Het betengelde textielbehang in de koningskamer is naar alle waarschijnlijkheid in Engeland bedrukt en in de tweede helft van de 18de eeuw naar Nederland geëxporteerd. In dit tijdperk werden veel kunstnijverheidsartikelen, zoals behang, uit het buitenland geïmporteerd. Ook in Nederland werd dit soort behang gemaakt, maar dan met illusionistische, panoramische landschappen. Vaak zelfs een hele wand bedekkend, zodat je het gevoel kreeg in dat landschap te staan. En soms leek het of je in een kamer stond vol met prentjes.

Muur met prenten
Op het behang in de koningskamer zie je een regelmatig patroon van medaillons en vierkante kaders. Deze zijn door middel van geverfde guirlandes verbonden. In de kaders en medaillons vind je figuren met jachtattributen, tafereeltjes met ruïnes, bomen, huizen en mensen. Het is net alsof er allerlei prentjes aan de muur hangen. Het behang zelf is donkergroen geschilderd waarna hierop de achtergrond van de medaillons en kaders grof opgezet werd met witte verf. De voorstelling werd daarbij uitgespaard. Die werd met gebruik van houten blokken gedrukt. Er zijn in de zo ontstane medaillons en kaders bruin/beige, witte, grijze en zwarte motieven te zien. Dit soort behangsels was zeer populair in Engeland in die tweede helft van de 19de eeuw.

Engeland
Marieke Knuijt, voormalig conservator, dateert het behang op 18e eeuws. Dat is in de tijd dat Frederik Christiaan Reinhard van Reede, 5de graaf van Athlone, heer van Amerongen was. Hij had veel Engelse vrienden en kennissen. Het zou kunnen dat hij op bezoek in Engeland onder de indruk was het Engelse behang en dit ook in zijn Engelse kamer wilde hebben. Vanaf 1795 tot het eind van zijn leven (1808) woonde Frederik Christiaan Reinhard in Engeland, omdat hij gevlucht was voor de Fransen die de Republiek binnen vielen.
Verhuizing
Toch zijn er ook aanwijzingen dat het behang pas later in de koningskamer aangebracht is. Eén van de aanwijzingen hiervoor is de lage plint in de Koningskamer. Tot in de 19de eeuw werd behang boven een lambrisering van 30-40 cm aangebracht. Later nam die afmeting af tot een plintje van ongeveer 15 cm, net als die in de Koningskamer. In dat geval zou het behang sinds de tweede helft van de 19de eeuw in de Koningskamer hangen. Dan zou het opgehangen kunnen zijn door Godard van Aldenburg Bentinck. We weten tenslotte dat het interieur zoals het nu is, grotendeels door Bentinck is samengesteld.
Hergebruik
Bij haar onderzoek vond Marieke Knuijt losse stukken behang waar gaten in zaten. Het vreemde is dat in deze stukken spijkergaten in het behang gevonden zijn. Het zou kunnen dat stukken met gaten vervangen zijn. Maar het zou er ook op kunnen duiden dat het behang eerste ergens anders gehangen heeft. Bij de verhuizing zijn de slechte stukken er dan mogelijk uit gehaald. Het opnieuw gebruiken van behangsels was in de 19de eeuw niet vreemd.

| Verder lezen |
|---|
| Knuijt, Marieke, Historische behangsels op Kasteel Amerongen. In: Vriendenbulletin van de Stichting Vrienden van Kasteel Amerongen, jrg. 7 (1990) nr. 17, pag. 19-31 |









