De oude Friese Waterlinie uit de Tachtigjarige Oorlog liep door naar het oosten en sloot aan op de Groninger Waterlinie naar Delfzijl. In het begin van de zeventiende eeuw werden stadswallen aangelegd met een brede, natte gracht.

In 1672 wordt Carel Rabenhaupt belast met de verdediging van de stad Groningen en de Ommelanden. Hij laat een deel van het gebied rond de stad onder water zetten. Op die manier kan Von Galen, de aanvallende bisschop van Münster, alleen via de zuidkant de stad aanvallen. Er wordt veel voedsel en munitie in de stad opgeslagen en Rabenhaupt laat twintig zware kanonnen neerzetten. Hij geeft de opdracht bruggen aan de zuidkant van de stad af te breken. Er worden burgerwachten en compagnieën gevormd door burgers en studenten. Groningen is er klaar voor.
Op 27 augustus blijkt Von Galen het opgegeven te hebben: flinke regens, ziekten en het uitblijven van de verwachte versterking van de keurvorst van Keulen maken dat hij een dag later afdruipt. ‘Groningen constant, behout van ’t lant’.
| Verder lezen |
|---|
| De verhalen van Groningen. ‘Bommen Berend’ in 1672: Groningens Ontzet. Benaderd: 18 maart 2022. |









