Dwars door Afrika, de voorbereiding

In de lange gang van het kasteel hangen veel jachttrofeeën en dan gaan de verhalen als snel over de adel en de jacht. Goed oplettende bezoekers zien dat er tussen de herten en de vos ook Afrikaanse dieren hangen. Waar komen die vandaan? En wie heeft ze geschoten?

Portret en face van een jonge man met een kort kapsel en een brede snor. Hij draagt een pak.
Jules van Bylandt. Collectie Kasteel Amerongen.

Jules van Bylandt

Het korte antwoord is “Jules van Bylandt”, maar dat zegt nog weinig. Jules van Bylandt was de zwager van graaf Bentinck en een echte avonturier. In 1906 heeft hij een lange reis ondernomen naar en door Afrika. Tijdens deze reis heeft hij een dagboek bijgehouden. Wat Jules niet wist, was dat het zijn laatste reis zou worden. Na zijn dodelijk ongeluk in 1907 heeft zijn neef Otto van Bylandt het verslag in boekvorm uitgebracht. Hierbij heeft hij niets aan de tekst gewijzigd. Ik kom net als neef Otto al lezende tot de conclusie dat de voorbereiding van de reis al zo goed is beschreven door Jules zelf, dat ik hier geen andere tekst voor hoef te schrijven. Jules schetst een beeld van de tijd, zijn enorme netwerk, zijn contacten en met wie hij handelt alvorens te vertrekken. 

Het is interessant dat Jules al voor de reis zelf de voorbereidingen beschreven heeft. Helemaal als je het meer dan 100 jaar later leest in een tijd waarin we met zoveel gemak reizen. Meer dan een vliegticket en de Lonely Planet heb je niet nodig om de wereld te kunnen zien.

Uit Jules’ dagboek

Mijn plannen om eene reis door Britisch Centraal Afrika, Noord Oostelijk Rhodesia en den Congo Vrijstaat te ondernemen, komen langzamerhand tot rijpheid. Ik ga in Juli 1905 naar Londen, en ontmoet daar Sir Alfred Sharpe, “Commisioner” in Britisch Centraal Afrika, en Mr. Storey, dien ik, op mijne vorige reis, reeds in Britisch Oost Afrika heb leeren kennen. Beide heeren geven mij nuttige inlichtingen omtrent de reis, die ik nu wil ondernemen. 

Zwartwitfoto van een stoomschip.
Het stoomschip Feldmarschall van de Deutsche Ost-Afrika-Linie. Collectie Deutsche Digitale Bibliothek.

In het begin van 1906 bezoek ik in Berlijn, den winkel van Tippelskirch, bazar voor reis en jachtuitrustingen, enz., en ik ga in Mei van datzelfde jaar weer naar Londen, om daar mijne verdere inkoopen te doen. Ik ontmoet Storey, en verneem dat hij ook per stoomboot Feldmarschall zal reizen. Daarna telegrafeer ik aan Sir Alfred Sharpe, dat ik met dat schip hoop aan te komen, schrijf hem, en krijg antwoord op mijn brief. Ik schrijf ook aan de African Lake Corporation en ontmoet eenige dagen later, M Ewing, directeur dezer maatschappij. Verder neem ik een credietbrief bij Biddulph Cox, schrijf nogmaals aan Sir Sharpe, en verzoek hem, mij bij mijne aankomst in Britisch Centraal Afrika, dragers en verdere benoodigdheden te bezorgen. 

In Nederland teruggekeerd, ga ik naar den agent de “Deutsche Orient Linie”, die mij de verzekering geeft dat mijn bagage in Chinde aan land zal worden gebracht; in den regel wordt dit, met het oog op den lage waterstand, niet toegestaan, maar men zal voor mij eene uitzondering maken. Ik schrijf verder aan Jhr. van der Staal Piershil den Nederlandsen gezant te Brussel, hem verzoekende mij eene introductie bij de autoriteiten in den Congostaat te bezorgen, en den 22 ste Mei ga ik zelf naar Brussel, en ontmoet den secretaris generaal voor Buitenlandse Zaken en Justitie in den Congostaat, Ridder S de Cuvelier. Deze bezorgt mij een introductiebrief en het bewijs dat ik frs. 500 heb gestort voor mijne jachtacte op olifanten. Deze jachtakte zal naar Albertville worden opgezonden. Ik krijg bovendien vergunning, die beesten te schieten, welke in tabel I van het decreet zijn vermeld. Eer ik Brussel verlaat, schrijf ik mij nog in bij den Koning der Belgen, Souverein van den Congostaat. 

Keurig geschreven brief in het Frans.
De introductiebrief van de secretaris generaal voor Buitenlandse Zaken en Justitie in den Congostaat, Ridder S de Cuvelier, 28 mei 1906. Huisarchief Kasteel Amerongen, Het Utrechts Archief.

Den 29 ste mei ga ik naar Rotterdam en breng 3 koffers, 4 geweren, en 2 helmen aan boord van den “Feldmarschall”. Aangezien mijne kisten en andere benoodigdheden, die ik in de Army & Navy Stores heb gekocht, door deze reeds naar Hamburg zijn gezonden, en daaraan boord van den “Feldmarschall” werden gebracht, kunnen mijne instructies aan den Rotterdamschen agent der Deutsche Orient Linie, betreffende het aan land brengen mijner bagage in Chinde, voor deze laatste kisten niet gelden, maar ik spreek met den eersten officier aan boord, en deze zal zijn best doen, al mijn bagage in Chinde aan land te brengen.

Op 8 juni brengen neef Otto en het complete gezin Bentinck Jules naar Den Haag Hollands Spoor. Daar vertrekt hij per trein via Parijs naar Marseille om daar de boot te nemen. Hij heeft alleen handbagage bij zich: een Kodak camera, een despatch box (koffer met reisbescheiden en vergunningen), een zak, een kom en een koffer.

Zwartwitfoto van een coupé op een perron. Op het perron staat spoorwegpersoneel.
Een trein op Den Haag Hollands Spoor, 1908. Collectie Dr. Tenkler Co, Haags Gemeentearchief.
Verder lezen
Bylandt, Jules van (1909), Dwars door Afrika; zijn laatste reis. Den Haag: Martinus Nijhoff
ObjectMakerDateringMateriaalVaste plek (Atlantis)
Dwars door Afrika; zijn laatste reis Jules van Bylandt (auteur), Otto van Bylandt (redactie), Martinus Nijhoff (uitgever)1908Papier en linnenGalerij (5223)
Dwars door Afrika; zijn laatste reisJules van Bylandt (auteur), Otto van Bylandt (redactie), Martinus Nijhoff (uitgever)1908Papier en linnenBibliotheek (7421)
Dwars door Afrika; zijn laatste reisJules van Bylandt (auteur), Otto van Bylandt (redactie), Martinus Nijhoff (uitgever)1908Papier en linnenBibliotheek (7422)
Chris Kroes avatar