Als je als kind opgroeit op een kasteel, hoef je je nooit te vervelen. Siegfried Bentinck schreef op basis van zijn dagboeken een boekje met zijn herinneringen. Daar hoort ook het opgroeien op het kasteel in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw bij. Zijn ouders, Sigurd von Ilsemann en Elisabeth van Aldenburg Bentinck, zorgden er ook wel voor dat hun drie kinderen genoeg te doen hadden. Bovendien waren de jongens zelf ondernemend en initiatiefrijk genoeg!

Auto rijden
Zo schrijft Siegfried dat hij op een zondagmiddag met zijn broer Willem zich vermaakte in de garage en het koetshuis. Ze startten alle auto’s die daar stonden, reden ze naar voren en weer naar achteren: plezier genoeg. Alleen stond de garage op een gegeven ogenblik te vol met uitlaatgassen en moesten ze wat anders verzinnen.
Op een zondagmiddag dat hun ouders niet thuis waren, durfden ze een stapje verder te gaan. Ze gingen met de auto het terrein op. Op de terugtocht van een ritje naar het kraaienbos moest wel een akelige draai genomen worden. Geen probleem, gewoon rijden. Tot er opeens flink geremd moest worden!


Betrapt
Grootvader Godard stond midden op de weg. Hij snapte niet hoe zij met de auto hadden kunnen rijden. Hun benen waren toch te kort om bij het gaspedaal te kunnen? Siegfried verklapte dat een van hen achter het stuur zat en de ander op de bodem van de auto voor het bedienen van de pedalen en de versnelling. Godard stond perplex! Maar helaas, vanaf die tijd was de garage verboden terrein. Trouwens, Elisabeth en Sigurd hebben dit verhaal nooit te horen gekregen.

| Bronnen | Feiten |
|---|---|
| Siegfried Bentinck (2014). Herinneringen van Siegfried Bentinck, Amerongen: Kasteel Amerongen | p. 47 de anekdote |



