Willem Frederik, dienaar van Willem I

In de Lodewijkskamer hangt het portret van een vriendelijk kijkende heer in een indrukwekkend uniform. Het is Willem Frederik van Reede. Niet een van Reede die direct is opgegroeid in Amerongen, zijn vader Arend Willem was de jongere broer van onze vijfde graaf. Willem Frederik staat dus niet centraal in de verhalen die we op Amerongen vertellen. Toch is het zeer interessante heer.

Een vriendelijk ogende man met donker kort haar, licht grijzend aan de slapen kijkt naar rechts. Hij dracht een uniform met forse gouden epauletten en een hoge rechte gouden kraag. Om zijn nek en op zijn uniform heeft hij diverse medailles, ere- en ordetekens.
Willem Frederik van Reede (1770-1838), Jean-Baptist van der Hulst, 1838. Collectie Kasteel Amerongen.

In dienst van de koning

Na een militaire carrière treedt Willem Frederik van Reede in 1814 in dienst van koning Willem I. Hij wordt benoemd tot hoofd van de hofhouding van prins Frederik, de jongste zoon van de koning. In datzelfde jaar verkrijgt hij het adellijk predicaat ‘jonkheer’. Als gezant van de koning verblijft hij in die tijd enkele maanden aan het hof van koning Lodewijk XVIII. In 1815 wordt hij opgeroepen te dienen in het leger van Wellington. In die hoedanigheid is hij betrokken bij de Slag bij Waterloo. Het levert hem de Militaire Willemsorde op.

De slag bij Waterloo, 18 juni 1815. Gezicht op het slagveld op het moment dat de Engelse bevelhebber Wellington hoort dat Pruisische hulp onderweg is. De gewonde Willem, prins van Oranje, wordt links op de voorgrond weggevoerd. De bevelhebbers en andere officieren te paard staan in het midden, rechts op de voorgrond gewonde en dode soldaten. Op de achtergrond woeden de gevechten op het slagveld.
De Slag bij Waterloo, Jan Willem Pieneman, 1824. Collectie: Rijksmuseum. Generaal-majoor Willem-Frederik graaf van Reede staat ook ergens afgebeeld.

Hofmaarschalk

In 1815 krijgt hij tevens een nieuwe functie. De koning stelt hem aan als hofmaarschalk. Het is zijn taak om de koninklijke huishouding en de ceremoniële evenementen aan te sturen. Het is de tijd dat België deel uit maakt van het koninkrijk en de koning afwisselend verkeert in Den Haag en Brussel. Willem Frederiks taak beperkt zich echter tot de Haagse hofhouding. In 1822 verleent de koning hem de titel ‘graaf’.

Minister van Buitenlandse Zaken

De loopbaan aan het koninklijke hof wordt in mei 1824 onderbroken door de benoeming tot minister van Buitenlandse Zaken. Desondanks bepaalt de koning dat Willem Fredrik deel blijft uitmaken van zijn hofhouding. Deze combinatie van minister en hofhouding is zeer tegen de zin van Willem Frederik, zo weten we uit een brief. Volgens de Russische gezant in De Haag blijkt hij een capabel minister, die een goed gevoel voor omgangsvormen en etiquette heeft. Hij steekt gunstig af tegen de ietwat lompe en stuurse koning, zo vindt de gezant. Op eigen verzoek wordt hij als minister al een jaar later eervol ontslagen.

Een portret van een man en een vrouw. De vrouw draagt een elegante witte jurk die wat afhangt van haar schouders. Over haar gehandschoende rechterarm draagt ze een kanten sleep. Ze heeft opgestoken donkere krullen en er zitten bloemen in haar haar. Naast haar staat een donkere man met een lang, smal gezicht. Hij draagt een kort militair jasje met een hoge rode kraag en grote gouden epauletten. Op zijn linkerborst draagt hij diverse onderscheidingen. Hij draagt een lichtgrijze broek.
Huwelijkportret van Willem Frederik Karel, prins der Nederlanden (1797-1881) en Louise, prinses van Pruisen, prinses der Nederlanden (1808-1870), Johanne Hari (I), 1828. Collectie: Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau.

Eerste Kamerlid

De koning benoemt hem dan als Minister van Staat. Als zodanig woont hij het huwelijk bij van zijn vroegere pupil prins Frederik. Inmiddels is hij opperkamerheer van de koning geworden en lid van de Eerste Kamer. In 1835 wordt hij voorzitter van de senaat en dat ambt zal hij tot zijn overlijden in 1838 bekleden.

Een grote vijver in een L-vorm met aan de rechterkant allerhande gebouwen. Links een klein stukje oever met bomen, aan het eind ook bomen met daarachter gebouwen. De gebouwen zijn divers van architectuur, staan dicht op elkaar en staan direcht in het water. Op de hoek een soort grote, rechte toren en rechts daarvan weer een gebouw met een poort erin en een brug over de vijver die ernaartoe leidt.
Tekening van gebouwen van het Binnenhof aan de Hofvijver, op de voorgrond het Oud Stadhouderlijk Kwartier met de Stadhouderspoort, 1880-1920. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Leunis van Klinken avatar