnhem ging ze naar de Franse kostschool in Den Haag. Daar kwam ze onder de hoede van mevrouw Le Febre. Inmiddels is Chrisje dan een jaar of tien.
Naast de gebruikelijk schoolvakken uit die tijd, kreeg ze les in handwerken, dansen, muziek en etiquette als voorbereiding op haar leven als adellijke dame. Uiteraard hoorde daar ook het onderwijs in de Franse en mogelijk ook de Engelse taal bij.

De correspondentie
Uit de Haagse tijd zijn een aantal in het Frans geschreven brieven bewaard gebleven, die Chrisje als puber aan haar moeder schreef. Zo weten we dat ze in Den Haag contacten had in de adellijke kringen, zoals met leden van de families Bentinck en Van Tuyll van Serooskerken. Vanuit Den Haag maakte ze uitstapjes naar Leiden en Katwijk. Regelmatig vraagt zij de groeten over te brengen aan vrouw Doorslag en haar gezin. Ze belooft zelfs om ook een brief aan Arendina, een van de dochters van vrouw Doorslag, te schrijven. Meer dan eens maakt ze er melding van dat ze de prins van Oranje gezien heeft. Zo schrijft ze opgetogen dat de mooie muts van de prins versierd was met een prachtige diamant.
In 1734 keerde Chrisje, inmiddels vijftien jaar oud, terug naar het ouderlijk huis. Daar bleef ze totdat ze in 1739 in het huwelijk trad met Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken.

| Archiefstukken | |
|---|---|
| HUA 1001.3289 Brieven gericht aan Henriette van Nassau afkomstig van haar dochter Ursula Christina 1733-1734 | Contacten in adellijke kring. (scan 18,32,33,40). Uitstapjes (scan5,6). Groeten aan vrouw Doorslag (scan 2,35,54) Muts prins (scan 51) |









