Adriaan en het monster van Loch Ness

Al sinds zijn jeugd heeft graaf Adriaan van Aldenburg Bentinck veel belangstelling voor zeeslangen. Naar zijn eigen zeggen waren de berichten hierover destijds te schaars om hier veel mee te kunnen. Maar in 1933 verschenen er veel nieuwsberichten over een groot dier in het Schotse meer Loch Ness. Dat wakkerde Adriaans interesse weer aan en hij ging over op een diepgaande studie.

Studie

Hij verzamelde artikelen over zeewezens en over Loch Ness in het bijzonder. Hij vergaarde allerlei ansichtkaarten met getekende voorstellingen van het beest. In zijn zoektocht correspondeerde Adriaan met onder andere ooggetuigen en deskundigen. Bijvoorbeeld met Arthur Grant, een Schot die op een avond, al rijdend op zijn motor, het dier van Loch Ness was tegen gekomen. Maar ook met dr. A.C. Oudemans en W.H. Lane, die boeken hebben geschreven zoals The Great Sea Serpent (1892), The Loch Ness Animal (1934) en The Home of the Loch Ness Monster (1934). Ook Adriaan werd in deze publicaties aangehaald. Enkele van deze boeken, zoals die van W.H. Lane, zijn nog in de bibliotheek van Kasteel Amerongen te vinden.

Een rode open auto met een man en een vrouw en allemaal visspullen achterin. Ze rijden langs een bordje "Loch Ness" waar twee Schotten naast staan die verbaasd kijken.
Having a good time and hoping to capture the Loch Ness Monster, J.B. White (uitgever), 1934. Via: Monsterpostcards.

Zeeslang

Adriaan werd zo enthousiast dat hij in de zomer van 1935 met zijn gezin naar Schotland reisde om zelf het bewuste dier te kunnen zien. Nog in datzelfde jaar verscheen een artikel in De Levende Natuur met zijn reisverslag. Hierin schrijft hij enthousiast over zijn vele bevindingen. De reis begon al goed. Op de bootreis van Rotterdam naar Hull op 8 augustus zag zijn toen 12-jarige dochter Louise iets aan het wateroppervlak en Adriaan en zijn familie hebben naar eigen zeggen minutenlang naar een wel 10 meter lange zeeslang (gelijk aan het Loch Ness monster) kunnen kijken.

Tekening van een kop die uit het water komt.
Tekening van de waarneming van de zeeslang, 1935. Uit: Levende Natuur nr. 40.

Loch Ness

Vanuit hun hotel, het Half Way House in Alltsigh direct aan het meer gelegen, zag hij al op 10 en 12 augustus in de avond aan de andere kant van het meer een zwarte bult aan de oppervlakte verschijnen. Hij beschrijft de zwemmende beweging van het dier en diens voorgenomen trek in de zalm die op die specifieke plek in het Loch Ness te vinden is, waardoor zijn kop niet boven water komt.

Het weer was lange tijd te onstuimig om het dier goed te kunnen aanschouwen. Dan ziet Adriaan vanuit zijn hotelkamerraam in de vroege morgen van 24 augustus boven het water een dampsluier met daarin een kleine bult. Hij kijkt minutenlang naar het dier, dat zelf door ademhaling deze damp veroorzaakt. In de nacht van 29 op 30 augustus hoort hij twee keer “zulk een hevig geplons in het water alsof een paard er in sprong”, maar in het donker kan hij het dier zelf niet zien.

Tekening van een groot monster onder water, zijn kop steekt boven het water uit en uit de kop komt zijn dampige adem. Rechts boven de dampsluier.
Tekening van Adriaan Bentincks waarneming van het monster van Loch Ness. Boven de waarneming, onder de verklaring van de waarneming, 1935. Uit: Levende Natuur nr. 40.

Verslag

Zijn bevindingen onderbouwt Adriaan met berekeningen en tekeningen over het uiterlijk, de grootte, de snelheid en de ligging van het dier en hij bestempelt hem als een Megophias megophis Rafinesque Schmal (binnen de familie Pinnipedia). Hij correspondeert hierover tijdens zijn reis met Oudemans en krijgt van hem bevestiging in zijn conclusies. Ook wordt hij in Schotland een aantal keren door onder andere de kranten Inverness Courier en The Scotsman aangehaald. Adriaan is er rotsvast van overtuigd dat in het Loch Ness een groot zeedier schuil gaat en waarschijnlijk zelfs een paartje. Hij besluit zijn reisverslag met een Latijns citaat.

Nolite existimare omnia mundi animalia, in primis marina, nota esse.
Vivere sola, quae ipse norit, quisquis arbitratur, stultus est.

(Ga er niet van uit dat alle dieren ter wereld, en vooral die in de zee, bekend zijn. Wie denkt dat hij alleen kan leven van wat hij weet, is een dwaas.)

Blijvende interesse

Ook in de jaren erna blijft Adriaan met dit onderwerp bezig en houdt hij er lezingen over. Wanneer jaren later in 1969 via het Zoölogische Museum Amsterdam vanuit de AVRO een verzoek aan hem wordt gedaan voor medewerking aan een programma over Loch Ness is Adriaan net een jaar overleden. Zijn familie wil niet namens hem spreken, maar staat wel toe zijn naam in het programma te gebruiken.

Ansichtkaart met vier vakken en in het midden een cartouche, waar boven staat "The haunts" en eronder "of the monster". In het cartouche een tekening van een monster op de foto van een kasteelruïne aan het meer. Links boven dezelfde kasteelruïne aan het meer vanuit een andere hoek, in witte letters eronder "Castle Urquhart Loch Ness". Rechts boven een bergwand die uit het meer op komt en langs het meer een weg, met daaronder in wit: "The winding road Loch Ness", links onder het meer met aan de oever de kasteelruïne, daarboven een weg met een auto en een wandelaar en daarboven een huis, eronder in wit "Loch Ness and Castle Urquhart". Rechtsonder een minder stijle kust van het meer met aan de oever een wit huis, eronder in witte letters "Half way house, Loch Ness".
The haunts of the monster, Valentine’s of Dundee (uitgeverij), 1934. Via: Monsterpostcards.
ObjectMakerDateringMateriaalVaste plek (Atlantis)
The Home of the Loch Ness monsterW.H. Lane1934papierBoekenkast Lange gang (8420)
The Loch Ness MonsterC.E. WhytepapierBoekenkast Lange gang (8476)
The Mysterious “Monster” of Loch NessAnoniempapierBoekenkast Lange gang