Tijdens de grootschalige restauratie van kasteel Amerongen werd ook het duifhuis grondig aangepakt. Het houten duifhuis had zwaar te lijden gehad door de tand des tijds. Het duifhuis bestond uit 952 broedkasten, wat betekent dat we hier te maken hadden met een omvang die niet voor de poes was.
Even googelen levert op dat een flink duifhuis in het verleden bestond uit 400 tot 1000 broedblokken. Een duivenpaar broedt telkens twee jongen uit, van elk geslacht een. Daar komt bij dat ze meerdere legsels per seizoen produceren, dus het is duidelijk, dat een dergelijk groot duyfhuys snel vol zat met koerende vogels.






Soep en mest
Behalve dat je een smakelijk soepje van deze dieren kon bereiden, had de adel het voordeel dat alleen adellijke eigenaren van een landgoed van enige omvang een duiventil mochten hebben. Daar kwamen weer die heerlijke rechten om de hoek kijken. En het waren niet alleen consumptieve overwegingen voor de adel, nee, de mest van de dieren was nog eens erg kostbaar. De kwaliteiten van die mest werden duidelijk als je het op het land strooidde. Het gaf een flinke boost aan de vruchtbaarheid van het gewas. En waar dan kasteel Amerongen met zijn landerijen en pachters de duivenmest voor nodig heeft gehad? In Amerongen was dat vooral voor de tabaks-, de saffraan- en de hennepteelt.

De teloorgang van het duifhuis
Napoleon, die spelbreker, had het niet zo op de adel en schafte in onze contreien de heerlijke rechten af in 1798. Het was afgelopen met de duivensport voor de ‘upper ten’. Later, toen Le Général op Sint Helena al druk zijn autobiografie zat te pennen, heeft onze koning Willem I dit nog wel hersteld. Helaas was het toen al te laat. Kort daarna kwam er vogelpoep uit de West. Guano, met nog betere resultaten. Niet veel later ging men kunstmest toepassen. En iedereen die het kon betalen mocht het gebruiken. Tegenwoordig belandt er nog maar incidenteel een nazaat van een adellijke duif in de soep.
Bon appetit!

Verder lezen |
Berends, G. (1992). Het duifhuis aan het stalgebouw. In: Bulletin Stichting Vrienden van Kasteel Amerongen, no. 23, zomer 1992, pp. 9-11. |
Debaenst, Bruno (1989). Historische stront op Vlaamse grond. Een inleidende studie in de historische faecologie. Gent: Universiteit Gent: Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Op: e-thesis. |
Geef een reactie