Upstairs – Downstairs

In het huys woonde niet alleen de adellijke familie, maar ook het personeel dat de dagelijkse gang van zaken verzorgde. Er was dus een duidelijk verschil tussen “boven” en “beneden”. Het was niet zo dat “boven” “beneden” afsnauwde of denigreerde, iedereen kende gewoon zijn plaats.

Eervol werk

Het werd het als een eer gezien om voor een adellijk persoon te mogen werken, ookal verdiende je geen topinkomen. In begin van de 20e eeuw verdiende een keukenmeid 40-50 gulden per jaar (een timmerman verdiende 20 gulden per week!). Je kreeg je salaris per kwartaal en vaak had je dan ook nog kost en inwoning. Verder keerde Godard van Aldenburg Bentinck wel “mutsengeld” of “kledinggeld” uit.

Een verzameling van mannen en vrouwen op de bordestrap van kasteel Amerongen. De dames dragen allemaal een lange rok, de mannen zijn verschillend gekleed: van wit met schort en mutsje, tot livrei.
Personeel in hun werkkleding op het bordes, ca. 1910-1920. Collectie Kasteel Amerongen

Boven en beneden

Het verschil tussen “boven” en “beneden” is niet alleen een hiërarchisch verschil. De basis van het werk van het personeel was letterlijk beneden: in het souterrain. Daar bevonden zich de keukens, de linnenkamer en de voorraden van bijna alles wat nodig was om een groot huis draaiend te houden. En om nou te voorkomen dat “boven” al de werkgeluiden van “beneden” hoorde, werden de deuren goed dicht gehouden.

Personeel roepen

Maar wat als je je personeel nodig had om iets te brengen of te regelen? Je kon moeilijk van boven aan de trap gaan staan schreeuwen of er een kop thee naar de salon kon worden gebracht. Dat kon natuurlijk echt niet. De heer of vrouw des huizes kon dan aan een touwtje trekken. Beneden in het souterrain rammelde er dan een bel. De meid van dienst wist dat er van haar wat verlangd werd en liep naar boven. Vaak moest ze nog zoeken in welke kamer ze precies moest zijn. Daar vroeg ze wat mevrouw of meneer wenste. “Graag een pot thee”, zei men dan. Dan liep de meid weer naar beneden, maakte het klaar en bracht het weer naar boven. Was er geen touw met bel dan maakte men gebruik van een grote tafelbel die door het hele huis klonk.

Bij een open haard zitten vier personeelsleden aan tafel. Boven hun hoofd hangen vijf belletjes waarvan er één in beweging is. De meid wijst naar het bewegende belletje. Voor de open haard op het kleed ligt een kat.
Oh, ah let em ring again (Oh joh, laat ze nog maar een keer bellen), George Cruickshank, 1847. In: Augustus Mayhew, 1847, The greatest plague of life :
[or, The adventures of a lady in search of a good servant], Philadelphia: Cary & Hart. Collectie: Harvard University (via Hathi Trust).

Personeel in de buurt

Soms zorgde het personeel ook dat het in de buurt was. Stel dat de butler bezoekers via de voordeur naar binnen liet en ze bijvoorbeeld naar het groot salet. Daarna bleef hij dan een beetje in de buurt en werd dan gewaarschuwd met een kleine tafelbel.

Ook gebruikte men een kamerscherm, dat voor de bediendendeur stond. De bediendendeur kon je als personeel bereiken door de zogenaamde bediendentrap te gebruiken. Bijkomend voordeel was dat de tocht wat geweerd werd, als de bediendendeur open ging. Achter dat kamerscherm kon je je wat verdekt opstellen als je in de buurt moest blijven en viel je als bediende niet gelijk “met de deur in huis”.

Kleurenfoto van de eetkamer. In het midden een ovalen eettafel met vier stoelen op een tapijt, erboven een kroonluchter met kaarsen. De achterwand is gelambrizeerd met daarin een buffet met Chinees porselein. In de wand zitten twee deuren, voor de deur rechts achterin staat een kamerscherm. Voor het buffet staat een oudere man in een stofjas.
Eetkamer met de laatste werknemer in vast dienst, Ted Eijffius. Collectie Kasteel Amerongen.

Het bellenbord

Begin 1900 kwam er elektriciteit in het Huys en ging men over op een moderner hulpmiddel. Graaf Van Aldenburg Bentinck liet een bellenbord aangeleggen, dat het communiceren gemakkelijker maakte. In elke kamer werd een drukknopje gemonteerd, als je daarop drukte ging er in het souterrain een belletje over. Er verscheen een nummer in een venstertje, zo kon de bediende zien naar welke kamer hulp hij of zij moest. Door op de knop aan de zijkant van het bord te drukken (ctrl-alt-del) sprong het nummer weer terug en was het klaar voor volgend gebruik.

Een samengesteld bellenbord. Boven een oude elektrische bel, daaronder drie houten kasten met verschillende hoeveelheden vakjes. Onder de houten borden een ronde houten knop.
Samengesteld bellenbord van Kasteel Amerongen.

ObjectInvalshoek
Bellenbord in het souterraincommunicatie
Knopjes in de kamers op de eerste verdieping, zitten naast de deurafstand die het personeel af moest leggen om te reageren op een oproep
Kamerschermen in o.a. de grote zaal, eetkamer

ObjectMakerDateringMateriaalVaste plek (Atlantis)
Bellenborddiverse makers1900-1930Achtergang (2230)
Bellen1900-1920houtKoningskamer, Lodewijkskamer, Engelenkamer, Bentinckkamer, Bentinckeetkamer, Ilsemannkamer, Hal

ObjectMakerDateringMateriaalVaste plek (Atlantis)
Kamerscherm1700-1725Houten frame bespannen met beschilderd linnenEetkamer 44 (0375.1)
Kamerscherm19e eeuwHouten frame met zeildoek en behang Lange gang 69 (0224)
Kamerscherm1730-1759Beschilderd leer met messing randenGrote zaal 46 (0219)
Kamerscherm1700-1729Houten frame met beschilderd linnenKoningskamer 9 (0375.2)
Kamerscherm1875-1899Papier op houtLodewijkskamer 30 (0528)