Van Ursula Philippota, in eigen familiekring ook wel Poo genoemd, wordt wel gezegd dat ze eigenwijs en soms wel een beetje dom was.
Kan het zijn dat ze als erfdochter van o.a. het huis Middachten en als telg uit een zeer aanzienlijk Gelders geslacht moest dealen met de spanning tussen enerzijds haar eergevoel en anderzijds de in dat tijdperk vanzelfsprekende plicht om haar schoonmoeder, meer nog dan haar moeder, te gehoorzamen?

Bevalling in Amerongen
Was het begin 1672 wel verstandig van Philippota om de geboorte van haar vijfde kind Reiniera in Amerongen af te wachten? Eigenlijk had ze het zo uitgerekend dat het kind al eerder geboren zou worden. Ze was op aandringen van haar man Godard met de drie kinderen van Middachten naar Amerongen verhuisd. Godard was zelf weinig thuis omdat het leger in opperste paraatheid was. De IJssellinie, die de Republiek tegen de Bisschop van Münster en de Fransen moest beschermen lag in de achtertuin van hun thuis, Kasteel Middachten. Bovendien zou ze in Amerongen onder de hoede van haar schoonmoeder zijn.
Maar de bevalling liet op zich wachten en schoonmoeder Margaretha zat op hete kolen. Zij was bang dat ze met een hoogzwangere schoondochter zou moeten vluchten voor de Fransen. Maar Pootje was pertinent van plan om de bevalling in Amerongen af te wachten! Tot tevredenheid van oma werd de kleine Reiniera op 10 maart 1672 in Amerongen door de dominee werd gedoopt en niet door een paapse pastoor in ‘t Gelderse.

Gemiste promotie
Kort na de geboorte van Reiniera loopt Godard een belangrijke promotie mis. Schoonmoeder Margaretha klaagde steen en been over de prins. Ze vond het stank voor dank na alles wat haar man voor de jonge Stadhouder gedaan had. Oma zou wel eens even met de prins gaan praten! Philippota vond het wel best. Ze zag liever dat haar man een administratieve functie kreeg dan een plek als militair om zo altijd maar in de voorste gelederen het gevaarlijke werk te doen. Ze reageerde laconiek op het gebeuren, want ze kende het corrupte en afgunstige wereldje in Den Haag: “Zo gaat dat nu eenmaal: Het sijn al geen kocks die lange messen draegen”, schreef ze aan haar schoonvader.

Zorgen om Middachten
Er braken zware tijden aan voor de Republiek. Toen Lodewijk XIV de Republiek binnenviel, moest de vluchtende Margaretha eerst nog een extra rijtour maken om Pootje veilig uit Utrecht te krijgen. Pootje en haar kinderen waren veilig in de huizen van oma, eerst in Amsterdam en later in Den Haag. Toen Philippota meende dat in Gelderland de Franse druk wat minder werd en verschillende adellijke families weer terugkeerden op hun bezittingen, wilde ook zij graag terug om haar geliefde eigendommen weer in bezit te nemen. Margaretha was niet zeker wat dit betreft, maar weet wel zeker dat ze naar haar niet zal luisteren: “Altyt met myn wil sal sij ‘t seecker niet doen”. Schoonvader was fel tegen Pootjes terugkeer naar Gelderland en verbood het haar dan ook. En dus is ze in het veilige Den Haag gebleven. “Ick sal het dan ut myn gedachten stellen van nae myn goet te gaen”, schrijft Poo aan Godard Adriaan.

Middachten gered
Nadat Kasteel Amerongen in brand was gestoken door de Fransen, kreeg ze het voor Amerongen niet gebruikte afkoopgeld van haar schoonvader om te voorkomen dat ook Middachten hetzelfde lot zou ondergaan. Ze was hem daar bijzonder dankbaar voor. Op een heel slimme manier is met hulp van de Franse connecties van een nicht de afkoopsom betaald in Utrecht bij de gevreesde ambtenaar Louis Robert. Zou Philippota de hand hebben gehad in het beramen van het plan? En was ze dus niet zo dom?
Herten
Jaren later, in 1696, is onze stadhouder bijzonder boos op de Vrouwe van Middachten. Furieus kun je wel zeggen. Ze heeft de moed gehad om negentien herten te laten schieten op haar landgoed.
Dat mag zo maar niet, ook al zijn het je eigen herten. De opperjagermeester in de persoon van Koning-Stadhouder Willem III heeft het recht op de jacht en verbiedt het om zomaar herten te doden die niet voor eigen gebruik bedoeld zijn. Het dreigt een proces te worden tegen de vrouwe van Middachten en dus ook tegen haar man, nota bene de luitenant-opperjagermeester! Gelukkig kon de boel nog net op tijd worden gesust, toen de belangrijkste mensen van Gelderland zich er mee gingen bemoeien.

Karakters
Was Pootje nou zo eigenwijs en hield ze haar pootje stijf of was ze een beetje dom? Of was ze misschien wel heel moedig of eigenzinnig zoals Franz Graf zu Ortenburg bij de inleiding van het boek over Ursula Philippota zegt. Het is niet te doen om eeuwen later een karakterschets te maken van mensen die tot je komen via brieven en verhalen en die vaak als anekdote zijn doorverteld. Het worden dan gauw versimpelde beschrijvingen welke zich vormen tot karikaturen zoals: de bedilzieke Margaretha, de goeiige van Ginkel, de wijze Godard Adriaan, de egocentrische Willem III, de domme, want eigenwijze, Philippota.
Laten we ons daar dan ook maar niet aan wagen.




