Margaretha schrijft nergens expliciet over het vieren van kerst. Wat we wel kunnen zeggen is dat haar dominee in elk geval kers vierde. Deze prediker en aanhanger van de Nadere Reformatie was zeer streng in de leer. In de 17e eeuw was er onder dit soort calvinisten veel verzet tegen het gebruik van het vieren van in hun ogen roomse of heidense kerstdagen.

Vlucht
Maar in het jaar 1672 zal er zeker geen kerstfeest zijn gevierd. Op dat moment woont Margaretha met schoondochter en vier kleinkinderen in hun huis op de Kneuterdijk in Den Haag. Toen de Fransen de Republiek binnen vielen, vlak na de geboorte van de kleine Niertje, zijn ze met de kleintjes gevlucht voor de Fransen.
Amsterdam
Eerst vluchtten ze naar Amsterdam waar ze een huis huurden. De spulletjes en kostbare meubels waren al vooruitgestuurd. Daar krijgen die hummels tot overmaat van ramp ook nog de kinderpokjes! Gelukkig is die vreselijke ziekte goed afgelopen en dat zonder de hulp van een dokter. Van zo iemand wordt je immers alleen maar zieker!

Maar Amsterdam is geen fijne stad voor de barones en bovendien is ze verstoken van het belangrijke politieke nieuws. Nieuws waar Margaretha juist nu voortdurend reikhalzend naar uitkijkt. Dus gingen ze snel naar Den Haag met z’n allen en dus ook met die altijd maar zeurende Ursula die terug wil naar haar bezittingen in Gelderland. Ze zou beter moeten weten, want ook Gelderland is bezet door de Fransen.
Angstige tijden
De stemming in Den Haag is evenmin vrolijk. De angst voor de Fransen zit er goed in en daarbij regeert het grauw in de straten. Nog maar een half jaar geleden zijn de buurman en zijn broer1Johan en Cornelis de Witt gelyncht door het waanzinnige, doorgedraaide, dolle gepeupel. Ze zullen zich maar rustig houden en niet laten weten dat ze hier, vlakbij, in de stad wonen. Want als het volk dat te horen krijgt: hier, in de stad, de vrouwe van Amerongen, echtgenote van die ambassadeur die in Berlijn aan het feesten en zuipen is. Dat vriendje van die laffe keurvorst! Ja, als het volk dat hoort, dan zijn de rapen gaar! Ook de dreiging van het volk in Utrecht en Amsterdam staat haar nog vers in het geheugen.
Eerlijk gezegd vraagt Margaretha zich ook af waar dat leger van die mof blijft. Hij heeft nu toch wel genoeg geld van de Staten gehad?

Hoop
Margaretha gelooft niet meer dat ze komen of dat ze op tijd komen. Ze ziet het somber in. Het begint te vriezen en als de Hollandse waterlinie dicht vriest, kunnen de Fransen zo doortrekken naar het westen. Ze heeft ook al een tijd niets van haar zoon en man gehoord.
Nee, dit is geen tijd om kerst te vieren. Haar enige hoop is een behouden thuiskomst van haar zoon, die ondanks alles zich blijft verzetten tegen de Fransen. En van haar echtgenoot.
Ooit.




