In de grote zaal is de organisch gegroeide gelaagdheid van het interieur goed aan de bezoekers uit te leggen.
Het persoonsgebonden interieur
Het interieur is een voorbeeld van een zogenaamd persoonsgebonden interieur. Omdat elke generatie haar eigen meubels, schilderijen, etc. aanschafte of met zich meenam, groeide de collectie op natuurlijke wijze. Het tegenovergestelde is een stijlkamer. Dat is meer een reconstructie van een bepaalde stijlperiode.

Verschillende perioden in de grote zaal
De functie van de ruimte is in de loop van de eeuwen hetzelfde gebleven. Mede daardoor is goed te visualiseren hoe het er in de verschillende perioden uitgezien moet hebben. Denk alle meubels en bijna alle schilderijen weg en je krijgt het beeld van het groot salet in de 17de eeuw van Godard Adriaan van Reede en Margaretha Turnor: ingetogen, imponerend door maat, symmetrische indeling en kostbaar materiaal. Zoals het een huis in Hollands classicistische stijl betaamt. Denk er twee generaties later Henriette van Nassau Zuylestein) het plafondstuk van Aurora bij en weer twee generaties verder (Frederik Christiaan Reinhard van Reede en Anna Elisabeth van Tuyll van Serooskerken) de laat-18de eeuwse meubels en de harp. Denk er in de 19de en 20ste eeuw (Godard van Aldenburg Bentinck) de serie portretten van de Oranjes en andere Europese vorsten bij en last but not least de Friese Faberkachel en het plaatje van de organische groei is voltooid.

Het is zoals het was
Omdat bij de restauratie besloten is om te kiezen voor de situatie van 1977, “het is zoals het was”, hebben we nu een prachtig voorbeeld van een interieur dat op natuurlijke wijze in de loop van de tijd is gegroeid.
| Bronnen | Feiten |
|---|---|
| Lezing Lodewijk 26-10-2020 | historische ensemble |
| Object | Invalshoek |
|---|---|
| Grote zaal | Verschillende generatie hebben bijgedragen |
| Verschillende plekken in huis | Gelaagdheid is letterlijk te zien door het kleurenonderzoek waar laag voor laag eraf gekrabd is (zie kopfoto) |









