Gravure van het binnenhalen van Willem III

Amsterdam en Willem III

Dit artikel is deel 7 van 8 in de serie Rampjaar: De bevolking
Dit artikel is deel 9 van 10 in de serie Rampjaar: De Republiek
Dit artikel is deel 12 van 12 in de serie Rampjaar militair: steden en vestingen

De oorlog en de machtsomwenteling in de Republiek hadden ook grote invloed op de steden die achter de waterlinie zaten. Overal moest de bevolking omgaan met de onzekerheid die bij zo’n machtsomwenteling hoort. Daarnaast was er ook de dreiging van de aankomende Franse invasie. In verschillende steden rommelde het onder de bevolking, bijvoorbeeld in Gouda, Leiden en Delft. Zelfs in Dordrecht, de thuisbasis van de gebroeders De Witt, veranderde de stemming. In Dordrecht werd eind juni 1672 een oranje vlag uit een kerktoren gestoken met een witte vlag daaronder, waarop stond: 

Oranje boven en Wit onder 
Die ’t anders meent, dien sla de donder

Amsterdam is een mooi voorbeeld van hoe de bevolking om ging met de onzekerheid, de dreiging, de machtsverhouding en met elkaar.

Vluchtelingen

In Amsterdam krioelde het van de vluchtelingen uit de provincies ten oosten van de waterlinie. Nadat Lodewijk op 12 juni de Rijn was overgestoken, waren velen naar het veilige Amsterdam gevlucht. Veilig, want Amsterdam had als één van de weinige steden zijn verdediging op orde. De stadsmuren waren in goede staat, er stonden drieduizend kanonnen op de wallen en de burgemeesters hadden zes extra schutterscompagnieën opgericht.

Ook Margaretha was naar Amsterdam gevlucht. Zij schreef aan Godard Adriaan: 

Het is ongelooflijk hoeveel mensen hierheen zijn gevlucht, men zou zeggen dat de stad hen onmogelijk allemaal kan bergen.

Gezinnen zaten met hun hele hebben en houden op straat. Maar was Amsterdam wel zo veilig? Net als in de andere steden zat de vijand ook van binnen. De mensen gingen de straat op en riepen dat het land verraden was en dat de regenten het verkocht hadden aan de Fransen. Weliswaar had Amsterdam de boel meer onder controle dan in andere steden, maar voor hoelang? De sfeer werd steeds grimmiger. Margaretha hoorde in haar huis aan de Nieuwe Herengracht de brullende meutes voorbij trekken.

Gezicht op de Utrechtsepoort en de bijhorende brug te Amsterdam, gezien van buiten de stad. Op de achtergrond een molen, op de voorgrond een bootje.
Gezicht op de Utrechtsepoort te Amsterdam, Jan Veenhuysen (toegeschreven aan), 1664. Collectie: Rijksmuseum. Waarschijnlijk is Margaretha hier net als vele andere vluchtelingen de stad binnen gekomen.

Strijdpunten

Tijdens de opstanden waren er twee punten die met elkaar verweven steeds terugkwamen:

In veel Hollandse steden, dus ook in Amsterdam, zaten de regenten die tot het kamp van de gebroeders De Witt gerekend werden, stevig in het zadel. Door middel van pamfletten werden de verschillende meningen verspreid in de steden. Praktisch ging de strijd vaak (ook) om de sleutels van de stad.

In het midden een kerk met een boom. In de boom staan mannen te zagen, mensen proberen met touwen de boom en de kerktoren om te trekken. Links voor duivels en rechts een slagveld.
Aanval op de vesting van Oranje en de Kerk Gods (fragment van pamflet), Jacob de l’Ambre, 1672. Collectie Rijksmuseum. Onder de tekening een tekst met uitleg wat er gebeurt op de prent en een vers. De teneur van de prent is Orangistisch, tegen de Arminianen en de gebroeders de Witt die met vereende krachten (samen met de duivel) proberen de Kerk Gods en de Oranjeboom omver te trekken. Rechts de oprukkende legers, links de gebouwen van het Franse hof en dansende duivels in de hel.

De vijand en de prins

De waterlinie had in juni 1672 de vijand weliswaar tot staan gebracht, maar de angst en woede bleven toenemen. De woede richtte zich vooral op de regenten. Zij leken niet veel te lijden te hebben gehad van de inval. Met name de regenten die op de hand van Johan de Witt waren, kregen het zwaar te verduren. Zij waren de grote verraders, de uitwassen van het kwaad. Het stadhuis was al verschillende malen bestormd en eenmaal zelfs kortstondig bezet geweest.

De burgemeesters besloten ten einde raad prins Willem uit te nodigen voor een bezoek aan de stad. Officieel zeiden ze dat ze met hem wilden overleggen over de verdediging van de stad, maar het was volkomen duidelijk dat ze probeerden de banden met Willem aan te halen in een poging het volk te kalmeren en te laten zien dat ze aan de goede kant, dus aan de kant van de prins, stonden. 

Een maquette van het paleis op de dam, een breed gebouw, 23 ramen breed. De gevel steekt bij de buitenste drie ramen wat uit en bij de binnenste zeven ramen. Boven de binnenste zeven ramen zit een fronton en met op de punt een beeld, op het dak in het midden een koepel. Het gebouw heeft een onderverdieping met tralies voor de ramen. Op de eerste verdieping een balkon in het midden. De eerste en de tweede verdieping hebben een combinatie van ramen met zes ruitjes en daar boven ramen met vier ruitjes, Tussen de ramen zitten pilasters.
Model van de voorzijde van het Paleis op de Dam te Amsterdam, J. van Eyk, 1817. Collectie Rijksmuseum. In 1672 was dit het stadhuis van Amsterdam.

De prins in de stad: verzachting of olie op het vuur?

Op 12 augustus kwam Willem de stad Amsterdam binnen. Er volgden drie dagen van plechtigheden. Hij werd door uitzinnige menigten toegejuicht. Maar het volk was niet door zijn optreden tot bedaren gebracht, in tegendeel. Nu was het hek van de dam. Joelende menigten trokken over de grachten, de naam van de prins brullend en met Oranjevlaggen zwaaiend. Op 6 september werd zelfs het huis van de zeeheld, Michiel de Ruyter, belegerd omdat ook over hem kwade geruchten de ronde deden. Hij zou de vloot aan de vijand hebben verkocht! 

Prent van een man met veel veren op zijn hoed op een steigerend paard. Hij staat temidden van Willem van Oranje, Maurits, Willem II, Frederik Hendrik. Onder de het paard staat Wilhelm Henrick Prins van Oranje en van Nossov etc. Stadt-houder capiteyn admirael Generael der Vereenighde Nederlanden. Daaronder een kleinere afbeelding van een optocht.
Het bezoek van Willem III aan Amsterdam, Romeyn de Hooghe, 1672. Collectie: Stadsarchief Amsterdam.

Macht voor de gilden

Eind augustus dreigde er zelfs een omwenteling in de stad. Pamfletten kwamen in omloop waarop te lezen stond dat de positie van de gilden en de lagere standen versterkt moest worden ten opzichte van de burgemeesters. De Amsterdamse burgemeesters vroegen Willem om orde op zaken te komen stellen. Maar hij zei dat ze het beste het volk hun zin konden geven.

Winst voor Willem

Op 28 augustus werd de prins door de Staten van Holland gemachtigd alle regenten te vervangen door eigen beschermelingen. Op 10 september werden tien leden van het vroedschap vervangen, voornamelijk mannen die bekend stonden als vrienden van Johan de Witt. Maar aan de wensen van het volk om de positie van de gilden en de schutters te verbeteren werd geen gehoor gegeven. Daar waren de regenten en Willem het over eens. Niet teveel macht aan het volk.

Portret ten voeten uit van koning-stadhouder Willem III (1650-1702). Willem III staat centraal op het schilderij in een donker harnas met zijn lichaam naar links gedraaid en met zijn hoofd naar rechts. Hij heeft donker, golvend haar tot over zijn schouders. In zijn rechter hand heeft hij een commandostaf. Zijn linkerhand staan in zijn zij. Aan zijn linker heup hangt een zwaard. Op een rotspartij rechts van Willem III staat de helm van zijn harnas. Links achter Willem III een doorkijkje naar een veldslag met paarden. Het schilderij bevindt zich in een geornamenteerde, vergulde houten lijst met ornamenten.
Portret van stadhouder Willem III (1650-1702), naar Caspar Netscher, ca. 1675-1680. Collectie Kasteel Amerongen.
Verder lezen
Marjolein Overmeer. Ooggetuigen van het Rampjaar. Op: Geschiedenis van Zuid-Holland.
Max Trommelen (2022). De Staatsen of de Orangisten. Op: Mijn heer en lieste hartge; De brieven van Margaretha Turnor.
Merle Lammers (2022). Pamfletten: vileine geschriften en blauwe boekjes. Op: Mijn heer en lieste hartge; De brieven van Margaretha Turnor.

Gerelateerde berichten