Het gebruik van keramiek als servies op tafel is eigenlijk pas vanaf de 18e eeuw in zwang gekomen. Tot ver in de 17eeeuw was het gebruikelijk van een tinnen borden te eten. De schalen waren ook van tin, maar konden ook van aardewerk, porselein of zelfs zilver zijn.

Tinnen borden
In de hal staan borden uit het tinnenservies met de wapens van Van Reede en Raesfelt. Exemplaren van dit servies zijn zowel op Middachten als op Amerongen te vinden. Dit servies bestond vooral uit borden (teljoren en assietes). In de inventarisatie na de dood van Ursula Philippota worden ook nog vier schotels genoemd. Bij een gelijktijdige inventarisatie op Middachten is ook een zilveren servies aanwezig, dat ook teljoren bevat, maar ook een grote diversiteit aan schotels. Bovendien bevat het zilveren servies ook twee lampetstellen. Aangezien er nog steeds veel met de handen gegeten werd, is een lampetstel als toevoeging aan een servies geen overbodige luxe.

Aardewerken borden
In de 17e eeuw gaat men steeds meer van aardewerk eten. De praktische reden daarvoor is op een bordje geschilderd:
Tinne borden zijn niet goet
Omdat men se schuren moet
Maar een bord van porcelein
Word van ’t wassen wit en rein
Daarom set vrij op den dis
Een bord dat wel geschilderd is.
Meestal wordt er dan in de 17e eeuw geen porselein gebruikt, maar aardewerk. In Europa wordt nog geen porselein gemaakt en het is relatief simpel om in Delft wensen kenbaar te maken en familiewapens op serviezen te laten schilderen.
Reinhard van Reede (Heer van Middachten, derde zoon van Godard van Ginkel) in de 18e eeuw in Berlijn een aardewerken servies met het Van Reede wapen maken. Hij woont daar op dat moment in verband met zijn werk als diplomaat. Van dit servies hebben we in Amerongen nog een paar ‘ronde bakken met ooren’ en twee terrines. We weten dat het een compleet servies was: op Middachten is nog een gedeelte van een bordje aanwezig.










